Raadsvoorstel inzake Ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028, Jaarrekening 2023 en ontwerp-begrotingswijziging 2024 van de RUD ZL
Tekst van het document
Onderwerp: Ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028, Jaarrekening 2023 en ontwerp-begrotingswijziging 2024 van de RUD ZL Vergaderdatum:
11 juni 2024
Registratienr:
Z/24/202492 362477
Portefeuillehouder:
E. Geurts
Steller:
Gijzen, Erik
Aan de Raad Voorstel: 1. In te stemmen met de ontwerp-begrotingswijziging 2024 en geen zienswijze in te dienen; 2. Niet in te stemmen met de ontwerpbegroting 2025 e.v. en een zienswijze in te dienen. Inleiding: In maart 2024 hebben we van de RUDZL de volgende stukken ontvangen: 1. Voorlopige jaarrekening 2023, met het verzoek deze aan de Raad ter kennisname voor te leggen; 2. Ontwerpbijstelling begroting 2024, met het verzoek deze aan de Raad voor te leggen met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze vóór 11 juni 2024; 3. Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 met het verzoek deze aan de Raad voor te leggen met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze vóór 11 juni 2024. Hieronder worden de drie stukken afzonderlijk toegelicht. Aan welke global goals draagt dit voorstel bij? Global Goal 16 (zorgen voor effectieve, verantwoordelijke en transparante instellingen en voor responsieve, participatieve en representatieve besluitvorming, toegang tot informatie en bescherming van vrijheden). De voorlopige jaarrekening 2023 De jaarrekening laat een positief resultaat zien van € 785.606. Het resultaat komt voort uit een aantal meevallers aan de opbrengstenkant. Er is voor ca. € 408.000 aan extra opdrachten uitgevoerd, waartegenover € 285.000 aan extra personeelskosten is gemaakt. Daarnaast is er € 89.000 aan rente-inkomsten genoten.
Ook is er op enkele kostensoorten minder uitgegeven. Het betreft incidentele meevallers. Het DB stelt voor om: - Het weerstandsvermogen op het gewenste niveau van 1 te krijgen door toevoeging van € 180.000; - De bestemmingsreserve BOA te laten vrijvallen ter grootte van € 32.500; - Een bestemmingsreserve te vormen ten behoeve van de financiering van de begrotingswijziging 2024 waardoor de nieuwe bodemtaken in 2024 “een zachte landing kennen", van € 300.000; - Een bestemmingsreserve te vormen t.b.v. “nieuwe basistaken" in 2024 van € 300.000.
1
Na verwerking van de vrijval van de genoemde bestemmingsreserve en de vorming van deze reserves en de gewenste verhoging van het weerstandsvermogen resteert er een uit te keren bedrag van € 38.202 aan de deelnemers van naar rato van ieders afname omzet) in het jaar 2023. ln de vergadering van het Algemeen Bestuur van 4 juli zal over de jaarrekening worden gestemd. Ontwerp-begrotingswijziging 2024 Een begrotingswijziging was reeds aangekondigd bij de vastgestelde begroting 2024. Thans ligt er een begrotingswijziging voor ter grootte van € 17.039 voor Beekdaelen. Directe aanleiding voor deze begrotingswijziging is de wettelijke overheveling van de bodemtaken van Provincie naar de gemeenten bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De bodemtaken zijn nu basistaken geworden en moeten dus door de RUD worden uitgevoerd. Bij de behandeling van de begroting RUDZL 2023, mei vorig jaar, was het uitgangspunt dat de kosten voor de uitvoering van deze taken zouden worden gedekt met gelden afkomstig van de (oude) bevoegde gezagen bodem (Provincie Limburg, gemeente Heerlen en gemeente Maastricht). Derhalve waren de kosten voor deze bodemtaken niet opgenomen in de begroting 2024. Na onderhandelingen met deze partijen blijkt de Provincie € 150.000 ter beschikking stelt voor het opvangen van de bodemtaken.
