CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

MvA technische vragen CDA C4

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving 9 oktober 2025, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Voorstel inzake: "Omgevingsvisie ‘Leven en werken in het landschap’ gemeente Beekdaelen"1.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMORIE VAN ANTWOORD Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende-, informatieve- en opiniërende bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie CDA Beekdaelen ten aanzien van het agendapunt C.4 "Omgevingsvisie ‘Leven en werken in het landschap’ gemeente Beekdaelen" en ter behandeling in de raadscommissie SLO / FLO van 9 oktober 2025.

Vraag 1: Hoe verhoudt GoVi zich inhoudelijk tot de concept nota Ruimte die afgelopen week is gepresenteerd? NB Hoe reageert de gemeente Beekdaelen hierop? Antwoord: De (concept) Nota Ruimte vormt het nationale kader waarin de ruimtelijke keuzes en belangen van het Rijk richtinggevend zijn vastgelegd. Hierin worden de grote opgaven rond onder meer woningbouw, energietransitie, mobiliteit, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie in samenhang gepositioneerd. De Omgevingsvisie van Beekdaelen sluit aan op de concept nota en vormt daarmee de schakel tussen dit nationale beleid en de Zuid-Limburgse praktijk. . De gemeente Beekdaelen heeft nog geen standpunt ingenomen of zij een reactie zal indienen op de concept Nota Ruimte.

Vraag 2: Hoe heeft de inhoudelijke afstemming met de GoVi’s van de regiogemeenten (voor zover gereed dan wel in ontwikkeling) en de concept-PoVi plaatsgevonden? Antwoord: De inhoudelijke afstemming met de regiogemeenten en de provincie Limburg heeft op meerdere manieren plaatsgevonden. Samen met de Parkstad-gemeenten is een regionaal afstemmingskader opgesteld dat is verwerkt in de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn de omliggende gemeenten en de provincie Limburg uitgenodigd voor deelname aan de ketenpartnersessie. Ook hebben de omliggende gemeenten en de provincie Limburg de concept-ontwerp Omgevingsvisie ontvangen en is men in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Verschillende gemeenten en de provincie hebben van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Hun reacties zijn waar mogelijk verwerkt in de nu voorliggende Omgevingsvisie.

Ten aanzien van de Provinciale Omgevingsvisie (PoVi) geldt dat dit de visie van de provincie zelf is. Deze visie heeft recent ter inzage gelegen. Hierop heeft de gemeente, zowel zelfstandig als in regionaal verband, een zienswijze ingediend.

Vraag 3: Hoe worden de financiële consequenties van de uitvoering gedekt? Antwoord: Het vaststellen van de Omgevingsvisie zelf heeft geen directe financiële consequenties. Eventuele financiële gevolgen ontstaan pas bij de nadere uitwerking in Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan. Deze uitwerkingen worden, inclusief een financieel voorstel, afzonderlijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.

Vraag 4: Waarop en hoe wordt de uitvoering gemonitord (zijn er SMART sturingsindicatoren)? Antwoord: Zoals in de Omgevingsvisie verwoord vindt montering plaats via de gemeentelijke P&C cyclus. De gemeente Beekdaelen zal haar monitoring primair inrichten aan de hand van de Global Goals.

Vraag 5: Waar en hoe binnen de P&C-cyclus wordt de gemeenteraad meegenomen? Antwoord: De wijze waarop de Omgevingsvisie wordt vertaald naar de P&C-cyclus moet nog nader worden uitgewerkt. Daarbij wordt bekeken op welke momenten en in welke vorm de gemeenteraad het beste kan worden meegenomen.

