Bijlage: Ontwerpbesluit Terstraten 1 Nuth
Tekst van het document
ONTWERPBESLUIT OP AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Op 5 oktober 2021 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Betreft Ontwerpbesluit Besluitdatum Kenmerk Z/21/166397
Ontvangen op:
5 oktober 2021
Locatie activiteit(en):
Terstraten 1, Nuth
Betreft:
het aanleggen van een natuurzwemvijver
Zaaknummer:
Z/21/166397
Documentnummer D2022-07-031064 Bevoegd gezag Gelet op de projectbeschrijving en op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage, zijn wij het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te behandelen. Wij besluiten de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Wij besluiten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is bij de voorbereiding van deze aanvraag om deze omgevingsvergunning. In de onderdelen van dit besluit hebben wij een en ander verder uitgewerkt. Beekdaelen, 20 december 2022 Met vriendelijke groet, {{esl:Signer1:Capture:size(200,50)}}
D.van Asten Medewerker Omgevingswet
Onderdelen van dit besluit: 1. Samenvatting van het besluit 2. Vergunde activiteiten 3. Procedure 4. Zienswijzen 5. Inwerkingtreding 6. Voorschriften 7. Overwegingen
De gemeente mag persoonsgegevens verwerken. Dit staat in artikel 6 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De door u verstrekte gegevens zullen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor u ze heeft verstrekt. Wilt u uw persoonsgegevens inzien, verbeteren, aanvullen, verwijderen of afschermen? Stuur dan een brief, met uw verzoek, naar gemeente Beekdaelen t.a.v. het college van B&W. Meer info? Zie beekdaelen.nl/privacy.
1. Samenvatting van het besluit Op de locatie Terstraten 1, 6361 GJ te Nuth heeft initiatiefnemer een ecologische natuurzwemvijver met paddenpoel en visvijver aangelegd (hierna: natuur(zwem)vijver). Burgemeester en wethouders hebben, gelet op artikel 2.1, 2.10, 2.11, 2.12 en 2.15 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), besloten om de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. Besluit op aanvraag omgevingsvergunning Wij besluiten de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Hoe we tot ons besluit zijn gekomen is beschreven bij het onderdeel 7 (Overwegingen). De volgende bijbehorende documenten maken onderdeel uit van dit besluit: • Ruimtelijke Onderbouwing • Ecologisch onderzoek 2. Vergunde activiteiten De omgevingsvergunning geldt voor de volgende activiteit(en): • Het bouwen van een bouwwerk (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, lid 1, sub a). • Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, lid 1, sub b).
• Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of voorbereidingsbesluit (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, lid 1, sub c). • Het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, lid 1, sub f). 3. Procedure De omgevingsvergunning is met de uitgebreide procedure voorbereid. Deze procedure is beschreven in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn waarbinnen wij op deze aanvraag moeten hebben beslist bedraagt 6 maanden. Deze termijn is een termijn van orde.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Adviezen en verklaringen Wij hebben uw aanvraag voor advies en/of verklaring van geen bedenkingen voorgelegd aan de volgende instanties/bestuursorganen (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.26/2.27 en Besluit omgevingsrecht, artikelen 6.1 tot en met 6.4): Advies Advies Naam gevraagd ontvangen Monumentencommissie
31-03-2021 24-05-2022
31-03-2021 01-06-2022
Rayonplanoloog Provincie Limburg
20-04-2022
02-05-2022
Ecoloog Provincie Limburg
22-06-2022
26-07-2022
Waterschap Limburg
17-05-2022
09-06-2022
Naam
Advies gevraagd
Advies ontvangen
Gemeenteraad Gemeente Beekdaelen (VVGB)
[datum]
[datum]
Deze adviezen en verklaringen hebben we verwerkt in de onderdelen 6 (Voorschriften) en 7 (Overwegingen). 4. Zienswijzen Vanaf [datum van] tot en met [datum t/m] ligt dit ontwerpbesluit ter inzage. Iedereen heeft dan de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen. De zienswijzen betrekken we bij het definitieve besluit. 5. Inwerkingtreding Het gaat nu om een ontwerpbesluit. U mag de aangevraagde activiteiten nog niet uitvoeren. 6. Voorschriften Aan deze beschikking zijn de volgende voorschriften verbonden. Voorschriften Bouwen • Voorwaarden monumentencommissie: • de zijkanten van de keermuur dienen in het landschap te worden opgenomen, en • de vijver dient ter ondersteuning van de flora en fauna. het gebruik van chemicaliën of verwarmingsinstallaties is in strijd met het voorziene gebruik als natuurvijver. Zuivering vindt dan ook alleen plaats via een natuurlijke wijze (helofytenfilter). • Na realisatie van het vergunde is de eigenaar/bewoner/rechthebbende verplicht om de landmeters van Het Gegevenshuis vrije toegang te verlenen tot het gehele perceel voor zover dat nodig is voor het inmeten van de geometrie van de buitenkant van het pand. 7. Overwegingen Hoe we tot ons besluit zijn gekomen (overwegingen), motiveren wij hieronder (artikel 3:46 en artikel 3:47 Algemene Wet Bestuursrecht). Elke wet heeft een doel.
