CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

MvA technische vragen CDA B&M B7

Raadscommissie Bestuur en Middelen 14 mei 2025, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake: "Deelname Stichting samenwerking Zuid-Limburg"457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMORIE VAN ANTWOORD Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende-, informatieve- en opiniërende bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie CDA ten aanzien van het agendapunt B7 Raadsvoorstel inzake: "Deelname Stichting samenwerking Zuid-Limburg" ter behandeling in de raadscommissie B&M van 14 mei 2025. Vraag 1

Waarom is er gekozen voor de privaatrechtelijke vorm van een stichting in tegenstelling tot andere privaatrechtelijke rechtsvormen? Antwoord

Er is sprake van behartiging van openbaar belang en er bestaat geen winstoogmerk. In dat licht zijn andere vormen van privaatrechtelijke rechtsvormen (zoals bv. een NV) minder passend, dan een stichting. Daarnaast is dit de meest lichte vorm van samenwerking, waarbij ook de beoogde toetreding van private partijen zo makkelijk mogelijk kan worden gerealiseerd. Het rapport van Paulussen Advocaten gaat hierop dieper in.

Vraag 2 Waarom is er gekozen voor een puur privaatrechtelijke vorm en geen tussenvorm zoals geopperd in het Advies van Van der Greef? Antwoord

Zoals in het desbetreffende advies aangegeven is een tussenvorm -met de daarbijhorende complexiteit- niet voor de hand liggend indien de ambitie is om binnen afzienbare tijd toetreding van private partijen te bewerkstelligen. Nadrukkelijk is de ambitie (en opdracht) om binnen 2 jaar dit te realiseren.

Vraag 3 Hoe worden bij deze privaatrechtelijke vorm publiekrechtelijke waarborgen zoals controle door de raad, openbaarheid en transparantie voldoende gewaarborgd? Antwoord

Het bestuur wordt gevormd door de deelnemende partijen, welke in eerste instantie de gemeenten zijn. De controle en sturing van de gemeenteraden is geborgd door het feit dat zowel in jaarrapportages, maar zeker ook via het budgetrecht, invloed uitgeoefend kan worden. Hiermee is de situatie niet anders dan bij overige verbonden partijen. Er is overigens ook een evaluatie over twee jaar opgenomen over voortgang, resultaten en vorm.

Vraag 4 Kunnen bestuursleden van de stichting, bestuurders van de betrokken gemeenten, hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor hun betrokkenheid in de stichting? Antwoord

Alleen in geval van aantoonbaar (financieel) wanbeleid kan er sprake van een hoofdelijke aansprakelijkheid.

Vraag 5 Hoe wordt er omgegaan met tegenstrijdige belangen en is het wenselijk dat een bestuurder zich moet onthouden van stemming in het bestuur als er belangen van de gemeente op het spel staan? Antwoord

Inherent aan de rol van bestuurder is het omgaan en afwegen van ogenschijnlijke of ervaren tegengestelde belangen. Belangrijk is dat in deze casus de rol van het bestuurslid het dienen van het belang van de stichting is en niet het vertegenwoordigen van het gemeentelijk belang. Echter, gelet op het feit dat de stichting opgericht is voor het gezamenlijke regionale openbaar belang is in de praktijk tegenstrijdige belangen moeilijk voorstelbaar. Onthouden van stemming is alleen dan aan de orde als de integriteit van het bestuurslid in het gedrang zou komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=fdd55a74-b877-4abe-8d2d-0202690e5a98