notitie belastingharmonisatie Purmerend-Beemster 5 januari 2021.pdf
Tekst van het document
Voorstel harmonisatie lokale heffingen nieuwe gemeente Purmerend
College van B&W van Beemster (reg.nr. 1538486) College van B&W van Purmerend (reg.nr. 1538485) Versie 5 januari 2021
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.
Inleiding Voorstellen Lokale lastendruk Financiële consequenties en vervolg
1.
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Op 7 februari 2020 is in de Klankbordgroep gesproken over de aanpak van de belastingharmonisatie van Beemster en Purmerend voor 2022 en verder. De wet is duidelijk: de belastingverordeningen van de gemeente Beemster en de gemeente Purmerend zijn zonder besluitvorming hierover voor het oorspronkelijke grondgebied nog 2 jaar rechtskracht voor het oorspronkelijk grondgebied tenzij de nieuwe gemeenteraad de verordeningen eerder vervallen verklaard. Deze algemene regeling is niet van toepassing op de onroerendezaakbelastingen (OZB). De verordening OZB van Beemster houdt met ingang van 1 januari 2022 op te bestaan. De raad van de nieuwe gemeente kan binnen drie maanden na deze datum van herindeling besluiten tot vaststelling van een verordening OZB voor de nieuwe gemeente Purmerend. Deze zal dan met terugwerkende kracht gaan gelden met ingang van de datum van herindeling. In de bespreking van 7 februari is aangegeven dat de Bestuurlijke Stuurgroep streeft naar de situatie dat alle inwoners van de nieuwe gemeente per 1 januari 2022 te maken hebben met dezelfde tarieven. Dat houdt in dat vóór 1 januari 2022 de gemeente Beemster en de gemeente Purmerend dezelfde belastingverordeningen hebben vastgesteld, behalve de OZB.
Tevens is als uitgangspunt gehanteerd dat de macro opbrengst van de lokale heffingen in de nieuwe gemeente niet hoger is dan die van Beemster en Purmerend samen. Na de vergadering van 7 februari 2020 zijn per heffing factsheets gemaakt met de tarieven en opbrengsten, gegevens, ‘best of both worlds’ en een analyse van de consequenties eindigend met enkele cruciale politiek-bestuurlijke vragen als ‘werken we met een eenpersoons en meerpersoons tarief bij de afvalstoffenheffing?’, ‘wilt u in enige mate huurders ontlasten ten laste van eigenaren?’. Op basis van die factsheets is een oplegnotitie gemaakt getiteld ‘Discussienotitie harmonisatie lokale heffingen nieuwe gemeente Purmerend’. Deze notitie is gepresenteerd in de klankbordgroep van 15 juni. In die vergadering is afgesproken dat er gelegenheid was tot het stellen van technische vragen tot 1 juli en is aan de fracties gevraagd om uiterlijk 1 september een format in te vullen met een standpunt over het systeem van de heffing. Aan beide hebben de fracties gehoor gegeven. Er zijn 74 technische vragen beantwoord en de ingeleverde formats met standpunten vertegenwoordigen 94% van de raadsleden. De inventarisatie van de opgehaalde fractiestandpunten is digitaal gepresenteerd op 6 oktober.
Naar aanleiding daarvan zijn op 16 november de belangrijkste vier discussiepunten door u besproken in een gezamenlijke commissievergadering, te weten: het tarief van de OZB, het systeem van de afvalstoffenheffing, het systeem van de rioolheffing en de heffing van hondenbelasting in de nieuwe gemeente. In diverse verbanden hebben leden van de raden van beide gemeenten in het afgelopen jaar met elkaar gesproken over alle aspecten van de lokale heffingen: uitgebreid en zorgvuldig. Er is wat de colleges betreft reden om te zeggen dat dit proces tot op heden goed is verlopen. Op basis van het voorwerk en de bespreking op 16 november hebben de beide colleges een voorstel gemaakt voor de keuzes in de lokale heffingen. Na bespreking van dit voorstel worden de onderdelen ter besluitvorming opgenomen in de Kadernota 2022. Leeswijzer: In hoofdstuk 2 zijn de harmonisatievoorstellen van de gezamenlijke colleges opgenomen In hoofdstuk 3 worden de effecten op de lastendruk vermeld op basis van de laatst vastgestelde tarieven In hoofdstuk 4 worden de financiële consequenties samengevat en het vervolgproces geschetst. 2.
2.
