Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart
Tekst van het document
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Gemeenten Beek, Nuth en Stein Opdrachtgever: RUD Zuid-Limburg Documentcode:
Lievense Milieu B.V.
17M1123.RAP001
KvK
Telefoon
Versie
30152124
088 - 9102000
1.0
Postadres
Internet
Datum
Regulierenring 6 3981 LB Bunnik
Lievense.com
16 november 2018
Colofon Contactpersoon RUD Zuid-Limburg René Denis rfa.denis@rudzl.nl Contactpersonen Lievense Jeroen Spronk JSpronk@Lievense.com Baukje Meesen BMeesen@Lievense.com
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
17M1123.RAP001
1.0
Definitief
Paraaf
Opgesteld door
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
16.11.2018
Geverifieerd door
Functie
Datum
Baukje Meesen
Adviseur
16.11.2018
Akkoord projectleider
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
16.11.2018
Paraaf
Paraaf
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling Bodemkwaliteitskaart
1 1 1 3
2.1 2.2
3
Programma van eisen Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2) 2.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking 2.3.1 Selecteren beschikbare gegevens 2.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters 2.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet 2.3.4 Het opsporen van uitbijters 2.4 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2) 2.5 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2) 2.5.1 Aantal en spreiding meetgegevens 2.6 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie 2.7 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2) 2.7.1 Aantal en spreiding meetgegevens 2.7.2 Splitsen van deelgebieden 2.8 Vaststellen definitieve deelgebieden 2.9 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones 2.10 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 2.10.1 Inleiding 11 2.10.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden 2.10.3 Ontgravingskaart 2.10.4 Toepassingskaart 2.11 Bijzondere omstandigheden 2.12 Vaststellen gezamenlijke bodemkwaliteitskaart Samenvatting en conclusie
Bronvermeldingen
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
4 5 5 5 5 6 6 8 8 8 8 8 9 9 9 11 11 12 13 14 15 16 19
Overzicht bijlagen Bijlage 1 – Begrippenlijst Bijlage 2 – Selectie dataset Bijlage 3 – Specificatie uitbijters Bijlage 4 – Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 ̶ Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 ̶ Ligging bodemkwaliteitszones Kaartbijlage 3 ̶ Ontgravingskaart Kaartbijlage 4 ̶ Toepassingskaart (generiek kader Besluit)
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Binnen en tussen de gemeenten Beek, Nuth en Stein (hierna ‘de gemeenten’; zie figuur 1.1) vinden grondstromen plaats (ontgraven en toepassen van grond) en wordt grond tijdelijk opgeslagen. De regelgeving hiervoor is opgenomen in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit[1] [2] (hierna ‘het Besluit’ en ‘de Regeling’). De gemeenten willen haar grondstromenbeleid beter afstemmen op de plaatselijke situatie, meer grondstromen mogelijk maken (werk-met-werk-maken) en ook onderzoekskosten en -tijd besparen voorafgaand aan het nuttig toepassen van grond. Met het opstellen van deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart en een nota bodembeheer[3] willen de gemeenten het tijdelijk opslaan van grond en het toepassen/hergebruiken van grond beter faciliteren.
Figuur 1.1 Gemeenten Beek, Nuth en Stein
In deze rapportage staat beschreven volgens welke werkwijze de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. 1.2
Doelstelling
Het doel van het opstellen van de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeenten Beek, Nuth en Stein.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
1 / 19
De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeenten om met de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die het Besluit biedt bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie: • als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); • bij het toepassen van grond en baggerspecie op en in de landbodem; • om gebiedsspecifiek grondstromenbeleid uit te kunnen voeren.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
2 / 19
2 Bodemkwaliteitskaart Deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[4]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie. Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart). 2.1
Programma van eisen
Voor deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: • Het bodembeheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeenten Beek, Nuth en Stein. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het bodembeheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte (m-mv). • De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: o Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). o Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, waaronder ‘Loodsanering-haven’ (gemeente Stein) en ‘Transportroutes looderts’ (gemeente Stein; Wbb-locatie). o (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). o Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming[5] (Wbb; specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart), met uitzondering van de multifunctioneel gesaneerde locaties. o ‘MAA Airport’ (gemeente Beek; andere beheerorganisatie dan de gemeente). o Terrein DSM in Stein. o Waterbodems (andere beheerorganisaties dan de gemeenten) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[6]. o De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. o Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
3 / 19
•
De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de RUD Zuid-Limburg (exportdatum 11 december 2017), die de bodeminformatie voor de gemeenten beheert.
•
2.2
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)
De basis van de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik wordt een deelgebiedenkaart gedefinieerd. In overleg met de RUD Zuid-Limburg is voor de gebiedsindeling uitgegaan van de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten[7]. In het westelijk deel van de gemeente Stein is het beheer van zogenoemde ‘drogere oevergebieden’ van Rijkswaterstaat overgedragen aan de gemeente Stein. Deze gebieden zijn toegevoegd aan de deelgebieden ’B5. Buitengebied’ en ‘O2. Stein west’. Ook zijn in overleg met de RUD Zuid-Limburg een aantal delen van deelgebieden van bebouwde gebieden in de deelgebieden van het buitengebied komen te liggen. Ten slotte zijn de grenzen van de deelgebieden aangepast aan de grenzen van de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten. De onderscheiden deelgebieden zijn weergegeven in tabel 2.1. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). Tabel 2.1 Onderscheiden deelgebieden. Gemeente
Omschrijving deelgebieden
Beek
Bodemlaag 0-0,5 meter diepte B1. Oude kern Beek B2. Bedrijventerrein Beekerveld B3. Bedrijvenpark TPE/MAA-oost B4. Overig bebouwd gebied B5. Buitengebied Bodemlaag 0,5-2 meter diepte O1. Ondergrond gemeente Beek
Nuth
Bodemlagen 0-0,5 meter diepte én 0,5-2 meter diepte B1./O1. Oude bebouwing B2./O2. Overig B3./O3. Industrie/bedrijfsterrein B4./O4. Buitengebied
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
4 / 19
Vervolg tabel 2.1 Onderscheiden deelgebieden. Gemeente
Omschrijving deelgebieden
Stein
Bodemlaag 0-0,5 meter diepte B1. Oude kernen SEC (Stein, Elsloo en Catsop) B2. Oud Urmond en Berg B3. Meers en Maasband B4. Overig bebouwde kom B5. Industrie B6. Buitengebied Bodemlaag 0,5-2 meter diepte O1. Stein west O2. Stein oost
2.3
Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking
2.3.1
Selecteren beschikbare gegevens
De gegevens voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit het bodeminformatiesysteem van de RUD Zuid-Limburg (Nazca-i bodem: exportdatum 11 december 2017). In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart te komen. 2.3.2
Het samenvoegen van punt- en mengmonsters
De dataset voor de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens[8]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen. 2.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
5 / 19
De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen. 2.3.4
Het opsporen van uitbijters
Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door puntbronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Als de uitschieters tot een puntbron, type- of meetfout zijn te herleiden of als niet-representatief zijn beoordeeld in vergelijking met de andere resultaten van dat deelgebied, zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters. 2.4
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2)
Omdat de deelgebieden zijn gebaseerd op basis van drie bodemkwaliteitskaarten, zijn er relatief veel soortgelijke deelgebieden die in alle drie de gemeenten voorkomen. In overleg met de RUD Zuid-Limburg is besloten om in aanvulling op de indeling van de deelgebieden (zie § 2.2) de kwaliteitsklasse op basis van de meest actuele dataset ook als gebiedsonderscheidend kenmerkt te beoordelen. Hierdoor kunnen meerdere deelgebieden samengevoegd worden. De deelgebieden worden hierdoor groter en robuuster. Ook wordt de bodemkwaliteit per deelgebied beter onderbouwd omdat er meer analysegegevens beschikbaar zijn. Een aantal deelgebieden met een vergelijkbare kwaliteit en bodemfunctie(s) is samengevoegd. In tabel 2.2 is een overzicht gegeven van de samengevoegde deelgebieden (zie ook kaartbijlage 2). Tabel 2.2 Onderscheiden deelgebieden per bodemlaag. Bodemkwaliteitsklasse / Deelgebied (bodemfunctie(s))
ontgravingsklasse / P95>I?
Samengevoegd deelgebied
(kwaliteitsklasse bepalende stof) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) Stein B3. Meers en Maasband (Wonen)
Wonen / Industrie / Zink
Nuth B1. Oude bebouwing
Wonen / Wonen / -
(Wonen)
(cadmium, zink, PAK)
Stein B1. Oude kernen SEC (Stein, Elsloo en Catsop) (Wonen)
Wonen / Wonen / -
B1. Stein – Meers en Maasband
B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing
(molybdeen, zink, PAK)
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
6 / 19
Vervolg tabel 2.2 Onderscheiden deelgebieden per bodemlaag. Bodemkwaliteitsklasse / Deelgebied (bodemfunctie(s))
ontgravingsklasse / P95>I?
Samengevoegd deelgebied
(kwaliteitsklasse bepalende stof) Beek B3. Bedrijvenpark TPE/MAA-oost (Industrie) Nuth B3. Industrie/bedrijfsterrein (Industrie) Beek B2. Bedrijventerrein Beekerveld
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / -
B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie
(Industrie) Stein B5. Industrie (Industrie) Beek B1. Oude kern Beek (Wonen) Beek B4. Overig bebouwd gebied (Wonen, Industrie) Beek B5. Buitengebied (Landbouw/natuur) Nuth B2. Overig
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / -
B4. Beek/Nuth/Stein – Overig bebouwde gebieden
(Wonen) Stein B2. Oud Urmond en Berg (Wonen) Stein B4. Overig bebouwde kom (Wonen) Beek B5. Buitengebied (Landbouw/natuur) Nuth B4. Buitengebied (Landbouw/natuur)
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / -
B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied
Stein B6. Buitengebied (Landbouw/natuur) Beek O1. Ondergrond gemeente Beek (Industrie, Wonen, Landbouw/natuur) Nuth O1. Oude bebouwing (Wonen) Nuth O2. Overig (Wonen) Nuth O3. Industrie/bedrijfsterrein (Industrie)
LandbouwNatuur / LandbouwNatuur / -
O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
Nuth O4. Buitengebied (Landbouw/natuur) Stein O1. Stein west (Wonen. Landbouw/natuur) Stein O2. Stein oost (Industrie, Wonen, Landbouw/natuur)
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
7 / 19
2.5
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2)
2.5.1
Aantal en spreiding meetgegevens
De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: • Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. • De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: o Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 2.3.1),de voorbewerkingen (§ 2.3.3 en § 2.3.4) en het samenvoegen van deelgebieden, blijkt dat in deelgebied ‘B1. Stein – Meers en Maasband’ de stoffen barium, kobalt en molybdeen en de stofgroep PCB niet voldoen aan de minimumeis dat ten minste 20 meetgegevens beschikbaar moeten zijn. Omdat in de 6 deelgebieden van de gemeente Stein de betreffende stoffen niet kwaliteitsbepalend zijn en het gemiddelde organisch stofgehalte van de deelgebieden lager is dan 4%, zijn voor de 6 deelgebieden in de gemeente Stein de meetgegevens van de stoffen barium, kobalt en molybdeen en de stofgroep PCB samengevoegd. Op basis van de samengevoegde meetgegevens zijn de statistische parameters van de betreffende stoffen in deelgebied ‘B1. Stein – Meers en Maasband’ gebaseerd.
Vervolgens is nogmaals gecontroleerd of de deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Hieruit is gebleken dat een aantal niet-aaneengesloten deelgebieden niet voldoen aan de minimumeis. De ontbrekende gegevens zijn door aanvullend bodemonderzoek verkregen (zie § 2.6). 2.6
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie
In de niet-aaneengesloten deelgebieden waar minder dan 3 meetgegevens beschikbaar zijn, zijn de ontbrekende gegevens verzameld door bodemonderzoek uit te voeren (Lievense, projectcode SOB006779, 5 oktober 2018). De aanvullende meetgegevens zijn voorbewerkt (zie § 2.3.3 en § 2.3.4) en toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. 2.7
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2)
2.7.1
Aantal en spreiding meetgegevens
Met het verzamelen van de ontbrekende gegevens voldoen de (niet-aaneengesloten) deelgebieden, net zoals de andere deelgebieden aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (zie § 2.5.1).
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
8 / 19
2.7.2
Splitsen van deelgebieden
Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat voor meerdere deelgebieden voor één en soms meerdere stoffen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden. 2.8
Vaststellen definitieve deelgebieden
Alle deelgebieden voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten. De bodemkwaliteitszones zijn weergegeven in tabel 2.3 en op kaartbijlage 2. Tabel 2.3 Onderscheiden definitieve deelgebieden, bodemkwaliteitszones, per bodemlaag. Definitief deelgebied / bodemkwaliteitszone
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Stein – Meers en Maasband B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie B4. Beek/Nuth/Stein – Overig bebouwde gebieden B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
2.9
Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones
De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 2.10.3 en bijlage 1
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
9 / 19
onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In tabel 2.3 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 2.10.4). Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in deze bodemkwaliteitskaart niet voor.
Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In het bodembeheergebied van de gemeenten is in 5 van de 6 bodemkwaliteitszones sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen. Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit'). In tabel 2.4 is per bodemkwaliteitszone weergegeven voor welke stof een sterke heterogeniteit is vastgesteld. De betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones bevatten echter ruim voldoende meetgegevens om de kwaliteitsklasse goed te beschrijven.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
10 / 19
Tabel 2.4 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag. Bodemkwaliteitszone
Bodemkwaliteitsklasse
Kwaliteitsbepalende stof
Sterke heterogeniteit [aantal meetgegevens]
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Stein – Meers en Maasband B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie
Wonen
Cadmium, lood, zink, PCB, PAK
Minerale olie [22]
Wonen
Cadmium, zink, PAK
Minerale olie [222]
Landbouw/natuur
-
Minerale olie [393]
Landbouw/natuur
-
Minerale olie [580]
Landbouw/natuur
-
Minerale olie [221]
B4. Beek/Nuth/Stein – Overig bebouwde gebieden B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
2.10
Landbouw/natuur
-
-
Stap 8: Bodemkwaliteitskaart
2.10.1 Inleiding De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. 2.10.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In de gemeenten is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 2.1). De volgende uitgesloten locaties/gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: • Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). • ‘Loodsanering-haven’ (gemeente Stein). • ‘Transportroutes looderts’ (gemeente Stein; Wbb-locatie). • (voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • ‘MAA Airport’ (gemeente Beek; andere beheerorganisatie dan de gemeente). • Terrein DSM in Stein. • Waterbodems (andere beheerorganisaties dan de gemeenten) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
11 / 19
De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging. • Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb; specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart), met uitzondering van de multifunctioneel gesaneerde locaties. • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor een actueel overzicht van deze locaties moet, afhankelijk van de ligging van de ontgravings- en toepassingslocatie, contact worden opgenomen met de RUD Zuid-Limburg. Ook kan een deel van de informatie worden achterhaald via de website van het Bodemloket.nl (http://www.bodemloket.nl/kaart) of via het ‘Ondergrondportaal’ van de provincie Limburg (https://www.limburg.nl/onderwerpen/milieu/bodem/). Deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de gezamenlijke nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.
2.10.3 Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor bodemverontreiniging niet verdachte locatie. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. In de gezamenlijke nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 2.9). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 2.5 is de te verwachten ontgravingsklasse per zone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in kaartbijlage 3. De kleuren in tabel 2.5 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
12 / 19
Tabel 2.5 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone. Bodemkwaliteitszone
Verwachte
Kwaliteitsklasse
95-percentielwaarde >
ontgravingsklasse
bepalende stof
interventiewaarde
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Stein – Meers en Maasband B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie
Industrie
Zink
-
Wonen
Cadmium, zink, PAK
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
Landbouw/natuur
-
-
B4. Beek/Nuth/Stein – Overig bebouwde gebieden B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
Landbouw/natuur
-
-
2.10.4 Toepassingskaart De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). In tabel 2.6 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per zone aangegeven. Op kaartbijlage 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 2.6 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten).
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
13 / 19
Tabel 2.6 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit. Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctie
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis (generiek kader Besluit)
Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Stein – Meers en Maasband B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie B4. Beek/Nuth/Stein –
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Overig bebouwde gebieden B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied
Wonen Overig (landbouw/natuur)
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
Industrie Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
2.11
Bijzondere omstandigheden
De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (betere of juist slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Op terreinen die ooit een leeflaag van schone grond hebben gekregen, of oudere gesaneerde locaties is bijvoorbeeld een betere kwaliteit te verwachten. Een slechtere kwaliteit valt te verwachten op terreinen die (wellicht) door een puntbron verontreinigd zijn en ter plaatse van dempingen, stortplaatsen en lokale ophooglagen. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorbeelden hiervan zijn archeologie en cultuurhistorie, Natura2000-gebieden, Natuur Netwerk Nederland (NNN, voormalige Ecologische Hoofdstructuren), aardkundig waardevolle gebieden en waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen.
Op de website van de provincie Limburg is de ligging van deze gebieden te achterhalen: Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
14 / 19
2.12
Vaststellen gezamenlijke bodemkwaliteitskaart
Met deze gezamenlijke bodemkwaliteitskaart hebben de gemeenten een goed instrument in handen voor het toepassen van grond. Een gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag bij de toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem. Het te voeren gebiedsspecifieke grondstromenbeleid door de gemeenten wordt geformuleerd in de nieuwe gezamenlijke nota bodembeheer[3]. Deze nota bodembeheer moet, met deze bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart als bijlagen, bestuurlijk worden vastgesteld met een besluit van de gemeenteraden (zie artikel 44 van het Besluit en paragrafen 4.1.1 en 4.6.2 van de bij het Besluit behorende Nota van Toelichting). Hierop is de procedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
15 / 19
3 Samenvatting en conclusie Voor de gemeenten Beek, Nuth en Stein zijn op basis van bodemtype, gebruikshistorie, huidig bodemgebruik en bodemkwaliteit in totaal 6 bodemkwaliteitszones onderscheiden. Er zijn 5 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en 1 bodemkwaliteitszone in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden (kaartbijlage 2). De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart en op de kaarten aangegeven: • Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). • ‘Loodsanering-haven’ (gemeente Stein). • ‘Transportroutes looderts’ (gemeente Stein; Wbb-locatie). • (voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • ‘MAA Airport’ (gemeente Beek; andere beheerorganisatie dan de gemeente). • Terrein DSM in Stein. • Waterbodems (andere beheerorganisaties dan de gemeenten) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging.
• Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb; specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart), met uitzondering van de multifunctioneel gesaneerde locaties. • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. In tabel 3.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Op de ontgravingskaart (kaartbijlage 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Op de toepassingskaart (kaartbijlage 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden bodemlagen in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit. In tabel 3.2 is de grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet inzichtelijk zijn gemaakt als gebruik wordt gemaakt van het generieke kader van het Besluit.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
16 / 19
Tabel 3.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit. Verwachte Bodemkwaliteitszone
Bodemfunctie
ontgravingsklasse
Toepassingseis
(kwaliteitsbepalende
(generiek kader Besluit)
stof) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Stein – Meers en Maasband B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie B4. Beek/Nuth/Stein –
Wonen
Wonen
Industrie
B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied
Wonen (cadmium, zink, PAK)
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Overig bebouwde gebieden
Industrie (zink)
Wonen Overig (landbouw/natuur)
Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
Industrie Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
17 / 19
Tabel 3.2 Mogelijkheden vrij grondverzet generieke kader van het Besluit.
