MvA technische vragen SLO C1 VVD
Tekst van het document
MEMORIE VAN ANTWOORD ------------------------------------------------------------------------------------------------------Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende-, informatieve- en opiniërende bijeenkomsten Beekdaelen 2025” van de raadsfractie VVD ten aanzien van het agendapunt C1. Uitvoeringskosten Participatiewet ter behandeling in de raadscommissie Fysieke Leefomgeving van 3 april 2025.
Vraag 1: Bij punt 1.1 geeft u aan dat het onderzoek zich richt op efficiëntere uitvoering van taken en inzet van middelen met betrekking tot de Participatiewet. In het kader van het ravijnjaar worden vrijwel alle gemeenten gekort uit het gemeentefonds, echter het voorstel behelst eveneens een onderzoek naar een efficiëntere uitvoering van taken, waarmee dus ook iets wordt gezegd over de kwaliteit die Kompas levert in de uitvoering van haar taken, en het dus niet louter een financiële kwestie is. a. Wanneer en waarin heeft het college aanleiding gevonden om ook onderzoek te laten doen naar de uitvoering van taken door Kompas? b. Zijn de signalen die de aanleiding gaven om het onderzoek te laten doen niet eerder door het AB en/of DB bestuur niet eerder gesignaleerd? c. Hoe staan de colleges van B&W van de andere deelnemende gemeenten t.o.v. het standpunt van uw College? d. Heeft het College van B&W ook andere opties overwogen om een efficiëntere uitvoering van taken te realiseren? Antwoord vraag 1a: Niet iedere inwoner in de Participatiewet heeft hetzelfde perspectief om succesvol en duurzaam uit te stromen. De cijfers wijzen uit dat het bestand de afgelopen jaren consistent is gebleven, ondanks de hoogconjunctuur en de hiermee gepaard gaande krapte op de arbeidsmarkt.
Daarnaast blijkt, uit een bestandstoelichting die ISDKompas heeft gegeven, dat het bestand een relatief laag volume heeft in relatie tot de uitvoeringskosten en dit bestand de komende jaren op specifieke punten kan groeien. De combinatie van ogenschijnlijk hoge uitvoeringskosten in relatie tot
specifieke wensen van de bestaande en toekomstige doelgroep zijn aanleiding om de huidige en toekomstige uitvoering van taken tegen het licht te houden. Wij willen meer differentiatie in de aanpak om de kans op uitstroom te bevorderen en indien de kans op uitstroom niet aanwezig is de kosten beheersbaar houden. Met het mogelijk in eigen beheer uitvoeren van de Participatiewet kunnen wij verder ontschotten binnen de kaders van het sociaal domein tussen Jeugd, Wmo en Participatie waarmee we onze inwoners van een integraal aanbod kunnen voorzien. De zogenaamde integrale aanpak in ons sociaal domein is ook omschreven in ons toekomstperspectief Sociaal Domein. Daarnaast speelt er een andere mogelijke relevante ontwikkeling, namelijk de aanvraag regiodeal ten behoeve van het inrichten en doorontwikkelen van regionale werkhubs Parkstad Limburg waarbij wij gebruik kunnen gaan maken van de infrastructuur van de omliggende gemeenten in Parkstad. Antwoord vraag 1b: De gemeente Beekdaelen heeft diverse malen, via het AB/DB, gevraagd om een toelichting van het bestand van Kompas. In maart 2024 heeft ISD-Kompas deze toelichting gegeven. Op basis van deze toelichting zijn er diverse malen aanvullende vragen gesteld door de gemeente Beekdaelen via het AB/DB en eind januari 2025 hebben wij de antwoorden ontvangen. Dit heeft ons (voor de regio gelijkluidende) beeld bevestigd.
Antwoord vraag 1c: De portefeuillehouder heeft de directrice van ISD-Kompas en collega DB-leden proactief geïnformeerd omtrent het voornemen van het onderzoek. Daarnaast zijn de AB- en DB-leden van ISD-Kompas schriftelijk geïnformeerd. Ook zijn de raden en de colleges van Simpelveld en Voerendaal schriftelijk geïnformeerd. Beide gemeenten hebben aangegeven dat zij graag (tussentijds) geïnformeerd worden omtrent de resultaten van het nog op te starten onderzoek en het verdere besluitvormingsproces. Antwoord vraag 1d: Deze vraag hoort niet primair in de opdracht, maar komt wel mogelijk terug in het onderzoek.
Vraag 2: Bij punt 1.2 geeft u aan dat het onderzoek vooral voortkomt uit financiële redenen als gevolg van de lagere rijksinkomsten die gemeenten vanaf 2026 van het Rijk gaan ontvangen, het z.g.n. ravijnjaar. Is door het college ook overwogen om aan te sluiten bij een CR?
Antwoord: Ja. Er kan gedacht worden aan schaalvergroting, samenwerken op een aantal onderdelen met andere uitvoeringsdiensten in de regio, zoals bijvoorbeeld ISD-BOL. Dit is echter niet de initiële opdracht. Het onderzoek moet namelijk inzicht geven in de structurele kosten die gemoeid zijn met het in eigen beheer uitvoeren van de taken die nu door ISD Kompas worden uitgevoerd. Vervolgens worden deze vergeleken met de structurele kosten die de gemeente Beekdaelen nu bij ISD Kompas maakt. In het licht van een integrale aanpak is de primaire opdracht: het in eigen beheer uitvoeren van de taken rondom Werk en Inkomen.
Vraag 3: Naar aanleiding van de gemeenschappelijke regeling (bijlage 2) Er dient een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar in acht genomen te worden, tenzij de raden en de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. a. Heeft het College overleg gehad met de andere deelnemers over een eventuele opheffing als blijkt dat de gemeente Beekdaelen uit deze GR? b. Kunt u meer details aangeven betrekking hebbende op de procedure en inhoud van het uittredingsplan (Artikel 30b)? Antwoord vraag 3a: Nee. Eerst zal het onderzoek uitgevoerd dienen te worden. Op basis van de conclusies van het onderzoek neemt Beekdaelen een besluit over hoe verder. Daarvoor zijn een aantal scenario’s mogelijk: bij ISD-Kompas blijven, uit de gemeenschappelijke regeling treden of opheffing van ISD-Kompas voorstellen. Antwoord vraag 3b: Na oplevering van het onderzoek worden de resultaten gedeeld met de raad. Mocht uw raad besluiten om uit te treden, dan zal het uittreedplan conform artikel 30b gevolgd dienen te worden. Onderstaand staan de te nemen stappen beschreven. Artikel 30b Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 30a, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.
Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2.Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
3.Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt overeen gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis vaneen bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4.De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 30a in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laagmogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer demogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten.
Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.