CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen fractie CDA B3 en B4

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving 11 april 2024, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Algemeen410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen CDA CIE Fysiek 11-4-2024 B.3 Raadsvoorstel inzake: "Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente Beekdaelen" 1. In de aanbevelingen worden 7 waardecategorieën genoemd. In het bestemmingsplan worden 6 waardecategorieën genoemd. Waarom is waardecategorie 7 niet meegenomen in het bestemmingsplan? 2. Categorie 1. De wettelijk beschermde archeologische monumenten. Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning volgens de Erfgoedwetgeving vereist. Betekent dit dat de overige categorieën niet onder de regels van de erfgoedwet vallen, maar gemeentelijk beleid is? 3. Als men binnen de in de categorieën opgegeven oppervlaktegrootte blijft mag de bodem dan, zonder vergunning, dieper dan 0,40 meter beneden het maaiveld worden verstoord? 4. Moeten werkzaamheden waarvoor eerder een vergunning werd afgegeven opnieuw aan de regels van Archeologie getoetst worden? 5. Het planten van één diepwortelende boom ( cat. 2 t/m 6) zal nooit de oppervlaktegrootte te boven gaan. Wanneer is : “ b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting;” van toepassing? 6. De Bomenverordening geldt niet voor bomen die deel uitmaken van een particuliere houtopstand en niet staan in tuinen en erven behorende bij woningen. In hoeverre vallen deze bomen wel onder de regels van Archeologie? 7.

De voordelen van de omgevingswet waren onder andere : “Overheidsloket en begrijpelijke dienstverlening. Minder regels, meer mogelijkheden voor maatwerk en betere en snellere besluiten”. In tegenstelling tot die doelstelling worden er steeds meer regels/voorwaarden aan o.a. bouwen opgelegd en deze te onderbouwen met kostbare onderzoeken. Ook de paraplubestemmingsplan Archeologie is een verder uitbreiding van bestaande regelgeving en draagt niet bij aan deregulering. Waarom is gekozen voor uitbreiding en niet voor inkrimping? B4 : Nuinhofwijk 1. Bij financiën staat, dat: 1. Er geen financiële gevolgen verbonden zijn aan dit raadsvoorstel; 2. Er afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de kosten en de afwenteling van eventuele planschade. Zijn aan die afspraken wel of geen financiële gevolgen dan wel financieel risico voor de gemeente verbonden?

2. Bij aanvang van dit project werd aangegeven dat ingezet werd om de monumentale status te laten vervallen. Nu wordt gevraagd het project uit te breiden met een beschermd dorpsgezicht? Wat is de oorzaak van deze tegenstrijdigheid? 3. Sinds 2012 wijst de Rijksoverheid geen nieuwe rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten meer aan. Gemeenten houden in bestemmingsplannen voor bijzondere gebieden al (verplicht) rekening met cultuurhistorie. Waarom alsnog een gemeentelijk dorpsgezicht aanwijzen? 4. Blijft vergunningsvrij bouwen in het gebied mogelijk? 5. Welke strengere regels gelden voor wonen in het beschermd dorpsgezicht voor aanpassingen aan zowel bebouwde als onbebouwde ruimtes?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=94d55dc8-9251-4672-9bd5-8a55a86e34f3