bestemmingsplan Buitengebied 2012 - Partiele herziening 2021, regels (oude versie, gewijzigde versie obv addendum volgt nog).pdf
Tekst van het document
5.4
Beschermen, behouden en ontwikkelen De landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gaaf bewaard gebleven en volgens renaissance beginselen ontworpen Beemster zijn zeer waardevol. De benoemde waarden staan echter onder druk. In dit bestemmingsplan willen wij de aanwezige waarden op verschillende schaalniveaus beschermen en waar mogelijk ontwikkelingsruimte bieden om ze te versterken. Op deze wijze wordt, rekening houdend met landschappelijke en cultuurhistorisch kwaliteiten, adequaat geanticipeerd op actuele ontwikkelingen en te verwachten trends. Uitgangspunt daarbij is wel altijd of zij goed inpasbaar zijn en geen afbreuk doen aan de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van
Croonen Adviseurs
51
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
de Beemster, zoals vastgelegd en gewaardeerd in de UNESCO-werelderfgoed status, de Nota Belvedère en als Nationaal Landschap. Behoud door ontwikkeling Bij kleinschalige verandering of wijziging van gebruik en/of bebouwing op perceelsniveau wordt doorgaans teruggegrepen op bestaande kwaliteiten. Om het ontwikkelingskader voor deze verandering in gebruik of (vervangende) nieuwbouw te complementeren zal gezocht worden naar een combinatie met de welstandsnota die in 2011 zal worden herzien tot een Omgevingsnota. Voor grotere ontwikkelingen en/of nieuwe vormen van ontwikkeling, waarvoor in het bestemmingsplan nu nog geen regelingen zijn opgenomen of die nog niet (geheel) zijn te voorzien, dienen apart een bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan te worden opgesteld. Op deze wijze kunnen de bijzondere waarden in de Beemster ook voor deze ontwikkelingen veilig worden gesteld. In de komende Structuurvisie voor de gemeente Beemster worden gewenste ontwikkelingen in de komende 20 jaar vastgelegd. Op dit moment wordt gewerkt aan een optimale afstemming tussen dit bestemmingsplan Buitengebied, de herziening van de Welstandnota en de structuurvisie.
Regelingen in het bestemmingsplan De bijzondere waarden van De Beemster worden in dit bestemmingsplan als volgt beschermd: Op structuurniveau: — waterlopen en wegenpatroon van de Kopergravure zijn direct bestemd; — zichten worden behouden doordat bebouwingsmogelijkheden strikt zijn vastgelegd en beperkt. Verhouding open – gesloten blijft, ten opzichte van bestaande rechten, minimaal behouden en waar mogelijk verkleind; — water, wegen (lanen) en dijken worden gekoppeld aan vastgelegde profielen; — ringvaart en ringdijk : bestemming Groen en dubbelbestemming Waterkering; — in de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie’ is de bescherming en het vastleggen van de bestaande situatie het uitgangspunt, gecombineerd met: — erkenning van de bijzondere waarden; — toets aan landschappelijk en cultuurhistorische waarden; — ontwikkelingsruimte alleen mogelijk via ontheffing; — specifieke bestemmingen voor de afwijkende functies in het gebied (niet agrarische of wonen); — zonder aanlegvergunning niet afgraven/ ophogen. — dwarsdoorsneden voor het merendeel van de wegen, legt het kenmerkende profiel vast.
Croonen Adviseurs
52
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
afbeelding 4: Vereenvoudigde weergave verbeelding, verbeeldt de bescherming op structuurniveau
Op erfniveau: Tot kort geleden miste het ruimtelijk kwaliteitskader op erf- en perceelsniveau. Door verschillende partijen en disciplines is onderzoek verricht naar de waarden op dit schaalniveau, maar een concreet kader ontbrak. In het beleidskader “Beemster ervenis WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf” is een integrale leidraad ontwikkeld gemaakt en zijn de verschillende voorgaande studies gebundeld tot één integrale waardebepaling en vervolgens concreet ruimtelijk ontwikkelingskader voor de agrarische erven. Het ruimtelijk kwaliteitskader is toegespitst op de agrarische erven omdat zij dominant en beeldbepalend zijn. De erfinrichtingsprincipes waaruit het kwaliteitskader is opgebouwd kan echter ook dienen als richtlijn voor de inrichting van andere typen gebruik. Bij ander gebruik dan de agrarische functie, gelden eigen wetmatigheden met eigen organisatie, bebouwing en inrichting van het erf tot gevolg. Op dit moment is geen eenduidig kwaliteitskader opgesteld voor ander gebruiksvormen en wordt daarom bij het inrichten van niet-agrarische erven gevraagd om maatwerk. Niet agrarische/ afwijkende functies zijn specifiek bestemd (denk aan golfbaan, bedrijven e.d.). Voor paardenhouderijen is dit momenteel wel in bewerking.
