Nota omgevingskwaliteit Purmerend juli 2021.pdf
Tekst van het document
NOTA OMGEVINGS KWALITEIT PURMEREND samengevoegd beleid Purmerend en Beemster, juli 2021
2
INLEIDING 1. 2. 3. 4.
Introductie Complete stad: waardevol Beemster en toekomstig Purmerend Afstemming in het gebiedsgerichte beleid Omgevingswet, omgevingskwaliteit en kwaliteitsadvisering
NOTA OMGEVINGSKWALITEIT PURMEREND 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Introductie Identiteitsdragers Gebiedsgerichte kernkwaliteiten Algemene richtlijnen Specifieke richtlijnen Richtlijnen grotere ontwikkelingen
OMGEVINGSNOTA BEEMSTER 1. 2. 3. 4.
Introductie Beoordelingskaders bijzondere regie Beoordelingskaders lichte regie Algemene beoordelingskaders
COLOFON
Klik op een onderdeel of een hoofdstuk om verder te lezen.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave
3
DEEL A Inleiding Vanaf 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd. Vanwege deze fusie is gewerkt aan harmonisatie van bestaand beleid, waaronder het kwaliteitsbeleid van beide gemeenten. Deze inleiding geeft uitleg over de samenvoeging van de ‘Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020’ en de ‘Omgevingsnota Beemster 2012’. Er wordt ingegaan op de harmonisatie van de beide beleidsnota’s en de relatie met de Omgevingswet.
1. 2. 3.
4.
Introductie................................................................................................................................. 5 Complete stad: waardevol Beemster en toekomstig Purmerend ........................................... 6 Afstemming in het gebiedsgerichte beleid ............................................................................ 10 3.1. Gebiedsindeling .............................................................................................................. 10 3.2. Regieniveaus ................................................................................................................... 10 Omgevingswet, omgevingskwaliteit en kwaliteitsadvisering ............................................... 15 4.1. Omgevingswet ................................................................................................................ 15 4.2. Omgevingskwaliteit......................................................................................................... 15 4.3. Kwaliteitsadvisering ........................................................................................................ 16
4
1. INTRODUCTIE Per 1 januari 2022 worden de gemeenten Purmerend en Beemster samengevoegd als één nieuwe gemeente Purmerend. Met het bundelen van de krachten komen ook complementaire kwaliteiten samen; het beste van de droogmakerij Beemster samen met de handelsgeest van de marktstad Purmerend. Samen vormen ze een complete stad met een uniek landschap, diversiteit aan woonomgevingen en een bijzonder cultureel erfgoed. Eén van de opgaven bij een fusering is dat het beleid op elkaar wordt afgestemd. Deze nota omgevingskwaliteit is het resultaat van een harmonisatie traject, waarbij de vastgestelde ‘Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020’ en de ‘Omgevingsnota Beemster 2012’ zijn samengevoegd tot één nota voor de nieuwe gemeente Purmerend. In voorliggende nota gaat het in eerste instantie om een technische – beleidsneutrale – harmonisatie, waardoor plannen in beide gemeenten vanaf 1 januari 2022 kunnen worden beoordeeld volgens dezelfde systematiek. Op een later moment kan verder gewerkt worden aan een inhoudelijke vernieuwing van het beleid met een duidelijke link naar de thema’s uit de omgevingsvisie. Beleidsneutraal betekent dat er geen wijzigingen in het beleid (gestelde ambities en regels) plaatsvindt, waarbij de inhoud hetzelfde blijft als in het vastgestelde beleid.
Daarom is er voor gekozen de nota’s ongewijzigd over te nemen in de nieuwe nota als Deel B: Nota omgevingskwaliteit Purmerend en Deel C: Omgevingsnota Beemster. Met deze samenvoeging is één praktisch werkbaar document gemaakt, gegoten in een nieuwe opmaak passend bij de nieuwe gemeente Purmerend.
B
beleidsneutraal
Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020
A Inleiding
Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2021
C
Omgevingsnota Beemster 2012
5
2. COMPLETE STAD: WAARDEVOL BEEMSTER EN TOEKOMSTIG PURMEREND Met het bundelen van de krachten komen ook complementaire kwaliteiten samen. Het beste van de droogmakerij en marktstad komt samen in de nieuwe gemeente Purmerend. Samen vormen droogmakerij De Beemster en de stad Purmerend een ruimtelijk geheel met een gezamenlijke identiteit binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Een uniek landschap en een internationaal gewaardeerd cultureel erfgoed. Dijken, open agrarisch landschap, historisch stadscentrum, stedelijke voorzieningen, dorpen en woonwijken, markten en het UNESCO predicaat Werelderfgoed maken de nieuwe gemeente compleet en uniek. Historisch en geografisch zijn de gemeenten nauw aan elkaar verbonden. Purmerend ligt in het centrum van drie eeuwenoude droogmakerijen, waaronder werelderfgoed Beemster. Het Markermeer is vlakbij, net als het centrum van Amsterdam. Met het water, de vissers, de uitgestrekte polders, de koeien en de kaas binnen de gemeentegrenzen en de hoofdstedelijke voorzieningen binnen handbereik, biedt het ‘nieuwe’ Purmerend een prachtig Hollands pallet. De nieuwe gemeente staat voor: • • • • • • • •
een stad waarin wonen, werken, winkelen, dienstverlening en recreëren belangrijk zijn; het behoud van het open landschap en de stedelijke dynamiek; een groene en agrarische gemeente; een duurzame gemeente; stimuleren van ondernemers- en handelsgeest; behoud en versterking van historie en Werelderfgoed; behoud van eigenheid en gemeenschapszin in alle dorpen en wijken; optimale infrastructuur en een bereikbare gemeente.
(bron: herindelingsadvies Beemster en Purmerend (2020))
Historische verkenning Purmerend en De Beemster hebben een complementaire geschiedenis. We vullen elkaar aan, we hebben een aandeel in elkaars succes. Purmerend is ontstaan als vissersdorpje op een stukje land tussen uitgestrekte meren: het Purmermeer, het Beemstermeer en het Wormermeer. Die centrale ligging en de directe verbindingen met zowel de Zuiderzee als Amsterdam maakten dat Purmerend zich tot marktstad van de regio kon ontwikkelen en in 1434 stadsrechten kreeg. Via een voetpad met trekvaart vanaf de Amsterdamse poort was er een verbinding met Amsterdam, de ‘melkweg’. In 1660 werd een nieuwe trekvaart gegraven op de plaats van het latere Noordhollandsch Kanaal, wat de reistijd aanzienlijk verkortte. Dat was ook voor de agrariërs en buitenplaats-eigenaren van de inmiddels drooggemaakte Beemster (1612) en Purmer (1622) goed nieuws.