Voorstellen
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk treft u de voorstellen van de colleges van Beemster en Purmerend aan voor de lokale heffingen vanaf 2022. Omdat u in de afgelopen 2 jaar uitgebreid geïnformeerd bent over de achterliggende gegevens van de heffingen, hebben de beide colleges de voorstellen voor de tarieven samengevat weergegeven met een korte motivatie. 2.2 (On)roerende zaakbelastingen Argumentatie: Als de onroerende zaakbelastingen woningen van Purmerend en Beemster voor 2022 tezamen opnieuw worden berekend, is er zoals bekend op basis van de tarieven 2020 sprake van een stijging in Purmerend met 3% en een verlaging in Beemster van 16%. Bespreking van dit aspect maakte duidelijk dat dit voor veel fracties in Purmerend een bezwaar is. De colleges achten het daarom wenselijk om dit gevolg van de harmonisatie niet te laten gebeuren. Dat betekent heel concreet dat het OZB tarief woningen van de gefuseerde gemeente gesteld wordt op het tarief van Purmerend. Gevolg is dat hierdoor de gezamenlijk OZB-opbrengst woningen € 344.000 lager uitkomt op basis van de tarieven 2020. De € 344.000 is op basis van de tarieven 2021 € 370.000. De € 370.000 plus indexatie wordt als nadeel meegenomen in de Kadernota 2022 en in dat verband van dekking voorzien.
Voorstel: • De opbrengst OZB woningen in de begroting 2022 met € 370.000 plus indexatie structureel af te ramen zodat de tarieven 2022 OZB in Purmerend niet stijgen als gevolg van de fusie. • Deze inkomstenderving te betrekken in de voorstellen van de Kadernota 2022. Er is geen harmonisatievraagstuk voor OZB niet woningen. De raad van Beemster heeft in 2019 besloten dat tarief naar het Purmerendse tarief te laten groeien in 3 jaar. De tarieven roerende zaakbelastingen zijn gelijk aan die van de onroerende zaakbelastingen. 2.3 Afvalstoffenheffing Argumentatie: Purmerend heeft één tarief voor afvalstoffenheffing, Beemster twee: één voor meerpersoonshuishoudens en één voor eenpersoonshuishoudens. De gedachte erachter is duidelijk: over het algemeen hebben eenpersoonshuishoudens minder afval dan meerpersoonshuishoudens en daarom betalen ze minder. Het systeem van twee tarieven heeft een ruime voorkeur gekregen in de inventarisatie van standpunten en ook de colleges achten dit het meest recht doen aan de feitelijke kosten per inwoner. Een ander belangrijk aspect is de hoogte van de tariefdifferentiatie. In Beemster is het eenpersoons tarief 71% van het meerpersoonstarief. Hier is geen actuele opbouw voor, het is echter al ruim 20 jaar dit percentage.
Het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing 2020 in Nederland (COELO-atlas 2020) is 229 euro voor eenpersoons huishoudens en 283 euro voor meerpersoons huishoudens. Het percentage is dan 81%. Bij de mediaanberekening (208/266) is dit 78% (in 2019: 76%). De mediaan is het tarief dat op het midden van de rangorde van alle gemeenten staat. De colleges stellen voor om een tariefdifferentiatie van 80% te hanteren omdat dit het dichtst staat bij het gemiddelde tarief en de mediaanberekening. 3.
Bij de samenvoeging van de tariefsopbouw moeten 2 correcties in de kosten van Beemster worden doorgevoerd. Dat is ten eerste de straatreiniging. De doorbelasting in het tarief Beemster is te hoog, dit aandeel mag op grond van jurisprudentie maximaal 1/3e van de kosten zijn. Het effect hiervan is € 50.000 minder kosten. Dat is ten tweede de berekening van de overhead (in Purmerend 53% over de toegerekende loonkosten). De herberekening van de overheadkosten inclusief Beemster leidt tot circa € 131.000 hogere kosten. Per saldo zal er € 81.000 meer worden toegerekend aan het tarief. Dat is voordelig voor de begrotingsruimte. Voorstel: • In te stemmen met de invoering van een tarief voor eenpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens voor de afvalstoffenheffing in de nieuwe gemeente waarbij het tarief voor eenpersoonshuishoudens 80% is van het tarief voor meerpersoonshuishoudens. • Een bedrag van afgerond € 81.000 mee te nemen als voordeel voor de begrotingsruimte vanwege de wijziging van de samengevoegde kostenopbouw afvalstoffenheffing. 2.4 Rioolheffing Argumentatie: Beemster heft rioolheffing van eigenaren. Purmerend heft rioolheffing van eigenaren, verbruikers en grootverbruikers (> 300 m3 lozen). Er is een ruime voorkeur geïnventariseerd voor het systeem van Purmerend.