Voor zover mogelijk en als harde randvoorwaarde opgenomen, worden de kernkwaliteiten van de agrarische Beemster-erven in het bestemmingsplan stevig vastgelegd. Dit ter bescherming van de bestaande kwaliteiten op structuur en erfniveau. De stringente regelingen hebben hoofdzakelijk betrekking op het voorerf. Op het achtererf wordt juist de ruimte geboden voor de agrarische bedrijfsvoering; de ontwikkelingsruimte wordt vergroot (wijzigingsbevoegdheid schaalvergroting). Daarnaast is er ook sprake van een verruiming van de ontheffingsregels. Kortom meer ontwikkelingsmogelijkheden voor de agrariërs op het achtererf, meer ruimtelijke kwaliteit op het voorerf.
Croonen Adviseurs
53
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
In het ruimtelijk beleidskader is de ruimtelijke kwaliteit voor het Beemster-erf ook uitgewerkt voor de tendensen van schaalvergroting en schaalverkleining in de agrarische sector, waarin ook aandacht voor eventuele verbreding (recreatie, zorg, kantoor-aanhuis, hobbyboer e.d.) of functieverandering naar wonen (bij bedrijfsbeëindiging). Zowel bij wijzigingsbevoegdheden als bij ontheffingen zitten aanvrager en gemeente in een vroegtijdig stadium aan tafel om gezamenlijk de inrichting van het erf te bepalen. Om voor wijzigingsbevoegdheden (schaalvergroting) of ontheffingen in aanmerking te komen is een goedgekeurd inrichtingsplan vereist. Dit inrichtingsplan zal, evenals de benodigde omgevingsvergunning, worden getoetst op de in ontwikkeling zijnde omgevingsnota (herziening en verbreding welstandsnota). Het ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster-erf wordt, naast de juridische regelingen in dit bestemming ook in deze Omgevingsnota verankerd. Zo vormen bestemmingsplan en omgevingsnota het gezamenlijk beoordelingskader bij deze en andere initiatieven waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. De gemeente Beemster heeft sterk gestuurd op een nauwe relatie van beide planinstrumenten, zij vormen gezamenlijk het ruimtelijk kwaliteitsinstrumentarium van de gemeente.
Drie verschillende situaties worden onderscheiden: bestaande situaties, veranderingen op het bestaande erf met behoud van functie en bouw-vlak/bedrijfsgrootte en nieuwvestiging of schaalvergroting, schaalverkleining of verbreding. In alle drie de gevallen geldt dat bestaande waarden het uitgangspunt vormen bij verandering. De erfinrichtingsprincipes gelden voor het gehele buitengebied van de Beemster, uitgezonderd de polder Kruisoord. Daarnaast wordt voor de Nekkerzoom, rekening houdend met deze erfinrichtingsprincipes, een verbijzonderd (beeld)kwaliteitskader opgesteld. 1. Bestaande situatie In de praktijk komt het ideale Beemster-erf niet of nauwelijks voor. Vaker gaat het om een combinatie van principes die ‘kloppen’. Bestaande kwaliteiten in de erfinrichting worden vastgelegd en beschermd. Ook worden enkele randvoorwaarden voor een gewenste erfinrichting van toepassing verklaard op de bestaande erven. Waar reeds sprake is van een andere inrichting blijft deze gehandhaafd.
