vragen van D66.pdf
Tekst van het document
Technische vragen over in de raadscommissie of de gemeenteraad van Beemster geagendeerde onderwerpen DATUM VERGADERINGEN:
26 januari 2021
FRACTIE:
D66
DATUM BINNENKOMST VRAGEN:
19 januari 2021
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
1
RC5
In hoeverre is Beemster Garlic BV nog een ‘agrarisch’ bedrijf’ en mag zij de overige activiteiten aldaar uitvoeren? Dit gelet op de conform het bestemmingsplan geldende enkelbestemming ‘agrarisch’. Uit de aanvraag blijkt dat het bedrijf zich naast het kweken van knoflook inmiddels ook, en in toenemende mate, heeft toegelegd op de geconditioneerde opslag alsmede de machinale verwerking van knoflook, de eindproductie wordt in eigen hand genomen. Bovendien levert het bedrijf deze ‘panklare producten’ (Rombou, pag. 34) direct aan de detailhandel. Op de locatie is momenteel feitelijk sprake van levensmiddelenproductie en groothandelsactiviteit.
Stichting Abc geeft in haar advies van 7 januari 2020 aan dat er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf conform enerzijds het bestemmingsplan (Buitengebied 2012, artikel 1, sub uuu) als anderzijds de Provinciale Ruimtelijke Verordening, versie juni 2019, artikel 1, sub ss). Het gebruik van de betreffende gronden aan de Rijperweg 129 is niet in strijd met het bestemmingsplan en niet in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
2
RC5
Is het bedrijf gerechtigd op die locatie tevens niet zelf gekweekte maar ingekochte oogst te verwerken en ter vermarkten, waarmee ook de handelsfunctie is toegestaan?
In het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2012” hebben de betreffende gronden de bestemming “Agrarisch”. Volgens artikel 3.1, lid 2 van dit bestemmingsplan zijn de gronden ook bestemd voor de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken bedrijf. Het is niet toegestaan om producten van andere bedrijven te verwerken.
3
RC5
Rombou pag.56, voorlaatste alinea vermeldt o.a. dat voertuigen kunnen keren op eigen terrein en er geen onnodige verkeershinder op de openbare weg plaatsvindt. Einde citaat.
In de huidige situatie kunnen vrachtwagens vooruit de locatie oprijden en keren op het plein voor de schuur. Het probleem doet zich voor als er al een vrachtwagen staat te laden. In die situaties kan de vrachtwagen niet keren en wil dan achteruit het erf op wat onwenselijke situaties op de openbare weg geeft.
NR. VRAAG
4
AGENDAPUNT
RC5
VRAAG
ANTWOORD
In werkelijkheid blijkt dat groot materieel niet op eigen terrein kan keren en derhalve genoodzaakt is het erf achteruit in te rijden. Mede als gevolg van de krappe toegang moeten voertuigen langdurig op de openbare weg (achteruit) manoeuvreren. Komen de veelal grote voertuigen niet aangereden via de dorpskern van Middenbeemster dan is de toegang feitelijk zelfs onmogelijk. Het zware verkeer wordt dus noodgedwongen, en via een omweg, door het centrum van Middenbeemster geleid. Verkeersonveiligheid en schade aan weg en wegbermen zijn het zichtbare resultaat. In de aanvraag wordt aan bovenstaande voorbijgegaan en wordt een afwijkende voorstelling van zaken gegeven. Vraag is hoe aanvrager deze problematiek alsnog denkt te kunnen oplossen. Het antwoord kan de discussie in de commissie mogelijk aanzienlijk verkorten.
De initiatiefnemer heeft al stappen gezet om dit op te lossen. Het plan is de bestaande damwanden van de dam op te trekken, waardoor het dek (berijdbare oppervlakte) van de dam breder wordt. Over het optrekken van de damwanden is al overleg geweest met het hoogheemraadschap. Het waterschap heeft aangegeven hiermee akkoord te zijn. Het plan wordt nader beoordeeld.
Volgens de aanvraag is sprake van een zogenaamde ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en moet de behoefte aan extra loodsruimte (economisch) gemotiveerd worden. Volstaat in zijn algemeenheid als motivatie dat aanvrager ‘bedrijfsactiviteiten wil concentreren’ (Rombou, pag. 27) of dat op grond van de verwachting dat de vraag zal toenemen , ongeacht of er elders in de omgeving een dergelijke loodsruimte beschikbaar is?
In het advies van 20 januari 2020 stelt St. Abc dat de continuïteit van het gecombineerde bedrijf, de melkveehouderij en knoflookteelt, is gediend bij realisering van meer ruimte voor de toekomst. De uitbreiding is economisch noodzakelijk naast de afweging om snel te kunnen reageren op de vraag uit de markt voor knoflook die extra ruimte op het bouwvlak nodig maakt. Uit een oogpunt van efficiëntere bedrijfsvoering verdient huisvesting van al het melkvee op één plek alleszins de voorkeur. Het gaat thans om 140 melkkoeien die nu gehuisvest zijn aan de Rijperweg 129 en 132 stuks jongvee elders.
Ten tweede wordt het plein voor de schuur verbreed zodat vrachtwagens beter op het eigen terrein kunnen keren. De draaicirkel van een vrachtwagen is circa 18 meter. Het plein voor de schuur is hiervoor op zich groot genoeg. Door het verbreden van het plein wordt het keren op het eigen terrein vergemakkelijkt en als er al een vrachtwagen staat kan er ook gedraaid worden. Aanvrager is voornemens te regelen dat alle vrachtwagens voorruit het erf op kunnen waardoor onwenselijke situaties op de openbare weg worden voorkomen.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
5
RC5
Wordt de nieuw aan te brengen koelinstallatie (deels) zichtbaar vanaf de openbare weg? In de aanvraag zijn aan de buitenzijde geen objecten zichtbaar. Deze graag zichtbaar maken.
Deze wordt niet zichtbaar vanaf de openbare weg.
6
RC5
Waarom wordt in de principe uitspraak van de gemeente geen melding gemaakt van het algemeen gewenste verbod op buiten-opslag?
Het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2012” geeft in artikel 3.9 aan dat er geen algemeen verbod is voor buitenopslag. Dit artikel is vanuit juridisch oogpunt leidend.