CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Ecologisch onderzoek behorende bij het Ontwerpbesluit

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Voorstel inzake omgevingsvergunning Terstraten 1 Nuth9.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT ECOLOGISCH ONDERZOEK LOCATIE TERSTRATEN 1 TE NUTH GEMEENTE NUTH, SECTIE N, NUMMER 482

PROJECT: N219769

VERANTWOORDING Titel

ECOLOGISCH ONDERZOEK TERSTRATEN 1 TE NUTH

Opdrachtgever

Prof. Dr. Ir. N. Baken Terstraten 1 6361 GJ Nuth

Rapportnummer

N219769

Datum

25 november 2021

Projectleider

de heer J.J. Jager

Autorisatie

de heer J.B.P. van der Stroom

handtekening

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

WETTELIJK KADER ______________________________________________________________ 5

3

2.1

WET NATUURBESCHERMING ______________________________________________________ 5

2.2

GEBIEDSBESCHERMING __________________________________________________________ 5

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 7 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 7

3.2

OMGEVING _________________________________________________________________ 8

4

DOELSTELLING ________________________________________________________________ 10

5

QUICKSCAN __________________________________________________________________ 11

6

5.1

LOCATIEBEZOEK ______________________________________________________________ 11

5.2

BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE ___________________________________________________ 11

5.3

INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING_______________________________________ 12

5.4

EFFECTEN INGREEP OP FLORA EN FAUNA _____________________________________________ 20

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 22

Bijlage 1 2 3 4 5

Situering in de regio Kadastrale kaart Gegevens Natuurloket Checklist vooronderzoek vleermuizen Fotobijlage

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/3

1

INLEIDING Prof. Dr. Ir. N. Baken heeft, in verband met de aanleg van een zwem- en natuurvijver, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven om een oordeel te geven op het effect van de plaatsing van deze vijvers voor de natuurwaarde van het gebied en op de nabij liggende bomen en struweel. Voor de plaatsing van deze vijvers is er grond op het perceel herverdeeld wat mogelijk tot schade zou kunnen leiden aan de nabij gelegen bomen en struweel. Ook is er opdracht gegeven tot het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Terstraten 1 te Nuth. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/4

2

WETTELIJK KADER 2.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet).

2.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet).

3.

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet).

Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat ingrepen die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie Limburg geregeld in het Natuurbeheerplan Limburg 2022, geconsolideerd op 24 augustus 2021. 2.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren:

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/5

• Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.

Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens op inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2).

De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/6

3

LOCATIEGEGEVENS 3.1

Algemeen

De onderzoekslocatie, het noordoostelijke deel van het perceel Terstraten 1 te Nuth (foto 1), is een deel van de tuin waar een steile helling aanwezig was. Om de helling te verminderen en meer natuurwaarde toe te voegen in de tuin is ervoor gekozen om een zwem- en natuurvijver aan te leggen. Hiervoor is de grond op het terrein deels afgegraven en vervolgens herverdeeld. Het water in de vijver zit in een gesloten systeem en lekt niet uit in de omgeving, ook wordt er geen water onttrokken aan het grondwater voor het vullen van de vijver. Op de onderzoekslocatie staan 9 bomen, die niet zijn weggehaald voor de werkzaamheden (foto’s 2-4). Deze 9 bomen bestaan onder meer uit hoogstamfruiten notenbomen. Het midden van het plangebied bestond uit een grasveld, waar de helling het steilst was. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is een oude poel die met kwel is gevuld (foto 5) die bij hoogwater in het voorjaar kan overlopen in een zijtak van de Geleenbeek. De poel wordt gebruikt door amfibieën om in voor te planten. Deze poel valt met enige regelmaat droog tijdens drogere periodes.

Figuur 1: (verouderde) lucht foto van de onderzoekslocatie (in rood) en het gehele perceel (in geel).

De vijver is circa medio 2021 aangelegd. Gezien de afstand tussen de vijver en de bomen (minimaal 5 meter) is er door de graafwerkzaamheden vermoedelijk geen schade toegebracht (foto’s 2-4). De bomen stonden nog laat in het seizoen in blad en hadden een grote hoeveelheid fruit geproduceerd wat

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/7

een goede indicatie van de gezondheid is. Ook zijn er geen dode takken aangetroffen op een afgebroken tak van een treurwilg na (foto 5-6) die tijdens een storm is afgebroken. De wilg staat nabij de kwelpoel net buiten het plangebied. De afstand van de vijver (minimaal 10 meter) is dusdanig groot dat niet verwacht wordt dat de vitaliteit van de boom op enige wijze is aangetast door de aanleg van de vijver. Rondom de nieuwaangelegde zwem- en natuurvijver staat veel gras en er is nog steeds een helling aanwezig. De helling is naar verluid minder steil dan voorheen. Het noordelijk deel van de vijver wordt als zwemvijver gebruikt. Deze is relatief diep en bevat geen waterplanten (foto 7). Hierin zijn driedoornige stekelbaarsjes uitgezet (foto 8). Het zuidelijke gedeelte is bedoeld als biologisch filter en is ondiep en gevuld met granulaat (foto 1). Hierin zijn inheemse waterplanten aangeplant zoals, gele lis, dotterbloem en grote kattenstaart. Tussen de twee delen bestaat een hoogteverschil waarbij water uit het noordelijke deel overloopt in het zuidelijke deel via een dammetje. Tegen de betonen scheidingsplaat tussen de twee delen is een “sierwand” van grote brokken steen aangelegd.

