CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

technische voorvragen D66 mbt raadsvoorstel aankoop perceel Tiny House Beekdaelen

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving 2 juni 2022, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Algemeen988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen raadsvoorstel aankoop perceel Tiny House Beekdaelen Bij de stukken die bij dit raadsvoorstel in ibabs zijn gepubliceerd, staan nogal wat stukken achter het slotje, waarmee ze een vertrouwelijke status hebben. Alleen het raadsvoorstel, raadsbesluit en de voortgangsrapportage zijn niet vertrouwelijk. Vraag: 1. Met welke motivatie is zijn achtereenvolgens de bijlagen 2, 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 vertrouwelijk, welke consequenties voor het openbare debat kleven hieraan en op welke wijze kan de commissie over deze stukken spreken of schrijven? In het navolgende wordt zonder enige beperking beargumenteerd en gevraagd vanuit de door het college vertrouwelijk geachte bijlagen. Indien het college van mening is dat de inhoud van die stukken vertrouwelijk zijn, heeft dit mogelijk ook consequenties voor de openbaarheid van het navolgende. Ik laat dit vooralsnog ter beoordeling aan het college. In het taxatierapport wordt de grond gewaardeerd onder de conditie dat het project Tiny Houses volgens plan wordt gerealiseerd (op pagina 13 van het rapport noemt de taxateur dit 'onder de fictie van realisatie'). De vraagprijs voor beide percelen in de verkoopbrochure was 244.800 plus 20.000.

Nadat de gemeente haar toekomstige plannen, die nog voor rekening en risico van de gemeente moeten worden gerealiseerd, met de verkopende partij heeft gedeeld is het college gekomen tot een prijs van 300.000 plus 20.000. Dit wordt gemotiveerd vanuit de opbouw van de residuele grondwaarde die 389.500 bedraagt bij de aard en omvang van de plannen. Vragen: 1. Gelet op het feit dat de taxatie van het plan is gebaseerd onder de fictie van realisatie, zou je mogen verwachten dat de overeengekomen prijs (waar overigens nog wat op is af te dingen, maar daarover later meer) tot stand is gekomen onder de zekerheid dat het plan ook gerealiseerd wordt. Welke zekerheden dienaangaande heeft het college verkregen en welke onzekerheden zijn er nog die de prijs van het taxatierapport naar beneden

zouden kunnen drukken danwel ontbinding van de overeenkomst nodig maken? Gelet op de stukken die het college heeft aangeleverd is de voorgaande vraag retorisch en kan beter de vraag gesteld worden: Waarom biedt de gemeente aan de verkopende partij een prijs die 55.200 hoger is dan de vraagprijs terwijl de randvoorwaarde van de taxatie (de realisatie van het plan) nog niet is ingevuld, in casu de overeenkomsten met de ontwikkelende projectgroep nog niet getekend, het bestemmingsplan nog niet gewijzigd, de infrastructuur nog niet aanbesteed? In de becijfering van de residuele grondwaarde wordt becijferd wat de potentiële marktwaarde bedraagt en daarvan afgetrokken de geraamde bouw- ontwikkelingsen realisatiekosten. Die aanpak maakt dat zowel de becijfering van de marktwaarde als de geraamde bouw- ontwikkelings- en realisatiekosten cruciaal zijn omdat die twee variabelen immers de door de taxateur geschatte grondwaarde bepalen. Daarbij geeft de taxateur aan dat er schattingsonzekerheid is en noemt daarbij op pagina 5 van het taxatierapport nogal wat onzekerheden en daarbij expliciet de invloed van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Vragen: 2. Hoe verhoudt zich de huurwaarde per jaar van 96.720 voor de 10 tiny houses tot de beoogde pachtinkomsten van 18.000 per jaar? Ergo, welk deel van de huurwaarde volgens het taxatierapport maakt de huurwaarde van de ondergrond uit? Als tussen deze twee bedragen geen relatie gelegd kan worden is de vraag op welke wijze en volgens welke systematiek de beoogde pachtinkomsten van 18.000 per jaar zijn bepaald? 3. De schattingsonzekerheid zit bij de geraamde bouw- ontwikkeling- en realisatiekosten voor een belangrijk deel in de explosieve stijging van de kosten van alle materialen die voor het bouw- en woonrijpmaken nodig zijn. Op basis van welke raming en welke prijzen is de 1.539.946 gebaseerd? Klopt het dat er bij een aanname dat ten tijde van de feitelijke ontwikkeling sprake zou zijn van een 10% hoger prijspijl voor deze kosten sprake is van een afname van de residuele grondwaarde met een bedrag 153.994? 4. Voorts is er bij de saneringskosten uitgegaan van 0 euro. Klopt het dat elke euro die besteed moet worden de residuele grondwaarde met datzelfde bedrag laat afnemen? Op welke wijze is een mogelijke sanering een reden voor het afbreken van de onderhandelingen/overeenkomst danwel een reden om de koopprijs naar beneden bij te stellen? Overige vragen: 5.

De aankoop betreft een collegebevoegheid, echter slecht indien en voorzover de raad heeft voorzien in het budgettaire kader. In hoeverre heeft het college,

zonder dat er krediet door de raad beschikbaar is gesteld, de gemeente met handen en voeten gebonden aan de aankoop tegen de genoemde prijs? Op welke wijze is er door het college in de precontractuele fase in voldoende mate richting de verkopende partij gecommuniceerd dat e.e.a. onder voorwaarde van het beschikbaar stellen van het krediet door de raad kan worden afgewikkeld? Of is het zo dat de verkopende partij er op mag vertrouwen dat de gemeente de gesloten deal nakomt en volgt schadeplichtigheid voor de gemeente als er niet tot het sluiten van de overeenkomst kan worden overgegaan? 6. Waarom noemt het college in het raadsvoorstel op pagina 2 de wetenschappelijk onderschreven - noodzaak om onze ecologische footprint te verkleinen een 'filosofische wens'? 7. Wat gebeurt er indien in de vervolgfase het project niet haalbaar blijkt te zijn, hetzij planologisch, hetzij financieel? Waarom neemt het college in dit verband alle risico's op zich terwijl de prijs bepaald wordt op basis van de eerder genoemde 'fictie van realisatie van het plan'? Met andere woorden hoe kijkt het college aan tegen de veronderstelling dat de verkopende partij een marktconforme prijs krijgt, de eindafnemer 'projectgroep Tiny House Beekdaelen' nog geen enkele afnamegarantie kan bieden, maar (markt)risico's volledig op het bordje van de gemeente komen te liggen? 8.

Is er overleg geweest met de woningcorporatie(s) over dit plan, gelet op de primaire taak voor de volkshuisvesting die aan corporaties is toegekend? Zonee, is dat niet vreemd? Zoja, hoe, wat, wanneer en met welke uitkomst? Met vriendelijke groet, Rodney Swelsen Fractievoorzitter D66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=a28aa591-f3b8-4504-876d-1bb4aebca89d