vragen van BPP 2021-05-18.pdf
Tekst van het document
Technische vragen over in de raadscommissie of de gemeenteraad van Beemster geagendeerde onderwerpen DATUM VERGADERINGEN:
18 mei 2021
FRACTIE:
BPP
DATUM BINNENKOMST VRAGEN:
7 mei 2021 (vraag 1 t/m 14), 10 mei 2021 (vraag 15 t/m 23) en 11 mei 2021 (vraag 24 en 25)
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
1
RC 7 Hoofdstuk 1 Art. 1 Begrippen Blz. 10
Tav “Grondgebonden agrarisch bedrijf” Vraag: Wat is de definitie van “Grond in de directe omgeving van het bedrijf? Wat is de afstandcriteria?
Bedoeld is de gronden die direct vanaf het bedrijfsperceel of aansluitend op het bedrijfsperceel zijn gelegen. Er zijn geen afstandscriteria.
2
RC 7 blz. 12 1.63
Plattelandswoning: het gebruik door een niet aan het agrarisch bedrijf gerelateerd persoon: Maakt het verschil of de woning nog in bezit is van het bedrijf of is vervreemd (huur of koop?)
Dat maakt geen verschil. Het gaat erom dat de woning planologisch behoorde bij het betreffende agrarische bedrijf. Om van een agrarische bedrijfswoning een plattelandswoning te kunnen maken, moet de bedrijfswoning nog wel deel uitmaken van de agrarische bestemming. Een woning die in het verleden is afgesplitst en de woonbestemming heeft gekregen, kan later niet alsnog als plattelandswoning worden aangewezen.
3
RC 7 blz. 42
Plattelandswoning, bij gebruik door derden, die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf. Hier wordt gesteld: Mits er sprake is van “een aanvaardbaar woon en leefklimaat” Vraag: Hoe en door wie wordt deze norm vastgesteld? Vraag: Wordt met deze norm de status Plattelandswoning mogelijk wel of niet bestemd? Vraag: Wanneer niet wordt bestemd, (norm wordt niet gehaald) wat wordt dan de status van de woning?
De gemeente toetst aan wat zij een aanvaardbaar woonen leefklimaat acht. Daarbij kunnen landelijke regels helpen. Er kan ook extra milieubelasting worden toegestaan omdat dit bijvoorbeeld plaatsvindt op tijdstippen waardoor het minder als overlast wordt ervaren. De gezondheid mag in ieder geval niet in het geding komen
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
4
RC 7 blad nr. 50
Onder punt 4 Bedrijfsgebouwen woningen: “Kap haaks op de weg” Vraag: Door te anticiperen op historisch ontstane situaties; kan in de kern Noordbeemster (is buitengebied) en andere buurtschappen afgeweken worden van hetgeen gesteld en bij aanvraag Omgevingsvergunning de bestaande situatie (kap parallel aan de weg) worden toegestaan?
Hiervoor is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen.
5
RC 7 Artikel 30
Vrijwaring zones Molenbiotoop: Vraag: Kunnen de bouwregels worden aangepast door de regels zoals gesteld slechts van toepassing te laten zijn op de (westelijke) hoofdwindrichting? Daarmee wordt (niet direct te verwachten) ontwikkeling op noord, zuid en oostzijde niet per definitie onmogelijk en blijft de “biotoop” hoofdzakelijk overeind.
Er zal aan de molenbiotoop nadere aandacht worden besteed om te bezien dat bestaande rechten niet worden ingeperkt. Voorstel is om de molenbiotoop te beperken tot het gebied ten westen van de Middenweg en om de aanwezige erven binnen de zone uit de molenbiotoop te snijden. Bovendien zou een afwijkingsbevoegdheid kunnen worden toegevoegd waarmee eventuele gewenste bouwof beplantingsactiviteiten binnen de biotoop toch mogelijk gemaakt kunnen worden.