Wij mogen alleen vergunningen verlenen ter bescherming van dat doel. HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK Wettelijke grondslag In artikel 2.10, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is aangegeven wanneer een omgevingsvergunning voor deze activiteit wordt geweigerd. De omgevingsvergunning mag slechts worden geweigerd als het project in strijd is met de relevante bepalingen van het bestemmingsplan, de redelijke eisen van welstand, de relevante bepalingen van het Bouwbesluit 2012 en de Bouwverordening van de gemeente. OverwegingenBij het nemen van het besluit op deze aanvraag hebben wij het volgende overwogen. Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Bestemmingsplan Op de onderhavige locatie geldt het (onherroepelijke) bestemmingsplan ‘Kleine kernen’. Van toepassing zijn de twee enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. De natuur(zwem)vijver komt te liggen binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor behoud en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Daarnaast ligger er meerdere dubbelbestemmingen op het perceel, te weten:
• ‘Waarde – Beekdal’ • ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ • ‘Waarde – Ecologie’ • ‘Waterstaat – Erosie’ Tevens kent het perceel twee gebiedsaanduidingen: • Veiligheidszone – leiding 2 • Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen 2 Het bouwplan heeft betrekking op (bouw)werkzaamheden die in strijd zijn met de regels en/of de verbeelding van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Kleine kernen’. De overwegingen zijn opgenomen in onderdeel 'Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met regels van ruimtelijke ordening' van dit besluit. Redelijke eisen van welstand Het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand, zoals vastgelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Het bouwplan valt in een gebied waar een bijzonder welstandsniveau geldt. Een Beschermd Stadsgezicht/Dorpsgezicht (en tevens Rijksmonument) is een gebied van bijzondere cultuurhistorische waarde, waarvan om die reden besloten is dat het de moeite waard is om zo behouden te worden, dat die waarden niet aangetast worden. De natuur(zwem)vijver wordt op ca. 30 meter van het hoofgebouw gerealiseerd binnen de contouren van de waarde 'Beschermd dorpsgezicht'. De locatie is gelegen binnen een bebost gebied.
Uit de beoordelingscriteria 'Beschermd stads- en dorpsgezicht' blijkt dat het beleid ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit is gericht op het beschermen en instandhouden van de bestaande waardevolle structuur. Aanpassingen dienen in hoge mate te worden afgestemd op de kleinschalige basisstructuur. Aandacht is nodig voor de ruimtelijke kwaliteit van relatief grootschalige ontwikkelingen in de omgeving. Er is sprake van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Op grond van de beoordelingscriteria 'Beschermd stads- en dorpsgezicht' zijn derhalve in onderhavig geval enkel gebiedsgerichte criteria van toepassing. Het plan is op 31 maart 2021 voorgelegd aan de Monumentencommissie, welke positief heeft geadviseerd. De voorschriften zijn nader in dit besluit opgenomen. Tevens is het plan op 24 mei 2022 nogmaals aan de Monumentencommissie voorgelegd. Geconstateerd is dat een aanlegvergunning is vereist. In het verlengde daarvan dient het plan door de Monumentencommissie te worden beoordeeld, aldus artikel 23.3.3 van het bestemmingsplan 'Kleine kernen'. In het kader van de zorgvuldigheid is het plan daarom nogmaals voorgelegd aan de Monumentencommissie. De Monumentencommissie heeft het plan in zijn totaliteit bekeken en heeft wederom een positief advies afgegeven. De voorschriften zijn in dit besluit opgenomen bij punt 6.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Bouwbesluit 2012 Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen uit het Bouwbesluit 2012. Bouwverordening De Bouwverordening Beekdaelen is niet aanvullend van toepassing op dit bouwplan. Het bouwplan is dan ook niet getoetst aan de bepalingen uit deze bouwverordening. Conclusie
Op grond van de voorafgaande overwegingen is geen sprake van een weigeringsgrond en wordt de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend. HET GEBRUIKEN VAN GRONDEN OF BOUWWERKEN IN STRIJD MET REGELS VAN RUIMTELIJKE ORDENING Beoordeling ruimtelijk kader Op de onderhavige locatie geldt het bestemmingsplan ‘Kleine kernen’. Van toepassing zijn de twee enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. De natuur(zwem)vijver komt te liggen binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor behoud en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Daarnaast ligger er meerdere dubbelbestemmingen op het perceel, te weten: • ‘Waarde – Beekdal’ • ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ • ‘Waarde – Ecologie’ • ‘Waterstaat – Erosie’ Tevens ken het perceel twee gebiedsaanduidingen: • Veiligheidszone – leiding 2 • Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen 2 Strijdigheden Het aanleggen van de natuur(zwem)vijver is in strijd met de volgende artikel(en) van het bestemmingsplan 'Kleine kernen': • Artikel 6.2.2 • Artikel 22.2 • Artikel 23.2 In artikel 6.2.2.