Dit leidt er toe dat huurders in Beemster net als in Purmerend rioolheffing gaan betalen, lees: een verhoging van de woonlasten. In de bespreking van 16 november is echter ook een derde variant voor veel fracties bespreekbaar geworden indien deze duidelijk uitgewerkt wordt: namelijk een eigenarenheffing in combinatie met een grootverbruikerstarief. Dat is in feite een tussenvariant. De eigenarenheffing komt op de gecombineerde aanslag. Het grootverbruikerstarief gaat via een aangifteformulier. De colleges hebben hier een voorkeur voor waarbij het tarief van de grootverbruiker wordt verhoogd ten opzichte van de huidige situatie. De argumentatie voor dit voorstel is: - Er zijn voor circa € 225.000 minder kosten omdat er bij eigenaren nagenoeg geen kwijtschelding is. - Inwoners uit sociale huurwoningen krijgen niet te maken met rioolheffing omdat deze heffing niet mag worden doorgezet in de huren (die worden anders bepaald). De woonlasten voor huurders in Purmerend worden verlaagd en die van Beemster stijgen niet. - Het principe van ‘de vervuiler betaalt’ blijft in tact. In Purmerend is bij een regulier huishouden de verhouding van het tarief nu: 63% eigenaar en 37% gebruiker. Het tarief van de gebruiker is daardoor 59% van het eigenarentarief.
Tegen het huidige tarief van Purmerend (afgerond 73 euro) zal de grootverbruikersheffing in de nieuwe gemeente naar verwachting circa € 240.000 opbrengen. Het voorstel is dit min of meer verdubbelen om zo het voordeel ten opzichte van kleinverbruikers (kleinlozers) te benadrukken. Hierdoor wordt het tarief grootverbruikers 143 euro per eenheid van 300 m3 zijnde 75% van het eigenarentarief. Het voorstel is om dit een vaste regel te maken: het grootverbruikerstarief is 75% van het eigenarentarief per eenheid van 300 m3. Bij de samenvoeging van de tariefsopbouw moeten 2 correcties in de kosten van Beemster worden doorgevoerd. Dat is ten eerste de straatreiniging. De doorbelasting in het tarief Beemster is te laag, dit aandeel mag op grond van jurisprudentie 1/3e van de kosten zijn. Het effect hiervan is € 10.000 hogere kosten. Dat is ten tweede de berekening van de overhead (in Purmerend 53% over de toegerekende loonkosten). De herberekening van de overheadkosten inclusief Beemster leidt tot circa € 18.000 hogere kosten. Per saldo zal er € 28.000 meer worden toegerekend aan het tarief. Dat is voordelig voor de begrotingsruimte. 4.
Voorstel: • In te stemmen met de invoering van een eigenarentarief voor de rioolheffing in combinatie met een grootverbruikersheffing niet-woningen vanaf 300 m3 watergebruik met een tarief van 75% van het eigenarentarief per eenheid van 300 m3 watergebruik. • Een bedrag van afgerond € 28.000 mee te nemen als voordeel voor de begrotingsruimte vanwege de wijziging van de samengevoegde kostenopbouw rioolheffing. 2.5 Hondenbelasting Argumentatie: Hondenbelasting brengt in Purmerend jaarlijks € 418.000 op (begroting 2021). De verordening van Purmerend heeft vrijstellingen voor blindengeleidenhonden, gehandicapten assistentiehonden, honden in voorraad van fokkers, jonge honden tot 3 maanden bij de moederhond, politiehonden en honden in een asiel. In Purmerend is een meerderheid voor instandhouding van het tarief. In de beraadslagingen is er in Beemster geen bezwaar tegen invoering in de nieuwe gemeente als erfhonden worden uitgesloten. In Purmerend bestaat er geen bezwaar tegen deze extra vrijstelling. Het vrijgestelde gebied zal bij de verordening op kaart worden weergegeven. De Purmerendse tarieventabel is een enkele regel: het tarief per hond per belastingjaar is € 78,00. De opbrengst hondenbelasting is in Purmerend is € 418.000. Het aantal geraamde honden is derhalve: 5.359. Dat betekent een percentage van 6,6% van de inwoners (Purmerend 1-12-2020: 81.725).