De volgende regelingen en/of geografisch plaatsbepaling worden aangepast; agrarische bouwvlakken worden (met behoud van totaal oppervlak) aangepast, zodat ruimte langs de sloten (doorzicht) wordt verkregen, alle bouwwerken dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; de aangepaste bouwvlakken bieden naast ruimte voor zicht over en langs de sloten, ook stimulans en ruimte voor erfbeplanting als duidelijk afbakening van het erf; bestaande bijzondere waarden van het ensemble van erfpad, poort, brug en eventuele boombegeleiding wordt vastgelegd en beschermd, middels een aanduiding ‘pad’ in combinatie met een bomenlijst; Tuinbestemming voorziet in het onbebouwd laten van het voorerf, met vrij zicht op het woonhuis tot gevolg (wel wordt het bouwwerk van de poort mogelijk gemaakt); huidige vooruitgeschoven positie van het woonhuis worden exact vastgelegd; kapverplichting voor alle gebouwen en bouwwerken; kaprichting en richting bouwwerk is haaks op het wegenpatroon;
Croonen Adviseurs
54
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
zone kleine bedrijfsgebouwen (overgangszone) wordt van kracht voor de eerste 18 meter achter de achtergevellijn. In deze zone worden specifieke bouwmogelijkheden van kracht (maximale goothoogte 3 meter, steile kappen 30-60 graden) en de gebruiksmogelijkheden verbreed; zone grote bedrijfsgebouwen met enkele basis bouwregels (kloeke, eenvoudige vorm met één bouwlaag met kap, zadeldak, hellingshoek dakvlak 15-30 graden, maximale goothoogte 4 meter, maximale bouwhoogte 12 meter; brug (bestaand vastgelegd, bij nieuw is ontheffing nodig). Naast bovenstaande regelingen in het bestemmingsplan wordt het uiteindelijke beeld en de gewenste inrichting voor de overige kernkwaliteiten benoemd in de, herziening van de welstandnota, zodat ook deze beeldkwaliteiten gewaarborgd zullen worden.
afbeelding 5: Indicatie van de bestemmingsplanregeling voor de agrarische erven (verbeelding voor een 90x90 meter erf)
2. Verandering van bestaande erf Bij veranderingen of nieuwe vergunningsaanvraag (waarvoor geen ontheffing en/of wijzigingsbevoegdheid nodig is) moet aan de erfinrichtingsprincipes worden voldaan. De toets vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning op basis van bestemmingsplan en omgevingsnota. Ten aanzien van het bestemmingsplan zal getoetst worden op dezelfde punten als bij bestaande situatie zijn benoemd onder 1. In de omgevingsnota zullen de overige erfinrichtingsprincipes worden verankerd en de initiatiefnemer worden gestimuleerd om de principes toe te passen. Door dit direct in het be-
Croonen Adviseurs
55
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
ginstadium van het (ver)bouwvoornemen te doen, worden teleurstellingen voorkomen. De uiteindelijke beoordeling van de (verbrede) adviescommissie ruimtelijke kwaliteit op het voldoen aan de omgevingsnota is dan slechts nog een formaliteit. Ook bij niet agrarische functie zullen de erfinrichtingsprincipes worden meegenomen bij de ruimtelijke kwaliteitstoets bij veranderingen op het erf. 3. Nieuwvestiging en transformatie Bij schaalvergroting, schaalverkleining en/of verbreding èn bij nieuwvestiging is een wijziging of afwijking nodig. Voor afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden wordt in het bestemmingsplan een goedgekeurd inrichtingsplan verplicht gesteld, dat wordt getoetst op bestemmingsplan en omgevingsnota. Naast deze ruimtelijke kwaliteitstoets zal ook een ruimtelijke ordening toets worden gedaan, evenals een verkeerstoets. Ook wordt bij schaalvergroting een bedrijfsplan gevraagd, waarin nut en noodzaak van schaalvergroting zal moeten worden aangetoond. De ruimtelijke kwaliteitstoets vindt bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het planvormingsproces plaats. Door in het voortraject, op basis van de erfinrichtingsprincipes, vast duidelijkheid te hebben over de wensen van de gemeente zal de uiteindelijk toetsing in het kader van de wijzigingsbevoegdheid of ontheffing (inrichtingsplan) slechts nog een formaliteit zijn.