6
RC 7 Artikel 35 Blz. 110
Algemene afwijkingregels: Hier wordt gesteld afwijking 1 extra huishouding voor 1e, 2e en 3e graad familie van de hoofdbewoner. Vraag: Kan deze regeling ook worden toegepast voor een beoogde bedrijfsopvolger, niet zijnde familie, wanneer er geen opvolging in familieverband aanwezig is?
De opgenomen regeling staat dat niet toe. Maar de regeling zou hierop wel kunnen worden aangepast.
7
RC 7 Artikel 36 Blz. 111
Keukentafeloverleg: Technisch voorzitter aangewezen door gemeente; bent u met ons van mening dat dit een “onafhankelijke” voorzitter moet zijn?
Doel is het keukentafelgesprek zo vorm te geven dat alle belangen goed en duidelijk in beeld komen. Daar hoort een onbevooroordeelde voorzitter bij. Inzet is vanzelfsprekend dat verzoeker en gemeente het eens zijn over wie als voorzitter zal fungeren.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
8
RC 7 Art 37 blz.37 en meer.
Worden kavelpaden daadwerkelijk vergunning plichtig?
Het verharden buiten het bouwvlak wordt o.b.v. het voorontwerp inderdaad omgevingsvergunningplichtig (37.1 onder c). Of dit nodig is, zal nader worden bezien.
9
RC 7 Artikel 32 Blz. 103
Algemene Bouwregels: “Bouwen naast bestaande bouw” door welke regel dan ook. Vraag: Hoe wordt omgegaan met peilverschil t.o.v. bestaande bebouwing en daardoor ontstane (water) overlast? (o.a. nieuwbouw ter hoogte van Zuiderweg 50, voorheen Mulder)
Het peil wordt in het bestemmingsplan gedefinieerd. Eventuele overlast a.g.v. verschillen is een kwestie van handhaving en/of burgerlijk recht.
10
RC 7
Lijst met Rijksmonumenten. Vraag: Klopt deze?
Als er aanleiding is daaraan te twijfelen dan vernemen wij die graag.
11
RC 7 Algemeen
De huidige oppervlakte van bijgebouwen is 48 m2 per object. Vraag: Kan deze norm in relatie tot het huidige “aangepaste” Bouwbesluit (maatvoering) in het kielzog hiervan worden verhoogd/ aangepast met b.v. 15% tot pakweg 55 m2 ?
Uitgangspunt was overname van de bestaande norm uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2012. Afhankelijk van de grootte van het erf kan bovenop die 48 m2 tot maximaal 150 m2 bijgebouwd worden. Voor vergunningsvrij gelden vergelijkbare bouwregels als voor vergunningplicht. Een en ander conform de regeling voor vergunningsvrij bouwen zoals opgenomen in bijlage ll van het Besluit omgevingsrecht. Gelet hierop biedt het verhogen van de norm weinig extra’s.
12
RC 7 Algemeen
Bij splitsing / nieuw te bouwen stolpen/ woningen wordt slechts 1 maal de (huidige) 48 m2 norm toegepast. Hierdoor ontstaan kleine bijgebouwtjes van 2 x 24 m2. Eerdere beantwoording is afgedaan dat er “vergunningvrij” bijgezet zou kunnen worden. Dit maakt vaak kneuterige bouwwerken. Vraag: kan in deze actualisering worden meegenomen dat bij splitsing elke wooneenheid 48 m2 bijgebouw kan plaatsen?
Onverlet de mogelijkheden van het vergunningsvrij bouwen (zie antwoord 11) zal dit worden overwogen.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
13
RC 7 Algemeen
We lezen het “wegschrijven” van het adres Westdijk 12. Dit maakt onderdeel uit van een dubbel woonhuis met nr.13. In het buitengebied zijn nog veel meer dubbele huisnummers. Eigenaar heeft aangegeven dat hij beide nrs. wenst te behouden. Vraag: kan dit wegschrijven worden hersteld?