Als we dit op Beemster (Beemster: 1-12-2020: 10.078) zouden toepassen, zou dit ca. 660 honden betekenen. Opbrengst afgerond € 50.000. In Purmerend is het beeld dat de opbrengst van de heffing min of meer gelijk is aan de uitgaven voor de uitvoering van hondenbeleid. In de bespreking was er geen meerderheid voor invoering hondenbelasting in Beemster, mede ook omdat er geen voorzieningen in Beemster tegenover staan. Er bestaat echter geen vastgelegde koppeling. Naar de mening van de beide colleges is het goed hier duidelijkheid over te krijgen door dit aan de nieuwe gemeenteraad voor te leggen. Het voorstel is om de verordening voor 2022, voor de nieuwe gemeente, zowel door de gemeenteraad van Beemster als door de gemeenteraad van Purmerend te laten vaststellen. De meeropbrengst van € 50.000 wordt gereserveerd. Als de nieuwe raad een koppeling wil, dan is er budget voor uitvoering van hondenbeleid in Beemster. Als de nieuwe raad geen voorstander van de koppeling is, dan kan het budget vrijvallen.
Voorstel: • In te stemmen met de invoering van hondenbelasting voor de hele gemeente per 1-1-2022 met een vrijstelling voor het bezit van honden buiten de bebouwde kom; • De extra opbrengst ad € 50.000 voor hondenbeleid in Beemster te reserveren als budget op het overzicht algemene dekkingsmiddelen en aan de nieuwe gemeenteraad een voorstel te doen om de opbrengst hondenbelasting te koppelen aan de uitgaven hondenbeleid.
5.
2.6 Toeristenbelasting Argumentatie: Purmerend en Beemster heffen beide toeristenbelasting. Er is sprake van een tariefverschil. Het tarief Beemster 2021 is € 2,25 en het tarief Purmerend 2021 is € 1,65. Voor de factsheet toeristenbelasting zijn de tarieven 2020 van de regio opgevraagd: - Zaanstad: € 7,00 - Waterland: € 2,50 - Alkmaar: € 2,41 - Hoorn: € 2,54 - Edam-Volendam: € 2,02 - Wormerland: € 1,60 - Beemster: € 2,20 - Purmerend: € 1,60 Omdat Purmerend een relatief laag tarief heeft, is voorstel om het tarief toeristenbelasting te harmoniseren naar het tarief van Beemster. Het voorstel is om het tarief van Beemster 2021 plus de verwachte CPI index 2022 als het nieuwe tarief voor de nieuwe gemeente Purmerend te hanteren. Dit levert een begrotingsvoordeel van ca. € 28.000 op. Voorstel: • In te stemmen met het tarief 2022 voor de nieuwe gemeente Purmerend zijnde het tarief Beemster 2021 (2,25 p.p.p.n.) plus de dan geldende CPI index en hierdoor een opbrengst van € 28.000 mee te nemen in de Kadernota. 2.7 Precariobelasting Argumentatie: Purmerend heft precariobelasting. Voor het Centrumgebied (historische Binnenstad) gelden voor deze heffing hogere tarieven dan in de rest van Purmerend. Een zomerterras op de Koemarkt heeft ook een eigen tarief. Beemster kent geen precariobelasting.
Op grond van de inventarisatie van de standpunten is er steun om precariobelasting per 1 januari ook op het grondgebied van Beemster te heffen waarbij in Beemster hetzelfde (lagere) tarief gaat gelden als overig Purmerend. De verwachting is dat dit op basis van inwonertallen zo’n € 25.000 zal opleveren. •
In te stemmen met de invoering van precariobelasting voor de hele gemeente per 1-1-2022 waarbij Beemster onder de tarifering van ‘overig Purmerend’ zal vallen en hierdoor een opbrengst van € 25.000 mee te nemen in de Kadernota als voordeel voor de begrotingsruimte.
