MvA Technische vragen BL 4.1 Brug Stationsstraat
Tekst van het document
MEMORIE VAN ANTWOORD Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende-, informatieve- en opiniërende bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie Beekdaelen Lokaal ten aanzien van het agendapunt 4.1. “Vervanging brug Stationsstraat te Schinnen” ter behandeling in de raadsvergadering van 21 april 2026. Vraag 1: Hoeveel bedraagt het budget civiele kunstwerken? Antwoord: Het onderhoudsbudget Civiele kunstwerken bedraagt € 140.000,- / jaar, de voorziening civiele kunstwerken bedraagt € 384.643,10 (stand 13-4-2026). Vraag 2: Wat levert het op als: • We de Beekerbaan en de Kneijkuilerweg niet afwaarderen? Zijn er andere vergelijkbare straten? • We alleen straten inrichten qua snelheid met veiligheid voorop, ergo waar 80 of 50. Veilig is laten zoals het is? Is hiervan een overzicht? Antwoord: De genoemde projecten zijn onderdeel van het uitvoeringsprogramma Mobiliteit, het is vastgesteld beleid gebaseerd o.b.v. het raadsbesluit daarover. De vragen hebben geen relatie tot het project Brug Stationsstraat.
Mocht uw fractie deze afwaardering ter discussie willen brengen kan dat via de hiervoor bestemde procedures, Vraag 3: Kunt u aangeven welke procedure is gevolgd bij de aanbesteding in 2026? Ging het om een enkelvoudige onderhandse aanbesteding? • Was er maar één inschrijver? Of is er slechts één partij uitgenodigd? Zo ja, waarom? • Gezien het feit dat er slechts één aanbieding ligt, hoe representatief is de prijstelling voor de huidige marktsituatie? Waar vergelijkt u de prijstelling mee of waar toetst u deze aan? Antwoord: Het betreft een nationale aanbesteding met een meervoudige onderhandse
procedure overeenkomst het Aanbestedingsreglement Werken (ARW 2026), met drie uitgenodigde en inschrijvende ondernemers: Inschrijving A. € 839.062,Inschrijving B. € 1.039.500,Inschrijving C. € 689.000,(alle bedragen exclusief BTW) Inschrijver C. met de beste aanbieding (beste prijs-kwaliteit verhouding: BPKV) heeft de laagste inschrijfprijs in vergelijking met de overige inschrijvers. Vraag 4: Overschrijding aanneemsom: De geraamde aanneemsom bedroeg € 451.147. De daadwerkelijke inschrijfprijs van de aannemer komt uit op € 689.000. Dit leidt tot een overschrijding van € 237.853. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten voor de funderingsconstructie en de landhoofden van de brug. In de inschrijfprijs door de aannemer is gekozen voor een zwaarder gedimensioneerde constructie dan waarmee in de bestekraming van het ingenieursbureau rekening was gehouden. Dit betekent onder meer het toepassen van meer en langere funderingspalen. De kostenstijging is het gevolg van andere uitgangspunten tussen de planvoorbereiding en de uitvoeringsuitwerking. Wat betekent dit dan? Heeft het ingenieursbureau dan te lichtzinnig ontworpen en/of de omstandigheden onjuist ingeschat ? Is de constructie zoals aangeboden door de inschrijver wel echt nodig? Wie bepaalt wat er nodig is? En hoe gebeurt dit? Antwoord: a.
