CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Rijperweg 129, toelichting en planregels.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 4a: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Rijperweg 129.24.350 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Oorspronkelijk was Kruiswijk melkveehouder, de knoflook is gaandeweg, zie ook eerdere adviezen, erbij gekomen en heeft een grote vlucht genomen. Beemster Garlic kweekt verse knoflook; een ander product dan de bekende droge knoflook die o.a. uit Italië en China komt. Kruiswijk constateert een groeiende vraag naar verse knoflook waarvan de smaak anders is dan die van droge. Beemster Garlic is één van de grotere aanbieders en heeft een goede marktpositie in een aantal landen in West-Europa. Het bedrijf heeft een bijzondere bewaarmethode ontwikkeld op basis van ULO1, waarmee Beemster Garlic de knoflook over langere tijd ‘vers’ kan houden. De knoflook wordt op het bedrijf verkoopklaar gemaakt en verpakt voor de supermarkt. Voor de teelt van de knoflook, met een schema tussen 1 op 6 en 1 op 10 (op een perceel kan tussen éénmaal per zes tot tien jaar knoflook geteeld worden), wil het bedrijf veel compensatieland beschikbaar hebben om met boeren te kunnen ruilen. Zonder deze ruilmogelijkheid meent de heer Kruiswijk de knoflook niet te kunnen kweken omdat hij over onvoldoende geschikt land zou kunnen beschikken.

In de visie van de heer Kruiswijk is de melkveehouderij om die reden onderdeel van zijn bedrijfsvoering, hoewel het ook gebruikelijk is dat bijvoorbeeld bollentelers - zonder eigen melkveehouderij - toch door middel van compensatieland met andere agrariërs in verband met vrucht- en teeltwisseling land ruilen. Voor de bedrijfsvoering heeft het bedrijf - volgens het Formulier Bedrijfsgegevens Aanvrager - de beschikking over in totaal circa 223 hectare grond. Daarvan is circa 159 hectare in eigendom, wordt circa 7 hectare regulier gepacht en circa 57 hectare los gehuurd. Van genoemde oppervlakte is een oppervlakte van 11 hectare in gebruik als bouwland voor de teelt van snijmaïs, 75 hectare voor grasland, circa 61 hectare voor de teelt van knoflook, 1

ULO-bewaring staat voor Ultra Low Oxygen-bewaring. Bij deze bewaarmethode wordt bij een lage temperatuur een zeer laag zuurstofgehalte gehandhaafd en een verhoogd CO2-gehalte. Deze bewaring vindt plaats in gasdichte bewaarcellen en wordt onder meer toegepast bij het langdurig bewaren van onder meer appels en peren.

Advies Abc 19 099 bm d.d. 7 januari 2019

2

circa 12 hectare verhuurd voor de teelt van tulpen, circa 58 hectare wordt verhuurd als compensatieland en circa 6 hectare betreft erf, paden en sloten. De aanwezige veestapel aan de Rijperweg 129 telt ongeveer 140 melkkoeien en 130 stuks jongvee wordt elders gestald. Aanwezige bebouwing: • woning; • BRC2 en opslag: in gebruik als BRC-ruimte en ruimte voor opslag; • verwerkingsruimte (920 m2): in gebruik voor verwerking geteeld product; • bewaarschuur 1 (1.150 m2): in gebruik voor knoflookbewaring; • bewaarschuur 2 (1.612 m2): in gebruik voor knoflookbewaring; • veestal (1.680 m2): in gebruik voor de huisvesting van melkkoeien; • woonunits: in gebruik met een tijdelijke vergunning voor de huisvesting van 40 arbeidsmigranten. Plan Momenteel wordt het bedrijf wat betreft de knoflook geconfronteerd met nieuwe aanbieders in zijn afzetlanden, tot in Zweden toe, die echter alleen in hun eigen korte oogstseizoen aan de supermarkten kunnen leveren. Om deze nieuwe situatie te pareren, wil de heer Kruiswijk zijn bewaarfaciliteit uitbreiden, zodat hij direct aan de markt is als het lokale aanbod elders weer stopt. Daar ligt zijn grote kracht, verklaart hij. Daarnaast is de helft van zijn vee elders gestald waarvoor hij stalruimte moet huren. Dat is qua arbeid als ook om redenen van veevervoer niet doelmatig.