zijn voorschriften opgenomen betreffende bouwwerken, geen gebouwen zijnde: "Op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 1,50 meter." Het verzoek is hiermee in strijd. Tevens is het plan in strijd met artikel 22.2 van het bestemmingsplan 'Kleine kernen'. In dit voorschrift is opgenomen dat bouwen op de voor 'waarde Beekdal' aangewezen gronden is toegestaan, mits de bouwwerken van geringe omvang zijn en noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van een watergang of buffer. Ter verduidelijking is in dit voorschrift omschreven wat verstaat wordt onder een geringe omvang. De natuur(zwem)vijver voldoet niet aan de gestelde voorwaarden genoemd in artikel 22.2 en daarmee treedt er een strijdigheid op.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Verder is het plan in strijd met artikel 23.2 van het bestemmingsplan 'Kleine kernen'. In artikel 23.2 zijn bouwregels opgenomen voor wat betreft het bouwen op de voor 'Waarde - beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden. Bouwen is toegestaan, mits voldaan wordt aan de drie genoemde voorwaarden. Het plan voldoet niet aan de drie genoemde voorwaarden, nu bebouwing enkel mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming. Gelet op de onderliggende bestemming 'Agrarisch met waarden', is bouwen uitgesloten. Nu niet voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden, is er sprake van strijd met artikel 23.2 van het bestemmingsplan 'Kleine kernen'. Opheffen van de strijdigheden In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat het alleen mogelijk is aan een afwijking van het bestemmingsplan mee te werken als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, en:
1. het bestemmingsplan dit zelf mogelijk maakt (binnenplanse afwijking); 2. het Besluit omgevingsrecht (Bor) vergunningverlening mogelijk maakt (kleine buitenplanse afwijking); 3. het besluit op het bouwplan een goede ruimtelijke onderbouwing inhoudt (buitenplanse afwijking met uitgebreide procedure). Uitgebreide buitenplanse afwijking Het bestemmingsplan voorziet niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor bovengenoemde strijdigheden op te heffen. Ook het Besluit omgevingsrecht biedt geen mogelijkheid om medewerking te verlenen aan de aanvraag. Daarom resteert de mogelijkheid om met toepassing van de uitgebreide afwijkingsprocedure de strijdigheden met het bestemmingsplan op te heffen. Hierbij is vereist dat het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3° Wabo). Beoordeling afwijkingsmogelijkheid Er kan medewerking worden verleend aan een aanvraag om een omgevingsvergunning, omdat de gewenste ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het rijk, provinciaal en gemeentelijk beleid en daarom een gewenste ontwikkeling is. De aanvraag is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing ‘Omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing - Terstraten 1 Nuth’, opgesteld door Aelmans, d.d. [dag maand jaartal] met kenmerk [kenmerk].