Voorgaande betekent dat de gemeenten alsnog zelf een bijdrage moeten leveren voor de uitvoering van de bodemtaken. Uit berekeningen aan de hand van de gegevens van de Provincie blijkt dat voor de uitvoering van de taken in totaal 6 fte noodzakelijk is (8102 uren), begroot worden op € 893.106. Voor Beekdaelen betekent dit in financiële zin een verhoging met € 17.039. Het Dagelijks bestuur stelt voor om een deel van het positieve resultaat van 2023 te bestemmen voor financiering van deze begrotingswijziging. Het effect voor Beekdaelen zou in dat geval € 0 zijn. Zie hierboven onder “De jaarstukken 2023” Geadviseerd wordt om geen zienswijze in te dienen mbt de ontwerpbegrotingswijziging. De ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 In de conceptbegroting 2025 is sprake van een forse uitbreiding van de benodigde middelen. De begroting stijgt met 3 miljoen euro. Een groot deel hiervan is opgenomen om aan de robuustheidscriteria te kunnen voldoen. Hierover het volgende: Robuustheid Omgevingsdiensten In 2022 zijn de verschillende betrokken partijen waaronder gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, waterschappen en diverse ministeries aan de slag gegaan met de versterking van het VTH-stelsel waarin de aanbevelingen van de commissie Van Aertsen worden opgevolgd.
In juni 2023 zijn landelijke robuustheidscriteria, kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) en randvoorwaarden geformuleerd door het Bestuurlijk Overleg van het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBT-VTH). Elke omgevingsdienst dient voor 1 april 2024 een plan van aanpak (hierna: PvA) in te dienen bij de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat waarin inzichtelijk 2
wordt gemaakt hoe de dienst uiterlijk 1 april 2026 voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria. Op 28 maart 2024 is het PvA door het AB van de RUDZL vastgesteld en verstuurd aan de Staatssecretaris. Parallel hieraan is in 2023 door de Omgevingsdienst Nederland een visitatiebezoek uitgevoerd en is een visitatierapport gepresenteerd. Hierin zijn diverse aanbevelingen gedaan om het functioneren van de dienst te verbeteren. Op 28 maart 2024 is een verbeterplan door het AB van de RUDZL vastgesteld en verstuurd aan de Omgevingsdienst Nederland. Het PvA en het verbeterplan overlappen elkaar deels maar vormen tezamen het totaalplan zodat per 1 april 2026 sprake is van een robuuste RUDZL, die voldoet aan alle kpi’s en randvoorwaarden. Om op basis van een zelfstandige omgevingsdienst te kunnen voldoen aan de robuustheidscriteria is een forse formatieve en financiële uitbreiding noodzakelijk. Dit wordt zichtbaar in de conceptbegroting 2025. Thema’s bij robuustheid en taakvolwassenheid zijn professionalisering van de bedrijfsvoering en ontwikkelvermogen. Hiertoe is in de begroting een afdeling bedrijfsvoering opgenomen. In deze afdeling wordt een aantal reeds bestaande taken ondergebracht en een aantal nieuwe taken opgevoerd.
Tot de nieuwe taken behoren behalve een afdelingshoofd voor deze afdeling ook een medewerker business intelligence omdat volgens de robuustheidscriteria drie functionarissen data en gegevensbeheer als minimum worden beschouwd. Daarnaast is een projectleider opgenomen in deze begroting. In totaal zal de afdeling gaan bestaan uit 20,6 fte waarvan 13,6 bestaande functies en 7 nieuwe functies. Het minimum aan ontwikkelbudget bedraagt volgens de robuustheidscriteria 1% van de begroting van de omgevingsdienst. Om hieraan te voldoen is € 200.000 in de meerjarenraming 2026-20390 opgenomen, ten dienste van dit doel. Opgemerkt wordt dat de staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat met nadruk heeft gewezen op de mogelijkheid om de robuustheid op orde te brengen door het werkgebied te vergroten. In de review IBT-VTH van 15 maart 2024 wordt geconcludeerd dat verkleining van het aantal omgevingsdiensten noodzakelijk is. In dit kader zou een fusie met Omgevingsdienst Noord-Limburg een optie zijn. Omgevingswet Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en hiermee gepaard gaande aanpassing van de basistaken, zijn meer activiteiten onder de basistaken gekomen. Naast de bodemtaken neemt ook het aantal locaties met milieubelastende activiteiten (mba’s) toe met circa 200%.
Bovenstaande ontwikkelingen betekenen dat er meer personeel nodig is voor het afhandelen van vergunningen en meldingen mba’s, toezicht en administratieve activiteiten. Daarnaast is volgens het ingroeimodel voor de bodemtaken in 2025 nog 2 fte nodig om alle bodemtaken te kunnen uitvoeren. De toename voor de begroting 2025 van de RUDZL als gevolg van de robuustheid en Omgevingswet bedraagt € 2.083.000.
