raadsvoorstel en ontwerp besluit verordening Sociaal Medische Indicatie.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel en ontwerpbesluit
Registratienummer:
1547694
Datum voorstel:
25 mei 2021
Portefeuillehouder:
Dings
Commissie:
29 juni 2021
Gemeenteraad:
29 juni 2021
Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling) Samenvatting: De gemeente Beemster heeft geen specifieke regeling op het gebied van sociale en/of medische indicatie (SMI). Hierdoor moet iedere aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op basis van SMI, opnieuw bekeken en beoordeeld worden. Aangezien het vaak erg belangrijk is om in dergelijke situatie snel te handelen, is het wenselijk om hiervoor een regeling op te zetten. Zoals het nu 'georganiseerd' is, kloppen ouders die geen recht (meer) hebben op kinderopvangtoeslag (KOT) aan bij de gemeente - vaak loket Wmo, de casemanagers van Werk en Inkomen of loket Jeugd - voor een tegemoetkoming in de dure kosten van de kinderopvang. Vervolgens berekent team Werk & Inkomen op basis van een draagkrachtberekening wat ouders zelf moeten bijdragen. Deze berekening is anders dan de berekening die de belastingdienst hanteert voor KOT. Het kost vaak veel tijd voordat er duidelijkheid is over de bekostiging en al die tijd dat er geen duidelijkheid is, zit het gezin in onzekerheid en wordt mogelijk de ontwikkeling van het kind belemmerd. Door deze vorm van opvang te benaderen als preventieve maatregel om de ontwikkeling van het kind niet te belemmeren, is betrokkenheid van bijzondere bijstand niet nodig.
De berekening van de eigen bijdrage is dan niet op basis van draagkracht, maar kan gelijkgetrokken worden met de KOT. Indicatie van de opvangbehoefte ligt bij loket Jeugd en vervolgens kan de casemanager van Werk en Inkomen - op basis van het actuele inkomen de eigen bijdrage berekenen voor de ouders. Deze nieuwe werkwijze is in juni 2019 middels een SMI-verordening in Purmerend geformaliseerd. De werkwijze is in december 2020 bij Purmerend geëvalueerd en op een aantal punten aangepast in een nieuwe verordening.
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
Middenbeemster, 25 mei 2021 Aan de gemeenteraad van Beemster, Inleiding en probleemstelling: In 2005 is de Wet kinderopvang (Wko) in werking getreden en sindsdien zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderopvang op basis van sociaal medische indicatie (SMI). Hierdoor kunnen ouders met sociale, psychische of medische problemen aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming voor de opvang van hun kinderen via de SMlregeling. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen via de rijksuitkering. Gemeenten hebben veel beleidsvrijheid om deze regeling uit te voeren om maatwerk te kunnen verrichten. Er zijn geen landelijke richtlijnen en regels voor de toepassing van de regeling, de gelden zijn niet geoormerkt. De minister wil de gemeentelijke vrijheid in stand houden, om de regeling naar eigen inzicht en passend bij de lokale situatie vorm te geven. De meeste gemeenten hebben beide doelen van SMI centraal staan: 1. het ontlasten van ouders met een handicap of chronische ziekte 2. het ondersteunen van kinderen die als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand dreigen op te lopen en voor wie kinderopvang een (tijdelijke) oplossing kan zijn. Casuïstiek die de noodzaak van SMI onderstreept. Deze voorbeelden zijn ook gebruikt in het Purmerendse voorstel (de echte namen zijn veranderd).
