CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

raadsvoorstel en ontwerpbesluit verordening bekostiging leerlingenvervoer Beemster 2021.pdf

Gemeenteraad 29 juni 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 7d: Voorstel tot het vaststellen van de verordening Bekostiging leerlingenvervoer Beemster 2021 (harmonisatie).7.560 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel en ontwerpbesluit

Registratienummer:

1546726

Datum voorstel:

25 mei 2021

Portefeuillehouder:

Dings

Commissie:

29 juni 2021

Gemeenteraad:

29 juni 2021

Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021 Samenvatting: In het kader van de aanstaande fusie is er één verordening nodig voor Leerlingenvervoer. Deze verordening kan na de fusie worden geharmoniseerd met de verordening die in Purmerend wordt vastgesteld. Recent is door de VNG aan de gemeenten een nieuwe modelverordening bekostiging Leerlingenvervoer aangeboden. Een verordening die betere kaders biedt om onderzoek te doen en een juiste afweging te maken bij een aanvraag voor vervoer. Daarnaast biedt deze verordening de mogelijkheid afspraken te maken over de samenwerking met de samenwerkingsverbanden en de schoolbesturen over een juiste inzet van Leerlingenvervoer. Deze nieuwe verordening ondersteunt beter onze aanpak om te doen wat nodig is voor de leerlingen en hun ouders die een beroep doen op Leerlingenvervoer.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Middenbeemster, 25 mei 2021 Aan de gemeenteraad van Beemster,

Inleiding en probleemstelling: leder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een beroep doen op het leerlingenvervoer. Wet en regelgeving De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. Tot nu toe geldt hiervoor de Verordening Leerlingenvervoer Beemster 2014. Naast voorschriften voor de wijze waarop ouders de aanvraag om een vervoerskostenvergoeding kunnen indienen, bevat de verordening criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening. Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft. Waarom een nieuwe verordening? De recente ontwikkelingen in het passend onderwijs en het sociaal domein hebben effect op het leerlingenvervoer. Er wordt meer maatwerk gevraagd en samenwerking gezocht met instanties betrokken bij de leerling. De huidige verordening geeft nu te weinig kaders om een goede afweging te maken bij een complexe aanvraag voor vervoer. Het komt meer voor dat ouders kiezen voor een specifieke school die voorziet in de onderwijsbehoefte van hun kind maar verder weg is gelegen waardoor men een beroep doet op Leerlingenvervoer.

In de nieuwe verordening zijn nieuwe bepalingen opgenomen om maatwerk te kunnen leveren en samen met aangewezen deskundigen te beoordelen over de inzet van Leerlingenvervoer. leder schooljaar moet opnieuw een aanvraag worden ingediend. Er kunnen ontwikkelingen zijn waardoor de leerling zelfstandiger wordt. De nieuwe verordening ondersteunt onze werkwijze om in gesprek te gaan wat er mogelijk is en nodig is om een leerling de juiste begeleiding te bieden en de ontwikkeling jaarlijks te volgen. Daarnaast biedt deze verordening meer duidelijkheid over hoe om te gaan met crisissituaties. In deze verordening is ook duidelijker vastgelegd dat verbinding van het Leerlingenvervoer met het passend onderwijs nodig is en het onderwerp meer aandacht krijgt op bestuurlijk niveau in het OOGO. Leerlingenvervoer en Passend onderwijs Het hogere doel van de Wet passend onderwijs is, dat iedere leerling het voor hem benodigde onderwijs zo dicht mogelijk bij huis kan vinden. Wanneer een leerling op advies van het Samenwerkingsverband VO of PO wordt verwezen naar een passende school sluit dit niet altijd aan bij de vergoeding voor de vervoerskosten, die door gemeenten wordt verstrekt. In het Leerlingenvervoer wordt uitgegaan van een vervoerskostenvergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school.

Er wordt in de huidige situatie wel regelmatig advies gevraagd aan het Samenwerkingsverband bij een aanvraag voor vervoer naar een school die blz. 2 van 5