2.8 Begraafrechten en leges Voor begraafrechten zijn de harmonisatievraagstukken: a) de wijze van kostentoerekening; b) de termijnen voor begraven en c) het wel of niet in rekening brengen van onderhoudsrechten. Omdat de begraafrechten horen bij een beheerverordening is het zaak deze eerst te herzien. De wijze van salarisen overheadtoerekening zal geüniformeerd worden in de begroting 2022 waarbij er voor de overhead een opslagpercentage voor de binnendienstmedewerkers (hoog) en de buitendienstmedewerkers (laag) zal worden opgenomen. Daarbij zal er op basis van de verschillende type begraafplaatsen ook verschil in tarieven kunnen blijven: het beheer van de begraafplaats Purmerend is intensiever dan in Beemster. Na de harmonisatie van de beheerverordening worden de tarieven pas aangepast. Tot die tijd blijven de bestaande verordeningen van kracht. Deze koers kan rekenen op brede steun in de inventarisatie. Er wordt om die reden in de Kadernota geen voorstel hiervoor voorgelegd. 6.
Voor leges zitten er diverse verschillen in de tabel en het voorstel is deze verschillen via een inhoudelijk voorstel apart aan de raad voor te leggen. Het gaat om een herschikking van de tarieven voor trouwen/geregistreerd partnerschap, tarieven huisvestingszaken en evenementvergunningen. Dit zal financieel van een beperkte orde zijn en technisch uitgewerkt worden. Het gaat echter vooral om titel 2 (fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning). In deze titel zitten verschillen tussen beide gemeenten in de zin dat Purmerend kortingsbepalingen voor energiemaatregelen en groene daken heeft. Omdat titel 2 vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet helemaal moet worden veranderd, is een extern bureau hiervoor ingeschakeld. De resultaten van de herziening van de legesverordening zullen separaat aan de raden worden voorgelegd. Er wordt om die reden in de Kadernota geen voorstel hiervoor voorgelegd.
7.
3.
Lokale lastendruk
3.1 Inleiding Zoals afgesproken worden in deze notitie de effecten van de voorgestelde beslissingen voor u vertaald naar de lokale lastendruk. Als het gaat om de lokale lastendruk wordt er veelal gekeken naar het totaal van OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Het effect van de voorstellen op deze tarieven wordt toegepast voor de eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens in een huurwoning en in een koopwoning. Hierbij is uitgegaan van de laatst vastgestelde tarieven voor 2021. 3.2 Tarieven 2021 In de begrotingsraden zijn door de gemeenteraden van Beemster en Purmerend in november 2020 de tarieven 2021 vastgesteld. In de factsheets werd nog uitgegaan van de tarieven 2020. Onderstaand treft u de meest recente tarieven voor de beide gemeenten: Tarief
Beemster
Purmerend
Onroerende zaakbelasting eigenaar woningen
0,1104%
0,0896%
Gemiddelde WOZ-waarde woningen
406.600
280.575
Onroerende zaakbelasting eigenaar niet woningen
0,1775%
0,1971%
Onroerende zaakbelasting gebruiker niet woningen
0,1664%
0,1911%
Afvalstoffenheffing eenpersoons huishouden
240,48
354,00
Afvalstoffenheffing meerpersoons huishouden
339,24
354,00
Rioolheffing eigenaar
247,08
124,08
Rioolheffing gebruiker
72,72
Hondenbelasting
-
78,00
Toeristenbelasting
2,25
1,65
3.3 Lokale lastendruk Als het gaat om de lokale lastendruk wordt er veelal gekeken naar het totaal van OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Op dit moment is de lokale lastendruk in beide gemeenten als volgt (tarieven 2021): Aanslag
Huurder/
Eenpersoon Beemster Meerpersoons Beemster
huurder
Eenpersoon Purmerend
huurder
Meerpersoons Purmerend
huurder
Eenpersoon Beemster
eigenaar (WOZ-
OZB
Afvalstoffen-
Riool-
eigenaar
heffing
heffing
huurder
240
0
240
339
0
339
354
73
427 427
354
73
449
240
247
waarde: 406.600) Meerpersoons Beemster
Eigenaar
449
339
247
Eenpersoon Purmerend
eigenaar (WOZwaarde: 280.575)
251
354
197
Meerpersoons Purmerend
eigenaar
251
354
197
Totaal
936 1.035 802 802
Zichtbaar is het bekende beeld van de aanzienlijke hogere lasten van huurders in Purmerend ten opzichte van huurders in Beemster. Zichtbaar is ook de hogere lasten van eigenaren in Beemster voornamelijk door de gemiddeld veel hogere waarde van de woning.
8.
