Managementplan 2022-2027 Unesco werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, versie 11 augustus 2021.pdf
Tekst van het document
Voor dit soort initiatieven zal altijd goed gekeken worden naar de mogelijkheden binnen de omgevingsvisie omtrent het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster.
3c. Wegen en Groen Natuur en Landschap De Beemster is per definitie een cultuurlandschap. Qua natuurgebied is De Beemster een atypisch buitengebied waarin terreinbeheerders als Natuurmonumenten, Noord-Hollands landschap en Staatsbosbeheer een beperkte rol vervullen. Rondom de directe omgeving van de forten van De Stelling van Amsterdam is in sommige gevallen sprake van afgeschermd natuurgebied. De Beemster is geen onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Opgaande beplanting, gebiedsvreemde gewassen, moerasvorming zijn in potentie een bedreiging voor de kernkwaliteiten van het werelderfgoed maar op dit moment is de kans op dergelijke ontwikkelingen marginaal door een zeer beperkte natuuropgave. Het beleid is erop gericht geen natuurontwikkelingen toe te laten. Er is geen specifieke rijksopgave met betrekking tot stimulering of vestiging van natuur in het landschap in de vorm van gebiedsvreemde gewassen, beplanting, moerasvorming, bewuste vervening, etc. In het Bestemmingsplan Buitengebied worden vrijwel geen gebieden aangewezen met de specifieke bestemming natuur.
25
Zuiderweg (foto: Marianne Slot-Dekker)
Infrastructuur en verkeer Bij mogelijke nieuwe infrastructuur wordt goed gekeken naar de kernkwaliteiten van het werelderfgoed. Voor de dorpskernen is nieuwe infrastructuur meegenomen in de Dorpsontwikkelingsvisies. Er vindt regulier onderhoud aan wegen plaats. Daarnaast is het zaak de balans te vinden tussen verkeersveiligheidsaspecten (conform CROW systematiek) en cultuurhistorische kwaliteiten in het kader van het werelderfgoed. Bij bijvoorbeeld de aanleg van geluidsschermen, wegverbredingen, visuele versmallingen, de aanleg van rotondes, fly-overs et cetera kunnen de uitzonderlijke universele waarde in het gedrang komen. Het is zaak om actuele ontwikkelingen te (blijven) signaleren en aan de orde te stellen in een continue dialoog tussen gemeente, hoogheemraadschap, provincie en Rijk en andere belanghebbenden. Aanpassingen aan het wegenstelsel door onderhoud dienen voornamelijk om aan de huidige verkeerseisen te kunnen voldoen. Partijen moeten hierin de balans weten te vinden tussen verkeersveiligheidsaspecten en de uitzonderlijke universele waarde. Verbreding en/of bevordering van meer stroomwegen wordt afgewezen.
Door het veranderen van functies en intensiteiten (toename) van wegen is het mogelijk wenselijk aanpassingen aan de wegen te realiseren waarbij uitgangspunt zal zijn om binnen de historische kaders te blijven, maar in belang van verkeersveiligheid is verbreding niet uitgesloten. Er is regulier overleg in het kader van de verdere samenwerking gemeente, hoogheemraadschap, provincie en Rijk waarin actuele dossiers naar voren komen.
26
Beheer en onderhoud wegen Het hoogheemraadschap beheert de wegen in het buitengebied (m.u.v. Rijksweg A7 en de provinciale wegen N243, N244 en N509) met oog op het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed. HHNK zal hieraan invulling geven totdat de voorgenomen wegenoverdracht van HHNK aan de gemeente heeft plaatsgevonden. Hierover vinden op dit moment op initiatief van HHNK gesprekken plaats. De gemeenteraad moet uiteindelijk een definitief besluit nemen over de wegenoverdracht. Beheer en onderhoud groen HHNK beheert en onderhoudt ook de bomen langs de wegen in het buitengebied en op de dijk. Bij het kappen van deze laanbeplanting geldt een herplantplicht. In De Beemster staan ook bomen op een dijk en wordt invulling gegeven aan de herplantplicht indien de bescherming door de dijk kan worden gewaarborgd. Het groen is ook opgenomen in de ontwikkelvisies 2020 – 2040 van de gemeente. Verder is er het ‘Bomenplan 409 jaar Beemster 1612-2021’ (vastgesteld: 2021). Hierin staat onder andere een beschrijving van de beplanting, model voor herplant, basis profiel, boomziektes en uitgangspunten voor beheer. De voormalige gemeente Beemster heeft met drie type houtopstanden te maken: de laanbomen, de bomen in de wijken, en de beplanting langs de dorpsranden. De bomen langs de N243, N244, N509 en de A7 worden onderhouden door de provincie respectievelijk het Rijk.