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

verder weg gelegen is. Echter zijn hier geen afspraken over vastgelegd of kaders voor gesteld. Er is meer nodig om te voorkomen dat ouders en leerlingen de dupe worden van een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de verwijzing van het samenwerkingsverband en de regels vanuit het Leerlingenvervoer. Belangrijk is dat er afspraken komen over de inzet van een deskundige bij het Samenwerkingsverband. Een deskundige die adviseert over de meest passende school maar ook de voorwaarden van het Leerlingenvervoer hierin betrekt. (Hiervoor is een factsheet gemaakt, die is als bijlage gevoegd bij deze verordening). In de nieuwe verordening is vastgelegd dat er overleg nodig is tussen het samenwerkingsverband en de gemeente. Dit is voorgelegd aan de beide samenwerkingsverbanden en zij onderschrijven deze werkwijze. Leerlingenvervoer in het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) De nieuwe verordening biedt de mogelijkheid om het Leerlingenvervoer als een vast agendapunt op te nemen in het OOGO tussen school- en gemeentebesturen en het samenwerkingsverband. We zien in de praktijk dat bij het verwijzen naar de best passende school door het Samenwerkingsverband, de gemeente wordt geconfronteerd met hoge vervoerskosten. Er dient bij een verwijzing integraal te worden gekeken naar het passend onderwijs in samenhang met het Leerlingenvervoer.

In het OOGO kunnen hiertoe afspraken gemaakt worden over onder andere hoe het onderwijsaanbod zo kan worden georganiseerd dat een leerling een minimale reisafstand hoeft te overbruggen wat voordelig is voor de leerlingen uit Purmerend en Beemster en waardoor de kosten van het leerlingenvervoer kunnen worden beperkt. Doel van de verordening Ondanks de aanpassingen ten opzichte van de vorige Verordening, is de basisgedachte gebleven dat de Verordening bekostiging leerlingenvervoer een regeling is, die als doel heeft om ouders en verzorgers financieel te ondersteunen in de kosten die zij moeten maken wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van leerlingenvervoer. Nieuwe titel De nieuwe citeertitel is 'Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021'. Dit past bij de basisgedachte, dat het bij het leerlingenvervoer in beginsel om een bekostiging gaat. Het uitgangspunt van de regeling is bekostiging van het openbaar vervoer. Wanneer de leerling door zijn structurele handicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, zelfs niet met begeleiding, komt hij of zij in aanmerking voor aangepast vervoer (een busje). De huidige titel 'Verordening leerlingenvervoer' zou ten onrechte kunnen doen vermoeden, dat de verordening het vervoer van leerlingen regelt.

Nieuwe bepalingen Er is een aantal nieuwe bepalingen opgenomen in de Verordening, hierbij de belangrijkste: Artikel 4 Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag: De gemeente stimuleert op alle mogelijke wijzen de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. In een eerste gesprek met ouders kan onderzocht worden welke voorziening nodig is voor de leerling. Een nieuw en belangrijk element daarin is wat de leerling in het vervoer kan of kan blz. 3 van 5

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

leren en welke hulp de gemeente hierin kan bieden. Waardoor een leerling op termijn niet meer gebruik hoeft te maken van een busje maar onder begeleiding en tenslotte zelfstandig naar school kan. Artikel 5 OOGO met het Samenwerkingsverband: Door het OOGO expliciet als gremium voor Leerlingenvervoer in de verordening te benoemen wordt bevorderd dat het samenwerkingsverband en de gemeente elkaar meer spreken en afspraken maken over het leerlingenvervoer. Artikel 14: Tijdelijk verblijf buiten de gemeente: Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits is voldaan aan een aantal voorwaarden. Vervoer in crisissituaties (artikel 14) Er wordt door de zorginstanties of loket jeugd regelmatig een beroep gedaan op het leerlingenvervoer bij een crisissituatie. De voorwaarden in deze nieuwe verordening geven met artikel 14 duidelijkheid over wanneer dit mogelijk is. Vervoer vanaf een ander adres buiten de gemeente is tijdelijk mogelijk als de leerling al wordt vervoerd naar een school voor (bijvoorbeeld) speciaal onderwijs. Vervoer is niet mogelijk als een leerling naar een gewone basisschool gaat. Er zijn immers basisscholen dichterbij het nieuwe adres van de leerling beschikbaar.

Wanneer verandering van school niet wenselijk is en vervoer toch nodig is, moet in samenwerking met jeugdzorg gezocht worden naar een oplossing. Het leerlingenvervoer kan hier niet voor worden ingezet, zo is weergegeven in deze nieuwe verordening. Oplossingsrichtingen: Door de aanpassingen in de opzet en de nieuwe bepalingen die de regeling duidelijker maken voor ouders en andere betrokkenen, verdient een nieuwe verordening de voorkeur boven een wijziging van de huidige verordening. Daarbij komt dat een nieuwe verordening ook noodzakelijk is in het kader van de fusie met Purmerend. Meetbare doelstellingen: Door zelfredzaamheid en zelfstandigheid te stimuleren kan in sommige gevallen het Leerlingenvervoer worden aangepast of afgebouwd waarbij maatwerk voorop staat. Door het onderwerp Leerlingenvervoer op de agenda van het OOGO te laten terugkomen is er meer verbinding met het passend onderwijs. Financiële consequenties/risico's: Het maatwerk wat beter kan worden toegepast met deze verordening kan de kosten beïnvloeden maar dat is nu nog niet aan te geven. De regeling is een "open einde" regeling wat betekent dat de gemeente vervoer moet bekostigen voor alle leerlingen die recht hebben op vervoer. Communicatie: De verordening wordt na vaststelling gepubliceerd in het Gemeenteblad. De factsheet wordt blz. 4 van 5

