27a. Notitie Regionale lnkoop specialistische jeugdhulp 2022.pdf
Tekst van het document
Uitgangspunten inkoop Specialistische jeugdhulp 2022
AAN
Gemeenteraden Zaanstreek- Waterland
OPSTELLER
De projectleider 10 december 2020 In afstemming met de regionale werkgroep
ONDERWERP
Regionale Inkoop specialistische jeugdhulp 2022
VAN DOORKIESNUMMER DATUM
Kernboodschap: Samen verder bouwen aan een toegankelijk, houdbaar en betaalbaar jeugdhulpstelsel Ons uitgangspunt is goede en passende hulp voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Als gemeenten werken we al sinds 2015 samen aan een toegankelijk en, ook in de toekomst, houdbaar en betaalbaar jeugdhulpstelsel. We geloven nog steeds in de uitgangspunten van de transformatie vanuit de Jeugdwet. (Preventie en eigen kracht, demedicaliseren en normaliseren, eerder de juiste hulp op maat, integrale hulp aan gezinnen en meer ruimte voor professionals zodat zij de juiste hulp kunnen bieden) maar het is ook duidelijk dat het op veel punten beter kan én ook moet. We willen kortere wachttijden voor jeugdhulp, lichtere hulp bieden waar dat net zo goed kan als dure hulp en dichtbij in de buurt. We willen de jeugdketen als een geoliede machine laten werken. Dan helpt het als we de administratie vereenvoudigen, zodat die minder ingewikkeld is en minder tijd en energie kost. Energie die we liever besteden aan goede (afspraken maken over) hulp. En ook zo inrichten, dat we beter inzicht krijgen in de aantallen en cijfers en ook echt kunnen sturen op resultaat. Financieel, maar vooral: sturen op het resultaat van de hulp die je inzet, die zorgt dat jeugdigen en gezinnen weer zelf verder kunnen.
Dat vraagt om een ferme aanpassing van de administratie, want we praten liever over goede kwaliteit van hulp, dan over oplopende kosten en uitstaande rekeningen. Dit vraagt ook om een verbetering van de aansluiting en samenwerking in de keten van de jeugdhulp. De wijze waarop wij nu specialistische jeugdhulp gaan inkopen, zal deze afstemming en samenwerking makkelijker maken. Dit alles zodat we onze energie in kunnen zetten op wat we allemaal willen: goede en passende hulp voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben.
Nieuwe inkoopstrategie, nieuwe kansen Op 31 december 2021 eindigen de lopende contracten van aanbieders van (hoog) specialistische jeugdhulp. Dit moment grijpen we als wethouders jeugd van Zaanstreek-Waterland graag aan om een paar flinke verbeteringen door te voeren. Die krijgen hun plek in de aanbesteding van (hoog) specialistische jeugdhulp vanaf 2022. De uitgangspunten van de nieuwe inkoop strategie hebben we samen opgesteld met vertegenwoordigers van lokale teams, aanbieders van specialistische jeugdhulp en cliëntenorganisaties. Zij zijn tenslotte de deskundigen.
1
Doorontwikkelen in plaats van opnieuw beginnen….. We kiezen nadrukkelijk voor het aanpassen van het huidige stelsel. Als we een heel nieuw stelsel introduceren met een nieuwe bekostigingssystematiek, dan richten we ons (weer) op de achterkant van het stelsel, om de nieuwe systematiek in te regelen. Terwijl we juist zo graag willen werken aan een goede uitvoering van jeugdhulp. Wat je regionaal samen regelt, moet de lokale ondersteuning aan gezinnen helpen. Deze inkoop van jeugdhulp staat niet op zichzelf, maar is een onderdeel van het ingewikkelde veld van inkoop, organisatie en uitvoering van jeugdhulp. Die weer anders is per gemeente binnen de regio. De regionaal gecontracteerde specialistische jeugdhulp zien we vooral als een aanvulling op de lokale basis. Het is bedoeld voor die jeugdigen en gezinnen die daadwerkelijk meer gespecialiseerde ondersteuning nodig hebben. Als we spreken over het systeem, bedoelen we de manier waarop we de verschillende soorten ondersteuning hebben ingekocht en ingedeeld. De lokale basis noemen we segment A en is vrij toegankelijk; daar is geen indicatie voor nodig en deze hulp en ondersteuning wordt ingezet en uitgevoerd door het lokale team. Met segment B bedoelen we de enkelvoudige specialistische jeugdhulp en met segment C de multicomplexe hoog specialistische jeugdzorg.