Ook wordt gestreefd naar het voeren van een stimulerend onderhandelingstraject, waarbij niet zozeer toetsend wordt opgetreden, maar samenwerkend om te komen tot een kwalitatieve en passende invulling van het erf, kenmerkend voor De Beemster; ruimte voor ontwikkeling en gebruik binnen het gestelde raamwerk. In beide gevallen vindt een kwalitatieve toets plaats en biedt het de gemeente en goede onderhandelingspositie om maatwerk te realiseren. Voor nieuwe of andere functies die niet volgens wijzigingsbevoegdheid of ontheffing mogelijk worden gemaakt is een separaat bestemmingspan nodig. In dat geval zal bij het opstellen van dat bestemmingsplan en het inrichtingsplan voor het erf rekening worden gehouden met de volgende erfinrichtingsprincipes op gebouwniveau (hoofdgebouw): karakteristieke stolpen worden als zodanig geregeld (aanduiding karakteristiek [ka]).
In het midden van voorgevel wordt bij stolpen een verbijzondering (pronkgevel) mogelijk gemaakt; lintbebouwing is ter behoud strak bestemd; kapverplichting voor alle gebouwen en bouwwerken; kaprichting en richting bouwwerk is haaks op het wegenpatroon bouwvlakken zijn op kaart aangegeven; bouw- en goothoogten zijn op de kaart aangegeven; karakteristieke panden (stolpen) en Rijksmonumenten zijn als zodanig aangeduid; forten van de Stelling van Amsterdam zijn specifiek bestemd en aangeduid als karakteristiek (aanlegvergunningstelsel, geen wijzigingen toegestaan); nieuwe stolpen zijn toegestaan binnen bestaande bouwvlakken. Aan bovenstaande kwantitatieve/ruimtelijk relevante aspecten geregeld in het bestemmingsplan worden in de omgevingsnota ook (beeld)kwaliteitscriteria toegevoegd.
Croonen Adviseurs
56
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
6 Toelichting op de bestemmingen 6.1
Algemene achtergrond bestemmingen De bestemmingsomschrijving en bijbehorende regels en de verbeelding geven een juridische vertaling van de bestemmingen en de beoogde ontwikkelingen. Daarbij is rekening gehouden met in en rondom het plangebied aanwezige belangen en belemmeringen. Voor de systematiek van bestemmen is aangesloten bij landelijke De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) voor het digitale bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kan volgens de landelijk vastgelegde richtlijnen digitaal worden geraadpleegd en worden uitgewisseld. De bestemmingsbenamingen, de opzet van de regels en de tekenwijze op de verbeelding zijn geheel conform SVBP. Doel van een bestemmingsplan is een planologische regeling te geven voor een gebied. Naast het bestemmingsplan gelden echter nog vele andere wettelijke regelingen voor dat gebied. Deze wettelijke regelingen hebben veelal een geheel ander doel dan het bestemmingsplan. Dit betekent dat deze wetgeving naast het bestemmingsplan van toepassing blijft. Het bestemmingsplan laat deze wettelijke regelingen derhalve onverlet. Aan de basis van dit bestemmingsplan ligt het nu nog vigerende bestemmingsplan “Landelijk Gebied 1994”. Sinds het van kracht worden van dat plan hebben tal van nieuwe ontwikkelingen plaats gevonden, die hebben geleid tot veranderingen van grondgebruik en bebouwing in de droogmakerij.