De aanvraag is tevens voorzien van een ecologisch onderzoek 'Ecologisch onderzoek Terstraten 1 te Nuth, opgesteld door J.J. Jager en J.B.P. van der Stroom, [dag maand jaartal] met kenmerk [kenmerk]. In zowel de ruimtelijke onderbouwing als in het ecologisch onderzoek wordt aangetoond dat er sprake is en blijft van een goede ruimtelijke ordening. Provinciale verordening Het perceel ligt in het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg en in de bronsgroene landschapszone, grenzend aan de goudgroene natuurzone. Het beleid (POL2014) is erop gericht om de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone (groenblauwe mantel) te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema's biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden ('ja-mits'). In het kader van de vermaatschappelijking van het natuurbeleid wordt er bovendien naar gestreefd om zoveel mogelijk ok de vele burgers en bedrijven - met name in steden en dorpen - die nog geen betrokkenheid hebben bij natuur en landschap kansen te bieden om in de eigen omgeving bij te dragen aan behoud en ontwikkeling van natuurwaarden.
tevens zullen burgers en bedrijven door de Provincie Limburg gefaciliteerd worden om - waar dat kan binnen de geldende kaders - door hen gewenste ontwikkelingen op het gebied van natuur en landschap te realiseren. Herstel van de biodiversiteit vindt plaats via verbetering van de leefgebieden voor (groepen van) bijzondere soorten; onder meer door de abiotische omstandigheden te verbeteren voor die soorten(groepen). Daarbij speelt het stimuleren van de aanleg van natuur- en landschapselementen een belangrijke rol. Zo kan ruimte geboden worden aan ontwikkelingen die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van dat landschap. Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Na analyse en afstemming met de afdeling landschap en natuur is geconcludeerd dat er geen bezwaren zijn voor de aanleg van een ecologische vijver op deze plek. Er is geconstateerd dat er voldoende aanpassingen aan het plan zijn gedaan t.o.v. het eerste plan een meer natuurlijke uitstraling te geven. met deze meer ecologische inrichting ontstaat meer landschappelijke waarde en daarmee vinden we deze vijver passend in de bronsgroene landschapszone (groenblauwe mantel).
De ruimtelijke onderbouwing is volledigheidshalve aan de Provincie Limburg toegestuurd met het verzoek om een reactie: "Voorheen werd gesproken van een ecologische natuurvijver waar geen zwemfunctie uit bleek. In de nu voorleggende stukken (ruimtelijke onderbouwing en ecologisch onderzoek) is sprake van een natuurzwemvijver, waardoor er geen onduidelijkheid meer bestaat over de zwemfunctie van een deel van de vijver. De strekking van het plan is verder onveranderd ten opzichte van het vorig schrijven. Ons standpunt dat het aangepaste plan voor een meer ecologische inrichting met meer landschappelijke waarde zorgt en wij deze daarmee passend vinden in de bronsgroene landschapszone, is daarmee ook onveranderd." Waterschap Het waterschap heeft in het gebied waar de natuur(zwem) vijver is aangelegd, geen belangen. Er is geen directe relatie met oppervlakte water in het beheer bij het waterschap. Wanneer er geen water wordt geloosd op het dichtstbijzijnde oppervlaktewater en er geen grondwater wordt onttrokken is geen melding bij of vergunning van het waterschap vereist. Wanneer hemelwater via de vijver wordt afgevangen en wordt gezuiverd heeft dit een positief effect op de waterhuishouding. Hetgeen ook blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing. Ecologie Het ecologisch onderzoek is ter beoordeling uitgezet aan de ecoloog van de Provincie Limburg.
De ecoloog is het in grote lijnen eens met het ecologisch onderzoek, maar had enkele opmerkingen: • Bij de groenblauwe mantel (voorheen bronsgroene landschapszone) sturen we op de kernkwaliteiten van het landschap. In dat opzicht doet de aanwezigheid van verlichting bij de natuur(zwem)vijver afbreuk aan de kernkwaliteiten. In het bijzonder omdat het perceel tegen een natura 2000-gebied is gelegen. • Wat betreft de Wnb soorten hebben vleermuizen en vliegend hert ook last van verlichting. Dit wil niet zeggen dat er een significant effect is, maar de aanwezigheid van deze zwaar beschermde soorten ondersteund wel dat de verlichting eigenlijk moet worden verwijderd danwel aangepast moet worden op de soorten in dat gebied.’ Het advies van de ecoloog heeft ook de initiatiefnemer bereikt. Initiatiefnemer is bereid om de mogelijkheden te onderzoeken om de verlichting aan te passen op de soorten van het gebied dan wel bereid is om de verlichting conform het advies te verwijderen. Zienswijzen tegen ontwerpbesluit omgevingsvergunning Gelet op artikel 3.10 lid 1 onder a van de Wabo is voor deze omgevingsvergunning de uitgebreide procedure van toepassing. Dit houdt in dat deze ontwerpbeschikking wordt gepubliceerd en gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd en iedereen in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen in te brengen.
Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad Op grond van artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kan een omgevingsvergunning niet eerder verleend worden dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Optie ontwerp-vvgb door raad Op [datum] heeft de gemeenteraad besloten een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het project. Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen De ontwerp-verklaring van geen bedenkingen heeft, als onderdeel van deze ontwerpbeschikking, van [dag maand jaartal] tot en met [dag maand jaartal] ter inzage gelegen voor een ieder. Een ieder is binnen deze termijn in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen tegen deze
verklaring. Optie zienswijze Zienswijzen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad Er zijn binnen de gestelde termijn zienswijzen naar voren gebracht tegen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. De raad heeft op [dag maand jaartal] besloten deze zienswijzen niet over te nemen en de verklaring van geen bedenkingen wel/niet af te geven. Optie zienswijze(n) ingediend Ons standpunt over deze zienswijze(n) is opgenomen in het zienswijzenverslag (zie: bijlage X van dit besluit). Definitieve verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad optie Categorieën van gevallen geen vvgb raad Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht tegen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. Op grond van het Raadsbesluit van [datum] [naam besluit/ ‘Categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist’], is er géén definitieve verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk. Reden hiervoor is dat geen zienswijzen tegen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen naar voren zijn gebracht en de ontwerp-omgevingsvergunning ongewijzigd is gebleven (zie [artikel of onderdeel] van voornoemd raadsbesluit). Conclusie Na afweging van alle relevante ruimtelijke belangen is besloten om de omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan.
Er is gebleken dat deze aanvraag niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving ter plaatse. Vanuit ruimtelijk oogpunt bestaan geen bezwaren tegen deze aanvraag. Optie weigering vvgb Na afweging van alle relevante ruimtelijke belangen is besloten om de omgevingsvergunning niet te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. Er is gebleken dat deze aanvraag zal leiden tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving ter plaatse nu de raad heeft geweigerd een verklaring van geen bedenkingen af te geven.
Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald Op grond van het bestemmingsplan is een omgevingsvergunning vereist voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald. Conform de artikelen 6.6.1, 22.3.1, 23.3.1, 25.2.1 en 26.4.1 van het bestemmingsplan Kleine kernen is een zogenoemde aanlegvergunning nodig.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Artikel 6.6.1 - aanlegvergunning Enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' In artikel 6.6.1 is bepaald in welke gevallen een aanlegvergunning is vereist. In onderhavig geval doet zich de situatie voort dat een aanlegvergunning is vereist, aangezien er sprake is van het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en het afgraven van de bodem, onder andere voor de aanleg van drinkpoelen. Uit artikel 6.6.3 van het bestemmingsplan 'Kleine kernen' volgt dat de aanlegvergunning om de werken of werkzaamheden uit te voeren, slechts toelaatbaar zijn indien de werken of werkzaamheden, direct dan wel indirect, de te verwachten gevolgen van de in artikel 6.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Voorgaande
dient met een onderbouwing te worden aangetoond. Initiatiefnemer heeft zowel een ruimtelijke onderbouwing overlegd, alsook een ecologisch onderzoek. Hieruit blijkt dat er sprake is van behoud en zelfs ontwikkelingen op verbetering van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke cultuurhistorische waarden. Door de toevoeging van de vijvers is er meer dynamiek in het landschap gekomen en zijn er meer biotopen en niches ontstaan. Met de aanleg van de vijver ontstaat er een foerageergebied voor amfibieën en insecten. Tevens is er sprake van oppervlaktewaterbeheersing, erosiebestrijding en bescherming van aangrenzend natuurgebied. Met de aanleg van de vijver is er een drinkplek gecreëerd en vooral in tijden van droogte van zowel de kwelpoel als de beek betreft dit een goed alternatief. Gezien de vijvers een gesloten systeem vormen, worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden. Artikel 22.3.1 - aanlegvergunning dubbelbestemming 'Waarde-Beekdal'. De voor ‘waarde- beekdal’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en versterking van de natuurlijke waterhuishouding, betreffende zowel het oppervlaktewater als het grondwater, en de daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten, zoals is omschreven in artikel 22.1.
In artikel 22.3.1 is omschreven dat het in een aantal gevallen verboden is om werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, waaronder het aanleggen of verharden van oppervlakteverhardingen, het ontginnen, bodemverlagen of afgraven van de bodem voor de aanleg van drinkpoelen. In onderliggende situatie is van voorgaande gevallen sprake, en is een aanlegvergunning vereist. Alvorens een aanlegvergunning kan worden verleend, dient met een onderbouwing te worden aangetoond dat de genoemde waarden en doeleinden, zoals omschreven in artikel 22.1 niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Uit de aangeleverde documentatie, ruimtelijke onderbouwing en ecologisch onderzoek, blijkt dat de waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel dat de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. De natuurwaarde neemt zelfs toe. Het water in de vijver bevindt zich in een gesloten systeem en lekt niet uit in de omgeving. Tevens wordt er geen water onttrokken aan het grondwater voor het vullen van de vijver. Er is verder geen directe relatie met een oppervlaktewater in het beheer bij het waterschap. Wanner er geen water wordt onttrokken is geen melding bij of vergunning van het waterschap vereist.
Wanneer hemelwater via de vijver wordt afgevangen, dan kan dit een positief effect hebben op de waterhuishouding. De realisatie van de vijver heeft tot gevolg dat het hemelwater nog steeds kan infiltreren in de bodem, zodat het grondwaterpeil kan worden aangevuld. Met de te realiseren natuurzwemvijver wordt namelijk verharding, met beperkte oppervlak, aangebracht. Het infiltrerend vermogen van de gronden wordt ter plaatse niet aangetast. Hierdoor is er sprake van een verbetering van de waterbuffering ten opzichte van de oude situatie. Gelet op voorgaande kan de aanlegvergunning worden verleend.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Artikel 23.3.1 - aanlegvergunning dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' De voor ‘Waarde beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande bebouwing, bouwwerken, bebouwde gronden en beeldbepalende landschappelijke structuren zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang, die een beeld opleveren dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap, de cultuurhistorische en natuurlandschappelijke waarde en de ruimtelijke structurele samenhang, zoals omschreven in artikel 23.1 van het vigerende bestemmingsplan. In artikel 23.3 zijn de vereisten opgenomen voor een aanlegvergunning. In artikel 23.3.1 zijn de gevallen genoemd waarin het verboden is om, zonder een omgevingsvergunning, werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren. In casu is er sprake van het afgraven van gronden, het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, waardoor een aanlegvergunning is vereist. Een aanlegvergunning kan worden verleend als de werken of werkzaamheden toelaatbaar zijn, indien de cultuurhistorische waarden
behouden blijven en door die werken of werkzaamheden, direct dan wel indirect, te verwachten gevolgen van de in artikel 23.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Een en ander dient met een onderbouwing te worden aangetoond. Tevens dient de Monumentencommissie te zijn gehoord. Een beschermd stadsgezicht of beschermd dorpsgezicht is een gebied van bijzondere cultuurhistorische waarde, daarom is het de moeite waard om dat gebied te behouden en om aantastingen tegen te gaan. De cultuurhistorische waarden blijven behouden. Er wordt geen onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische waarden gedaan. Er blijft sprake van behoud van de ter plaatse bestaande bebouwing, beeldbepalende landschappelijke structuren, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang, die een blijvend beeld opleveren dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap, de cultuurhistorische en natuurlandschappelijke waarde en de ruimtelijke structurele samenhang, hetgeen ook blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing. In het verlengde daarvan is het initiatief ter beoordeling voorgelegd aan de Monumentencommissie, welke in deze is gehoord op 24 mei 2022.
De Monumentencommissie blijft bij diens standpunt, hetgeen inhoudt dat de Monumentencommissie positief is jegens het plan en daarmede een aanlegvergunning kan worden verleend.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397
Artikel 25.2.1 - aanlegvergunning dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' In artikel 25.2.1 is bepaald in welke gevallen een aanlegvergunning is vereist. In onderhavig geval doet zich de situatie voort dat een aanlegvergunning is vereist, aangezien er sprake is van het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het afgraven van de bodem, onder andere voor de aanleg van drinkpoelen, het aanbrengen en/of aanleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en het aanleggen van voorzieningen voor de opvang van hemelwater (artikel 25.2.1 onder a, b, d en e). In artikel 25.2.3 is bepaald dat de werken of werkzaamheden, als bedoeld in artikel 25.2.1, slechts toelaatbaar zijn voor zover de werken of werkzaamheden de ecologie van de aanwezige natuurwaarden en/of soorten niet aantasten en indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in de aanhef van dit artikel genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Een en ander met een onderbouwing te worden aangetoond. In zowel de ruimtelijke onderbouwing als het ecologisch onderzoek wordt verduidelijkt dat er reeds sprake is van een gevarieerd landschap met veel verschillende landschapselementen en biotopen voor verschillende soorten.
De locatie biedt veel niches wat tot grote biodiversiteit kan leiden en dus veel natuurwaarde geeft. Geconcludeerd wordt dat de onderzoekslocatie, te weten Terstraten 1 in Nuth, momenteel meer natuurwaarde heeft dan tijdens de voorgaande situatie. Gelet op voorgaande worden de waarden en doeleinden van Waarde-Ecologie niet onevenredig aangetast en worden de waarden niet wezenlijk verkleind, maar is er sprake van instandhouding dan wel een toename van de natuurwaarde. De natuurwaarden worden dus niet (onevenredig) aangetast. Hetgeen betekent dat de werken of werkzaamheden er niet aan de weg staan om de aanlegvergunning te verlenen, aangezien dit juist van toegevoegde waarde is voor de natuurwaarde. Voor de volledigheid is het initiatief voorgelegd aan een ecoloog. Hier wordt volstaan met de verwijzing naar kopje 'Ecologie' bij de 'beoordeling afwijkingsmogelijkheid' onder 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met regels van ruimtelijke ordening. Artikel 26.4.1 - aanlegvergunning dubbelbestemming 'Waterstaat - Erosie' De voor 'Waterstaat - Erosie' aangewezen gronden zijn onder andere mede bestemd voor maatregelen en voorzieningen voor het bestrijden en voorkomen van bodemerosie en wateroverlast, het verloren gaan van het voortbrengend vermogen van de bodem en de aantasting van het grondwaterpakket, zoals omschreven in artikel 26.1 van het vigerende bestemmingsplan.
In artikel
26.4.1 is omschreven dat het in een aantal gevallen verboden is om werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, waaronder voor het ophogen dan wel egaliseren van de in het landschap aanwezige laagten, het afgraven van grond en het aanbrengen van verhardingen. Het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden zijn, gelet op artikel 26.4.3 van het vigerende bestemmingsplan, slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in de aanhef van dit artikel genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Een en ander dient met een onderbouwing te worden aangetoond. Hetgeen middels de ruimtelijke onderbouwing en het ecologisch onderzoek wordt aangetoond. De genoemde waarden en doeleinden worden niet onevenredig aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden worden niet wezenlijk verkleind. Met de natuur(zwem)vijver wordt een mogelijkheid geschapen om hemelwater te kunnen infiltreren, zodoende om eventuele wateroverlast te kunnen voorkomen. Door het hemelwater te infiltreren op eigen terrein en het vullen van de natuur(zwem)vijver geschiedt middels hemelwater en kraanwater kan het hemelwater rechtstreeks infiltreren in de bodem.
Dit heeft tot gevolg dat het hemelwater rechtsreeks kan infiltreren in de bodem, zodat het grondwaterpeil kan worden aangevuld. Dit zal het grondwaterpakket juist bevorderen in plaats van aantasten. Voorgaande betekent dat de werken of werkzaamheden toelaatbaar zijn en een aanlegvergunning kan worden verleend. HET SLOPEN, VERSTOREN, VERPLAATSEN OF IN ENIG OPZICHT WIJZIGEN VAN EEN RIJKSMONUMENT OF HET HERSTELLEN, GEBRUIKEN OF LATEN GEBRUIKEN VAN EEN RIJKSMONUMENT Terstraten 1, 6361 GJ te Nuth betreft een Rijksmonument met monument nummer ?. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder f kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing op de aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. Het belang van de monumentenzorg verzet zich niet tegen het realiseren van een natuur(zwem)vijver behorende bij een woning. Hier kan worden volstaan met de verwijzing naar het gegeven advies van de Monumentencommissie. Conclusie Op grond van de voorafgaande overwegingen is geen sprake van een weigeringsgrond en wordt de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen, uitvoeren van werken/werkzaamheden, strijd met planologische regels en wijzigen van een rijksmonument verleend.
Datum 20 december 2022 Kenmerk Z/21/166397