voorontwerp bp Buitengebied Beemster 2012 - partiele herziening 2021, regels.pdf
Tekst van het document
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen;
pagina 21 van 55
d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 6.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met in achtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 15° en niet meer dan 60°; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; b. per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 30° en niet meer dan 60°; 5.
de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m; 6. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 6.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met uitzondering van landhekken als bedoeld onder e; b. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; c.
de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen.
6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 6.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van hetdat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 6.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: ◾ de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt;
pagina 22 van 55
◾ er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in Artikel 35 Algemene procedureregels; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: ◾ de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; ◾ de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 5 zijn aangegeven; c.
lid 6.2.2 sub a onder 2 voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 4 m, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCOwerelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; d. lid 6.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de planverbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is toegestaan, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn of diergezondheid en mits dit niet leidt tot het houden van meer dieren; e. lid 6.2.2 sub a onder 3 en 4 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bebouwing binnen het agrarisch bouwperceel voor het houden van vee, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande situatie (zie 1.17 bestaande situatie (stikstofdepositie)) vanaf het betreffende agrarisch bouwperceel op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; b. het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. c. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 50 m2.
6.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 sub d, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 7 Agrarisch - Paardenhouderij 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Paardenhouderijj' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. productiegerichte paardenhouderij; b. ondergeschikte neventak in de vorm van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf, met een een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 750 m2;
pagina 23 van 55
c. gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gebruiksgerichte paardenhouderij'; d. manege voor stalling van paarden en het uitoefenen van de ruitersport ter plaatse van de aanduiding 'manege'. e. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; f. wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'.
7.2 Bouwregels: 7.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 7.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) mogen de goothoogte en de bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 4.
indien de afstand vanaf de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: ◾ de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; ◾ de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; ◾ de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; ◾ gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. indien de afstand vanaf de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: ◾ de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; ◾ de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; ◾ gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 15° en niet meer dan 30° mag bedragen; 6. indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de gevellijn, als bedoeld onder 4 en 5 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 4; b. per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5.
de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3; 6. de bedrijfswoning mag als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: ◾ de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; ◾ de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; ◾ de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52° bedragen;
pagina 24 van 55
7. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 9 m; 8. als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 7.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b.
de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer dan 15 m bedragen en de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 6 m inclusief afdekking bedragen; c. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag maximaal 2 m bedragen d. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; f. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een toegangspoort toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: 1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort mag niet meer dan 4 m bedragen.
7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 7.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 7.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: ◾ de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; ◾ er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in Artikel 35 Algemene procedureregels; 4.
bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: ◾ de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; ◾ de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 5 zijn aangegeven.
pagina 25 van 55
c. lid 6.2.2 sub a onder 3, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de planverbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is toegestaan, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn of diergezondheid en dit niet leidt tot het houden van meer dieren; d. lid 7.2.2 sub a onder 5 voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; e. lid 7.2.2 sub b onder 7 voor het bouwen tot op de zijdelingse perceelsgrens; f. lid 7.2.2 sub b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCOwerelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden en bebouwing binnen het agrarisch bouwperceel voor het houden van vee, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande situatie (zie 1.17 bestaande situatie (stikstofdepositie)) vanaf het betreffende agrarisch bouwperceel op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; b. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatsenoodzakelijk voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf; c. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2, alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- ofvliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; d. het gebruik voor verblijfsrecreatie; e. gebruik als manege, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'manege'; f. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van productenvafkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; g.
het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik,uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van 50 m2; h. het gebruik van gronden ten behoeve van bosbouw. 7.4.2 Paardenbak Binnen de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' is de aanleg van een paardenbak toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per bouwvlak is maximaal één paardenbak toegestaan; b. de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 1,5 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 5 m.
7.5 Afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 7.1 sub f, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 8 Bedrijf 8.1 Bestemmingsomschrijving
pagina 26 van 55
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 Lijst van toegelaten bedrijfstypen; b. ambachtelijke meubelmakerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - ambachtelijke meubelmakerij'; c. delfstofwingebied, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - delfstofwingebied'; d. garagebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf'; e. mechanisatiebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - mechanisatiebedrijf'; f. waterschapswerf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - waterschapswerf'; g. wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' alsmede voor: h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; i. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 8.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; 5.
Voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijfdelfstofwingebied' gelden de volgende regels: ◾ de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing is maximaal 50 m; ◾ de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 m; b. per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m tenzij anders is aangegeven; 3. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3; 4. de bedrijfswoning moet zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m.
pagina 27 van 55
8.2.3 Pronkgevels Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; b. de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; c. de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; d. het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; e. het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; f. de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw. 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; c. de bouwhoogte van silo's en tanks mag niet meer dan 15 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen.
