MvA vragen BL B5
Tekst van het document
MEMORIE VAN ANTWOORD ------------------------------------------------------------------------------------------------------Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende ……. bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie Beekdaelen Lokaal ten aanzien van het agendapunt 5 strategisch accommodatiebeleid ter behandeling in de raadscommissie sociale leefomgeving van 4 december 2023.
Vraag 1: Op pagina 2 van het raadsvoorstel schrijft u: “Toekomstige investeringen worden enkel uitgevoerd indien in alle redelijkheid gesteld kan worden dat de vitaliteit van een vereniging de afschrijvingstermijn van een investering overstijgt”. Ons inziens is dit lastig te voorspellen. 1. Worden hier bepaalde handvaten voor gehanteerd? Antwoord: Ja. Zo kan op basis van o.a. de ledengegevens in het subsidiebestand en de demografische samenstelling van een kern een redelijke inschatting gemaakt worden. Tegelijkertijd is dit accommodatiebeleid tot stand gekomen op basis van meer dan 160 gesprekken met verenigingen. De gemeente heeft nog nooit zo’n goed overzicht gehad op de verenigingen als nu. Het doel is dit ook jaarlijks te blijven doen, zodat ook deze ervaringen onderdeel zijn van de uiteindelijke besluitvorming.
Vraag 2: Kunnen we concluderen dat (een bullet verder genoemde) 200 spelende leden hiervoor een voorbeeld van een handvat is? Antwoord: Uiteraard.
Vraag 3: Welke andere handvaten zijn er? Antwoord: Zie antwoord 1.
Vraag 4: Zodra een vereniging niet meer vitaal blijkt te zijn, wordt bijvoorbeeld clustering gestimuleerd. Verenigingen zouden één jaar, door hele diverse factoren, niet vitaal kunnen zijn. 4. Op welk moment wordt dit bepaald, ofwel, wat is de teldatum?
Antwoord: Wij hebben oog voor dit gegeven. Op 01-01-2025 moet duidelijk zijn voor ons en de verenigingen onder de grens van 200 leden of zij participeren in een clustering of dat zij wensen autonoom verder te gaan. Indien zij daartoe besluiten dient een PvA opgesteld te worden hoe de éénmalige gemeentelijke bijdrage wordt ingezet. Een vereniging dient met minimaal 10% twee jaar lang boven de grens van 200 autonoom te zijn alvorens zij weer wordt opgenomen in het MJOP. Tegelijkertijd kan een verenging ook besluiten autonoom te blijven, bijvoorbeeld via het uitdaagrecht.
Vraag 5: Wordt er voor de verenigingen dan een overgangsperiode gehandhaafd? Bijvoorbeeld dat als een vereniging binnen 1 jaar weer vitaal is, de oude situatie gehandhaafd blijft? Antwoord: Zie antwoord vraag 4.
Vraag 6: Op pagina 3 schrijft u: “Elke gemeenschapsaccommodatie (uitgezonderd volledig in commercieel eigendom) krijgt een structurele onderhoudsbijdrage die bekostigd wordt uit de optelsom van de gemeenschapsaccommodaties die in het MJOP zijn opgenomen.”. 6. Klopt onze conclusie dat accommodaties die volledig in commercieel eigendom zijn, dus helemaal geen bijdrage ontvangen? Antwoord: Dat is juist.
Vraag 7: Hebben deze accommodaties dan ook geen gemeenschappelijk functie, bijvoorbeeld als gemeenschapshuis? Antwoord: Deze accommodaties vervullen zeer zeker een gemeenschappelijke functie, los van eventueel verenigingsgebruik. Echter is het verstrekken van een bijdrage aan een commercieel eigenaar zeer lastig te verantwoorden in het kader van staatssteun. Het verstrekken van een structurele onderhoudsbijdrage aan commercieel eigendom is pas een optie indien het de enige optie is om te voldoen aan het kader ‘elke kern verdient een ontmoetingsplek’.
Vraag 8: Vinden we het redelijk dat er een bijdrage geleverd wordt aan commercieel eigendom of aan de aanwezige activiteiten binnen een gemeenschapsaccommodatie? Antwoord: Zie antwoord vraag 7.
Vraag 9: In het strategisch accommodatiebeleid (bijlage 1) schrijft u op pagina 16 onder de hoofduitgangspunten; “Het aantal accommodaties in gemeentelijk eigendom wordt verminderd.”. 9. Is de conclusie dat dit uitgangspunt een doel is van het accommodatiebeleid dan juist, eveneens de andere 2 uitgangspunten?
Antwoord: De gemeente heeft, om uiteenlopende redenen, vastgoed in haar portefeuille die niet tot de core business van een gemeente behoren. Derhalve wordt voorgesteld deze voor zoveel mogelijk af te stoten. Dit is een hoofduitgangspunt van het accommodatiebeleid. De doelen zijn onder andere het laagdrempelig faciliteren van ontmoeting voor ouderen (via Hoeskamers) en het aantrekkelijk maken van onze kernen voor jongeren en jonge gezinnen.