Huisnummering is geen planologische aangelegenheid. I.c. wordt alleen aangesloten op de feitelijke werkelijkheid.
14
RC 7 Algemeen
Nav herhaalde vragen agrarische ondernemers en in het kader van duurzaamheid. Vraag: Kan in dit te actualiseren bestemmingsplan het plaatsen van kleine windmolens met as-hoogte van 15 meter worden opgenomen?
O.g.v. de provinciale Omgevingsverordening NH2020 is dat niet toegestaan.
15
RC 5 en 6
Blz 5 uitwerking. Daar staat Met het opstellen van het PvA kan nog niet tot de werkelijke start van de bouw worden overgegaan. Wat bedoeld u met bouw? (projecten gaan toch niet altijd over het bouwen van maar ook ruimtelijke omgeving inrichting enz?)
Met bouwen wordt in deze, naast het geheel of gedeeltelijk oprichten, vergroten, vernieuwen, of veranderen van bouwwerken, ook het (mogelijk) aanpassen van de leefomgeving bedoeld. Bijvoorbeeld het (her)inrichten van groen, infrastructuur en openbare ruimte.
Waarom zijn de tussentijdse kansen/ontwikkelingen(MB en ZOB) niet apart opgenomen in het PvA.?
Op p. 4 van beide PvA`s is aandacht geschonken aan de tussentijdse kansen/ontwikkelingen, welke nader zijn gespecificeerd in beide raadsvoorstellen.
Het processchema laat geen tijdsbepaling zien. Wij begrijpen dat deze verder in de tijd nog niet te bepalen zijn maar de 1 en 2 moeten in tijd toch redelijk inzichtelijk zijn?
Onderdeel 1 zoals weergegeven in het processchema is reeds afgerond (vaststelling dorpsontwikkelingsvisie van Zuidoostbeemster heeft juni 2020 plaatsgevonden en de visie van Middenbeemster is in september 2020 vastgesteld). Voor onderdeel 2 is in beide PvA`s in hoofdstuk 6 (planning) de verwachte looptijd aangegeven.
PvA uitwerking Dov MB en ZOB 16
RC 5 en 6 PvA uitwerking Dov MB en ZOB
17
RC 5 en 6 PvA uitwerking Dov MB en ZOB
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
18
RC 6
1. Heeft het uitstel tot 2025 uitvoering Corridor A-7/ A-8 (Amsterdam –Hoorn) invloed op het PvA zoals nu voorgelegd? 2. Welk effect verwacht u met deze uitstel op het proces rondom het opstellen van een nieuw verkeersmodel Purmerend/Beemster( en het Mobiliteitsplan Purmerend en Beemster)
1. Nee, die verwachting hebben wij niet. Momenteel wordt ambtelijk aan ontwerpsessies deelgenomen om de inpassingsvragen van de Corridor A-7/A-8 verder uit te werken. 2. Geen/weinig. De modelmatige effecten (aantallen en stromen) van het ontwerp van de A7/afrit zijn inmiddels grofweg bekend. Deze kunnen worden verwerkt/gebruikt in het nieuwe verkeersmodel en mobiliteitsplan.
Heeft het uitstel tot 2025 uitvoering Corridor A7/A8 effect op het proces zoekgebieden zonne-energie in de middenberm en talud van A7?
In de RES 1.0 worden zoekgebieden voor de opwek van duurzame energie aangewezen, daarmee is het proces van het zoekgebied langs de A7 afgerond. Nu wordt gewerkt aan verdere concretisering van deze zoekgebieden. Met betrekking tot het zoekgebied voor zonne-energie in de middenberm en talud van de A7 wordt aan het Rijk gevraagd rekening te houden met de zoekgebieden langs de A7 in het kader van het Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) en de energieopgave mee te nemen bij bestaande en aankomende MIRT projecten.
In de RES 1.0 wordt niets gezegd over transitie mobiliteit (verbrandingsmotoren vs E-aandrijving) Vraag: Kunt u uitleg geven over het ontbreken van een alinea inzake?