Vraag 6: Waarom is het aanpakken van wateroverlast een tegenstelling met woningbouw, landbouw en/of bedrijventerreinen? Dit moet hand in hand gaan. Verdiept aanleggen van groen in de kernen, vergroten rioleringsopvang bij vernieuwing, Aanleg buffers als onderdeel van de inrichting natuurgebieden/landschap, enz. Antwoord: Het aanpakken van wateroverlast zien wij nadrukkelijk als een opgave die hand in hand gaat met woningbouw, landbouw en bedrijventerreinen. Dit vraagt om slimme combinaties, zoals verdiept groen in de kernen, het vergroten van de rioleringscapaciteit bij vernieuwing, en het realiseren van buffers als onderdeel van natuur- en landschapsinrichting. Tegelijkertijd geldt dat dergelijke ingrepen altijd een bepaald ruimtebeslag vragen, waardoor er soms spanning kan ontstaan met andere functies. In de Omgevingsvisie wordt daarom uitgegaan van een integrale benadering, waarbij de verschillende belangen zo goed mogelijk worden gecombineerd. Is dit niet mogelijk dan moeten er keuzes gemaakt worden. Dit vergt in veel gevallen maatwerk.

Vraag 7: Inrichting van 30 km gebieden is al jaren een speerpunt van de gemeente. Tot op heden echter is nog geen enkel gebied ingericht zodat dit voldoet aan de uitgangspunten om het verkeer af te remmen en gebieden veiliger te maken voor de langzaam verkeersdeelnemer. Hoe gaat dit aangepakt worden? Antwoord: Na decennia van dalende cijfers stagneert het aantal verkeersdoden, terwijl het aantal verkeersgewonden al jaren toeneemt. Het verkeer verandert. Het is drukker op de fietspaden, meer snelheid door e-bikes/fatbikes, er is meer afleiding door sociale media en mensen blijven op oudere leeftijd deelnemen aan het verkeer. Nationaal is gekozen voor een nieuwe aanpak het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030. Op basis van deze nieuwe aanpak is in 2022 een risicoscan gemaakt voor heel Beekdaelen en de uitkomst van deze scan was de basis voor het uitvoeringsprogramma 2022-2025, maar is ook de basis voor het nieuwe uitvoeringsprogramma 2026-2030.

Vraag 8: Kan bij voorschriften ruimtelijke plannen geen maximale verharding in tuinen aangegeven worden? Verhardingen in particuliere tuinen mogen qua afwatering niet op het riool worden aangesloten. Antwoord: In de Omgevingsvisie is aandacht besteed aan het beperken van verharding ook in particuliere tuinen, maar dit heeft geen juridisch bindend karakter. De visie is alleen bindend voor de gemeenteraad en niet voor de samenleving. Voorschriften over de inrichting van de fysieke leefomgeving kunnen uitsluitend worden vastgelegd in het nog op te stellen Omgevingsplan.

Vraag 9: Om een betere controle te kunnen uitoefenen op snelheden in met name binnen 30 km zones dient bekeken worden of de gemeente middels (verplaatsbare) flitspalen zelf geen controle kan uitoefenen. Antwoord: Het Openbaar Ministerie gaat over het beleid van en het handhaven met mobiele flitspalen. Het beleid is om geen flitspalen langs 30 km/u wegen te plaatsen. Het is wel zo dat er nu een eerste proef loopt in Amsterdam met flitspalen op gebiedsontsluitingswegen van 30 km/u, maar dat leidt nog niet tot een aanpassing van het beleid. De gemeente kan dus geen controle met verplaatsbare flitspalen zelf uitvoeren.

Vraag 10: Plaatsen van meer prullenbakken is een goed voorstel. Kunnen deze ook binnen redelijke termijn geleegd worden? Antwoord: In de Omgevingsvisie staat niet dat er meer prullenbakken geplaatst worden.

Aanvullende vragen: Industrieterrein De Reuken hoort niet thuis op die plek, wij willen het gebied omturnen naar een woongebied en de aanwezige bedrijven verplaatsen. Dat is een zeer kostbare ingreep.

