17. Memo 2 maart 2021 RKC Purmerend-Beemster, evaluatie rekenkamer onderzoek schuldhulpverlening.pdf
Tekst van het document
Aan Van Datum Onderwerp Reg. Nr.
: : : : :
De gemeenteraden van Purmerend en Beemster Rekenkamercommissie van Purmerend en Beemster 2 maart 2021 Evaluatie rekenkamer onderzoek schuldhulpverlening
1542964
Memo evaluatie onderzoek schuldhulpverlening Aanleiding De rekenkamercommissie van Purmerend en Beemster heeft in het jaarplan 2020 aan de beide raden gecommuniceerd het onderzoek naar schuldhulpverlening van juni 2017 te evalueren. Deze evaluatie is inmiddels afgerond. In dit memo wordt per aanbeveling ingegaan op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. 1. Stel conform de wet zo spoedig mogelijk een nieuw beleidsplan op voor schuldhulpverlening Bij de behandeling van de aanbevelingen van het rapport in Purmerend is een amendement van de PvdA aangenomen waarin de eerste aanbeveling is gewijzigd naar: “Ervoor zorg te dragen dat het beleid voor integrale schuldhulpverlening voldoet aan wat is vereist op grond van artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.” In de wet gemeentelijke schuldhulpverlening staat o.a. dat het verplicht is voor gemeenten om iedere vier jaar een actueel plan voor schuldhulpverlening vast te laten stellen door de raad (art. 2 lid 2). 1 De rekenkamercommissie is van mening dat er inhoudelijk niet veel verschil zit tussen de originele aanbeveling van de rekenkamercommissie (stel een beleidsplan op) en het amendement waarin de raad het college oproept de wet uit te gaan voeren waarin die plicht tot het hebben van een beleidsplan specifiek benoemd staat.
Toenmalige wethouder Roald Helm heeft bij de behandeling van het rapport in de raad aangegeven om in het voorgenomen armoedebeleid ook schuldhulpverlening te integreren, zodat er een integraal plan ligt en de gemeente zou voldoen aan de wet. Dit beleid is op 26 april 2018 behandelt in de gemeenteraad (het gewijzigde armoedebeleid). Hierbij is ook specifiek aandacht geweest voor de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek, maar lijken niet alle punten zoals in de wetstekst geformuleerd staan ook aan de orde te komen. Het benoemen van de gewenste resultaten en de tijdsperiode waarin deze gerealiseerd gaan worden (artikel 4 lid a en d) zijn bijvoorbeeld niet specifiek uitgewerkt in het armoedebeleid. Bij het opstellen van deze evaluatie is ook ambtelijke input meegenomen. Er wordt nu de laatste hand gelegd aan een specifiek plan voor schuldhulpverlening voor de gemeente Purmerend en Beemster, waarvan de verwachting is (januari 2021) dat dit plan rond dezelfde tijd als deze evaluatie richting besluitvorming naar de beide gemeenteraden zal gaan. Daarmee zullen de gemeente Purmerend en Beemster zowel in de letter als in de geest volledig kunnen voldoen aan 1
Het volledige artikel 2 is als bijlage bij deze evaluatie opgenomen. De wet gemeentelijke schuldhulpverlening is overigens per 1 januari 2021 gewijzigd, maar dit heeft voor dit onderdeel geen gevolgen gehad.
artikel 2 van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
2. Zoek creatieve oplossingen om grip te krijgen op de kosten voor beschermingsbewind Aanbeveling 2 en 3 zijn in deze evaluatie samengevoegd, omdat er overlap in de ontwikkelingen is. 3. Onderzoek uitbreiding van de inzet op preventie Er zijn in de afgelopen jaren verschillende initiatieven gestart om preventie te verbeteren en te voorkomen dat mensen een beroep moeten doen op schuldhulpverlening. In samenwerking met woningcorporaties, energiebedrijven en andere organisaties wordt geprobeerd vroegtijdig in beeld te krijgen welke mensen behoefte hebben aan hulp. De stijging van de kosten van beschermingsbewind lijkt mede door deze initiatieven tot stilstand gebracht. Deze kosten waren in de onderzoeksperiode (2012 tot 2015) toegenomen van ruim € 300.000 tot ruim € 700.000,-. Hierna zijn deze kosten nog verder gestegen naar een piek in 2018 van €925.000, waarna deze in de afgelopen jaren is gestabiliseerd rond een bedrag van €900.000. De rekenkamercommissie is blij te zien dat de toename lijkt te zijn gestopt en dat er aandacht is voor creatieve en effectieve manieren om mensen op deze manier vroegtijdig te helpen. Waar afgelopen jaren nog te weinig aandacht voor lijkt te zijn geweest is het vergroten van de uitstroom uit beschermingsbewind.
