CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Silt (zonder ondertekening)

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Voorstel inzake vaststelling bestemmingsplan Groevepark Silt te Schinnen1.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Silt T.a.v. de gemeenteraad gemeente Beekdaelen Aanleiding: discussie over Silt irt het stijgend aantal recreatiewoningen in Limburg

Geachte raadsleden, Wij hebben als bureau kennis genomen van de lopende discussie over de groei van vakantieparken in Limburg. Een van deze parken is Silt, een project waar we in een vroeg stadium bij betrokken zijn geweest. Inmiddels hebben we daar echter geen rol meer bij. We begrijpen dat u als raad aan de vooravond van de besluitvorming inzake het plan Silt staat. In dat kader willen wij onze mening geven over, en wellicht wat nuance aanbrengen in, de lopende discussie over de toename van het aantal vakantieparken in Limburg. Wat we hebben begrepen is dat de discussie over Silt zich vooral toespitst op de vraag of het aanbod van verblijfsaccommodaties in Beekdaelen met de komst van Silt wel in balans blijft met hetgeen de gemeente/ regio aan kan (draagkracht) en flankerend daaraan de vraag of, en in welke mate, de ontwikkeling van Silt deze balans al dan niet beïnvloed. Wij hebben becijferd, op basis van het aantal slaapplaatsen in de bestaande accommodaties in de gemeente Beekdaelen, dat met de komst van Silt, het aantal slaapplaatsen met ongeveer 7% gaat stijgen. Het aantal overnachtingen zal naar schatting jaarlijks met ongeveer 26% stijgen. Naar verwachting zal Silt gemiddeld per dag ongeveer 120 extra toeristen naar de gemeente trekken. Deze zullen zich verspreiden over heel de gemeente en de gehele regio.

In die zin zal de beoogde ontwikkeling niet zorgen voor een verstoorde balans in drukte of het verstoren van de algemene rust. Dat zou wellicht wél het geval zijn indien er een groot bungalowpark gebouwd zou gaan worden. Dit is echter niet het geval: bij Silt gaat het om een, naar sectorale maatstaven gemeten, kleinschalige ontwikkeling (60 eenheden) in het hogere segment. Dat laatste is van belang om te vermelden, omdat in het hogere segment ook een hoge prijs wordt gevraagd. Het soort gasten dat Silt gaat trekken zal niet alleen afwijken van de meeste ‘bungalowparken’. Silt zelf zal hoog in de markt gaan zitten en geen prijsdumpingen gaan doorvoeren om de bezetting te verhogen. Hiermee zal men zich zelf te kort doen omdat prijs en product dan in disbalans komen. We zien overigens dat bij gemeenten met enkele grote (bungalowparken) bijvoorbeeld in Midden- en Noord-Limburg ook geen disbalans. Deze parken bestaan echter al de nodige jaren en zijn, net als het toerisme, meegegroeid in omvang en kwaliteit. Gemeenten en de betreffende middenstanders zijn, over het algemeen, zeer tevreden over deze parken (enkele uitzonderingen nagelaten) en zien ook het belang van deze parken in voor de leefbaarheid van hun kernen. In Noord- en Midden-Limburg is het landschap echter beduidend anders dan in Zuid-Limburg.

In die zin begrijpen we de discussie in met name Zuid-Limburg wel over nut en noodzaak van nieuwe parken of parken die willen uitbreiden. Hierbij willen we twee zaken naar voren brengen

In de eerste plaats is het zo dat het aantal toeristen in Zuid-Limburg niet hoger is dan het aantal toeristen in bijvoorbeeld Noord-Limburg. Die aantallen zijn ongeveer gelijk. In Zuid-Limburg gaat het echter over meer kleinschaligere bedrijven en een concentratie van drukte in bepaalde gebieden (zoals delen van het Heuvelland) en tijd. Drukte en overlast wordt vaak in bepaalde periodes, in bepaalde gebieden ervaren en (helaas) door een relatief beperkte groep recreanten en toeristen veroorzaakt (denk aan groepen wielrenners en motorrijders). Het overgrote deel van de toerist gedraagt zich netjes en veroorzaakt geen overlast. Laat onverlet dat inwoners of toeristen delen van Zuid-Limburg af en toe als zeer druk ervaren. Een dergelijke situatie zal in en rond de beoogde ontwikkellocatie van Silt niet gaan spelen. Mocht er sprake zijn van de komst van een groot bungalowpark (met bijvoorbeeld 500+ recreatiewoningen), dan is de situatie wezenlijk anders, maar dat is hier echter ons inziens niet aan de orde. Wat volgens ons meespeelt in de afweging die u als raad gaat nemen, is de recente discussie over de groei van het aantal recreatieparken in Limburg die momenteel wordt gevoerd. Silt is onderdeel van deze discussie. Wij kennen als bureau vrijwel alle plannen en zijn van mening dat ze eigenlijk niet zo maar ‘bij elkaar opgeteld’ mogen worden.

We begrijpen dat de actiegroepen dit als zodanig ook niet doen, maar het beeld dat ontstaat doordat een aantal ontwikkelingen samen worden genomen (en er daarom nu opeens een sterke groei van het aantal vakantieparken ontstaat), moet wat genuanceerd worden. Een aantal plannen is nog lang niet concreet, bij andere plannen gaat het om het omvormen van bestaande campings naar chaletparken (bij deze ontwikkelingen kun je zeer zeker vraagtekens zetten, zeker ook in relatie tot het landschap) en bij weer anderen gaat het om een kwaliteitsslag in relatie tot een uitbreiding. Alle plannen worden door gemeenten op hun eigen merites beoordeeld en ja daar waar sprake is van aantasting van de leefomgeving, landschap of biodiversiteit moet je als overheid inderdaad terughoudend zijn met het toestaan van nieuwe ontwikkelingen (ervan uitgaande dat je dat als gemeente kunt). Zeker in gebieden die nu al als druk worden ervaren (zoals delen van het Heuvelland, zoals bijvoorbeeld in de gemeente Gulpen-Wittem of Valkenburg) is terughoudendheid ten opzichte van nieuwe projecten op z’n plaats. Gelukkig gebeurt dat nu ook. Echter. In Limburg is, grosso modo, sprake van een gezonde verblijfsrecreatie. Nogmaals: uitzonderingen daargelaten. CBS-cijfers laten een vrijwel constante groei in binnenlands- en inkomend toerisme zien en deze vraaggroei lijdt onherroepelijk tot aanbodgroei.

Als overheid moet je deze groei vooral zien te sturen. De provincie en veel gemeenten doen dit inmiddels ook: plannen die kleinschalig zijn en hoogwaardig van kwaliteit hebben meer kans van slagen op een vergunning dan recht-toe-rechtaan projecten. Wat hier helaas wel bij meespeelt is het feit dat diverse campings in het Heuvelland de afgelopen jaren zijn omgevormd tot chaletparken. Deze ontwikkeling is echter vooral ‘vastgoed gedreven’ en past echter wel binnen de bestaande bestemmingsplannen. Met andere worden: hoe zeer gemeenten of de provincie ook zouden willen: ze kúnnen deze ontwikkeling meestal niet tegenhouden. Bij Silt is hier geen sprake van. Het project is kleinschalig en niet-vastgoed gedreven. De beoogde recreatiewoningen worden niet uitgepond. De aanbodgroei met de komst van Silt zal zeker passen in de voorspelde vraaggroei, dus het project ook niet marktverstorend. De impact van de extra gasten op de omgeving zal bepekt zijn en de leefbaarheid zal niet in het geding komen. Sterker nog: ‘de bakker en de slager op de hoek’ zullen de toeristen wel eens hard nodig kunnen hebben om het hoofd de komende jaren boven water te kunnen houden. CELTH (een samenwerkingsverband van diverse universiteiten) heeft een onderzoek gedaan naar de maatschappelijke meerwaarde van toerisme en recreatie. We voegen dit rapport toe als bijlage. Drs. F.P.M. (Frank) Verkoijen

Roermond 20 september 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=7d31ab15-b4f4-45c7-84f1-f128380262b4