aangenomen motie Beemster VVD, nieuwe Wet Inburgering.pdf
Tekst van het document
aangenomenivoryj'd 2 oe erimerq
I JUN| 2021
vuor: rlvz.8W. No.ro+ &) MOTIE
ftju:7v'UrQ-u^(;*15 Q
vreemd aan de orde van de dag Raadsvergadering
van:
29 juni 2021
Behorende bij agendapunt: 15
Ondenuerp:
nieuwe Wet lnburgering
De raad van de gemeente Beemster in vergadering bijeen op 29 juni 2021 Gelet op artikel 28 van het Reglement van orde gemeenteraad Beemster 2018. Constateert dat: Op 1 januari 2022 de Wet lnburgering in werking treedt.
- Het doel van die wet is om inburgeraars zo snel mogelijk de Nederlandse taal te leren op -
het voor hen hoogst haalbare niveau zodat ze volwaardig aan de Nederlandse samenleving kunnen deelnemen, bij voorkeur door middel van betaald werk. Deze nieuwe wetgeving de gemeente de regie geeft over de inburgering waardoor er meer maatwerk kan worden geleverd. Er daarnaast strengere eisen gesteld worden aan het taalniveau van statushouders.
Ovenrreeqt dat:
- De gemeente zich goed en tijdig moet voorbereiden op deze taak door beleidskaders op te -
stellen. Want deze nieuwe wet geeft wel aan wat er moet worden gedaan, maar niet ñoe dat moet worden gedaan. Door een goede voorbereiding op de uitvoering van deze wet de integratie (beter) zal slagen en er geen mensen geisoleerd leven door gebrekkige integratie. lntegratie enerzijds een verantwoordelijkheid is van mensen zelf , maar anderzijds ook een verantwoordelijkheid is van de gemeente zodat mensen gedurende het integratieproces goed worden begeleid. De gemeenteraad de gewenste beleidskaders samen met het college kan opstellen en bespreken voordat de wet inwerking treedt.
Verzoekt het colleoe: Op korte termijn samen met de raad het gesprek te voeren over de uitgangspunten en kaders die nodig zijn voor een goede en spoedige invoering van de wet lnburgering. En gaan over tot de orde van de dag Fractie
WD Biilaqe: mogelijke kaders/bespreeknotitie
Bijlage bij de motie nieuwe Wet Inburgering: mogelijke kaders uitvoering Wet lnburgering lnleiding Aanleiding Op 1 januari 2022 treedt de Wet lnburgering inwerking. Het doel'van de wet is om inburgeraars zo snel mogelijk de Nederlandse taal te leren op het voor hen hoogst haalbare niveau. Zodatze volwaardig aan de Nederlandse samenleving kunnen deelnemen, bijvoorkeur door middel van betaald werk. Deze nieuwe wetgeving geeft de gemeente de regie over de inburgering waardoor er meer maatwerk kan worden geleverd. Daarnaast worden er strengere eisen gesteld aan het taalniveau van statushouders. De gemeente zal zich goed moeten voorbereiden op deze taak. Want deze nieuwe wet geeft wel aan wat er moet worden gedaan, maar niet hoe dal moet worden gedaan. De gemeente kan (moet) daar eigen beleidskaders voor opstellen. De WD vindt het belangrijk om ruim voor inwerkingtreding van deze wet met het college en de raad na te denken en te spreken over mogelijke kaders om zo een aantal uitgangspunten voor de uitvoering te definiëren. Probleemstelling Op dit moment wordt de inburgering vanuit Ríjksoverheid geregeld. ln de praktijk blijkt dat vaak niet goed te werken, waardoor veel mensen niet goed inburgeren. En dat komt vaak niet door onwil. Er is sprake van malafide taalbureaus, waardoor veel mensen de Nederland taal niet of niet goed leren.
Er is (te) weinig begeleiding om te wennen aan de Nederlandse samenleving en de Nederlandse cultuur. En tot slot blijven veel mensen structureelwerkeloos. Dit alles is voor de landelijke overheid reden geweest om deze nieuwe wet aan te nemen en deze taak te decentraliseren naar de gemeenten. Een taak die wij ook in de nieuwe gemeente Purmerend met ingang van 1 januari2022 moeten gaan uitvoeren. Taak naar de gemeente Door deze taken nu bij de gemeente te beleggen, kan betere inburgering en maatwerk worden bereikt. De VVD vindt het belangrijk dat de integratie (beter) slaagt en er geen mensen geïsoleerd leven vanwege de gebrekkige integratie. Wat ons betreft een verantwoordelijkheid van de mensen zelf, maar ook een verantwoordelijkheid van de gemeente om deze mensen daarin te begeleiden. Vandaar dat we d.m.v. een motie het college hebben opgeroepen om met de raad het gesprek te gaan voeren over de uitgangspunten en kaders die nodig zijn voor een goede en spoedige invoering van de wet.