Wegens de kleinschaligheid zouden praktijkvoorbeelden van Beemster misschien herleidbaar zijn: Dex is 4 maanden. Zijn ouders zijn verslaafd en hulpverleners vinden de thuissituatie onveilig voor Dex. Hij wordt in een pleeggezin geplaatst. Ouders zijn er kapot van. De hulpverlening stelt voorwaarden aan de ouders op basis waarvan Dex terug kan naar zijn vader en moeder. Na 6 maanden besluit de rechter dat de situatie van de ouders dusdanig verbeterd is dat Dex terug mag, mits er een derde milieu is bijvoorbeeld in de vorm van kinderopvang! Tom en Aniek zijn 1 en 3 jaar oud. Hun moeder krijgt net te horen dat ze chronisch ziek is: ze verliest haar baan en komt in de ziektewet. Omdat moeder niet werkt, stopt de kinderopvangtoeslag en kinderopvang is dan niet meer betaalbaar. Door haar ziekte kan moeder niet voor de kinderen zorgen als haar man werkt. Kinderopvang is dus noodzakelijk ... David is 2 jaar. Zijn vader heeft een dwarslaesie, dus een groot deel van de verzorging komt op moeder neer. Moeder werkt 3 dagen in de week. Omdat vader niet werkt, komen ouders niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Ze doen een beroep op de gemeente voor compensatie voor de kosten van de opvang. De gemeente voert een draagkrachtberekening uit, hiervoor wordt de hele financiële situatie tegen het licht gehouden.
Dit proces kost tijd: de ouders besluiten te wachten met de opvang, zolang ze geen duidelijkheid hebben over de kosten. Al die tijd blijft David thuis en brengt veel uren door achter de tablet ...
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
Sarah is 1 jaar. Haar jonge moeder kampt met allerlei heftige problemen. Ze kan nergens terecht, want haar familie heeft haar verstoten. Een dak boven het hoofd is voor nu het allerbelangrijkste en dan stapje-voor-stapje verder kijken. Haar dochter is haar enige houvast en motivator om door te gaan. Hulp komt langzaam op gang: de gezinsregisseur van Loket Jeugd geeft aan dat moeder eerst rust moet hebben voor ze verder kan (denken, kijken, plannen). 2 dagen opvang voor haar dochter zou moeder wat lucht geven en ruimte om dingen te regelen. Voor Sarah haar ontwikkeling zou dit ook heel goed zijn ...
Gemeente Beemster heeft geen specifieke SMl-regeling. Als kinderopvang nodig is voor een gezin, dan wordt de eigen bijdrage via de bijzondere bijstand bepaald op basis van een draagkrachtberekening. Een draagkrachtberekening gaat uit van 'wat kan een ouder zelf betalen', dat staat los van de inkomensafhankelijke bijdrage die de Belastingdienst hanteert voor het bepalen van de hoogte van kinderopvangtoeslag. In de praktijk wordt per gezin bekeken hoe de draagkracht uitvalt. Deze fase kost geregeld veel tijd en de eigen bijdrage die uit de berekening blijkt, vormt voor sommige ouders tóch een financiële drempel. Hierdoor nemen ze uiteindelijk geen, of minder opvang af dan eigenlijk noodzakelijk is. In sommige gevallen is het cruciaal om snel te kunnen handelen. Waar kan de ouder terecht, wanneer krijgt de ouder uitsluitsel, wat gaat het de ouder kosten? En al die tijd dat er geen duidelijkheid is, zit het gezin in onzekerheid en wordt mogelijk de ontwikkeling van het kind belemmerd. Oplossingsrichtingen: De werk- en denkwijze in Purmerend en Beemster is aansluiten bij wat nodig is: voor iedere inwoner, dus ook kinderen. Om snel te kunnen handelen, wat in sommige gevallen echt cruciaal is, is duidelijkheid nodig. Geen langdurige en ingewikkelde berekeningen en processen.
