CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

Mva Vragen VVD inzake Burap II-2021

Commissie Sociaal & BV (t/m april 2022) 9 december 2021, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Voorstel inzake tweede Bestuursrapportage 2021 gemeente Beekdaelen2.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMORIE VAN ANTWOORD ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de Verordening op de raadscommissie Beekdaelen 2020 van de raadsfractie VVD ten aanzien van het agendapunt Burap II2021 ter behandeling in de raadscommissie van 9 december 2021.

Vraag 1 In het raadsvoorstel schrijft u op pagina 3 dat de ontwikkelingen in de Buig-gelden structureel de meeste impact. Dit is € 670.000 negatief. Kunt u de aframing van de buiggelden niet aanvechten? Antwoord: We gaan via een quick-scan bekijken in hoeverre een bezwaar realistisch is en kans van slagen heeft. Dit bezwaar zal dan ingediend worden na ontvangst van de definitieve beschikking BUIG 2022 die wij eind september 2022 zullen ontvangen. Vraag 2 In de bestuursrapportage op pagina 4 schrijft u een aantal risico’s die de financiële positie zonder ingrijpen beïnvloeden zoals stijging van de kosten voor de (jeugd)zorg. Ook het beheer van onze openbare ruimte vraagt om nog fundamentele keuzes die structurele financiële implicaties met zich mee kunnen brengen. Op pagina 61-63 kwantificeert u 10 risico’s met bedragen en 13 niet want er staat “pm”. De VVD heeft deze verhouding met vergeleken met andere gemeenten en Beekdaelen valt uit de toon. Gemiddeld komen we bij andere gemeenten 2-3 risico’s tegen met een “pm “waardering. De portefeuillehouder heeft tijdens de begrotingsvergadering aangegeven dat er een risico-inventarisatie komt.

a) Kunt u aangeven waarom deze risico inventarisatie niet is uitgevoerd voorafgaand aan de begrotingscyclus 2021? b) Kunt u aangeven waarom u bij de pm-posten niet alvast een kwantitatieve inschatting noteert op basis van historische cijfers uit de voormalige gemeenten in afwachting van herijking in een nieuwe risico analyse? Antwoord: a. en b. Zoals aangegeven in de begrotingsvergadering zijn de risico’s die zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen twee jaar geleden (december 2019) uitvoering geïnventariseerd aan de hand

van workshops met auditcommissie, college en MT. De uitkomst van de sessies is voor het eerst geland in de jaarrekening 2019 van de gemeente. De risico’s waar u op doelt waren toen als pm post opgenomen. De risico’s die wel al waren gekwantificeerd zijn doorlopend opnieuw beoordeeld. Bovendien zijn tussentijds risico’s toegevoegd en weggelaten. Zoals aangegeven willen wij de workshops in 2022 opnieuw gaan organiseren. Vooruitlopend daarop willen wij al een aantal van de pm- posten gaan kwantificeren omdat u ons heeft getriggerd en wij er van overtuigd zijn dat het van groot belang is dat de gemeente continu waakt over risico’s die de reguliere bedrijfsvoering kunnen bedreigen. Vraag 3 In de bestuursrapportage op pagina 3 schrijft u: “De afgelopen jaren heeft de gemeente de lokale lasten, behoudens de jaarlijkse inflatie, niet hoeven te verhogen”. Als gevolg van het harmoniseren van het lokale belastingbeleid en het GRP zijn de lasten volgens de VVD-fractie wel degelijk verhoogd. Kunt u dit nader motiveren? Antwoord: Met de betreffende passage wordt bedoeld dat de gemeente de lokale lasten de afgelopen jaren nooit extra heeft verhoogd om extra voordeel te behalen voor het begrotingsresultaat. Vraag 4 In de bestuursrapportage op pagina 6 motiveert u de meerkosten van € 120.000, - voor de Aanbesteding van een ICT systeem Sociaal Domein. a.

Hoe kan het dat dit niet was voorzien in de begroting; een dergelijke aanbesteding komt toch niet uit de lucht vallen? b. Kunt u aangeven waarop u dit bedrag baseert? c. Is dit bedrag een eenmalige bijstelling of een structurele bijstelling op de begroting? d. Is hierbij rekening gehouden met de besparing op het uitfaseren van de huidige systemen?

Antwoord: 4a. De eenmalige kosten voor de aanbesteding van het ICT systeem Sociaal Domein waren abusievelijk over het hoofd gezien bij de eerdere kostenraming. 4b. Het bedrag van € 120.000,- zijnde de eenmalige kosten voor de implementatie van een nieuwe applicatie omvat de volgende onderdelen: de technische inrichting van het systeem, inpassing in het ICT landschap van Beekdaelen met interne en externe koppelingen, ondersteuning bij de functionele inrichting, gegevensconversie, beheerders- en gebruikerstrainingen. Verder is rekening gehouden met een korte periode waarin het huidige ICT-systeem nog beschikbaar blijft om te kunnen raadplegen in geval van onvoorziene omstandigheden. 4c. Dit betreft een eenmalige bijstelling op de begroting. 4d. Hierbij is rekening gehouden met de besparing van de structurele kosten als gevolg van het uitfaseren van het huidig ICT systeem sociaal domein.

Vraag 5 In de bestuursrapportage op pagina 6 motiveert u de meerkosten van € 150.000, - voor het heropenen en inrichten van de servicebalies. a. Graag een uitsplitsing van de kosten in eenmalige en structurele kosten? b. Graag een specificatie van de kosten? Antwoord: Antwoord 5a: de structurele kosten bedragen €108.000, de eenmalige kosten bedragen €42.000. Antwoord 5b: de begrote kosten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Wat? Formatie Formatie

Huur *) Inrichting servicebalie *) Beveiliging *)

ICT *)

Toelichting Structurele invulling van 1 FTE medewerker burgerzaken schaal 7 Inhuur van een beveiliger/receptiemedewerker die naast de medewerker burgerzaken tijdens openingstijden aanwezig is en tevens kan zorgen voor BHV/Interventie Minimale inschatting van huur voor nieuwe locatie waar de servicebalie wordt gevestigd Inrichten van een servicebalie, realiseren van een wachtruimte en de nodige klantbegeleiding, verlichting en uitstraling van Beekdaelen

Kosten €58.000 €30.000

Realiseren van een inbraakalarmeringssysteem dat in verbinding staat met een door de rijksoverheid toegelaten alarmcentrale en een inbraak werende waardekast of kluis die zich in een afgesloten ruimte bevindt. Het realiseren van ICT-faciliteiten en waar nodig het aanleggen van glasvezel voor het uitvoeren van de burgerzaken werkzaamheden (printer, scanner, PC, Oribi, betaalautomaat, RAAS, aanvraagstations, bon printers etc.) Onvoorziene kosten

€5.000

€20.000 €20.000

€15.000

Overig *) €2.000 Totaal €150.000 *) de bedragen van de regels met een asterisk zijn pas aan de orde op het moment dat het gemeentehuis in Schinveld wordt gesloten en er een alternatieve locatie moet worden ingericht. Er is nu een krediet opgenomen voor de kosten voor 1 jaar ad. € 150.000. Vraag 6 In de bestuursrapportage op pagina 7 motiveert u de meerkosten van de noodopvang van het COA van € 30.000, -. a. Kunt u ons een afschrift sturen van het kostenoverzicht en de factuur die bij het COA worden ingediend? b. Kunt u gemotiveerd aangeven of u voorziet dat daarmee alle personele kosten gedekt zijn? c. U geeft verder aan dat het COA is verplicht zich tot het dekken van de organisatiekosten. d. Waarom is er sprake van een maximum van € 30.000, - kunt u de afspraak tot het maximeren van het bedrag motiveren? e. Welke afspraken zijn er gemaakt bij overschrijding van de begrote € 30.000, - wie betaalt dan de meerkosten?

Antwoord: Ad. a: tegenover de opgenomen kosten in de BURAP staan ook de inkomsten vanuit de bestuursovereenkomst met het COA. Vanuit de bestuursovereenkomst dient de gemeente hiervoor een verantwoording af te leggen. Aangezien de noodopvang pas van start is, is hier nog geen afschrift van beschikbaar. Ad. b: Het betreft een vergoeding voor kosten die niet op andere wijze gecompenseerd worden. Ad. c en d: Dit bedrag is in onderling overleg tot stand gekomen. Hierbij zijn wij uitgegaan van ambtelijke inzet van 0,2 Fte gedurende de 12 maanden van de noodopvang 12 maanden. Ad. e: Er is regulier bestuurlijk overleg tussen gemeente en COA gepland gedurende de noodopvang, waarin de gemaakte bestuursafspraken gemonitord worden. In voorkomend geval van een overschrijding zal dit bespreekbaar gemaakt worden.

Vraag 7 In de bestuursrapportage op pagina 7 motiveert u de meerkosten van de noodopvang van Beekdaelen B(l)oeit van € 50.000, -. U geeft aan in te schatten dat dit de kosten die in eerste aanleg noodzakelijk zijn ter bevordering van activatie van participatie van onze inwoners, ondernemers en stakeholders. a. Is in deze schatting ook opgenomen de uitvoering van de motie Levensbomenbos die unaniem door de raad op 15 november is aangenomen? b. Zo nee, wanneer heeft u een financiële vertaalslag van deze motie gereed? c. Kunt u aangeven of -met inachtneming van de subsidiemogelijkheden vanuit de provincie- hiervoor een extra kredietvotering noodzakelijk is? Antwoord: a. Nee, de kosten die gemoeid zijn met de realisatie en het onderhoud van eens levensbomenbos zijn hierbij niet opgenomen. b. Indien voldoende belangstelling door burgers blijkt, eventueel kenbaar gemaakt via een aannemer, wordt in voorjaar van 2022 een voorstel gemaakt ten behoeve van de kadernota; c. Eerste stap is het inventariseren van de behoefte. Uitgangspunt is dat geïnteresseerden zelf betalen en onderhouden. In het voorjaar van 2022 moet dit duidelijk worden en bij de behandeling van de voorjaarsnota zal inzichtelijk zijn welke kosten gemoeid zijn met de realisatie en het onderhoud van een levensbomenbos. Afhankelijk van de belangstelling kan dan aan de raad een voorstel worden voorgelegd.

Vraag 8 In de bestuursrapportage op pagina 15 motiveert u de meerkosten voor het incidenteel ophogen van de kosten voor onkruidbestrijding met € 70.000, - U geeft aan dat er sinds eind 2020 weer met gif mag worden gespoten en dit in Beekdaelen nog niet gebeurt. a. Wanneer wordt dit beleid eindelijk aangepast zodat er wél met gif kan worden gespoten? b. Is het mogelijk in afwachting van bijstelling van dit beleid tóch al met gif te gaan spuiten want inwoners zijn het zat! Graag uw oplossingsgerichte zienswijze?

c. Denkt u dat met een eenmalige extra investering hiermee de onkruidbestrijding kan voldoen of is er een structurele investering nodig, graag uw motivatie? Antwoord: a)

De aanpassing van het beleid is vanuit juridisch oogpunt mogelijk, echter dienen daarbij met name de volgende punten vanuit een sociaal oogpunt in acht te worden genomen. 1. De uitvoering van onkruidbestrijding op verhardingen is contractueel ondergebracht bij de gemeenschappelijke regelingen RD4 en RWM. Deze partijen hebben fors geïnvesteerd in de aanschaf van machines voor de uitvoering van niet chemische onkruidbestrijding en zijn afgestapt van de chemische onkruidbestrijding. Of een transitie kan worden gemaakt naar chemische onkruidbestrijding is sterk afhankelijk van de bedrijfsfilosofie van deze partijen. Indien wij van de bestaande contracten gaan wijzigen is onderzoek naar de juridische en financiële consequenties noodzakelijk. 2. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat het verbod op chemische onkruidbestrijding een positief effect heeft op de waterkwaliteit. Het verbod heeft geleid tot een significante afname van glyfosaat in het oppervlaktewater bij drinkwaterinname locaties. 3. In hoeverre strookt toepassing van chemische onkruidbestrijding bij een groene plattelands gemeente en een Global Goal gemeente.

b)

Voorstel is om de toepassing van chemische onkruidbestrijding kleinschalig toe te staan op probleemlocaties zoals hardnekkig onkruid rond obstakels en open verhardingen (grindpaden). Grootschalige toepassing wordt echter ontraden op basis van de in punt a) genoemde argumenten. Dit is nu nog niet bekend en zal moeten worden onderzocht waarbij een markconsultatie zal moeten plaatsvinden. Er zal een onderzoek moeten plaatsvinden naar. 1. Geïnteresseerde marktpartijen voor chemische onkruidbestrijding. 2. De omvang van de investering. 3. Het afbreukrisico -> hoe groot is de kans dat juridische kaders weer veranderen. De kamer heeft in december 2020 een motie ingediend om grootschalige chemische onkruidbestrijding buiten de landbouwsector te verbieden.

c)

Vraag 9 In de bestuursrapportage op pagina 17 staat vermeld de deelneming in IBA Parkstad BV. U schrijft dat het resultaat over 2020 nog niet bekend is. IBA verlengen kost Beekdaelen wel erg veel geld naar het oordeel van de VVD-fractie. Kan dit uitgelegd worden? Antwoord: De aandeelhoudersbijdrage aan IBA Parkstad bestaat uit een bijdrage aan de ‘apparaatskosten’ en ‘projectkosten’. Samen maken zij deel uit van de IBA-begroting. De aandeelhoudersbijdrage voor projectsubsidies (gelden om direct te investeren in projecten) maakt geen deel uit van de IBAbegroting en wordt separaat bijgehouden. In de oorspronkelijke raming is rekening gehouden met de afloop van IBA projecten in 2020. De totale bijdrage 2021 wordt derhalve bijgesteld van € 128.206 naar € 365.576.

Vraag 10 In de bestuursrapportage op pagina 26 motiveert u de hogere opruimkosten voor illegale afvaldumpingen. a. Hoeveel dumpingen hebben er dit jaar plaatsgevonden? b. Is er sprake van een stijgende of dalende trend ten opzichte van 2019 en 2020? c. Wat zijn de gemiddelde opruimingskosten per dumping? d. Hoeveel daders zijn er inmiddels opgespoord? e. Hoeveel ambtelijke capaciteit vanuit de gemeente is gemoeid met het handhavingsproces: de afstemming, opsporing, het aanklagen en veroordelen van daders?

Antwoord: a. Onder opruimkosten worden hier verstaan de kosten die gemoeid zijn met de inzet van een gespecialiseerd bedrijf voor de opruiming van illegaal gestort asbest- en harddrugsafval. In 2021 vonden er 15 van dit soort opruimingen plaats (8 maal drugs en 7 maal asbest). b. Er is een stijging te zien. In 2020 werden 5 drugsdumpingen en 4 asbestdumpingen opgeruimd. In 2019 waren en 4 drugsdumpingen en 4 asbestdumpingen. c. De gemiddelde opruimkosten per asbestdumping bedroegen resp. in 2019: € 1.400, in 2020: € 1.400 en in 2021: € 4.500. De gemiddelde opruimkosten voor drugsdumpingen bedroegen resp. in 2019: € 2.730, in 2020: € 5.820 en in 2021: € 5.000. d. Er zijn tot nu toe, voor zover bekend, (nog) geen daders opgespoord die daadwerkelijk rechtstreeks gerelateerd kunnen worden aan de dumpingen. e. De ambtelijke capaciteit is bij dit soort dumpingen met name gericht op een stuk procesbegeleiding. Het daadwerkelijke strafrechtelijk onderzoek gebeurt door de politie omdat de opsporende bevoegdheden bij overtredingen van de Opiumwet daar zijn neergelegd. Vraag 11 In de bestuursrapportage op pagina 11 van de bijlage geeft u in een tabel een specificatie van de financiën rondom Corona. Daarin wordt het saldo van de inzet van het Coronafonds genoemd waarin € 550.000, - zit.

In de vastgestelde begroting staat op pagina 11 echter dat datzelfde Corona noodfonds € 466.630, - bevat. a. Kunt u het verschil verklaren? b. Kunt u aangeven hoe het verschil wordt afgedekt? Antwoord: a. Op pagina 11 in het blauwe schema alsmede in paragraaf 3.1 van de coronarapportage is aangegeven dat van het bedrag van 550 duizend euro inmiddels 213 duizend euro is uitgegeven. Het restant volgens de burap bedraagt dan ook 337 duizend euro. b. De stand van de reserve die is gepresenteerd in de begroting is gebaseerd op de stand die gepresenteerd in de jaarrekening 2020. In de voorliggende tweede burap 2021 zijn ook alle corona

uitgaven 2021 opgenomen. Logisch dus dat de reserve volgens de tweede coronarapportage lager is. Die lagere stand van de reserve leidt op geen enkele manier tot dekkingsproblemen. Er resteert immers nog voldoende in de reserve.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=33ef19b2-6fac-4efe-9da3-bb86a690ec30