CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

MvA technische vragen SLO CDA B2

Raadscommissie Sociale Leefomgeving 25 februari 2025, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake: Visie Sociaal domein 2025 - 20282.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMORIE VAN ANTWOORD Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende-, informatieve- en opiniërende bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie CDA ten aanzien van het agendapunt B2 Visie Sociaal Domein Beekdaelen ter behandeling in de raadscommissie Sociale Leefomgeving van 25 februari 2025 Vraag 1: Vanaf 2015 zijn de gemeentes in Nederland al invulling aan het geven aan de decentralisatie van Jeugdzorg, Wmo en de Participatiewet. Vanaf die tijd, kennen we terugkomende kernbegrippen als: integrale aanpak, mensen in hun kracht zetten, omgeving meenemen in de ondersteuning, één loket, één plan, enz., enz. ook nu weer komen de bovengenoemde – in welke vorm dan ook – terug in dit visiedocument. Vraag: hebben deze kernbegrippen nog steeds dezelfde ‘lading’ als de laatste tien jaar of kunnen de wethouders de huidige duiding (en dus verschillen) aangeven? Antwoord: Sinds de decentralisatie van de Jeugdzorg, Wmo en Participatiewet in 2015, hebben gemeenten zich ingezet om een integrale aanpak te realiseren. Begrippen zoals ‘integrale aanpak,’ ‘inwoners in hun kracht zetten,’ ‘netwerkversterking,’ ‘één gezin, één plan’ en ‘normaliseren’ zijn essentieel gebleven en blijven ook in onze nieuwe visie een centrale rol spelen.

Het verschil zit in de versterking en de urgentie: Wat we nu merken, is dat de noodzaak voor een houdbaar zorgstelsel steeds urgenter is geworden. Deze visie onderstreept niet alleen de bekende kernbegrippen, maar legt ook een grotere nadruk op het versterken en doorontwikkelen van deze principes. Het doel is om de samenwerking tussen professionals, beleidsmakers en de omgeving te intensiveren, zodat we nog beter kunnen inspelen op de complexe zorgvragen van vandaag en morgen. Deze nieuwe visie bouwt voort op onze eerdere inspanningen en richt zich op een dynamisch en toekomstbestendig zorgstelsel. Vraag 2: Om tot een visie stuk te komen, zijn diverse inspiratiebronnen denkbaar. Veelal worden lokale empirische bronnen gebruikt of ‘adviesstukken’ van lokale, regionale of nationale adviesorganen. In het voorliggende stuk, kunnen wij moeilijk het aldaar gestelde herleiden naar een bron. Vraag: kan het college haar inspiratiebronnen aanreiken en deze voorzien van verwijzingen in het stuk? Antwoord: De visie is de lokale invulling van onze wettelijke taak, diverse landelijke beleidslijnen en de Strategische Visie gemeente Beekdaelen2024-2040. Wat betreft landelijke beleidslijnen zoals de Hervormingsagenda Jeugd, GALA en IZA geven we een aantal voorbeelden, maar deze zijn niet uitputtend, er zijn nog meer mogelijke voorbeelden aan te wijzen.

• Hervormingsagenda Jeugd Eén van de maatregelen waar gemeenten vorm aan dienen te geven vanuit de Hervormingsagenda Jeugd is het inrichten van stevige lokale teams. In onze visie vertaald naar het wijkgericht werken. Deze teams bestaan uit professionals uit verschillende disciplines die samenwerken om integrale zorg te bieden aan jeugdigen en ouders. Ze zorgen voor laagdrempelige toegang, preventie, vroegtijdige en kortdurende ondersteuning en werken met één plan om efficiënte en effectieve hulp te garanderen. Normaliseren en daarmee balans vinden in het versterken van de zelfredzaamheid van onze inwoners èn het bieden van de juiste ondersteuning op het juiste moment, is een andere maatregel waarmee we vormgeven aan de Hervormingsagenda Jeugd. Ook het versterken van de samenwerking met huisartsen en het inrichten van de POH-Jeugd of het invoeren van de Doorbraakmethode zijn voorbeelden van interventies die naadloos aansluiten op de taken voor gemeenten die weergegeven worden in de Hervormingsagenda Jeugd. • GALA Wat betreft het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is de versterking van de sociale basis een cruciaal onderdeel. De sociale basis omvat de gemeenschap en de informele netwerken waarin mensen leven en werken.

De sociale basis omvat vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen die gericht zijn op ontmoeting, ondersteuning, ontwikkeling en ontspanning. Denk hierbij aan initiatieven binnen Beekdaelen, zoals het voorliggend veld, het verenigingsleven, bibliotheken en speeltuinen. Het versterken van de sociale basis betekent investeren in activiteiten en initiatieven die de onderlinge steun, cohesie en inclusie binnen de kern bevorderen. Zo ondersteunen we buurtinitiatieven en moedigen we actieve burgerparticipatie aan. We werken met Dorpsplannen en zetten onze Dorpscoördinatoren stevig in positie. Buurtgezinnen is een ander reeds succesvol voorbeeld van het verstevigen van de sociale basis in Beekdaelen. • IZA Onze visie ondersteunt de doelen van het Integraal Zorg Akkoord door in te zetten op een geïntegreerde benadering van zorg, waarbij professionals uit verschillende sectoren nauw samenwerken om maatwerk te bieden. Een voorbeeld hiervan is Welzijn op Recept dat we in 2025 uitbreiden naar meerdere huisartsenpraktijken in Beekdaelen. Daarnaast leggen we de nadruk op innovatie en dataondersteunend werken, zodat we efficiënter kunnen werken en de zorg toegankelijker maken voor iedereen. Vraag 3: In het voorliggende stuk, worden ‘scherpe keuze’ gemaakt ten aanzien van de gevraagde ondersteuning van onze burgers.

Vraag: welke afwegingskaders gelden dan nu wel en voorheen niet of minder? Antwoord: Onze afwegingskaders zijn reeds opgenomen in de verordeningen voor Jeugd, Wmo en andere relevante domeinen. Vanuit een groeiend besef van de noodzaak om de reikwijdte van gespecialiseerde zorg beter af te bakenen, werken wij aan een voorstel om deze kaders waar nodig aan te scherpen. Dit zal helpen om de ondersteuning nog effectiever en doelgerichter in te zetten, zodat de hulp die geboden wordt, beter aansluit bij de behoeften van onze inwoners. Dit betekent niet dat mensen geen (gespecialiseerde) hulp meer krijgen, maar dat de hulp die wordt geboden, beter gericht en afgestemd is op de behoeften van de meest kwetsbaren. Dit vereist een scherpere analyse en prioritering van hulpvragen, waarbij we ons richten op effectiviteit en efficiëntie van onze middelen.

Vraag 4: In uw visie staan de woorden: ‘…normaliseren…’en ‘…maatwerk…’. Deze woorden zouden enige vorm van tegenstrijdigheid naar voren kunnen brengen. Vraag: kan het college uitleggen hoe deze beide ‘kaders’ in uw stuk geduid moeten worden in boven genoemde tegenstrijdigheid, zodat het ook uitvoerbaar blijft? Antwoord: Hoewel 'normaliseren' en 'maatwerk' in eerste instantie tegenstrijdig kunnen lijken, vullen ze elkaar juist aan in onze visie. 'Normaliseren' verwijst naar het streven om ondersteuningsvragen in de context van het dagelijks leven op te pakken en te voorkomen dat er een onnodige medicalisering of problematisering ontstaat. Het doel is om de zelfredzaamheid van onze inwoners te bevorderen en hen zoveel mogelijk te ondersteunen in hun eigen kracht. Tegelijkertijd erkennen we dat iedere situatie uniek is en dat een standaardaanpak niet altijd passend is. Daarom bieden we 'maatwerk' om ervoor te zorgen dat er passende oplossingen worden geboden die aansluiten bij de individuele behoeften en omstandigheden van elke inwoner. Door normaliseren te combineren met maatwerk, kunnen we een balans vinden tussen algemene ondersteuning en specifieke, op maat gesneden hulp, wat de uitvoerbaarheid van onze visie versterkt. Vraag 5: In uw stuk worden de woorden: ‘…integraal...een brug tussen afdeling Ruimte en Sociaal…’.

Vraag: zou het college deze ‘brug’ nader kunnen inkleuren vanuit de drie domeinen? Antwoord: Dit houdt in dat we streven naar een nauwe samenwerking en afstemming tussen de afdeling Sociaal en de afdeling Ruimte. Het sociale domein richt zich op de ondersteuning van individuen en huishoudens in de kernen, waaronder jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en de participatiewet. Door de samenwerking met de afdeling Ruimte te versterken, kunnen we ervoor zorgen dat de sociale voorzieningen en ondersteuningsstructuren goed geïntegreerd zijn in de fysieke omgeving. Denk aan de strategische plaatsing van buurtcentra, zorginstellingen en sportfaciliteiten. Zo is ook een gezonde leefomgeving essentieel voor het welzijn van onze inwoners. Door een integrale aanpak te hanteren, zorgen we ervoor dat aspecten zoals luchtkwaliteit, geluidshinder, en de aanwezigheid van groen en recreatiemogelijkheden worden meegenomen in ruimtelijke plannen. Dit draagt bij aan het creëren van een gezonde leefomgeving die het welzijn van de bewoners bevordert waardoor ze mogelijk een minder groot beroep doen op het sociale domein. Een voorbeeld hoe de drie domeinen zich verhouden tot de afdeling Ruimte: Participatiewet: Het creëren van leefbare wijken met voldoende werkgelegenheid en faciliteiten draagt bij aan de participatie van inwoners.

Denk aan de ontwikkeling van bedrijventerreinen dichtbij woongebieden en goede openbaarvervoersverbindingen. Wmo: Het bevorderen van geschikte woonvoorzieningen, zoals aangepaste woningen, draagt bij aan de zelfredzaamheid van inwoners. Dit kan door middel van woningaanpassingen en het ontwerpen van levensloopbestendige woningen. Jeugdwet: Het ontwikkelen van integrale voorzieningen, zoals brede scholen en multifunctionele centra, waar onderwijs, zorg en welzijn samenkomen, draagt bij aan de algehele ontwikkeling en ondersteuning van onze jeugdigen. Vraag 6: De laatste jaren is Nederland overspoeld met veel casussen die allemaal wijzen op een steeds meer Data-gericht werken. Daarbij blijkt vaker de menselijke maat het onderspit te delven. Kijkende naar uw stuk, krijgt Data-gericht werken en nadrukkelijke plek in uw nieuw beleid. Vraag: het CDA wil het college vragen, aan te geven hoe u gedenkt hiermee te gaan werken én welke borging aangaande de hierboven genoemde excessen te voorkomen?

Antwoord: Hoewel dataondersteunend werken een belangrijke plaats inneemt in onze visie, zullen wij deze gegevens vooral gebruiken om beter inzicht te krijgen in de behoeften en omstandigheden van onze inwoners. Onze aanpak is altijd gebaseerd op het persoonlijke gesprek en de menselijke maat. Data worden geïnterpreteerd in samenspraak met professionals, o.a. die in direct contact staan met de inwoners. Data dient ter ondersteuning en verdieping, niet als middel om de toegang tot zorg te beperken voor (groepen) inwoners. De bescherming van persoonsgegevens en het respecteren van de privacy van onze inwoners staan hierbij voorop. We blijven continu monitoren en evalueren hoe data worden gebruikt en wat de impact daarvan is op onze inwoners. Op basis van feedback en evaluaties sturen we bij waar nodig om ervoor te zorgen dat de menselijke maat gewaarborgd blijft. Vraag 7: In uw stuk krijgt de ‘intrinsieke motivatie’ van de samenleving een nadrukkelijke plek. Vraag: hoe heeft u deze nu kunnen meten en hoe gaat u de voortgang hierin monitoren? Welke interventies gaat u additioneel aanwenden, om tot een impuls te komen van deze intrinsieke motivatie? Antwoord: De sociale basis in Beekdaelen is al van hoog niveau, met veel kernen die laagdrempelige activiteiten aanbieden voor iedereen. In vergelijking met buurgemeenten is in Beekdaelen sprake van een actief verenigingsleven.

