CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

2022.2535 Toelichting Juffrouw Hensenlaan 2 Beesel VA

Raadscommissievergadering 26 februari 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Bestemmingsplan Juffrouw Hensenlaan 2/2a, Beesel10.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2

Water Water verdient een belangrijke plek in de ruimtelijke planvorming. In het verleden werd het water voornamelijk gevormd en waterlopen veranderd naar de wensen van inrichter en gebruikers. De laatste jaren blijkt steeds meer dat dit kan leiden tot waterproblematiek. Hierbij kan worden gedacht aan verdrogingsverschijnselen, maar ook aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevigere weersveranderingen. Bij locatiekeuze, de (her)inrichting en het beheer van nieuwe ruimtelijke functies moeten de relevante waterhuishoudkundige aspecten worden meegenomen.

31

5.2.1

Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 van het waterschap Limburg, De provinciale omgevingsvisie (POVI), het Provinciaal Waterplan, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: • vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). De opgave in het POVI inzake het regionale water is het komen tot robuuste en natuurlijk functionerende en veerkrachtige watersystemen. Dit om risico’s tot wateroverlast en watertekort verminderen en ook bij klimaatverandering beheersbaar en maatschappelijk acceptabel te blijven. Er dient te worden voldaan aan de regionale normering voor wateroverlast. Daarnaast is het ontwikkelen van regionale, gebiedsgerichte adaptiestrategieën en het treffen van effectieve maatregelen de opgave voor het omgaan met huidige en toekomstige watertekorten. Een belangrijke voorwaarde hierbij is de beschikbaarheid van voldoende water en de juiste kwaliteit. Op deze manier zijn problemen op het gebied van watertekort in tijden van schaarste beheersbaar en maatschappelijke acceptabel.

Een van de doelen van de provincie is om wateroverlast en watertekorten in het regionale watersysteem te beperken door meer ruimte voor water beschikbaar te stellen, de sponswerking te versterken en te anticiperen op de gevolgen van de klimaatverandering. Binnen de waterbeheersplannen van het Waterschap Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Hierbij spelen verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van ecologische functies stelt het waterschap onder andere dat ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (waar mogelijk) moeten worden verhoogd door peilbeheer. Tevens dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies te worden afgestemd. Naast deze ecologische functies dienen er ook mensgerichte hoofd- en nevenfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater te worden ingepast.

5.2.2

Kenmerken huidige watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied en de omgeving, kunnen beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, afvalwater en hemelwater. Grondwater Uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een boringsvrije zone waardoor dit aspect geen belemmering vormt. Oppervlaktewater In het plangebied zelf en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig en zal in de nieuwe situatie geen oppervlaktewater worden gecreëerd. Het plangebied ligt daarentegen wel binnen de begrenzing van het rivierbed van de Maas. Het Barro stelt algemene eisen aan de inhoud van nieuwe bestemmingsplannen die betrekking hebben

32

op gronden gelegen in het rivierbed met als doel te voorkomen dat plannen worden ontwikkeld die een bedreiging vormen voor de waterafvoer of die vergroting van de afvoercapaciteit feitelijk kunnen belemmeren. Ter bescherming van de afvoercapaciteit wordt in het bestemmingsplan (conform het geldende bestemmingsplan) een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ opgenomen. Deze dubbelbestemming voorziet in de mogelijkheid tot de berging van rivierwater. Bouw- en aanlegactiviteiten zijn in principe alleen toegestaan indien dit in lijn is met de waterbergingsdoelen in het gebied. Het planvoornemen is ook aan Rijkswaterstaat voorgelegd. Zij heeft, in de e-mail van 19 januari 2023, een positief advies afgegeven ten aanzien van onderhavige ontwikkeling. Vanuit de waterbergende functie van de Maas zijn er derhalve geen belemmeringen. Er dient wel watervergunning nodig voordat de woningen kunnen worden gebouwd. De realisatie van de twee woningbouwkavels brengt een economische waardevermeerdering met zich mee, waarmee ook sprake is van een hogere schade bij een mogelijke overstroming. De Beleidslijn grote rivieren gaat uit van een eigen risico en verantwoordelijkheid ten aanzien van ontstane schade door hoogwater voor activiteiten in het rivierbed.

Initiatiefnemers in het rivierbed zijn zelf aansprakelijk voor schade en zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om zich tegen potentiële schade te beschermen. Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het plangebied zal worden geloosd op het bestaande rioleringsstelsel. In de beoogde situatie worden twee woningen gerealiseerd waar in de toekomst mogelijk afvalwater van af zal komen. De woningen zullen dan aangesloten worden op het bestaande rioleringsstelsel. Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling, worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het afvoeren van afvalwater. Hemelwater Het hemelwater afkomstig van het plangebied zal worden geloosd op het bestaande hemelwaterrioleringsstelsel. Deze leiding loopt door de Juffrouw Hensenlaan en door de beoogde voortuin van een van de initiatiefnemers. De leiding watert af op de waterbuffer ten noorden van het plangebied. Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling, worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het afvoeren van hemelwater. Conclusie Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect water geen belemmeringen oplevert voor onderhavige ontwikkeling. In het geval dat er gebruik wordt gemaakt van uitlogende bouwmaterialen dienen deze te worden voorzien van een coating. Het aspect ‘Water’ vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Natuur

5.3.1

Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de 33

Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijnen Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart te worden gebracht en te worden beoordeeld. Wanneer deze mogelijk een negatief effect hebben op beschermde natuur in een Natura 2000-gebied geldt een vergunningsplicht. Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten. Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 Het plangebied is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen.