6
>> De hoogtekaart op de volgende pagina geeft goed aan dat de stad Purmerend strategisch is gelegen tussen drie droogmakerijen Purmer, Wormer en Beemster. Door deze centrale ligging kon de stad van een vissershaven doorgroeien naar marktstad voor agrarische producten van de omliggende vruchtbare droogmakerijen. (bron: ANH3 gecombineerd met AHN3 Hillshade, Actueel Hoogtebestand Nederland)
7
De melk en kaas uit De Beemster werden voor een belangrijk deel in of via Purmerend verhandeld. Toch heeft De Beemster vanaf de drooglegging altijd een onafhankelijke positie gehouden en een eigen gemeentebestuur. Binnen de droogmakerij werd nauw samengewerkt: agrariërs, hoogheemraadschap, investeerders en het gemeentebestuur wisten elkaar makkelijk te vinden als er problemen opgelost moesten worden, de lijnen waren kort. Mede dankzij die nauwe samenwerking behield de droogmakerij de kwaliteit die uiteindelijk heeft geleid tot de UNESCO status in 1999. Het concept van het landschap van de Droogmakerij De Beemster wordt gezien als functioneel en visionair. Het is bijzonder dat het 17e-eeuwse idee nog altijd op hoofdlijnen functioneert als gebruikslandschap. De inwoners, agrariërs en de partijen die De Beemster 400 jaar lang hebben bestuurd en beheerd kregen met het predicaat werelderfgoed erkenning voor hun zorgvuldige rentmeesterschap. In de voorbereiding op de aanwijzing van De Beemster tot werelderfgoed werden de zogeheten ‘outstanding universal values’ als volgt omschreven: •
Droogmakerij De Beemster is een meesterwerk van creatieve planning, waarin de idealen van de Oudheid en de Renaissance zijn toegepast in het ontwerp van een droogmakerijlandschap.
•
Het innovatieve en visionaire landschap van Droogmakerij De Beemster heeft diepe en blijvende invloed gehad op droogmakingsprojecten in Europa en daarbuiten.
•
De totstandkoming van Droogmakerij De Beemster markeert een grote stap vooruit in de relaties tussen mens en water in een belangrijke periode van sociale en economische ontwikkeling.
•
Droogmakerij De Beemster is daarmee een door mensen geschapen creatief meesterstuk, waarbij de 17eeeuwse idealen nog steeds goed waarneembaar zijn in het totale gebied.’ (bron: Structuurvisie Beemstermaat 2012)
Ondertussen is er tussen Purmerend en Beemster altijd die vanzelfsprekende verbinding via de ‘melkweg’ en de handel in streekproducten geweest. De reizigers van de trekvaart stapten in Purmerend over op de koets naar hun bestemming in De Beemster. Zuidoostbeemster werd een ‘voorstad’ van Purmerend, voor gepensioneerde veehouders die in de buurt wilden blijven van de Purmerender markt. De verstedelijking van de tuinenhoek startte al tussen 1918 en 1940, door de bouw van nieuwe tuinders- en rentenierswoningen langs de Purmerenderweg en Zuiderweg. Nadat Purmerend in de jaren zestig van overheidswege als groeikern was aangewezen, verdichtte het wegennet ook in de Zuidoostbeemster en nam het aantal woningen toe. Maar de droogmakerij bleef voor het overige toch vooral in gebruik als agrarisch landschap. De twee gemeenten hebben een complementaire geschiedenis. Handel, verstedelijking en woningbouw tegenover een open agrarisch landschap, tuinbouw en rationeel patroon van sloten en wegen. Dit is een unieke kwaliteit, en historisch cadeau aan de nieuwe gemeente. Hier ligt een enorme potentie, waarbij het resultaat meer kan zijn dan de som der delen.
>> De historische kaart van 1850 met de stad Purmerend en de omliggende polders geeft een beeld van de oorspronkelijke landschappelijke structuren. Opvallend is het contrast van de rationele verkavelingspatronen van de droogmakerijen met de waaiervormige veenontginning (strokenverkaveling) rondom de stad Purmerend (bron: Topotijdreis, Kadaster).
8
9
3. AFSTEMMING IN HET GEBIEDSGERICHTE BELEID 3.1. GEBIEDSINDELING Beide nota’s maken onderscheid in verschillende gebiedstypen en regieniveaus. Voor de Nota omgevingskwaliteit Purmerend is het onderscheid in gebieden gebaseerd op de functionele en ruimtelijke samenhang en de beleving van een gebied. Op basis daarvan zijn de volgende gebieden gedefinieerd: • • • • • •
Historische stad Oost-west as Woongebieden Bedrijventerreinen Groene krans Hoofdstructuren (ontsluiting, routes en spoor)
Voor deze gebiedstypen zijn beschrijvingen, kernkwaliteiten en ambities geformuleerd, die samen met de algemene richtlijnen in hoofdstuk 4 van Deel B bepalend zijn voor de beoordeling van plannen. Het grondgebied van de voormalige gemeente Beemster bestaat grotendeels uit gebieden die een belangrijke rol spelen in het cultuurhistorisch zeer waardevolle werelderfgoed-karakter van de polder. De gebieden die primair bepalend zijn voor de cultuurhistorische waarde van De Beemster zijn: • • • •
Dorpskern Middenbeemster Historische dorpslinten van Westbeemster, Noordbeemster en Zuidoostbeemster Buitenranden, op de grens van bebouwde kom en buitengebied Buitengebied, inclusief buurtschappen, ringdijk en de agrarische erven
De binnengebieden, het weefsel van de woon- en werkgebieden achter de randen op de grens van bebouwde kom en buitengebied, zijn van secundair belang voor de cultuurhistorische waarde van De Beemster. Het gaat om: • •
Het binnengebied van de dorpsuitbreidingen, de uitbreidingswijken die na 1945, met name in Middenbeemster en Zuidoostbeemster zijn gerealiseerd Het binnengebied van het bedrijventerrein in Middenbeemster.
3.2. REGIENIVEAUS De verschillende regieniveaus in beide nota’s geven richting aan de intensiteit aan kwaliteitszorg en benodigde regie/instrumenten. Oftewel: hoe hoog ligt de lat en hoe intensief is de rol van gemeente als regisseur van de omgevingskwaliteit? De regie hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Waar de uitzonderlijke kwaliteiten in het geding zijn, zal de gemeente zich bijzonder inspannen om die te behouden. Maar als het gaat om gebieden die van secundair belang zijn voor de uitzonderlijke kwaliteiten en identiteit, zal de gemeente zich terughoudend opstellen. Omgevingskwaliteit heeft in die gebieden veel minder ‘collectieve’ betekenis, het is daar vooral aan de bewoners en ondernemers om hun leefomgeving vorm te geven zoals zij dat willen.
10
11
In beide nota’s zijn in totaal zeven verschillende regieniveaus van toepassing. Vanuit praktische overwegingen is bekeken welke niveaus beleidsneutraal samengevoegd kunnen worden tot een nieuw beoordelingsniveau. In de Nota omgevingskwaliteit van Purmerend wordt gesproken van vier regieniveaus: • • • •
Optimaal: extra aandacht Gebalanceerd: normale aandacht Bescheiden: beperkte aandacht Vrij
In de Omgevingsnota Beemster zijn de volgende regieniveaus van toepassing: • • •
Beschermend Bijzonder Licht
Het verschil tussen beide nota’s heeft vooral betrekking op het schaalniveau en de uitwerking van de beoordelingskaders. Voor De Beemster kijkt men steeds vanuit het geheel (de gehele Beemster) naar de details (een ingreep op een erf of in een kern). Voor Purmerend is het vertrekpunt om nieuwe ontwikkelingen zo vorm te geven dat ze aansluiten op de bestaande gebiedskarakteristieken en rekening wordt gehouden met de gestelde ambities. De overeenkomst is dat de regieniveaus een vergelijkbare beleidsintentie omvatten, die elkaar deels overlappen. Zo is de intentie van niveau ‘Optimaal’ vergelijkbaar met ‘Beschermend’. Op basis van de beleidsintentie kunnen de verschillende niveaus gecombineerd worden. Daarbij is er voor gekozen om aan te sluiten op de benamingen van de niveaus uit de Nota omgevingskwaliteit Purmerend omdat deze nota het meest recent is vastgesteld. Optimaal In sommige gebieden of op bepaalde plekken is de identiteit zeer duidelijk herkenbaar en bepalend voor Purmerend. Hier is extra aandacht nodig gericht op behoud, herstel en versterking van de aanwezige of gewenste omgevingskwaliteit, identiteit en de cultuurhistorische waarde. Kwaliteitsregie door de gemeente richt zich op een positieve kwaliteitsontwikkeling van de omgeving, elke ingreep moet een positieve bijdrage leveren. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk mits ze de te beschermen waarden ondersteunen.