3.4 Wijziging lokale lastendruk door harmonisatie Als het gaat om de wijzigingen per heffing, dan zijn dit de gevolgen: - Het OZB-tarief blijft op het niveau van Purmerend 2021 plus inflatie - Bij de afvalstoffenheffing is de berekening gemaakt op de tarieven 2021 plus de effecten van straatreiniging en overhead Beemster (zie 2.3). Voor 2022 komen daar de reguliere effecten zoals de stijging van de loonkosten en de verwerkingskosten bij. Deze zijn nog niet bekend. - Bij de rioolheffing is de berekening gemaakt op de tarieven 2021. De effecten van straatreiniging en overhead Beemster (zie 2.4) en ook het vrijvallen va de post kwijtschelding (€ 232.000) vanwege de systeemwijziging zijn niet meegenomen, omdat de rioolheffing wordt bepaald door het GRP. Die zal vernieuwd worden voor de nieuwe gemeente. Het samengevoegde tarief voor 2021 is de onverkorte samenvoeging van beide tarieven in een eigenarentarief en een grootverbruikerstarief niet woningen (3.400 eenheden tegen 75% van het eigenarentarief). Aanslag Basisberekening
Huurder/
Totaal
eigenaar
oud
OZB
ASH
Riool-
Totaal
heffing
nieuw
Effect
1 persoon Beemster
huurder
240
301
301
-61
Meerpersoons Beemster
huurder
339
377
377
-38
1 persoon Purmerend
huurder
427
301
301
126
Meerpersoons Purmerend
huurder
427
377
377
50
1 persoon Beemster
eigenaar (WOZ-
855
81
931
104
742
60
818
-16
waarde: Meerpersoons Beemster
406.600) Eigenaar
1 persoon Purmerend
eigenaar (WOZ-
Meerpersoons Purmerend
waarde: 280.575) eigenaar
936 1.035 802 802
364
301
190
364
377
190
251
301
190
251
377
190
Analyse
Duidelijk zichtbaar is dat de lasten in Beemster door de afvalstoffenheffing stijgen. Dit raakt vooral huurders in Beemster. De kostendekkendheid van het tarief Beemster was door de lage overheadtoerekening ook aan een herijking toe en het tarief van Purmerend was iets hoger dan in Beemster. Eenpersoons huishoudens in Beemster hebben ook een groter nadeel door het hogere differentiatiepercentage. Doordat in de voorstellen geen gebruikersheffing riolering voor woningen is opgenomen, blijft de stijging van de totale lasten voor huurders in Beemster hiertoe beperkt. De huurders in Purmerend gaan er juist op vooruit, omdat zij geen rioolheffing meer betalen. De eenpersoons huishoudens nog eens extra wegens de introductie van het eenpersoons tarief in de afvalstoffenheffing. Huiseigenaren in Beemster hebben voordeel van het voorstel om het tarief van Purmerend te hanteren in de nieuwe gemeente. Huiseigenaren in Purmerend hebben te maken met een onderlinge verrekening in de afvalstoffenheffing door de introductie van 2 tarieven in de afvalstoffenheffing: het voordeel van de ene categorie (eenpersoons huishoudens), is het nadeel van de andere categorie (meerpersoons huishoudens). Over het geheel daalt de lastendruk voor de inwoners door de OZB-maatregel en de verschuiving van lokale lasten naar verhuurders en grootverbruikers.
9.
4.
Financiële consequenties en vervolg
De samengevatte financiële consequenties van de voorstellen uit hoofdstuk 2 zijn: Heffing
Bedrag
Onroerende zaakbelastingen
-370.000
Hondenbelasting
+50.000
Toeristenbelasting
+28.000
Precariobelasting
+25.000
Hogere doorbelasting afvalstoffenheffing
+81.000
Hogere doorbelasting rioolheffing
+28.000
Totaal effect harmonisatie begrotingsruimte
-158.000
Reservering budget hondenbeleid
-50.000
Effect begrotingsruimte Kadernota 2022
-208.000
In de Kadernota worden de voorstellen zoals vermeld in hoofdstuk 2 inclusief de financiële consequenties ter besluitvorming aan de gezamenlijke raden voorgelegd. Dan kan vervolgens aan de technische voorbereiding van de nieuwe en gelijkluidende belastingverordeningen worden begonnen. Daar worden allerlei zaken in meegenomen die in de factsheets zijn vermeld als aandachtspunt. In november krijgen de gemeenteraden gelijkluidende verordeningen met uitzondering van de OZB ter vaststelling aangeboden. In januari besluit de nieuwe gemeenteraad over de verordening onroerende en roerende zaakbelastingen en de Rijkstarieven leges burgerzaken.
10.