8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 8.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 8.2.2 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
8.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bedrijfsgebouwen voor bewoning, met uitzondering van de bedrijfswoning; b. het gebruik van gebouwen voor een webwinkel; c. het gebruik, het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan, alsmede het gebruik, het aanwezig of opgeslagen hebben in enigerlei vorm van andere al dan niet afgedankte stoffen of materialen, van welkesoort dan ook, anders dan ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het bedrijf.
8.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 8.4 sub b voor het toestaan van twee webwinkels, met dien verstande dat de oppervlakte van de webwinkel niet meer dan 50 m2 mag bedragen.
Artikel 9 Bedrijf - Nutsvoorziening 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bebouwing ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen en gasvoorzieningen, voorzieningen voortelecommunicatie en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, uitgezonderd bedrijfswoningen; b. gemaal, ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; c. radiobaken ten behoeve van het vliegverkeer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -nutsvoorziening-radiobaken';
pagina 28 van 55
d. pompgemalen, een waterzuiveringsinstallatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'waterzuiveringsinstallatie'.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden. 9.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van bouwwerkengebouwen gelden de volgende regels: a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven. 9.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: c. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; d. de bouwhoogte van overige bijbehorende bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer bedragen dan 10 m.
9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 9.2.1 sub b, indien het bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van het bouwwerk.
Artikel 10 Detailhandel - Tuincentrum 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Detailhandel - Tuincentrum" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven ten behoeve van het kweken en verzorgen van siergewassen, het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van siertuinenmet de daarbij behorende middelen, alsmede de verkoop daarvan en voor de verkoop van tuinbenodigdheden; b. de verkoop van showmodellen van tuinhuizen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel showmodel'; (purmerenderweg 43) c. een autoverhuurbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van diensterlening - autoverhuur'; (purmerenderweg 43a) d. een dierenkliniek, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dierenkliniek'; (purmerenderweg 43a) e. caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; f. wonen ten behoeve van het bedrijf.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen
pagina 29 van 55
a. Op deze gronden mogen mag uitsluitend ten behoeve van deze bestemming bouwwerken worden gebouwd. b. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 10.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met in achtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. het hoofdgebouw dient gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, te worden voorzien waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel' mogen gebouwen worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3 m; 5.
per bouwvlak één bedrijfswoning met inachtneming van de volgende regels: ◾ de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m tenzij anders is aangegeven; ◾ de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3; ◾ de bedrijfswoning dient moet zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; ◾ de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen.
10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 10.2.2 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
Artikel 11 Dienstverlening 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dienstverlening; b. wonen ten behoeve van het bedrijf.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag mogen uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen;
pagina 30 van 55
c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 11.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak: a. bedrijfsgebouwen, met in achtneming van de volgende regels: 1. er mag uitslutend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; b. per bouwvlak één bedrijfswoning met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning er mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m tenzij anders is aangegeven; 3. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3; 4. de bedrijfswoning moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5.
de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m. 11.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen.
11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 11.2.2 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
Artikel 12 Groen 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. waterlopen en waterpartijen; f. verhardingen.
12.2 Bouwregels 12.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd.
pagina 31 van 55
12.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 5 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 3,5 m bedragen.
Artikel 13 Horeca 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecabedrijven uitsluitend in de categorieën 1, 2 en 3, zoals genoemd in de bij de regels behorende Bijlage 2 Lijst van toegelaten horecatypen; b. wonen ten behoeve van het bedrijf alsmede voor: c. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristieke bouwwerken.
13.2 Bouwregels 13.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de hoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. . 13.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen, met in achtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, te worden voorzien waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen; b. per bouwvlak één bedrijfswoning met inachtneming van de volgende regels: 1.
de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m tenzij anders is aangegeven; 2. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3; 3. de bedrijfswoning moet zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 4. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m. 13.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen.
pagina 32 van 55
13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 13.2.1 sub b, indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van hetin dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; b. lid 13.2.2 sub a onder 3 en b onder 3, voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
Artikel 14 Maatschappelijk 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. een kinderdagverblijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf'; c. een zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'; d. een zorginstelling, uitslutiend ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling'; e. wonen ten behoeve van de maatschappelijke voorziening; alsmede voor: f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten.
14.2 Bouwregels 14.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. 14.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bedraagt het aantal wooneenheden niet meer dan is aangegeven; c. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; d. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen. 14.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen.
14.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 14.2.2 sub d, voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-
pagina 33 van 55
werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
Artikel 15 Natuur 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden van de gronden; b. groenvoorzieningen; c. bermen en beplanting; d. onverharde paden; e. waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende; f. bouwwerken, geen gebouw zijnde.
15.2 Bouwregels 15.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bouwwerk, mag niet meer dan 1 m bedragen.
15.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming, wordt gerekend: a. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; b. het gebruik van de onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen; c. het gebruik als volkstuin; d. het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen; e. het gebruik als motorcrossterrein.
15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies,installaties of apparatuur; c. het vergraven en/of dempen van sloten en andere watergangen, het door afwateren, ontwateren of afdammen wijzigen van degrondwaterstand; d. het beplanten, aanbrengen van houtgewas en bebossen van gronden, die ten tijde van het van kracht worden van dit plan als zijndebeplant met houtgewas of niet anders als bosgrond konden worden aangemerkt; e. het vellen, rooien of verwijderen van houtgewassen;
pagina 34 van 55
f. het verrichten van onderzoeks- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen, water en andere bodemschatten; g. het aanbrengen van bodemdrainage; h. het aanbrengen voorzieningen voor recreatief medegebruik. 15.4.2 Uitzonderingen Het in lid 15.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die al in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 15.4.3 Toetsingscriteria De in lid 15.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden.
Artikel 16 Recreatie 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie; b. volkstuinen ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'; c. recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; d. golfterrein ter plaatse van de aanduiding 'golfbaan'; e. groepsaccommodatie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie'; f. aan de recreatie genoemd onder c van dit lid ondergeschikte horecavoorzieningen uit de categorie 1I zoals genoemd in de bij de regels behorende Bijlage 2 Lijst van toegelaten horecatypen. g. wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
16.2 Bouwregels 16.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dien de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 16.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. er plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen; b.
per bouwvlak mag één bedrijfswoning worden gebouwd, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m tenzij anders is aangegeven; 2. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3;
pagina 35 van 55
3. de bedrijfswoning moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 4. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' mag per bouwvlak één recreatiewoning worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 1. de goothoogte en de inhoud van recreatiewoningen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 2,5 m en 200 m3; 2. recreatiewoningen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen. 16.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij recreatiewoningen Bij een recreatiewoning mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte per recreatiewoning mag niet meer bedragen dan 8 m2; c. de goothoogte en bouwhoogte van een bijgebouw mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 2,5 m en 4 m. 16.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding mag niet meer dan 2 m bedragen; b.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen.
16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. lid 16.2.1 indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar b. lid 16.2.2 sub a onder 3 en sub b onder 3 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
16.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecavoorzieningen uit de categorie 2, 3 en/of 4, zoals genoemd in de bij dit plan de regels behorende Bijlage 2 Lijst van toegelaten horecatypen; b. het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning; c. het gebruik van gronden voor kamperen.
Artikel 17 Sport 17.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvelden uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sportveld'; b. ten dienste van en aan de "Sport" ondergeschikte horecavoorzieningen uit de categorie 1 zoals genoemd in de bij de regels behorende Bijlage 2 Lijst van toegelaten horecatypen.
17.2 Bouwregels
pagina 36 van 55
17.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 17.2.2 Gebouwen De volgende gebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak: a. bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van een tribune; 2. de goothoogte en bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; 3. de bouwhoogte van de tribune niet meer mag bedragen dan 8 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 45° mag bedragen. 17.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van een dug-out mag niet meer bedragen dan 2,5 m; d.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen.
17.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: e. lid 17.2.2 sub a onder 5 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCOwerelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.
17.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecavoorzieningen uit de categorie 2, 3 en/of 4, zoals genoemd in de bij de regels dit plan behorende Bijlage 2 Lijst van toegelaten horecatypen.
Artikel 18 Tuin 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. ontsluiting aanliggende percelen; c. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad';
18.2 Bouwregels 18.2.1 Algemeen
pagina 37 van 55
a. Op deze gronden mogen uitsluitend erkers aan aanliggende woningen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met uitzondering van karakteristieke bouwwerken. b. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een toegangspoort toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: 1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 4 m bedragen. 18.2.2 Bijbehorende bouwwerken (erkers) Voor het bouwen van een erker gelden de volgende regels: a. erkers zijn niet toegestaan bij karakteristieke bouwwerken b. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; c. de breedte niet meer mag bedragen dan 2/3 van de gevelbreedte van de woning. 18.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. uitsluitend op in het achtererfgebied mag worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de oppervlakte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 15 m2.