Zo is bijvoorbeeld bij een aantal agrarische bedrijven de bedrijfsvoering gestaakt waardoor nieuwe woon- of werkfuncties in het gebied konden worden gevestigd. Bij andere bedrijven noopte de schaalvergroting tot vernieuwing of uitbreiding van de bebouwing. Voor zover dergelijke veranderingen passen in het gemeentelijk beleid zijn zij nu in het nieuwe plan van een actuele regeling voorzien, in de vorm van een nieuwe bestemming, of van gewijzigde bouwmogelijkheden of gebruiksmogelijkheden. Leidraad daarvoor vormden de nota’s (Be)houd Buitengebied Beemster (Landelijk) (2005) en Nota van Wijzigingen (2006), waarin het vigerende beleid voor het landelijke gebied door gemeente en door standsorganisaties is geëvalueerd en van nieuwe accenten is voorzien. Ook is sinds 1994 op tal van terreinen en op verschillende niveaus (Rijk, provincie, regio en gemeente) nieuw ruimtelijk beleid ontwikkeld. Voor zover dergelijk beleid is vastgelegd, heeft dit nu ook een doorvertaling naar dit bestemmingsplan gekregen. Op gemeentelijk niveau is besloten tot nieuwe beleidsregels, bijvoorbeeld omtrent het omgaan met archeologie, de verblijfsrecreatie, met paardenhouderijen in het buitengebied of met de huisvesting van arbeidsmigranten. Zij zijn in dit bestemmingsplan verwerkt. Voor andere onderwerpen is nieuw beleid wel actueel, maar heeft nog geen finale besluitvorming plaatsgevonden.
In afwachting daarvan zijn deze onderwerpen (nog) niet in deze versie van het voorontwerp bestemmingsplan verwerkt (bijvoorbeeld mantelzorgwoningen, kapbergen). Zij kunnen desgewenst in een latere fase worden ingepast.
Croonen Adviseurs
57
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
Belangrijke, integrale doelstelling van dit bestemmingsplan is het behoud en de ontwikkeling van de bijzondere waarden van de droogmakerij als landschappelijk cultuurhistorisch werelderfgoed. Met het project “Des Beemsters” is het behoud van deze waarden tot onderwerp van gemeentelijk beleid gemaakt, en voorzien van een ontwikkelingsvisie. “Des Beemsters” is daardoor niet alleen gericht op het behoud van het bestaande, maar het plaatst het werelderfgoed in een dynamische omgeving. Het erfgoed omvat de gehele gemeente en dus zijn ook alle bestemmingen op enigerlei wijze bij deze doelstelling betrokken. Dit komt tot uiting in de toedeling van bestemmingen op de verbeelding, waarmee waardevolle structuren ruimtelijk zijn vastgelegd (wegen en waterlopen, karakteristieke bebouwing, bouwvlakken). Maar ook in de regels door middel van de bestemmingsbenamingen en -omschrijvingen (“-met waarde”), in de diverse afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden, die in de bestemmingen zijn opgenomen, en in de verschillende aanlegvergunningenstelsels, die in de bestemmingen of als apart artikel zijn opgenomen. De waardetoekenning legt geen beperkingen op aan de bestaande en bestemde bouw- en gebruiksmogelijkheden, maar bij wijzigingen daarin door middel van de flexibiliteitsbepalingen is een toets aan de cultuurhistorische waarden voorgeschreven.
Onderdeel van de actualisering is tenslotte ook de aanpassing aan nieuwe wetgeving: Wet ruimtelijke ordening (Wro), Algemene wet bestuursrecht (Awb) met bijbehorende besluiten, Wet op de Archeologische Monumentenzorg, Flora en faunawet. In dit verband zijn de vereisten voor het digitaal raadpleegbare en uitwisselbare bestemmingsplan (SVBP, zie hierboven) van belang. Wro en Awb hebben daarnaast ook belangrijke veranderingen in de procedurele aspecten van het bestemmingsplan aangebracht. Wabo Zoals reeds besschreven in paragraaf 1.4 is op 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking getreden. In de regels is de terminologie aangepast aan de Wabo. De ontheffing heet nu ‘omgevingsvergunning voor het afwijken’. De bouwvergunning heet ‘omgevingsvergunning voor het bouwen’. De sloop- en aanlegvergunning zijn gewijzigd in ‘omgevingsvergunning voor het slopen’ respectievelijk ‘omgevingsvergunning voor het aanleggen’. In het bestemmingsplan zijn geen procedureregels opgenomen. De procedure voor een wijzigingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening, en de Wabo bevat een procedureregeling voor de omgevingsvergunning. Diverse begrippen zijn aangepast aan de Wabo. Zo zijn aan- en uitbouwen en bijgebouwen vervangen door ‘bijbehorende bouwwerken’. Ook overkappingen vallen hier onder.