Behoud en herstel van de te beschermen waarden kunnen worden afgedwongen, en bijzondere ambities kunnen worden gerealiseerd. Dit niveau is van toepassing op: • •
Historische stad Purmerend Dorpskern Middenbeemster
Ook voor alle Rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten zal er sprake zijn van een optimale kwaliteitszorg gericht op behoud en herstel van de monumentale karakteristieken.
12
13
Gebalanceerd Voor gebieden en structuren waar de identiteit van de gemeente Purmerend duidelijk aanwezig is geldt een gebalanceerde zorg voor de omgevingskwaliteit. Het kwaliteitstoezicht is gericht op het beschermen, versterken of ontwikkelen van karakteristieken en ruimtelijke kwaliteit passend in de omgeving. Bij veranderingen en ontwikkelingen op bijzondere plekken die bepalend zijn voor de identiteit is de regie gericht op het accentueren van de bijzonderheid. Het gebalanceerd niveau is van toepassing op: • • • • • •
Historische dorpslinten van Westbeemster, Noordbeemster en Zuidoostbeemster Oost-west as in de stad Purmerend Woonwijken Weidevenne en de Bloemenbuurt Bedrijventerrein Baanstee-Noord Buitenranden van de dorpsuitbreidingen en bedrijventerreinen in De Beemster Buitengebied
Daarnaast is dit niveau van toepassing langs de hoofdontsluitingen door de stad en in geval van alle niet beschermde cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en gebieden. Voor deze cultuurhistorische waarden geldt een bijzondere aandacht voor de aanwezige historische karakteristieken. Bescheiden Waar de identiteit minder nadrukkelijk aanwezig is en waarvan de verschijningsvorm een algemener beeld oproept volstaat een bescheiden kwaliteitszorg. Hier is het beleid gericht op het behouden of herstellen van de basiskwaliteit door het respecteren van de bestaande karakteristieken. Het toezicht is beperkt tot waardering van de hoofdkenmerken. Het gaat om meerdere woonwijken en bedrijventerreinen. Bij veranderingen of ontwikkelingen in de binnengebieden van de dorpsuitbreidingen en bedrijventerreinen in De Beemster is de regie gericht op het voorkomen van ingrepen die ernstig afbreuk zouden doen aan de omgevingskwaliteit. In deze binnengebieden is de vrijheid voor burgers en ondernemers dus groter. Vrij De gemeenteraad kan besluiten om voor bepaalde gebieden, langs structuren of in geval van specifieke objecten geen beoordeling door de gemeente te laten plaatsvinden. In deze gevallen zal de gemeente een vergunningaanvraag niet voorleggen aan de gemeentelijke adviescommissie of ambtelijk beoordelen.
Met betrekking tot een omgevingsvergunning voor het bouwen vervalt ‘redelijke eisen van welstand’ als weigeringsgrond. Bij conflicten m.b.t. beeldkwaliteit zijn burgers aangewezen op het burenrecht. Voor bedrijventerrein De Koog zal geen beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken plaatsvinden op de percelen die zijn gelegen in het binnengebied. Voor de ‘randen’ van De Koog (d.w.z. de gronden langs de Flevostraat, de Van IJsendijkstraat, de spoorlijn en de N244) geldt het bescheiden regieniveau waar wel beoordeling zal plaatsvinden.
14
4. OMGEVINGSWET, OMGEVINGSKWALITEIT EN KWALITEITSADVISERING 4.1. OMGEVINGSWET Beide nota’s hebben de juridische status van welstandsnota in de zin van artikel 12a van de Woningwet. Dit betekent dat de beoordeling of een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voldoet aan redelijke eisen van welstand, gebaseerd moet worden op de criteria uit deze nota’s. Deze samengevoegde nota houdt deze status tot het inwerkingtreden van de Omgevingswet. Op dat moment krijgt hij automatisch de status van ‘beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken’ als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet moet de toepassing van beleidsregels gebaseerd zijn op de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Tijdens de transitieperiode kan nog gebruik worden gemaakt van de bruidsschat, waarin bijvoorbeeld de excessenregeling voor bestaande bouwwerken en de weigeringsgrond voor nieuwe bouwwerken die niet voldoen aan de beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken, zijn opgenomen. Aan het eind van de transitieperiode vervalt de bruidsschat en moeten deze beoordelingsregels in het nieuwe omgevingsplan zijn opgenomen om ze te kunnen toepassen. Overigens hoeven de beleidsregels niet beperkt te zijn tot het uiterlijk van bouwwerken.
Bij de eerdergenoemde inhoudelijke vernieuwing van het kwaliteitsbeleid in relatie tot de omgevingsvisie, zal gewerkt worden aan integrale beleidsregels voor omgevingskwaliteit, waaronder het uiterlijk van bouwwerken.
4.2. OMGEVINGSKWALITEIT Beide nota’s zijn nu al ‘omgevingsgericht’. Ze gaan verder dan een traditionele welstandsnota omdat ze ook criteria voor de openbare ruimte bevatten. De Omgevingsnota Beemster bevat ‘criteria voor ruimtelijke kwaliteit: voor ingrepen aan monumenten, voor ingrepen in de openbare ruimte en voor het oprichten of veranderen van bouwwerken (de eigenlijke welstandscriteria)’. De Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020 doet hetzelfde, hij ‘geeft aan welke ruimtelijke kwaliteit wordt voorgestaan bij bouwplannen en de inrichting van de openbare ruimte’. De Omgevingsnota Beemster gebruikt ‘ruimtelijke kwaliteit’; het woord omgevingskwaliteit was in 2012 natuurlijk nog niet ingeburgerd. Het begrip wordt breed opgevat, mede omdat de omgevingsnota onlosmakelijk verbonden is met de structuurvisie en het bestemmingsplan buitengebied, zodat het kwaliteitsbeleid op strategisch en op concreet niveau in samenhang is. De Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020 gebruikt wel het begrip ‘omgevingskwaliteit’. De nota verwijst naar de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Omgevingskwaliteit omvat onder meer het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.
15
De nota stelt dat omgevingskwaliteit niet alleen een zorg is van de gemeente maar ook van de samenleving: gemeente, bewoners en ondernemers samen. Als burgers en ondernemers initiatieven ontwikkelen om de omgevingskwaliteit te versterken, neemt de gemeente een positieve grondhouding aan. De nota’s kunnen goed gecombineerd worden door aan te sluiten op de omschrijvingen uit de Nota omgevingskwaliteit Purmerend. Daarmee krijgt het begrip ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsnota Beemster een actuele, uitnodigende invulling.