Vraag 1: Is er al een financiële “fly-over” van die plannen. Zo nee, wanneer mogen wij die verwachten? Antwoord: De Omgevingsvisie geeft richting aan de gewenste toekomstige invulling van het bedrijventerrein De Reuken. Het initiatief voor de herontwikkeling van bedrijventerrein De Reuken ligt in eerste instantie bij de ondernemers zelf. Op dit moment hebben pas de eerste gesprekken plaats gevonden met enkele ondernemers. Herstructurering van de “Reuken” is een langdurig proces wat veel tijd en energie kost. De eerste inspanningen hiervoor zijn verricht en bevindt zich in het voortraject om te komen tot het gewenste doel. Wanneer dit proces concrete vormen gaat aannemen kan het ook verder uitgewerkt worden. Daarom is er op dit moment nog geen financiële “fly-over” en is niet aan te geven wanneer deze kan worden verwacht.

Vraag 2: Biedt De Horsel voldoende mogelijkheden de bedrijven uit De Reuken plek te bieden? Antwoord: Binnen de huidige contouren van industrieterrein De Horsel zijn er onvoldoende mogelijkheden om alle bedrijven van het bedrijventerrein De Reuken op te vangen. Zoals in de Omgevingsvisie is aangegeven, wordt onderzocht of uitbreiding van industrieterrein De Horsel mogelijk is.

Vraag 3: De A76 is eigenlijk een van de economische motoren van Beekdaelen en scheert echter rakelings langs Nuth en Schinnen. Op termijn zal de A76 het verkeersaanbod niet kunnen verwerken, ondanks de N300 en N296. Zijn er al acties om het aankomend probleem onder Provinciale- en Haagse aandacht te brengen? En gaan wij dan voor een verdiepte aanleg, zeker in het licht van de ecologische gevolgen van een verbreding van de A76. Antwoord: Het laatste meerjarenprogramma infrastructuur, Ruimte en Transport is in 2024 door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld (MIRT 2024). Dit programma geeft een actueel beeld over de lopende en geplande infrastructurele rijksprojecten. De A76 is hierin niet opgenomen. Er zijn op dit moment geen acties over de A76 gepland.

Vraag 4: Beekdaelen zet in op het verkleinen van de 7 compacte Kerngebieden.

Graag uitleg over de wijze waarop dat doel realiseerbaar is. Antwoord: De gemeente zet in op compacte winkelclusters. Dit uitgangspunt is opgenomen in de Economische visie. Door winkelclusters compacter en herkenbaarder te maken, wordt leegstand verminderd en de synergie tussen winkels, horeca en andere functies versterkt. Transformeren van detailhandel naar wonen maakt onderdeel uit van deze strategie. In de Stationstraat in Nuth en de Beekstraat in Schinveld worden via de pilot Stratenaanpak Parkstad Limburg (waar mogelijk) leegstaande winkelpanden naar woningen of werkplekken getransformeerd. Vastgoedeigenaren in deze aanloopstraten worden actief benaderd en krijgen een subsidie als ze hieraan mee willen werken. Zo ontstaan compacte, vitale en toekomstbestendige winkelclusters die bijdragen aan de leefbaarheid van de kernen.

Vraag 5: Beekdaelen wil in 2024 energieneutraal zijn. De realisering van die doelstelling zien wij in onvoldoende mate terug in de Omgevingsvisie. Graag nadere toelichting. Antwoord: De ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn is afkomstig uit de Duurzaamheidsvisie van Beekdaelen en het regionaal programma PALET. Deze ambitie is opgenomen in de Omgevingsvisie als strategische doelstelling. De Omgevingsvisie is echter een kaderstellend document en geen uitvoeringsinstrument. De concrete uitwerking van hoe we deze ambitie realiseren, vindt plaats via het regionaal programma PALET. Hierin staat beschreven hoe Beekdaelen samen met de andere Parkstadgemeenten toewerkt naar een energieneutrale regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=f1c46e3b-45f8-41e2-a70c-d0dc63b661f3