vragen van D66 2021-05-18.pdf
Tekst van het document
Technische vragen over in de raadscommissie of de gemeenteraad van Beemster geagendeerde onderwerpen DATUM VERGADERINGEN:
18 mei 2021
FRACTIE:
D66
DATUM BINNENKOMST VRAGEN:
11 mei 2021
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
1
RC 5 en 6
Welke input van de fracties is door het College opgenomen en verwerkt in deze herziene plannen van aanpak.
Conform het aangenomen initiatiefvoorstel d.d. 30 maart 2021 is per dorpsontwikkelingsvisie een integraal plan van aanpak voor de uitvoering van de visies voorbereid. Er is tevens specifiek aandacht besteed aan enkele kansrijke tussentijdse ontwikkelingen, waarvan een expliciet voorstel voor aanpak is omschreven. Zie hiervoor ook de raadsvoorstellen met bijlagen.
2
RC 7
Om welke redenen is de focus van de concept herziening bewust gericht op de agrarische sector? Wie of wat heeft u daartoe bewogen?
Belangrijke aanleiding voor de actualisatie van het bestemmingsplan waren de signalen uit de agrarische sector. Mede op basis hiervan heeft de raad bij besluit van september 2020 om die focus gevraagd. Tevens heeft het college op basis van diverse gesprekken een aantal kaders bepaald om te komen tot de herziening van het bestemmingsplan. In de memo van 17 februari 2021 met als onderwerp “Beantwoording vragen rondom themabijeenkomst proces actualisatie bestemmingsplan buitengebied van 2 februari 2021” van het college aan de gemeenteraad bent u hierover geïnformeerd.
3
RC 7
Wordt het keukentafeloverleg (KTO) ook toegepast op nietagrarische bouwaanvragen?
Het keukentafeloverleg kan zowel worden toegepast op niet-agrarische aanvragen als ook op aanvragen die niet in het bestemmingsplan passen.
4
RC 7
In Friesland, waar geen agrarisch werelderfgoed ligt, trekt de provincie dit KTO. Is de provincie Noord Holland op enige manier betrokken of geïnformeerd?
De provincie is via (eerder) vooroverleg op de hoogte van de opgenomen regeling. De provincie kan zelf deelnemer zijn in het keukentafeloverleg.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
5
RC 7
Waarom wordt bewust ‘geen onderzoek verricht naar de bestaande situatie’ (functie/adres) als alleen al in de bestaande planverbeelding enkele tientallen ‘onjuistheden’ zijn vastgesteld en zelfs daarin zich nog fouten bevinden?
Voorop stond om tot een snelle herziening te komen. Daarbij is ervoor gekozen om geen integraal onderzoek te verrichten. Bovendien betreft het een omvangrijk plan en dan zijn onjuistheden in het plan bijna niet te voorkomen.
6
RC 7
Wie vormt het bevoegd gezag aangaande het al of niet instellen van een m.e.r.-procedure en waarom wordt nu voorgesteld om op voorhand al af te zien van een m.e.r. procedure?
Dat is een afweging o.g.v. de Wet milieubeheer c.q. het Besluit milieueffectrapportage. Aangezien met het plan geen activiteiten mogelijk worden gemaakt die MER-plichtig zijn is een m.e.r.-procedure niet vereist.
7
RC 7
Welke feitelijke ‘problemen’ worden door agrariërs ondervonden bij het toepassen van de ontwerpregels m.b.t. het Beemster Erf?
Uit de signalen van de agrarische sector is duidelijk geworden dat de ontwerpregels als rigide worden ervaren. Wat men voor ogen heeft, kan niet worden verantwoord o.b.v. de ontwerpregels. Vandaar ook de insteek om zo vroeg mogelijk met het keukentafeloverleg in gesprek te raken.
8
RC 7
Hoeveel aanvragen zijn in 2020 ingediend voor een vergroting van het bouwvlak tot 2 ha.?
