BL- Memorie van Antwoord technische voorvragen commissie SLO-GIA
Tekst van het document
MEMORIE VAN ANTWOORD ------------------------------------------------------------------------------------------------------Memorie van Antwoord m.b.t. gestelde vóórvragen ex. artikel 10 van de “Verordening op de raadscommissies en beeldvormende bijeenkomsten Beekdaelen 2023” van de raadsfractie Beekdaelen Lokaal ten aanzien van het agendapunt B8. Raadsvoorstel inzake: Regiovisie 2024-2031 Aanpak Geweld in afhankelijkheidsrelaties Zuid-Limburg 'Samen sterk, iedereen veilig' ter behandeling in de raadscommissie Sociale Leefomgeving van 28 mei 2024 Vraag 1: Wat gaat volgens u op dit moment nog niet goed in de huidige aanpak of wat kan er nog verbeterd worden? Antwoord: De belangrijkste conclusies uit de evaluatie van de vorige Regiovisie ‘Geweld hoort nergens thuis,’ het Verwey-Jonkeronderzoek, de ontwikkelrichting van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind-en gezinsbescherming kennen veel overlap. Hier is rekening mee gehouden in het opstellen van de nieuwe regiovisie. Zo heeft het verbeteren van signaleringsvaardigheden van professionals blijvende aandacht nodig. Dat geldt ook voor het vergroten van bewustwording bij burgers en het activeren van burgers om hulp en advies te vragen. Daarnaast is het zorgen voor één aanspreekpunt voor gezinnen een aandachtspunt in de regio.
Regelmatig wordt regie onvoldoende belegd en is onduidelijk wat er dan van een regisseur wordt verwacht. Uit de evaluatie van de regiovisie blijkt verder dat er veel behoefte is aan deskundigheidsbevordering voor professionals. De multidisciplinaire trainingen in de visie ‘samenwerken aan veiligheid’ worden als good practice genoemd. Als netwerkpartners kunnen we zo nauwer samenwerken op basis van de visie en (dus) vanuit het belang van het gezin/gezinssysteem. Tenslotte zijn er anders t.o.v. de vorige regiovisie nu drie ontwikkellijnen opgenomen om de ambities te verwezenlijken en te borgen. Zo blijven we ons ontwikkelen door samen te leren van praktijksituaties. Daarnaast versterken Lerende Netwerken (zoals het Regionaal Netwerk Zorg Straf- RNZS) de professionaliteit en zorgen voor een betere samenwerking. Dit moet onder meer worden uitgebreid naar bestaande overleggen. Vraag 2: Op welke manier wordt er (meetbaar) gekeken naar of de nieuwe aanpak wel/niet beter is dan de vorige aanpak?
Antwoord: Het monitoren en evalueren van de Regiovisie GIA is een continu proces. De regionale projectleiders GIA vervullen hierin een belangrijke rol. De Regiovisie wordt door hen vertaald in een samenhangende programmatische aanpak, inclusief geïdentificeerde knelpunten, mogelijke oplossingsrichtingen, gewenste verbeteringen en aandacht voor het vieren van successen. De projectleiders jagen ook de uitvoering aan van deze aanpak en zijn het primaire aanspreekpunt in de regio en haken waar nodig aan bij landelijke ontwikkelingen. Ze evalueren bijvoorbeeld de manier hoe de meldcode is ingebed binnen gemeenten en andere netwerkpartners en of we in de praktijk ook echt doen wat met elkaar is afgesproken. Ze zijn ook alert op wat er nog beter kan, inclusief de borging en monitoring hiervan. Door middel van actieonderzoek wordt gemeten of de activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkelrichting die we beogen. Op basis van ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht kunnen acties worden bijgesteld. Veranderde inzichten en landelijke ontwikkelingen kunnen ook aanleiding geven tussentijds activiteiten te wijzigen of toe te voegen. Elke twee jaar wordt het uitvoeringsplan geëvalueerd en bijgesteld waar nodig. Met behulp van een procesevaluatie wordt jaarlijks beoordeeld of het beleid op de juiste wijze en naar tevredenheid is uitgevoerd.
Voor het evalueren op het niveau van praktijksituaties worden vooral lerende netwerken ingezet, waaronder het Regionaal Netwerk Zorg Straf. Hierbij wordt gebruik gemaakt van informatie uit de praktijk: wat werkt niet, maar vooral: wat werkt wél. Hierbij worden ervaringsdeskundigen betrokken. Zo kan er samen deskundigheid ontwikkelt worden en succesvolle interventies met elkaar worden gedeeld. Daarmee verbetert de kwaliteit van het werk binnen het gehele netwerk. Voor de procesevaluatie wordt gebruik gemaakt van de reguliere overlegstructuur van de Ambtelijke Adviesgroep Geweld in Afhankelijkheidsrelaties waar ook Beekdaelen ambtelijk in is vertegenwoordigd.