CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

MvA technische voorvragen inzake evaluatie pilot Dorpscoördinator Schinveld cie sociaal 23 feb 2021

Commissie Sociaal & BV (t/m april 2022) 23 februari 2021, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Voorstel inzake Evaluatie pilot dorpscoördinator 2020: voortzetting en uitbreiding pilot4.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische voorvragen raadsvoorstel evaluatie pilot Dorpscoördinator Schinveld Vernieuwingsgroep Raadsvoorstel: Blz. 2: Op grond waarvan concludeert u dat de 260 (244 enquête en 16 ketenpartners/ambtenaren) reacties representatief zijn en waarvoor zijn ze representatief? Hiermee is bedoeld dat er ruim voldoende reacties ontvangen zijn van verschillende groepen ondervraagden om vanuit verschillende invalshoeken een algemeen beeld te kunnen schetsen van hoe men de pilot ervaren heeft. Graag benadrukken wij dat het onderzoek niet wetenschappelijk onderbouwd is. We hadden in dit geval inderdaad een andere woordkeuze moeten maken en i.p.v. het woord representatief bruikbaar moeten gebruiken. Blz. 6: De schriftelijke bevestiging van de provincie moet nog worden ontvangen. Heeft het lang uitblijven van deze bevestiging een reden. Zo ja, welke? Wij hebben diverse malen bij de Provincie Limburg gevraagd naar de stand van zaken. Vanuit de bestuurlijke zijde van de Provincie Limburg is positief gereageerd op de aanvraag ‘zelfsturingsprojecten’; ambtelijk dient de aanvraag bij de Provincie Limburg formeel nog afgehandeld te worden. Evaluatierapport: Blz. 5: De interventie van de dorpscoördinator betekent een verlichting van het ambtelijk apparaat. Kunt u daarover al hardere cijfers geven of kan dit pas na de tweede evaluatie? Harde cijfers zijn inderdaad nog niet voorhanden.

Eén en ander is afgeleid van de registratie van de dorpscoördinator zelf. Hier zitten veel vragen tussen die normaliter direct bij de gemeente terecht zouden komen. Zie de contactregistratie (bijlage 2 bij Evaluatierapport). Blz. 8: Welke ketenpartners zijn betrokken bij het onderzoek? Maatschappelijk werkers, jeugd- en jongerenwerkers, MEE Zuid Limburg, deelnemers van het Interventieteam zoals wijkagenten, woningstichtingen, Veiligheidshuis. Intern: team KCC, Toegangsteam sociaal domein, handhaving, buitendienst. Blz. 8: De opmerking over de relatie tussen vraag 1 en vraag 2 geldt die niet alleen voor de analoge enquête? Onze ervaring met de digitale enquête is: als je bij vraag 1 nee antwoordt, dan kom je al niet verder in de enquête. Dus kan er in de digitale enquête geen discrepantie optreden tussen vraag 1 en vraag 2. Het digitale enquêteformulier is na opmerkingen over het niet verder kunnen komen in de enquête aangepast. In het begin van de enquêteperiode kon deze vraag echter inderdaad niet ingevuld worden op het digitale formulier, waardoor de vraag meer betrekking heeft op de analoge versie dan op de digitale versie. Bijlage 1 bij het evaluatierapport: Blz. 1: bij figuur 1 en figuur 2 zijn de percentages niet gekoppeld aan de onderwerpen. Kan dit nog aangegeven worden? De kleuren in het cirkeldiagram corresponderen met de kleuren van de genoemde thema’s.

Per kleur is een percentage aangegeven.

Beekdaelen Lokaal Vindt de portefeuillehouder dat de pilot is geslaagd, dit gelet op de informatie die gegeven wordt onder het kopje “ hoe nu verder?” van het stuk aanvullende informatie mbt aanleiding en opdracht pilot Dorpscoordinator Schinveld?

Ik vind het experiment zeker geslaagd. De dorpscoördinator heeft een rol gekregen in de samenleving Schinveld. Het is een bekend gezicht geworden met een laagdrempelige ingang naar de gemeente. Zij heeft bewoners en organisaties op weg kunnen helpen, heeft invulling gegeven aan de wens om een meer zelfsturende gemeente te worden, zij heeft diverse zaken gesignaleerd en opgepakt en heeft de bewoners van Schinveld laten zien dat we weliswaar een grotere gemeente zijn, maar dat dat niet betekent dat er een grote afstand is tussen gemeente en bewoners. 2. Kunt u aangeven hoe de financiering van de Dorpscoordinator eruit ziet in 2021 en wat de kosten zijn voor de gemeente Beekdaelen? In de meerjarenbegroting is voor de jaren 2021 en 2022 een bedrag opgenomen van € 175.000 per jaar voor uitvoering en uitbreiding van de pilot Dorpscoördinator in 2021 en 2022. Het bedrag van € 175.000 bestaat uit € 115.000 aan eigen middelen en € 60.000 subsidie van de Provincie voor zelfsturingsprojecten, onderdeel dorpscoördinator. Uw raad beslist met dit raadsvoorstel over het wel of niet inzetten van de geraamde middelen. Mocht de Provincie alsnog overgaan tot uitbetaling van subsidie dan zijn er meer mogelijkheden tot uitbreiding.

Op dit moment worden de uren dorpscoördinator ingezet via de in Beekdaelen operationele maatschappelijke instellingen (sociaal werker) voor een bedrag van € 63.000 op jaarbasis, op basis van de CAO Welzijn. In 2020 hebben de instellingen zelf een bedrag van € 23.000 als investering in de pilot bijgedragen en heeft de gemeente de overige € 40.000 betaald. Vanaf 2021 komen de volledige kosten voor rekening van de gemeente, zowel van de bestaande uren als van een eventuele uitbreiding. Voor de uitvoering wordt mogelijk gekozen voor een combinatie van sociaal werker en een medewerker die in dienst is van de gemeente. 3. En wat deze zijn op moment dat we werkzaamheden structureel gaan inzetten (2022 en verder).? De gelden die zijn opgenomen in de begroting 2021 zijn meerjarig geraamd voor 2021 en 2022. Met het voorliggende raadsvoorstel wordt toestemming gevraagd voor inzet van deze gelden, zowel voor 2021 als voor 2022, om te pilot met twee jaar te kunnen verlengen. Aan het einde van deze pilotperiode van 2 jaar (eind 2022/begin 2023) zal de balans opnieuw worden opgemaakt en zal opnieuw een voorstel aan uw raad worden voorgelegd tot het wel of niet structureel inbedden van de dorpscoördinator, inclusief financieel voorstel. 4. Wanneer dienen we uiterlijk een besluit te nemen of de pilot inzet van de dorpscoordinator wordt omgezet naar een structurele inzet.

Mocht uw raad instemmen met continuering van de pilot voor de duur van twee jaar te beginnen in maart 2021, dan zal aan het einde van deze pilotperiode in maart 2023, opnieuw een voorstel aan uw raad worden voorgelegd tot het wel of niet structureel inbedden van de dorpscoördinator, inclusief financieel voorstel. 5. Kunt u aangeven wanneer de pilot geslaagd is: Zijn er m.a.w. “meetbare” doelen te stellen/waaraan we dit kunnen afmeten.? Zo ja wat zijn deze meetbare doelen. Het doel van een pilot is om iets uit te proberen, te experimenteren. Zoals in het raadsvoorstel opgenomen, hebben wij ook uitdrukkelijk aangegeven dat het ging om een experiment, een proef om te bezien hoe inwoners reageren op de inzet van een dorpscoördinator, wat ze ervan vinden, of ze er gebruik van maken en zo ja met wat voor soort vragen ze de dorpscoördinator benaderen. Er is in dit kader bewust voor gekozen om de taken van de dorpscoördinator vooraf niet in beton te gieten, maar op basis van de pilot te bezien waar de inwoners van Beekdaelen behoefte aan hebben. Er zijn van tevoren geen prestatie-indicatoren geformuleerd op grond waarvan wordt gemeten en afgerekend.