In juni 2019 is om die reden ook een SMI-verordening vastgesteld door de raad van Purmerend, zodat gezinnen waarbij kinderopvang nodig is op basis van sociale en/of medische indicatie, sneller worden geholpen. Belangrijkste maatregel van deze verordening heeft betrekking op de berekenwijze van de eigen bijdrage van ouders: Van draagkrachtberekening naar gemeentetoeslag → Loket Jeugd bepaalt met ouders – eventueel in overleg met betrokken professionals, zoals een medewerker van Wmo, een jeugdverpleegkundige van het CJG, een arts of maatschappelijk werker – wat nodig is in het gezin: de hoeveelheid, frequentie, duur en opvangkeuze (kinder- of peuteropvang of buitenschoolse opvang voor basisscholieren). Vervolgens kan de ouder aankloppen bij de kinderopvanglocatie en op basis van de meest actuele inkomensgegevens berekent de backoffice Jeugd de eigen bijdrage voor het gezin op basis van de tarieven die jaarlijks door het college worden besloten in het Besluit subsidiehoogte peuteropvang. De overige opvangkosten (verschil factuur en eigen bijdrage) komen voor rekening van gemeente. Loket Jeugd houdt contact met de opvang en het gezin over de ingezette ondersteuning.
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
Het voorstel is om aan te sluiten op deze verordening. Meetbare doelstellingen: - Loketten Jeugd en Wmo hebben duidelijkheid over mogelijkheid inzet kinderopvang in geval van sociale en/of medische noodzaak. - Kinderopvang kan sneller worden ingezet bij gezinnen die het nodig hebben op basis van sociaal-medische indicatie, omdat de draagkrachtberekening vervalt. - Ouders hebben direct duidelijkheid over de eigen kosten van de regeling, omdat de ouderbijdragen op onze site staan gepubliceerd. Op basis van hun inkomen kunnen ze de hoogte van de gemeentetoeslag zien. - Elke ouder betaalt op gelijke basis: op basis van inkomen. - De regeling voor SMI is dan gelijk aan die van Purmerend, vooruitlopend op de fusie. Financiële consequenties/risico’s: Vroegtijdige signalering voorkomt vaak latere, zwaardere zorg. Hierdoor zullen de kosten aan de voorkant toenemen door de drempelverlagende werking en de vaak lagere bijdrage voor de ouders. Jaarlijks klopt maximaal een handjevol Beemster gezinnen bij de gemeente aan voor een vergoeding van de kosten van kinderopvang op basis van sociaalmedische indicatie: 4 kinderen in 2019 en 2 in 2020. Kosten hiervan waren jaarlijks ca € 26.000. We weten dat als we dit als preventieve maatregel inzetten om gezinnen te ondersteunen, de vraag groter wordt. Onze ervaring in Purmerend is dat het aantal verdubbelt, zo ook de kosten.
Voor Beemster zou dit neerkomen op circa 8 kinderen, waarvoor jaarlijks een budget nodig is van ca € 50.000. Afgelopen jaren werden de uitgaven van SMI gedaan binnen het budget van bijzondere bijstand, een budget van € 26.000. Nu de regeling meer gericht wordt op vroegsignalering is € 24.000 extra nodig. Deze ruimte is beschikbaar binnen het beleidsveld Jeugd en Jeugdzorg. Bij de eerste tussenrapportage worden de middelen vanuit de bijzondere bijstand toegevoegd aan het beleidsveld Jeugd en Jeugdzorg om zo het benodigde budget voor SMI te vormen. Een en ander is budgettair neutraal. We willen de nieuwe regeling per direct inzetten, omdat dit kwetsbare gezinnen gaat helpen. Uiteraard in combinatie met andere voorliggende voorzieningen, denk aan Buurtgezinnen.nl en HomeStart. Communicatie: Via de warme lijn met de kinderopvanglocaties in Beemster en via de loketten van de gemeente en alle betrokken partners als CJG. Relatie met fusie: In Purmerend wordt sinds juni 2019 gewerkt met de SMI-verordening en de gebruikers ervaren de verordening als helpend. Het is duidelijker voor alle partijen, dus ouders en de loketmedewerkers. Als er nu een gezin uit Beemster om financiële ondersteuning vraagt op basis van SMI, is het juist schakelen naar de ‘oude’ werkwijze.
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
Monitoring/evaluatie: De SMI-regeling van Purmerend is eind 2020 geëvalueerd en op een aantal punten aangepast. De voorgestelde regeling is hier ook op aangepast. Uiteraard blijven we in gesprek over de regeling en waar nodig bijschaven. Voorstel: De verordening Sociaal Medische Indicatie gemeente Beemster 2021 vaststellen burgemeester en wethouders van Beemster,
H.C. Heerschop burgemeester
H.J.C. Welage gemeentesecretaris
NB: Het college zal na en afhankelijk van de besluitvorming door de raad, het bijbehorende aanvraagformulier ‘Tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie’ vaststellen. Bijlagen: - Raadsbesluit / verordening Sociaal Medische Indicatie gemeente Beemster 2021
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
De raad van de gemeente Beemster, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2021, gelet op artikel 149 van de gemeentewet,
BESLUIT:
Vast te stellen de Verordening Sociaal Medische Indicatie gemeente Beemster 2021 luidende: Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beemster; b. geregistreerd kindercentrum: in het landelijk register kinderopvang ingeschreven kindercentrum als bedoeld in artikel 1.46, tweede lid van de Wet kinderopvang; c. gezinsinkomen: het meest actuele jaarinkomen van een gezin over een bepaald jaar, waarmee de Belastingdienst de toeslagen berekent. Dit wordt bepaald op basis van een inkomensverklaring aangevuld met een onderbouwing van eventuele wijzigingen ten opzichte van het inkomen dat op de inkomensverklaring staat vermeld. d. inkomensverklaring: Verklaring Geregistreerd Inkomen van de Belastingdienst met inkomensgegevens over het meest recent voltooide kalenderjaar. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens: o naam en adres; o naam- en adresgegevens van de Belastingdienst; o het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven; e. kind: een inwoner van Beemster in de leeftijd van 0 tot 13 jaar; f. kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang; g. ouder: de in de gemeente Beemster woonachtige gezaghebbende ouder(s) of verzorger(s) van een kind die voldoet aan de begripsbepaling in de Wet Kinderopvang; h.
ouderbijdrage: eigen bijdrage die ouders betalen voor kinderopvang en die afhankelijk is van de hoogte van het gezinsinkomen; i. sociaal medische problematiek: lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/of psychische beperking van de ouder(s) waardoor deze onvoldoende in staat is voor het kind te zorgen en de ontwikkelingskansen van het kind hierdoor onder druk staan; j. tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van sociaal medische gronden;
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
k.
l.
voorliggende voorziening: elke mogelijkheid om in kinderopvang te voorzien waarvan door de aanvragende ouder gebruik kan worden gemaakt, waaronder andere financiële tegemoetkomingen of adequate kinderopvang in de informele sfeer; wet: Wet kinderopvang.
Artikel 2. Doelgroep De verordening is van toepassing op gezinnen waarbij kinderopvang noodzakelijk is vanwege sociaal medische problematiek bij de ouder(s). Artikel 3. Aanspraak op tegemoetkoming 1. Het college kan aan de ouder een tegemoetkoming verlenen als er naar het oordeel van het college sprake is van zodanige sociaal medische problematiek van de ouder dat zonder die tegemoetkoming een ontwikkelingsachterstand dreigt te ontstaan bij het kind en er geen voorliggende voorziening beschikbaar is. 2. Het college kan aan een externe partij sociaal en/of medisch advies vragen en intern advies vragen aan team Jeugd als het college dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag voor een tegemoetkoming. Artikel 4. Indiening van de aanvraag 1. De aanvraag voor een tegemoetkoming wordt op een door het college vastgesteld aanvraagformulier bij het college ingediend. 2. De aanvraag bevat in ieder geval: o inkomensverklaring; o motivatie van de sociaal medische indicatie; o een offerte of contract van de kinderopvang die de kinderopvang verzorgt/gaat verzorgen; o een machtiging voor rechtstreekse betaling van de tegemoetkoming aan de kinderopvang; o ondertekening van de ouder. Artikel 5. Indieningstermijn 1. De aanvraag wordt minimaal 8 weken voor de start van de kinderopvang ingediend. 2. Het college kan in bijzondere gevallen een andere indieningstermijn vaststellen.