4.3. KWALITEITSADVISERING De criteria in de samengevoegde nota kunnen niet gebruikt worden als afvinklijstje. Ze zijn uitnodigend bedoeld, passend bij de ‘ja, mits’ houding van de gemeente. Daarbij geldt: hoe vroeger in plan- en ontwerpprocessen overleg met alle betrokkenen plaatsvindt over de essentie van een opgave, hoe beter. Een goed plan is immers niet alleen te vatten in regels maar zal tot stand komen door dialoog. Die dialoog is ook de kern van de kwaliteitsadvisering. Het college van burgemeester en wethouders kan (en moet, in sommige gevallen) advies vragen aan de gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit. De voormalige gemeenten Beemster en Purmerend werken al jaren met dezelfde adviescommissie. Deze werkwijze wordt gecontinueerd en doorontwikkeld naar letter en geest van de Omgevingswet. In navolging van de Tweede Kamer streeft de gemeente naar ‘een gemeentelijke adviescommissie met een brede adviestaak, die zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert, en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert’. 1 Daartoe zullen de regieniveaus en de processen van kwaliteitsadvisering de komende jaren worden uitgewerkt in relatie tot de nieuwe serviceformules voor initiatieven en vergunningaanvragen. Er moet steeds sprake zijn van efficiënte en consistente kwaliteitsadvisering, ook als er verschillende adviseurs zijn.
Voor de Beemster is de kwaliteitsadvisering op het schaalniveau van de droogmakerij als geheel een punt van aandacht, nu het Kwaliteitsteam Des Beemsters niet meer in functie is. Het borgen van de uitzonderlijke waarden van het werelderfgoed lukt niet met kwaliteitsadvisering over concrete initiatieven alleen. Ook advies over het ontwikkelen van kwaliteitsbeleid en strategische ruimtelijke keuzes is van groot belang.
Motie Veldman en Albert De Vries, Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 962, nr. 120 1
16
>> Het streven naar een goede omgevingskwaliteit nodigt uit tot een integrale discussie en benadering van de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Omgevingskwaliteit omvat onder meer het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.
17
DEEL B NOTA OMGEVINGSKWALITEIT PURMEREND Op 30 januari 2020 heeft de gemeenteraad van voormalige gemeente Purmerend de ‘Nota omgevingskwaliteit Purmerend 2020’ vastgesteld. Op 14 februari 2020 is de nota in werking getreden. In dit deel B is de vastgestelde nota beleidsneutraal overgenomen. Voorwoord 1.
Introductie .............................................................................................................................. 21 1.1. Inleiding .......................................................................................................................... 21 1.2. Relatie met andere beleidsterreinen .............................................................................. 23 1.3. Mogelijkheden om af te wijken ...................................................................................... 26 1.4. Handhaving ..................................................................................................................... 26
2.
Identiteitsdragers.................................................................................................................... 27 2.1. Dragers ............................................................................................................................ 27 2.2. Iconische plekken ............................................................................................................ 32
3.
Gebiedsgerichte kernkwaliteiten ........................................................................................... 35 3.1. Gebiedsindeling en regieniveaus .................................................................................... 35 3.2. Historische stad............................................................................................................... 40 3.3. Oost-west as ................................................................................................................... 43 3.4. Woongebieden................................................................................................................ 45 3.5. Bedrijventerreinen .......................................................................................................... 48 3.6. Groene krans ................................................................................................................... 50 3.7. Hoofdstructuren.............................................................................................................. 53
4.
Algemene richtlijnen............................................................................................................... 55 4.1. Bebouwing ...................................................................................................................... 55 4.2. Monumenten .................................................................................................................. 57 4.3. Openbare ruimte ............................................................................................................ 61 4.4. Excessen .......................................................................................................................... 64
5.
Specifieke richtlijnen .............................................................................................................. 65 5.1. Kleine bouwwerken ........................................................................................................ 65 5.2. Bijzondere gebouwen en functies................................................................................... 77
6.
Richtlijnen grotere ontwikkelingen ........................................................................................ 88
18
VOORWOORD Met de wetenschap dat de Omgevingswet aanstaande is en het feit dat de welstandsnota aan actualisatie toe was, heeft de Raad van Purmerend besloten tot herziening van haar welstandsbeleid. In de geest van de aanstaande Omgevingswet is een participatietraject met de stad gestart, waarvan een discussienota voor de Raad het resultaat was. Op basis van de gevoerde gesprekken met de stad en de Raad, heeft de Raad besloten tot uitvoering van koersmodel E. De nu voorliggende `Nota omgevingskwaliteit 2019` is het resultaat hiervan. Deze nota zal onderdeel worden van het omgevingsplan en is als vervanging van de welstandsnota aangeboden aan de Raad ter vaststelling. Deze nota kent minder vastomlijnde eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit van gebouwen en omgeving, er wordt meer in algemene beschrijvingen aangegeven welke ambitie de gemeente heeft op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent tevens dat vooraf met initiatiefnemers het gesprek zal worden aangegaan over te verwachten plankwaliteit. We gaan daarmee naar een meer tot kwaliteit uitnodigende, meedenkende, wijze van werken vooraf in plaats van het achteraf controleren of een plan voldoet aan de gestelde eisen. Door het voeren van kwaliteitsgesprekken in de beginfase van projecten, heeft de gemeente reeds ingezet op een nieuwe wijze van werken met ruimtelijke kwaliteit.
Met de invoering van deze nieuwe nota zal verder gewerkt worden aan de inhoudelijke aanscherping van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid, alsook van de wijze van advisering op ruimtelijke kwaliteit. Thijs Kroese Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling. Eveline Tijmstra Wethouder Stadsontwikkeling binnenstad + Verkeer.
19
Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk? (zie www.omgevingsloket.nl)
nee
Er vindt vooraf geen beoordeling plaats bij vergunningvrije bouwwerken. Wel kan er sprake zijn van een exces, zie daarvoor paragraaf 4.4.
ja Is er sprake van een monument?
ja
Voor de beoordeling van bouwplannen die betrekking hebben op monumenten wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen zoals opgenomen in paragraaf 4.2.
nee Is er sprake van een specifiek gebouw of functie, zoals:
ja
- stolpboerderij; - terras bij horecabedrijf; - hoogbouw (> 25 m.); - gevelreclame?
Voor de beoordeling van ingrepen aan stolpboerderijen, of in geval van hoogbouw, terrassen of reclame-uitingen wordt gebruik gemaakt van de specifieke richtlijnen zoals opgenomen in paragraaf 5.2.
nee Is er sprake van een klein bouwplan, zoals:
ja
- bijbehorende erfbebouwing; - dakkapel; - dakopbouw; - kozijn- of gevelwijziging; - dakramen, zonnepanelen en -collectoren; - installaties (warmtepomp, airco e.d.); - erfafscheiding; - rolhek of -luik?
Vindt de (ver)bouw plaats op het achtererf in een gebied met een bescheiden regieniveau? (definitie achtererf in par. 5.1)
ja Er vindt vooraf geen beoordeling plaats.
nee
Voor deze kleine bouwwerken zijn criteria opgenomen waarmee ambtelijk snel uitsluitsel te geven is of het uiterlijk van het bouwwerk past in de omgeving. Voor de genoemde bouwwerken zijn richtlijnen opgenomen in paragraaf 5.1. Als het bouwplan afwijkt
nee Is er sprake van een groter bouwplan dat past in de structuur, de samenhang en karakteristiek van de directe omgeving? Bijvoorbeeld de bouw van één of enkele woningen, een bedrijfspand of ander gebouw of complex.
ja
Grotere plannen worden altijd voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke previsor of adviescommissie. Het bouwplan wordt dan beoordeeld aan de hand van de algemene richtlijnen voor bebouwing (paragraaf 4.1) in relatie tot de gebiedsgerichte kernkwaliteiten en ambities (hoofdstuk 3).
nee Er is sprake van een afwijkend bouwplan en/of een grotere (her)ontwikkeling dat de bestaande ruimtelijke structuur en/of karakteristiek doorbreekt?
20
ja
Voor plannen die de bestaande structuur doorbreken of in hun architectuur afwijken van de omgeving kan een nieuw of aanvullend beoordelingskader nodig zijn. Zie hiervoor de mogelijkheden zoals beschreven in hoofdstuk 6.
