overzicht aanpassingen verordening jeugdhulp gemeente Beemster 2022.pdf
Tekst van het document
Aanpassingen Verordening jeugdhulp 2022 Oude situatie
voorstel 2022
Hoofstuk 1: begripsbepalingen Hoofd-en onderaanemerschap
Primaire partij en aanvullende partij
Loket jeugd
Lokaal team wat opgesplitst is in loket jeugd en jeugdoverleg (in de wijk)
H2: Algemene voorzieningen In de huidige verordening zijn er aparte artikelen voor ‘beschikbare algemene voorzieningen’ en ‘jeugdteams’ opgenomen, terwijl de voorziening voor ‘huiselijk geweld en kindermishandeling’ ontbreekt.
H 2: algemene uitgangspunten 2.1: Extra hoofdstuk/artikel om de transformatie doelen extra te benadrukken 2.2.: Afbakening van de Jeugdwet gericht op het normaliseren H3: Algemene voorzieningen In dit hoofdstuk is een opdeling gemaakt in toegang algemene voorzieningen en vormen van algemene voorzieningen. Hierin is ook Veilig thuis opgenomen. H3A: werkzaamheden lokaal team Een extra hoofdstuk tov huidige verordening: hier wordt het lokale team in algemene zin beschreven. In de lokale verordening is afgeweken van het regionale concept door de aparte werkwijze van Purmerend. Er is een duidelijk onderscheid gemaakt in de werkwijze van het loket jeugd en het jeugdoverleg (in de wijk). Artikel 3.5 Artikel 3.6 intensief vrijwillige hulp is extra toegevoegd. ( bekend als preventieve jeugdbescherming)
H3 individuele voorzieningen In de huidige verordening is de toegang tot specialistische jeugdhulp beschreven op hoofdlijnen.
H4 individuele voorzieningen De toegang tot een individuele voorziening wordt in algemene zin beschreven. In hoofdstuk 5 paragraaf 2 wordt het toegangsproces stapsgewijs beschreven. Dit maakt het proces inzichtelijker en beter leesbaar voor de lezer. Artikel 4.2 gebruikelijke hulp en eigen kracht is toegevoegd wegens de vraag vanuit de uitvoering om meer kaders te scheppen omwille van het maken van een juiste beoordeling van een hulpvraag.
H3 paraaf 1: soorten individuele voorzieningen
Hoofdstuk 5: soorten individuele voorzieningen In vergelijking tot de huidige verordening is een tweetal vormen van specialistische jeugdhulp toegevoegd: jeugdhulp met verblijf en vervoersvoorzieningen. - Art 5.3 jeugdhulp met verblijf vloeit voort uit de aanbesteding 2022 waarin dit een specifiek uitgesplitst onderdeel is van hoogspecialistische jeugdhulp
-
Art 5.5 vervoersvoorziening is toegevoegd gezien de structurele vragen vanuit de uitvoering betreffende vervoer in het kader van de jeugdwet. Dit artikel biedt zowel de inwoner als het lokale team duidelijkheid over dit onderwerp.
Het oude artikel 3.4 ‘Overige individuele voorzieningen jeugdhulp is komen te vervallen. Dit artikel betrof (hoog-)specialistische jeugdhulp, die alleen landelijk beschikbaar is, waarmee het inhoudelijk eigenlijk niets toevoegde. H3 paraaf 2 toegang specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp. Artikel 3.5 - 3.5 Algemeen - 3.6 Criteria en afwegingsfactoren bij toekenning - 3.7 Weigeringsgronden voor een individuele voorziening
Paragraaf 2: Toegang individuele voorzieningen In deze paragraaf wordt een splitsing gemaakt in de verschillende onderwerpen die samenhangen met de toegangsprocedure. In afwijking van de vigerende verordening artikel 3.7 Weigeringsgronden voor een individuele voorziening is in deze conceptverordening geen artikel met weigeringsgronden opgenomen. Een dergelijke bepaling is ook niet (meer) opgenomen in enige andere in beschouwing genomen verordening inclusief de nieuwe Verordening maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2020. De in genoemd artikel opgenomen weigering, omdat niet aan de criteria wordt voldaan, lijkt overbodig en de weigering wegens het niet verstrekken van gegevens en bescheiden is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht, die in artikel 4:5 eerste lid onder c. alleen de mogelijkheid biedt te besluiten een aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Art 5.6 melding is nieuw opgenomen om het onderscheid te verduidelijken tussen een melding en een aanvraag.
-
3.8 het onderzoek
Art 5.7 onderzoek en aanvraag is een uitgebreidere beschrijving en dermate vormgegeven dat beperking van de handelingsvrijheid van het loket jeugd minimaal is en maatwerk mogelijk blijft. - Lid 1: geeft een uitgebreidere weergave van de inhoud van het onderzoek. Dit schept duidelijkheid voor de inwoner over wat men kan verwachten. Ook leidt dit tot een meer uniforme manier van werken door de lokale teams.
-
-
Art 3.9 besluit individuele voorziening De huidige verordening geeft weer dat ouders een beschikking ontvangen wanneer zij hierom vragen (art 3.9 lid 5).
Lid 2:Het familiegroepslplan is opgenomen, welke niet in de oude verordening was opgenomen maar wel in de wet genoemd wordt. De positie/ waarde van het perspectiefplan wordt in dit artikel onder de aandacht gebracht Lid 6: Hier is extra opgenomen dat het lokale team signaleert in de Verwijsindex risicojongeren.
