a1 concept Gezamenlijke reactie ZaWa op voorstel MRA Transitiecommissie 20210331.pdf
Tekst van het document
Deelregio Zaanstreek–Waterland 31 maart 2021 Geachte leden van de MRA Transitiecommissie, Namens MRA-deelregio Zaanstreek-Waterland (ZaWa) bieden wij u een gezamenlijke reactie aan op het voorstel Metropool van grote klasse. Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor de grote hoeveelheid werk en het enthousiasme van de Transitiecommissie om tot het voorstel te komen. Zaanstreek-Waterland (ZaWa) onderschrijft als actief MRA-deelnemer de noodzaak van de Metropoolregio Amsterdam. Het is vooruitstrevend om in deze tijden een nieuwe ambitie en een nieuwe samenwerking in de vorm van een heldere eenvoudige organisatie te lanceren. Het is passend dat de nadruk ligt op een sterke democratische controle. Het is goed dat wordt voortgebouwd op de samenwerkingsstructuur die in het verleden is opgebouwd en zijn waarde heeft bewezen. Het is een tijd stil geweest na oplevering van het rapport, mede door corona, maar nu ligt er dan eindelijk een voorstel op tafel. In dat kader vragen wij nu aandacht voor de snelheid waarmee u het proces wilt afronden. In de aanbiedingsbrief wordt gesteld dat het belangrijk is dat alle gemeenten mee kunnen denken, van groot tot klein. De termijnen die u nu stelt zijn helaas voor veel gemeenten niet haalbaar, ook niet in het vervolg van het proces.
De Noodzaak van de Metropoolregio Amsterdam Terecht is het vertrekpunt het dilemma dat er enerzijds behoefte is aan een krachtige regio, terwijl er anderzijds sprake is van terughoudendheid bij een regionaal orgaan dat zich mogelijk macht en positie toe-eigent zonder dat het geworteld is in de lokale en provinciale democratie. De Transitiecommissie zoekt een weg in dit dilemma. Inhoudelijk zitten er sterke punten in het eerste deel van het voorstel waarin aangesloten wordt op de goede kanten van de MRA die wij koesteren: ‘de historische wording, de grote variatie in stedelijke kernen en landschappelijke schoonheid, de brede welvaart en de spreiding van maatschappelijke kansen’ en de kracht van de menselijke maat en nabijheid. Terecht is er aandacht voor problemen die er in de MRA spelen rond bijvoorbeeld de betaalbaarheid van woningen, bereikbaarheidsproblemen, de druk op leefbaarheid en toenemende segregatie. Niet iedere gemeente en gemeenschap zal elk van deze problemen even sterk ervaren, maar terecht wordt in dit kader de term solidariteit genoemd in het voorstel.
Willen we die metropool met de menselijke maat zijn, dan moeten we oog hebben voor de landelijke kernen in onze gemeenten die moeite hebben om voorzieningen te behouden, voor de kwetsbare wijken in sommige gemeenten, voor de mobiliteitsopgave van de een en de leefbaarheidsproblemen vanwege milieuoverlast van de ander. In de MRA Verstedelijkingsstrategie moeten we keuzes maken die soms pijn doen, maar uiteindelijk moeten we één verhaal hebben waarin we ook aan al onze inwoners uit kunnen leggen waar de MRA voor staat, gebaseerd op moed en solidariteit, en op onderling vertrouwen zoals het voorstel duidt. We onderschrijven in die zin de formulering van de drie doelen, die bijdragen aan een ‘rijker’ verhaal dan tot nu toe, van grote betekenis voor ál onze inwoners. Daarbij waarschuwen wij wel voor borging van de recent gelanceerde MRA Agenda 2.0: het voorgestelde proces mag niet tot vertraging van de uitvoering leiden.
1
De Transitiecommissie grijpt het momentum en probeert dit ook te creëren of vast te houden. Daarbij vragen wij er wel aandacht voor dat zorgvuldigheid en een ‘zachte landing’ (waarbij iedereen zich de inhoud van de voorstellen eigen kan maken) belangrijk zijn. Er zit een spanning tussen wens om door te pakken zodat MRA samenwerking snel meer en betere resultaten kan boeken, en noodzaak om voldoende ruimte te nemen, met name ook voor discussie in (en tussen) raden en staten. Er zit een inhoudelijke boodschap met drie nieuw geformuleerde doelen in het stuk, een voorstel om de organisatie te verbeteren en er wordt een stevige opdracht bij de deelregio’s neergelegd. Met name die laatste (consequenties voor deel regionale organisatie, financiering) is zowel minder uitgewerkt (want mede afhankelijk van de dynamiek in elke deelregio) en (mede daardoor) in zijn consequenties van groot belang. Nieuwe ambitie een Metropool van grote klasse Een ander punt van aandacht in ons taalgebruik is de relatie tussen deelregio’s en MRA. Als op blz. 6 ‘bemoeienis door de MRA’ geplaatst wordt tegenover wat lokaal of in de deelregio’s kan, dan bevestigen we de tweedeling van ‘deelregio’ en ‘MRA’. Ook in onze deelregionale gesprekken betrappen we onszelf erop dat we ‘de MRA’ soms als een externe entiteit zien (‘wat vragen wij van de MRA?’), terwijl wij allen de MRA zijn.
Wij zijn met zijn allen een bestuurlijk netwerk, dat staat los van het feit dat sommige van onze opgaven gezamenlijk of vanuit de MRA-organisatie worden opgepakt en andere zaken niet. De MRA dat zijn wij, zesendertig decentrale overheden met enige tientallen bestuurders en enige honderden volksvertegenwoordigers, namens een paar miljoen inwoners. Het is dan ook belangrijk om tot een duidelijke rolverdeling te komen (bijvoorbeeld tussen gemeenten en platforms, tussen Bestuur en AV, en tussen Amsterdam als grootste gemeente en de andere gemeenten in het polycentrisch netwerk) en die te borgen. De MRA kenmerkt zich onder meer door een gelijkwaardige positie van gemeenten en provincies. Wij waarderen dat ten zeerste. Echter, in het voorstel aangaande de herstructurering van het Dagelijks Bestuur, Algemeen Bestuur en de platforms zien we dat daar afstand van genomen wordt. We begrijpen dat er keuzes gemaakt worden maar constateren dat de positie van de gemeente en met name de deelregio’s afzwakt. De Regiegroep was een gremium waar (met name, maar niet alleen) burgemeesters van grotere gemeenten uit de deelregio’s, met een belangrijke rol binnen de deelregio maar ook uitgerust met een krachtig netwerk, een belangrijke rol konden spelen. De positionering van een netwerk van burgemeesters als ambassadeurs van de MRA zou wat ons betreft nog steeds tot de mogelijkheid moeten behoren.
Een ander punt van aandacht betreft het voorzitterschap: de twee Commissarissen van de Koning treden toe tot het bestuur en gedeputeerden zullen de platforms voorzitten. Naar onze mening verdient het aanbeveling om de keuze van voorzitters aan de platforms zelf over te laten. Tenslotte leggen wij met nadruk de wens voor dat in het Bestuur minimaal één afgevaardigde per deelregio zitting krijgt om zo de deelregio’s adequaat te positioneren en het bestuur van voldoende draagvlak te voorzien. Sterke MRA, sterke democratische controle Het belang van de betrokkenheid van raads- en statenleden wordt terecht op diverse plekken in het stuk benoemd. Tegelijkertijd ontbreekt het aan vernieuwende vormen en voorstellen om hier inhoud aan te geven, behalve een andere, zwaardere samenstelling van de raadstafel en de belofte dat raadsleden eerder en vaker betrokken zullen worden vanaf de voorkant. Daarbij achten wij het verstandig om de betrokkenheid van de raad op te bouwen binnen de deelregio’s, zoals via de Regionale Raadsledenbijeenkomsten die ZaWa periodiek organiseert. We stellen voor dat hier de komende periode meer aandacht aan wordt geschonken, en dan vooral via gesprekken mét de raden en staten. Dit zal automatisch ook gaan over hoe de positie in de deelregio’s verder vormgegeven wordt. Terecht stelt het stuk dat de basis voor de MRA wordt gevormd door de zeven deelregio’s.
2
Zoals we aan het begin stelden, krijgen de deelregio’s impliciet een sterke opdracht mee vanuit het voorstel van de Transitiecommissie, ook in relatie tot het ter beschikking stellen van capaciteit voor de MRA en dit gezamenlijk te financieren. Het is ons nog niet duidelijk wat de organisatorische gevolgen zijn voor de gemeenten die personeel beschikbaar stellen. Bovendien zijn veel gemeenten waarschijnlijk niet draagkrachtig genoeg om significant capaciteit te leveren. Dit onderdeel zien wij graag nog uitgewerkt voordat het besluit over de nieuwe organisatie genomen kan worden. Daarbij delen wij graag de beschouwing dat juist de door u voorgestelde structuur meer inzet in de deelregio’s behoeft in plaats van een versterking van het centrale apparaat van de MRA. Voldoende aanlooptijd In uw voorstel geeft u aan dat u meteen na het zomerreces een start wilt maken met de nieuwe organisatie. Dit kan ervoor pleiten een aantal processen parallel te doen in plaats van na elkaar zoals het voorstel suggereert. Belangrijke onderdelen (uitwerking platforms en portefeuillehoudersoverleggen, samenstelling MRA-directie) ontbreken ook nog, en dit maakt vaststelling van een protocol zoals voorgesteld lastig.
Til besluitvorming in raden en staten over het voorgestelde protocol over de zomer heen (past sowieso niet of met heel veel moeite in de planning van de griffies) maar ga wel alvast de discussie met de platforms en portefeuillehoudersoverleggen aan over een logische ordening. Geef ruimte voor discussies in de deelregio’s over de eigen organisatie als onderdeel van de MRA en faciliteer dat ook tussen de deelregio’s. Laten we er met zijn allen uiteindelijk vooral voor zorgen dat we een nieuwe bestuursperiode na de raadsverkiezingen van maart 2022 met de nieuwe organisatie kunnen starten, deelregionaal en op MRA-schaal. Wij benadrukken hier nogmaals dat de instemming van de bestuurders noodzakelijk is voor het kunnen aanpassen van de huidige organisatie. De betrokkenheid van onze deelregio als geheel bij de MRA is groter dan ooit en we zijn ervan overtuigd dat deze nieuwe organisatie dit alleen maar zal vergroten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk kan de MRA de komende tijd veel van onze deelregio verwachten. Hierbij dient wel aandacht te zijn voor het proces van besluitvorming. Het voorleggen van een voorstel vergt meer tijd dan nu wordt gegeven om alle raden goed te betrekken bij de besluitvorming. Dit is een risico voor de democratische legitimiteit van de structuur van de MRA en de daarbij behorende besluitvorming.
De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland Zowel de colleges als de raden in de regio Zaanstreek-Waterland hechten veel waarde aan deze gezamenlijke reactie. Acht colleges en acht gemeenteraden hebben natuurlijk ook een eigen visie en mening. Deze is in meerdere vergaderingen vastgelegd in moties die wij bij deze reactie voegen, met het verzoek deze mee te nemen bij het vaststellen van het uiteindelijke concept voor de nieuwe organisatie. Het spreekt voor zich dat niet alle gemeenten in staat zijn voor 17 mei 2021 een reactie te geven, wij gaan er van uit dat deze reacties evengoed zullen worden meegenomen bij het vaststellen van het definitieve concept. Namens de colleges en raden van Zaanstreek-Waterland, Hoogachtend,
J. Hamming Namens de colleges en raden van Zaanstreek-Waterland
3