B en C zijn niet vrij toegankelijk, daar is een indicatie en verwijzing voor nodig. De inkoop waar wij nu voor staan is de hulp in segment B en C. Dit systeem is een onderdeel van een heel stelsel van jeugdhulp. De gemeente is ook nog verantwoordelijk voor onder andere de financiering van de gecertificeerde instellingen, de dyslexiezorg en de ondersteuning gefinancierd vanuit een persoonsgebonden budget (PGB). Daar gaat deze inkoop dus niet over. Ook hoort bij het stelsel alle ondersteuning die niet vanuit de gemeente wordt gefinancierd, zoals de begeleiding vanuit het onderwijs. We streven ernaar de specialistische hulp zo in te kopen, dat ook samenwerken en afstemmen met deze partijen eenvoudiger gaat worden, omdat deze ondersteuning ook een belangrijke rol speelt bij het behalen van onze doelen. Gemeenten blijven dan ook inzetten op de bestaande uitgangspunten van de huidige inkoop en daarmee op een doorgaande versterking van de zogenaamde ‘voorkant van het stelsel’. Juist binnen de lokale situatie kunnen we ondersteuning snel, nabij en tegelijk bieden. Kleine problemen houden we klein door lichte ondersteuning te bieden. Die helpt om het met het eigen netwerk weer zelf te kunnen. Dit is ook een belangrijke voorwaarde voor het betaalbaar houden van het stelsel. Ons hoofddoel bij de doorontwikkeling: meer van C naar B naar A.
Veel van de transformatiedoelen en bewegingen richten zich op de ‘voorkant’ van het stelsel, het deel van het stelsel dat we dus in Zaanstreek-Waterland segment A noemen. Dit is de hulp waar gemeenten afzonderlijk voor betalen en ook zelf organiseren. Hierin zitten onder andere de lokale teams, het preventieve aanbod en lichte vormen van ondersteuning. Het is de plek waar veel kansen liggen om de transformatiedoelen te halen: ondersteunen van eigen kracht, vroegtijdig signaleren van hulpvragen, regisseren van samenhangende hulp op meerdere gebieden dan alleen de jeugdhulp (ouderproblematiek, schulden, huisvesting, werk) en het normaliseren van hulpvragen. Maar vooral: waar je verwijzing naar specialistische hulp kunt sturen: het is onze wens dat dit alles binnen segment A gaat plaatsvinden.
2
Lokale sturing en kwaliteitsslag van het stelsel Met de inkoop en aanbesteding van de (hoog)specialistische jeugdhulp in segmenten B en C hebben we twee belangrijke hoofddoelen: 1. Betere voorwaarden op lokaal niveau (ook al valt dit buiten de aanbesteding, want dit is segment A). a. Uitbreiden lichtere hulp. De hulpverlening in segment A breiden we uit. In soorten ondersteuning en in capaciteit. Dit helpt om een deel van de jeugdigen en gezinnen die nu naar de duurdere specialistische jeugdhulp gaan, lokaal te helpen. Bij deze inkoop houden we rekening met deze beweging door meer te selecteren op kwaliteitseisen die wij echt bij (hoog)specialistische hulp vinden horen. b. Meer regie voor de verwijzers en uitvoering. We willen regie niet alleen via contractmanagement – aan de achterkant van het stelsel - organiseren, maar ook aan de zogenaamde voorkant versterken. We zorgen ervoor dat lokale regisseurs meer handvatten krijgen om tussentijds goede gesprekken te organiseren en eventueel samen met de jeugdige en aanbieders bij te sturen. Dit betekent dat het aantal taken verschuiven naar lokale teams, de impact voor de lokale teams verschillen per gemeente. 2. Een kwaliteitsslag maken in het stelsel voor segment B en C, dus voor ingewikkelde en dure hulp: a.