De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 2. 3.2

Omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van buurtschap Terstraten. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: 

Noordzijde:

weiland met boomgaard

Oostzijde:

weiland met boomgaard

Zuidzijde:

Driesensschenweg en Platsbeek

Westzijde:

Terstraten en daarachter weiland met boomgaard.

Circa 32 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie is het Geleenbeekdal gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 1). De locatie valt niet binnen de natuur beheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het NatuurNetwerk Limburg (figuur 2). Het gebied grenst wel aan gebieden welke zijn aangewezen als Hoogstamboomgaard (L01.09), Dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02), Haagbeuken-en essenbos (N14.03) en Knip of scheerheg (L01.05). Gezien de afstand en de aard van de uitgevoerde ingreep worden hiervan geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (10 meter).

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/8

Geleenbeekdal

Figuur 2: Natura 2000 beheergebieden

Figuur 3:Natuurnetwerk Limburg en natuur Beheergebieden

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/9

4

DOELSTELLING Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de ingrepen van invloed is geweest op beschermde soorten, of de ingreep effect heeft gehad op de aanwezige bomen en hagen en of de ingreep een positief dan wel negatief effect heeft op de natuurwaarde ten opzichte van de voorgaande situatie. De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/10

5

QUICKSCAN 5.1

locatiebezoek

De quickscan is op 28 oktober 2021 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer J.J. Jager MSc in 2018 afgestudeerd als bioloog aan de WUR. In bijlage 5 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen. 5.2

Beschrijving van de situatie

De onderzoekslocatie betreft het noordoostelijke deel van het perceel Terstraten 1 te Nuth (foto 1). De voorheen steile helling is nog deels waar te nemen. De 9 bomen stonden tijdens het veldbezoek (laat in het seizoen) nog deels in blad en hadden een grote hoeveelheid fruit geproduceerd wat goede indicaties van gezondheid zijn. Het struweel wat de onderzoekslocatie omringd was in een goede staat, en was niet beschadigd of stervende. Op de onderzoekslocatie lag een afgebroken tak van een wilg na (foto 5 en 6) die tijdens een storm is afgebroken. De wilg is een erg water minnende soort en staat naast de kwelpoel die deels gevuld was met water. Hierdoor valt uit te sluiten dat het afbreken van de tak gerelateerd is aan de vijvers. Het soortenarm grasveld wat regelmatig gemaaid wordt omringd de zwemvijver. Het gras was ten tijde van het veldbezoek vrij lang en niet recent gemaaid.

De zwemvijver stroomt over in de natuurvijver, die samen een gesloten systeem vormt en geen grondwater onttrekt of uitstroomt in de omgeving. De noordelijk gelegen zwemvijver is relatief diep en bevat geen waterplanten (foto 7), op de bodem lag wat bladmateriaal. In de zwemvijver zijn driedoornige stekelbaarsjes losgelaten (foto 8). Deze soort is te onderscheiden in drie vormen waarvan de Leiurus (de permanent zoetwaterlevende) vorm zeer algemeen is in Nederland. De voortplanting vindt plaats in de periode april tot juni, waarin het mannetje met een lijmachtige afscheiding een nestje bouwt van planten en zand. Na het lokken van het vrouwtje worden de eieren in het nestje bevrucht en vervolgens bewaakt door het mannetje. Stekelbaarzen in geïsoleerde wateren, zoals amfibieënpoelen, zijn onwenselijk doordat sommige zeldzame en bedreigde amfibieën soorten zich niet tot nauwelijks voortplanten in visrijkwater. De zwemvijver biedt door de openheid een betere drinkplaats voor zwaluwsoorten en vleermuizen. Tevens is het mogelijk dat vleermuizen de onderzoekslocatie kunnen gebruiken als foerageergebied. De zwemvijver biedt ook foerageer en verblijfplaatsen voor amfibieën en watergebonden geleedpotigen zoals kevers, wantsen, juffers en libellen.

Het zuidelijke gedeelte is ondiep en gevuld met granulaat (foto 1). Hierin zijn inheemse waterplanten aangeplant zoals, gele lis, dotterbloem en grote kattenstaart. Op de bodem lag gevallen blad van de bomen met wat groenalg. Het water was erg helder en schoon. In en op het water zijn tijdens het veldbezoek slijktorren (foto 22) en schaatsenrijders aangetroffen. In en rondom de natuurvijver zijn er heidelibellen en de larve van een glazenmaker soort waargenomen (foto 20-21). Eerder zijn er ook

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/11

tenger bootsmannetje en gewone duikerwantsen aangetroffen (foto’s 23-24). Dit geeft in ieder geval aan dat het water wordt gevonden door deze insectengroep en dat de vijvers worden gebruikt door deze soorten als voortplantingswater. De natuurvijver biedt mogelijke foerageergebied, verblijf en voortplantingsplaatsen voor verschillende soorten amfibieën. De bruine kikker is eerder al aangetroffen (foto 11). Ook biedt deze vijver een goede drinkplaats voor terrestrische zoogdieren en insecten zoals bijen en vlinders die op het granulaat makkelijk bij het water kunnen komen zonder er in te vallen. In drogere periodes zijn de zwem- en natuurvijver ook een goede verblijfplaats aangezien deze niet droog vallen, de kwelpoel doet dit namelijk wel. Tussen de twee delen is een hoogte verschil waarbij het noordelijke deel overloopt in het zuidelijke deel. Tegen de betonen scheidingsplaat tussen de twee delen is een “sierwand” van grote brokken steen aangelegd. Hierin werden gaten en scheuren aangetroffen. Deze gaten en scheuren kunnen een mogelijke verblijfplaatsbieden voor diverse soorten die in en rondom de vijvers kunnen voorkomen.