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

verspreid aan de ketenpartners. Relatie met fusie: De verordening wordt tevens aangeboden aan de raad van de gemeente Purmerend om vast te laten stellen en in werking te laten treden met ingang van het nieuwe schooljaar. Na de fusie tussen de gemeenten Purmerend en Beemster wordt de verordening door de nieuwe raad bevestigd. Monitoring/evaluatie: De meetbare doelstellingen worden gemonitord: Na een schooljaar kan worden onderzocht of er effect is op het aantal kinderen wat gebruik maakt van vervoer en op het soort vervoer en welke verklaring daarvoor gegeven wordt. Na twee jaar kan worden onderzocht of de verbinding met het passend onderwijs en de aandacht op bestuurlijk niveau effect heeft op het Leerlingenvervoer. Een bestuurlijk overleg vindt hoogstens twee keer per jaar plaats, dus is er een langere periode nodig om dit te onderzoeken. Voorstel: Overeenkomstig bijgaand ontwerpbesluit de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021 vast te stellen.

burgemeester en wethouders van Beemster,

H.C. Heerschop burgemeester

H.J.C. Welage gemeentesecretaris

Bijlagen: - Raadbesluit / verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021 - Factsheet

blz. 5 van 5

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

De raad van de gemeente Beemster, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2021, gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, op artikel 4 van de Wet op de expertisecentra, op artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs en op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet, BESLUIT:

Vast te stellen de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021, luidende: Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; 2. afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; 3. begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; 4. deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige; 5. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; 6. gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; 7. inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; 8. leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel; 9.

ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek;

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

10. OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; 11. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; 12. opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; 13. ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling; 14. reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; 15. samenwerkingsverband: a. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; b.

voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of c. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; 16. school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: a. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; b. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; c. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of d. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; 17. toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; 18.

vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; 19. vervoersvoorziening:

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

a. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; b. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of c. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; 20. woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Artikel 2. Doelstelling Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 3. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2.

Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken . 3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4. Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 5. Burgemeester en wethouders kunnen het in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 6. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag 1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4. Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 6. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. Artikel 5.

OOGO met het samenwerkingsverband 1. Burgemeester en wethouders nemen het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband. 2. Burgemeester en wethouders spannen zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: a. de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; b. de deskundige die burgemeester en wethouders adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4; c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door burgemeester en wethouders worden verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school; d. de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; f. de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid;

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

3. Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a. de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband; b. de wijze waarop situaties als genoemd in artikel 8, vierde lid, kunnen worden voorkomen, dan wel op te heffen en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden; c. het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan hef vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid; Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kennen burgemeester en wethouders aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Als burgemeester en wethouders toepassing geven aan het eerste lid, verlangen burgemeester en wethouders van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer.

Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling. 5. Burgemeester en wethouders bepalen bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 6. Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 7. Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 8. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders. 2.

Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening,vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

3. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 4. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. 5.

De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel kan worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld. 3. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; b. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en c. in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder b. Artikel 9. Afstandsgrens 1.

Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer. 2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. 3. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer door de specifieke school, dan wel de ouders aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat er uitzonderlijke omstandigheden in het gezin zijn waardoor een vervoersvoorziening noodzakelijk is. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. Hierbij worden de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen betrokken.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 4. Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling. Artikel 11. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 18 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend. Artikel 12. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1.

Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden. 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met of zijn opvolgend aan de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school.

Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen maximaal 10 km van de woning of de school. 4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Burgemeester en wethouders kunnen het stagecontract opvragen. Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekken burgemeester en wethouders aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekken burgemeester en wethouders de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand. Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling, als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. de leerling gehandicapt is. 2. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand. 3.

Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; d.

de leerling, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken; of e. er een vervoersvoorziening wordt toegekend op basis van art 9, lid 3.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders de ouders vragen of op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer. 3.

Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging van burgemeester en wethouders ontvangen, wordt door burgemeester en wethouders geen bekostiging verstrekt. Artikel 21. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1. Met inachtneming van artikel 8 kennen burgemeester en wethouders desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2.

Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het derde lid bedoelde schoolvakanties.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

3. Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4. Artikel 19, aanhef en onder a, is niet van toepassing. Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan€ 27.000,- bruto wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over 6 km te boven gaan. 2. In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over 6 km, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan€ 27.000,- bruto, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.

De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor 6 km redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 4. Het inkomensbedrag van€ 27.000,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2021 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van€ 27.000,-. 5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. Artikel 24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage 1. Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2.

In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan twintig kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen (bruto) per jaar 0-35.500 35.500-42.000 42.000-48.500 48.500-55.000 55.000-62.500 62.500-69.000 69.000 en verder

Eigen bijdragen per gezin per jaar Nihil 150 630 1.180 1.725 2.270 Voor elke extra € 5.500: € 560 erbij

4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van€ 500,-. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-. 6. Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte leerlingen. Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 25. Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders . Artikel 26. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen. Artikel 27.

Overgangsbepaling De rechten en verplichtingen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening gelden met betrekking tot de toekenning van een vervoersvoorziening, blijven gelden gedurende de looptijd van het besluit, dan wel tot het moment dat er een nieuw besluit wordt genomen.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Artikel 28. Intrekking oude regeling De Verordening leerlingenvervoer Beemster 2014 wordt ingetrokken op de in het eerste lid van artikel 29 genoemde datum. Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2021 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 29 juni 2021

H.C. Heerschop voorzitter

M. Timmerman griffier

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Factsheet Leerlingenvervoer leder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een beroep doen op het Leerlingenvervoer. Kader/Wetgeving De gemeenteraad stelt de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer vast, vanuit de bepalingen in artikel 4 van de onderwijswetten (WPO,WVO en WEC). Doel De regeling heeft als doel om ouders en verzorgers financieel te ondersteunen in de kosten die zij moeten maken wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van Leerlingenvervoer. Uitgangspunten • de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling blijft bij de ouders. • In eerste instantie wordt gekeken naar een vergoeding voor openbaar vervoer (met of zonder begeleiding). De regeling is alleen voor : • Leerlingen in het basis- of voortgezet onderwijs met een structurele (niet tijdelijke) lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap; • Leerlingen in het speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs • Leerlingen die naar een basisschool met een bijzondere richting (op basis van religie of levensovertuiging) gaan en hiervoor verder moeten reizen. Voorwaarden Leerlingenvervoer wordt alleen toegekend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De afstand tussen de woning en de school moet groter zijn dan 6 kilometer.

Als de afstand huis/school minder bedraagt dan 6 km dan is vervoer alleen mogelijk voor een gehandicapte leerling 1 of als er sprake is van uitzonderlijke gezinsomstandigheden. Hierbij wordt het advies van de school meegewogen. In het advies betrekt de school de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Afhankelijk van het inkomen van ouders kan een eigen bijdrage worden gevraagd, dit geldt niet voor leerlingen in het speciaal onderwijs en geldt niet voor leerlingen die gehandicapt zijn in de zin van de verordening

1

gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in de verordening die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.

Registratienummer: 1546726 Onderwerp: Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Beemster 2021

Proces • Vooraf aan de start van elk schooljaar of bij plaatsing op een nieuwe school moet een aanvraag worden gedaan door ouders. • Wanneer ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt advies gevraagd aan een deskundige (onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school) of de onafhankelijk deskundige van het samenwerkingsverband. Waarbij moet worden aangetoond dat de specifieke en noodzakelijke behoefte van de leerling alleen door deze school kan worden geboden. • De aanvraag voor vervoer naar een school die binnen 6 km van de woning ligt moet door ouders eerst worden voorgelegd aan de school. De school stuurt het ingevulde aanvraagformulier en het advies naar de gemeente. • De gemeente gaat bij een eerste aanvraag in gesprek met de ouders om de aanvraag goed te beoordelen en te onderzoeken wat de vervoersmogelijkheden van de leerling zijn. De school en/of een deskundige worden hier zo nodig bij betrokken. • De gemeente kan in overleg met ouders een vervoersontwikkelingsplan opstellen waarin wordt vastgelegd waar de leerling qua mobiliteit naar toe kan groeien en hoe dit begeleid kan worden. Het ontwikkelingsperspectief van de leerling wordt hierin meegenomen.

• Op grond van de verordening wordt een beschikking afgegeven waarin bekostiging of een vervoersvoorziening wordt toegekend of afgewezen. • Ouders kunnen bezwaar maken tegen de beslissing van de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1270/documents/18197