In hoofdstuk 11 van de RES 1.0, op pagina 205 wordt de relatie met mobiliteit beschreven. De doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor mobiliteit worden uitgewerkt in het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Noord-Holland & Flevoland. (Concept-Regionaal Mobiliteitsprogramma Noord-Holland en Flevoland Provincie Noord-Holland (noord-holland.nl)) De processen van het RMP en de RES lopen parallel aan elkaar, en er vindt afstemming plaats.
PvA uitwerking Dov ZOB
19
RC 8 RES
20
RC 8 RES
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
21
RC 8
Vraag: Heeft de RES door focus op “bronnen” i.p.v. “gebruik” voldoende ambitie om in 2030 de doelstelling te halen?
In de RES 1.0 NHZ is de ambitie opgenomen om 2,7 TWh duurzame energie tot 2030 op te wekken in de regio. Reductie van gebruik is belangrijk, maar geen opgave voor de RES 1.0. Energiebesparing in de gebouwde omgeving krijgt een plek in de Transitievisie Warmte.
Bovenstaande vraag omdat op blz. 231 wordt gesproken over de warmte vraag die nauwelijks lijkt af te nemen in de periode 2017/ 2030. Vraag: Bent u het met BPP eens dat de ambitie in NHZ / RES 1.0 op isolatie niet voldoende is? De warmte vraag kan door nieuwbouw / verbouw niet meer in die mate toenemen. Vraag: Bent u het met ons eens dat er in de periode 2017/ 2030 verkeerd / gebouwd / verbouwd wordt?
Zie antwoord vraag 21. Deze vragen beschouwen wij als politieke vragen.
Er wordt in het raadsvoorstel diverse malen gesproken over de jaarbijdrage in 2021 voor de nieuwe gemeente Purmerend. Zou dit 2022 moeten zijn? (ook staat er de begroting van de VrZW bedraagt in 2021…)
Dit moet inderdaad 2022 zijn. Het raadsvoorstel is hierop aangepast.
RES
22
RC 8 RES
23
RC 14 Begroting VrZW
24
RC 10
Wij missen hierbij het voorstel voor de aanvullende reactie op de versteviging van de MRA samenwerking.
Bij dit agendapunt ligt geen voorstel van het college voor maar een concept motie van de fracties PvdA/GroenLinks en VVD. Dit concept is op 12 mei verspreid onder de fracties.
25
RC 15
Kan het college de garantie geven dat er geen kosten voortvloeiend uit het Wereld erfgoed worden verhaald op de aanvrager via deze vorm van kostenverhaal?
De gehanteerde werkwijze om het bedrag te bepalen dat initiatiefnemers moeten betalen om de ambtelijke inzet te dekken, is voorschreven in de Regeling plankosten exploitatieplan. Deze regeling is van toepassing voor het hele land.
NR. VRAAG
AGENDAPUNT
VRAAG
ANTWOORD
Deze regeling gaat uit van genormeerde bedragen voor het hele land, en niet van de werkelijke door de gemeente gemaakte kosten. Deze genormeerde bedragen zijn wel gebaseerd op ervaringscijfers. Deze regeling schrijft een forfaitair bedrag voor in geval van kleinere bouwplannen en de plankostenscan voor de rest. Het forfaitair bedrag is gelijk voor alle plannen, ongeacht waar ze staan. De plankostenscan wordt ingevuld op basis van objectieve uitgangspunten zoals oppervlakte, programma, te realiseren werkzaamheden etc. Daar valt ligging wel of niet in het Werelderfgoed niet onder. Dat betekent dat de plankostenscan precies hetzelfde wordt ingevuld in de Beemster alsook in elk andere Nederlandse gemeente. Kortom, de bedragen die voortvloeien uit de Regeling plankosten exploitatieplan zijn, voor gelijke bouwplannen, precies dezelfde voor het hele land en zijn niet gerelateerd aan de status Werelderfgoed van Beemster.