Reactie D66 op concept coalitieprogramma (in)formateur
Tekst van het document
Schinnen, 13 mei 2022 Geachte (in)formateur Schaffrath, U hebt onze fractie gevraagd om te reageren op het ons toegezonden concept van uw coalitieprogramma (hierna kortheidshalve ‘concept’). Wij maken graag van de gelegenheid gebruik om onze belangrijkste punten voor het voetlicht te brengen in de hoop dat zij een welverdiende plek krijgen in uw concept. Wij realiseren ons dat onze openbare reactie ingaat op uw onder embargo verstrekte concept en daarmee het door u opgelegde embargo voor die onderdelen niet gevolgd kan worden. Onze afweging daarbij is dat wij transparantie over proces en inhoud voorrang geven. Naast onze drie eerder met u gedeelde inhoudelijke thema’s (onderwijshuisvesting, duurzaamheid en wonen) willen we allereerst onze zorg uitspreken over de vorm die het openbaar bestuur in de Gemeente Beekdaelen aan het aannemen is. Openbaar Bestuur Het openbaar bestuur is gebaat bij transparantie over proces en inhoud, in onze aanhef van deze brief memoreerden we het al. Het proces welk u als (in)formateur gevolgd hebt in deze (in)formatie is voor onze fractie dan ook een steen des aanstoots. De basisprincipes van transparantie hebt u immers met voeten getreden.
Een openbaar debat als start van de informatiefase ontbrak, informatiegesprekken met politieke partijen vonden slechts bilateraal en onder geheimhouding plaats, een verantwoordingsdebat van de informateur ontbrak en de informatiefase ging over in de formatiefase zonder dat er voor politieke partijen en onze burgers zicht was op het hoe en waarom van de gekozen beoogde coalitie. In het concept dat ons is toegezonden zien we eveneens een paar aanknopingspunten waarin onze zorgen over het openbaar karakter van het openbaar bestuur worden bevestigd. Uw ambities om de banden met burgers te verstevigen zijn groot maar telkens ingestoken vanuit de regie over de communicatie en beeldvorming vanuit het gemeentebestuur, en dan met name vanuit college en coalitie. Uw voornemen om de communicatie te vernieuwen
‘waarbij het rechtsreeks uitzenden van de raadsvergaderingen mogelijk wordt beëindigd en minder door de gemeente op de traditionele manier wordt gepubliceerd’ is meer dan zorgelijk. Bij macht hoort tegenmacht. En die tegenmacht behoort niet alleen in de raadszaal vorm en inhoud te krijgen maar met name dient die tegenmacht vorm te krijgen in het publieke debat gevoed door onafhankelijke
media. Het stoppen van de bekostiging van de uitzending van raadsvergaderingen (u spreekt abusievelijk over het beëindigen van de uitzendingen maar die bevoegdheid komt ook uw coalitie niet toe) en het minder publiceren in de traditionele media tast de bestaanszekerheid van de onafhankelijke lokale media aan. Wij verzoeken u dan ook deze passages te heroverwegen en daarvoor in de plaats in uw concept stevig in te zetten op juist het versterken van de lokale media. Onderwijshuisvesting In uw concept is een van uw uitvoeringsopdrachten aan het college om ‘het
vastgestelde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs –indien nodig gefaseerd in de tijd- uit te voeren binnen de vastgestelde budgetten’. Onze fractie heeft al voor de verkiezingen aangegeven dat de onderwijshuisvesting topprioriteit dient te krijgen gelet op de toestand van de huisvesting in Puth, Nuth en het Middengebied (Merkelbeek, Doenrade, Jabeek, Bingelrade). In het vastgestelde IHP is nog niet uitgegaan van de hoogste standaard op gebied van duurzaamheid en ventilatie. Naar onze mening is het op dit moment in de geschiedenis ondenkbaar dat we niet maximaal inzetten op duurzaamheid en ventilatie. Niet voor niks is in het kader van COVID19 telkens ingezet op ventileren, ventileren, ventileren en is de oproep om van fossiele brandstoffen af te komen sinds de inval van Rusland in Oekraïne terecht alleen maar luider geworden. Om de lijn van het IHP daarin te volgen, getuigt van weinig omgevingsbewustzijn. Daarbij komt dat we met elkaar weten dat de grondstofkosten en de bouwkosten explosief gestegen zijn, soms met tientallen procenten. Om dan in uw concept vast te houden aan de ‘vastgestelde budgetten’ betekent dat er alleen maar verder op de kwaliteit van de huisvesting ingeteerd kan worden.