Artikel 6. Beslistermijn 1. Het college beslist op de aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van het aanvraagformulier. 2. Het college kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste 8 weken verdagen; hiervan doet het vóór afloop van de in het eerste lid vermelde termijn mededeling aan de aanvrager. Artikel 7. Weigeringsgronden tegemoetkoming Het college weigert de aanvraag voor een tegemoetkoming indien de aanvraag niet voldoet aan hetgeen bepaald is in artikel 4 en 5.
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
Artikel 8. Ingangsdatum tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van de aanvangsdatum waarop de kinderopvang start. Artikel 9. Omvang en duur van de tegemoetkoming 1. De tegemoetkoming wordt verleend voor het aantal uren kinderopvang per week waarvoor de inzet naar het oordeel van het college noodzakelijk is. 2. De tegemoetkoming wordt vastgesteld voor maximaal 6 maanden. 3. Indien het college dit noodzakelijk acht, vindt verlenging van de tegemoetkoming plaats. 4. De verlenging van de tegemoetkoming kan maximaal 3 maal met 6 maanden verlengd worden. Artikel 10. Hoogte en betaling tegemoetkoming 1. De hoogte van de kosten van de kinderopvang zijn gebaseerd op de uurtarieven die de kinderopvang hanteert. 2. De ouder betaalt een ouderbijdrage voor de kosten van de kinderopvang op basis van het gezinsinkomen. Deze bijdrage is gelijk aan de bijdrage die ouders hadden moeten betalen als ze gebruik hadden gemaakt van de kinderopvangtoeslagregeling van de Belastingdienst en wordt ieder jaar opnieuw berekend op basis van de vastgestelde tarieven van de Belastingdienst. Uitzondering hierop is de laagste inkomenscategorie zoals genoemd in het Besluit subsidiehoogte peuteropvang gemeente Beemster van hetzelfde jaar: ouders met een inkomen in deze categorie betalen geen eigen bijdrage. 3.
De berekening van de tegemoetkoming per uur bestaat uit het verschil tussen de kosten kinderopvang en de ouderbijdrage. 4. De betaling van de tegemoetkoming vindt rechtstreeks plaats aan de kinderopvang op basis van een maandelijkse factuur met het vastgestelde bedrag als bedoeld bij lid 3. Artikel 11. Inlichtingenplicht De ouder doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan, uit eigen beweging, schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot een wijziging van de tegemoetkoming. Artikel 12. Herziening, intrekking en terugvordering Het college herziet het recht op tegemoetkoming of trekt dit in: a. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 11 heeft geleid tot een ten onrechte toegekende tegemoetkoming; b. Indien anderszins een tegemoetkoming ten onrechte bedrag verstrekt is; c. Indien het college een besluit tot herziening of intrekking heeft genomen, vordert het college de ten onrechte of teveel verstrekte tegemoetkoming terug. Artikel 13. Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze verordening.
Registratienummer: 1547694 Onderwerp: Preventieve inzet kinderopvang voor kinderen (SMI-regeling)
Artikel 14. Hardheidsclausule Het college kan ten gunste van het kind of de ouder afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien de toepassing van de verordening zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 15. Overgangsbepalingen 1. Ouders die al een tegemoetkoming ontvangen voor sociaal medische indicatie op het moment dat deze verordening in werking treedt, behouden dit recht tot maximaal 6 maanden na inwerkingtreding van deze verordening, mits de noodzaak nog altijd aanwezig is. Na 6 maanden vindt opnieuw een beoordeling plaats op basis van deze verordening. 2. Heeft deze verordening een gunstiger werking voor de ouders die al een tegemoetkoming ontvingen voor sociaal medische indicatie, dan vindt een herziening plaats met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening sociaal medische indicatie gemeente Beemster 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 29 juni 2021.
H.C. Heerschop voorzitter
M. Timmerman griffier