Het woonhuis op het perceel is een oude hoeve, waarvan de oude dakconstructie veel nest en verblijfmogelijkheden biedt voor zwaluwen, huismussen en vleermuizen (foto 9 & 10).

De bomen rondom de vijver zijn erg oud en sommige vrij hoog met meerdere gaten en spleten. Hierdoor bieden deze mogelijke verblijfplaatsen voor vogels, reptielen en vleermuizen.

In conclusie, is er sprake van een gevarieerd landschap met veel verschillende landschapselementen en biotopen voor verschillende soorten. De locatie biedt veel niches wat tot grote biodiversiteit kan leiden en dus veel natuurwaarde geeft.

5.3

Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving

De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl dat door het natuurloket is opgesteld. Binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn bij inventarisaties de volgende soorten vanuit de Habitatrichtlijn waargenomen:

Amfibieën (Alpenwatersalamander, rugstreeppad, vroedmeesterpad) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie is ook de bastaardkikker waargenomen.

De alpenwatersalamander komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Alpenwatersalamanders overwinteren voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. Rondom het plangebied is struweel

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/12

aanwezig (foto’s 2, 3, & 12) en grenzend aan het perceel is het Geleendbeekdal. Ook zijn er grote composthopen op het terrein (foto 13). Hierdoor is het niet uit te sluiten dat deze soort de natuurvijver gebruikt als voortplantingswater. Tevens zijn er al meerdere kleine watersalamanders waargenomen in de natuurvijver wat aantoont dat het geschikt is voor gelijkende soorten (foto 14).

Voor de rugstreeppad zijn open gebieden met slechts hier en daar schuilplaatsen een geschikte habitat, liefst met zandgrond om goed te kunnen graven, maar ze schuilen ook in de rotsspleten. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten, maar ook door natuurlijke dynamiek als overstroming en verstuiving kunnen geschikte habitats ontstaan zoals binnendijkse rivierengebieden en duinen. De rugstreeppad heeft een hekel aan hogere begroeiing, omdat deze het zonlicht weg vangt. De rugstreeppad is zou zich in de onderzoekslocatie kunnen vestigen. De net aangelegde natuurvijver met de (nog) geringe begroeiing zou een ideale broedplaats zijn ook kan de pad zich goed verschuilen in de spleten en gaten in de rotsmuur (foto 15-16).

De vroedmeesterpad stelt weinig eisen aan het voortplantingswater. De pad plant zich voort in typische pionierswateren in groeven, in betonnen drinkbakken en in diepe koude bronpoelen langs hellingbossen. De vroedmeesterpad is een soort van voornamelijk ruderaal terrein (groeven), half natuurlijke graslanden en steden en dorpen. Zomer- en winterbiotoop zijn stenige, open hellingen en hellingbossen en graften met een stenige ondergrond. Overwintering is ook vastgesteld in kalksteengroeven, kalkovens en in andere bebouwing. Gezien het omringende landschap en de manier hoe de natuurvijver is aangelegd zou de vroedmeesterpad zich hier kunnen gaan vestigen.

Bastaardkikkers verlaten hun winterverblijfplaatsen ongeveer vanaf maart en trekken naar poelen en watertjes. Ook buiten de paartijd leven ze vooral in de directe nabijheid van water. Ze zijn schuw en bij verstoring op land springen ze direct het water in en verbergen zich tussen waterplanten of graven zich in de waterbodem in. De larven bevinden zich bij zonnig weer in de bovenste waterlagen liefst nabij waterplanten. Bij verstoring duiken ze snel tussen de plantenmassa. Na half oktober verblijven de meeste dieren in hun winterverblijfplaatsen. Door de stenige bodem en de beperkte vegetatie in de vijvers is deze soort binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/13

Insecten (Vliegend hert) Nabij de natuurvijver is het vliegend hert waargenomen (foto 17). Deze is ook binnen de onderzoekslocatie aangetroffen. Het vliegend hert is, voor de ontwikkeling van haar larven, afhankelijk van door schimmels aangetast rottend hout. De soort heeft kunnen overleven in ons land dankzij hakhout cultuur en doordat omgevallen bomen niet meer geruimd worden. Het verspreidingsgebied is echter beperkt. Het aanleggen van een broedstoof zou erg voordelig kunnen zijn voor deze soort. Op het perceel is een houtstapel aanwezig (foto 18). Ook is er een wilg aanwezig met paddenstoelen op de stamvoet wat vaak een teken is van sterfte (foto 19). Beiden kunnen door het vliegend hert gebruikt kunnen worden.

Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn ook de grote vos, iepenpage, sleedoornpage, veldparelmoervlinder, vermiljoenkever, bosbeekjuffer en de teunisbloempijlstaart waargenomen.

De habitat van de bosbeekjuffer bestaat uit bovenlopen (soms middenlopen) van beschaduwde, koude en zuurstofrijke beken, die gekenmerkt worden door een natuurlijke morfologie. Belangrijke factoren zijn de diversiteit van de omgeving van de beek en natuurlijke fysische processen als erosie en sedimentatie. Een grote variatie in stroomsnelheid is kenmerkend, meestal veroorzaakt door meanders en natuurlijke obstakels in de beek. De aangelegde natuurvijver biedt geen geschikt habitat voor de bosbeekjuffer.