In 2020 geen één. In 2018 is één aanvraag ingediend.
9
RC 7
Voor de beoordeling wordt geadviseerd ‘arbeidsinzet én procentuele omvang van het inkomen’. Is de arbeidsinzet van een bedrijf te controleren als deze om geen enkele bedrijfseconomische of fiscale reden door het bedrijf behoeft te worden bijgehouden?
Indien nodig zal voor controle en beoordelen van gegevens deskundigheid worden ingeschakeld .
10
RC 7
Mag de Gemeente de administratieve gegevens en belastingaangifte van een bedrijf opvragen bij het beoordelen van het criterium: al of niet volwaardig agrarisch bedrijf?
Zie antwoord 9.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
11
RC 7
Kun je spreken van ‘nevenactiviteit’ als 50% van de bestaande bedrijfsgebouwen daarvoor benodigd is en dus voor de ‘hoofdactiviteit’ nog slechts maximaal 50% resteert?
Van een hoofdactiviteit is zeker geen sprake als dat minder dan 50% is.
12
RC 7
Gesproken wordt over ‘bestaande’ bedrijfsgebouwen. Geldt bedoelde norm ook voor nog op te richten bedrijfsgebouwen?
Het geldt uitsluitend voor bestaande bedrijfsgebouwen.
13
RC 7
Gesproken wordt over bedrijven en milieuzonering met een maximale hinderafstand van 30 m. Hoe of waar kan een betrokkene deze informatie vinden?
In de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering.
14
RC 7
Mogen volwaardige niet-agrarische bedrijven ook arbeidsmigranten onderbrengen?
Hiervoor is geen regeling opgenomen.
15
RC 7
Als arbeidsmigranten in ‘aangepaste’ bedrijfsgebouwen mogen worden ondergebracht, mogen nietarbeidsmigranten dan ook in dergelijke onderkomens worden ondergebracht?
De onderkomens zijn uitsluitend bedoeld voor arbeidsmigranten.
16
RC 7
Waarom wordt met deze beoogde herziening voorbij gegaan aan het vigerend gemeentelijk beleid?
Het is niet duidelijk wat met deze vraag wordt bedoeld.
17
RC 7
Als aan het ondergeschikt wonen een aantal voorwaarden worden gesteld zoals: onder hetzelfde dak van de bestaande bebouwing, derhalve één voordeur, één meterkast etc. Hoe kan het dan dat in dezelfde voorgestelde regeling de mogelijkheid wordt geboden ondergeschikt wonen toe te staan buiten de bestaande bebouwing?
Uitgangspunt is dat het één adres blijft.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
18
RC 7
Is een regeling voor het molenbiotoop ( windrecht) ook van toepassing op een molen die als museum te boek staat?
Uitgangspunt is het feit dat het een molen betreft. Overigens zal er aan de molenbiotoop nadere aandacht worden besteed om te bezien dat bestaande rechten niet worden ingeperkt. Voorstel is om de molenbiotoop te beperken tot het gebied ten westen van de Middenweg en om de aanwezige erven binnen de zone uit de molenbiotoop te snijden. Bovendien zou een afwijkingsbevoegdheid kunnen worden toegevoegd waarmee eventuele gewenste bouw- of beplantingsactiviteiten binnen de biotoop toch mogelijk gemaakt kunnen worden.
18a
RC 7
Voorgesteld wordt de bestaande richtlijn ‘in bepaalde gevallen’ m.n. in geval van zogenaamd ‘inefficiënt ruimtegebruik’, op te rekken. Wanneer is daar sprake van?
Het is niet duidelijk wat met deze vraag wordt bedoeld.
19
RC 7
De voorgenomen herziening doelt volgens het voorontwerp op het ‘vlotter en flexibeler reageren op initiatieven in het plangebied’ dit naar aanleiding van ‘de jongste beleidsinzichten’. Waar kunnen we deelgenoot worden van genoemde ‘jongste beleidsinzichten’?