Tenslotte zijn er vier bedrijfsopvolgers die samen het gehele bedrijf willen voortzetten, zowel wat betreft de melkveehouderij als de knoflookteelt. Op termijn moet daarom zowel de oppervlakte stalruimte als ook de bewaarruimte voor de knoflook worden uitgebreid. Voorts heeft het bedrijf het plan de huidige tijdelijk vergunde huisvestingsvoorziening voor 40 arbeidsmigranten te vervangen door een permanent vergunde huisvestingsvoorziening voor 20 en een tijdelijk vergunde huisvestingsvoorziening voor eveneens 20 arbeidsmigranten. Om de plannen te kunnen realiseren is het tenslotte nodig het bouwvlak aan de achterzijde van het perceel te verlengen. Vraagstelling / beoordeling In uw adviesverzoek stelt u dat ten behoeve van verdere planologische overwegingen moet worden getoetst of sprake is van een volwaardig bedrijf en of er een bedrijfsmatige noodzaak is voor de bedrijfsuitbreiding en arbeidsmigrantenhuisvesting. Onze commissie wil voorafgaand aan de beantwoording van uw vragen het volgende opmerken. De heer Kruiswijk is genoodzaakt met beleid te investeren; het is niet mogelijk om in één keer zowel de huisvesting voor arbeidsmigranten, de uitbreiding van de knoflookbewaring én de verlenging van de melkveestal te realiseren.

Hij is daarbij van mening dat nieuwe ontwikkelingen in de mechanisatie en/of automatisering van de verwerking van de knoflook, die zeer arbeidsintensief is, mogelijk minder menselijke arbeid op termijn noodzakelijk maakt. Dit is mede een reden om nu niet voor 40 arbeidsmigranten een permanente huisvestingsvoorziening te willen realiseren, maar voor 20 van hen een permanent gebouw te bouwen en voor de overige 20 de huidige, tijdelijke situatie voort te zetten. 2

BRC (British Retail Consortium) Global Standards is een voedselveiligheids- en kwaliteitscertificeringprogramma dat gebruikt wordt door gecertificeerde leveranciers in 123 landen. Het bezit van een BRC-certificaat toont aan dat een organisatie voldoet aan de voedselveiligheidseisen van het British Retail Consortium.

Advies Abc 19 099 bm d.d. 7 januari 2019

3

Overigens zal volgens de heer Kruiswijk de ruimte voor de knoflookbewaring na de nieuwbouw kleiner zijn dan daadwerkelijk benodigd, maar het wordt van steeds groter belang om uit eigen voorraad snel te kunnen leveren. Hij ziet voordeel in het ‘onder handbereik’ hebben van voorraden knoflook en het nadeel van, na de nieuwbouw, nog steeds moeten bijhuren van opslagruimte neemt hij voor lief. Daarnaast is de heer Kruiswijk onzeker over de aankomende nieuwe stikstofregels, waardoor hij de uitbreiding van de veestalling liever nog even afwacht, maar wél in de procedure voor het bouwvlak wil meenemen en dan separaat hiervoor de benodigde vergunningen wil aanvragen. Het aantal arbeidsmigranten op het bedrijf, ook gezien bij het bedrijfsbezoek, verloopt door het jaar als volgt: Maand:

Aantal arbeidsmigranten:

Januari Februari Maart April Mei Juni

25 20 3 4 4 30

Maand: Juli Augustus September Oktober November December

Aantal arbeidsmigranten: 45 45 45 40 40 30

De verloning van de werknemers vindt plaats via payrolling. De heer Kruiswijk vermeldt nog extra dat brandgevaar voor zijn bedrijf een grote bedreiging kan zijn, om die reden wil hij ruime afstanden houden tussen zijn knoflookbewaarschuren. Een grote brand zou bijvoorbeeld zijn voorraad plantgoed kunnen vernielen en daarmee het bedrijf ten gronde richten. Uw college stelt onze commissie de volgende vragen die wij cursief weergegeven met direct daaraanvolgend ons antwoord. 1. Is er sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf conform enerzijds het bestemmingsplan en anderzijds de Provinciale Ruimtelijke Verordening? Ad 1. Ja, zowel conform enerzijds het bestemmingsplan (Buitengebied 2012, artikel 1, sub uuu.) als anderzijds de Provinciale Ruimtelijke Verordening (versie juni 2019; artikel 1, sub ss) is er sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf. 2. Is het, gelet op de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf, economisch noodzakelijk om uitbreiding te realiseren? Ad 2. De heer Kruiswijk heeft vier zonen, die allen als opvolger op termijn verder willen met het gecombineerde bedrijf, melkveehouderij en knoflookteelt. De uitbreidingen moeten het, naar het standpunt van de heer Kruiswijk, voor hen mogelijk maken een inkomen uit het bedrijf te verwerven.

