MvA technische vragen VG C2
Tekst van het document
MEMORIE VAN ANTWOORD Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende-, informatieve- en opiniërende bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie Vernieuwingsgroep ten aanzien van het agendapunt C.2 voorstel inzake: “Uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid 2026-2030” ter behandeling in de raadscommissie Fysieke Leefomgeving van 9 oktober 2025.
Vraag 1: Raadsvoorstel, blz. 1. Klopt het dat we alleen moeten instemmen met de begrotingswijziging en niet met het uitvoeringsplan zelf? In het rapport van RoyalHaskoning (bijlage 2) staat op bladzijde 4 dat de gemeenteraad in het voorjaar 2022 het uitvoeringsplan 2030 (sic!) heeft vastgesteld. Kon de raad toen wel beslissen over het uitvoeringsplan? Antwoord 1: De gemeenteraad heeft het beleid mobiliteitsplan Beekdaelen 2020-2030 vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid 2026-2030 is het tweede uitvoeringsprogramma en door het college vastgesteld. De gemeenteraad is in 2022 over het eerste uitvoeringsprogramma 2022-2025 geïnformeerd en heeft ingestemd met de financiële gevolgen.
Vraag 2: Terminologische verwarring. Het raadsvoorstel zelf heet “Uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid 2026-2030” en de bijlage van RoyalHaskoning DHV heeft weer als titel “Uitvoeringsplan verkeer”. Wat is het nu? Bij Inleiding staat mobiliteitsplan 2030. Moet dat niet Mobiliteitsplan Beekdaelen 20202030 zijn? Bijlage 2. Rapport "Uitvoeringsplan verkeer”. Pagina 1: Het rapport haalt de mobiliteitsvisie van Beekdaelen aan. Kunt u aangeven waar we deze visie in kunnen zien? Of wordt met de mobiliteitsvisie het Mobiliteitsplan Beekdaelen 2020-2030 bedoeld. En is dit plan niet in 2019 vastgesteld in plaats van in 2020? Antwoord 2: Zie antwoord 1.
Vraag 3: Raadsvoorstel blz. 3 U geeft aan dat het afwaarderen van de Kneijkuilerweg om financiële redenen na 2030 gepland wordt. Kunt u aangeven wat de huidige staat van het wegdek is, naar aanleiding van de weginspectie? Bij de discussie over het
uitvoeringsprogramma 2020-2025 (zie ook motie van 9 februari 2021) is besloten dat Beekdaelen in principe een 30km (binnen de bebouwde kom) en 60 km (buiten de bebouwde kom) regime heeft, maar dat wel rekening gehouden wordt met de functie, vorm en gebruik van de weg, dit in relatie tot de verkeersveiligheid en de kosten. Kunt u aangeven of deze motie nu anders wordt geïnterpreteerd? Antwoord 3: De Kneijkuilerweg heeft in 2024 een oppervlaktebehandeling gehad en uit de weginspectie blijkt de kwaliteit A te zijn. De motie van 9 februari 2021 is duidelijk en daarin verzoek de gemeenteraad het college: “Alle gebiedsontsluitingswegen 50/80 km/u, in beheer bij de gemeente Beekdaelen, af te waarderen naar erftoegangswegen 30/60 km/u”. Deze motie wordt niet anders geïnterpreteerd.
Vraag 4: Raadsvoorstel, blz. 1. Het doel van dit plan is om middels een risico gestuurde aanpak het aantal verkeersongevallen en risico’s op ongevallen te verminderen. De hele gemeente wordt steeds meer vol gelegd met drempels, varkensruggen, straatjuweeltjes, paaltjes enz. Daarnaast worden ze te pas en te onpas weer weggehaald en verplaatst. Doorgangen voor fietsers zijn vaak te smal, en paaltjes en varkensruggen veroorzaken bij fietsers veel ongevallen. Drempels hebben allemaal verschillende hellingshoeken wat voor fietsers gevaarlijk is. Wij missen het beleid in deze. Waarom is hierover niets opgenomen en wat gaan we eraan doen? Antwoord 4: De huidige inrichting van de openbare ruimte is ontstaan door het beleid van de voormalige gemeenten Nuth, Schinnen en Onderbanken. Iedere gemeenten heeft zijn eigen inrichtingsvorm gekozen en de gemeenten hebben hun eigen tempo gekozen voor de inrichting van de openbare ruimte. Hierdoor hebben we nu te maken met de door u omschreven situaties. Het vraagt tijd, personele inzet en financiële middelen om dit te verbeteren. We kunnen helaas niet alles in een keer en zijn afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. Het uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid 2026-2030 is gebaseerd om de grootste risico’s het eerst aan te pakken op basis van de beschikbare financiële middelen.
Vraag 5: Raadsvoorstel, blz.1. Er vindt periodiek overleg plaats met de diverse basisscholen. In het Uitvoeringsplan wordt echter weinig aandacht besteed aan verkeerseducatie. Kunt u aangeven op welke wijze u de verkeerseducatie op scholen in de komende periode nader in wil (laten) vullen? Antwoord 5: In het uitvoeringsprogramma worden de nieuwe onderdelen benoemd voor de komende jaren 2026-2030. De verkeerseducatie en het overleg met de basisscholen maakt onderdeel uit van het reguliere programma. Nieuw vanaf 2026 is de aandacht voor het landbouwverkeer. Samen met lokale ondernemers en basisscholen wordt het landbouwverkeer bij de leerlingen onder de aandacht gebracht.
Vraag 6: Raadsvoorstel, blz. 2. Bij Kanttekeningen en risico’s zijn onder 1.3 projecten benoemd. Bij enkele projecten is aangegeven wat het doel is van de te treffen maatregelen. Kunt u aangeven wat er bedoeld wordt met “Ommetje Wijnandsrade” en de geplande ‘projecten in Merkelbeek’? Antwoord 6: Door de bewoners van Wijnandsrade, Hellebroek en Swier is aangegeven dat er door Wijnandsrade, langs de Allee en de Swierderkerkweg wordt gewandeld. Om dit wandelen veiliger te maken is door de bewoners het “Ommetje Wijnandsrade” ingebracht. De geplande projecten zijn naar aanleiding van de gebiedsontwikkeling en fusie van de basisscholen door de basisschool Merkelbeek ingebracht. De school-thuisroute is door de gebiedsontwikkeling veranderd en wordt aangepakt.
Vraag 7: Bijlage 2. In het document rapport Uitvoeringsplan verkeer wordt aangegeven dat alleen urgente projecten worden uitgevoerd. Kunt u daar nadere duiding aan geven en dit in het licht van de geformuleerde doelstellingen uit het Mobiliteitsplan Beekdaelen 2020-2030? Antwoord 7: Zie raadsvoorstel Inleiding en Argumenten.
Vraag 8: Raadsvoorstel, blz. 3. Bij Kanttekeningen en risico’s is onder 1.7 vermeld dat de samenwerkingsverbanden met Parkstad en Zuid-Limburg worden bezien. U geeft enerzijds aan dat de samenwerking belangrijk is en anderzijds dat deze samenwerking wordt bezien en mogelijk geëffectueerd (wat is hier overigens mee bedoeld?). Hieruit kan worden opgemaakt dat de samenwerking (ook kosten versus baten) nog niet het gewenste resultaat heeft gehad. Indien deze aanname juist is, welke afspraken heeft u gemaakt met voornoemde partners? Antwoord 8: Het effectueren van de samenwerking wordt bedoeld het verbeteren van de samenwerking.
Vraag 9: Bijlage 2: uitvoeringsplan, blz. 3. Bij burgerparticipatie wordt aangegeven dat de burgers actief betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma. Mogen we ervan uitgaan dat er ten behoeve van bedoeld document een recent onderzoek heeft plaatsgevonden en kunt u aangeven tot welke andere inzichten/ resultaten dat heeft geleid? Antwoord 9: Voor het opstellen van het vorige uitvoeringsprogramma 2022-2025 zijn de inwoners van Beekdaelen betrokken en dat heeft veel informatie opgeleverd. Informatie die ook nog in het uitvoeringsprogramma 2026-2030 van toepassing is en is verwerkt.
Vraag 10: Bijlage 2, uitvoeringsplan, blz. 5. Kunt u aangeven wat het resultaat is van het onderzoek van de blauwe zones? Zijn er financiële consequenties verbonden aan het uitvoeren van de adviezen? Op elke wijze zijn de resultaten besproken met belanghebbenden? Antwoord 10: Het onderzoek naar de Blauwe zones heeft per kern opgeleverd dat kleine aanpassingen noodzakelijk zijn. Deze aanpassingen zijn of worden met betrokken bewoners en ondernemers besproken. De financiële gevolgen zijn kleinschalig en passen binnen de reguliere begroting.
Vraag 11: Bijlage 2, uitvoeringsplan, blz. 5. Aan de Kneijkuilerweg te Doenrade zijn nieuwe bushaltes ingericht. Welke financiële consequenties zijn daarmee gepaard gegaan? Op welke wijze is de gemeenteraad en zijn de inwoners van Doenrade betrokken geweest bij het besluit de bushaltes te verplaatsen? Antwoord 11: Aan de Kneijkuilerweg ter hoogte van de kern Doenrade zijn geen nieuwe bushaltes aangelegd.
Vraag 12: Bijlage 2, uitvoeringsplan, blz. U geeft aan dat er een aantal wegen zijn afgewaardeerd die nog niet op de planning stonden in het huidige uitvoeringsprogramma. Op welke wijze is de raad daarbij betrokken geweest en welke financiële consequenties heeft dat gehad aangezien u -terecht- aangeeft dat de wegen een geloofwaardig snelheidsregime moeten hebben waarbij bij inrichting moet worden aangepast en/of verkeersmaatregelen moeten worden getroffen. Antwoord 12: Het afwaarderen van deze wegen is kleinschalig geweest en is binnen de regulier begroting uitgevoerd.
Vraag 13: Bijlage 2, blz. 16/17. Hoe verhouden zich de financiële tabellen van RoyalHaskoning tot de financiële tabellen in het raadsvoorstel (blz. 3)? Antwoord 13: De bedragen in het raadsvoorstel zijn een optelsom van de afzonderlijke projecten. Verder zijn deze bedragen gecontroleerd op basis van het prijspeil 2025.