De mensen die in beschermingsbewind zitten en ook de professionele bewindvoerders zelf hebben geen (financieel) belang om cliënten te laten uitstromen. De kosten voor het bewind zijn voor de samenleving, niet voor de cliënt. Het zou goed zijn als hier komende tijd een strategie voor ontwikkeld wordt om het deel van de cliënten die mogelijk wel weer op eigen benen kan komen te staan, hierbij te helpen. Dit zou ook kunnen bijdragen aan een daling van de kosten voor beschermingsbewind op de langere termijn. Het is mogelijk dat nieuwe wetgeving (de Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind) hierbij kan helpen doordat gemeenten hierbij nieuwe instrumenten krijgen om inwoners te helpen met lichtere vormen van ondersteuning dan schuldenbewind, of de periode van schuldenbewind niet automatisch voor onbepaalde tijd vast te laten stellen. Hoe de gemeente deze nieuwe wetgeving toe gaat passen zou mogelijk een plek kunnen krijgen in het nieuwe plan dat de gemeente opstelt. 4. Geef signalen over verbeterpunten door aan landelijke organisaties De gemeenten Purmerend en Beemster zijn op verschillende manieren betrokken bij landelijke organisaties.
Mede doordat er in de afgelopen jaren ook landelijk veel politieke aandacht is voor schuldenproblematiek, is er ook veel aandacht geweest voor verbeteringen in de mogelijkheden die gemeenten hebben om hierin goede oplossingen te vinden voor inwoners. Met betrekking tot de problematiek rond de toeslagen van de kinderopvang is de gemeente Purmerend betrokken geweest bij het landelijk beleidsvorming om dit probleem op te lossen. Concrete signalen van problematiek in de uitvoering zijn meegegeven om hier op landelijk niveau een oplossing voor te vinden. Op dit moment zijn bij de gemeente Purmerend 36 mensen bekend die te maken hebben met schulden rondom de problematiek van de kinderopvangtoeslagen (de gemeente Beemster 0 personen).
De gemeente Purmerend en Beemster hebben zich de afgelopen jaren ingespannen om op landelijk niveau betere regelgeving te ontwikkelen voor de oplossing van schuldenproblematiek op lokaal niveau. Een onopgelost probleem is de informatie uitwisseling tussen overheden. Het is nog steeds erg moeilijk om informatie uit te wisselen tussen verschillende overheden over schuldenproblematiek van inwoners. In het rekenkamerrapport wordt hier ook op ingegaan. Mede door de in 2018 ingevoerde AVG2 is er expliciet toestemming nodig van cliënten om informatie te mogen opvragen. Doordat veel schulden van cliënten bij overheids- of semioverheidsorganisaties (zoals zorgverzekeraars, CJIB) liggen en deze organisaties deze informatie niet met elkaar mogen delen, kunnen de verschillende organisaties ook geen rekening houden met elkaar bij het benaderen van mensen over hun openstaande schulden. De gemeente kan mensen pas helpen wanneer deze toestemming expliciet is gegeven. Het is daarom zaak zo vroeg mogelijk mensen met beginnende schuldenproblematiek in beeld te krijgen, te benaderen en te helpen een compleet beeld van hun schulden te krijgen. Dit is ook het beleid van de gemeente Purmerend en Beemster en hier wordt in de praktijk ook uitvoering aan gegeven.
Oordeel rekenkamercommissie Samenvattend is de rekenkamercommissie van mening dat alleen de eerste aanbeveling – ook rekening houdend met het aangenomen amendement - niet is opgevolgd door het college. Er zijn nu concrete stappen gezet om deze aanbeveling wel op te gaan volgen. Bij de overige aanbevelingen is de rekenkamercommissie blij met de stappen die hier door het college in zijn gezet.
2
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Bijlage: Artikel 2 Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (tot 1 januari 2021) Artikel 2. Plan 1 De gemeenteraad stelt een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente. 2 De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden. 3 Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. 4 In het plan wordt in ieder geval aangegeven: a. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen; b. welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; c. hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven, wordt vormgegeven; d. het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode, en e. hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.
5 In het plan kan de gemeenteraad aangeven onder welke voorwaarden het college de cliënt verplicht te beschikken over een basisbetaalrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.