De planlocatie is gelegen op circa 1,7 km en 4,5 km afstand van respectievelijk de Natura 2000 gebieden ‘Swalmdal’ en ‘Leudal’. Ontwikkelingen kunnen een significant negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden door onder andere een aanzienlijke toename van het aantal verkeersbewegingen en sloop- en bouwwerkzaamheden. Met AERIUS calculator kan de stikstofdepositie door een ruimtelijke ontwikkeling in kaart worden gebracht. Uitkomsten tot 0,00 mol per ha/jaar zijn de basis om te kunnen concluderen dat het plan niet vergunningsplichtig is voor de Wet natuurbescherming (Wnb), wat betreft het onderdeel stikstof. Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator blijkt dat er geen toename (> 0,00 mol/ha/jaar) van stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden wordt berekend als gevolg van het plan. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het aspect stikstof geen belemmering vormt voor de realisatie en het gebruik van de beoogde ontwikkeling. Voor de volledige rapportage van deze berekening wordt verwezen naar een separate bijlage bij deze toelichting.

5.3.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Bebouwing en groenelementen zoals bomen en struiken kunnen als (vaste) verblijfsplaats of foerageergebied dienen voor dieren. Indien een ontwikkeling gepaard gaat met de sloop van bebouwing en/of bomenkap, dient te worden gekeken of dit geen negatieve gevolgen heeft voor (beschermde) diersoorten. 34

Aangezien het plangebied braakliggende percelen betreft zonder bebouwing en zonder groenelementen zijn er geen elementen aanwezig die kunnen fungeren als verblijfsplaats voor dieren. Hierdoor zorgt onderhavige ontwikkeling niet voor negatieve gevolgen voor (beschermde) diersoorten. Tijdens werkzaamheden blijft de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor het voornemen van de initiatiefnemers om ter plaatse twee woningen te realiseren.

5.4

Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan of andersoortige planologische regeling dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In deze plantoelichting is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar is in de omgeving. In de volgende paragraaf wordt verder ingegaan op het aspect ‘landschap en cultuurhistorie’. Conform het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Voor zodanig bestemde gronden geldt dat voor het uitvoeren van bouwwerkzaamheden, waarbij een bodemverstoring plaatsvindt van meer dan 500 m2 en dieper dan 40 cm een archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Het noordelijke deel van de locatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart (figuur 12) van de gemeente Beesel (2008) in een zone met een hoge archeologische verwachting. Het zuidelijke deel ligt in een zone met een zeer lage archeologische verwachting. Deze zeer lage verwachting is gerelateerd aan de ligging binnen een onderzoekslocatie waar in 2004 door Bilan een booronderzoek werd uitgevoerd en dat op basis van de resultaten werd vrijgegeven (Bilan rapport 2004/47, tevens opgenomen in een separate bijlage bij deze toelichting). De locaties waar de woningen zijn voorzien, vallen in de zone met een zeer lage archeologische verwachting. De zone met een zeer hoge verwachtingswaarde blijft in onderhavig plan onbebouwd. Dit is ook in de regels van het bestemmingsplan geborgd. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ wordt in deze zone ook gehandhaafd.

35

Figuur 12: Archeologische verwachtingskaart gemeente Beesel met plangebied geel omkaderd

Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

5.5

Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg en de cultuurhistorische inventarisatiekaart zijn er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig binnen het planplangebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.

5.6

Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.

36

5.6.1

Mobiliteit De realisatie van de woningen zal zorgen voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Om te bepalen of deze toename een belemmering vormt voor de huidige infrastructuur is de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018) gehanteerd. De gemeente Beesel wordt aangeduid als ‘niet stedelijk gebied’, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Beesel tot ‘de rest bebouwde kom’ behoort. Conform de CROW-publicatie worden voor één vrijstaande koopwoning in de bebouwde kom, met een niet stedelijk karakter, maximaal 8,6 verkeersbewegingen ter plaatse van de Juffrouw Hensenlaan toegevoegd. In totaal worden er dan derhalve maximaal 17,2 verkeersbewegingen toegevoegd naar aanleiding van onderhavige ontwikkeling. Deze toename is slechts beperkt waardoor de huidige infrastructuur voldoende capaciteit heeft om deze verkeerstoename te verwerken. Dit mede door het gegeven dat er planologisch gezien op de planlocatie reeds een woonzorggebouw was voorzien. Het aantal verkeersbewegingen die bij dit woonzorggebouw horen zijn hoger dan het aantal verkeersbewegingen in de beoogde situatie. Hierdoor is aanpassing van de Juffrouw Hensenlaan en de wegen waarmee deze in verbinding staat, niet aan de orde en vormt het aspect mobiliteit geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.