De inschrijfprijzen zijn vergeleken met de initiële raming van het ingenieursbureau. Er is, door dit bureau, gezocht naar een reden voor overschrijding van de raming door alle drie de inschrijvende ondernemers. Dit door middel van het benaderen van enkele marktpartijen. Vanuit deze gesprekken kan worden geconcludeerd dat er o.a. geen sprake is van een hoge staalprijs, geen sprake is van beperkte beschikbaarheid van heistellingen en er anderszins geen reden is waarom deze prijzen dusdanig hoger zijn dan de opgestelde raming. Aannemelijk is dat de uitgangspunten in de initiële raming door het ingenieursbureau deels onjuist zijn geweest, dat er o.a. te weinig paallengte is berekend én dat de hoeveelheid m3 ten behoeve van de te realiseren landhoofden onvoldoende is geweest. Daarnaast zal, als gevolg van het deels achterblijven van de oude funderingsconstructie van de bestaande landhoofden in de ondergrond, een risico worden gezien door de inschrijvers. b. De constructie is naar inzicht van de aannemer nodig en daarom aldus aangeboden in de inschrijfprijs. c.
De aannemer dient volgens de vraagspecificatie van het bestek, het voorontwerp uit te werken tot een uitvoeringsontwerp, hierbij dient een (sterkte)berekeningen aangeleverd te worden die onder andere betrekking heeft op de funderingsconstructie, de landhoofdconstructie en overige constructieonderdelen van de brug (hier niet in allen opgesomd) De sterkteberekening wordt gecontroleerd door het ingenieursbureau namens de opdrachtgever.
Vraag 5: Hoe kan er sprake zijn van hogere legeskosten, onder andere bij onze gemeente? Waren deze kosten dan niet vooraf bekend. Of zijn er andere omstandigheden waardoor de legeskosten hoger uitvallen? Antwoord: Leges van de omgevingsvergunning van deze bouwactiviteit zijn initieel niet begroot, dit is een omissie is in de projectraming. Er zijn daarnaast extra leges m.b.t. de omgevingsvergunning in relatie tot floraen Fauna-activiteiten, te verstrekken door Provincie Limburg. Deze zijn initieel ook niet begroot, omdat verwacht werd dat leges op basis van de verstrekte omgevingsvergunning door de gemeente hierin als totaal omvattend zouden zijn. Vraag 6: Indien er een aanvullend krediet van € 330.000,- wordt toegekend, gedekt door de voorziening civiele kunstwerken, resteert er in deze voorziening nog een bedrag van € 49.000,-. Verwachten wij dan geen (meer)kosten aan andere civiele kunstwerken waarvoor de voorziening aangesproken dient te worden? Is het verantwoord dit risico te nemen met het oog op ander onderhoud aan civiele kunstwerken waarvan de kosten hoger zijn dan begroot, gezien de overschrijding bij de brug waarvoor nu extra krediet gevraagd wordt? Antwoord: Ten behoeve van planmatig onderhoud aan civiele kunstwerken is er een onderhoudsbudget dat als dekkend beoordeeld wordt voor de huidige opgaves van onderhoud aan civiele kunstwerken.
Royal Haskoning DHV heeft in het tweede kwartaal van 2023 een vijf jaarlijkse inspectie uitgevoerd aan het areaal civiele kunstwerken. Denk hierbij aan (fiets)bruggen maar ook aan trappen, leuningen, kerende constructies, vlonders etc. Bij een aantal civiele kunstwerken zijn (ernstige) gebreken geconstateerd. In slechts enkele gevallen is vervanging vereist. Naast de brug aan de Stationsstraat over de Geleenbeek in Schinnen, is bij twee (houten) voetgangersbruggen sprake van ernstige gebreken en is vervanging noodzakelijk. Deze laatste twee bruggen zijn al in 2024 en 2025 vervangen. Voor de brug op de straat Oude Kerk (Heisterbrug) en de brug op de straat Kathagen (over de Geleenbeek) is zekerheidshalve een nader onderzoek volgens CUR117:2020 uitgevoerd om de technische kwaliteit in kaart te brengen. Er is in beide gevallen geen sprake van grote gebreken waardoor vervanging op korte termijn niet noodzakelijk is, (klein) onderhoud staat gepland in Q2 2026. Het is daarom verantwoord, met het oog op dit te verwachten onderhoud aan andere civiele kunstwerken, de voorziening te benutten.