1. INTRODUCTIE Iedereen wil prettig wonen, winkelen, werken of wandelen. We moeten onze leefomgeving optimaal kunnen gebruiken en het geheel moet duurzaam en veilig zijn. Daarnaast willen we er ook van kunnen genieten. Het oog wil ook wat. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de economische waarde van de gebouwen en versterkt het vestigings- en woonklimaat. Met deze nota zijn wij ervan overtuigd dat de kwaliteit van de omgeving goed kan worden besproken en beoordeeld. Met de in werking treden van deze nota vervalt de Welstandsnota 2011.
1.1. INLEIDING In 2016 heeft een evaluatie van de destijds vigerende welstandsnota plaatsgevonden. Het doel van deze evaluatie was om de discussie te voeren over de koers ten aanzien van het toezicht op de ruimtelijke kwaliteit. Dit heeft geleid tot de discussienota ‘Zicht op Purmerend’ met meerdere modellen die besproken zijn met belanghebbenden en de gemeenteraad. Daaruit is een koersvoorstel gekomen die als basis dient voor deze nota. De belangrijkste uitgangspunten zijn: -
Een transparant, samenhangend en integraal beleid waarin de identiteit van de stad naar voren komt. Sturen waar het moet en loslaten waar het kan. Behoud en herstel van de Purmerendse identiteit en tegelijkertijd ruimte voor vernieuwing en experimenten waarbij de Purmerendse karakteristiek als kapstok geldt.
Goede omgevingskwaliteit Op het moment van vaststelling van deze nota is de Omgevingswet in voorbereiding. De Omgevingswet zal waarschijnlijk in 2021 in werking treden. Deze wet zal regels omvatten over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en vervangt alle wetten op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen, wonen, monumenten, infrastructuur, water, milieu en natuurbeheer. Het bestemmingsplan wordt vervangen door één omgevingsplan en gaat meer bevatten dan alleen regels over een goede ruimtelijke ordening, maar ook regels over de kwaliteit van uw omgeving. Het begrip omgevingskwaliteit volgt uit de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet (art 2.1 Ow). Naast een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is ook ‘het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit’ toegevoegd als centrale doelstelling. Omgevingskwaliteit wordt geduid als; ‘het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.’ Met het opstellen van deze nota is rekening gehouden met de bedoelingen van de Omgevingswet. De nota vormt een basis voor het omgevingsplan en vormt een integraal beleid voor omgevingskwaliteit. Deze nota geeft aan welke ruimtelijke kwaliteit wordt voorgestaan bij bouwplannen en de inrichting van de openbare ruimte.
21
Uiterlijk bouwwerken (voorheen welstand) Wie in Nederland iets wil (ver)bouwen heeft in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. Bij een aanvraag voor een vergunning wordt onder andere bekeken of de plannen voldoen aan ‘redelijke eisen van welstand’. De welstandsbeoordeling is volgens artikel 12 van de Woningwet gericht op het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, en moet zijn gebaseerd op door de gemeenteraad vastgestelde criteria. Voorliggende nota bevat de richtlijnen voor beoordeling van het uiterlijk van omgevingsvergunningplichtige bouwwerken die op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn toegelaten of waarvan de gemeente wil meewerken aan een afwijking (art.2.12 Wabo) van het bestemmingsplan. Tegelijkertijd met de Omgevingswet wordt een Invoeringswet vastgesteld die de overgang regelt van de huidige wet- en regelgeving naar het nieuwe stelsel. Bij het inwerkingtreden zullen in ieder geval alle bestemmingsplannen overgaan in één omgevingsplan. Van rechtswege wordt een aantal regels toegevoegd aan het omgevings-plan. Eén daarvan is ‘het is verboden te bouwen zonder vergunning’ en daarbij hoort een beoordelingsgrondslag met o.a. ‘redelijke eisen van welstand’ zoals opgenomen in de huidige Woningwet.
Dat betekent dat het welstandsbeleid zoals bedoeld in artikel 12 van de Woningwet waarschijnlijk van toepassing blijft totdat het door de gemeente geregeld wordt in het omgevingsplan. Advisering Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit om een omgevingsvergunning al dan niet te verlenen. Voordat burgemeester en wethouders een besluit nemen kunnen zij advies vragen aan de gemeentelijke adviescommissie ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Het college mag zelf bepalen of advies wordt ingewonnen van een onafhankelijke adviescommissie of dat beoordeling door ambtenaren wordt uitgevoerd. De werkwijze, samenstelling en taakomschrijving van de adviescommissie is opgenomen in het ‘Reglement van Orde Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Purmerend’, dat door de gemeenteraad apart is vastgesteld.
Nieuwbouw aan Molenplantsoen (bron: Collectie Mooi in Noord-Holland)
22
Dialoog en inspiratie Op basis van ervaringen is gebleken dat het bieden van ruimte en het aangaan van de dialoog tot betere resultaten leidt. Deze nota verwoordt niet hoe iets letterlijk moet worden ontworpen, maar waarop bij de beoordeling gelet wordt. Grondslag is een uitnodigend beleid, niet meer ’nee, tenzij’, maar ‘ja, mits’. In een verkennend overleg kan een gesprek ontstaan tussen de aanvrager en de gemeente over de essentie van een opgave. Het vooroverleg kan daarbij een prominentere plek krijgen. De gemeentelijke previsor en/of adviescommissie kan vanaf idee tot definitief ontwerp meedenken en in gesprek blijven met de initiatiefnemer over de gewenste kwaliteit. De taak van de gemeentelijke previsor en/of adviescommissie is dan niet om alleen toetsend maar ook om inspirerend te zijn. Dat betekent ook dat de gemeentelijke previsor en/of adviescommissie geïnspireerd kan worden met goede verrassende ideeën en ontwerpen. Een goed plan is immers niet altijd te vatten in regels maar zal eerder tot stand komen door dialoog. Wie zorgt voor omgevingskwaliteit Omgevingskwaliteit is niet alleen een zorg van de gemeente, maar ook van de samenleving. Dus gemeente, bewoners en ondernemers samen. Veel mensen zijn bereid mee te werken aan het in stand houden of bevorderen van hun eigen omgevingskwaliteit.
Daarom willen we ook graag samen met de Purmerendse burgers en ondernemers werken aan onze ambities. De gemeente faciliteert en stuurt bij waar dat nodig is. De aanstaande Omgevingswet zorgt ervoor dat er nog meer ruimte gegeven kan worden aan initiatieven van buiten. Als burgers en ondernemers initiatieven ontwikkelen om de omgevingskwaliteit van Purmerend te versterken, nemen wij hier een positieve grondhouding in aan.
1.2. RELATIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN Voor een effectief kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. Structuurvisie In een gebiedsdekkende structuurvisie geeft de gemeente een integrale visie met in hoofdlijnen de nieuwe ontwikkelingen van Purmerend. Daarnaast bevat het de hoofdzaken van het te voeren ruimtelijk beleid. De gemeente heeft op 6 maart 2006 de structuurvisie Purmerend 2005-2020 vastgesteld. In 2013 heeft een actualisatie van de strategische plankaart plaatsgevonden. Ambitie was om van Purmerend een ‘complete stad’ te maken waarbij het accent van groeistad verlegd is naar kwaliteit. De gemeente heeft de ambities en agenda richting 2040 inmiddels geactualiseerd in ‘Agenda Purmerend 2040’. Ambitie is om uit te groeien tot ‘compacte woonstad’. Mede door de opgave van toevoeging van circa 10.000 woningen ontstaan er nieuwe vraagstukken ten aanzien van het voorzieningenniveau, de diversiteit in woonmilieus en -aanbod, verdichting, mobiliteit, duurzaamheid, maar ook over de gewenste kwaliteit. Mogelijke ontwikkelingen worden weergegeven op de ‘Kansenkaart Purmerend 2040’.