6. Is er een actuele functie omschrijving voor de Dorpscoordinator. Informatie over de functieomschrijving is in week 6 2021 in een apart document gecommuniceerd naar alle fracties. Dit document is nogmaals bijgevoegd als bijlage. 7. Er wordt gesteld om de pilot uit te breiden naar andere kernen, zijn er al dorpscoordinatoren voor deze kernen benaderd of is er een soort sollicitatie hiervoor.? Nee, er is nog geen sollicitatie uitgezet en er zijn ook nog geen mensen benaderd. Er dient eerst besluitvorming plaats te vinden door uw raad over wel of geen continuering van de pilot en inzet van de hiervoor bedoelde middelen. 8. In bijlage 3 wordt onder punt 5 (figuur 7) aangegeven: Wat loopt er goed. Is er ook een opsomming/schema van wat er niet goed loopt? En waarmee voordeel in de eventuele andere kernen kan worden opgedaan.? In het evaluatierapport is aangegeven dat de bekendheid met de pilot een groot punt van aandacht is: ongeveer de helft van de ondervraagden geeft aan niet bekend te zijn met de pilot dorpscoördinator. De bekendheid is iets wat we bij een eventuele voortzetting zullen versterken. Ook de verschuiving van ruimtelijk georiënteerde en handhavingsvragen naar het sociaal domein is een punt van aandacht. In het begin van de pilot werd de dorpscoördinator veel benaderd met vragen van inwoners over de fysieke leefomgeving in Beekdaelen.

Veelal vragen en meldingen die inwoners gemakkelijk zelf kunnen doen bij de gemeente via de fixi-app. Ook werd zij veel benaderd over (vaak langslepende) burenruzies en buurtconflicten. Zaken die primair liggen bij politie en Bij een eventuele voortzetting van de pilot zal de taakomschrijving scherper geformuleerd worden op een aantal belangrijke thema’s binnen het sociaal domein zoals Trendbreuk, eenzaamheid, armoede en gevolgen corona. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen ruimtelijke zaken meer aan de orde kunnen komen. Veel burgerinitiatieven hebben een ruimtelijk component, zoals b.v. een speeltuin. 9. Is het een optie de pilot over te doen en nog niet over te gaan tot uitbreiding van de uren en dan met o vooraf gestelde doelen wanneer geslaagd o een duidelijk en helder functieprofiel  kunt u aangeven wat hiervan voor en/of nadelen zijn. Enerzijds wordt gevraagd om de bestaande pilot te continueren. Dit mede om ook in hopelijk minder turbulente tijden dan het afgelopen corona-jaar met de inzet van een dorpscoördinator te kunnen experimenten. Anderzijds wordt gevraagd om te pilot uit te breiden naar andere kernen, om ook een vergelijking te kunnen maken. Het voorliggende raadsvoorstel is dus tweeledig: continuering en uitbreiding. Het is aan de raad om over beide aspecten een besluit te nemen. VVD 1.

Bij een evaluatie van een pilot horen een aantal scenario’s die het gevolg zijn. Voortzetten indien, uitbreiden indien, stopzetten indien. Waarom zijn deze 3 scenario’s niet allemaal toegelicht? Op basis van de opgedane ervaringen en enquêteresultaten doet het college het voorstel om de pilot voort te zetten en uit te breiden, om de in het voorstel genoemde redenen. Het is aan de raad om hier wel of niet mee in te stemmen. Met andere woorden om door te gaan of te stoppen. 2. U schrijft dat de enquête onder inwoners representatief is omdat er in totaal 260 reacties zijn ontvangen a) Waren de reacties anoniem of waren mensen verplicht hun gegevens achter te laten? De reacties waren anoniem. Hier is bewust voor gekozen om het invullen van de enquête zo laagdrempelig mogelijk te houden.

b) Hoeveel mensen buiten Schinveld hebben de enquête ingevuld? Het papieren enquêteformulier is alleen in de kern Schinveld huis-aan-huis verspreid. De digitale enquête was weliswaar ook gericht aan inwoners van Schinveld, maar kon in theorie vrij ingevuld worden. Het is niet bekend of er mensen van buiten Schinveld ingevuld hebben. Er is ook geen aanleiding om aan te nemen dat hier misbruik van is gemaakt. 3. U schrijft dat de dorpscoördinator relatief veel tijd besteed heeft aan de bekendheid van de fixi-app. a) Vindt u niet dat dit een taak is die thuishoort bij burgerzaken, ruimte of communicatie? Ja b) Wanneer heeft de dorps coördinator kenbaar gemaakt dat er relatief veel tijd is besteed aan de fixi meldingen, pas bij de evaluatie of wellicht eerder? Dit bleek gaandeweg de pilot. c) Hoe verloopt het contact omtrent fixi meldingen nu; welke rol speelt de dorps coördinator nog bij een eventuele voortzetting? Vooral in het begin van de pilot bereikten de dorpscoördinator veel van dit soort meldingen. Deze zijn gaandeweg afgenomen. Een overzicht van het soort contacten dat de dorpscoördinator in 2020 had en op welk moment vindt u in de contactregistratie (Bijlage 2 bij het Evaluatierapport). 4.

U schrijft dat de dorpscoördinator relatief veel tijd besteed heeft aan buurtoverlast en burenruzies a) Vindt u niet dat dit een taak is die thuishoort bij de afdeling Handhaving of bij de politie? Ja b) Wanneer heeft de dorps coördinator kenbaar gemaakt dat er relatief veel tijd is besteed aan buurtoverlast en burenruzies, pas bij de evaluatie of wellicht eerder? Dit bleek gaandeweg de pilot. c) Hoe verloopt het contact omtrent buurtoverlast en burenruzies nu; welke rol speelt de dorps coördinator nog bij een eventuele voortzetting? De rol van de dorpscoördinator was vooral gericht op bemiddeling, mensen nader tot elkaar en tot een oplossing brengen. Dit is niet overal gelukt, het betrof vaak zeer langslepende kwesties. 5. U schrijft dat de keuze voor de pilot in Schinveld mede is gebaseerd op het feit dat in de kern Schinveld waarschijnlijk het informatiepunt stopt. Waarop baseert u deze aanname? De voorbereidingen voor de pilot vonden plaats in 2019. Op dat moment was er het stopzetten van het gemeentelijk informatiepunt in het gemeentehuis van Schinveld onderwerp van gesprek. Stopzetting is inmiddels (al geruime tijd) een feit. 6. U trekt een aantal conclusies waaronder dat de pilot te breed is ingezet. Welke aanbevelingen kunt u concreet noemen om dit te verbeteren want u schrijft enkel meer focus op bepaalde thema’s en beleidsterreinen.

a) Welke beleidsterreinen? b) Waarom? c) Voor hoeveel tijd? d) Met wel doel? e) Met welk resultaat voor de gemeente? f) Met welk beoogd maatschappelijk effect voor de gemeenschap? In het raadsvoorstel is hier het volgende over opgenomen: De dorpscoördinator wordt (te) veel benaderd voor zaken die bv. bij handhaving of de wijkagent thuishoren. Het ‘ogen en oren-principe’ werkt op zich wel, maar een focus op bepaalde thema’s en beleidsterreinen is nodig, willen we de dorpscoördinator krachtiger in haar rol als verbinder kunnen zetten. Als gevolg hiervan moeten we de

taakomschrijving scherper formuleren. Belangrijke thema’s en ontwikkelingen waar de dorpscoördinator concreet op ingezet zou moeten worden zijn de aanpak van sociale en gezondheidsachterstanden in het kader van de Trendbreuk Zuid-Limburg, de aanpak van eenzaamheid, armoede en sociale uitsluiting. Ook de na-coronafase vormt een belangrijk aandachtsgebied: de pandemie heeft een grote impact op kwetsbare inwoners, verenigingen, Jeugd en ondernemers. Er zal naar verwachting meer dan voorheen een beroep worden gedaan op sociale, vrijwillige en professionele (GGZ-)hulp. De dorpscoördinator kan als verbinder een wezenlijke bijdrage leveren in het opvangen van zorgsignalen en verwijzen van mensen naar de juiste zorg en ondersteuning, liefst zoveel mogelijk binnen hun eigen netwerk en het voorliggend veld, maar waar nodig ook professioneel. Daarnaast kan datgene wat wordt opgehaald uit de kern ook leiden tot signalen richting gemeente ten aanzien van de ontwikkeling van nieuw of aanpassing van bestaand beleid. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat de dorpscoördinator niet meer zal worden ingezet op ruimtelijke zaken die betrekking hebben op handhaving, fiximeldingen e.d. Het vorenstaande betekent dat de dorpscoördinator voor de volledige beschikbare uren ingezet zal worden op het sociaal domein, burgerinitiatieven van ruimtelijke aard zullen wel ondersteund worden. 7.

U schrijft dat de dorpscoördinator concreet zou moeten worden ingezet op de aanpak van sociale en gezondheidsachterstanden, de aanpak van eenzaamheid, armoede en sociale uitsluiting, kwetsbare ouderen, verenigingen en ondernemers. Kunt u uitleggen in hoeverre deze enorme maatschappelijke opgaven leidt tot de focus die u noemt? Insteek is dat de focus van de dorpscoördinator verschuift van de fysieke leefomgeving en handhavingskwesties naar het sociaal domein. Door deze afbakening van taken kan gericht gewerkt worden aan voornoemde thema’s en maatschappelijke opgaven. Dit betekent uiteraard niet dat de dorpscoördinator deze maatschappelijke opgaven kan oplossen, maar kan wel een bijdrage leveren in het opvangen van zorgsignalen en zorgen dat deze op de juiste plek terecht komen. Ook kan de dorpscoördinator als verbinder een bijdrage leveren in het ondersteunen van burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale cohesie en bv. aanpak van eenzaamheid in de kern. 8. U schrijft dat bijna de helft van de ondervraagden de dorpscoördinator niet kent. Bekendheid is een primaire voorwaarde voor draagvlak en bestaansrecht van een pilot.

Vindt u deze pilot dan succesvol en zo ja op basis waarvan? De dorpscoördinator is – ondanks een zeer moeilijk corona-jaar waarin mensen binnen moesten blijven en sociale contacten als gevolg van allerlei overheidsmaatregelen zeer beperkt waren – toch nog 144 keer benaderd met allerlei vragen en over allerlei onderwerpen. Uw raad wordt gevraagd om de pilot te verlengen, om ook en ‘normalere’ tijden met een dorpscoördinator te kunnen werken en ervaringen op te kunnen doen. 9. Vragen groen. Kunt u de uitleg “korte contacten, snelle afhandeling specifiek en concreet uitleggen? a) Wat heeft dit voor een effect gehad voor de gemeentelijke overhead /samenwerking? Dit betreft simpele vragen die de dorpscoördinator zelf kon afhandelen en die dus niet meer bij het gemeentelijk apparaat terecht kwamen waardoor dit minder belast werd. b) Welk effect heeft dit gehad op de gemeentelijke dienstverlening? Idem c) Welk effect heeft dit gehad op de tevredenheid van inwoners? Bij dit onderzoek is alleen gevraagd naar de bekendheid, ervaringen en tevredenheid ten aanzien van de dorpscoördinator in Schinveld, niet ten aanzien van de gemeentelijke dienstverlening in zijn algemeenheid. Deze vraag kan dan ook niet beantwoord worden.

10. Burenconflicten. U schrijft dat het effect is dat er minder inzet van de wijkagent en van handhaving nodig is geweest en dat dit heeft geleid tot minder klachten bij de gemeente. Kunt u deze 3 zaken concreet onderbouwen met cijfermatige informatie als volgt a) Tot hoeveel minder inzet van de wijkagent heeft dit geleid? b) Tot hoeveel minder inzet van Handhaving heeft dit geleid? c) Hoeveel minder klachten zijn er vanuit Schinveld in 20202 binnengekomen bij de gemeente? Door de dorpscoördinator is aangegeven dat in een aantal mediation-cases de betrokkenen voornemens waren een klacht in te dienen tegen de gemeente. Dit is i.c. voorkomen kunnen worden door middel van mediation. Eén en ander is niet verder doorgerekend naar de ureninzet van bv. politie of handhavers. U mag ervan uitgaan dat er velen uren gaan zitten in dergelijke mediation-trajecten. 11. Bij vragen vanuit verenigingen schrijft u; veel vragen bereiken de gemeente niet meer. Vindt u dit een positieve ontwikkeling? Zo ja kunt u dit toelichten? De gemeente Beekdaelen heeft zelfsturing en zelfredzaamheid van inwoners hoog in het vaandel staan. Wanneer inwoners of verenigingen zelf met hun eigen netwerk of met een stukje ondersteuning van bv. in dit geval een dorpscoördinator vraagstukken zelf kunnen oplossen, dan beschouwen wij dit als positief.

Dat wil niet zeggen dat de dorpscoördinator niet voor ons signaleert en eventuele trends waarneemt waarmee we aan de slag moeten. 12. Burgerinitiatieven. U schrijft bij effecten, minder vragen voor de gemeente, versterken eigen kracht, vergroten motivatie om een bijdrage te leveren, aanboren eigen kracht en verantwoordelijkheid voor financiering en onderhoud. a) Waaruit blijkt dat er minder vragen zijn geweest voor de gemeente, kunt u dit onderbouwen met concrete cijfers? b) Hoe heeft u gemeten dat de eigen kracht bij burgers is versterkt, kortom waaruit blijkt dat? c) Hoe heeft u gemeten dat de motivatie bij burgers om een actieve bijdrage te leveren is toegenomen? d) Welke concrete bijdrage in financiering en onderhoud is er geweest als resultaat van eigen kracht en verantwoordelijkheid? e) Om het effect hiervan te kunnen vaststellen van de dorpscoördinator zelf; hoe verhouden a t/m d zich tot de andere kernen in Beekdaelen, kunt u dit gemotiveerd onderbouwen? Er heeft geen wetenschappelijk onderzoek plaatsgevonden naar de maatschappelijke effecten van inzet van de dorpscoördinator. Inwoners van de kern Schinveld, gemeentelijk medewerkers en ketenpartners zijn op een laagdrempelige manier gevraagd naar hun ervaringen en bevindingen. De inzet van een dorpscoördinator was een proef, een experiment in de range van preventie en inzet in het voorliggend veld.

Zoals veel preventie-initiatieven is het maatschappelijk effect niet in cijfers uit te drukken, zeker niet op de korte termijn. Daar komt bij dat de pilot gedraaid heeft in een zeer bijzonder corona-jaar, dat situaties met zich meebracht die we nooit eerder hebben meegemaakt. Dit maakt het meten van maatschappelijk effect nog moeilijker zo niet onmogelijk op dit moment. 13. Jeugd. U schrijft snelle, korte lijntjes naar jeugd- en jongerenwerkers, snel schakelen naar interventieteams door van elkaars inzet op de hoogte te zijn en snel op te kunnen schalen naar bv politie. a) Hoe vaak heeft de dorpscoördinator de jeugd- en jongerenwerker van de gemeente rechtsreeks benaderd en wat is daarvan concreet het effect geweest? b) Hoe vaak heeft de dorpscoördinator contact gehad met het interventieteam en wat is daarvan concreet het effect geweest? c) Hoe vaak heeft de dorpscoördinator concreet contact gezocht met de politie? Zie de informatie in de contactregistratie (Bijlage 2 bij het Evaluatierapport).

14. Parkeren, u schrijft dat burgers via de dorpscoördinator een stem hebben gekregen met betrekking tot het mobiliteitsplan. Hoe komt het volgens u dat burgers zich met dergelijke knelpunten niet rechtstreeks zelf tot de gemeente wenden? Er is bij het begin van de pilot voor aandacht besteed aan PR en communicatie rondom de dorpscoördinator. Zij is hierbij gepositioneerd als vraagbaak voor de kern Schinveld. Dit heeft de drempel voor veel inwoners van deze kern kennelijk verlaagd. 15. U schrijft in de evaluatie dat er sprake is van een representatieve enquête omdat er 260 mensen hebben gereageerd waarvan 244 inwoners. a) Hoeveel inwoners die hebben gereageerd wonen daadwerkelijk in Schinveld b) Hoeveel inwoners die hebben gereageerd én uit Schinveld komen hebben de enquête volledig ingevuld? Respondenten konden invullen zonder persoonlijke gegevens achter te hoeven laten. Hier is bewust voor gekozen om het invullen van de enquête zo laagdrempelig mogelijk te maken. 16. De eindbeoordeling van de Dorpscoördinator. a) Hoe representatief vindt u dit cijfer vanuit de feitelijke vaststelling dat er 20 +39 (59) van de 260 respondenten oftewel slechts 22% deze vraag heeft ingevuld? Niet alle mensen die de enquête hebben ingevuld hebben ook persoonlijk contact gehad met de dorpscoördinator en konden deze vraag dan ook niet invullen.

b) Hoeveel van die 59 respondenten zijn inwoners uit Schinveld zelf? We gaan uit van 100%. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat dit niet zo is. Zowel de digitale als de analoge enquête waren specifiek gericht op inwoners van Schinveld. 17. U schrijft in de evaluatie dat er sprake is van een representatieve enquête omdat er 260 mensen hebben gereageerd waarvan 244 inwoners. a) Hoeveel inwoners die hebben gereageerd wonen daadwerkelijk in Schinveld b) Hoeveel inwoners die hebben gereageerd én uit Schinveld komen hebben de enquête volledig ingevuld? Zoals aangegeven konden respondenten invullen zonder persoonlijke gegevens achter te hoeven laten. Dit is bewust gekozen om het invullen van de enquête zo laagdrempelig mogelijk te maken. De analoge enquête is alleen in de kern Schinveld verspreid. De digitale enquête was weliswaar ook gericht aan de inwoners van Schinveld maar kon in theorie vrij ingevuld worden. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat hier misbruik van is gemaakt.