5.6.2

Parkeren De gemeente Beesel heeft eigen parkeerbeleid vastgesteld in de vorm van de ‘Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013'. Conform dit beleid dient voor één vrijstaande koopwoning 2,2 parkeerplaats aanwezig te zijn. Waarvan 1,9 (dus 2) parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig moeten zijn. De overige 0,3 parkeerplaats mag in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Deze openbare parkeerplek hoeft niet te worden aangelegd indien aangetoond kan worden dat in de omgeving nog openbare parkeerruimte vrij is in de avond en nacht (tussen 16.00 en 7.00 uur). Aangezien er binnen het plangebied twee vrijstaande woningen worden gerealiseerd moeten er binnen het plangebied 4 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het plangebied is ruim genoeg om in deze parkeerbehoefte te voldoen. Tevens moet er aangetoond worden dat 1 parkeerplaats beschikbaar is in de openbare ruimte. Ten einde aan te tonen dat deze parkeerplaats daadwerkelijk beschikbaar is, hebben de initiatiefnemers op dinsdag en donderdag avonden het aantal vrije parkeerplaatsen rondom het plangebied geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat er iedere avond ten minste 3 parkeerplaatsen vrij zijn. Deze inventarisatie is bijgevoegd als bijlage V bij deze toelichting. Het aspect parkeren vormt geen belemmering ten aanzien van onderhavige ontwikkeling.

37

HOOFDSTUK 6.1

6 Uitvoerbaarheid

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn.

6.2

Economische uitvoerbaarheid Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, eerste lid, Wro. Aangezien de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van het bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreft, is op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro in combinatie met artikel 6.2.1a onder c Bro geen kostenverhaal noodzakelijk. Het vaststellen van een exploitatieplan of anterieure overeenkomst op het gebied van het kostenverhaal is derhalve niet van toepassing. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van initiatiefnemers. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan ‘Juffrouw Hensenlaan 2 en 2a Beesel’ is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter visie gelegd, waarbij gelegenheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. Tijdens de inzagetermijn zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal 6 weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vooruitlopend op de formele procedure heeft de initiatiefnemer zijn plannen kenbaar gemaakt aan de directe omgeving middels een omgevingsdialoog. Een verslag van de omgevingsdialoog is als separate bijlage bij deze toelichting opgenomen. Uit de omgevingsdialoog blijkt dat de verkeerskundige situatie ter hoogte van het plangebied een aandachtspunt vormt voor onderhavige ontwikkeling. Door de knik in de weg en de relatief smalle weg ter hoogte van het plangebied, wordt in de huidige situatie vaak over het gras uitgeweken. In de toekomstige situatie zou dit niet meer mogelijk zijn aangezien men dan over de tuin/oprit van de aldaar gerealiseerde nieuwe woning rijdt. Met dit in het achterhoofd is een diepere ligging van deze woning op het perceel van belang.

Dit geeft de initiatiefnemers de mogelijkheid om de woning verder naar achteren te bouwen zodat er voldoende ruimte voor verkeer is om elkaar te passeren. Een verslag van de gevoerde omgevingsdialoog is opgenomen in de bijlagen van onderhavig plan. Aangezien het plangebied (deels) is gelegen in het waterbergingsgebied is het plan, in de vorm van het principeverzoek, voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Per mail (dd. 19 januari 2023) hebben zij een positief advies afgegeven met betrekking tot onderhavige ontwikkeling. Aangezien de waterkering Beesel versterkt is, is er geen sprake van 38

verlies van bergend vermogen. Daarom is er geen compensatie vereist. Wel moet er, op grond van artikel 6.5 sub c van de Waterwet een watervergunning worden aangevraagd voor de bouw van de woningen. In het kader van het vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan nog voorgelegd aan Rijkswaterstaat en aan de provincie Limburg. Rijkswaterstaat heeft in haar vooroverlegreactie, per mail van 5 oktober 2023, laten weten dat er geen noodzaak is tot compensatie van het waterbergend vermogen. Daarnaast geven zij aan dat de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en bijbehorende regels correct zijn opgenomen. Rijkswaterstaat heeft geen opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan. De provincie Limburg heeft in het kader van het wettelijke vooroverleg per mail van 9 oktober 2023 laten weten dat de provinciale belangen met onderhavige ontwikkeling niet worden geschaad. De provincie Limburg heeft geen opmerkingen op het plan.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=cfcb9736-6fdd-4839-b424-cc792e2bbd7d