113. Memo 6 juli 2021 reg nr 1551127 wth Dings en Van Meekeren, regiorapport NH van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid.pdf
Tekst van het document
MEMO
Aan Van Registratienummer Datum Onderwerp Bijlage
: de gemeenteraden van Purmerend en Beemster : Wethouder Van Meekeren en wethouder Dings : 1551127 : 6 juli 2021 : Regiorapport Noord-Holland van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid : Samenvatting van de bevindingen en vervolgstappen
Inleiding Met deze memo willen wij u informeren over het ‘Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid. Het Regiorapport betreft in totaal negen regio’s. We hebben donderdag 1 juli vernomen dat de bevindingen op 5 juli worden gepubliceerd. In 2019 onderzochten de gezamenlijke Inspecties of de Gecertificeerde Instellingen (GI) en de regio’s kunnen voldoen aan de normen die zijn gesteld voor goede zorg aan kwetsbare kinderen. Het gaat om de tijdige inzet van een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en de tijdige inzet van passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. In het rapport en signalement met de titel ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’, respectievelijk ‘Jeugdbeschermingsketen in gevaar’ werd geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering in heel Nederland werden uitgevoerd onvoldoende op orde was. Daarna zijn een verbeteraanpak en een doorbraakaanpak ingezet. Die werd afgesloten met een zogenaamde praktijktoets, uitgevoerd in de maanden januari en februari van dit jaar. Oordeel van de Inspecties De hoofdconclusie van de Inspecties is dat de regio’s in Noord-Holland er nog niet voldoende in slagen om elk kind met een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.
De regio Zaanstreek-Waterland scoort niet veel beter of slechter dan de andere regio’s, al zijn er op onderdelen wat verschillen. De Inspecties doen aanbevelingen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren. De inspecties vragen de regio’s om er per direct voor te zorgen dat er geen kinderen meer langer dan drie maanden moeten wachten op hulp, en gaan hier het komende half jaar op monitoren. Dit noemen zij ‘verscherpt toezicht’. Ten aanzien van de Gecertificeerde Instellingen constateren de inspecties dat Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) grotendeels voldoet aan de normen ‘Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers’ en dat de Jeugd- en Gezinsbeschermers (DJGB) niet volledig aan deze normen voldoet. De situatie voor de regio Zaanstreek-Waterland Een aantal van de bureaucratische obstakels die in het rapport worden beschreven zijn voor de regio Zaanstreek-Waterland niet meer van toepassing. Voor de grootste aanbieders hebben we de budgetplafonds in maart 2021 losgelaten.
Voor kinderen met een maatregel was al geen cliëntenstop als gevolg van budgetplafonds van toepassing. Op dit moment loopt de aanbesteding voor de specialistische hulp voor de contracten die per 1 januari 2022 ingaan. In de nieuwe aanbesteding is rekening gehouden met het opheffen van een aantal bureaucratische belemmeringen. In de bijlage geven we een samenvatting van de bevindingen van de inspecties over de regio’s in Noord-Holland. Vervolgens beschrijven we de gezamenlijke reactie van de regio’s aan de Inspectie en gaan we nader in op de specifieke situatie en de beoogde vervolgstappen in de regio Zaanstreek-Waterland.
Bijlage
: Samenvatting van bevindingen en vervolgstappen
Naar aanleiding van het Regiorapport Noord-Holland van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid geven we in deze bijlage een samenvatting van de bevindingen van de inspecties over de regio’s in Noord-Holland. Vervolgens beschrijven we de gezamenlijke reactie van de regio’s aan de Inspectie en gaan we nader in op de specifieke situatie en de beoogde vervolgstappen in de regio Zaanstreek-Waterland. Oordeel inspectie De hoofdconclusie van de Inspecties is dat de regio’s in Noord-Holland er nog niet voldoende in slagen om elk kind met een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De regio Zaanstreek-Waterland scoort niet veel beter of slechter dan de andere regio’s, al zijn er op onderdelen wat verschillen. De Inspecties doen aanbevelingen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren. De inspecties vragen de regio’s om er per direct voor te zorgen dat er geen kinderen meer langer dan drie maanden moeten wachten op hulp, en gaan hier het komende half jaar op monitoren. Dit noemen zij ‘verscherpt toezicht’.