23
Waterlandbrug over Purmervaart met daarachter het Leeghwaterpark in de lager gelegen polder De Purmer.
Hoogbouwvisie De hoogbouwvisie maakt inzichtelijk waar kansen liggen voor hoogbouw in Purmerend. Enerzijds als ruimtelijke toevoeging voor de stad en anderzijds vanuit de behoefte. De visie geeft op basis van uitgebreide analyses inzicht in de behoefte, de mogelijke hoogte en de voorkeursgebieden voor hoogbouw. De verschijningsvormen voor hoogbouw zijn situatie-afhankelijk. Als hoogbouw een mogelijkheid is en voor de betreffende plek een oplossing biedt is een goede inpassing noodzakelijk. De beoordeling van hoogbouw zal dan ook zorgvuldig plaatsvinden. Bij een hoogte vanaf 25 m (8 lagen) is een hoogbouweffectenrapportage verplicht. Deze rapportage helpt al in een vroeg stadium bij de beslissing of een hoogbouwinitiatief op die plek, met die hoogte en in die vorm wel of niet wenselijk is. Erfgoed Het cultureel erfgoed is van groot belang voor onze gemeente, zowel in historische, ruimtelijke als economische zin. De gemeente wil het erfgoed beter behoeden en zichtbaar maken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het ‘Erfgoedbeleid Purmerend 2017’ vastgesteld. Hierin beschrijft de raad haar visie en ambitie op het terrein van erfgoed en hoe ze haar ambitie waar wil maken. Ook is een cultuurhistorische waardenkaart gerealiseerd. Zie voor meer informatie www.erfgoedpurmerend.nl. In Purmerend staan 30 Rijksmonumenten en 127 gemeentelijke monumenten.
Een bouwplan dat betrekking heeft op, bij of aan een monument zal voor advies aan de gemeentelijke adviescommissie worden voorgelegd. De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders over vergunningaanvragen voor monumenten. Voor beoordeling van bouwplannen wordt verwezen naar de algemene richtlijnen zoals opgenomen in paragraaf 4.2. ‘Monumenten’.
24
Openbare ruimte De openbare ruimte heeft een grote invloed op de beleving en uitstraling van Purmerend. Naast de verschijningsvorm van bebouwing wordt het straatbeeld bepaald door de inrichting van de ruimte en toepassing van groenvoorzieningen. Ten aanzien van de verschijningsvorm biedt deze nota de belangrijkste richtlijnen voor de openbare ruimte. De nota ‘Groenkoers, visie en beleid op hoofdlijnen voor het groen van Purmerend’ (2014) schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Het gaat dan vooral om de technische kwaliteit, het onderhoudsniveau en de beeldkwaliteit. In het Handboek Inrichten Openbare Ruimte (HIOR, 2009), zijn de algemene inrichtingseisen opgenomen voor de openbare ruimte. De eisen hebben betrekking op zowel het proces als op bijvoorbeeld het ontwerp, de materiaalkeuze en het eindresultaat. Beeldkwaliteitplannen e.d. Deze nota is geen statisch document, maar kan aangevuld worden vanwege nieuwe ontwikkelingen of inzichten. De gemeente kan bij grotere ontwikkelingen een beeldkwaliteitplan of vergelijkbaar laten opstellen. De procedure en inhoudseisen zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 6 'Richtlijnen grotere ontwikkelingen'. Vastgestelde beeldkwaliteitplannen of vergelijkbare beleidsdocumenten maken onderdeel uit van deze nota.
Deze kunnen aanvullend op de richtlijnen in deze nota door de gemeentelijke adviescommissie gebruikt worden als beoordelingskader. Bestemmingsplannen Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken ‘voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening’. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt kan niet door de richtlijnen in deze nota worden tegengehouden. Dus als een bestemmingsplan een bepaalde plaatsing of omvang van een bouwwerk toestaat dan is de beoordeling op basis van deze nota volgend. De uiterlijke vormgeving valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt met deze nota geregeld. Richtlijnen kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan openlaten invullen ten behoeve van de omgevingskwaliteit. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief advies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo’n geval deze nota of vastgestelde uitwerkingen zoals beeldkwaliteitplannen daartoe de argumentatie leveren.
25
1.3. MOGELIJKHEDEN OM AF TE WIJKEN Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit om een omgevingsvergunning al dan niet te verlenen. Voordat burgemeester en wethouders besluiten kunnen zij advies vragen aan de gemeentelijke previsor en/of de gemeentelijke adviescommissie. Het college volgt in principe het advies van de previsor en/of de adviescommissie. Afwijken van het advies Het college kan afwijken van het advies op inhoudelijke gronden of om andere redenen, bijvoorbeeld van economisch of maatschappelijk belang. Indien het college afwijkt van het advies wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. Het college is uiterst terughoudend met het gebruik van deze mogelijkheid. Afwijken van de richtlijnen Het kan voorkomen dat de richtlijnen ontoereikend zijn. Daarom kan het college van burgemeester en wethouders, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de adviescommissie, afwijken van de richtlijnen. Daarbij geldt de stelregel: het is redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Ook wanneer een bouwwerk past binnen de richtlijnen, maar de kwaliteit zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden, kan afgeweken worden van deze richtlijnen.
De adviescommissie kan het college van burgemeester en wethouders in zo'n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de richtlijnen.
1.4. HANDHAVING De gemeente geeft met deze nota regels voor de zorg ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. In ieder geval ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken kan de gemeente handhavend optreden. Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen omgevingsvergunning is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering afwijkt van de tekeningen waarop de omgevingsvergunning is afgegeven, kan de gemeente de eigenaar aanschrijven. De eigenaar krijgt in eerste instantie de gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een vergunning aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. Als deze omgevingsvergunning moet worden geweigerd vanwege een negatief advies van de gemeentelijke adviescommissie, dan zal de eigenaar de situatie moeten veranderen. De gemeente zal handhaven conform de Nota Vergunningverlening Toezicht en Handhaving 2016-2019 en jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma VTH. Ook in geval van een vergunningvrij bouwwerk kan de gemeente handhavend optreden. Volgens artikel 12, lid 1 van de Woningwet (Ww) mag een bestaand bouwwerk niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de richtlijnen zoals opgenomen in deze nota. Als er sprake is van in ernstige mate strijd met redelijke eisen van welstand is er sprake van een exces. Zie hiervoor paragraaf 4.4. ‘Excessen’.
26
2. IDENTITEITSDRAGERS De identiteit van Purmerend wordt ‘gedragen’ door meerdere ruimtelijke structuren en iconen, zoals het centrum, Melkwegbrug, Tramplein etc. Het is belangrijk om juist deze identiteitsdragers te erkennen, te behouden en waar nodig te versterken. Bij elke ruimtelijke ingreep bieden de dragers en iconen een basis voor fundamentele keuzes in behoud, transformatie of herstel. Hiermee kan voor de langere termijn de identiteit van Purmerend geborgd worden. De hoofdkoers waar Purmerend de komende jaren op wil varen is die van binding en betrokkenheid. Purmerend als binder in de regio Waterland, knooppunt op de grens van het Randstedelijke en landelijke/agrarische Noord-Holland. Maar ook een plaats met geschiedenis en allure waar het karakteristieke van Noord-Holland te vinden is. Met de ambitie om uit te groeien tot een ‘compacte woonstad’ (uit: startnotitie Agenda Purmerend 2040) zal een flink deel van de verstedelijkingsopgave moeten plaatsvinden in het bestaande stedelijk gebied. Dat betekent ook dat op een bepaalde manier rekening moet worden gehouden met de bestaande karakteristieken. “Purmerend heeft een oud centrum en eeuwenlang stadsrechten. Vanaf de jaren vijftig en na de aanwijzing als groeikern (1972) is de stad uitgegroeid tot middelgrote stad met circa 80.000 inwoners en een relatief compleet voorzieningenaanbod.
Door de grote groei heeft Purmerend kenmerken van een jonge stad, maar Purmerend onderscheidt zich van de vele andere groeikernen door de geschiedenis en het oude centrum.“ (uit: startnotitie Agenda Purmerend 2040)
2.1. DRAGERS De identiteit van Purmerend hangt sterk samen met de ontstaansgeschiedenis van de stad. Bestaande elementen in Purmerend als identiteitsdragers kunnen een belangrijke rol spelen in het beeldmerk van Purmerend. Het gaat hier niet om de fysieke structuurdragers maar om identiteit bepalende ruimtelijke elementen die de Purmerendse eigenheid ondersteunen. Historische handelsstad Purmerend is ontstaan langs de Weere waar vissers zich gevestigd hebben in de 12e en 13e eeuw. De kern van Purmerend is ontstaan op de kruising van de dijk nabij het Beemstermeer en de weg van Amsterdam naar Hoorn, midden tussen de meren Purmer, Wormer en Beemster. Een gunstige ligging voor een markt, de functie die Purmerend sinds de 15e eeuw voor de regio vervult. De droogmakerij van de omliggende meren zorgde voor vruchtbare polders en zorgde ervoor dat Purmerend een belangrijk centrum voor de handel in agrarische producten werd. De bereikbaarheid van de stad vergrootte de eeuwen daarna, waardoor de stad geleidelijk groeide. De oude stad is in het Purmerend van nu deels bewaard gebleven. Het historisch centrum bevindt zich nog binnen een bolwerk en heeft nog veel historische panden en markten waar de historie van de marktstad nog zichtbaar is. Zo zijn er de Kaasmarkt, de Koemarkt en verschillende panden met gevels die aan deze periode herinneren.
De historische panden in het centrum hebben een sterke regionale binding en zijn herkenbaar Noord-Hollands. Op de Koemarkt is de geschiedenis nog goed te zien, hier zijn veel historische panden bewaard gebleven. Wisselende klok- en trapgevels bepalen het gevelbeeld aan het plein. Ook is bij de renovatie van het plein de betekenis als veemarkt zichtbaar gehouden. De Kaasmarkt wordt gedomineerd door de St. Nicolaaskerk, de voormalige kaaswaag (Kaasmarkt 16) en het oude stadhuis.
27
Maar ook de vorm van de plein is bijzonder en wordt benadrukt door de hoekgebouwen met tweezijdige gevels. Deze twee pleinen worden verbonden door de doorgaande historische route vanuit de Beemster naar de Purmer. Ook de route vanaf Amsterdam naar het centrum van Purmerend, nu de Melkweg en Gouw, is nog aanwezig. Het historisch centrum is de belangrijkste drager van de historische identiteit van Purmerend. Vooral nog herkenbaar aan het oorspronkelijke stratenpatroon. De ambitie ten aanzien van de verschijningsvorm is het behouden en ontwikkelen van het historische karakter en waar mogelijk herstellen van de historische samenhang en uitstraling. Dat betekent niet dat er geen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. En ook niet dat nieuwbouw altijd een letterlijke vertaling moet zijn van de historische architectuur (‘historiserend’). Uitgangspunt is dat er aantoonbaar sprake is van respect en zorgvuldigheid van de historische context. Dat kan bijvoorbeeld ook middels het bevestigen van het historische verhaal van een plek.
Historische binnenstad
Julianaplein/Herengracht
Koemarkt
28
Verbindend water en groen Purmerend is een compacte stad met veel stedelijkheid in de zin van woningbouw, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur. Desondanks is er sprake van een sterk groen weefsel, veelal structuurdragend maar ook beeldondersteunend op wijk- en stadsniveau. De aanwezigheid van het water is een gevolg van de drooglegging van de omliggende meren. Het water staat in directe verbinding met het omliggende landschap. De vele bruggen die door de gemeente verspreid liggen zijn een herkenbaar resultaat van het water en daarom ook van belang voor de identiteit van Purmerend. De belangrijke groen-blauwe structuren op stadsniveau bestaan uit de ringvaarten, het Noordhollandsch kanaal, het Leeghwaterpark en het Purmerbos aan de Westerweg. De Where stroomde vroeger vanaf het Beemstermeer naar de Zuiderzee en diende eeuwenlang als levensader van de stad. In 1961 is de Where deels gedempt om ruimte te bieden voor parkeren en verkeer in het centrum. De Gedempte Where is nu één van de belangrijkste wegen in de stad. Naast de Where zijn er verschillende kanalen die de verbinding over het water naar Amsterdam, Alkmaar, Edam en Beemster vormen. De grote waterwegen worden op verschillende plaatsen begeleid met bomen, groene dijken en oevers. Langs de Wheredijk en de Oostdijk liggen meerdere woonboten die vaak een deel van de oevers privatiseren.
Het geeft een eigen karakter, maar op sommige plekken is de Where daardoor niet meer zichtbaar. Ook op het kleinere schaalniveau van de woonwijken is opvallend veel water en groen aanwezig, waarbij veel zorg is besteed aan de inrichting van straatprofielen en herkenbare landschappelijke waterlopen. Het water op wijkniveau is vaak onderdeel van de woonwijk, waarbij een veelvoud aan kleine - veelal het oorspronkelijke droogmakerijlandschap volgend - waterlopen door de wijk lopen. Veel woningen grenzen met de achter- of voortuin aan het water en bewoners maken hier dankbaar gebruik van. Purmerend heeft meer dan 350 bruggen, waarvan ruim 200 houten voetgangers- en fietsbruggen. Dit is meer dan in andere steden en heeft vooral te maken met de ligging en waterrijke omgeving. Dit maakt Purmerend uniek als een stad van de vele bruggen. De bruggen kennen verschillende vormen en omvang.
Westerdraay
Heemraadsingel (Purmer-Noord)
29
Illustrerende woonwijken Purmerend is een typische groeistad dat wordt geïllustreerd door de grotere woonwijken. Vanaf de jaren vijftig werd er gesproken over uitbreiding van de stad Purmerend en in het ‘Struktuurplan 1972’ werd besloten Purmerend te laten groeien tot 100.000 inwoners in het jaar 2000 (in 2017 circa 80.000). De stad is in relatief korte tijd sterk gegroeid, maar minder snel en groot dan vooraf was voorspeld. Desondanks heeft de groei gevolgen gehad voor de inrichting van de stad. De eerste uitbreidingen hebben zich naar het oosten van Purmerend gericht. Hierdoor ligt het centrum niet centraal maar aan de rand van Purmerend, dicht bij het ommeland van de Beemsterpolder.De groeigeschiedenis van Purmerend heeft als resultaat dat de uitbreidingswijken gerealiseerd zijn in verschillende tijdperken. Dit is goed te zien aan de verschillende karakters en wijkstructuren, zoals de functionele ‘stempelstructuur’ van Overwhere uit de jaren ’60 en de besloten ‘bloemkoolstructuur’ van de Gors uit de jaren ’70. De wijken hebben ieder een eigen karakter en werken vaak als losstaande stadsdelen met eigen voorzieningen. Hoewel de wijken op zichzelf niet typisch ‘Purmerends’ zijn, is het juist de zichtbare ambitie en opbouw van de stad met meerdere tijdsbeelden die kenmerkend zijn.
De verschillende architectuurstijlen zijn vaak kenmerkend uit een bepaalde periode en bepalen daardoor het straatbeeld in de woonwijken. Zo is Weidevenne te typeren door een exponent van thematische architectonische diversiteit van begin deze 21ste eeuw. Als je naar de andere oudere wijken kijkt zie je ook voor die tijd experimentele en herkenbare architectuur. De drive-in woningen uit de jaren ’80 aan het Kennemerland en Ommeland of de ecologische en duurzame woonbuurt De Goede-meent uit de jaren ’90 van de vorige eeuw.
Woningbouw langs kanaal (Weidevenne)
Bali
30
Hugo de Grootstraat
Verborgen landschap Hoewel het grondgebied van Purmerend voor het grootste deel bebouwd is, is het oorspronkelijkere landschap op veel plaatsen nog te herkennen. Deze verbinding met het landschap is belangrijk voor de relatie met de omgeving en de identiteit van Purmerend als stad in het landschap van droogmakerijen. De invloed van de droogmakerijen is bij de Purmerringvaart en de Beemsterringvaart nog steeds erg duidelijk, deze vaarten verdelen het land in het droog gemaalde gedeelte, dat een stuk lager ligt, en het oorspronkelijke hoger gelegen land. In het Purmerbos is de historische verkaveling van de polder zichtbaar aan de smalle stroken land die van elkaar gescheiden zijn door sloten om het hoge grondwater af te voeren. Dit netwerk van sloten wordt deels doorgezet in de woonwijken. De Westerweg ligt centraal in de polder, maar vormt nu een grens tussen het bebouwde en onbebouwde gebied van Purmerend. De oude polderweg ligt tussen twee sloten met meerdere (oude) (stolp)boerderijen en grotere woonvilla’s. Iedere woning heeft een eigen bruggetje als entree. De vaarten liggen hoger en vormen met de polderdijkjes dus ook een fysieke landschappelijke barrière. De dijklichamen (Oudelandsdijkje, Purmerdijk, Wheredijk, Westerdraay en Kanaaldijk) zijn vaak toegankelijk en sporadisch voorzien van bebouwing.
De groene inrichting en loop langs de vaarten maken deze dijken karakteristiek voor Purmerend. Andere oude routes die bewaard zijn gebleven zijn de kaarsrechte Purmerenderweg die haaks op de Westerweg ligt en de oude route (nu Melkweg) van Purmerend naar Amsterdam. Deze route loopt nog door tot op de Kaasmarkt in het centrum en is nu deels fietsroute geworden. De iconische Melkwegbrug zorgt er voor dat het oude centrum met de nieuwe woonwijk Weidevenne wordt verbonden.
Purmerringvaart
Purmerenderweg
Stolp aan Westerweg
Westerweg
31
2.2. ICONISCHE PLEKKEN Purmerend kent meerdere iconen variërend van de monumentale Koemarkt tot de hoogbouw van Heel Europa. Er zijn vijf plekken te onderscheiden waar de identiteit van Purmerend het meest herkenbaar is aan één of meerdere iconen en hun directe omgeving. Groeistad: Amsterdamsche poort / Melkwegbrug (1) Deze poort vormt nog steeds een belangrijke historische entree naar de stad, maar biedt daarnaast ook een blik op de vernieuwing van Purmerend. Het Tramplein heeft een metamorfose ondergaan met het architectonisch waardevolle busstation en de iconische Melkwegbrug. Deze brug legt een sterke relatie met Weidevenne en via de Melkweg ook een belangrijke fietsroute naar Amsterdam. De hoogbouw van Heel Europa vormt met zijn hoogte een markant oriëntatiepunt. Waterstad: Beemsterbrug, Sluisbrug, kades en sluizen (2) De omgeving van de Beemsterbrug en de Sluisbrug staat symbool voor het waterrijke verleden van Purmerend. Op dit punt komt de Beemsterringvaart, de Where en het Noordhollandsch kanaal bij elkaar. Het is ook in historisch opzicht een belangrijke plek als stadsentree (Beem-sterpoort) en als ligplaats van het trekschuitveer op Hoorn en Edam. De kade van de Beemsterburgwal bevestigt de betekenis van Purmerend als handelsstad en belangrijke doorvoerhaven tussen De Beemster en De Purmer.
Deze voormalige meren waren voor de droogmaking met elkaar verbonden door de Where. Handelsstad: Kaas- en Koemarkt (3) Begin 15de eeuw was de huidige Kaasmarkt de centrale plek waar de eerste Purmerendse kerk werd gebouwd. In de eerste eeuwen was de vishandel (vismarkt aan Venediën) voor de stad heel belangrijk, later vee en zuivel. De Koemarkt vormt samen met de Kaasmarkt het hart van de historische stad en staan symbool voor de functie van Purmerend als handelsstad. De Koemarkt is met besef van de historische karakteristieken en immateriële betekenis heringericht tot stadsplein voor horeca en evenementen.
Groeistad: Amsterdamsche poort / Melkwegbrug
32
Marktstad: Koemarkt
E
2 3 1
C
4 5
B
F
6 D A
Iconische plekken en structuren Plekken 1. Amsterdamsche poort / Melkwegbrug 2. Beemsterbrug, Sluisbrug, kades en sluizen 3. Marktstad (Kaas- en Koemarkt) 4. Stadsgracht / Bolwerk 5. Purmerringvaart en Leeghwaterpark 6. Westerweg / Purmerbuurt
Structuren (dijken, routes e.d.) A. Westerweg B. Purmerenderweg C. Wheredijk D. Oudelandsdijkje E. Overweersepolderdijk/Westerdraay F. Melkweg
Zichtlijnen
33
Vestingstad: Stadsgracht / Bolwerk (4) De geschiedenis van de binnenstad is herkenbaar aan de contouren van de verdedigingsgordel met stadsgracht, vestingwerken en bastions/bolwerken. Deze zijn grotendeels aangelegd in de tachtigjarige oorlog (1568-1648). Het Bolwerk en de stadsgracht (Herengracht, Emmakade, Wolthuissingel) maken deze vestingwerken nog het meest zichtbaar. Mede door het rustige verblijfskarakter, groene inrichting en historische gevelwanden een karakteristieke plek voor Purmerend. Polderstad: Purmerringvaart en Leeghwaterpark (5) De Purmerringvaart vormt een belangrijke structuur en laat zien dat Purmerend deels in de lager gelegen droogmakerij ‘Purmer’ ligt. Op de Waterlandbrug is het hoogteverschil tussen PurmerZuid en De Gors goed zichtbaar. Daarnaast is ook de Purmerdijk en het Oudelandsdijkje kenmerkend voor de droogmakerijen van begin 17de eeuw. Aan de Purmerringvaart ligt het stadspark Leeghwaterpark genoemd naar de gelijknamige waterbouwkundige die betrokken was bij de droogmaling van de Beemster, de Wormer en Purmer. Stad in het landschap: Westerweg / Purmerbuurt e.o. (6) De droogmakerijen vallen niet alleen op vanwege hun lagere bodempeil. Het landschap wordt ook doorsneden door kaarsrechte wegen, strakke slootjes en een gelijkmatige verkaveling. De westzijde van de Purmer is voor een groot deel verstedelijkt met woonwijken en bedrijventerrein.