Op enkele locaties hebben landeigenaren nog bomen langs de weg staan, op grond van het ‘voorplantrecht’. Er is een lijst met boomsoorten opgesteld voor de herplanting van bomen langs de N243: voor een deel van de Middenweg. Met de provincie is afgesproken dat er geen bomen worden geplant langs de N243 deel Schermerhornweg (geen oorspronkelijke weg). De laanbeplanting voor de N243, deel Middenweg, wordt zo veel mogelijk hersteld. Voor de aanplant van de polderlanen zijn twee afspraken vastgelegd: de bomen moeten (A) twee voet uit de slootkant en (B) op rij worden aangeplant. Voor het vervangen van erfgoedbomen, per kamerzijde, volgen we tien stappen die voor de toekomst uitgangspunt zouden moeten zijn. In het bomenplan is ook een basis profiel opgenomen. Dit betreft een advieslijn met betrekking tot het beheer van de laanbeplanting, waarbij onder andere uitspraken worden gedaan over de afstand tussen de bomen, de plek van de boom in berm en de boomsoorten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het meer stedelijke gebied en het landelijke gebied. Wat de kernkwaliteiten betreft, is het belangrijkste dat de uitstraling c.q. beleving van de laanbeplanting zo authentiek mogelijk is. Dit is dan ook een uitgangspunt bij het basis profiel. Biodiversiteit is een belangrijk onderwerp.
Hoge varianten van bijenlinten en kruidenmengsels hebben invloed op de beleving van de openheid van het landschap. Laagvariant opties van bijenlinten en kruidenmengsels passen beter bij het gebied. Hier zal blijvend aandacht voor zijn. Ook bij zaken als de verkoop van gemeentelijk restgroen is er nadrukkelijk aandacht voor de kernkwaliteiten. Restgroen dat aan particulieren kan worden verkocht en op die manier een tuinbestemming krijgt, kan bijvoorbeeld leiden tot vergunningsvrije mogelijkheden bij Kopergravuresloten. Dit kan het zicht op de sloten, maar ook de openheid aantasten. De uitgifte van restgroen wordt daarom gezien als maatwerk.
27
3d. Waterbeheer Beheer en onderhoud ringdijk, boezembeheer en waterlopen Beheer en onderhoud van de ringdijk, ringvaart (boezembeheer) en alle waterlopen in het buitengebied vallen onder de verantwoordelijkheid van HHNK. Het beheer en onderhoud vindt planmatig plaats. Ook voor de waterlopen geldt dat er een cyclisch onderhoud plaatsvindt door jaarlijks maaien en periodiek baggeren. Jaarlijks wordt in de schouw de onderhoudstoestand gecontroleerd door het hoogheemraadschap en worden, indien nodig, onderhoudsplichtigen gewezen op hun onderhoudstaken. Binnen de bebouwde kom is het de verantwoordelijkheid van de gemeente. Een deel van de watergangen in de bebouwde kom van Middenbeemster en Westbeemster zijn al in onderhoud overgedragen aan het HHNK. Momenteel is de gemeente met het HHNK in gesprek over de verdere overdracht van stedelijk water.
Fortgracht bij Fort Spijkerboor en bomen aan de Westdijk (foto: Marianne Slot-Dekker)
Integraal waterbeheer Waterbeheer is een reguliere taak van HHNK. Het waterkwaliteitsbeheer is afgedekt met de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het waterkwantiteitbeheer heeft vooral te maken met een ander weerspatroon veroorzaakt door de klimaatsverandering met hogere pieken in de aanvoer en langere perioden van droogte. Daarom is een groter gebied naar het lage peil (- 5 meter onder Normaal Amsterdams Peil) verlaagd, waardoor een grotere drooglegging in de bodem ontstaat. Door deze drooglegging is de mogelijkheid ontstaan om bij hevige neerslag meer water in de watergangen en in de bodem te bergen. Het slotenpatroon is hierbij (qua X-Y coördinaten) ongewijzigd gebleven. Verder dragen ook de inzet van waterretentie maatregelen om de pieken van extreme buien op te vangen en vertraagd af te voeren bij aan een klimaatbestendig waterbeheer. Daarnaast is inzetten op de zogenaamde sponswerking kansrijk bij de agrarische sector; vast houden bij overvloed van water en inzetten in tijden van droogte.
28
Waterbeheersing in de 21e eeuw is gericht op het veerkrachtig kunnen omgaan met natte periodes, en droge tijden. In 2015 zijn aanvullende maatregelen genomen tegen wateroverlast en watertekort. In De Beemster is een creatieve oplossing in de praktijk gebracht door genoemde peilverlaging (zo’n 600 ha) is een waterbergingseffect gerealiseerd dat gelijk is aan de toevoeging van een oppervlak van zo’n 16,5 ha aan open water. De huidige en toekomstige opgave van behoefte aan waterberging is daarmee in ruime mate voorzien. Toch voltrekt de klimaatverandering zich sneller dan in eerdere scenario's van het KNMI is voorspeld. Verdere maatregelen in de waterhuishouding van De Beemster zullen gericht zijn op het beperken van de eventuele gevolgen (schade) door extreme weersomstandigheden. Daarbij geldt het werelderfgoed en de handhaving van het bestaande slotenpatroon als uitgangspunt en randvoorwaarde. Door de komst van de Omgevingswet is de regelgeving van het waterschap in de Waterschapsverordening en de Onderhoudsverordening gebundeld en is daarmee de Keur vervangen.
