12. aangenomen amendement VVD BPP, partiele herziening 2021 bp buitengebied, recreatie kamperen.pdf
Tekst van het document
aangenomen/vê@Fn d.dz
o"nnv
6 }KT, 2021
B Voot: UüD, ò¡P AMENDEMENT Raadsvergadering
van:
Q) (T^. ùaf.ù6e .ci* G)
26 oktober 2021
Behorende bij agendapunt: 4b Onderwerp
Bestemmingsplan Buitengebied 2012 - Partiële heziening 2021, recreatie, kamperen
Gelezen het voorstel van het college d.d. 31 augustus en 5 oktober 2021, Gelet op artikel 147bvan de Gemeentewet en artikel 27 van het Reglement van orde gemeenteraad Beemster 201 8, Overwegende dat recreatie juist een bestemming is waar men kamperen mag verwachten. Stellen wij de gemeenteraad van Beemster voor om de voorgestelde Partiële herziening 2021 van het bestemmingsplan Buitengebied2012 als volgt te wijzigen
Artikel 16.5 toe te voegen luidende: 6.5 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 16.4 sub c ten behoeve van een kampeerterrein op recreatiegebied is aangeduid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing waarmee de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 4 en 5 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. het kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; c. het totaal aantal recreanten, verdeeld over de recreatieplekken per locatie, mag de 20 niet overschrijden; d. per kampeerterrein worden niet meer dan zes standplaatsen ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties en niet meer dan één standplaats door een trekkershut; e. de oppervlakte van het kampeerterrein bedraagt niet meer dan 5.500 m2; het kampeerterrein is gelegen binnen het bouwvlak en, indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, ten hoogste 1.500 m2 op gronden buiten het bouwvlak, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarisch bouwvlak; g.
sanitaire en andere voozieningen ten behoeve van het kampeerterrein worden uitsluitend gerealiseerd binnen bestaande gebouwen binnen het bestemmingsvlak; 1
f.
h. het inrichten of hebben van een kampeerterrein gaat niet gepaard met of wordt gevolgd door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; het kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen beginnen achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning; de trekkershut wordt zo dicht mogelijk tegen de bestaande op het perceel aanwezige bebouwing gesitueerd; k. de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; gedurende de periode van 1 november tot 1 maart mogen geen kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden.
i. j. l.
Fracties
WD
BPP