Om hier op overzichtelijke wijze deelgenoot van te worden, wordt verwezen naar de infographic (zie bijlage).
20
RC 7
De kwaliteit van het Beemster landschap wordt in belangrijke mate bepaald door de karakteristieke indeling en beplanting van de agrarische erven, hetgeen als beleidsregel door het college is vastgesteld (zie ook: advies van het Kwaliteitsteam / ‘criteria Des Beemster’), en hetgeen ook als kernwaarde is opgenomen in bijvoorbeeld de nota Grondbeleid 2017, welke door de Gemeenteraad is vastgesteld. Voorliggende concept herziening stelt voor deze kernwaarde (Beemster Erf) te degraderen tot inspiratiebron omdat deze niet door de Gemeenteraad zou zijn vastgesteld, hetgeen een onjuiste conclusie is.
Feit is dat de ervennota niet door de raad is vastgesteld. Wel wordt er bijvoorbeeld in de structuurvisie aan gerefereerd en heeft de nota daardoor een bepaalde status. Het gaat er mede om dat de ervennota niet zozeer als strikt toetskader, maar als inspiratiebron wordt gehanteerd om het zoveel als reëel kan Des Beemsters in te richten en/of vorm te geven. Daarenboven wordt met (de regels van) het bestemmingsplan impliciet invulling gegeven aan het behoud van het open landschap. Het behoud en/of versterking van de kernkwaliteiten van het werelderfgoed zijn expliciet in het bestemmingsplan vastgelegd.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
Immers al zou bedoelde Erven-nota niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld, dan nog is wel altijd naar de geest van deze beleidsregel/nota gehandeld en dient zij te worden aangemerkt als zijnde vastgesteld. Voorts behoort ook het open landschap onbetwist tot een van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste, kernwaarde (zie o.a. recent opgehaalde waarden onder de Beemster bevolking) van de Beemster polder. Waarom dus devalueren van dit kader ipv handhaven/opwaarderen? 21
RC 7
Is bewust afgezien van nadere regels omtrent de stapeling van functies bij agrarische hulpbedrijven, zoals aannemerij, zand/grond/grindhandel, buitenopslag en logistiek en bedrijfstijden?
Er is geen aanleiding gezien voor nadere regels. De regels zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan zijn als uitgangspunt genomen.
22
RC 12 en RC 13
Het conceptbeleidsplan VrZW en het risicoprofiel betreffen de planperiode 2021 -2024. Waarom worden plannen pas ingediend, laat staan vastgesteld en ingevoerd, als de planperiode reeds lang is ingegaan?
Door COVID-19 is er vertraging ontstaan bij het opstellen van het Beleidsplan en het Regionaal Risicoprofiel. Het zijn plannen waarbij veel afstemming noodzakelijk is, gemeenten c.q. raden dienen naast de inhoud te worden geïnformeerd over het proces. Afgelopen periode zijn veel zaken digitaal opgepakt, iets dat vorig jaar door de maatregelen niet kon worden gerealiseerd. De thema’s die in beide plannen staan benoemd, zijn op dit moment reeds verwerkt in de jaarplannen van de VrZW.
23
RC 14
Begroting VrZW 2021 e.v Al geruime tijd wordt door de VrZW melding gemaakt van een probleem (n.a.v. Europese wetgeving) m.b.t. het inzetten van vrijwilligers. Waarom blijft hier zolang onduidelijkheid over temeer daar dit een groot risico op de personele bezetting zou kunnen vormen?