Inhoud en kwaliteit jeugdhulp: Door het ontwikkelen van een kwaliteitskader gaan we voorkomen dat aanbieders toetreden tot ons stelsel die niet voldoen aan de eisen die de jeugdwet stelt. Voorbeelden van deze aanscherping zijn aanbieders die ondersteuning bieden die niet binnen de specialistische jeugdhulp thuishoort of die niet binnen onze regio wordt geleverd. Ook nemen we scherpere voorwaarden op om contracten te ontbinden, bijvoorbeeld als een aanbieder te weinig jeugdigen ondersteunt. Hiermee houden we het aantal aanbieders beheersbaar. b. Inzicht in kosten. Jeugdigen moeten zoveel mogelijk hulp thuis krijgen en niet op een andere verblijfplaats. Daarnaast zijn de kosten van 24-uurs verblijf een groot onderdeel van de totale kosten van jeugdhulp. In de huidige administratie zien we de kosten van alleen het onderdeel verblijf onvoldoende terug. Die gaan we herkenbaar maken, zodat we de ontwikkeling van verblijf beter kunnen volgen. Gezien de hoogte van de kosten per dag, gaan we voor de financiering over naar dagprijzen en aantal geleverde zorgdagen in plaats van maandtarieven. Hierdoor hebben we beter grip op de kosten. c. Administratieve verlichting. Onderaannemers die nu door hoofdaannemers worden gecontracteerd en gefinancierd, worden in de toekomst weer door gemeenten gecontracteerd en gefinancierd. Dat scheelt de zorgaanbieders veel werk.
Ook gaan we ervoor zorgen dat er minder gewisseld hoeft te worden tussen SPIC’s en dus minder administratie als het anders loopt dat gepland. d. De juiste afweging in de tarieven. In ons huidige tariefsysteem moeten aanbieders en Lokale Teams een keuze maken tussen óf lichte, goedkope ondersteuning óf zware, dure ondersteuning. Dit leidt tot veel discussie. Om deze keuze te versoepelen, voegen we tariefniveaus toe zodat een passender keuze kan worden gemaakt. Dit maakt ook het op- en afschalen beter mogelijk. Een tariefopbouw in meerdere stappen maakt het mogelijk om mee te bewegen met de ontwikkeling van de hulpvraag. Tenslotte willen we jeugdhulpaanbieders en lokale teams meer tijd en ruimte bieden om tot een goede inschatting van de zorgbehoefte, en daarmee een passend tarief, te komen.
3
. e. Scherpere contractafspraken en administratie op orde. De voorspelbaarheid van kosten moet worden vergroot. Daarom wordt de wijze waarop aanbieders verantwoording afleggen over hun prestaties, administratieve kwaliteit en kostenontwikkeling en de consequenties van het niet nakomen van deze leveringsvoorwaarden scherper vastgelegd in de contracten. Hierdoor kunnen Contractmanagers beter sturen op de administratieve kwaliteit van aanbieders en voorkomen we bijvoorbeeld dat we steeds worden verrast door laat ingestuurde facturen. f. Innovatie en lerend ontwikkelen. Een doorlopende ontwikkelagenda maken met de aanbieders gedurende de looptijd van het contract. Daarin komen onderwerpen te staan als: het stimuleren van vervangend aanbod voor (intramuraal) verblijf, herziening (financiering) medisch kinderdagverblijven, (huisarts)verwijzingen naar specialistische ggz, of vaste tarieven in segment C. Daarnaast willen we een financiële prikkel inzetten om innovatie te stimuleren. Bijvoorbeeld voor (goedkopere) ambulante alternatieven voor verblijfsvoorzieningen of om jeugdigen sneller te laten uitstromen. Deze innovatie moet een vliegwiel voor financiële besparing op langere termijn in werking stellen.
Financiële consequenties Deze aanbesteding zelf brengt geen financiële consequenties met zich mee, dat wil zeggen we verwachten niet een directe besparing, maar er is ook geen extra geld in de begroting nodig voor specialistische hulp. Wel ligt er vanuit deze inkoopvisie een opgave voor gemeenten om het lokale team zo in te richten dat de gewenste extra hulp in segment A en sterkere sturing ook daadwerkelijk mogelijk wordt. Deze aanbesteding richt zich op het zeker stellen van beschikbaarheid van een dekkend aanbod aan specialistische jeugdhulp. Uitgangspunt daarbij is kwalitatief goede zorg tegen een eerlijke prijs. We verwachten dat een goed werkend stelsel uiteindelijk de kosten omlaag kan brengen doordat het minder vaak nodig is om naar specialistische hulp door te verwijzen en we eerder doorlopende kosten stoppen als betreffende inzet niet het juiste aanbod blijkt te zijn.
4