Ten aanzien van de Gecertificeerde Instellingen constateren de inspecties dat Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) grotendeels voldoet aan de normen ‘Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers’ en dat de Jeugd- en Gezinsbeschermers (DJGB) niet volledig aan deze normen voldoet. Ouders die de inspecties gesproken hebben, zijn positief over de deskundigheid waarmee de jeugdbeschermer met hen in gesprek is gegaan over wat er aan de hand is en wat er nodig is voor hun kind en hun gezin. Belemmeringen De Inspecties benoemen verschillende oorzaken voor het feit dat er niet altijd tijdig passende hulp wordt geboden: • Het ontbreekt aan effectieve (bovenregionale) samenwerking die nodig is voor een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. • Wachtlijsten bij de zorgaanbieders: onder meer als gevolg van personeelstekorten en/of budgetplafonds. (Overigens golden en gelden geen budgetplafonds voor kinderen en gezinnen met een maatregel.) • Bureaucratische belemmeringen: Een aantal gemeenten in de regio Noord-Holland heeft het proces om te komen tot passende hulp voor jeugdigen met een maatregel zo ingewikkeld gemaakt, dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Het betreft o.a.
budgetplafonds, resultaat gestuurde financiering, en het gegeven dat sommige gemeenten niet zonder meer vertrouwen op de professionaliteit van de GI bij de uitvoering van de wettelijke taken. Naast oorzaken bij de regio’s, benoemen de inspecties ook dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. De inspecties spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke overkoepelende rapport.
Aanbevelingen inspectie De Inspecties doen ook aantal aanbevelingen aan de gemeenten: •
• •
• •
Maak mogelijk dat de GI de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging kan inzetten. Dat wil zeggen dat de inzet van hulp meteen plaatsvindt en dat de noodzakelijk geachte hulp niet wordt heroverwogen. Neem bureaucratische belemmeringen weg. Heroverweeg de resultaat gestuurde financiering van specialistische jeugdhulp die ertoe leidt dat zorgaanbieders de meest kwetsbare jeugdigen niet accepteren en de jeugdige niet wordt geholpen. Stel geen budgetplafonds in voor specialistisch hulpaanbod. Zorg dat er eerst een redelijk alternatief is, voordat de bestaande specialistische residentiële hulp wordt afgebouwd.
Gezamenlijke reactie van alle regio’s in Noord-Holland De gezamenlijke regio’s hebben in een brief aan de Inspecties een reactie gegeven op het rapport. Daarin schrijven wij dat ook wij ons grote zorgen maken over kwetsbare kinderen en gezinnen, en dat wij proberen met duurzame oplossingen de situatie voor hen te verbeteren. De bestuurders vragen aan de inspecties om begrip voor de context waarin de gemeenten, GI’s en jeugdhulporganisaties hun werk moeten doen. Een situatie waarin al jaren sprake is van financiële krapte, van toenemende complexiteit van problematiek en schaarste aan goed opgeleid personeel. De regio’s vragen de inspecties om ook richting het Rijk hun rol te nemen om te pleiten voor belangrijke innovatiebewegingen, zoals bijvoorbeeld beschreven in het Toekomstscenario Gezinsbescherming en het belang van voldoende financiële ruimte bij gemeenten. Daarnaast vragen de regio’s aandacht voor een positieve beeldvorming van het vak als jeugdbeschermer en jeugdhulpverlener. Ook vragen de bestuurders aandacht voor verschillen tussen de regio’s. Vanwege verschillen in omvang, complexiteit, historie en lokale keuzes zijn gemeenten in verschillende stadia van ontwikkeling en zijn verschillende interventies nodig. Niet alle knelpunten kunnen worden opgelost door bovenregionale samenwerking.