Voor het bepalen van het peil wordt aangesloten bij de Wabo, evenals voor het buiten beschouwing laten van ondergeschikte uitstekende bouwdelen.
Croonen Adviseurs
58
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
6.2
Beschrijving van de bestemmingen
6.2.1
Algemeen In de regels is gebruik gemaakt van de volgende bestemmingsmethodiek. De volgende bouwwerken mogen per bestemming worden gebouwd: bouwregels voor bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning; bouwregels voor pronkgevels; bouwregels voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. Indien de bestemming het toelaat is echter wel gebruik gemaakt van het onderscheid hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerk. De Wabo is hierbij als uitgangspunt gebruikt. In de bestemming “Agrarisch”, “Agrarisch - Glastuinbouw” en “Agrarisch - Paardenhouderij” overeenkomstig de ervenstudie zijn de uitgangspunten vertaald in: zone <18 meter voor kleine bedrijfsgebouwen en bijgebouwen; zone >18 meter voor grote bedrijfsgebouwen en bijgebouwen.
In de regels over agrarische bestemmingen - artikelen 3 tot en met 8 - zijn de volgende regelingen opgenomen voor vrijkomende agrarische bebouwing: 1 nieuwe niet-agrarische functies mogen geen afbreuk doen aan de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische of groenblauwe kwaliteiten of karakteristieken van het gebied; 2 nieuwe niet-agrarische functies mogen alleen worden gerealiseerd binnen het (voormalig) agrarische bouwvlak; 3 nieuwe niet-agrarische functies mogen geen beperking betekenen van bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven en woonfuncties; 4 een Ruimte voor Ruimte-regeling, waarbij sprake moet zijn van minimaal sloop van 1.000 m2 bedrijfsruimte. Hiervoor kan één woning worden teruggebouwd. Nadere bouwmaten van artikel 22 “Wonen” zijn van toepassing; 5 Wijziging in de bestemming Recreatie mogen maximaal 6 recreatie-eenheden worden gerealiseerd. Daarnaast zijn in de bestemming “Agrarisch”, “Agrarisch-Glastuinbouw” en “AgrarischPaardenhouderij” de regels van de ervenstudie opgenomen. Dit houdt het volgende in: 1 de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen, bedrijfsgebouwen zijnde, zijn afhankelijk van de zone waarin deze zich bevinden. Tot 18 meter vanaf de achtergevel is maximale goothoogte 4m en de bouwhoogte 10m. Vanaf 18 meter bedraagt de goothoogte maximaal 4 m en is de bouwhoogte afhankelijk van de kap.
Deze kap mag niet minder dan 15 en niet meer dan 30 graden bedragen;
Croonen Adviseurs
59
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
2 bedrijfswoningen mogen als stolp gebouwd worden, waarbij de volgende bouwregels gelden: a. goothoogte 5,5 m; b. oppervlakte 400 m2; c. piramidekap met een helling van minimaal 45 graden; 3 pronkgevels zijn mogelijk onder bepaalde voorwaarden. Deze zijn de betreffende artikelen opgenomen; 4 erfpaden zijn met een speciale aanduiding opgenomen. 6.2.2
Bestemmingen Het bestemmingsplan voorziet in de volgende bestemmingen:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Voor de begrippen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardregels uit de SVBP2008. In dit artikel worden uitsluitend de begrippen gedefinieerd die van het "normale" spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. De begrippen zijn alfabetisch geordend. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, dienen te worden gemeten.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Enkelbestemmingen Het bestemmingsplan voorziet in de volgende enkelbestemmingen: artikel 3 Agrarisch De reële en volwaardige agrarische bedrijven inclusief vollegrondstuinbouwbedrijven vallen binnen deze bestemming. Voor een aantal activiteiten zijn met een afwijkingsbevoegdheid regelingen opgenomen: 1 verdelingsactiviteiten van meer dan 750 m2 tot een maximum van 1.300 m 2 van het bedrijfsoppervlak; 2 m vanaf de gevellijn mag kleinschalig kamperen plaats vinden met een maximum van 20 standplaatsen of een kampeerterrein van maximaal 5.500 m 2. Dit mag alleen binnen het bouwvlak plaats vinden. Eventueel mag tot maximaal 1.500 m 2 kampeerterrein buiten het bouwvlak worden gerealiseerd; 3 bed and breakfast in een bijbehorend bouwwerk(en) van maximaal 70 m 2. Het bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 18m vanaf de gevellijn gelegen zijn;