De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Ook meer solitaire of opgestapelde boomstammen kunnen gekoloniseerd worden. De larve van de kever leeft twee jaar achter de schors van vers dode bomen of takken en ook de volwassen kever leeft het grootste deel van zijn leven achter schors. Populier is in Nederland de absolute favoriete boom voor de soort, echter worden ook de andere loofboomsoorten en zelfs enkele naaldboomsoorten bewoond. Op het perceel is een dode tak van een wilg tijdens een storm afgebroken (foto 6). Deze zou voor de vermiljoenkever( en andere soorten) een geschikte plek zijn om te nestelen.

Voor de genoemde vlindersoorten ontbreken geschikte waardplanten binnen de planlocatie.

Reptielen (-) Nabij de planlocatie zijn geen waarnemingen gedaan van reptielen. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn wel de hazelworm en de levendbarende hagedis waargenomen. Tijdens het locatie bezoek zijn er geen waarnemingen gedaan van reptielen, echter bieden de in de zongelegen steen muren en stenen randen goede plekken om op te warmen. Ook zitten er spleten en gaten tussen

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/14

de stenen waarin ze zich kunnen verstoppen en kunnen verblijven. In en rondom de onderzoekslocatie is voldoende struweel en begroeiing aanwezig waarin deze soorten zich kunnen verstoppen en verblijven. De aangelegde vijver biedt derhalve kansen voor de hazelworm en de levendbarende hagedis.

Vaatplanten (grote leeuwenklauw) Nabij de locatie is de grote leeuwenklauw waargenomen. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn ook de muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, ruw parelzaad, schubzegge en stofzaad waargenomen.

Grote leeuwenklauw staat op zonnige, open plaatsen op vochtige tot vrij droge, goed gedraineerde, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond (lemig zand, löss, leem, zavel en klei). Deze soort wordt vaak gevonden in bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. De onderzoekslocatie is voedselrijk grasland, hierdoor is deze soort uit te sluiten.

De muurbloem groeit vooral op oude muren van kerken, ruïnes, stadswallen en forten. Voorwaarde is dat de specie tussen de stenen veel kalk bevat. In de muur is een moderne variant specie gebruikt die weinig kalk bevat. Hierdoor is deze soort in de onderzoek locatie uit te sluiten.

Naakte lathyrus staat op zonnige tot beschaduwde, relatief droge, voedselrijke, kalkrijke of kalkarme, lichte grond (leem, zandig leem en mergel. Deze Lathyrus, waarvan de zaden giftig zijn, kwam primair voor in graanakkers en klavervelden, maar heeft in Zuid-Limburg op andere plaatsen zijn heil gezocht. Tegenwoordig komt ze vooral voor buiten de akkers, in bermen, langs holle wegen en op omgewerkte, ruderale grond. hierdoor is deze soort uit te sluiten.

Naaldenkervel staat op zonnige, droge tot matig vochtige, kalkrijke, stikstofarme tot matig-stikstofrijke, basische leem- en lössgrond en op zandige rivier- of zeeklei. Deze warmte minnende soort groeit in akkers en akkerranden (vooral met wintergraan), op omgewerkte, ruderale plekken, in (verstoorde) bermen en op haventerreinen. Gezien de onderzoekslocatie een grasveld is, is deze soort uit te sluiten.

Ruw parelzaad groeit op graanakkers op matig vochtige kalkrijke grond. Hierdoor is deze soort uit te sluiten in het plangebied.

Schubzegge kwam van oorsprong waarschijnlijk alleen maar voor in Zuid-Limburg, tegenwoordig is deze soort verspreid over ons land gevonden en lijkt iets te zijn toegenomen. Schubzegge is gebonden

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/15

aan kalkrijk substraat, een zeldzaam habitat in ons land. Door de kalkarme grond is deze soort uit te sluiten in het plangebied.

Gezien het hier voorheen om een intensief beheerd grasveld gaat, is de grond nutriëntrijk waardoor veel beschermde vaatplantsoorten hier niet voorkomen. Ook zijn er tijdens het veldbezoek geen waarneming gedaan van beschermde vaatplantsoorten.

Vissen (-) Op en nabij de onderzoekslocatie zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde vissoorten.

Vogels (buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, ransuil, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de boomvalk, kerkuil, roek en slechtvalk waargenomen.

Van de genoemde soorten biedt de toevoeging van de vijver voor de buizerd, boomvalk, havik, kerkuil, ooievaar, ransuil, sperwer, wespendief, slechtvalk en zwarte wouw geen direct positief effect gezien er geen geschikte nestgelegenheden waren en niet zijn toegevoegd. Mogelijk biedt de toevoeging van de vijvers indirect een positief effect door het toegenomen voortplantingsgebied van hun prooidieren. Voor de boomvalk, havik, kerkuil, ransuil, sperwer, wespendief, slechtvalk, zwarte wouw en ooievaar zijn amfibieën onderdeel van hun dieet. En is de onderzoekslocatie een geschikt foerageergebied.

De grote gele kwikstaart nestelt graag vlak bij stromend water in een nis in een muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. De grote gele kwikstaart broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oevers van beken en rivieren, liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. Bij voorkeur zijn die beken en rivieren snelstromend, maar hij broedt ook aan zwak of zelfs nauwelijks stromend water, zoals in Nederland. De nesten van de grote gele kwikstaart zijn jaarrond beschermd aangezien deze soort honkvast is. Gezien er nabij de vijver geen overhangende structuren aanwezig zijn of andere nestmogelijkheden, is deze soort uit te sluiten.

De onderzoekslocatie is een mogelijke voedselbron in de form van insecten voor de huismus, waardoor deze soort. De huismus broedt echter niet in de onderzoekslocatie. Echter biedt de woning op het perceel wel veel nestmogelijkheden.