In de afgelopen periode heeft het Veiligheidsberaad samen met de minister van JenV gewerkt aan een uitvoerbare oplossingsrichting. Het betreft immers een stelselwijziging waarvoor de stelselverantwoordelijke primair verantwoordelijk is. Er is naar aanleiding van de problematiek een landelijke denktank opgericht welke een denkrichting heeft uitgewerkt.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
Tot dusverre is gebleken dat deze denkrichting beperkt draagvlak heeft alsmede dat hier hoge kosten mee zijn gemoeid. De leden van het Veiligheidsberaad hebben de leden aan de formatietafel gevraagd om binnen de komende kabinetsperiode een en ander inhoudelijk en financieel mogelijk te maken. 24
RC 14
Begroting VrZW 2021 e.v Is er sprake van een zeker risico voor de begroting m.b.t. loonstijging en/of personeelstekort als gevolg van het (geleidelijk) beëindigen van de inzet van vrijwilligers als gevolg van Europese regelgeving.
De verwachting is nu dat de invoering van de Taakdifferentiatie gefaseerd zal worden ingevoerd waarbij de invoering kan variëren tussen de 5 -10 jaar. Waarschijnlijk zullen er voor het jaar 2022 zich geen financiële consequenties aftekenen. Op termijn is er wel een risico als gevolg van de ontwikkeling met stijgende kosten voor vrijwilligheid; door onduidelijkheid over de invulling daarvan en de eventuele financiering is nog niet aan te geven over welk bedrag we het dan voor VrZW hebben. Zie begroting 2022 pag. 7 en pag. 19
25
RC 14
Is er (recent) benchmarkresultaat m.b.t. het presteren van de veiligheidsregio.
Nee, recent heeft er geen benchmark plaats gevonden. De laatste benchmark betrof alleen de overhead en die benchmark dateert van 2018; naast benchmark overhead vinden er (elke 5 jaar) landelijk visitatierondes plaats van alle veiligheidsregio’s, daar wordt vooral naar de inhoudelijke prestaties gekeken. Deze stonden gepland voor de periode 2020-2024 onder regie van het ministerie van J&V; vanwege de COVID-19 crisis start deze ronde op zijn vroegst eind 2021. In de oude planning stonden wij voor eind 2023 op de rol. Een nieuwe planning is nog niet opgesteld.
Uitvoeringsprogramma VTH 2021 Bestemmingsplan buitengebied Beemster (voorontwerp)
Wat is er aangepast? AGRARISCH
- Huidig plan wordt als knellend ervaren - Kleine fouten herstellen die erin stonden - Verwerken van plannen en vergunningen die na 2012 zijn vastgesteld/verleend - Staan aan vooravond van fusie met Purmerend - De Omgevingswet komt eraan, wijzigingen zijn alvast in de geest van deze wet
Regelingen recreatieappartementen en -woningen samengevoegd tot één regeling
Bedrijven mogen onder voorwaarden bouwen ‘buiten het bouwvlak’ binnen 2 hectare
Afwijkingsvergunning voor bewoning door derden (plattelandswoning)
AANLEIDING: WAAROM NU BESTEMMINGSPLAN AANPASSEN?
Maximale goothoogte bedrijfsgebouwen wordt verhoogd van 4 naar 5,5 m
Mogelijkheid tot nevenactiviteiten worden verruimd
Arbeidsinzet en percentage inkomen bepalen omvang bedrijf
B&B
B&B mag ook in bedrijfsgebouw
Regels kleinschalig kamperen praktischer
KEUKENTAFELOVERLEG
Regels voor bijgebouwen bij woning vervallen
OVERIG • Het wordt makkelijker gemaakt om in te wonen op het erf • Regels realiseren bruggen of dammen worden verruimd
Zo kan een initiatiefnemer met een idee dat binnen het bestemmingsplan past, in een vroeg stadium om de tafel met de gemeente.
• Voor wijzigingen in bestemming moet je een omgevingsvergunning aanvragen, zoals wijzigen van agrarisch bedrijf naar wonen. Met deze aanpassing spelen we in op de nieuwe Omgevingswet
Bekijk alle wijzigingen op www.beemster.net/bestemmingsplanbuitengebied
Eenvoudiger om arbeidsmigranten te huisvesten