Art 5.8 inhoud beschikking Ook de Adviesraad stelt hier vragen over. Uit art 3.9.5 blijkt niet waarom alleen op verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders een beschikking wordt afgegeven. Het lijkt logischer hoe dan ook een beschikking af te geven. Geldigheid beschikking is opgenomen in dit artikel Art 5.9 Herleven
Art 3.9 lid 3 van de huidige verordening Lid 1 is gelijk aan art 3.5 lid 5 van de huidige verordening. ( het onderzoek kan achterwegen gelaten worden wanneer…)
Art 5.10 Geen onderzoek Lid 2 en 3 zijn een aanvulling vanuit voorwaarden gesteld in de nieuwe aanbesteding 2022. Lid 3 staat gelijk aan art 3.8 lid 5 in de huidige verordening met als aanvulling dat deze regeling niet van toepassing is op een PGB aanvraag. Art 5.11 Crisis procedure Dit is een nieuw artikel tov de huidige verordening. De behoefte aan verduidelijking betreffende crisis is groot zowel bij de lokale teams alsmede bij de jeugdhulpaanbieders. Art 5.12 Overbruggingshulp: Dit is een nieuw artikel tov de huidige verordening. Zowel vanuit de lokale teams, de jeugdhulpaanbieders en de Adviesraden is behoefte aan verduidelijking op dit onderdeel. Art 5.13: toegang via de gecertificeerde instellingen. Dit is een nieuw artikel tov de huidige verordening. Paragraaf 3: Toegang EED De toegang dyslexie kent een geheel eigen procedure welke in de huidige verordening niet
is weergegeven. In dit hoofdstuk wordt hier aandacht aan besteed alsmede in de artikelsgewijze toelichting op dit hoofdstuk. Paragraaf 4 PGB ( nadere regels zijn opgenomen in de verordening)
Artikel 3.10 Het pgb-plan
Art. 5.15 het PGB Dit artikel is gelijk aan paragraaf 3 art 3.10 het pgb plan van de huidige verordening. Aan dit artikel zijn criteria toegevoegd gericht op de kwaliteit van de hulp, de kosten en het gebruik van het PGB. (art 5.14 lid 2 d en e en lid 3) ook zijn de nadere regels 2018 toegevoegd aan dit artikel. Art 5.16 Hoogte van het PGB Dit artikel staat gelijk aan art 3.11 in de huidige verordening. Aan toegevoegd zijn de categorieën jeugdhulp welke in de nadere regels 2018 waren opgenomen. Het vrijbesteedbaar bedrag wat opgenomen was in de nadere regels Beemster is komen te vervallen. Ook is komen te vervallen dat een PGB aanbieder ingezet mag worden tegen een hoger tarief dan de PGB tarieven zonder vrijwillige bijdrage. Art 5.17 onderscheid professionele- niet professionele hulp Dit is een nieuw artikel. Een toevoeging van dit artikel is noodzakelijk om helderheid te scheppen over het onderscheid in vormen van jeugdhulp in het kader van een PGB. Ook Schullinck adviseert dit op te nemen in de verordening. Art 5.18 Algemene voorwaarden PGB Voorwaarden mogen in de verordening worden vastgelegd, niet in de nadere regels. Dit is opgenomen in de nieuwe verordening. Een splitsing in voorwaarden schept overzicht.
Art 5.19 Voorwaarden PGB professionele hulp Art 5.19 voorwaarden PGB niet professionele hulp H6 Nieuwe feiten en omstandigheden Artikel 6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering of opschorting Dit artikel bevat een extra lid: 2f waarin overbelasting van ouders is opgenomen.
Lid 3,4,5,6 zijn extra toegevoegd ter verduidelijking voor zowel inwoners als de lokale teams. H7 clientondersteuning, vertrouwenspersoon en klachten Dit is een nieuw hoofdstuk tov de huidige verordening. Zaanstad heeft dit hoofdstuk reeds in de verordening opgenomen. Regionaal wordt dit geïmplementeerd binnen alle gemeenten. Hiermee voldoen we ook aan het advies van de Adviesraad dit op te nemen in de nieuwe verordening 2022. H8 Afstemming In vergelijking met de vigerende verordening is dit een nieuw hoofdstuk. Ten aanzien van de afstemming met andere voorzieningen is thans niets geregeld. De Jeugdwet geeft echter in artikel 2.9 onder b. duidelijk opdracht om hierover wel regels te stellen in de verordening. Ook vanuit de lokale teams is de behoefte hier meer duidelijkheid over te geven in de verordening. Art 8.1 Toekomstplan naar volwassenheid Vloeit voort uit de wet. Was niet eerder opgenomen in de verordening maar is wel noodzakelijk. Ook in de nieuwe aanbesteding zijn hier met de zorgaanbieders expliciete afspraken over vastgelegd. Dit om te voorkomen dat jongeren onnodig lang in de specialistische jeugdhulp verblijven of het vervolg niet op de jongere is afgestemd. Staat gelijk aan art 4.1 in de huidige verordening.
De inhoud van dit hoofdstuk is gelijk getrokken met de inhoud van de verordening Zaanstad waardoor er regionaal met dit concept wordt vastgelegd wat de boring afspraken zijn.
H9 Waarborging prijs-kwaliteit
H10 Clientparticipatie Dit is een nieuw hoofdstuk tov de huidige verordening. Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.3 Inwerkingtreding Hierin is extra opgenomen dat de verordening jeugdhulp 2022 met terugwerkende kracht geldig is vanaf 1-1-2022 ook wanneer publicatie na deze datum zal plaatsvinden. De artikelsgewijze toelichting is uitgebreider vormgegeven om de lezer in meer eenvoudige taal uitleg te geven en om meer uitleg te geven o.a. aan de transformatiedoelen en de afspraken vanuit de nieuwe inkoop 2022. Voorbeelden hiervan zijn begrippen als “zo thuis mogelijk opgroeien” en “ontzorgen”.