De zwemvijver is groot genoeg dat zwaluwen hier kunnen drinken. Dit is ook naar verluid waargenomen en is gezien de aanwezigheid van oude boeren- of huiszwaluwnesten rondom de woning ook zeer

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/16

aannemelijk. Tevens is het dak met de ouderwetse dakpannen zeer geschikt voor de gierzwaluw en hier dus ook niet uit te sluiten is.

In de bomen op de onderzoekslocatie hangen uilenkasten voor de steenuil (foto 25). Ook is er sprake van een kleinschalige cultuurlandschap met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen in de onderzoekslocatie. De steenuil zou kunnen voorkomen of vestigen in de onderzoekslocatie.

Roeken zijn echte koloniebroeders. De slordige nesten worden in de toppen van hoge bomen gebouwd. Een roekenkolonie kan soms wel uit 1000 nesten bestaan, hoewel de meeste kolonies toch beduidend kleiner zijn. Roekenkolonies bevinden zich vaak in vrijstaande, hoge groepen bomen (vaak populieren) langs snelwegen, treinsporen of kanalen; ook wel in dorpen. In de buurt liggen graslanden waar ze hun voedsel zoeken. De bomen in de onderzoekslocatie bevatten geen nesten, het voormalige grasveld in de onderzoekslocatie was waarschijnlijk geen (substantieel) onderdeel van het foerageergebied. Rondom de onderzoekslocatie is meer geschikt foerageergebied aanwezig.

Verder wordt de onderzoekslocatie veel gebruikt door kleinere zangvogels, mezen en andere niet jaarrondbeschermde vogels zoals winterkoning, boomkruiper en roodborst. Vleermuizen (-) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone/Grijze grootoorvleermuis, gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, ingekorven vleermuis, laatvlieger en Watervleermuis waargenomen.

De gewone dwergvleermuis, ingekorven vleermuis, kleine vleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis zijn gebouw bewonende vleermuizen.

De franjestaart, gewone grootoorvleermuis, Grijze grootoorvleermuis en water vleermuis komen in gebouwen maar ook in bomen voor. Op de onderzoekslocatie staan meerder grote oude bomen met gaten en spleten. Ook biedt de open ruimten ter plaatse van de vijvers een goed foerageer gebied en een drinkplaats voor deze soorten. De onderzoekslocatie biedt hierdoor kansen voor deze soort.

Op de onderzoekslocatie staan geen gebouwen maar het woonhuis op het perceel biedt veel mogelijke schuilplaatsen voor vleermuizen door de oude bouwstijl. De openruimte bij de onderzoekslocatie biedt een geschikt foerageergebied voor deze soorten.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/17

Overige zoogdieren (das, eekhoorn, egel, haas, hermelijn, konijn, rosse woelmuis, steenmarter) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de bever, bunzing, damhert, hamster, waterspitsmuis, wezel en wild zwijn waargenomen. Op de onderzoekslocatie zijn graafsporen en een hol van een kleine zoogdiersoort aangetroffen (foto 26).

Van de genoemde soorten zouden kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter) binnen de planlocatie voor kunnen komen.

Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt:

• holen • houtstapels • hole bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. “Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt.” De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. Op het perceel zijn grote composthopen aangelegd die een geschikte rustplaats bieden. Door het struweel en het vele voedsel in de vorm van prooidieren is het niet uit te sluiten dat de onderzoekslocatie door deze soorten wordt gebruikt als foerageergebied. Door de toevoeging van de vijver is het gebied voor deze soorten beter begaanbaar door de toevoeging van verstopplekken.

De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. In dichtbevolkte gebieden komt de soort weinig voor. Hazen bewonen bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. Hierdoor biedt de onderzoekslocatie mogelijk foerageergebied voor deze soort.

Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ook in open polderlandschap ontbreekt het konijn veelal. De onderzoekslocatie biedt hierdoor mogelijkheden voor deze soort

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/18

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook andere open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte gebieden. Zelfs in afgravingen, oude ertsmijnen, op kliffen en onder gebouwen wordt de das soms aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Het is niet uit te sluiten dat de onderzoekslocatie als foerageergebied wordt gebruikt door de das. Er zijn op het perceel en op de onderzoekslocatie geen dassenburchten aangetroffen. De hamster is aangepast op door de mens geschapen landbouwgebieden met graanteelt. De hamster is gebonden aan een open, agrarisch landschap op leem- of lössgrond (om burchten in te bouwen), met een lage grondwaterstand (lager dan 80 cm). De hamster leeft met name in graanakkers of percelen met luzerne. Soms worden hamsters ook aangetroffen in bietenvelden, akkers met mosterd, boomgaarden, tuinen of bermen, maar ook in tuinen en gebouwen. In graslanden, op maïsakkers en in bossen ontbreekt de hamster. In het buitenland komt hij ook voor in kruidenrijke akkers, met soorten als klaproos, korenbloem en wikkesoorten.

De hamster wordt derhalve niet binnen de onderzoekslocatie verwacht.

De egel heeft een breed scala aan verblijfsruimtes maar op de locatie is geen spraken van een essentieel leefgebied. Op het perceel zijn grote composthopen (takken en bladeren) aanwezig wat een goede winterplaats biedt. De egel is aangetroffen in de onderzoekslocatie (foto 27).

Bevers zijn afhankelijk van gebieden met water en aangrenzende bosgebieden. In de aan het perceel grenzende Geleenbeek is de bever waargenomen. Gezien er geen groot stromend oppervlakte water aanwezig is zal de bever zich hier niet vestigen mogelijk foerageert deze soort aan de randen nabij de Platsbeek van het gebied.