In die zin is de uitbreiding economisch noodzakelijk, naast de afweging die de heer Kruiswijk maakt voor het heel snel kunnen reageren op de vraag uit de markt voor de knoflook, die extra ruimte op het bouwvlak nodig maakt..

Advies Abc 19 099 bm d.d. 7 januari 2019

4

3. Is het, gelet op de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf, noodzakelijk om 20 arbeidsmigranten permanent te huisvesten? Ad 3. Er is een tamelijk vaste kern van 20 buitenlandse medewerkers, zie bovenstaand schema. Dit maakt het noodzakelijk dit aantal, ook in de toekomst, permanent te kunnen huisvesten. 4. Is het, gelet op de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf, noodzakelijk om daarnaast 20 arbeidsmigranten tijdelijk te huisvesten en tot wanneer is dit noodzakelijk? Ad 4 Het bovenstaande schema geeft aan dat ca. 7 maanden per jaar het aantal ingehuurde krachten groter is dan 20. De heer Kruiswijk verwacht dat nieuwe vormen van mechanisatie de behoefte in deze 7 maanden zal doen afnemen. Op dit moment zijn de 20 tijdelijke slaapplaatsen nog noodzakelijk Gezien de huidige staat van de automatisering in de verwerking van de knoflook en de investeringsplannen van het bedrijf, lijkt verlenging van de tijdelijke vergunning voor deze huisvesting met een termijn van 5 jaar redelijk. 5. Is, gelet op de bedrijfsvoering, de omvang van de schuren noodzakelijk conform het bijgevoegde schetsontwerp? Ad 5.

Wat betreft de uitbreiding van de knoflookbewaring geeft de argumentatie die de heer Kruiswijk aanvoert rond de zich wijzigende afzet van verse knoflook (zie hierboven) onze commissie voldoende vertrouwen in de juistheid hiervan en toont daarmee de noodzaak aan van de omvang daarvan. Wat betreft de uitbreiding van de melkveestal gaat het om de huisvesting van jongvee dat het bedrijf al heeft maar nu elders is gestald. Zoals hierboven vermeld gaat het thans om 140 melkkoeien die nu gehuisvest zijn aan de Rijperweg 129 en 132 stuks jongvee elders. Uit een oogpunt van efficiënte bedrijfsvoering verdient huisvesting van al het (melk-)vee op één plek alleszins de voorkeur. Dit maakt dan ook de omvang van de uitbreiding van de melkstal noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Tenslotte deelde de heer Kruiswijk mee dat zijn opvolgers de melkveehouderij in de toekomst mogelijk willen uitbreiden tot 240 melkkoeien, te melken met vier melkrobots, met het bijbehorende jongvee. 6. Is het, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk om het bebouwingsvlak uit te breiden voor de uitoefening van het agrarische bedrijf op de twee beoogde locaties? Ad 6.

Sowieso acht onze commissie de uitbreiding van het bouwvlak noodzakelijk aangezien de uitbreiding van zowel de knoflookbewaarschuur als de verlenging van de veestal uit een oogpunt van efficiënte bedrijfsvoering noodzakelijk zijn en slechts gerealiseerd kunnen worden wanneer het bouwvlak wordt verlengd. Op termijn, als ook geïnvesteerd kan worden in een nieuwe stal, is ook de uitbreiding van het bouwvlak daarvoor logisch verklaarbaar. 7. Is het, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk dat de nieuwe schuur op een afstand van 20 meter wordt geplaatst achter de bestaande schuur? Ad 7. Scheiding op zich van bewaarschuren is naar de mening van onze commissie sowieso verstandig om de risico’s (ten gevolge) van brand te verkleinen. Mede gezien de angst voor brandschade die de heer Kruiswijk uitspreekt, lijkt een afstand van 20 meter onze commissie

Advies Abc 19 099 bm d.d. 7 januari 2019

5

aannemelijk. Daarbij ontstaat ook (hoewel ruim bemeten) manoeuvreerruimte die nodig is vanwege de tegenover elkaar liggende uitrijopeningen van de bestaande en de nieuwe schuur.

Hoogachtend, Stichting Agrarische Beoordelingscommissie Namens deze,

ing. T.J.M. Broers, secretaris

Advies Abc 19 099 bm d.d. 7 januari 2019

6

Aanvullend advies Stichting Abc 22 april 2020

Verzonden: woensdag 22 april 2020 10:15 Onderwerp: Re: 2 extra verdiepingsvragen inzake agrarisch advies Rijperweg 129 Middenbeemster Goedemorgen, Hierbij de schriftelijke beantwoording van uw twee vragen, waarover u telefonisch al contact hebt gehad met de voorzitter van ons bestuur. * INITIATIEFNEMER GEEFT AAN DAT OOK NA DE TERMIJN VAN 5 JAAR, HIJ EEN HUISVESTINGSVRAAG VAN 40 ARBEIDSMIGRANTEN VOORZIET. IS HET, GELET OP DE BEDRIJFSVOERING, NOODZAKELIJK OM OOK IN 2025 EN DAARNA 40 ARBEIDSMIGRANTEN VOOR HET EIGEN BEDRIJF TE HUISVESTEN? Reactie Abc: Zoals uit het advies blijkt, betwijfelt de aanvrager juist of over 5 jaar nog 40 slaapplaatsen nodig zullen zijn. Het afleveringsklaar maken van de knoflook vergt nu nog veel handarbeid, maar daar komen waarschijnlijk technische oplossingen voor. Mede omdat de aanvrager een aantal investeringen moet doen, wil hij deze faseren en in verband met het voorgaande 20 permanente plaatsen bouwen en 20 tijdelijk laten bestaan, zodat hij flexibel kan krimpen als dat mogelijk is. De commissie is van mening dat dit een logische handelwijze is. * KAN WORDEN ONDERBOUWD DAT DEZE 40 SLAAPPLEKKEN VOLLEDIG WORDEN BENUT DOOR ARBEIDSMIGRANTEN DIE WERKZAAM ZIJN IN HET BEDRIJF OP DE RIJPERWEG 129? Reactie Abc: Bij het bedrijfsbezoek is ruwweg geteld hoeveel mensen op dat moment werkzaam waren in de verwerkingsruimte op het bedrijf.

Dit aantal lag bij ongeveer 40. Samen met de loongegevens, op basis waarvan de Commissie een inschatting kan maken van het aantal mensen dat door het jaar heen op het bedrijf werkt, wil de Commissie uitgaan van het juiste aantal dat door Beemster Garlic is opgegeven. De aantekening die hierbij gemaakt moet worden is dat veranderende bedrijfsomstandigheden in de toekomst voor andere uitkomsten kunnen zorgen.

Met vriendelijke groet,

Stichting Agrarische beoordelingscommissie, Namens deze,

A. (André) W. Gouderjaan (secretariaat)

tel. 06 - 427 417 90 Postbus 357 3440 AJ Woerden

Bijlage 3

Bouwtekening

Toelichting

81

kleuren en materialen

Rechter zijgevel (oost)

Achtergevel (noord)

Voorgevel (zuid)

BOUWANVRAAG

Linker zijgevel (west)

Doorsnede bedrijfsruimte

Doorsnede werknemersverblijf

getekend: sjaak schouten 10-03-2020 gewijzigd: A: 07-07-2020 B: 09-07-2020 betreft: Bedrijfsruimte en werknemersverblijf aan de Rijperweg 129 te Middenbeemster C: D: E: onderwerp: Gevels en doorsneden F: G: schaal in opdracht van: Beemster Garlic Rijperweg 129 H: 1:100 A0 1462 MH Middenbeemster tel.:06 22466103 werkno. tek.no. Burgemeester Raatlaan 62 1693 EE Wervershoof Tel.0228-582006 Mobiel.06-48177527 info@sjaakschouten.nl www.sjaakschouten.nl

19-1697

12B

deze tekening blijft eigendom van bouwbureau Sjaak Schouten en mag niet zonder toestemming worden gekopieerd.

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Toelichting

83

RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Rijperweg 129 te Middenbeemster

Opdrachtgever

:

Bouwbureau Sjaak Schouten Burgemeester Raatlaan 62 1693 EE WERVERSHOOF

Projectnummer

:

20KL019

Datum

:

13 februari 2020

Auteur

:

A. Reit

Paraaf

:

Klijn Bodemonderzoek B.V. Oudlandseweg 1, 9682 XT Oostwold Telefoon 0597 – 55 12 12 Email info@klijnbodemonderzoek.nl Internet www.klijnbodemonderzoek.nl

2 INHOUD 1.

Rapport 20KL019 BLAD

1.1. 1.2.

INLEIDING Algemeen Opbouw

3 3 3

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

VOORONDERZOEK Algemeen Ligging onderzoekslocatie Historisch en huidig gebruik Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie Bodemonderzoek Bodemkwaliteitskaart Toekomstig gebruik van het terrein Financieel/juridisch Regionale opbouw en geohydrologie Onderzoekshypothese

3 3 4 5 5 5 5 5 5 6 6

ONDERZOEKSPROGRAMMA

7

4.1. 4.2.