3e. Duurzaamheid De gemeente ontwikkelt beleid op het gebied van duurzaamheid en wil zoveel mogelijk duurzame energiebronnen laten benutten. De fysieke toepassing van duurzame energiebronnen moet in De Beemster passen in het cultuurhistorische landschap en mag de werelderfgoedstatus niet aantasten. Duurzaamheid is een belangrijk element binnen deze kwalitatieve afweging. De gemeente legt haar duurzaamheidbeleid vast in een duurzaamheidnota die tevens geldt voor het beheer en onderhoud en waaraan alle toekomstige duurzame ontwikkelingen binnen het werelderfgoed worden getoetst. Naar verwachting dienen zich ook in komende jaren nieuwe onderwerpen aan waar nader onderzoek voor nodig is. Een voorbeeld van de afgelopen jaren is de vraag naar zonneweiden in Beemster. Er zijn beleidsregels voor grondgebonden zonnepanelen in De Beemster. Deze beleidsregels komen voort uit nader onderzoek van het voormalige Kwaliteitsteam des Beemsters en vormen een antwoord op een toenemende vraag naar duurzame energieopwekking op agrarische grond. Er is onvoldoende capaciteit om bijvoorbeeld opgewekte stroom terug te leveren aan het net. Er is dan ook een grote roep om het plaatsen van kleine windmolens (tot 15 meter) om wat minder afhankelijk te zijn van zon, en de pieken en dalen van zonne-energie op te kunnen vangen.
Echter is vanuit provincie Noord-Holland bepaald dat windmolens (ook de kleine) verboden zijn in werelderfgoederen. De gemeente is hierover met provincie in gesprek.
29
Regionale Energiestrategie en Transitievisie Warmte De Regionale Energiestrategie (RES) en de Transitievisie Warmte (TVW) volgen uit het Klimaatakkoord dat in 2019 is ondertekend. In de RES legt de energie-regio vast in welke gebieden (zogenaamde zoekgebieden) grootschalige duurzame energie kan worden opgewekt. Dit betekent dat in de RES zoekgebieden voor grootschalige windenergie en zonne-energie zijn opgenomen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Daarin is aangegeven hoe kan worden omgegaan met vraag en aanbod van duurzame warmte. De RES is een voortdurend proces. De RES 1.0 is in 2021 vastgesteld door de gemeenteraden. Twee jaar later moet de RES 2.0 worden vastgesteld. In de tussenliggende periode kunnen zoekgebieden worden toegevoegd, en afvallen. Deze veranderingen worden geformaliseerd in de RES 2.0. De RES 1.0 is in die zin een startpunt en geen eindstation. In de TVW, aangenomen in 2021, wordt aangegeven hoe de bebouwde omgeving in de gemeente van het aardgas af kan. Het beschrijft – met de huidige stand van de techniek – welke alternatieven er zijn voor aardgas, en wat de voorkeur is. Daarnaast worden enkele wijken aangewezen waar nu al gestart wordt. Bij de ontwikkeling van de TVW wordt rekening gehouden met het werelderfgoed.
3f. Klimaatverandering en bijkomende calamiteiten Met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ligt er een opdracht van het Rijk om toe te werken naar een klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Dat betekent dat, gericht op een viertal thema's, nagedacht moet worden over maatregelen. Die vier thema's zijn: 1. Weerbaarheid tegen overstroming; 2. Zo min mogelijk hinder en schade bij wateroverlast; 3. Voldoende waterbeschikbaarheid bij droogte; 4. Een betere inrichting ter voorkoming en beperking van hittestress. Dit betekent dat er preventieve maatregelen in het watersysteem en in de ruimtelijke inrichting getroffen zullen gaan worden. Ook daarbij geldt het werelderfgoed en de handhaving van het bestaande slotenpatroon als uitgangspunt en randvoorwaarde. In het proces van de ruimtelijke adaptatie gaat dat langs de lijn van weten-willen-werken. Ten behoeve van het onderdeel weten is in de klimaatatlas van HHNK al veel kennis over het gebied verzameld. Naast preventieve maatregelen is het inspelen op een calamiteit ook van belang. Een mogelijke calamiteit in De Beemster als gevolg van de klimaatverandering houdt verband met een doorbraak van de Beemsterringdijk. De Beemster ligt immers op zo´n 3,5 tot 4 meter onder NAP. Uitsluitend vanuit het perspectief van het werelderfgoed is het verwachte effect gering.
Doordat de droogmakerij onderloopt, treedt er echter wel schade op aan de infrastructuur met mogelijk gevaar voor mens en dier. Bij een calamiteit treedt de Crisisbeheersingsorganisatie in werking. De schade aan de droogmakerij wordt beperkt door het dichtzetten van de compartimenteringwerken in de Schermerboezem.
30
In het klimaatadaptatieplan, Uitvoeringsplan klimaatadaptatie Zaanstreek Waterland 2020-2024 en Beemster 2021, is de ambitie gesteld om in lijn met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente te zijn in 2050. Hierbij wordt rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het werelderfgoed. De uitgangspunten om deze doelstelling te halen zijn: 1. meer groen in de woonwijken 2. meer ruimte voor water 3. klimaatadaptief maatwerk 4. gedeelde verantwoordelijkheid Het risico op opwarming van het oppervlakte water wordt ook in het klimaatadaptatieplan benoemd: “de zomers worden warmer en het aantal tropische dagen nemen toe. Wanneer oppervlaktewater warmer wordt kan dit nadelige gevolgen hebben voor de waterkwaliteit en de ecologie. Vanaf een watertemperatuur van + 20 oC neemt de kans toe dat (ongewenste) exotische planten, dieren, blauwalgen, ziekteverwekkers- en verspreiders beter gedijen.” Dit vormt geen directe bedreiging voor de kernkwaliteiten van het werelderfgoed. Klimaatverandering Aanleiding
Doelstelling om een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente te zijn in 2050.
Oorzaak
Om te voldoen aan het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moeten er preventieve maatregelen in het watersysteem en in de ruimtelijke inrichting getroffen worden. Ook moet er ingespeeld worden op mogelijke calamiteiten zoals een eventuele dijkdoorbraak.
Gevolg
De (mogelijke) ontwikkelingen kunnen een risico vormen voor de kernkwaliteiten zoals het (landschaps) architectonisch geheel.
Acties Beoogd resultaat
Het zijn van een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente passend binnen de OUV.
Stappen
Het nemen van maatregelen zonder de kernkwaliteiten te beschadigen, zoals bijvoorbeeld in woonwijken meer te ontharden door de aanleg van wadi’s en groene infiltratie stroken. Bij een calamiteit treedt de Crisisbeheersingsorganisatie in werking, en zullen de compartimentenwerken in de Schermerboezem dichtgezet worden.
Wie
Siteholder.
Wanneer
Gaande.
Budget
Reguliere taak van de siteholder.
31
4. Educatie en Communicatie De gemeente heeft als siteholder de taak om het werelderfgoed te behouden en beheren zodat het kan worden overgedragen aan de volgende generatie, zoals aangegeven in het UNESCO Werelderfgoedverdrag. Om de uitzonderlijke universele waarde te waarborgen, is het van belang dat alle stakeholders, bewoners en bezoekers, duidelijk voor ogen hebben wat deze zijn. Hierbij is het belangrijk om betrokkenheid, draagvlak en bewustheid te creëren: waarom is het werelderfgoed, wat is het werelderfgoed (wat zijn de uitzonderlijke universele waarde), waarom zijn deze waarde belangrijk? Hoe is dit te ervaren? Educatie en communicatie spelen hierin naast het management een belangrijke rol. Educatieve en informatieve middelen worden gebruikt om het werelderfgoed onder de aandacht te brengen en een de kennis over het werelderfgoed en de kernkwaliteiten te verbreden. Dit gebeurt op verschillende manieren. Zo geeft de gemeente zelf regelmatig presentaties en informatiebijeenkomsten over haar bijzondere status als werelderfgoed en de wijze waarop zij daar invulling aan geeft.
Lokale activiteiten Promotie, marketing en educatie is gedeeltelijk overgedragen aan de Stichting Promotie Beemster Werelderfgoed (SPBW) die onder meer het Bezoekerscentrum Beemster (VVV) runt. De gemeente neemt de rest voor haar rekening. In deze stichting werken vertegenwoordigers van Beemster ondernemers, bedrijven, culturele verenigingen en stichtingen samen aan de promotie van werelderfgoed Droogmakerij de Beemster. Dit doen ze in samenwerking met de siteholders. Naast lokale organisaties en bedrijven werkt het bestuur van SPBW ook intensief samen met (regionale) partners als Bureau Toerisme Laag Holland (BTLH), Amsterdam & Partners, Hollands Boven Amsterdam en de andere VVV’s in Laag Holland, en landelijke partners als het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen en Stichting Werelderfgoed Nederland. De siteholders ondersteunen SPBW door middel van een subsidiebijdrage. De SPBW zet in op het op de kaart zetten van het erfgoed door dit aan iedereen te laten zien, op een unieke manier die past bij het karakter van De Beemster. Iedereen die hieraan mee wil doen, is welkom om een bijdrage te leveren. Dit kan op vele manieren: als ondernemer, als vrijwilliger, als professional, als bezoeker, als bestuurder enzovoort.
In de visie van de SPBW staat dat ze staan voor kwaliteitstoerisme, passend bij de kleinschaligheid van De Beemster, met respect voor mens en het milieu zoals dat nu in de polder aanwezig is, en voor een passende verbinding tussen erfgoed, cultuur en economie. Zonder inkomstenbronnen kan het unieke erfgoed niet in stand worden houden, maar de inkomsten mogen het erfgoed niet ondermijnen. Tenslotte houden de status van werelderfgoed en het economische belang ervan elkaar in evenwicht: zonder erfgoed geen economie, zonder economie geen erfgoed. Het erfgoed is uitsluitend een beperking voor economische ontwikkeling als deze ontwikkeling aantasting van het erfgoed betekent.
32
Ter promotie van het werelderfgoed heeft SPBW enkele jaren geleden het merk VISIT Beemster geïntroduceerd. VISIT Beemster staat voor historie, cultuur, erfgoed, landschap, stolpboerderijen, forten, koeien en kaas. Onderdeel van BeemSTERREN zijn een onderdeel van VISIT Beemster; enthousiaste en succesvolle ondernemers en organisaties die het cultuurhistorische verhaal van De Beemster vertellen. De ambities voor 2021-2026 van SPBW bestaan onder andere uit het werken aan een meerjarig educatieprogramma gericht op alle basisschoolleerlingen uit Beemster en Purmerend, verbetering van de toeristische infrastructuur in De Beemster, de realisatie van een vernieuwd Bezoekerscentrum Beemster over het werelderfgoed, de openstelling van de kerktoren van de Keyserkerk in Middenbeemster, en het stimuleren en faciliteren van nieuwe recreatieve en toeristische ondernemers en initiatieven in De Beemster. Binnen enkele genoemde projecten, zoals de vernieuwing van het Bezoekerscentrum Beemster, werkt SPBW nauw samen met het Historisch Genootschap Beemster (HGB). Het HGB is al sinds 1936 een zeer actieve historische vereniging en exploiteert en beheert twee musea, museum Betje Wolff en het Agrarisch Museum Westerhem, waar historische materialen voor een specifiek deel en doel worden tentoongesteld.
Regionale activiteiten Tussen gemeente, gemeente Amsterdam (De Grachtengordel) en provincie Noord-Holland (De Stelling van Amsterdam) was een samenwerking voor een samenhangende aanpak van promotie en het vertellen van het gezamenlijke verhaal met betrekking tot de drie unieke werelderfgoederen in Noord-Holland die qua geschiedenis en functie nauw met elkaar verbonden zijn. Dit is het verhaal over de eeuwenlange strijd tegen het water, het ontstaan van een burgersamenleving in de Gouden Eeuw en de Hollandse traditie om ons land te ontwerpen. Op de website Van Wereldformaat is te lezen over deze bouwstenen: vroeger en nu.
Nationale activiteiten Droogmakerij de Beemster is lid van Stichting Werelderfgoed Nederland. Deze stichting is in 2000 opgericht om de werelderfgoederen in Nederland collectief beter te kunnen promoten en om het gezamenlijke verhaal van de Nederlandse werelderfgoederen uit te dragen. De stichting werkt nauw samen met de RCE en het Ministerie van OCW. In de stichting zijn alle werelderfgoederen van het Koninkrijk der Nederlandsen vertegenwoordigd. Ieder werelderfgoed levert een afgevaardigde voor het projectteam en een bestuurder voor het bestuurlijk overleg. De stichting heeft een onafhankelijke voorzitter en twee projectmedewerkers in dienst. De stichting heeft de verantwoordelijkheid om de bewustwording van het werelderfgoed te vergroten, de belangen van het werelderfgoed te behartigen, kennis te verwerven, te ontwikkelen
33
en te delen, en om gezamenlijk naar buiten toe op te treden. In de praktijk betekent dit dat ieder werelderfgoed binnen de stichting ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk is voor een portefeuille. Beemster heeft in het verleden diverse portefeuilles beheerd, zoals het secretariaat, inclusief financieel beheer (aangezien Beemster jarenlang voorzitter van de stichting is geweest), managementplannen en tegenwoordig beheert Beemster de portefeuille educatie. In 2021 gaat deze portefeuille (gedeeltelijk) over naar een andere siteholder en is de gemeente actief betrokken bij de strategiebepaling van de stichting, de koppeling met Rijksbeleid (de stichting ontvangt subsidie van het Ministerie van OCW) en het opstellen van het nieuwe meerjarenplan voor de stichting.
Stichting Werelderfgoed Nederland heeft voor elk werelderfgoed een symbool gemaakt. Dit is het symbool voor de Droogmakerij de Beemster.
Internationale activiteiten De gemeente is sinds 2000 lid van de Organization of World Heritage Cities (OWHC), ofwel de internationale organisatie van werelderfgoedsteden. De OWHC is opgericht en bedoeld om (stedelijke/gemeente)besturen te ondersteunen bij hun taak om het werelderfgoed te beheren en te behouden conform de voorwaarden van het UNESCO Werelderfgoedverdrag en tevens uitwisseling van kennis en ervaring tussen steden te bevorderen en ook via internationale educatieve projecten het draagvlak voor het werelderfgoed te vergroten.
5. Duurzaam Toerisme en Recreatie Voor de gemeente is het versterken van de informatievoorziening over Droogmakerij de Beemster aan bezoekers en het vermarkten van het werelderfgoed richting recreanten en toeristen een belangrijk onderwerp. De beleefbaarheid en de “leesbaarheid” van het werelderfgoed moet worden verbeterd. Het is belangrijk om te weten waar de bezoekers naar op zoek zijn en hoe daar op in te spelen met alle relevante partners. Bezoekersmanagement heeft tot doel om een prettige, gedenkwaardige en positieve ervaring te bewerkstelligen met alle partners waarbij kennis over De Beemster wordt opgedaan zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor de inwoners. De Beemster is een gebied waar gewoond en gewerkt wordt; dit moet het uitgangspunt zijn bij verdere ontwikkelingen.
34
Het dorp Middenbeemster vanuit de lucht.
Er wordt gewerkt om de presentatie van het werelderfgoed op verschillende plekken te professionaliseren, verstevigen en uit te breiden. Zo worden de mogelijkheden onderzocht om het verhaal van het werelderfgoed op verschillende punten onder de aandacht te brengen. Elke locatie heeft een eigen invalshoek maar ze vertellen met zijn allen het verhaal van het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster. Bezoekerscentrum Aanleiding
Het willen verbeteren van de beleefbaarheid en “leesbaarheid” van het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster.
Oorzaak
Het is op dit moment erg lastig om de uitzonderlijke unieke waarde van het werelderfgoed te zien of te beleven. Daarom is het essentieel dat de informatie over dit werelderfgoed zo goed mogelijk wordt weergegeven en te ervaren is in een bezoekerscentrum. Het huidige bezoekerscentrum voldoet niet meer aan de wens om het complete verhaal van de droogmaking van De Beemster en het verhaal van het UNESCO werelderfgoed te vertellen.
Gevolg
Vandaar dat wordt gewerkt aan de vernieuwing van het Bezoekerscentrum Beemster. De beschikbare ruimte wordt uitgebreid en het verhaal van De Beemster wordt op eigentijdse wijze verteld. Het Bezoekerscentrum wordt hét startpunt voor een bezoek aan De Beemster. De vernieuwing van het Bezoekerscentrum vormt samen met andere ontwikkelingen op het gebied van bezoekerscentra, het vertellen van het
35
verhaal van De Beemster en het beleven van het gebied, een complementair geheel. Acties Beoogd resultaat
Bezoekers hebben een optimale beleving in het werelderfgoed en weten beter wat de OUV zijn. Verder zijn de verschillende initiatieven op elkaar afgestemd waardoor ze gezamenlijk het verhaal vertellen.
Stappen
Siteholder onderzoekt de mogelijkheden binnen het vigerende bestemmingsplan en voorwaarden omtrent het Werelderfgoed Droogmakerij de Beemster
Wie
Siteholder met de betrokken partijen en in een later stadium de RCE.
Wanneer
Gaande.
Budget
Reguliere taak van de siteholders.
Het uitdragen van het werelderfgoed moet met alle partners gebeuren. Het gaat om samenwerking, ontsluiting en bereikbaarheid en verbinden aan het regionale en landelijke recreatie- en toeristisch netwerk. Om te weten wat er verder ontwikkeld moet worden voor een goed bezoekersmanagement, is het belangrijk om te kijken naar wat er al is en wie de relevante partners zijn. Hierbij moet gekeken worden naar alle facetten die een rol spelen, van infrastructuur, recreatieve activiteiten tot informatie voorziening. Hiervoor werkt de gemeente onder andere samen met SPBW en BTLH. In BTLH participeren de gemeenten Waterland, Purmerend, Edam-Volendam, Landsmeer en Oostzaan. In de uitvoeringsagenda van de economische visie staat ook het ‘knooppunt werelderfgoed’. Hierin wordt het belang aangegeven om de unieke waarde van het werelderfgoed – Droogmakerij de Beemster én De Stelling van Amsterdam – beter beleefbaar maken. Verder is de werelderfgoedstatus in potentie van economische waarde: het kan helpen bij het vermarkten van Beemsterproducten en bij het aantrekken van duurzaam toerisme. Er zijn mogelijk kansen voor (agro)toerisme en het uitnodigen van mensen op een plek – knooppunt werelderfgoed – van waaruit bezoekers het gebied kunnen ontdekken. Er is een koppeling tussen het ontstaan van het unieke gebied en de toekomst.
Van water maakten de mensen land, en op dat land maken de mensen de voedselkamer van Amsterdam. Vanuit Beemster wordt de verbinding opgepakt met marktstad Purmerend, en andere toeristische trekkers in onze regio. Het gaat om het versterken van de recreatieve en toeristische propositie van het werelderfgoed, de stad en De Stelling van Amsterdam. Verder worden toerisme en cultuur ingezet voor nieuwe werkgelegenheid en hierbij ook een koppeling met onderwijs tot stand brengen. Andere toekomstplannen zijn het denken aan een dependance van de VVV in het Stationsgebied van Purmerend. Daar komen in de toekomst de bezoekers van Purmerend en omstreken via het OV aan. Deze dependance is het startpunt voor een bezoek aan de binnenstad en De Beemster. Er leven ideeën om samen met het onderwijs te kijken naar mogelijkheden voor leergangen op het gebied van toerisme, recreatie en gastvrijheid. Hierbij is ook een duidelijke link met ICT: er is een grote behoefte aan data over bezoekers etc. Ook hierin kan het onderwijs eventueel een rol
36
vervullen. Tenslotte is er de wens voor een strategische c.q. lange termijn visie op het gebied van toerisme en recreatie. Er is al een samenwerking tussen het Bezoekerscentrum Beemster en het Purmerends Museum/VVV winkel Purmerend. In de VVV in Purmerend worden ook producten vanuit Beemster aangeboden en omgekeerd.
6. Organisatie en Samenwerking De gemeente, HHNK, de provincie Noord-Holland en de RCE (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) hebben al in 2011 procesafspraken gemaakt over hoe in samenwerking met elkaar de instandhouding van het werelderfgoed wordt gewaarborgd.4 Vanaf heden is het managementplan de plek waarin de afspraken tussen de gebiedspartijen zijn vastgelegd. Het gemeenschappelijke doel is om de uitzonderlijke universele waarde van de Droogmakerij de Beemster te beschermen. De afspraak is dat de verschillende betrokken partijen elkaar tijdig op de hoogte brengen en houden van relevante ontwikkelingen, zodat vroegtijdig kan worden afgestemd en zij zoveel als mogelijk eenheid uitstralen, uiteraard met behoud van ieders verantwoordelijkheid. Cruciaal is dat de betrokken partijen de uitzonderlijke en universele waarde van De Beemster borgen in zowel het beleid op het terrein van cultuurhistorie, als op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur en andere ruimtelijk relevante beleidsvelden. Het gaat om een integrale borging van de waarden die het predicaat ‘Werelderfgoed’ hebben gerechtvaardigd.