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, en open velden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats. Gezien er in en nabij het plangebied geen volwassen loofbos is, is deze soort uit te sluiten. Het is niet uit te sluiten dat een dwaalgast nabij de onderzoekslocatie is waargenomen.

De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Gezien de ligging, de aanwezigheid van vele voedselbronnen en nestgelegenheid kan deze soort in het gebied vestigen.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/19

De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Gezien de nabijheid van de Geleenbeek zou de onderzoekslocatie foerrageergebied bieden voor deze soort.

De rosse woelmuis leeft bij voorkeur in loof- en gemengd bos met daaronder een struik- of kruidlaag, maar hij komt ook voor in jonge aanplant en in naaldbos. Ook leeft hij in houtwallen, heggen, bosranden en parken. Hij waagt zich zelden in open gebieden zonder beschutting. De onderzoekslocatie biedt mogelijk foerageergebied voor deze soort.

Het wild zwijn komt voor in droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor eiken- en beukenbossen aangezien daar in de herfst veel eikels en beukennootjes (de zogenaamde ‘mast’) te vinden zijn. Een voorwaarde die wilde zwijnen aan een bos stellen is de aanwezigheid van natte/moerassige plaatsen, waar ze in zogenaamde 'zoelen' (ondiepe poelen) modderbaden kunnen nemen. Gezien er geen groot bos aanwezig is kan deze soort worden uitgesloten. 5.4

Effecten ingreep op flora en fauna

De onderzoekslocatie heeft momenteel meer natuurwaarde dan tijdens de voorgaande situatie. Voor de plaatsing van de vijvers was er alleen een voedselrijk grasveldje wat intensief beheerd werd. Hierin is weinig biodiversiteit aanwezig. Door de toevoeging van de vijvers is er meer dynamiek in het landschap gekomen en zijn er meer biotopen en niches ontstaan. Met de aanleg van de vijver is er additioneel voorplantings- en foerageergebied ontstaan voor amfibieën en insecten. Ook is er een drinkplek gecreëerd voor zwaluwen die nabij nestelen en andere soorten die nabij de onderzoekslocatie te verwachten zijn. Dit laatste geldt vooral in tijden van droogte als de kwelpoel en de beek droog zijn gevallen. Het open grasveld bood weinig schuilplekken voor kleine zoogdieren en reptielen. De steenmuur heeft vele gaten en ruimtes waardoor er schuilplaatsen zijn ontstaan. Achter deze stenen kunnen deze soorten gangen en holen graven en dus is er de potentie voor meer gebruik van dit gebied.

Tijdens het veldbezoek lijken de bomen en het struweel op het terrein in goede staat. Er was een hoge productie in fruit en noten. Ook stonden nagenoeg alle bomen nog deels in blad ondanks dat het laat in het seizoen was. Deze waarnemingen zijn beide een goede indicatie dat de bomen gezond zijn en

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/20

de werkzaamheden en grondverzet hebben overleefd. Dit is ook te verwachten gezien de afstand van de bomen en het struweel op de vijvers.

Gezien de vijvers een gesloten systeem vormen worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (Natuurnetwerk Limburg/Natura 2000). Gezien de korte afstand van de vijver op de Geleenbeek zou het zelfs mogelijk kunnen zijn dat de vijver in hete droge zomers, als de beek droogvalt, een alternatief biedt voor de eerder genoemde soorten.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/21

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van schouw en de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Terstraten 1 te Nuth, kan worden uitgesloten dat de plaatsing van de vijvers een negatieve invloed hebben gehad op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming, natuurgebieden en de aanwezige bomen en struweel.

Doordat de vijver een gesloten systeem is wat niet uitstroomt in de nabij gelegen Geleenbeek en geen water onttrekt uit de omliggende natuur, beïnvloed deze niet het lokale grondwater. Door dat de vijver in de zomers gevuld blijft biedt het in droge periodes een drinkplaats en verblijfplaats voor verschillende soorten. Mede door de bomen die rondom de vijvers staan is er een geschuilde drinkplaats ontstaan die tevens door zwaluwen gebruikt wordt.

De bomen lijken door de werkzaamheden niet aangetast te zijn en produceren veel voedsel voor de soorten die nabij de onderzoekslocatie te verwachten zijn. De bomen samen met het struweel bieden goede schuilplaatsen en looproutes voor de te verwachten soorten zoals marterachtige en reptielen. De natuurvijver is een goede plek voor amfibieën en watergebonden insecten om voort te planten. Vooral in het beginstadium wanneer er nog weinig planten zijn, is het voor pioniersoorten een goed habitat. Dit zal door ecologische successie veranderen waardoor de vijver voor andere soorten aantrekkelijker zal zijn en er meer diversiteit zal ontstaan. Daarnaast zijn de vijvers goede voedselbronnen voor insectenetende vogels, vleermuizen en kleinere roofvogels.

Er zijn nog wel een aantal aanbevelingen voor de vijver: 

De stekelbaarsjes die zijn losgelaten in de zwemvijver hebben een negatief effect op de voortplanting van amfibieën in geïsoleerde wateren zoals de natuurvijver. Het wordt dus sterk geadviseerd om alert te zijn dat er geen stekelbaarsjes in de natuurvijver terecht kunnen komen. Indien er per ongeluk stekelbaarsjes in de natuurvijver terecht komen zouden deze terug in de zwemvijver geplaatst moeten worden.