De negen regio’s zijn een samenwerking gestart op basis van het manifest Een Thuis voor Noordje (bovenregionale samenwerking residentiele specialistische jeugdhulp). Dit manifest wordt de komende periode uitgewerkt in een concreet programmaplan. Dit is naast de inrichting van het bovenregionaal expertise netwerk de wijze waarop de regio’s de bovenregionale samenwerking vorm geven. Op korte termijn zullen de gezamenlijke regio’s bespreken welke acties we op korte termijn aanvullend op het programmaplan bovenregionaal moeten oppakken om de genoemde knelpunten aan te pakken. De regio’s zijn van mening dat de meeste energie moet liggen bij regionale en lokale plannen, omdat daar ook de oplossingen liggen. De situatie voor de regio Zaanstreek-Waterland Een aantal van de bureaucratische obstakels die in het rapport worden beschreven zijn voor de regio Zaanstreek-Waterland niet (meer) van toepassing. Voor de grootste aanbieders hebben we de budgetplafonds in maart 2021 losgelaten. Voor kinderen met een maatregel was al geen cliëntenstop als gevolg van budgetplafonds van toepassing. Op dit moment loopt de aanbesteding voor de specialistische hulp voor de contracten die per 1 januari 2022 ingaan.
In de nieuwe aanbesteding is rekening gehouden met het opheffen van een aantal bureaucratische belemmeringen. Zo komt resultaatfinanciering voor verblijf te vervallen en het hoofd- en onderaannemerschap wordt anders geregeld, zodat daar voor de aanbieders geen administratieve lasten meer zullen zijn. Ook komen er in de financieringssystematiek meer mogelijkheden voor passende tarieven, wat maatwerk beter mogelijk maakt. Voor medewerkers van de GI’s bereiden we een scholingstraject voor over het vernieuwde Spic-stelsel. Dit tezamen zal er naar wij hopen voor zorgen dat de meeste bureaucratische obstakels worden weggenomen. Belemmeringen als gevolg van personeelstekort, zijn taai en lastig op te lossen en is een factor waar we als gemeenten minder invloed op hebben. Ze veroorzaken zowel wachtlijsten bij de jeugdbeschermers als bij de jeugdhulpaanbieders. Hetzelfde geldt ook voor het hoge ziekteverzuim. Wel realiseren we ons dat we goed opdrachtgever moeten zijn, en daarmee reëel in onze tarieven en verwachtingen. JBRA zijn we in 2021 tegemoet gekomen met een hoger tarief en verlaging van de caseload. Met de andere GI’s gaan we in gesprek over de gewenste resultaten en daarbij passende caseload en tarieven voor 2022. Voor de doorbraakaanpak hebben we een escalatie route ontwikkeld voor ZaanstreekWaterland.
In de laatste kwartaalgesprekken hebben de GI’s aangegeven dat de samenwerking met de lokale teams (Loket Jeugd en Jeugdteams) steeds beter verloopt en dat deze escalatieroutes leiden tot het gewenste resultaat en er geen kinderen meer waren die te lang wachtten op specialistische jeugdhulp. We gaan in overleg met de GI’s om te vernemen of er wellicht toch nog obstakels zijn in de route en verbeteren deze als dat nodig blijkt. We zijn ons er van bewust dat we er nog niet zijn. De komende periode gaan we in de regio samen met de gecertificeerde instellingen, gespecialiseerde jeugdhulp, Loket Jeugd, Jeugdteams en andere partners in de keten aan de slag met een (aanvullend) plan van aanpak om de knelpunten die het rapport beschrijft op te lossen. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij reeds lopende trajecten en plannen. Hierbij te denken aan het Regionaal Expertise Team, de opdracht die is gegeven voor de optimalisering van de jeugdbeschermingsketen en de ontwikkelagenda die onderdeel is van de huidige aanbesteding voor de gespecialiseerde jeugdhulp. Tot slot Het rapport laat zien waar wij als overheid (gemeenten en het Rijk) aan moeten en willen werken en biedt in die zin perspectief. Tegelijkertijd is het belangrijk om met iedereen die (al jaren) heel hard werkt aan betere jeugdhulp, gemotiveerd te blijven om die verbeteringen door te voeren.
Wij hebben groot respect voor alle professionals, vooral de jeugdbeschermers en de hulpverleners, die vol moed hulp aan kinderen en gezinnen bieden. Dat steunt ons als gemeenten om hetzelfde te blijven doen. Met als gezamenlijk doel: veiligheid en goede, tijdige hulp voor alle jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben.