MvA technische voorvragen BL B1 (gewijzigd)
Tekst van het document
MEMORIE VAN ANTWOORD ------------------------------------------------------------------------------------------------------Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende ……. bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfracties Beekdaelen Lokaal ten aanzien van “agendapunt B.1" ter behandeling in de raadscommissie Fysieke Leefomgeving van 14 september 2023. Vraag 1:
Wat betekent aanleg Silt voor het imago van de gemeente? - Past Silt in onze visie op toerisme - hoeveel overnachtingen per jaar vinden wij ok in Beekdaelen – hoeveel bezoekers per jaar vinden we ok in Beekdaelen Antwoord: Zoals verwoord in het raadsvoorstel: Voorliggend initiatief valt door de omvang te typeren als een integrale gebiedsontwikkeling binnen een voortdurend in ontwikkeling zijnde omgeving, de A76- zone. De locatie is een “parel” in Beekdaelen die met de voorgestelde ontwikkeling opgepoetst wordt. Dit is vergelijkbaar met andere projecten die afgelopen jaren gerealiseerd zijn op basis van de ontwikkelagenda van onze gemeente. Het gebied dient te verworden tot een unieke locatie met een toekomstbestendige functie die past binnen gemeentelijke en provinciale opgaven en -ambities. Dit met een lokale ondernemer die het initiatief uitdraagt, ontwikkelt en beheert op eigen kracht. De groeves zijn onderdeel van de geschiedenis van het landschap, zijn uniek voor Nederland en bieden nieuwe mogelijkheden voor natuurontwikkeling. De afwerking van de groeve, maar ook de aanleg van het solarpark op de afgedekte stortlocaties, maakt ook de beleving van dit landschap mogelijk. Het particulier terrein zal voor het overgrote deel openbaar worden voor publiek, hetgeen nu niet het geval is. De ontwikkeling kan één van de iconen vormen langs de Beekdaelenroute.
De gemeente stimuleert de landschap- en groenbeleving, de gezonde- en moderne mobiliteitsconcepten en een goed vestigingsklimaat binnen de groene context van de gemeente. Het initiatief, dat op zichzelf een bovenlokaal karakter heeft, zal door haar markante verschijning en specifieke functie verworden tot een van de iconen langs de in
ontwikkeling zijnde Beekdaelenroute. Hierbij is het succes van de Beekdaelenroute het verbinden en voorzien van spreiding van vraag en aanbod. Bij drukte op een plek voorziet de Beekdaelenroute in een alternatief op andere locaties (iconen-principe) over een goede- veilige-, beleefbare- en toegankelijke infrastructuur. Deze integrale benadering van ontwikkelingen en verbindingen van opgaven in onze landelijke gemeente, zowel op projectniveau al gemeentelijk niveau, maakt Beekdaelen bijzonder en maatschappelijk relevant. Dit mede door de participatieve wijze waarop met name grotere particuliere initiatieven tot stand komen. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar bijlage 29 (Maatschappelijke meerwaarde), bijlage 25 (Factsheet), bijlage 28 (Advies van de themagroep Vrijetijdseconomie) en bijlage 27 (Participatieverslag - wat is met opmerkingen gedaan). In de huidige situatie zijn er binnen gemeente Beekdaelen circa 180.000 overnachtingen per jaar (op basis van inkomsten toeristenbelasting). In de haalbaarheidsstudie van Leisure Brains (bijlage 20) staat nadere info omtrent het aantal overnachtingen; met toevoeging van de accommodaties van Groevepark Silt, uitgaande van een jaarronde bezetting van 50%, neemt dit toe met naar schatting 47.300 extra overnachtingen; het aantal extra toeristen (bezoekers) wordt geschat op 12.000 per jaar. Vraag 2:
Wat betekent Silt voor het fauna en flora beheer/ontwikkeling - wordt dit door Silt beter/slechter/of op zelfde niveau - zijn hier uitspraken over van “organisaties die hier verstand van hebben” Antwoord: Door de aanleg van Silt wordt de biodiversiteit vergroot. De kale zandbodem van de huidige zandwinning wordt omgevormd naar een waterplas en natuurlijk en structuurrijke oevers die een grote overgang in biotopen tussen droog, vochtig en nat vormen. Hier zullen planten groeien en zich diersoorten vestigen die er nu helemaal niet voorkomen. De landbouwkavel (akker) ten noorden van de huidige groeve wordt omgevormd tot grasland en voorzien van hagen, houtwal en fruitbomen. Ter plaatse van het zonnepark zullen inheemse hagen bijdragen aan meer foerageer- en verblijfsgebied voor diverse diersoorten (o.a. vogels), de begrazing door schapen zal zorgen voor meer variantie in structuur. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkelingsmogelijkheden voor flora en fauna wordt vergroot ten opzichte van de huidige situatie. Een en ander wordt bevestigd door de diverse deskundige bureaus (onderzoeken) en is ook opgenomen in het bestemmingsplan; tevens is door de provincie een vergunning verleend in het kader van de Natuurbeschermingswet verleend (zie ook bijlage 2 van deze MvA ‘Natuur & Landschap als pijler van Silt’). Vraag 3:
Wat betekent Silt voor de stikstof problematiek - kan door de aanleg van Silt minder gebouwd worden aan huizen - anders gezegd: als we Silt niet aanleggen kan er meer gebouwd worden - (blijft er dan meer ruimte over voor andere projecten/woningbouw?) Antwoord: Bij Silt is sprake van intern salderen. Als dat niet gebeurt, betekent dat niet dat het niet benutte deel voor intern salderen voor andere projecten kan worden ingezet. Extern salderen is bemoeilijkt sinds de uitspraak van de Raad van State van 24 november 2021 over het project "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat" (ECLI:NL:RVS:2021:2627). Je mag sinds de uitspraak van eind vorig jaar de onderbouwing niet meer beperken tot een mitigerende maatregel die via de aan- en verkoopovereenkomst tot stand komt. Er moet een stap verder worden gegaan en in zoverre geldt een verzwaarde motiveringseis: om de intrekking van een vergunning voor een bedrijf als mitigerende maatregel te mogen inzetten, zal gemotiveerd moeten worden dat de verbeterdoelstelling, namelijk daling van stikstofdepositie, niet alleen met de intrekking van de vergunning, maar ook met andere maatregelen kan worden gerealiseerd. Deze maatregelen zullen concreet moeten zijn.
Met een verwijzing naar het beheerplan en landelijk en provinciaal beleid is – in ieder geval in de uitspraak van 24 november 2021 – onvoldoende inzicht geboden dat de daling van stikstofdepositie kan (en zal) worden gerealiseerd. Vraag 4:
Wie heeft er baat bij de aanleg van de zonnepanelen bij Silt Antwoord: Om bij te dragen aan de nationale opgave, is per regio een Regionale Energie Strategie (RES) uitgewerkt. De RES-Zuid Limburg 1.0 is in juli 2021 definitief vastgesteld door gemeenteraden, Provinciale Staten en het dagelijks bestuur van het Waterschap. In het kader van het RES-ZL-bod zijn een aantal zoeklocaties gedefinieerd in Zuid- Limburg. Deze gebieden zouden, in potentie, in aanmerking kunnen komen als mogelijke locatie voor het realiseren van duurzame energie. De gemeente Beekdaelen heeft het vuilstort aangewezen als potentieel zoekgebied. De plannen voor het zonnepark passen dus binnen Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De maatschappij (in het kader van de energietransitie en -behoefte), de ontwikkelaar en de eigenaar hebben hier profijt van. In het raadsvoorstel en de beantwoording van de zienswijze van de provincie (nota van zienswijzen bijlage 22) wordt ook verwezen naar de motie zonneweiden op regionale stortplaatsen (motie 2574 van 26 juni 2020) van Provinciale Staten, mede aanjager voor dit specifieke initiatief in Schinnen. De provincie laat zich in haar zienswijze niet uit over de opgave op zichzelf, waarmee geconcludeerd kan worden dat hiermee ook voldaan wordt aan de beleidsuitgangspunten van de provincie in dezen. Vraag 5:
Wat merk ik als inwoner van Beekdaelen van de aanleg van Silt - word ik hier een gelukkigere Beekdaeler van? - waarom zou ik als inwoner van Beekdaelen blij moeten worden van Silt?
Antwoord: Door de aanleg van Silt wordt het gebied toegankelijker en wordt een kwalitatief goed areaal uitloopgebied voor burgers op korte afstand van de kernen toegevoegd. Door de aanleg en het uitpijlen van wandel- en fietsroutes wordt het gebied goed bereikbaar en beleefbaar. Onderzoek toont aan dat de komst van Silt directe en indirecte werkgelegenheid oplevert en dat de verblijfsgasten ook goed zijn voor de lokale economie. Aan de andere kant zal er door de nieuwe functie meer (sociale) controle worden uitgevoerd waardoor naar verwachting geen of veel minder nachtelijke en/of illegale activiteiten plaatsvinden op met name de Hettekensweg en in de groeve. Het wegnemen van dit onveilige gevoel en deze onwenselijke activiteiten is ook heen resultaat van de komst van Silt. Er zijn ook een aantal zienswijzen waarin voorgaande is bekrachtigd. In bijlage 29 wordt de maatschappelijke meerwaarde nader geduid. Vraag 6:
Hoe ziet de financiering uit, wie participeert en voor hoeveel? - Welke garanties zijn er dat er ook daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in Silt. Antwoord: Als verwoord in het raadsvoorstel onder de paragraaf - Economische- en marktrisico’s en financiële risico’s- 'De risico’s liggen primair bij initiatiefnemer’. Ondanks dat het plan integraal aangeboden wordt als een gebiedsontwikkeling op eigen terrein is het plan bedrijfseconomisch op te splitsen in losse onderdelen. Alle onderdelen zijn overigens afhankelijk van elkaar in de exploitatie. De business case is per onderdeel helder onderbouwd door initiatiefnemer, waarmee de economische haalbaarheid is aangetoond.' De gemeente is niet verantwoordelijk voor Interne bedrijfsvoering of financiering vanuit de initiatiefnemer, maar heeft wel bij overeenkomst de afspraak gemaakt over het terug investeren van opbrengsten binnen het plangebied; dit wordt onder meer ook bewaakt door het aanbrengen van de fasering als zoals in het raadsvoorstel opgenomen. Vraag 7:
Buiten de 60 vakantiewoningen wordt in het oude woonhuis een groepsaccomodatie ingericht voor een 16-tal personen. Zijn deze kamers ook in het hoogste segment? Antwoord: Ja, dit is ook in het hoogste segment. Vraag 8:
Volgens mij is deze groepsaccomodatie bij de eerste presentatie niet genoemd. Is deze later aan het plan toegevoegd? Zo ja zijn er nog meer toevoegingen? Antwoord: De Groepsaccommodatie heeft van meet af aan in de stukken (Masterplan &
Haalbaarheidsstudie) gestaan. Er zijn geen elementen toegevoegd na de plan presentatie. Het masterplan is nu uitgewerkt in het voorliggende bestemmingsplan en mede op basis van participatie op punten verbeterd (zie participatieverslag bijlage 19). Vraag 9:
Er wordt gesproken over een 2e groepsaccomodatie binnen Silt. Klopt dit en waar wordt deze dan gerealiseerd? Antwoord: Neen, er is maar sprake van 1 groepsaccommodatie. Dit is ook zichtbaar op de Verbeelding, met duiding (sr-gro), ter plaatse van vm. woonhuis. Vraag 10:
Vrachtwagens die tijdens de zandwinning uit de groeve komen, moeten een behoorlijke helling nemen en daar is plots een wandel-/fietspad. Hoe wordt de veiligheid hier bewaakt? Antwoord: Hierover zijn in de overeenkomst tussen Gemeente en Bruls na een bijeenkomst met verkeersdeskundige en bewoners afspraken gemaakt. Ten tijde van de ontgronding is het terreindeel waar ontgrond wordt niet toegankelijk voor onbevoegden. De gemeente is geen bevoegd gezag binnen die grenzen; de provincie is bevoegd gezag aangaande ontgronden en de arbeidsinspectie i.v.m. veilig werken. Voor wat betreft de oversteek Grubbenweg zijn nadere afspraken gemaakt, evenals voor de Hettekensweg. Vraag 11:
In de bijlage wordt vaak de start van deze plannen vanaf 2022 genoemd. Wordt dit nog aangepast? Op pagina 8 van het raadsvoorstel wordt onder punt 8 aangegeven dat de ontgrondingsvergunning door de provincie in behandeling is genomen. Is er een kans dat de provincie deze vergunning niet verstrekt? Antwoord: In het raadsvoorstel is opgenomen dat start werken naar rato van de procedure (publiekrechtelijke besluitvormingstrajecten) opschuiven. De gemeente gaat niet over besluitvorming bij de Provincie of Waterschap. Aanpassing is niet nodig. Zie raadsvoorstel onderdeel fasering en de daarbij geschreven voetnoot. Vraag 12:
Zelfde pagina punt 9 Er bestaat een reële kans op beroep bij afdeling bestuursrecht van de Raad van State. Hoe komt u aan deze aanname.? Hoe stabiel is de onderbouwing van de gemeente in deze? Antwoord: Uit de analyse van de extern omgevingsmanager, welke gesproken heeft met de zienswijze indieners, als verwoord onder de paragraaf ‘proces’ van het raadsvoorstel,
is duidelijk dat er mensen principieel tegen voorliggend plan zijn. De kans op beroep is daarmee dus niet uit te sluiten. Er ligt vanuit de gemeente een stevig onderbouwde motivatie waaruit blijkt dat er ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan en de daaropvolgende zienswijzen benodigde wijzigingen zijn doorgevoerd aan het vast te stellen bestemmingsplan (zie ook bijlage 22 nota van zienswijzen). Zoals beschreven bij de paragraaf Proces in het raadsvoorstel zijn er zienswijze indieners die principieel tegen het plan zijn, op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de kans op het instellen beroep niet uit te sluiten is; daarmee is echter niets vermeld over de kans van slagen van een ingesteld beroep. Het bestemmingsplan is zodanig onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening op basis waarvan uw raad een besluit kan nemen. ZIENSWIJZEN SILT Vraag 13:
Het valt ons op dat m.n. bij de beantwoording van de gemeente aan de provincie vaker antwoorden gegeven worden die niet echt gevraagd worden. Heeft de provincie nog gereageerd naar aanleiding van de antwoorden van de gemeente. Antwoord: We hebben nog geen bericht ontvangen van de provincie Limburg aangaande het standpunt op de zienwijzen. Zoals aangegeven in de zienswijze beantwoording provincie (III) is er het nodige overleg geweest over de planvorming. De inhoudelijke beantwoording als verwoord in de zienswijze is een voortvloeisel van de gevoerde gesprekken tussen gemeente, initiatiefnemer en provincie over betreffende thema's. De provincie heeft net als iedere zienswijze indiener het recht om beroep in te stellen indien zij dit na besluitvorming van uw raad nodig acht. Vraag 14:
Ook bij beantwoording door de gemeente opstellingen van omwonenden en andere belangen-hebbende zijn de antwoorden vaak ontwijkend/geen echt antwoord op de stellingen. Hebben deze indieners van de zienswijzen hierna nog gereageerd op de antwoorden van de gemeente? Antwoord: De indieners van de zienswijzen hebben een brief ontvangen van de gemeente waarbij is verwezen naar de nota van zienswijzen, waarin door de gemeente een standpunt is geformuleerd. De zienswijzenota ligt overeenkomstig voorgeschreven procedure voor aan uw raad. Na besluitvorming worden de ingenomen standpunten en doorgevoerde wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan formeel ter kennis gebracht aan de indiener. Er bestaat een mogelijkheid voor inspreken bij de commissie Vraag 15:
Vaker wordt ook aangegeven dat men hierop terugkomt nadat de raad akkoord is met het raadsvoorstel. M.a.w. kan de provincie na goedkeuring door de raad het voorstel van Silt nog tegenhouden/vertragen omdat niet alle informatie gegeven is? Antwoord: Na vaststelling van het bestemmingsplan worden indieners van de zienswijzen (waaronder de provincie) formeel op de hoogte gebracht van het standpunt aangaande de zienswijzen. Er bestaat dan enkel de mogelijkheid om bij de afdeling bestuursrecht van de Raad van State een beroep in te dienen, zoals ook geformuleerd in de Wro en de Awb. Vraag 16:
Pagina 20 (zienswijzen) punt 17. Als gemeld wordt dat er bomen gekapt worden lijkt mij dit iets anders dan onderhoud van de tuin. Antwoord: Voor kappen en snoeien van houtopstanden geldt reguliere wet- en regelgeving. Vraag 17:
Pagina 26 (zienswijze). Is de uitspraak Hoger Beroep Omgevingsrecht Raad van State 30 maart 2016, inzake Fa. Bruls en gemeente Schinnen. Is deze uitspraak in te zien? Antwoord: Uitspraken van rechtbank of raad van state worden openbaar geregistreerd en zijn ten alle tijden in te zien. Vraag 18:
Pagina 30 en 31 stelling 15. In het antwoord wordt aangegeven dat de werkzaamheden op een kale zandbodem plaatsvinden. Maar ook dit verstoord m.i. de broedvogels. Antwoord: Voorafgaand en tijdens de planvorming is onderzocht en gebleken dat er geen broedvogels op de kale zandbodem zitten. Daarbij worden in eerste instantie geen werkzaamheden uitgevoerd in de periode 1 maart - 1 augustus. Voorafgaand aan de verdergaande ontgrondingsactiviteiten zal een ecoloog onderzoeken of er broedvogels aanwezig zijn op de zandbodem. De verwachting is echter dat deze niet zullen worden aangetroffen en dat het te ontgraven gebied ecologisch wordt vrijgegeven. Om te voorkomen dat broedvogels zich vestigen wordt struweel en lage ruigte net voor of direct na het broedseizoen verwijderd, zodat vestiging van broedvogels niet op gaat treden. Vanaf 1 maart wordt de groeve met grote regelmaat doorkruist met een graafmachine, om vestiging van broedvogels in delen waar werkzaamheden in dat jaar zijn gepland, te voorkomen. Optredende verstoring op broedvogels door uitvoering van werkzaamheden (met visuele verstoring en geluidsbelasting) gaat aanvangen vóór aanvang van het broedseizoen. Eventueel zich in de directe omgeving vestigende vogels zijn direct
gewend aan deze optredende verstoring. Bovendien zijn vogels niet heel gevoelig voor (geluids)verstoring, gezien de grote aantallen broedvogels op bijvoorbeeld schietterreinen en vliegvelden van defensie (gebieden met veel visuele verstoring en een hoge geluidsbelasting). Vraag 19:
Pagina 32 stelling 8. Waarom wordt er geen inspanningsverplichting qua natuur beschreven? De gemeente verwacht alleen maar dat er meer biodiversiteit komt, waarom niet vastleggen?