In de natuurvijver is puingranulaat aangebracht aan de randen, waardoor er een smal “strandje” is ontstaan. Deze zou echter wat breder gemaakt kunnen worden zodat het meer toegankelijk is voor terrestrische zoogdieren en insecten om uit te drinken.

Het zwemgedeelte heeft erg steile randen waardoor het nu voor terrestrische soorten een risico bestaat dat deze in het water terecht kunnen komen en er niet meer uit kunnen komen. Geadviseerd wordt om bij de randen hout of overhangende planten toe toevoegen zodat deze soorten dit kunnen gebruiken om er uit te klimmen.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/22

Op de bodem van de zwemvijver is geen zand en zijn er geen water planten aanwezig. Hierdoor kan het stekelbaars mannetje geen nest bouwen om zijn paringsritueel uit te voeren en de eieren te bevruchten. Daarom wordt er geadviseerd om zand en waterplanten toe te voegen aan de bodem in de zwemvijver, om de losgelaten populatie stekelbaarsjes op een duurzame wijze in stand te houden.

In de steenwand zijn al gaten en spleten aanwezig. Er zou nog een tweede steenwand bij de zwemvijver komen. Hiervoor wordt geadviseerd om zo veel mogelijk gaten en spleten open te houden zodat verschillende soorten hierin kunnen verstoppen en verblijven.

In de zwemvijver en de natuurvijver zijn lampen aanwezig. Deze kunnen vooral in de donkere uren een verstorend effect hebben op vleermuizen maar ook andere soorten. Geadviseerd wordt om deze lampen in de natuurvijver of te verwijderen of naar beneden/zijwaarts te richten zodat dit effect geminimaliseerd kan worden. Ook kan het verstorende effect gelimiteerd worden door groen licht te gebruiken in plaats van wit licht.

Quickscan Flora en Fauna Terstraten 1 te Nuth

JJJager/N219769/23

Bijlage 1

Bijlage 1

Uw referentie: 219769

Bijlage 2

Kadastrale kaart

Uw referentie: N219769

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Nuth N 482

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 8 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 3

Project

: Terstraten 1 te Nuth

Referentie : N219769 Datum

: 27 oktober 2021

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 27 oktober 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 27 oktober 2021'

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Alpenwatersalamander

Amfibieën

Buizerd

Vogels

Das

Zoogdieren

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote gele kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

0 - 1 km

Havik

Vogels

Hermelijn

Zoogdieren

0 - 1 km wnb-vrl

wnb-vrl

0 - 1 km

0 - 1 km 0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

Steenuil

Vogels

Vliegend hert

Kevers

Vroedmeesterpad

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Zwarte wouw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Bastaardkikker

Amfibieën

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Bosbeekjuffer

Libellen

1 - 5 km

Bunzing

Zoogdieren

1 - 5 km

Damhert

Zoogdieren

1 - 5 km

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Grote vos

Dagvlinders

Hamster

Zoogdieren

Hazelworm

Reptielen

1 - 5 km

Iepenpage

Dagvlinders

1 - 5 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

1 - 5 km

Muurbloem

Vaatplanten

1 - 5 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

1 - 5 km

0 - 1 km

0 - 1 km

0 - 1 km wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km

1 - 5 km

1 - 5 km wnb-hrl

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Naaldenkervel

Vaatplanten

Roek

Vogels

Ruw parelzaad

Vaatplanten

1 - 5 km

Schubzegge

Vaatplanten

1 - 5 km

Slechtvalk

Vogels

Sleedoornpage

Dagvlinders

1 - 5 km

Stofzaad

Vaatplanten

1 - 5 km

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

Vermiljoenkever

Geleedpotigen

Waterspitsmuis

Zoogdieren

Watervleermuis

Zoogdieren

Wezel

Zoogdieren

1 - 5 km

Wild zwijn

Zoogdieren

1 - 5 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

5 - 10 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

5 - 10 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

5 - 10 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Beekdonderpad

Vissen

5 - 10 km

Beekprik

Vissen

5 - 10 km

Berggamander

Vaatplanten

5 - 10 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

5 - 10 km

Blaasvaren

Vaatplanten

5 - 10 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

5 - 10 km

Bosboterbloem

Vaatplanten

5 - 10 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Brave hendrik

Vaatplanten

5 - 10 km

Bruin dikkopje

Dagvlinders

5 - 10 km

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

5 - 10 km

Dennenorchis

Vaatplanten

5 - 10 km

Dreps

Vaatplanten

5 - 10 km

1 - 5 km wnb-vrl

wnb-vrl

wnb-hrl

1 - 5 km

1 - 5 km

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-hrl

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Eikelmuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Elrits

Vissen

5 - 10 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

5 - 10 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

5 - 10 km

Gestippelde alver

Vissen

5 - 10 km

Getande veldsla

Vaatplanten

5 - 10 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

Gewone bronlibel

Libellen

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

Groene nachtorchis

Vaatplanten

5 - 10 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

5 - 10 km

Grote bosaardbei

Vaatplanten

5 - 10 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

5 - 10 km

Hoogveenglanslibel

Libellen

5 - 10 km

Kalkboterbloem

Vaatplanten

5 - 10 km

Kalketrip

Vaatplanten

5 - 10 km

Kartuizer anjer

Vaatplanten

5 - 10 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

5 - 10 km

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

5 - 10 km

Kluwenklokje

Vaatplanten

5 - 10 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

5 - 10 km

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

5 - 10 km

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

Poelkikker

Amfibieën

Ringslang

Reptielen

5 - 10 km

Rood peperboompje

Vaatplanten

5 - 10 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Smalle raai

Vaatplanten

5 - 10 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

5 - 10 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

5 - 10 km

5 - 10 km 5 - 10 km

wnb-hrl

5 - 10 km

5 - 10 km wnb-hrl

wnb-hrl

5 - 10 km

5 - 10 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Vale vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