Croonen Adviseurs
60
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
4 een recreatie-eenheid tot maximaal 200 m3 binnen 18m vanaf de gevellijn gelegen; 5 een recreatiewoning van 75 m2 (oppervlakte) en 120 m3 (inhoud) is mogelijk; 6 binnen 18 meter vanaf de gevellijn mogen verbrede landbouwactiviteiten plaatsvinden zoals beschreven in artikel 3.17; 7 het huisvesten van tijdelijke seizoensarbeiders in een gebouw tot een maximum van 200 m2. De regelingen ten behoeve van de uitvoering van ervenstudie zijn van toepassing. Dit geldt ook voor de wijzigingsbevoegdheden. artikel 4 Agrarisch - Glastuinbouw Dit betreft de grootschalige glastuinbouwbedrijven. De genoemde wijzigingsbevoegdheid is hier van toepassing. artikel 5 Agrarisch – Hulpbedrijf Deze bestemming betreft alle agrarische hulpbedrijven. Er is een specifieke wro-zone wijzigingsgebied opgenomen voor het wijzigen naar bestemming “Wonen”. artikel 6 Agrarisch - Intensieve veehouderij Dit betreft de gronden waarop intensieve veehouderij bedrijven zijn gelegen. De artikelen 6.2 tot en met 6.6 geven bouwmaten. In de wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen het veranderen bouwvlak artikel 6.8, het vergroten bouwvlak artikel 6.9 en vrijkomende bebouwing artikel 6.10. artikel 7 Agrarisch - Paardenhouderij Dit artikel betreft agrarische bedrijven die als bedrijfsactiviteit het houden van paarden hebben.
Hierin is een onderscheid gemaakt in: productiegerichte paardenhouderij; gebruiksgerichte paardenhouderij; manege. Naast productiegerichte paardenhouderij is ter plaatse van een specifieke aanduiding een gebruiksgerichte paardenhouderij of een manege toe gestaan. Net als bij de andere agrarische bestemmingen zijn hier de regels van toepassing wat betreft verandering en vergroting bouwvlak. artikel 8 Bedrijf Dit artikel maakt bedrijven mogelijk in de lijst van toegelaten bedrijfstypen en enkele bedrijven die met een aanduidingen op de verbeelding zijn opgenomen. Bovendien is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het omzetten van de bestemming naar de bestemming “Wonen” of “Recreatie”. Er is een Ruimte voor Ruimte-regeling opgenomen, waarbij sprake moet zijn van minimaal sloop van 1.000 m2 bedrijfsruimte. Hiervoor kan één woning worden teruggebouwd. Nadere bouwmaten van artikel 22 Wonen zijn van toepassing. Als gewijzigd wordt in de bestemming Recreatie mogen maximaal 6 recreatie-eenheden worden gerealiseerd.
Croonen Adviseurs
61
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
artikel 9 Bedrijf – Nutsvoorziening Alle nutsvoorzieningen zoals transformatorgebouwen, gasvoorzieningen en dergelijke vallen in deze bestemming. Specifiek is een aanduiding opgenomen voor het radiobaken ten behoeve van de luchtvaart. artikel 10 Cultuur en ontspanning - Seksinrichting Dit betreft de locatie van een seksinrichting in het hoofdgebouw. In het bijgebouw wordt nu gewoond. Om die reden wordt gesproken van een hoofdgebouw waarin de seksinrichting is opgenomen. In het geval dat de seksinrichting verdwijnt, kan met een wijzigingsbevoegdheid de bestemming gewijzigd worden in de bestemming Wonen. Het oorspronkelijke hoofdgebouw wordt in dat geval de woning. De nu in gebruik zijnde dienstwoning veranderd in een bijbehorende bouwwerk bij het hoofdgebouw. artikel 11 Detailhandel - Tuincentrum In deze bestemming komt alleen de functie tuincentrum voor, wat dit artikel mogelijk maakt. artikel 12 Dienstverlening Dienstverlenende functies zijn binnen deze bestemming ondergebracht. Naast hoofdgebouwen mogen ook bijbehorende bouwwerken worden opgericht. De bouwmaten zijn opgenomen in artikel 12.3 en verder. artikel 13 Groen De bestemming “Groen” zijn alle voorzieningen in de openbare ruimte met uitzondering van wegen en paden met verkeersfuncties. artikel 14 Horeca Horecavoorzieningen tot ent met type III worden met deze bestemming mogelijk. Artikel 14.4. geeft de bouwmaten.
