voorontwerp bp Buitengebied Beemster 2012 - partiele herziening 2021, bijlage kwaliteitskenmerken UNESCO werelderfgoed Droogmakerij De Beemster.pdf
Tekst van het document
Kernkwaliteiten UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij Beemster Waarden op structuurniveau
Het gebied kent de volgende waarden op structuurniveau: — assenkruis van Middenweg en Middensloot; — orthogonaal patroon van wegen en water (inclusief profielen, o.a. twee dijken); — stelsel van tochten, sloten en ringvaart (water/bemaling); bomenlanen en perspectiefwerking; blokmodules, grid van 926 x 926; — neutraal ruimteschema, zonder hiërarchie; blokken van 1852 x 1852 tot 185 x 926 (perceel) en aanpassingen richting amorfe vorm van dijk/ringvaart (mantel). Harmonisch, modulair vierkant; — oriëntatie van percelen; — occupatiepatroon op de koppen van de percelen, als gevolg van de oriëntatie van de percelen; — openheid en weidsheids (ruimtelijk patroon); — kruispunten en plein(en). Uitzondering op de regel zijn: — de ‘Tuinhoek’ (Nekkerzoom) met een afwijkende maatvoering binnen het geometrisch stelsel; — polder Kruisoord (donkergroen), een oud stuk veenland met geplooide molengang en een aangepaste verkaveling en wegenstructuur.
Ruimtelijk patroon van de Beemster en de gebiedsindeling Waarden op erfniveau
Het gebied kent de volgende waarden op erfniveau: In de huidige inrichting en opzet van de agrarische erven in de Beemster is een samenhangende (beeld)karakteristiek waarneembaar. In hoofdzaak (nog) herleidbaar vanuit historische inrichtingsprincipes, mede gebaseerd op de renaissance idealen. De karakteristieke wijze van het inrichten van het Beemster erf is terug te voeren op negen kernkwaliteiten of spelregels. Gezamenlijk bepalen zij de samenhangende en unieke ruimtelijke beleving en identiteit van de Beemster op erfniveau. Kernkwaliteiten
op erfniveau zijn vastgelegd in de rapportage “Beemster ervenis WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf.” 1. mathematische organisatie De relatie tussen[Geef een citaat uit het document of de samenvatting van een interessant punt op. Het tekstvak kan overal in het document worden neergezet. Ga naar het tabblad Hulpmiddelen voor tekenen als u de opmaak van het tekstvak voor het blikvangercitaat wilt wijzigen.] mens/gebruik en ruimte wordt via een geometrisch matenstelsel afgewikkeld. Kenmerkend voor de droogmakerij, maar ook bruikbaar voor de inrichting en de organisatie van het erf. 2. open representatieve voortuin Het voorerf wordt tot aan de achtergevel van de woning vrij gehouden van (bij)gebouwen. Over een representatieve tuin, hét visitekaartje van de bewoners, heeft men vrij zicht op de woning. 3. zonering in gebruik Het voorste gedeelte van de erf wordt gebruikt als tuin. Direct achter de achtergevel is een zone waarin het arbeidsintensieve en gemengde gebruik plaatsvindt. Vervolgens staan achterop het erf de grotere bedrijfsgebouwen.
4. erfpad, brug, entreemarkering en bomenlaan Uniek voor de Beemster is het ensemble van toegangsbrug, poort (met hek), poortwachters (bomen) en een recht erfpad met zicht op het achterliggende landschap.
5. afbakening erf Erven worden duidelijk afgebakend. Dit gebeurt met een sloot en streekeigen erfbeplanting vaak bestaand uit in ieder geval een enkele bomenrij op de rand van het erf. Alle bouwwerken zijn compact gesitueerd binnen het bouwvlak. 6. stolp (of woning) met pronkgevel Karakteristiek is de stolp (of woning) in een vooruitgeschoven positie voor op, en historisch gezien midden op, de kavel. Vaak hebben de stolpen een verbijzonderde ‘stadse’ voorgevel, met een verbijzondering centraal in de gevel (symmetrie). 7. kleine bijgebouwen direct achter achtergevel In een zone direct achter de woning staan de kleinere bijgebouwen en/of bedrijfsgebouwen. In sommige gevallen is er sprake van een aangebouwde schuur (staart). In andere gevallen zijn het vrijstaande bouwwerken. Wel zijn zij ruimtelijk in balans met de woning.
8. grote bijgebouwen achter op het erf De vaak vrij recent gebouwde, grote bedrijfsgebouwen zijn op enige afstand van de woning gesitueerd. Het zijn gebouwen ten behoeve van de (moderne) bedrijfsvoering in directe verbintenis met het (productie) landschap. 9. boomgaard en solitaire bomen Verspreid in de Beemster komen erven voor met een fraaie boomgaard voor op het perceel. Soms zelfs met sloot omrand. Vaker nog zijn prachtige monumentale bomen op het voorerf geplaatst. Soms zelfs bloeiend en niet streekeigen
Waarden op gebouwniveau of bebouwingsensemble
Het gebied kent de volgende waarden op gebouwniveau of bebouwingsensemble: — molengangen/molens; — buitens; — forten; — monumentale of beeldbepalende stolpboerderijen. Van zowel de molens als de buitens zijn slechts nog restanten aanwezig of in de ondergrond leesbaar. Wellicht dat vanuit historisch perspectief op deze plekken nieuwe initiatieven ontplooid zullen worden die teruggrijpen op deze cultuurhistorisch waardevolle plekken. Op dit moment is dit niet aan de orde. De forten van de Stelling van Amsterdam zijn bijzondere historische relicten die onderdeel uitmaken van een militairlandschappelijke stelsel. Stolpen zijn voor de Noord-Holland en specifiek voor de Beemster kenmerkende bouwwerken. Zij passen in de renaissance-idealen, zo is het grondvlak vierkant, is de opbouw symmetrisch en gaat het symmetrische piramidedak op in de hemel. Daarmee vertaalt het grote vierkantspatroon in de polder zich rechtstreeks naar de maat van het erf en de daarop geplaatste stolp.