Artikel 19 Verkeer 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. straten en paden; c. bruggen en viaducten; d. voet- en fietspaden; e. groenvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. water; h. opslag van goederen en materialen ten behoeve van het beheer van wegen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - steunpunt verkeer'; i. verkooppunt motorbrandstoffen met lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; j. verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' met de voor de hiervoor noodzakelijke gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde en met inachtneming van de aangegeven dwarsprofielen ter plaatse van de aanduiding 'dwarsprofiel' dan wel in de bijlagen opgenomen dwarsprofielen.
19.2 Bouwregels 19.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg', 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' en 'specifieke vorm van verkeer - steunpunt verkeer', waarbij de volgende regels in acht worden genomen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%); c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven. 19.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
pagina 38 van 55
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 12 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer bedragen dan 10 m.
Artikel 20 Water 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. waterberging; c. waterlopen; d. bruggen en dammen, uitsluitend voor zover aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van dit bestemmingsplan; e. steigers ter plaatse van de aanduiding 'steiger' met de voor de hiervoor en voor het verkeer in en over het water noodzakelijke bouwwerken, geen gebouw zijnde en met inachtneming van de aangegeven dwarsprofielen ter plaatse van de aanduiding 'dwarsprofiel' dan wel in de bijlagen opgenomen dwarsprofielen.
20.2 Bouwregels 20.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 20.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. per bouwperceel mag maximaal één brug worden gebouwd , met dien verstande dat voor de ontsluiting van (agrarische) bedrijfsactiviteiten in plaats van een brug een dam is toegestaan; b. bestaande bruggen en dammen mogen op dezelfde locatie worden vervangen; c. de breedte van bruggen en dammen mag niet meer bedragen dan de breedte ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. een dam dient te worden voorzien van een duiker, waarvan de doorsnede tenminste 1 m bedraagt; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, gemeten ten opzichte van de hoogte van de aangrenzende oever.
20.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 20.2.2 voor het vervangen van een brug of een dam op een andere locatie, voor het verbreden van een bestaande brug of dam of voor het bouwen van een tweede brug of dam ten behoeve van de ontsluiting van een agrarisch perceel, mits: a. bij het vervangen van een brug of dam op een andere locatie de bestaande brug of dam wordt gesloopt; b. er in geval van het bouwen van een tweede brug of dam sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak; c. de rijbreedte van de brug of dam bij een woonperceel niet meer bedraagt dan 3 m, waarbij de bruto-breedte van de brug of dam in technische verhouding moet staan tot de rijbreedte; d. de rijbreedte van de brug of dam bij een (agrarisch) bedrijfsperceel niet meer bedraagt dan 10 m, waarbij de brutobreedte van de brug of dam in technische verhouding moet staan tot de rijbreedte; e. met de verbrede of nieuwe brug of dam of de verplaatste brug of dam de kernkwaliteiten van UNESCOwerelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; f. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheidssituatie.
20.4 Specifieke gebruiksregels Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend het gebruik als ligplaats voor woonschepen of recreatie- of pleziervaartuigen.
pagina 39 van 55
20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, sloten en andere watergangen te vergraven en/of te dempen. 20.5.2 Uitzonderingen Het onder 20.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op: a. werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; b. bouwwerkzaamheden zoals de aanleg van een dam met duiker overeenkomstig lid 20.2.2. 20.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt geweigerd indien door de uitvoering van de onder lid 20.5.1 bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in onevenredige mate kunnen worden aangetast.
Artikel 21 Wonen 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; b. detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; c. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; d. recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; e. drie recreatie-eenheden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieeenheid' alsmede voor: f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; g. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.
21.2 Bouwregels 21.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. b. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; c. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; d. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. 21.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:
pagina 40 van 55
a. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m, tenzij anders is aangegeven; c. het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; d. de inhoud van het woning inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 750 m3; e. de afstand van vrijstaande en aan één zijde aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens, mag niet minder dan 2,5 m bedragen. 21.2.3 Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken, waarbij aanbouwen,uitbouwen en overkappingen niet zijn toegestaan bij karakteristieke bouwwerken; b. de bouwhoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m3; c.
de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de inhoud van 750 m3; d. aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 1 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m3; e. de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; f. bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg, waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; g. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m2 , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied; h. in afwijking van het bepaalde in sub g, is ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte (m2) een totale oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan van maximaal 148 m2; i. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan; j. de karakteristiek van karakteristieke bouwwerken mag niet worden aangetast.