84b. Oostzaan en Wormerland wensen en opvattingen VS2.pdf
Tekst van het document
Aan
:
MRA-Zaanstreek-Waterland
Van
:
Gemeente Oostzaan en Wormerland
Datum
:
7 juli 2021
Onderwerp
:
Verstedelijkingsconcept
Het Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie heeft de raden het Verstedelijkingsconcept versie 2 aangeboden met de mogelijkheid tot het meegeven van wensen en opvattingen, die kunnen worden meegenomen in de volgende versie van het Verstedelijkingsconcept. Binnen de deelregio Zaanstreek Waterland zijn concept wensen en opvattingen geformuleerd, die met versie 2 van het Verstedelijkingsconcept zijn aangeboden aan de gemeenteraden van Oostzaan en Wormerland. In Oostzaan heeft slechts de commissiebehandeling plaatsgevonden. Het onderwerp stond vervolgens geagendeerd voor de raadsvergadering van 5 juli 2021 maar is daar vanwege tijdsgebrek niet behandeld zodat formeel vanuit Oostzaan geen wensen en opvattingen kunnen worden meegegeven aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie. Voor de commissiebehandeling kan wel worden verwezen naar: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/oostzaan/c2ea8c8a-b8b0-48ce-9f44-ccf7eefe3ff9 (van 1:48:35 - 2:04:12). In Wormerland heeft de raad wel een besluit genomen aangaande het meegeven van wensen en opvattingen t.a.v. het Verstedelijkingsconcept versie 2. De gemeenteraad van Wormerland heeft op 6 juli 2021 besloten: 1. In te stemmen met de in de concept-brief geformuleerde wensen en opvattingen over het Verstedelijkingsconcept versie 2 [de brief van de deelregio Zaanstreek-Waterland aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MRA].
2. De volgende elementen toe te voegen aan deze concept-brief: - In het Verstedelijkingsconcept dient expliciet te worden vermeld dat het toevoegen van woningen in de kernen en linten, onder meer door bouwen in de tweede lijn, ook kan bijdragen aan de invulling van de woningbouwopgave en bovendien van belang is met het oog op de leefbaarheid in de kernen en linten. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van de Zaanoever - In het Verstedelijkingsconcept zou expliciet melding moeten worden gemaakt van de doorontwikkeling van de recreatieve structuur in Zaanstreek-Waterland. Daarbij moet worden gedacht aan het versterken van de recreatieve mogelijkheden in de veenweidegebieden. - Er dient op aan te worden gedrongen dat bij de versterking van de groene scheggen ook de groene scheggen in Zaanstreek-Waterland nadrukkelijk worden genoemd. - Hoe verhoudt de stellingname dat de afstand en reistijd tussen wonen en werken optimaal in balans moet zijn, zodat mobiliteit ook voor praktisch en middelbaar opgeleiden betaalbaar blijft zich tot de ervaringen die zijn opgedaan met werken
Pagina 1 van 3, 12 juli 2021
op afstand in Coronatijd en tot de enorme druk op de woningmarkt en de beperkt beschikbare potentiele bouwlocatie. - De veenweidegebieden, de droogmakerijen en de Zaanoever zijn vanuit toeristisch/recreatief oogpunt interessante gebieden die kunnen bijdragen aan een spreiding van het toerisme over de regio. 3. Het college de opdracht te geven zorg te dragen voor de verzending van de conceptbrief inclusief aanvullingen aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MRA. In het raadsvoorstel wordt meer concreet ingegaan op deze punten c.q. op hetgeen aanvullend op de conceptbrief van de deelregio Zaanstreek-Waterland zou moeten worden meegegeven vanuit Wormerland aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie Rijk/MRA: -
P. 8: Er wordt hier vermeld dat de inzet op versnelde woningbouw gepaard zal moeten gaan met het versterken van de meerkernige opzet van de metropoolregio doordat er in alle kernen in de MRA gebouwd moet gaan worden om aan de vereiste aantallen te komen. Op p.19 wordt daaraan nog toegevoegd dat er sprake moet zijn van spreiding van woningbouw over de regio. Er kan worden ingebracht dat deze stellingname kan worden onderbouwd door in het Verstedelijkingsconcept expliciet te vermelden (bijvoorbeeld op p.20) dat het toevoegen van woningen in de kernen en linten ook kan bijdragen aan de invulling van de woningbouwopgave en bovendien van belang is met het oog op de leefbaarheid in de kernen en linten. Zonder zo’n passage blijft de meerkernige opzet van de MRA een holle frase.
-
P.9: Er wordt hier vermeld dat ook wordt geïnvesteerd in het landschap. Op p.23 wordt zelf aangegeven dat een aantrekkelijke landschappelijke omgeving bijdraagt aan de internationale aantrekkingskracht van de MRA. Op p.34 e.v. wordt ook ingegaan op de waarden van het landschap. Er wordt aangegeven dat functionele ingrepen in het landschap om het landschap te versterken ook de beleving moeten vergroten en moeten bijdragen aan de toegankelijkheid (p.35). Een schaalsprong in het recreatieve netwerk is nodig (p.36) waarbij de recreatieve structuur wordt versterkt en doorontwikkeld. De doorontwikkeling van de recreatieve structuur in Zaanstreek-Waterland ontbreekt hier als voorbeeld. Daarbij moet worden gedacht aan het versterken van de recreatieve mogelijkheden in de veenweidegebieden, de droogmakerijen en langs de Zaanoever zouden hier als voorbeeld niet misstaan. Op p.36 wordt verder terecht aangegeven dat de bereikbaarheid van recreatie- en natuurgebieden moet worden verbeterd. Op p.18 wordt immers ook al aangegeven dat het landschap in de MRA zorgt voor een uitgestrekt recreatiegebied dat voor iedereen in de regio dichtbij is, maar dat het op dit moment niet altijd toegankelijk is. Daarbij gaat het echter niet alleen om de OV-bereikbaarheid zoals het Verstedelijkingsconcept het nu verwoord op p.36.
Er dient op aan te worden gedrongen dat aanvullende teksten hier op z’n plaats zijn. Nu wordt alleen op p.28 aangegeven dat fietsroutes moeten worden aangelegd voor woon-werkverkeer waarbij overigens zou moeten worden aangegeven dat dit in Zaanstreek-Waterland vooral op oostwest fietsroutes betrekking heeft hetgeen bijvoorbeeld kan worden vermeld op p.52.
-
Er dient op aan te worden gedrongen dat bij de versterking van de groene scheggen op p.9 ook de groene scheggen in Zaanstreek-Waterland nadrukkelijk worden genoemd. Een groene scheg (afgeleid van het woord ‘wig’) is een groen gebied van formaat dat vanaf het buitengebied, via de stadsrand doordringt in stedelijk gebied. De stellingname op p.17 dat landschap de MRA verbindt is dan ook uitstekend geformuleerd.
-
De passages in het Verstedelijkingsconcept over de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt sluiten goed aan bij de agenda en Propositie van Zaanstreek-Waterland. Op p.5 wordt echter ook aangegeven dat de afstand en reistijd tussen wonen en werken optimaal in balans moet zijn, zodat mobiliteit Pagina 2 van 3, 12 juli 2021
ook voor praktisch en middelbaar opgeleiden betaalbaar blijft. De vraag kan worden gesteld hoe dit uitgangspunt zich verhoudt tot de ervaringen die zijn opgedaan met werken op afstand in Coronatijd en tot de enorme druk op de woningmarkt en de beperkt beschikbare potentiele bouwlocatie. -
P.25: Hier wordt ingegaan op toerisme. De stellingname dat het toerisme meer over de regio zou moeten worden gespreid kan beter worden onderbouwd. Het versterken van de recreatieve mogelijkheden in de veenweidegebieden, de droogmakerijen en langs de Zaanoever kan bijdragen aan deze gewenste spreiding van het toerisme.
-
Op p.61-63 wordt het Verstedelijkingsconcept uitgewerkt voor MRA-deelregio Zaanstreek-Waterland. In de eerste plaats zou ook hier expliciet dienen te worden vermeld dat het toevoegen van woningen in de kernen en linten, onder meer door bouwen in de tweede lijn, ook kan bijdragen aan de invulling van de woningbouwopgave en bovendien van belang is met het oog op de leefbaarheid in de kernen en linten. Bij de gebiedsopgaven ontbreekt in dit verband ook de ontwikkeling van de Zaanoever. In de tweede plaats ontbreekt ook hier de eerder vermelde doorontwikkeling van de recreatieve structuur in Zaanstreek-Waterland c.q. de veenweidegebieden, de droogmakerijen en de Zaanoever. Dit geldt ook voor het verbeteren van de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van deze recreatieve gebieden en toeristische trekpleisters. Het is opvallend dat het landelijk gebied in de regio Zaanstreek-Waterland op deze pagina’s vooral als problematisch wordt gezien vanwege de problematiek van de bodemdaling. Terwijl juist het landelijk gebied van Zaanstreek-Waterland zo veel kansen biedt. De natuur- en landschapsontwikkeling zoals die bijvoorbeeld ook op p.81 wordt genoemd zou eveneens moeten worden genoemd bij de Rijk-Regio-afspraken voor Zaanstreek-Waterland. In de derde plaats zou hier ook aandacht moeten worden gevraagd voor het verbeteren van de oost-west fietsroutes.
Pagina 3 van 3, 12 juli 2021