Tenslotte, het door u geopperde ‘faseren’ van de onderwijshuisvesting is wat ons betreft alleen bespreekbaar indien de bouw van scholen naar voren gehaald wordt en niet dat er scholen ten opzichte van het vastgestelde IHP later worden gebouwd. Wij adviseren u derhalve nog eens goed na te denken over het belang van goede onderwijshuisvesting voor onze kinderen en de taakverwaarlozing van voormalige gemeentebesturen op dit vlak te repareren in plaats van die taakverwaarlozing ook in het nieuw aan te stellen college te continueren. Duurzaamheid In uw ambities ten aanzien van duurzaamheid schrijft u in uw concept: ‘Wij willen
ruimte geven aan initiatieven op het gebied van biologische, duurzame en kringlooplandbouw’. Wij vinden dat als ambitie veel te mager. Het is niet alleen een plicht om ruimte te geven maar zelfs noodzakelijk om regie te nemen, te faciliteren, te enthousiasmeren. In uw ambitie lijkt het alsof u de regie bij de agrarische bedrijven legt en als er niks gebeurt, dan gebeurt er niks. Ten aanzien van de energietransitie schrijft u: ‘Er ligt een grote opgave op het
gebied van energietransitie. We hebben de ambitie om als Beekdaelen in 2040 per
saldo energieneutraal te zijn’, maar gelijktijdig relativeert u ‘Dit kan echter niet los gezien worden van de economische ontwikkelingen die het gevolg zijn van corona en de veranderende internationale veiligheidssituatie. Dit trekt een wissel op de investeringsmogelijkheden van inwoners en verenigingen’. Deze formulering baart ons zorgen aangezien deze relativering wederom voeding geeft aan het idee-fixe dat het maken van de energietransitie een keuze is die ondergeschikt gemaakt kan worden aan de economische situatie in het land of de koopkracht van het individu. Voorts merken wij op dat u in uw concept onvoldoende kaders mee geeft waarbinnen het college de Regionale Energie Transitie (RES) dient uit te voeren. Voorgaande ambities vertaalt u dan ook in uitvoeringsopdrachten die naar ons oordeel ambivalent zijn. U draagt het college bijvoorbeeld onder punt 6 op: ‘In het
kader van duurzaamheid verzoeken wij het college een beperkt aantal innovatieve projecten uit te voeren’. Wij vragen ons daarbij af: waarom een beperkt aantal? Wat als er meerdere goede projecten opdoemen? In het vervolg onder dat actiepunt komt u echter niet verder dan dat het college een plan moet opstellen hoe inwoners en gemeente kunnen werken aan duurzaamheid, dat we de zonneladder van de provincie volgen voor wat betreft het opwekken van energie en dat we een raadsvoorstel ontvangen voor het verduurzamen van gemeentelijke gebouwen in de 2e helft van 2023. Wij zijn eigenlijk verbijsterd dat u bij de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed uw voorbeeldrol niet neemt maar zelfs bij de basisactiviteit ‘verduurzamen wat we zelf in eigendom hebben’ enige actie zover in de tijd vooruitschuift: hoe moet de gemeente geloofwaardig regie voeren over de energietransitie als we zelf zo weinig ambitie en urgentie aan de dag leggen? Onder punt 11 stelt u eenmalig twee ton ter beschikking voor extra communicatie over woonwijzerwinkel, isolatie en energiecoaches. Uiteraard is dat een begin maar u begrijpt dat onze reactie op deze duurzaamheidsparagraaf is: ‘too little, too late’. Indien u er voor open staat om samen met de D66 fractie te bespreken hoe het wel kan, dan zijn wij daartoe graag bereid.
Wonen We hebben ook met de vorige coalitie en de vorige portefeuillehouder vaak over dit thema gedebatteerd. Het bieden van veel meer vrijheid aan het individu om woonwensen te realiseren, bv. via woningsplitsing, is ons inziens noodzakelijk om binnen de bebouwde omgeving maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden om de noodzakelijke woonruimten toe te voegen. Daarnaast biedt ook een actief herbestemmingsbeleid met aanmoedigingssubsidies voor het omvormen van commercieel vastgoed naar woningen een belangrijk aanknopingspunt om optimaal gebruik te maken van de bestaande bebouwing. Uw ambities omtrent tijdelijke woningen en alternatieve woningen zijn prima maar zonder de door ons aangehaalde mogelijkheden gaat het volgens ons niet lukken om lokaal de wooncrisis te lijf te gaan. We zullen hierover van mening blijven verschillen.
In de uitwerking naar de uitvoeringsopdrachten slaat u wat ons betreft de plank echter volledig mis. U stelt dat u binnen de bebouwde kom onze eigen grondpositie wil gebruiken om betaalbare woningen te realiseren en dat u aan de randen van het buitengebied tijdelijke woningen wil realiseren indien de gronden van de gemeente zijn. U misbruikt daarmee uw exclusieve publiekrechtelijke bevoegdheid om bestemmingsplannen aan te passen en vergunningen te verlenen: we vergunnen alleen als de grond van ons is, en anders niet. Wij adviseren u dringend deze passages in overeenstemming te brengen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Tot slotte uw uitgangspunt om, zoals u het schrijft, ‘bestaande bouwtitels zoveel mogelijk te handhaven’. Deze zinsnede spreekt uit dat u het niet uitsluit dat bestaande bouwtitels worden wegbestemd. Het wegbestemmen van planologisch verankerde bouwmogelijkheden staat echter haaks op de urgentie om woningen toe te voegen; u zou er beter aan doen de eigenaren van bouwgrond aan te moedigen om te bouwen. Daarenboven staat wat onze fractie betreft het eigendomsrecht hoger in de hiërarchie dan beleidsvoornemens van overheden. Ook omtrent deze uitvoeringsopdracht vragen wij u om deze te herzien. Tot slotte, we zijn in deze brief ingegaan op de voor ons belangrijkste thema’s.
We pretenderen niet uitputtend te zijn in deze reactie die in korte tijd tot stand is gekomen. Graag zouden we met u van gedachten wisselen om het concept dat ons is toegestuurd volgens voorgaande denklijnen aan te passen: de urgentie en importantie van de opgaven vraagt voor een krachtige koers. Met vriendelijke groet, Namens raads- en commissieleden van D66 Beekdaelen Rodney Swelsen, fractievoorzitter