BODEMGEGEVENS Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Samenstelling grondmengmonsters

7 7 8

5.1. 5.2. 5.3. 5.4.

RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES Meetgegevens grondwater Toetsingskader Analyseresultaten Toelichting analyseresultaten

8 8 9 10 11

6.1. 6.2. 6.3.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Samenvatting Conclusies en aanbevelingen Slotopmerking

11 11 12 12

2.

3. 4.

5.

6.

BIJLAGEN 1

Ligging van de locatie en kadastrale kaart

2

Boorprofielen en legenda

3

Analyserapporten

4

Toetsingstabellen

5

Overzicht posities monsternamepunten

6

Foto's

3

Rapport 20KL019

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen In opdracht van Bouwbureau Sjaak Schouten is door Klijn Bodemonderzoek B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Rijperweg 129 te Middenbeemster. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning in verband met de geplande bouwaanvraag op het perceel. Het onderzoek heeft alleen betrekking op de plaats van de geplande nieuwbouw. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Klijn Bodemonderzoek B.V. is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodemkwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart Klijn Bodemonderzoek B.V. op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht.

1.2.

Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · vooronderzoek · onderzoeksprogramma · bodemgegevens · metingen en chemische analyses · samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, conclusies en aanbevelingen

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5); (hoofdstuk 6).

2.

VOORONDERZOEK

2.1.

Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (2017) ‘Uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek’ uitgevoerd. In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein. Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclusies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o ligging onderzoekslocatie (paragraaf 2.2) o historisch en huidig gebruik (paragraaf 2.3) o belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie (2.4) o bodemonderzoek (2.5) o bodemkwaliteitskaart (2.6) o toekomstig gebruik (2.7) o financieel/juridisch (2.8) o bodemopbouw en geohydrologie (2.9) o onderzoekshypothese (2.10)

4

Rapport 20KL019

Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen geraadpleegd: · Locatie-inspectie (d.d. 14 januari 2020); · Informatie opdrachtgever; · Gemeente Beemster; · Milieudienst OD IJmond; · Internetsite Tijdreis, Historisch kaartmateriaal van ca. 1815 tot heden (https://topotijdreis.nl); · Internetsite basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl); · Internetsite bodem informatie (https://bodemloket.nl/); · Luchtfoto Google Earth; · Grondwaterkaart van Nederland; · Topografische Atlas van Nederland (2002); · Kadastrale kaart. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn bovenstaande bronnen geraadpleegd en is door Klijn Bodemonderzoek een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie is onder andere gelet op verdachte plekken (zoals verkleuringen, brandplekken, olieopslag etc.), asbest op of in de bodem, asbestbeschoeiingen, verzakkingen en ophogingen. 2.2.

Ligging onderzoekslocatie Het perceel ligt aan de Rijperweg 129 te Middenbeemster en is kadastraal bekend als Gemeente beemster, sectie D, nr. 4014 (ged.). De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het kadastrale perceel en heeft een oppervlakte van 800 m2. De locatie bevindt zich aan de oostzijde van de dorpskern buiten de bebouwde kom van Middenbeemster. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocatie en directe omgeving. Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Onderzoekslocatie

De omgeving van de onderzoekslocatie betreft voornamelijk bouw- en /of weilanden (agrarisch gebied). Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar de tekening in bijlage 1, een tekening van de locatie is weergegeven in bijlage 5.

5 2.3.

Rapport 20KL019

Historisch en huidig gebruik De gehele locatie aan de Rijperweg 129 te Middenbeemster heeft een oppervlakte van circa 251.455 m². Op het kadastrale perceel bevindt zich het agrarische bedrijf Beemster Garlic b.v. met landbouwgronden. Het onbebouwde terreindeel is grotendeels landbouwgrond. Het erf bestaat uit een woning met een aantal loodsen. De onderzoekslocatie ligt aan de noordzijde van het erf en heeft een oppervlakte van circa 800 m2 en is alleen in gebruik geweest als zijnde landbouwgrond. Uit de informatie, welke is verkregen uit het historisch onderzoek conform NEN 5725, is tevens gebleken dat over de aanwezigheid van onder- of bovengrondse opslagtanks of in het verleden uitgevoerde dempingen geen gegevens bekend zijn. Tevens is niet bekend of op de onderzoekslocatie in het verleden een bodemonderzoek is uitgevoerd. Op de locatie is, voor zover bekend, geen sprake van (voormalige) puntbronnen en zijn er geen gegevens bekend over eventuele uitgevoerde verdachte (bodembedreigende) activiteiten op het perceel die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater nadelig kunnen hebben beïnvloed.