Groen Links 1. In bijlage 1 en 3 ontbreken bij de ingevoegde figuren de ‘kleuren’. Wel in de legenda In de documenten die in Ibabs staan zijn de kleuren inderdaad weggevallen. In de oorspronkelijke documenten staan deze wel. Deze zullen alsnog op een andere manier aangeleverd worden. 2. Op pagina 2 staat: ‘Nu is de bekendheid van de app groot en de ondersteuning hiervoor achterhaald en zien wij dat niet als een kerntaak van de dorpscoördinator’. Wanneer er een uitbreiding komt naar de kernen Jabeek/Bingelrade/Merkelbeek zullen er zeker weer FIXI gerelateerde vragen komen. Hoe wordt ervoor gezorgd dat deze vragen bij de dorps coördinator worden ‘afgevangen’? Indien de raad besluit om de pilot voort te zetten en uit te breiden, zal een nieuwe PR-campagne rondom de dorpscoördinator gestart moeten worden. Deze zal zich niet alleen moeten richten op het vergroten van de bekendheid, maar ook op waarvoor de dorpscoördinator aan zet is. Het voorstel van het college is: focus op sociaal domeinthema’s als inzet op trendbreuk, aanpak van eenzaamheid en sociale uitsluiting e.d.

3. Op pagina 3 staat: ‘Als gevolg hiervan moeten we de taakomschrijving scherper formuleren’. Neemt de raad nog kennis van deze scherpere formulering? Bij start van de pilot begin 2020 is de raad geïnformeerd over de uitvoering middels een raadsinformatiebrief. Dit zal ook bij voortzetting van de pilot gebeuren. De aanscherping van de opdracht zal hierin meegenomen worden. Wij geven u nu een kader stellend voorstel op basis van de resultaten. Bij positief besluit door uw raad, zal het college hier verder uitvoering aan geven. 4. Op pagina 3: ‘Dit betekent dat in geval van voortzetting van de pilot wederom uitgebreid aandacht besteed moet worden aan bekendheid met en contactgegevens van de dorpscoördinator’. Hoe wordt dit gedaan gezien de eerdere aandacht die niet geleid heeft tot het gewenste resultaat? In de eerste PR-ronde is aandacht besteed aan de pilot via meerdere artikelen in de weekbladen, de gemeente Nieuwsbrief die huis-aam-huis verspreid wordt, een huis-aanhuis-folder in de kern Schinveld, diverse facebook-pagina’s en de website. Dit zal nog intensiever moeten, zowel qua frequentie als ook qua middelen. Daarmee kan overigens niet gesteld worden dat 50% bekendheid een slecht resultaat is, onze ambitie ligt wel hoger. 5. Op pagina 4: ‘dient in de nieuwe PR-ronde rondom de dorpscoördinator specifiek aandacht te worden besteed aan het sociaal domein’.

Zijn er al ideeën over de aanpak hiervan? Er zal in elk geval ingezet worden op de in het raadsvoorstel genoemde thema’s, zijnde Trendbreuk, eenzaamheid, armoede, sociale uitsluiting, gevolgen corona. Verder zal met het gemeentelijke team communicatie verder strategie bepaald worden. 6. Op pagina 5: ‘De kern heeft binnen de gemeente Beekdaelen enigszins een status aparte vanwege de ligging aan de Duitse grens met aanverwante problematieken van dien’. Wat wordt hiermee bedoeld in het kader van de werkzaamheden van de dorps coördinator? De ligging aan de grens maakt Schinveld aantrekkelijk voor partijen die zich bezig houden met ondermijnende criminaliteit. Dit brengt ook grotere sociale problematieken en een druk op de leefbaarheid in de kern met zich mee. De sociale problematieken zijn relatief gezien groter dan in andere kernen in de gemeente. Dit wordt bevestigd door de instellingen voor maatschappelijke dienstverlening. 7. Op pagina 6: ‘Het budget is voldoende om de pilot in 2021 uit te breiden van 20 naar 32 uur’. Er wordt gevraagd naar een uitbreiding 2021 2022. Hoe wordt 2022 gefinancierd als we hiermee akkoord gaan? De uitbreiding naar 32 uur wordt gefinancierd met de eigen gemeentelijke middelen die in de begroting zijn opgenomen, zowel in 2021 als in 2022 (mits de raad de begroting voor 2022 in november goedkeurt).