De kern van de afspraken tussen de siteholders, de provincie en het Rijk (RCE) is: Gebiedspartners spreken uit de uitzonderlijke universele waarde, kenmerkend voor de droogmakerij, te allen tijde in beleid op het terrein van cultuurhistorie, ruimtelijke ordening, infrastructuur, water en in planologisch, beheers- en onderhoudsmatig opzicht gehandhaafd te houden en waar mogelijk te versterken. De gemeente coördineert de afstemming van ontwikkelingen in het gebied. Elke gebiedspartner wijst een ambtelijke contactpersoon aan voor de uitvoering van de gemaakte afspraken. Alle gebiedspartners vertalen deze afspraken in hun eigen werkprocessen. In bijlage 8.3 staat de verdeling van taken en verantwoordelijkheden van de siteholders, provincie en het Rijk (RCE) schematisch weergegeven.
4 Deze procesafspraken vormen integraal onderdeel van het managementplan en komen voort uit het
Afsprakenkader 2011. Het afsprakenkader is in 2011 ondertekend door zowel de gemeente, HHNK, de provincie als de Rijksoverheid. Er is destijds voor gekozen om een apart afsprakenkader op te stellen en te ondertekenen, aangezien het hebben van een managementplan nog geen verplichting was. De afspraken uit het Afsprakenkader zijn integraal meegenomen in deze actualisatie van het managementplan, waardoor het document uit 2011 komt te vervallen.
37
Stakeholders De gemeente hecht aan een goede samenwerking met de lokale partijen. De gemeente kent een groot en actief verenigingsleven en dat komt mede tot uiting in een hoge organisatiegraad van lokale landbouw (LTO), middenstand en bedrijvigheid (AOV Beemster Ondernemer), alsmede de inwoners (bijvoorbeeld via actieve stichtingen en buurtverenigingen), en educatieve programma’s in samenwerking met de basisscholen gericht op de jeugd. Verder is er een nauwe samenwerking met SPBW, het HGB, BTLH, de VVV’s, maar ook Purmerendse (cultuurhistorische) partijen die het verhaal van de regio vertellen (zoals het Purmerends Museum). Daarnaast hecht de gemeente aan de betrokkenheid van inwoners. Individuele inwoners en ondernemers worden betrokken door activiteiten als promotie en educatie, nieuwsbrieven, bijeenkomsten, et cetera, en - indirect - door de ondersteuning van de diverse organisaties die in de gemeente actief zijn. In de werkwijze van de gemeente past dat deze partijen indien nodig geïnformeerd dan wel betrokken worden bij grote ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de uitzonderlijke universele waarde van Droogmakerij de Beemster. De gemeente draagt daarbij te allen tijde zorg voor een goede en tijdige communicatie via haar website, lokale nieuwsbladen, bijeenkomsten, en rechtstreeks in gesprek met betrokkenen.
7. Financiën Kosten uitvoering managementplan 2022 - 2027 Het specifiek toerekenen van kosten aan de werelderfgoedstatus is lastig voor zowel de gemeente als HHNK. De werkzaamheden met betrekking tot het werelderfgoed zijn grotendeels ondergebracht in de reguliere lijnorganisatie van de gemeente. Dit geldt voor alle gemeentelijke activiteiten en taken die in het kader van dit managementplan door de gemeente worden opgepakt. Daarnaast zijn er nog projecten die aan werelderfgoed zijn gerelateerd waarvan de financiën zijn gedekt door incidentele budgetten. HHNK heeft de taken en activiteiten die verband houden met het werelderfgoed geheel geïncorporeerd in zijn reguliere bedrijfsvoering en de organisatie. Daar waar specifieke aandachtspunten spelen in het kader van de werelderfgoedstatus, zijn deze geïntegreerd in de werkprocessen en vormen ze onderdeel van de taakuitvoering door het schap. Datzelfde geldt ook in hoge mate voor provincie en Rijk. Provincie en Rijk dragen wel bij aan de ontwikkeling van het werelderfgoed in de vorm van subsidies en financiële bijdragen in de kosten van het verspreiden van kennis over, en beheer en onderhoud van het werelderfgoed. Het is op dit moment niet mogelijk een overzicht op te stellen met een indicatie van de te verwachten bijdragen aan het beheer en onderhoud van De Beemster vanuit het Rijk en de provincie.
38
8. Bijlagen 8.1 – Kernkwaliteiten Werelderfgoed Droogmakerij de Beemster 1. Het unieke samenhangende en goed bewaard gebleven, vroeg-zeventiende-eeuwse (landschaps)architectonische geheel van de Droogmakerij de Beemster, bestaande uit: het vierkante gridpatroon van wegen en waterlopen en rechthoekige percelen; de ringdijk en ringvaart (continuïteit en eenheid in vormgeving); het centraal gelegen dorp (Middenbeemster) op een assenkruis van wegen; bebouwing langs de wegen; de relatief hooggelegen wegen met laanbeplanting; de monumentale en typerende (stolp)boerderijen en restanten van buitens; de oude molengangen; de structuur en het karakter van het (beschermde) dorpsgezicht van Middenbeemster. 2. Grote openheid. 3. Voor zover het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster samenvalt met het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zijn de uitzonderlijke universele waarden van het werelderfgoed De Stelling van Amsterdam tevens van toepassing op het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster. Dit zijn de kernkwaliteiten zoals ze worden opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze opsomming van De Beemster kernkwaliteiten is overgenomen uit het BARRO (2011) en zijn bovendien verder doorvertaald in provinciaal en gemeentelijk beleid.