2.4.

Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie De directe omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde: landbouwgrond - Oostzijde: landbouwgrond - Zuidzijde: landbouwgrond en openbare weg - Westzijde: landbouwgrond Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.

2.5.

Bodemonderzoek Voor zover bekend is er niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie en/of directe omgeving.

2.6.

Bodemkwaliteitskaart Uit gemeentelijke informatie is gebleken dat de bovengenoemde locatie binnen zone B5 (buitengebied droogmakerijen) van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt. In deze zone worden in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan kwik, In de ondergrond worden geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden verwacht. Op basis van de 95-percentielwaarden kunnen in de boven- en ondergrond maximaal woonwaarden worden verwacht.

2.7.

Toekomstig gebruik van het terrein De bestemming van de onderzoekslocatie zal worden gewijzigd. Het voornemen is om nieuwbouw te realiseren.

2.8.

Financieel/juridisch Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.

6 2.9.

Rapport 20KL019

Regionale opbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Geohydrologische bodemopbouw bodemlaag

Westlandformatie Formatie van Twente Eemformatie Formaties van Urk en Sterksel

ligging (m-mv)

kenmerk

0 - 18 18 - 38 40 - 42 42 - e.v.

slecht doorlatende deklaag eerste watervoerende eerste scheidende laag tweede watervoerend pakket

bodemsamenstelling

ophoogmateriaal klei en veen matig grof zand klei, leem en fijne slibhoudende zanden grove afzettingen

Bodemopbouw Kwadijk bevindt zich op ongeveer op 3,8-NAP (Normaal Amsterdams Peil) en ligt op het scheidingsgebied van westelijk het duingebied en oostelijk het poldergebied. De toplaag van de bodem bestaat uit een deklaag, bestaand uit klei en veen, behorend tot de Westlandformatie. Hieronder wordt het eerste watervoerende pakket aangetroffen van ongeveer 20 meter dikte. Deze laag van matig grof zand behoort tot de Formatie van Twente. Op basis van het verschil in stijghoogte tussen de deklaag en het eerste watervoerende pakket blijkt dat er sprake is van een neerwaarts gerichte grondwaterstroming (inzijging). De doorlatendheid (Kd-waarde) van dit overwegend grofzandige pakket bedraagt circa 1.000 m2/dag. De stromingsrichting is oostelijk gericht. Grondwaterstroming De regionale stromingsrichting van het grondwater is hoofdzakelijk in (noord)westelijke richting. De locatie bevindt zich niet in een grondwater- of bodembeschermingsgebied. Het grondwater is, voor zover bekend, niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. 2.10.

Onderzoekshypothese Conform de aanpak van de NEN 5740 dient, voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek, op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft hierbij een aanname met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de te onderzoeken locatie. Op basis van de gestelde informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “niet-verdacht” ten aanzien van bodemverontreiniging. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de achtergrondwaarde (grond) en/of de streefwaarde (grondwater). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “onverdacht” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.

7 3.

Rapport 20KL019

ONDERZOEKSPROGRAMMA Ten behoeve van dit onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumwerk opgesteld. De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek ((NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) voor een onverdachte locatie (ONV-NL). Volgens de NEN 5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater geen concentraties van onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de SIKB Beoordelingsrichtlijn voor Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de Nederlandse Normen en Praktijk Richtlijnen (NEN en NPR) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. De verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses (deel-)locatie

oppervlakte m2

monsternamepunten1)

nieuwbouw

800

6 boringen tot 0,5 m-mv 1 boring tot 2,0 m-mv 1 boring met peilbuis

Chemische analyses grond2) grondwater3) 1 x NEN-bovengrond 1x OCB-bovengrond 1 x NEN-ondergrond 1 x OCB-ondergrond

1 x NEN-grondwater 1 x OCB-grondwater

1) m-mv = meter minus maaiveld 2) NEN-grond =

zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK -VROM vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen

3) NEN-grondwater = zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn);

De posities van de monsternamepunten zijn in bijlage 5 weergegeven. In aanvulling op de parameters van het NEN pakket zijn tevens de parameters van het OCB (organische chloor bestrijdingsmiddelen) onderzocht. Dit gezien het agrarische gebruik van het perceel. De chemische analyses zijn conform het AS3000 protocol uitgevoerd door het milieulaboratorium van AL-West B.V. te Deventer. AL-West B.V. beschikt over een accreditatie volgens NEN-ENISO 17025.

4.

BODEMGEGEVENS

4.1.

Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Ten behoeve van het onderzoek is op 14 januari 2020 een veldonderzoek uitgevoerd door J.A. Post (erkend monsternemer volgens certificaat K44009) en R. Vledder (monsternemer in opleiding). Het opgeboorde materiaal is in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5742 en/of NEN5743. Daarnaast is voor de opgeboorde grond een olie-op-water-test gedaan: via dompeling van een met olie verontreinigd grondmonster in water ontstaat er een zichtbare film op het water. De grootte en de kleurschakering hiervan kunnen een indicatie zijn voor de mate van olieverontreiniging. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is geen asbestverdacht materiaal geconstateerd. Ook zijn er geen andere bijzonderheden in de bodem geconstateerd die kunnen duiden op een verontreiniging in de grond en/of het grondwater. De boorprofielen met veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2.

8 4.2.

Rapport 20KL019

Samenstelling grondmengmonsters Op basis van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn grondmonsters geselecteerd voor chemische analyse. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is als uitgangspunt gehanteerd dat een mengmonster kan worden samengesteld uit individuele grondmonsters, indien het bodemmateriaal min of meer dezelfde samenstelling heeft. De samenstelling van de grond(meng)monsters is vermeld in tabel 3. Tabel 3: Samenstelling grond(meng)monsters Grond(meng)monster

Samengesteld uit boringen

Diepte (m-mv)

Opmerking

MM1 MM2

1+2+3+4+5+6+7+8 1+2

0,0-0,5 0,5-2,0

-

5.

RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES

5.1.

Meetgegevens grondwater Voordat de peilbuis is bemonsterd, is de waterstand in de peilbuis gemeten. Tevens zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het water bepaald. De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk, gefiltreerd en geconserveerd. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5744. De resultaten van de metingen zijn weergegeven in tabel 4. De watermonstername is op 21 januari 2020 uitgevoerd door J.A. Post (erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Tabel 4: Meetgegevens grondwater Peilbuis

01

Filterdiepte

Waterstand

m-mv

m-mv

1,7-2,7

1,21

zuurgraad (pH)

elektrisch geleidingsvermogen 9S/cm

Troebelheid NTU

Afgepompt liter

Toestroming

Monster belucht?

7,1

1.380

13,76

8

goed

nee

De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. In het grondwater is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). Het grondwater heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is het grondwater zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤0,1 l/min) afgepompt voorafgaand aan de bemonstering, zodat de grondwaterstand slechts gering is gedaald tijdens het afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens de monsterneming. Tevens wordt aangenomen dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrix-storingen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. De meetresultaten van het grondwater hebben geen aanleiding gegeven tot het bijstellen van het onderzoeksprogramma.

9 5.2.

Rapport 20KL019

Toetsingskader Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). Ten behoeve van deze toetsing wordt gebruik gemaakt van de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarde. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wèl en waaronder géén sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd.

In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m3 grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m3 bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het wel of niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt (overschrijding voormalige tussenwaarde). Afhankelijk van de specifieke situatie kan dit aanleiding geven voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek.

Met een nader bodemonderzoek kan de ernst en spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organische stof en lutum met BOTOVA-gevalideerde software omgerekend naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden vergeleken met de vaste normwaarden. Door een aantal wijzigingen in de Regeling Bodemkwaliteit zijn per 1 april 2009 de normen voor barium in grond tijdelijk buiten werking gesteld. Als blijkt dat verhoogde gehalten aan barium worden veroorzaakt door antropogene bronnen, kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige interventiewaarden. Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000).

10 5.3.

Rapport 20KL019

Analyseresultaten In bijlage 4 zijn de toetsingstabellen opgenomen met alle analyseresultaten, de omgerekende analyseresultaten (GSSD) en de bijbehorende toetsingsresultaten (waarden kleiner dan de detectielimiet zijn niet omgerekend). Tevens is in de toetsingstabel de indicatieve waarde voor hergebruik, conform de toetsing Besluit Bodem Kwaliteit, opgenomen. In de tabellen 5 en 6 wordt een samenvatting weergegeven van de toetsingsresultaten van respectievelijk grond en grondwater. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 5: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg d.s., tenzij anders vermeld) Parameters

Resultaat GSSD

AW

I

T index Toets oordeel Toetsing BBK

MM1 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 1+2+3+4+5+6+7+8

parameters NEN-pakket+OCB

-

-

-

-

-

< AW

< Achtergrondwaarde

MM2 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: 1+2

parameters NEN-pakket+OCB

-

-

-

-

-

< AW

< Achtergrondwaarde

AW I GSSD T-index Toets oordeel Toetsing BBK Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket

Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK som 10

Tabel 6: Samenvatting toetsingsresultaten grondwatermonster (gehalten in -g/l, tenzij anders vermeld) Peilbuis 1 Filterstelling: 1,7-2,7 m-mv

SW I GSSD T-index Toets oordeel Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket

Parameters

Resultaat GSSD

SW

I

T index

Toets oordeel

Barium (Ba) Naftaleen overige parameters NEN-pakket parameters OCB-pakket

69 0,026 -

50 0,01 -

625 70 -

0,033 0 -

> SW en <= T > SW en <= T < SW < SW

69 0,026 -

Streefwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' GStandaard < SW GStandaard ligt tussen de SW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen

11 5.4.

Rapport 20KL019

Toelichting analyseresultaten Op basis van de veldwaarnemingen en de analyseresultaten kan de bodemkwaliteit als volgt worden toegelicht: Grond In MM1(0,0-0,5 m-mv) is geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. In MM2 (0,5-2,0 m-mv) is geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Grondwater Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 01, ten opzichte van de streefwaarde, verhoogde gehalten aan barium en naftaleen aangetoond. Het licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater kan mogelijk worden toegeschreven aan de natuurlijke samenstelling van regionaal aanwezige sedimenten. In de loop der tijd is het sedimentmateriaal verweerd waarbij het aanwezige barium is uitgespoeld naar het grondwater, waar het momenteel als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie wordt aangetroffen. De oorzaak van de lichte verhoogde gehalten aan naftaleen is niet exact aan te geven. In het laboratorium worden vaker, ook bij geheel onverdachte locaties, dergelijke gehalten aangetoond.

De gemeten zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend voor het plaatselijke bodemtype.

6.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

6.1.

Samenvatting In opdracht van Bouwbureau Sjaak Schouten is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Rijperweg 129 te Middenbeemster. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen: · Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen; · Op basis van de historie van het perceel en het uitgevoerde vooronderzoek wordt geconcludeerd dat onderhavige locatie als een niet verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest kan worden beschouwd. Deze conclusie wordt bevestigd doordat tijdens de boorwerkzaamheden op of in de bodem op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal is geconstateerd; · Analytisch zijn in grondmengmonster MM1 (0,0-0,5 m-mv) geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd; · Analytisch zijn in grondmengmonster MM2 (0,5-2,0 m-mv) geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd; · Analytisch zijn in het grondwater licht verhoogde gehalten aan barium en naftaleen geconstateerd.

12 6.2.

Rapport 20KL019

Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “niet verdachte locatie”, formeel gezien niet juist is. Er zijn immers op de locatie enkele licht verhoogde gehalten aangetroffen. De geconstateerde verhoogde gehalten liggen onder de indexwaarde van 0,5 en/of interventiewaarde en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande bouwactiviteiten op het terrein. Asbest Op basis van de historie van het perceel, de uitgevoerde maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden -waarbij geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen- is het aannemelijk dat er geen sprake is van een verontreiniging van de bodem met asbest. Indien hierover echter meer zekerheid is gewenst, wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 uit te laten voeren. Hergebruik van grond Voor de volledigheid kan nog worden vermeld dat de grond naar verwachting zonder beperkingen kan worden hergebruikt.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een indicatieve toetsing aan de Regeling en het Besluit Bodemkwaliteit betreft; het uitgevoerde onderzoek betreft immers geen partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001 en tevens zijn de monsters niet onderzocht op de gehalten aan PFAS.

6.3.

Slotopmerking Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de huidige inzichten en algemeen gebruikelijke methoden. Hoewel het verrichte veldonderzoek, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd, is ernaar gestreefd om representatieve monsters te verkrijgen. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Klijn Bodemonderzoek B.V. acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voort kan vloeien. Het uitgevoerde onderzoek is een momentopname, waardoor de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheid hebben. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van een onderzoek, bijvoorbeeld door het bouwrijp maken van de locatie, aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of verspreiding van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van de gegevens. De conclusies zijn deels gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt.

Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor ons, of die wij niet hebben kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek.

Bijlage 1: Ligging van de locatie en kadastrale kaart

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: 20KL019

1260

1590

2540 1589 4524

3030

4014

451

3923 2838

4523 4492 2576

4491

3547

3810 2574 3922

4013

4511 4512

4513 3034 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnumm er Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 8 januari 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

50 m

250 m

Schaal 1:5000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Beemster D 4014

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Omgevingskaart

Klantreferentie: 20KL019

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Beemster D 4014 Rijperweg 129, 1462MH Middenbeemster CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Bijlage 2: Boorprofielen en legenda

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1220/documents/16776