artikel 15 Maatschappelijk Maatschappelijke voorzieningen worden met deze bestemming mogelijk gemaakt. Artikel 15 geeft de bouwmaten aan. artikel 16 Natuur Deze bestemming is voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden van de gronden. Alleen ten behoeve van de bestemming mogen bouwwerken worden opgericht. Voor het roeren van de bodem is een omgevingsvergunning vereist. artikel 17 Recreatie Dit artikel maakt recreatieve voorzieningen mogelijk van zowel kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie als recreatiewoningen. De bouwmaten zijn opgenomen in artikel 17.4. Tevens maakt deze bestemming een golfbaan mogelijk ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding.
Croonen Adviseurs
62
Bestemmingsplan
Gemeente Beemster
artikel 18 Sport Sportvoorzieningen en recreatie-eenheden tot 75m2 met een inhoud van 200m3 zijn hier toegestaan. Ook ondergeschikte horeca zoals sportkantines is een toegestaan gebruik. artikel 19 Tuin De gronden met de bestemming “Tuin” betreffen de gronden meestal gelegen in het voorerfgebied van het hoofdgebouw. Delen van het achtererfgebied – in de regel het zij erf bij het hoofdgebouw tot aan de achtergevel – vallen ook binnen deze bestemming. Bouwwerken ten behoeve van het hoofdgebouw zijn erkers en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Er is ook een aanduiding ‘pad’ opgenomen. Dit zijn de bestaande erfpaden. Bijbehorende poorten met een maximale hoogte van 4 meter mogen binnen deze bestemming worden gebouwd. artikel 20 Verkeer Het gebruik en het oprichten van bouwwerken in de openbare ruimte (wegen en bermen) worden in dit artikel geregeld. artikel 21 Water Dit artikel beschermt de belangen van het water. Er zijn ook bouwmaten opgenomen voor noodzakelijke kunstwerken zoals bruggen en duikers. In principe mogen bestaande kunstwerken alleen op dezelfde locatie worden herbouwd. Op verzoek kan in afwijking van het voorgaande een kunstwerk op een andere locatie worden gebouwd. Hierbij moet het bestaande kunstwerk verwijderd worden. artikel 22 Wonen De aanwezige gronden mogen alleen gebruikt worden voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van het woongenot.
Er zijn maximale bouwmaten aangegeven. Een kap is verplicht. Bestaande hoofdgebouwen mogen gesplitst worden. Hieraan is een aantal voorwaarden gesteld in artikel 22.7. Het maximaal aantal te splitsen eenheden is gemaximaliseerd tot 4. Een karakteristiek hoofdgebouw mag gesplitst worden in 2 eenheden. Elke eenheid mag niet meer dan 120 m3 . Voor een aantal afwijkende gebruiken kan een omgevingsvergunning worden verleend: kleinschalig kamperen en bed and breakfast.
Dubbelbestemmingen Het bestemmingsplan voorziet in de volgende dubbelbestemmingen: artikel 23 Leiding – Gas Ter bescherming van de belangen van de beheerder van de aanwezige gasleidingen, is een zone waarin geen bouwwerken mogen worden opgericht, van 5 meter aan weerszijde van het hart van de leiding. Bouwen in afwijking van dit artikel is alleen mogelijk na goedkeuring van de leidingbeheerder (o.a. de NAM).
Croonen Adviseurs
63