Provinciale doorvertaling kernkwaliteiten De provincie heeft op grond van het Bkl de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen Droogmakerij de Beemster en De Stelling van Amsterdam uitgewerkt en geobjectiveerd in haar provinciale verordening. Deze verordening is in 2020 gemodelleerd aan de Omgevingswet. Hiermee is de doorwerking van Rijksbeleid voor de bovengenoemde werelderfgoederen in het provinciale instrumentarium geborgd. Artikel 6.47 benoemt de UNESCO werelderfgoederen. In de omgevingsverordening wordt tevens verwezen naar de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. In deze leidraad zijn de kernkwaliteiten voor Droogmakerij de Beemster verder uitgewerkt. De leidraad is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. Inhoudelijk staat deze uitwerking opgenomen in de Leidraad (2018) – ensembles – Schermer-Beemster. Zie voor verdere inhoudelijke toelichting pagina 12 van het managementplan.
39
Gemeentelijke doorvertaling kernkwaliteiten In het gemeentelijke omgevingsplan (opvolger van de bestemmingsplannen) wordt de bescherming van de kernkwaliteiten van werelderfgoed Droogmakerij de Beemster verder uitgewerkt. Dit gebeurt onder meer door de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie. In de gemeentelijke Omgevingsnota worden op structuurniveau, erf- of perceelniveau en op object- of gebouwniveau regels gesteld aan de ruimtelijke inrichting en de beeldkwaliteit. De omgevingsnota stuurt, voor het gehele grondgebied van De Beemster, op de ruimtelijke en visuele kwaliteit en regelt zo het welstandsbeleid voor het gebied. Zie voor verdere inhoudelijke toelichting pagina 15 van het managementplan.
40
8.2 – Kernkwaliteiten Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: Een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; Sluizen en voor- en achterkanalen; De forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; Inundatiegebieden; Voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); De landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten. 2. Relatief grote openheid. 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam.
41
8.3 – Schematisch overzicht verdeling verantwoordelijkheden en taken siteholders, provincie Noord-Holland en Rijk (RCE) Partij
Rol en verantwoordelijkheden
Taken
Gemeente
- Siteholder - Bescherming, beheer en instandhouding kernkwaliteiten - Passende inpassing nieuwe ontwikkelingen - Educatie en informatie - Promotie en communicatie
- Vaststellen en uitvoeren Structuurvisie - Vaststellen en uitvoeren omgevingsplan - Vaststellen uitvoeren Welstand (Omgevingsnota) - Beheer en onderhoud wegen / openbare ruimte - Verlenen vergunningen en ontheffingen - Handhaving en toezicht - Educatie - Voorlichting - Communicatie - Samenwerking
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
- Siteholder - Bescherming, beheer en instandhouding werelderfgoed - Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de erfgoedwaarden en waterbeheer
- Waterkeringbeheer - Waterbeheer, zowel kwantiteit als kwaliteit - Laanbeplanting/ herplantplicht - Wegbeheer
Provincie NoordHolland
- Autoriteit op het gebied van de ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit, die de kernkwaliteiten van Droogmakerij de Beemster vastlegt in de Omgevingsverordening die verwijst naar Leidraad Landschap en Cultuurhistorie - Vertalen nationaal waterbeleid naar de regio (uitvoering door waterschappen) - Siteholder voor De Stelling van Amsterdam, die deels overlapt met Droogmakerij de Beemster - RES
- Handhaven bij misstanden - Vastleggen en uitvoeren Structuurvisie en Omgevingsverorderning die verwijst naar Leidraad Landschap en Cultuurhistorie - Wegbeheerder voor provinciale wegen - Regionaal sturende rol woningvoorraad - Adviserende rol (Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkelingen (ARO)) bij ontwikkelingen buiten bestaand gebouwd gebied
Staat der Nederlanden in zijn formele rol voor het werelderfgoed c.q. Ministerie van OCW Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
- Op Rijksniveau verantwoordelijk voor beleid ten aanzien van werelderfgoed, cultuurhistorie en archeologie
- Behartiging/uitvoering Nederlandse Werelderfgoedbeleid - Focal point voor UNESCO - Coördinatie, rapportering en intermediair tussen overheden en UNESCO, ICOMOS en permanente vertegenwoordiger voor Nederland bij UNESCO - Onderzoek en advies over cultuurhistorische waarden. - Uitvoering Omgevingswet - Subsidieverlener op het gebied van monumenten, archeologie en cultuurlandschap. - Beheert Monumentenregister
42
8.4 - Lijst van veelgebruikte afkortingen ARO Barro Bkl BTLH HGB HHNK MRA OCW OUV OWHC RCE RES SPBW TVW UNESCO
Provinciale (Noord-Holland) Adviescommissie Ruimtelijke Ordening Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Besluit kwaliteit leefomgeving Bureau Toerisme Laag Holland Historisch Genootschap Beemster Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Metropoolregio Amsterdam Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Outstanding Universal Value Organization of World Heritage Cities Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Regionale Energiestrategie Stichting Promotie Beemster Werelderfgoed Transitievisie Warmte United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization
43
44