Wat regelt die nieuwe wet? Vrije taalkeuze vervalt De nieuwe wet regelt dat de vrije keuze die statushouders hebben in het selecteren van een taalschool komt te vervallen. ln plaats daarvan moet de gemeente gaan samenwerken met les-aanbieders die verplicht een landelijk keurmerk dienen te hebben. Verder wordt de taaleis verhoogd van A2 naar 81, wat als gevolg heeft dat de inburgeraars de Nederlandse taal beter eigen zullen worden en beter kunnen integreren in de Nederlandse samenleving.
PIP wordt verplicht ln de nieuwe wet staat verder dat er, op basis van een intake, een Plan lnburgering en Participatie (PlP) tot stand moet komen. ln het PIP staan afspraken over o.a. taal, arbeidservaring, zelfredzaamheid en de zorgbehoefte. Hierdoor heeft de gemeente inzicht in het inburgeríngstraject van ieder individu en kan dit waar nodig worden bijgestuurd. Op basis van behaalde resultaten in het PIP keert de gemeente de eerste 6 maanden leefgeld uit, wat een extrinsieke prikkel geeft en daarmee bijdraagt aan betere en snellere inburgering
blz.2van 4
Uitwerking kaders Wat willen we bereiken? De nieuwe wet bepaalt dat er zaken moeten, aan die vereisten moet de gemeente hoe dan ook voldoen. Alleen de wijze waarop we dat doen, is niet gespecificeerd. Vandaar dat wij menen dat er nog een aantal onderdelen die extra uitwerking behoeven. De WD ziet de volgende mogelijke kaders/uitgangspunten 1
Tijdens het opstellen van het Plan lntegratie en Participatie (PlP), dat voor iedere statushouder moet worden opgesteld, wordt uitgegaan van de taalbeheersing, een arbeidscomponent en het Participatieverklaringstraject (PVT). Gedurende dit PVT leren de inburgeraars over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Wij vinden dat dit traject moet worden toegespitst op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. De inhoud van de Participatieverklaring is het fundament van de inburgering.
2. Aan het einde van het PVT wordt de Participatieverklaring ondertekend. lndieners vinden het van belang dat de statushouder die de verklaring ondertekent zich ondubbelzinnig bewust is van wat hij ondertekent en wat het inhoudt. De verklaring is er niet voor de vorm en moet inhouden dat de statushouder akkoord gaat met de normen en waarden die in onze rechtsstaat gelden. lndien de statushouder op het moment van ondertekenen de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de inhoud van de verklaring te begrijpen en toe te passen, dient er naast de authentieke Nederlandse versie, ook een versie worden uitgereikt die in de moedertaalvan de statushouder is geschreven. Het college draagt er zorg voor dat de kennis van de inburgeraar over de Participatieverklaring gedurende het PW feitelijk wordt getoetst op inhoud.
3. ledereen moet mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Daarom is er specifieke aandacht voor de activatie en participatie van vrouwen, om hun (economische) zelfstandigheid te bevorderen. Zo worden vrouwen actief geïnformeerd over hun rechten en plichten. De resultaten die uit de pilot 'vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten'worden opgedaan, worden meegenomen in de aanpak om dit doel te bereiken.
4. ln de module arbeidsmarkt en participatie staat kennismaking en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt centraal. Om statushouders te laten deelnemen in het arbeidsproces, zijn al in een vroeg stadium werkplekken nodig. Het college moet daarom nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om die werkplekken te kunnen faciliteren en bestaande samenwerkingsverbanden hierop inrichten.
5. ln de nieuwe Wet inburgering is er (ex art. 56a Participatiewet) sprake van ontzorgen op financieel gebied (leefgeld) in de eerste 6 maanden. ln deze periode worden statushouders klaargestoomd om zelfredzaam te zijn binnen de maatschappij. Het kan echter zo zijn dat statushouders langer de tijd nodig hebben. Daarom kan, als statushouders onvoldoende voortgang maken met inburgering of participatie, deze periode van ontzorging diverse keren worden verlengd. Hierdoor behoudt de gemeente de controle over de financiën en kan een vroege schuldopbouw van de statushouder worden voorkomen. Met deze verlenging hebben de statushouders een stimulans om de inburgering te voltooien en vergroot de gemeente de kansen van de statushouder voor volwaardige deelname aan de samenleving. Het geeft de statushouder ook de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te maken en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk als dat nodig wordt geacht. Het doel is namelijk de statushouder taal technisch op een niveau te krijgen, zodat de statushouder zich zelfstandig in de maatschappij verstaanbaar kan maken. Het mag niet vanzelfsprekend zijn dat, bij onvoldoende behaalde resultaten, statushouders na 6 maanden automatisch een volledige uitkering krijgen, tenvijl zij nog onvoldoende in staat zijn om zichzelf te redden in de maatschappij.
Om deze reden wordt dus voorgesteld dat de gemeente deze periode van ontzorging verlengt, wanneer de inburgeraar daar aanleiding toe geeft.
blz.3 van 4
6. De brede intake is een onderzoek naar mogelijkheden die de statushouder heeft om aan zijn of haar inburgeringsplicht te voldoen. Daarin is de vormgeving van deze brede intake belangrijk. Dit omvat bijvoorbeeld de leerbaarheid voor het taalniveau. De nieuwe wet verlangt taalniveau 81, omdat dit de kans op zelfredzaamheid en een baan vergroot. De indieners stellen voor dat de gemeente in beginsel altijd B1 aanhoudt als gewenst taalniveau, ook als dat vraagt om extra maatregelen om het taalniveau 81 te kunnen behalen. ln principe kan er slechts van de 81-route worden afgeweken, als de landelijke leerbaarheidstoets daar aanleiding voor geeft. Artikel 9, eerste lid (Z-route)1 en artikel 17, derde lid (42-eis) z Wet inburgering blijven onverkort van toepassing.
7. Taalachterstand komt ook voor bij kinderen. Daarmee starten deze kinderen met een achterstand ten aanzien van hun leeftijdsgenoten. Daarom wordt er door de gemeente op toegezien en actief op aangestuurd dat kinderen van statushouders gebruik maken van voorschoolse educatie'zodatzij ook volwaardig kunnen meedoen op school en binnen de maatschappij, zoals bij de lokale sportvereniging.
B. Bij de inkoop van het inburgeringsaanbod voor de gemeente zijn de uitgangspunten en kaders die de raad heeft opgesteld leidend. De keuze wordt gemaakt voor een taalschool die het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar) heeft.
9. De beste weg naar inburgering is een succesvolle inzet voor taalniveau en participatie op de werkvloer. Het boetebeleid van de nieuwe Wet inburgering is daarom dus niet vrijblijvend en dient te worden uitgevoerd bij verwijtbaar handelen.
10. Diverse groepen zijn uitgesloten van de plicht tot inburgering. Binnen deze groepen zijn er mensen die ondanks de vrijstelling wel een afstand tot de Nederlandse maatschappij hebben en/of onvoldoende kennis hebben van de Nederlandse taal. Het doel is om ook deze groepen beter te laten meedoen aan de samenleving. Het college zal zich daarom actief inspannen om de middelen die beschikbaar zijn uit onder meer de Participatiewet in te zetten om ook deze groepen te stimuleren en te activeren.
11. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad:
a. wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging naar een uitkering en/of (deels) betaald werk.
b. hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging van de periode van ontzorging. c. in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie. d. waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn. Financiële consequenties De gemeente heeft incidentele middelen van het Rijk ontvangen ter bekostiging van de invoeringskosten. En ook na de invoering van de nieuwe Wet inburgering ontvangt de gemeente middelen voor de maatschappelijke begeleiding fiaarlijks € 2.370,00 per statushouder). De gemeente zal daar bovenop structureel vanuit het Rijk middelen ontvangen in de vorm van een inburgeringsbudget. Vanaf 1 januari 2026 zal 10o/o van de bekostiging worden gerekend als prestatiebekostiging waarbij het aandeel geslaagden geldt.
r Artikel 9, eerste lid, Wet inburgering 202X:'De inburgeringsplichtige die naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet in staat is het inburgeringsexamen of het taal schakeltraject te behalen binnen de termijn, bedoeld in artikel 1 1, eerste lid, volgt een intensief traject dat aansluit bij de persoonlijke capaciteiten van de
inburgeringsplichtige, gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, zelfredzaamheid, activering en participatie in de Nederlandse maatschappij.' 2 Artikel 17
, derde lid, Wet inburgering 202X: 'Wanneer, na aanzienlijke inspanningen van de inburgeringsplichtige die de leerroute, bedoeld in artikel 7 volgt, uit de relevante feiten en omstandigheden blijkt dat deze inburgeringsplichtige niet in staat is het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Modeme Vreemde Talen te behalen binnen de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, of de op grond van artikel 12 verlengde termijn, kan het college bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd.' blz. 4 van 4