Antwoord: Onderzoeken liggen ten grondslag aan het bestemmingsplan, waarover de gemeente advies heeft uitgebracht en die door de gemeente zijn beoordeeld. De conclusie is dat de plannen kwalitatief goed gefundeerd zijn, dat het gewenste natuurdoel bereikt kan worden, waarbij de groeve van een droge- naar een natte biotoop transformeert (zie ook bijlage 2 van deze MvA ‘Natuur & Landschap als pijler van Silt’). Vraag 20:
Pagina 33 stelling 20. Hoe komt men bij de bewering dat de stelling onjuist is.? Antwoord: Ter illustratie verwijzen wij naar Groeve Spaubeek, alwaar de biodiversiteit door uitbreiding van foerageer- en leefgebieden voor planten en dieren succesvol heeft plaatsgevonden. Vraag 21:
Op pagina 36 (zienswijzen) wordt o.a. gesteld dat “team Silt’ de agenda’s hebben opgesteld, vergaderingen voorgezeten en genotuleerd. Zijn vergaderverslagen in te zien? Want het lijkt erop dat de vertegenwoordiging van omwonenden niet het standpunt van de buurt juist heeft weergegeven. Antwoord: Verslagen zijn in te zien bij de griffie. Daaruit blijkt dat alle verslagen door de klankbordgroep in de daaropvolgende vergadering (unaniem) zijn vastgesteld. Met uitzondering van vergadering 6., omdat vergadering 7 nog niet heeft plaatsgevonden (zie ook bijlage 19 en 27). Vraag 22:
Pagina 39 (zienswijzen) wordt onder stelling 3 aangegeven dat er een beperkt aantal evenementen mogen plaatsvinden op Silt. Eerder werd vermeld dat er GEEN evenementen georganiseerd mogen worden. Regeling via APV; wordt hier dan een toelichting gegeven op het aantal te mogen organiseren evenementen? Antwoord: Bedoeld wordt dat de regeling voor evenementen is geschrapt in het bestemmingsplan; indien evenementen al aan de orde zijn zal maatwerk plaatsvinden via de APV, waarbij evenementen ondergeschikt zijn. Hierbij geldt de filosofie van Masterplan Silt, waarbij rust en stilte de boventoon voeren. In tegenstelling tot de rest van het bestemmingsplan Buitengebied kan binnen het
plangebied van groevepark Silt met het schrappen van de passage evenementen geen gebruik gemaakt worden van het bestemmingsplan om 120 dagen per jaar een evenement te houden. Men valt net als geheel Beekdaelen terug op de Algemeen Plaatselijke verordening (APV). Vraag 23:
Pagina 48 punt 7. Het bestemmingsplan wordt voorafgaande aan de vaststelling voorgelegd aan de Gasunie Transport Services BV. Is de Gasunie akkoord? Antwoord: De Gasunie is op de hoogte van het standpunt inzake de ingediende zienswijzen en de bijbehorende wijzigingen van het vast te stellen bestemmingsplan. De zienswijze is volledig overgenomen en als door Gasunie geciteerd verwerkt in het bestemmingsplan. Daarmee is tegemoetgekomen aan de zienswijze en is het vast te stellen bestemmingsplan als zodanig gewijzigd. Vraag 24:
BIJLAGE 23 voortoets gebiedsbescherming Wnb (incl. AERIUS) - Pagina 16 punt 5.2.7. Optische verstoring. Waarom zijn optische verstoringen alleen aan de orde in natura 2000 gebieden? In de stelling wordt niet verwezen naar natura 2000 gebieden maar meer in algemeen. Antwoord: Optische verstoringen worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen. Die hebben betrekking op Natura 2000-gebieden. De voortoets van Cauberg Huygen heeft betrekking op gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming, wat ziet op Natura 2000-gebieden.