De belangrijkste wijzigingen betreffen: Toename begrote kosten x € 1.000,3
Loonindex inclusief herijking Index materiële kosten
€ €
Ontwikkeling wetgeving (basistaken) Toename direct personeel agv toename basistaak Eerdere besluitvorming basistaken Toename bodem volgens ingroeimodel
€ 1.001
885 48 €
933
€ €
2.083 3.016
€ 220
Volwaardige strafrechtpoot BOA tbv gemeenten Ontwikkeling bedrijfsvoering ihkv robuustheid Bedrijfsvoering (ingroeimodel in 2025) Subtotaal groei naar robuustheid Totaal mutaties tov gewijzigde begroting 2024
€ 1.221 € 126 € 736
De toename betreft dus: autonome stijging (loonindex en materiële kosten) groei tbv robuustheid waarvan € 1.221 bodemraken en € 852 bedrijfsvoering TOTAAL
€ 933 € 2.083 € 3.016
Bovengenoemde wijzigingen leiden ertoe dat de bijdrage van gemeente Beekdaelen aan de RUD ZL in 2025 zal toenemen met € 74.554 t.o.v. de primaire begroting 2024. De stijging van deze bijdrage is als volgt opgebouwd: Primaire begroting 2024
Bijdrage 2025 volgens werkprogramma
Nieuwe Bodemtaken
Bijdrage provincie nieuwe bodemtaken
Te betalen Beekdaelen 2025
€ 706.688
€ 749.403
€ 40.536
€ - 8.517
€ 781.242
De inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt veranderingen met zich mee. Deze veranderingen hebben verschillende financiële gevolgen, o.a. voor het omzetten van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten (MBA’s). Deze kosten worden verdeeld over de jaren 2023, 2024 en 2025. De kosten worden naar de deelnemers doorberekend op basis van het aantal inrichtingen per gemeenten. Argumenten: 1. Geen zienswijze mbt de ontwerp-begrotingswijziging omdat dit een gevolg is van wettelijke overheveling van taken; 2. Wel een zienswijze mbt de ontwerpbegroting omdat niet onderzocht is wat de financiële gevolgen zijn van een fusie met de RUD Limburg-Noord om zodoende aan de robuustheidscriteria te kunnen voldoen. Een groot deel van de toename in de begroting is opgenomen om aan de robuustheidscriteria te kunnen voldoen. Hierover het volgende: Uit een zelftoets is gebleken dat de RUD Z-L nog niet voldoet aan de robuustheidscriteria 4
Als stok achter de deur geeft de staatsecretaris aan dat zij voor de borging van de robuustheidscriteria, randvoorwaarden en KPI’s, de mogelijkheden onderzoekt om deze op te nemen in wet- en regelgeving. De ontwerpbegroting gaat uit van het behalen van de robuustheidscriteria door schaalvergroting (fte en euro) van een zelfstandige RUD-ZL. Zou echter gekozen worden voor een samensmelting met de RUD-NL, dan wordt in één keer voldaan aan de taakomvang in fte en euros. De financiële gevolgen van een dergelijke fusie zijn niet meegenomen in deze ontwerpbegroting. Door de directie van de RUD wordt gesteld dat het DB van de RUD-ZL heeft besloten dat een zelfstandige RUD-ZL het enige uitgangspunt is. Een fusie met RUD-NL wordt buiten beschouwing gelaten. Hierbij wordt verwezen naar een bijeenkomst met de twee DB’s waar dit blijkbaar besloten is. Een dergelijk verregaand besluit had veel meer aandacht mogen krijgen. Sterker nog, gezien de impact van het besluit had het voorstel o.i. voorgelegd moeten worden aan het AB en wellicht zelfs voor een zienswijze aan de gemeenteraden gezonden moeten worden. Dit ook indachtig de nieuwe opzet van de GR waarin de raden veel actiever betrokken worden bij dit soort besluiten. Inmiddels heeft het AB op 28 maart j.l. ingestemd met het Plan van Aanpak. Wel moest het niet fuseren van beide RUD’s nader geduid worden.
De kans bestaat dat de minister ingrijpt en dat dit leidt tot een gedwongen huwelijk met Noord. In haar brief van december ’23 heeft zij duidelijk aangegeven géén voorstander te zijn van omgevingsdiensten die alleen maar uitbreiden om aan de robuustheidscriteria te voldoen. 3. Er is geen noodzaak om al in 2024 te starten met het invullen van de functies. De RUD-ZL heeft aangegeven om vooruitlopend op het vaststellen van de begroting hiermee te willen starten. Het ligt veel meer in de hand om met een ingroeimodel in de komende jaren te zien wat er daadwerkelijk nodig is. Het besef moet er echter zijn dat een dergelijke forse uitbreiding van de begroting en de noodzaak daartoe vragen oproept bij de deelnemers. 4. Begroting aanpassen omdat wederom sprake is van een aanzienlijk overschot op de jaarrakening. Jaar na jaar is de begroting van de RUD opgehoogd en jaar na jaar blijft er geld over. Al vaker is aangegeven dat hier kritisch naar gekeken moeten worden. De RUD ware hier nogmaals op te wijzen. 5. Investeringen spreiden Het zou op z’n plaats zijn om de investeringen over meerdere jaren meer te spreiden zodat de effecten van de Omgevingswet kunnen worden gemonitord en kengetallen kunnen worden bijgesteld.
Het alternatief is om een reguliere begroting op te stellen (zonder uitbreiding) en, wanneer een uitbreiding aan de orde is, deze via een begrotingswijziging aan de raden voor te leggen. 6. Onzekere financiële toekomst Evenals afgelopen jaar is het van belang om de financiële consequenties ten gevolge van ambities en autonome kostenontwikkelingen (zoals loon- en prijsstijgingen) als aandachtspunt te benoemen. Zoals bekend, is het voor (veel) gemeenten hoogst onzeker hoe de financiële toekomst er (zeker vanaf 2026) uitziet. De draagkracht van gemeenten staat enorm onder druk. Derhalve geldt, evenals afgelopen jaar, de oproep om de financiële gevolgen komende jaren 5
primair binnen de eigen begroting op te vangen. In de loop van 2024 verwachten wij meer helderheid te krijgen over de perspectieven voor 2025 en verder voor wat betreft de gemeentelijke financiën. Een vertaling hiervan in consequenties richting onze gemeenschappelijke regelingen (indicatief een taakstelling van 5-10%) volgt dan ook later dit jaar met het verzoek om voorstellen te doen hoe een dergelijke besparing in de werkzaamheden gerealiseerd kan worden. Dit uitgangspunt geven wij overigens aan alle GR-en mee en zal ook met de verschillende deelnemende gemeenten worden opgepakt. Kanttekeningen en risico’s: Het indienen van een zienswijze tegen de jaarstukken is niet mogelijk. Deze stukken worden ter kennisname aangeboden. Wanneer het Algemeen Bestuur niet instemt met de ontwerpbegroting kan dit ertoe leiden dat het financiële robuustheidscriterium niet wordt gehaald. Vervolgtraject en verantwoording: Agendering voor de commissievergadering van 29 mei en raadsvergadering van 11 juni. Gelet op de vergadercyclus alsmede de uiterste termijnen om stukken aan te leveren is eerdere agendering niet mogelijk. Dit betekent dat het Dagelijks Bestuur van de RUD niet voor 11 juni 2024 van het raadsbesluit in kennis kan worden gesteld. Wel kan het voorstel van de Commissie aan uw Raad van 29 mei aan het DB van de RUD worden meegedeeld.
Het Dagelijks Bestuur voegt de eventuele zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Communicatie: Na de raadsvergadering wordt de RUD Zuid Limburg geïnformeerd over de beraadslagingen van de gemeenteraad. Het Algemeen Bestuur van de RUD Zuid Limburg behandelt de ontwerpbegroting 2025, de jaarrekening en ontwerpbegrotingswijziging 2024 op 4 juli 2024. Bijlage: Bijlage 1: Ontwerpbegroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 RUD; Bijlage 2: Voorlopige Jaarrekening 2023 RUD; Bijlage 3: Ontwerpbegrotingswijziging 2024; Bijlage 4: Raadsvoorstel; Bijlage 5: concept-Raadsbesluit. Burgemeester en wethouders van Beekdaelen, De secretaris,
De burgemeester,
Mevr. Mr. S.M.J. Troisfontaine
Dhr. ing. E. Geurts
6