5 - 10 km

Vliegenorchis

Vaatplanten

5 - 10 km

Vuursalamander

Amfibieën

5 - 10 km

Wilde kat

Zoogdieren

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

5 - 10 km

Wilde weit

Vaatplanten

5 - 10 km

Wolfskers

Vaatplanten

5 - 10 km

Zandhagedis

Reptielen

Beekrombout

Libellen

10 - 25 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

10 - 25 km

Boomkikker

Amfibieën

Boommarter

Zoogdieren

10 - 25 km

Bosdravik

Vaatplanten

10 - 25 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

10 - 25 km

Donker pimpernelblauwtje

Dagvlinders

Edelhert

Zoogdieren

Gaffellibel

Libellen

Glad biggenkruid

Vaatplanten

Gladde slang

Reptielen

Grote parelmoervlinder

Dagvlinders

Hazelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Juchtleerkever

Kevers

wnb-hrl

10 - 25 km

Kamsalamander

Amfibieën

wnb-hrl

10 - 25 km

Karwijselie

Vaatplanten

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Kwabaal

Vissen

10 - 25 km

Liggende ereprijs

Vaatplanten

10 - 25 km

Myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Schubvaren

Vaatplanten

10 - 25 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

10 - 25 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

10 - 25 km

Zilveren maan

Dagvlinders

10 - 25 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

10 - 25 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

5 - 10 km

5 - 10 km

10 - 25 km

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

10 - 25 km wnb-hrl

wnb-hrl

10 - 25 km

10 - 25 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Adder

Reptielen

25 - 50 km

Bruine eikenpage

Dagvlinders

25 - 50 km

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

Gentiaanblauwtje

Dagvlinders

25 - 50 km

Gevlekte glanslibel

Libellen

25 - 50 km

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Gladde zegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Grote modderkruiper

Vissen

25 - 50 km

Heikikker

Amfibieën

Kempense heidelibel

Libellen

Knoflookpad

Amfibieën

Kommavlinder

Dagvlinders

Otter

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Sierlijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

25 - 50 km

Spiegeldikkopje

Dagvlinders

25 - 50 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Wezel/Hermelijn

Zoogdieren

25 - 50 km

Wolf

Zoogdieren

Aardbeivlinder

Dagvlinders

Gestreepte waterroofkever

Kevers

Knollathyrus

Vaatplanten

50 - 100 km

Knolspirea

Vaatplanten

50 - 100 km

Korensla

Vaatplanten

50 - 100 km

Kranskarwij

Vaatplanten

50 - 100 km

Kruipend moerasscherm

Vaatplanten

Kruiptijm

Vaatplanten

Oostelijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

50 - 100 km

Pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Rivierrombout

Libellen

wnb-hrl

50 - 100 km

Roggelelie

Vaatplanten

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Zoogdieren

Speerwaterjuffer

Libellen

50 - 100 km

Tengere distel

Vaatplanten

50 - 100 km

Wilde averuit

Vaatplanten

50 - 100 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km 25 - 50 km

wnb-hrl

25 - 50 km 25 - 50 km

wnb-hrl

25 - 50 km 50 - 100 km

wnb-hrl

wnb-hrl

50 - 100 km

50 - 100 km 50 - 100 km

50 - 100 km wnb-hrl

50 - 100 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Bosparelmoervlinder

Dagvlinders

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

Breed wollegras

Vaatplanten

Bruinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Bultrug

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Butskop

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Dikkopschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

100 - 250 km

Duinparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

Geel schorpioenmos

Mossen

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

Gewone dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone zeehond

Zoogdieren

Griend

Zoogdieren

Grijze zeehond

Zoogdieren

Groene glazenmaker

Libellen

100 - 250 km wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

100 - 250 km wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Groenknolorchis

Vaatplanten

wnb-hrl

100 - 250 km

Groensteel

Vaatplanten

Grote vuurvlinder

Dagvlinders

Honingorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine ereprijs

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine heivlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

100 - 250 km

Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

Lange zonnedauw

Vaatplanten

Lederschildpad

Reptielen

Moerasgamander

Vaatplanten

Mopsvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Narwal

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse winterjuffer

Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordzeehouting

Vissen

wnb-hrl

100 - 250 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Rosse / Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Rozenkransje

Vaatplanten

100 - 250 km

Scherpkruid

Vaatplanten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

100 - 250 km

100 - 250 km wnb-hrl

wnb-hrl

100 - 250 km

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Tonghaarmuts

Mossen

wnb-hrl

100 - 250 km

Trosgamander

Vaatplanten

Tuimelaar

Zoogdieren

Veenbesblauwtje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbloembies

Vaatplanten

100 - 250 km

Veenhooibeestje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

100 - 250 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

100 - 250 km

Walrus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Water-/Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witflankdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine vlotvaren

Vaatplanten

100 - 250 km wnb-hrl

wnb-hrl

100 - 250 km

> 250 km

Bijlage 4

Vleermuizenprotocol

(versie 1 januari 2021)

Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.

c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)

Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.

b)

Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

c)

Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

JA / NEE

3. Open water Is er open water aanwezig?

JA / NEE

a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?

JA / NEE

JA / NEE

a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?

JA / NEE

a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)

Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.

c)

Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

d)

Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.

JA / NEE

e)

Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.

JA / NEE

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=c5271bd0-3d15-41e3-8e97-6551dc42af77