Daarnaast is er sprake van een intensieve samenwerking met GRIB, een belangrijke samenwerkingspartner met een taak in het verstevigen van de sociale basis. Met behulp van middelen vanuit het IZA en GALA kunnen we de sociale basis nog verder versterken, gericht op de behoeften van de inwoners in plaats van op basis van het aanbod. Door inwoners actief te betrekken bij besluitvorming en hen inspraak te geven in beleidsontwikkeling, verhogen we hun gevoel van eigenaarschap en motivatie om bij te dragen. Waar er vraag is naar het inrichten van klankbordgroepen zullen we dit doen om enerzijds feedback te verzamelen, anderzijds geeft dit inzicht in de betrokkenheid van inwoners. Ook via dataondersteunend werken kunnen we trends en veranderingen in de intrinsieke motivatie volgen. Vraag 8: In uw stuk zien we wederom een koppeling terugkomen tussen het Sociale Domein enerzijds en het Accommodatiebeleid anderzijds. In het verleden is deze koppeling ook vaker aangereikt. Vraag: welke resultaten uit het verleden, geven de portefeuillehouder Accommodatiebeleid een ‘duw in de rug’ om dit zo expliciet hierin aan te tekenen? Welke rendement in menselijke en geldelijke zin verwacht de wethouder? Antwoord: Eerdere initiatieven hebben aangetoond dat ontmoetingsplekken de sociale cohesie binnen gemeenschappen versterken.

Inwoners voelen zich meer verbonden en ondersteund, wat bijdraagt aan een positieve en inclusieve leefomgeving. Een voorbeeld daarvan is het dorpshoes in Vaesrade. Verwacht rendement: Menselijke zin: De aanwezigheid van gemeenschapsaccommodaties en ontmoetingsplekken draagt bij aan het welzijn en de zelfredzaamheid van inwoners. Door het faciliteren van ontmoeting en activiteiten, bevorderen we een gevoel van cohesie en ondersteuning. Geldelijke zin: Door een geïntegreerde aanpak te hanteren en voorzieningen te koppelen in één accommodatie, kunnen we efficiënter werken en kosten besparen. Dit leidt tot een duurzamere inzet van middelen en een grotere impact van onze investeringen.

Vraag 9: Het CDA ziet in uw stuk opgenomen, de aandacht voor Buurtgezinnen; wij juichen dit toe. Echter, zien wij ook vaak in de media onwenselijke situaties ontstaan met volwassenen enerzijds en kinderen anderzijds. Vraag: welke waarborgen zijn er ingebouwd binnen dit project om onwenselijke situaties van de meest kwetsbare (jonge kinderen) te borgen? Antwoord: Gemeente Beekdaelen heeft een subsidierelatie met Stichting Buurtgezinnen. Onder het motto ‘opvoeden doen we samen’ koppelt Buurtgezinnen gezinnen die steun kunnen gebruiken aan een gezin in de buurt. De veiligheid van de kinderen die aan steungezinnen worden gekoppeld, staat hierbij voorop. Om ervoor te zorgen dat steungezinnen geschikt zijn voor deze rol, stelt Buurtgezinnen de volgende vereisten: Verklaring Omtrent Gedrag (VOG): Steungezinnen dienen een VOG te overleggen. Buurtgezinnen regelt de aanvraag en betaling hiervan. Begeleiding en ondersteuning: Na de koppeling worden zowel vraag- als steungezinnen begeleid door de lokale Buurtgezinnen-coördinator. Deze coördinator ondersteunt de gezinnen en bewaakt de voortgang en veiligheid van de samenwerking. Evaluaties: Er vinden regelmatig evaluaties plaats om te waarborgen dat de samenwerking tussen vraag- en steungezin naar wens verloopt en dat de veiligheid van de kinderen gewaarborgd blijft.

Door deze maatregelen streeft Buurtgezinnen ernaar een veilige en ondersteunende omgeving te creëren voor kinderen die extra aandacht en zorg nodig hebben. In het kader van de subsidierelatie vinden bovendien structureel evaluaties plaats tussen gemeente Beekdaelen en Stichting Buurtgezinnen. Vraag 10: In uw stuk zien we reeds landelijk uitgerolde aanpak: doorbraakmethode. Deze is gebaseerd op de driehoek/afwegingskaders: rendement, betrokkenheid en legitimiteit. Vraag: kunt u aangeven hoe deze drie elementen ten opzichte van elkaar werken? Is het college niet bang voor willekeur/precedentwerking? Antwoord: Bij de waarde Legitimiteit gaat het erom dat we teruggaan naar wat de wetgever heeft bedoeld, soms los van onze verordening en nadere regels. Een doorbraak moet legitiem zijn, het moet te verantwoorden zijn en aansluiten bij wet- en regelgeving. De waarde Betrokkenheid zegt iets over de mate waarin obstakels voldoende weggehaald kunnen worden zodat de inwoner weer grip krijgt op zijn leven. Dat raakt aan Positieve Gezondheid en het versterken van de eigen kracht. Bij de waarde Rendement gaat het erom dat we handig omgaan met de schaarse aan publieke middelen. Dit element zorgt ervoor dat de gekozen interventies daadwerkelijk bijdragen aan de doelstellingen en niet leiden tot verspilling van middelen.

Het is mogelijk dat de waarden Legitimiteit en Betrokkenheid de doorslag geven voor het realiseren van de doorbraak, bijvoorbeeld wanneer het Rendement op korte termijn niet het hoogst haalbare is, maar op langere termijn wel wordt behaald. Het gaat er dus om dat we op basis van deze drie waarden tot een plan komen samen met de inwoner wat daadwerkelijk het verschil maakt in het doorbreken van de vaak complexe situatie. Hoewel het lijkt alsof een eerdere beslissing als precedent kan dienen, draait de doorbraakmethode niet om gelijk behandelen, maar om het vinden van een oplossing die het beste past bij de unieke situatie van de inwoner. Iedere situatie heeft zijn eigen omstandigheden, wat betekent dat zelfs bij vergelijkbare gevallen, verschillende oplossingen nodig kunnen zijn.

Door systematisch gebruik te maken van de afwegingskaders, zorgen we ervoor dat elke beslissing op maat wordt gemaakt. Dit voorkomt dat we ons vastzetten in een vast patroon, terwijl we gestructureerd werken en afwegingen op basis van de specifieke situatie maken. Zo waarborgen we dat keuzes altijd passend zijn zonder onterecht precedentwerking. Vraag 11: In uw stuk wordt melding gemaakt van het project: ‘Welzijn op recept’. Wij juichen toe, dat het netwerk rondom casussen betrokken worden. Echter, wij zien niet alle huisartsen-werkgebieden vermeld in uw stuk. Vraag: kunt u dit verklaren/ uitleggen? Antwoord: De beschikbare middelen vanuit GALA voor Welzijn op Recept zijn in de beginjaren beperkt, met een oplopend budget naarmate het programma zich verder ontwikkelt. We zijn daardoor genoodzaakt om voor een fasegerichte uitrol te kiezen. Vraag 12: We vragen steeds meer van onze Mantelzorgers; het CDA vraagt al jaren extra aandacht voor deze – vaak – onzichtbare krachten achter hartverscheurende situaties. Binnen het wettelijk kader van de Wmo, is extra aandacht gevraagd voor Respijtzorg.

Vraag: waarom is deze niet opgenomen in uw visie? Is Beekdaelen bij uitstek niet de gemeente die hierin zou moeten voorzien (wellicht ten dienste van onze regio)? Waarom is er geen specifieke aandacht voor deze hardwerkende medemens? Antwoord: Dat er voldoende aandacht dient te zijn voor Respijtzorg onderschrijven wij. Er zijn momenteel geen contractuele afspraken rondom Respijtzorg. Dit gaat geëvalueerd worden en we werken momenteel met ‘maatwerkcontracten’ met zorgaanbieders, zodat respijtzorg waar nodig wel degelijk geboden wordt. We zoeken bovendien actief de samenwerking met het Steunpunt Mantelzorgers. Oog hebben voor de specifieke context van de inwoner en daarmee ook voor een balans in draagkracht-draaglast van mantelzorgers sluit naadloos aan op de uitgangspunten van de Visie Sociaal Domein Beekdaelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=cd94c8c6-7a53-480e-88bc-2679b9164e64