Een eventuele uitbreiding naar 50 uur is pas mogelijk als er subsidie van de Provincie wordt ontvangen. 8. Er is gestart met een pilot voor 1 jaar. Wat is de reden dat de pilot niet met nog 1 jaar wordt verlengd maar meteen met 2 jaar? Door corona is het eerste pilotjaar heel anders verlopen dan verwacht. Deze situatie zal in 2021 ook nog een tijd voortduren, waardoor ook 2021 voor een deel een ‘afwijkend’ jaar zal zijn. Om echt te kunnen experimenteren is daarom gekozen voor de duur van 2 jaar. 9. In de mondelinge toelichting gaf Moon Hendrix aan dat ze zeker in het begin moeite had om de ambtenaren te bereiken. Gedurende het jaar is dat ‘redelijk’ opgelost meende ik gehoord te hebben. Weten nu alle ambtenaren van het bestaan van de dorps coördinator af en vormt dit bij de voortzetting geen belemmering meer? Wat zijn de ‘stappen’ die hiervoor verder ondernomen worden?

Er is inderdaad geïnvesteerd in de bekendheid, niet alleen bij inwoners maar ook bij eigen medewerkers en ketenpartners. Omdat de dorpscoördinator niet direct in dienst is van de gemeente is zij in feite een externe. Door diverse kennismakingsrondes, veel contactmomenten creëren en een eigen werkplek in het gemeentehuis van Schinveld is Moon nu een bekend gezicht en zijn de lijnen kort. 10. Is een hoofdtaak van de dorpscoördinator het beheren van de Fixi-app? Nee 11. Wat heeft de dorpscoördinator gedaan aan eenzaamheid, armoede, sociale uitsluiting en verbinding? Deze thema’s zijn in het pilotjaar nog onvoldoende uit de verf gekomen. Enerzijds vanwege de veelheid aan vragen over de fysieke leefomgeving en burenconflicten. Anderzijds vanwege de beperkende coronamaatregelen. Vandaar de insteek om hier bij een eventuele voortzetting op te focussen. 12. Wat heeft de dorpscoördinator gedaan aan de problematieken als gevolg van corona? Zie het antwoord op vraag 11. Verder heeft de dorpscoördinator meegewerkt aan het digitale vraag- en aanbodplatform op de site van het CMWW, ze heeft met verenigingen contact gehad en themabijeenkomsten van b.v. Eenzaamheid bijgewoond om mee te denken over de problematiek. 13. Hoe en wanneer is het verschil ontstaan tussen de doelstellingen van de dorpscoördinator en de daadwerkelijke tijdbesteding? De pilot betrof een experiment.

De pilot en ook de taakomschrijving van de dorpscoördinator waren van tevoren niet in beton gegoten of strak omlijnd in specifieke doelstellingen op een bepaald terrein. Op basis van de ervaringen wordt voorgestel naar de toekomst toe wel meer te focussen en taakomschrijving hierop aan te passen (richting sociaal domein). 14. Hoe worden de dorpscoördinatoren inhoudelijk aangestuurd en hoe is de verbinding met de ambtenaren? Binnen het hele governance verhaal? De huidige dorpscoördinator is in dienst van het CMWW, instelling voor maatschappelijke dienstverlening. Er vinden zeer regelmatig voortgangsgesprekken met de gemeente plaats, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Hierbij worden ervaringen uitgewisseld en acties geformuleerd indien nodig. 15. Wat hebben we geleerd uit deze pilot dat we meenemen naar de rest van de pilot? Dat de pilot te breed is ingezet en er meer focus moet komen. 16. Waarom wordt de pilot met 2 jaar verlengd, en niet gewoon met 6 maanden? Zie het antwoord bij vraag 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=18fd4119-0680-4819-8758-2f9dcc33b229