Uitgesloten gebied
B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied Landbouw/natuur
Onbekend
B4. Beek/Nuth/Stein – Overig bebouwde gebieden Landbouw/natuur
O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond
B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing Wonen
Ondergrond
B1. Stein – Meers en Maasband Industrie
kwaliteit
ontgravings-
Verwachte
Bovengrond
Ontgravingslocatie
Toepassingslocatie Bovengrond B1. Stein – Meers en Maasband B2. Nuth/Stein – Oude bebouwing B3. Beek/Nuth/Stein – Bedrijfsterreinen/industrie B4. Beek/Nuth/Stein – Overig bebouwde gebieden B5. Beek/Nuth/Stein – Buitengebied
Toepassingseis Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ondergrond O1. Beek/Nuth/Stein – Ondergrond Uitgesloten gebied
Landbouw/natuur
Onbekend
BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet een vooronderzoek volgens de NEN5725 worden uitgevoerd
Toepasbaar, vrij grondverzet, mits de ontgravingslocatie niet verdacht is voor een lokale bodemverontreiniging Niet toepasbaar, tenzij na partijkeuring en toetsing door de RUD Zuid-Limburg Onderzoek om samen met bodemfunctie de toepassingseis te bepalen (zie bijlage 1 kopje Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem), toetsing door de RUD Zuid-Limburg Geen vrij grondverzet
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
18 / 19
Bronvermeldingen [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7]
[8]
Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Nota bodembeheer gemeente Beek, Nuth en Stein, 2019. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Waterregeling, publicatie Staatscourant nr. 19353, 17 december 2009, inclusief update 1 januari 2014. Bodemkwaliteitskaart gemeente Beek, projectcode 05.B119,00, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 21 december 2006. Bodemkwaliteitskaart gemeente Nuth, projectcode 05.K047, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 19 september 2006. Bodemkwaliteitskaart gemeente Stein, projectcode 05.B119.00, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 21 december 2006. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
19 / 19
Overzicht bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Selectie dataset gezamenlijke bodemkwaliteitskaart Bijlage 3 Specificatie uitbijters Bijlage 4 Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018
Bijlage 1 Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
1 / 10
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: • Klasse Landbouw/natuur. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Beek, Nuth en Stein is het basispakket van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage).
Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
2 / 10
Klasse Wonen: • Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: • Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone.
Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
3 / 10
Aantal w aarne m inge n
Frequentieverdeling
140
50-perc
120
gemiddelde
100 80
95-perc
60 40 20 0
Gehalten (mg/kg)
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.
De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: (𝑃95 − 𝑃5) ℎ𝑒𝑡𝑒𝑟𝑜𝑔𝑒𝑛𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 = (𝑚𝑎𝑥𝑖𝑚𝑎𝑙𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑖𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑛𝑑𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
4 / 10
Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit.
Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen puntbron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor het gebiedsspecifiek beleid is opgenomen.
In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: • één of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfuncties; • de bodemkwaliteitskaart; • een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; • de vastgestelde Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox; • de maximale gewichtspercentage bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
5 / 10
Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond. Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kunnen vallen in één van de vier onderscheiden klassen: • Klasse Landbouw/natuur. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. • Klasse Niet toepasbaar.
Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: • De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. • De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: • De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
6 / 10
Onverharde wegbermen Onder onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinkerbeton-, of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; • als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Puntbron Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Spoorgeboden gronden Een zone van maximaal 11 meter vanuit het hart van het spoor en om emplacementen en grond vallend onder Rail Infra Trust en NS Vastgoed.
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart | Gemeenten Beek, Nuth en Stein | Documentcode: 17M1123.RAP001 | Status: Definitief | Versiedatum: 16 november 2018 | Bijlage 1 Begrippenlijst
7 / 10
Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
√
n
stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis
Overig (Landbouw/natuur)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Wonen
Landbouw/natuur
Overig (Landbouw/natuur)
Industrie
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond