Bijlage: Bijlagen bij motivering - Bijlage 6 Rapportage archeologisch vooronderzoek uitbreiding
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 22059 High Chaparral, Oirsbeek Gemeente Schinnen Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Oktober 2025
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 22059 High Chaparral, Oirsbeek Gemeente Schinnen Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Aelmans, Kerkstraat 4, 6367 JE Voerendaal 22-104 ArcheoPro Rapport High Chaparral, Oirsbeek 2025 10 24 24-10-2025 Definitief 5275899100 Gemeente Beekdaelen Mevr. , regio-archeoloog Parkstad Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro 1569-7363 (actorregistratie 98005942) (actorregistratie 98005942) (actorregistratie 98005942) (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs , senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2022 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 24-10-2025
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 3
Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 6 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 6 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 6 1.3 HUIDIGE SITUATIE (LS01) .................................................................................................................................................................... 8 1.4 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 8 1.5 ONDERZOEK EN VRAAGSTELLING (LS01)..........................................................................................................................................
9 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN .............................................................................................................................................................. 9
2 BUREAUONDERZOEK ......................................................................................................................... 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE EN BODEM (LS04) ...........................................................................................................................................12 2.3 REFERENTIEPROFIEL.................................................................................................................................................................................14 2.4 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................19 2.5 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................20 2.6 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................24 2.7 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05)
...........................................................................................29 2.8 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................31
3 VELDONDERZOEK ............................................................................................................................... 33 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................33 3.3 RESULTATEN EN INTERPRETATIE BOORONDERZOEK (VS03) ......................................................................................................33
4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
(VS07) .............................................................................. 38
4.1. CONCLUSIES ...............................................................................................................................................................................................38 4.2. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................38 4.3 SELECTIEBESLUIT.......................................................................................................................................................................................39
5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 40 6. BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 42 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................42 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................42 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................43 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN ........................................................................................................................43 BIJLAGE 5: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................43 BIJLAGE 6: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................45
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 4
Samenvatting In februari 2023 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een akkerterrein aan de Hagerweg te Oirsbeek naast de camping High Chaparrel, gemeente Beekdaelen. Het archeologisch vooronderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor bewoning en/of begraving voor resten van agrarische gemeenschappen uit alle periodes vanaf het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor laat-paleolithische en mesolithische resten van jagersverzamelaars gemeenschappen. Voor off site fenomenen uit alle perioden vanaf het neolihicum geldt een hoge verwachting.
Uit het booronderzoek blijkt dat de oorspronkelijke bodem binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied enkel uit primaire eolische lössleem bestaat met in de top de verwachte leembrikgrond met een nagenoeg nog intacte Bt-horizont. Binnen het lager gelegen noordwestelijke deel van het plangebied is eveneens een leembrikgrond in primaire lössleem aangetroffen, maar wordt deze afgedekt door een colluviumlaag met een dikte van 50 tot 60 cm. Op basis van het verkennend booronderzoek dient de hoge archeologische verwachting met betrekking tot resten uit de periode neolithicum-volle middeleeuwen te worden behouden. De verwachting met betrekking tot het aantreffen van behoudenswaardige vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum kan worden bijgesteld naar laag. Aanbevolen wordt om binnen het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek middels proefsleuven uit te voeren naar de aanwezigheid en behoudenswaardigheid van archeologische resten van sporennederzettingen en begraving uit de periode neolithicumvolle middeleeuwen.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 5
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart. 1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 6
1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegde overheid Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens
Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
Versie: 24-10-2025
nvt Provinciaal depot Limburg, E-depot, Archis, depot ArcheoPro
(LS02)
Provincie Gemeente Plaats Toponiem/adres Globale ligging
Kadastrale ligging
Aelmans, Kerkstraat 4, 6367 JE Voerendaal Dhr. januari 2023 3 februari 2023 5275899100 Bestemmingsplanwijzing/aanvraag bouwvergunning Gemeente Beekdaelen Mevr. , regio-archeoloog Parkstad
Limburg Beekdaelen Oirsbeek Camping High Chaparral, Hagerweg 20 te Oirsbeek Buitengebied noordzijde Oirsbeek tussen de Provinciale weg Zuid en de N276. 192019 / 329520 192019 / 329620 192117 / 329620 192117 / 329520 OBK00-D-2839, OBK00-D-2841, OBK00-D-2842 en OBK00-D-2840 0,94 hectare particulier akker 109,6-111,0 GPS Garmin
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 7
Figuur 2: Het plangebied op de kadasterkaart 2
2 Bron: www.kadaster.nl
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
1.3 Huidige situatie
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 8
(LS01)
Het plangebied is in gebruik als akker. Aan de zuidzijde grenst de akker aan het campingterrein. Tussen het campingterrein en de akker bevindt zich een smalle groenstrook met bomen. Aan de oostelijke zijde grenst het plangebied aan de Hagerweg. De akker is licht glooiend met het laagste deel langs de noordwestelijke perceelgrens. Het hoogteverschil binnen het plangebied bedraagt circa 1,4 meter.
Figuur 3: Luchtfoto uit 2021 met daarop rood omlijnd het plangebied 3
1.4 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging GW-stand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
Uitbreiding van de camping. Onbekend Nee Onbekend Nee Onbekend Onbekend
3 Bron: http://www.pdok.nl
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 9
1.5 Onderzoek en vraagstelling (LS01) In februari 2023 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de Hagerweg 20 te Oirsbeek, gemeente Beekdaelen. Het archeologisch vooronderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om alle beschikbare informatie te bundelen. Vervolgens kan deze gebruikt worden om te komen tot een gespecificeerde archeologische (verwachtings)waarde. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn. Op welke diepte deze (kunnen) voorkomen en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Indien beantwoord met ja, dient deze bijstelling te worden toegelicht.
In Nederland dient het vaststellen van de archeologische (verwachtings)waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek is uitgevoerd door drs. (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) en drs. ing. (GIS-ondersteuning) conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000). ArcheoPro is in het bezit van het daarvoor vereiste SIKB BRL 4000 certificaat 4002 en 4003 (IVO o).
1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld.4 Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan Buitengebied Schinnen5 valt het plangebied op het moment van het opstellen van de bureaustudie in een zone met een archeologische dubbelbestemming Waarde–Archeologie 2 (figuur 12). Aan deze dubbelbestemming heeft het gemeentelijke beleid en het bestemmingsplan de vrijstellingsgrenzen van 40 cm (diepte) en 1.000 m² gekoppeld. Vanaf 23 april 2024 geldt het Paraplubestemmingsplan Archeologie.6 Volgens dit nieuwe plan geldt momenteel voor het plangebed een Waarde-Archeologie 4 (hoge archeologische verwachting) geldt een onderzoeksplicht bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en een bodemverstoring van meer dan 0,40 meter beneden het maaiveld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer bij overschrijding van de vrijstellingsgrens, een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. 4 Gemeente Beekdaelen. 5 NL.IMRO.0962.BPBuitengebied-VA01, onherroepelijk vastgesteld op 14 maart 2013.
6 Paraplubestemmingsplan Archeologie Beekdaelen, NL.IMRO.1954.BPArcheologie-VA01, vastgesteld 23-
4-2024 Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 10
De gemeente Beekdaelen heeft geen aanvullende uitvoeringskaders voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 11
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap, kaartbijlagen • Gemeente Beekdaelen, Archeologische beleidskaart • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Kaart Archeologie in Nederland • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 12
De kaart Archeologie in Nederland is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand.
2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) Het plangebied ligt binnen het Zuid-Limburgse lössgebied op het plateau van Doenrade op een hoogte van circa 110 m +NAP (figuur 4). Het Plateau van Doenrade vormt oorspronkelijk een relatief vlak erosieterras in het dal van de Midden-Pleistocene WestMaas. Het plateau grenst hier in het noorden en oosten aan de erosiebekkens van de Rode Beek en Heerlen. De noordgrens wordt gemarkeerd door de Feldbissbreuk. Het gebied ten noorden hiervan behoort tot het dalingsgebied van de Centrale Slenk; het gebied ten zuiden van de Feldbiss is een opheffingsgebied, aangeduid als Zuid-Limburg blok. In het zuiden grenst het plateau aan het dal van de Geleenbeek. Het plateau is vernoemd naar het dorp Doenrade dat nagenoeg in het midden van het plateau ligt.
Figuur 4: De ligging van het plangebied binnen Zuid-Limburg weergegeven op het AHN-hoogtebeeld.7
7 Bron ondergrond: www.ahn.nl
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 13
De ondergrond bestaat uit zeer dikke pakketten mariene Tertiaire afzettingen (formatie van Breda/Heksenberg) bestaande uit klei en zand met daarboven grof Maasgrind en –zand, afgezet tijdens het Midden-Pleistoceen (afzettingen van St. Pietersberg, behorende tot de formatie van Beegden; ca. 0,7 miljoen jaar BP). Het door de Maas vormgegeven terrassenlandschap tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, ca. 115.000-11.600 jaar BP) afgedekt met een pakket eolische löss (leem). Deze lössleemafzettingen worden heden ten dage aangeduid als het laagpakket van Schimmert, onderdeel van de formatie van Boxtel.8 Löss bestaat voor 75 procent uit kwartsdeeltjes met een korrelgrootte tussen 2 en 50 μm. De dikte van het lösspakket kan plaatselijk meer dan tien meter bedragen maar varieert mede als gevolg van erosie, sterk. Volgens de geologische oppervlaktekaart van Zuid-Limburg (figuur 6) liggen ter plaatse van het plangebied de laat-pleistocene lössafzettingen aan de oppervlakte. Iets ten zuiden van het plangebied dagzomen in de dalhelling waar de lössleem door erosie is verdwenen pleistocene Maasterrasafzettingen van de formatie van Beegden en tertiaire marine sedimenten van de formatie van Heksenberg/Breda. Deze worden afgedekt door een pakket hellingafzettingen bestaande uit mengsels van grind, zand en leem.
Het plateaureliëf wordt vooral bepaald door de vlakke restanten van de hooggelegen Maasterrassen, de later gevormde lösshellingen en de vele beek- en droogdalen. De niet permanent watervoerende dalen oftewel droogdalen zijn in hun huidige verschijningsvorm ontstaan onder periglaciale omstandigheden gedurende vooral de tweede helft van de laatste ijstijd (het Midden- en Laat-Weichselien). Ze zijn nog verder verdiept dan wel weer met sedimenten opgevuld onder invloed van ontbossing en de daarmee gepaard gaande bodemerosie gedurende het Laat-Holoceen. In de oorspronkelijke periglaciale lössleem op de plateaus, zijn tijdens het Holoceen zogenaamde brikgronden ontstaan met een kenmerkende roodbruine, relatief lutumrijke Bhorizont. In de door erosie gevormde secundaire löss, het zogenaamde colluvium, worden polder- en ooivaaggronden zonder duidelijke B-horizont, aangetroffen. Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 7) ligt het plangebied op de zuidelijke rand van een plateauterrasrest (figuur 7, legenda-eenheid 8E4l). Het terras grenst hier aan een uitgebreid droogdalsysteem bestaande uit afbraakwanden (figuur 7, legendaeenheid 17A41yl en 13A41yl) en droogdalen die in zuidwestelijke richting afwateren (figuur 7, legenda-eenheid 34R21ydl).
Pal ten westen van het plangebied ligt de Provinciale Weg Zuid verdiept waardoor sprake is van een holle weg (figuur 7, legenda-eenheid R91). Op het AHN-hoogtemodel (figuur 8) is duidelijk de ligging van het plangebied op de rand van een relatief vlak plateau te zien. Het plangebied helt zwak in noordwestelijke richting waardoor binnen het plangebied sprake is van een hoogteverschil van ongeveer één meter De bodems ter plaatse van het plangebied bestaan volgens de bodemkaart van Nederland uit radebrikgronden in löss (figuur 9, legenda eenheid BLd6). Dit zijn volledig intacte leembrikgronden met een Ap-E-Bt-BC-C profielopbouw. Kenmerkend is de relatief zware, veelal roodbruine Bt-inspoelingshorizont met een reguliere dikte van 50-70 cm.
8 De Mulder e.a. 2003
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 14
2.3 Referentieprofiel Brikgronden worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een ‘briklaag’, die op minder dan 80 cm –mv begint. Een briklaag is een veelal roodbruine laag waarin door de inspoeling van lutum een textuur-B oftewel Bt-horizont is ontstaan. Deze laag is vrij stug ten opzichte van de bovenliggende A- en E-horizonten. Om als briklaag te kwalificeren dient de lutuminspoelingshorizont tenminste 15 cm dik te zijn en minimaal 8% lutum te bevatten. De maximaal waargenomen dikte bedraagt ruim 60 cm. Brikgronden komen voor in oude rivierkleigronden maar vooral in de Zuid Limburgse lössgronden. Radebrikgronden zijn droge (xeromorfe) brikgronden die vooral voorkomen op de hooggelegen, vlakkere plateaus. Door de uitspoeling van lutum en ijzeroxiden is de E-horizont veelal lichter van kleur en ook minde stug. Wanneer door erosie de toplaag is verdwenen en de briklaag aan of nabij het maaiveld ligt, spreekt men van een bergbrikgrond. In radebrikgronden begint de briklaag op 40 tot 50 cm –mv. Komen in de briklaag onder invloed van periodiek meer grondwater duidelijke gleyverschijnselen voor (roestvlekken), dan spreekt men van daalbrikgronden.
Figuur 5: Voorbeeld van een radebrikgrond onder bouwland in löss bij St. Geertruid. N 50˚77’ 22’’ / E 005˚44’36’’. (foto: R. Paulussen).
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 15
Pleistocene löss
Maasterrasafzettingen / hellingafzettingen
Tertiaire afzetting onder hellingafzettingen
beekdalafzettingen
Figuur 6: Uitsnede uit de geologische kaart. 9 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
9 Bron: RGD, 1988
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 16
Figuur 7: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 10 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
10 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 17
Figuur 8: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 11 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
11 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 18
Figuur 9: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 12
12 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
2.4 Archeologie
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 19
(LS01/LS04)
De gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (figuur 13) geeft aan dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt. Binnen zones met een hoge verwachting wordt de kans op het aantreffen van archeologische waarden op basis van het voor de verwachtingskaart gebruikte model relatief hoog ingeschat dan in de zones met een middelhoge verwachting. Dit kan zijn omdat de zone landschappelijk gunstiger liggen of omdat deze in een hellingklasse ligt waar de kans op erosie laag is. Ondiepe sporen zijn in dergelijke zones mogelijk nog goed intact. verdwenen. Indien deze zones zich aan de voet van steile hellingen of binnen laagtes/droogdalen bevinden, kunnen ze bedekt zijn met colluvium en daardoor goed geconserveerde resten opleveren. Ten zuiden en ten noordoosten van het plangebied liggen de historische kernen van Oirsbeek en Merkelbeek die als een AMK-terrein van hoge archeologische waarde zijn geclassificeerd (AMK-nummers 16352 en 16363). De afstand bedraagt meer dan 500 meter. Het gaat om een cluster oude bebouwing met bewoningsresten uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen.
De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Binnen het plangebied zelf liggen volgens de landelijke database van Archis geen archeologische waarnemingen/vondsten. Binnen het onderzoeksgebied met een straal van één kilometer liggen slechts twee archeologische waarnemingen, waarvan enkel de circa 900 meter ten oosten van het plangebied gelegen waarneming op figuur 10 is afgebeeld (zaakid. 2884179100). Het betreft de losse vondst van een vuurstenen bijl uit het neolithicum dat is hergebruikt als afslagkern. Circa 780 meter ten westen van het plangebied zijn tijdens de archeologische begeleiding van de aanleg van een waterbuffer aan de Hagendoornweg resten van een erf uit de volle middeleeuwen aangetroffen (zaakid. 5143179100).13 De landschappelijke ligging van deze vindplaats wijkt echter sterk af van die van het plangebied. De opgegraven huisplaats uit de volle middeleeuwen aan de Hagendoornweg lag op een hellingvoet (hellingpercentage 6,5%) in een droogdal (figuur 10) op een hoogte van circa 81 m +NAP. Het plangebied ligt op een lössplateau op een hoogte van circa 110-111 m +NAP.
Ten zuiden van het plangebied zijn twee bureau- en booronderzoeken uitgevoerd door RAAP en ArcheoPro (zaakid. 4720675100 en 2427598100). Ook deze beide onderzoekslocaties liggen landschappelijk afwijkend ten opzichte van het plangebied op een terrasheling. Beide onderzoeken hebben geen relevante archeologische waarnemingen opgeleverd waarna voor beide terreinen geen vervolgonderzoek is geadviseerd.
13 Bongers e.a. 2023
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 20
Figuur 10: Situering van het plangebied aan de Hagendoornweg waar een huislocatie uit de volle middeleeuwen is opgegraven.14
2.5 Informatie amateurarcheologen
(LS01/LS04)
ArcheoPro heeft per e-mail contact opgenomen met de Vereniging Historie Schinnen met de vraag of er amateurarcheologen bekend zijn die ter plaatse van het plangebied oppervlaktekarteringen hebben uitgevoerd. De vereniging heeft hier niet op gereageerd.
14 Bongers e.a. 2023, afbeelding 5.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 21
Figuur 11: Kaart met Archis vondstlocaties. 15 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl 15
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 22
Fi guur 12: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen. 16 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl 16
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 23
Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart. 17 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 17 Bron: Gemeente Beekdaelen
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 24
2.6 Historie (LS03) Het dorp Oirsbeek ontleent haar naam aan de beek de Oir of Oëre, die thans, opgesloten in een buis onder het dorp, haar weg vervolgt via Wolfhagen en Schinnen en daar de naam Kakkert draagt. Vervolgens mondt hij uit in de Geleenbeek. De eerste schriftelijke vermelding dateert uit 1294. In stukken uit dat jaar staat het dorp vermeld onder de naam ‘Ursbech’.18 De ligging langs een beek, aan de voet van het plateau, doet een vroegmiddeleeuwse herkomst vermoeden. De Tranchotkaart uit 1805 (figuur 14) laat zien dat het plangebied in die tijd als bouwland in gebruik was en behoorde tot het Laetmaer Veld. Het toponiem “Veld” is een aanduiding voor een groot aaneengesloten landbouwgebied. De huidige Provinciale Weg Zuid ten zuidwesten van het plangebied is duidelijk in oorsprong een historische weg. Het holle karakter van de weg is het gevolg van de insnijding in de dalhelling tussen het beekdal met Oirsbeek en het plateau van Doenrade. Het plangebied grenst aan de Hagerweg, die in de 19e eeuw als verbindingsweg richting Merkelbeek fungeerde en daartoe het plateau tussen Oirsbeek en Merkelbeek doorkruiste. Op geringe afstand ten zuiden van het plangebied stond rond 1800 een windmolen. Het betreft de voormalige korenmolen Dortrants uit 1802, die in 1916 is opgeheven en waarvan een restant nog binnen het campingterrein staat.19
Figuur 14: Uitsnede uit de Tranchotkaart van 1805. 20 Het plangebied is rood omlijnd.
18 Van Berkel en Samplonius 2006 19 https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-01117-a
20 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 25
De kadasterkaart uit 1832 (figuur 15) toont dat het plangebied destijds uit delen van meerdere kleine percelen bestond die in gebruik waren als akker. Er was geen sprake van bebouwing. Aan de oostzijde loopt de eerder genoemde Hagerweg richting Merkelbeek. Het plangebied grenst in het zuiden aan het molenbiotoop van de molen Dortrants uit 1802.
Figuur 15: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832. 21 Het plangebied is rood omlijnd. Figuur 16 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1925, 1959 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar het gebruik van het plangebied niet is veranderd en altijd als akker in gebruik is gebleven. Medio jaren 80 van de vorige eeuw is pal ten zuidwesten van het plangebied het campingterrein High Chaparrel aangelegd. De kaart met historische relicten in Zuid-Limburg (figuur 17a) toont geen van dergelijke relicten ter plaatse van het plangebied. De Hagerweg is aangeduid als een (pre)middeleeuwse weg. Ten zuidwesten van het plangebied, aan de overzijde van de huidige provinciale weg, stond een tweede molen, de Janssenmolen (rijksmonument 33347)
21 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 26
Figuur 16: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1925, 1959 en 2016. 22 Het plangebied is telkens rood omlijnd.
22 Bron: Kadaster Topografische Dienst
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 27
Figuur 17a: Kaart met historische relicten in Zuid Limburg.23 Het plangebied is rood omlijnd.
23 Bron: Renes 1988
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 28
Figuur 17b: Legenda van de kaart met historische relicten in Zuid Limburg.24 Het plangebied is rood omlijnd.
24 Bron: Renes 1988
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 29
(LS05)
Specifieke ligging Het plangebied ligt binnen het Zuid-Limburgse lössgebied op het zogenaamde Centraal Plateau oftewel Plateau van Schimmert. Het reliëf van het Centraal Plateau wordt vooral bepaald door de zogenaamde droogdalen. Op circa 250 tot 350 meter afstand ten zuidwesten en noordoosten van het plangebied bevinden zich droogdalen. Vanwege de landschappelijke ligging worden binnen het plangebied brikgronden verwacht. Historisch gezien lag het plangebied buiten de oude kern van Oirsbeek. Het merendeel van de tijd was het in gebruik als boomgaard. Aan de straatzijde heeft bebouwing gestaan, zowel in de vroege 19de eeuw (woonhuis) als in medio en late 20ste eeuw (school). Pal ten zuiden van het plangebied stond tot 1916 een windmolen. Verwachte perioden (datering) & complextypen Specifieke kennis van het plangebied en omgeving Specifieke archeologische kennis met betrekking tot het plangebied is niet voorhanden. Er zijn geen vondstmeldingen in de directe omgeving van het plangebied bekend. Algemeen verwachtingsmodel Zuid-Limburg Nederzettingen (kampementen) uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen in principe overal voorkomen. Deze jagers-verzamelaars verbleven doorgaans niet lang op dezelfde plaats en trokken veelvuldig door het landschap.
Er is echter wel een tendens zichtbaar in de vestiging van deze jagers-verzamelaars: met name de hoogtes bestaande uit terrassen, plateaus en hoge ruggen werden opgezocht. Hierbij hadden de gradiëntzones nabij beekdalen en de randen van plateaus de voorkeur boven de vlaktes van de plateaus (tenzij daar droogdalen aanwezig zijn/waren). Aan de randen van het plateau trad namelijk het water uit de helling, waardoor natuurlijke bronnen ontstonden die in het verleden de droogdalen hebben gevoed. Door de goede afwatering van de plateauranden, ontwikkelden zich daar bovendien radebrikgronden die uitermate geschikt waren voor akkerbouw. Afstand tot water is in deze vroegste periodes een heel belangrijk criterium. Onderzoek wijst uit dat voor deze vroegste periodes in de geschiedenis de afstand doorgaans niet meer bedraagt dan 200 à 300m. 25 Vanaf het vroeg neolithicum vestigde men zich min of meer permanent in het ZuidLimburgse lössgebied en ontstonden de eerste sedentaire landbouwnederzettingen van de LBK-cultuur en later de Rössencultuur, de Michelsbergcultuur en de Stein-groep. Deze nederzettingen lagen vooral op de lössplateaus. De bronstijd breekt hier ogenschijnlijk mee.
Deze periode heeft in Zuid – Limburg echter dermate weinig resten nagelaten (of zijn tot op heden aan het oog van de archeoloog onttrokken) dat voor deze periode geen goed onderbouwd verwachtingsmodel opgesteld kan worden. Op basis van een palynologisch onderzoek26 naar de bronstijd in het Lössgebied tussen Rijn en Maas kunnen een aantal globale uitgangspunten (veronderstellingen) geformuleerd worden. Vanaf de bronstijd lijkt men te kiezen voor de beschutte locaties nabij actieve beekdalen en gebruikte men de hoger gelegen gebieden overwegend voor begraving en mogelijk landbouw. In de bronstijd was blijkens palynologisch onderzoek het aandeel van de landbouw op de plateaus echter nog zeer beperkt. Het landschap bestond toen nog overwegend uit aaneengesloten loofbossen.
25 Wijk & Orbons 2009. 26 Bunnik 1999.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 30
In de ijzertijd en de Romeinse tijd kwam daar verandering in. Het landschap werd door menselijk ingrijpen veel opener ten behoeve van vooral landbouwactiviteiten. Naast de nederzettingen in de beekdalen kwamen in de ijzertijd ook nederzettingen op de randen van de terrassen en plateaus voor. Romeinse boerderijen werden eveneens vooral op de glooiende lösshellingen langs beekdalen gebouwd. In de vroege middeleeuwen liep de omvang van de bevolking terug en lagen de nederzettingen vooral in de beekdalen (de plateaus raakten weer bebost) en op locaties die al vanuit de Romeinse tijd doorgroeiden (zoals bijvoorbeeld Heerlen). Vanaf de volle middeleeuwen (11de eeuw) werden de plateaus systematisch vanuit de dalen ontgonnen en werden ook hier nederzettingen gesticht. Schimmert is ook in deze volmiddeleeuwse periode ontstaan als bewoningskern. Uiterlijke kenmerken Vuursteenvindplaatsen uit het paleolithicum of mesolithicum zullen binnen het plangebied uit vondststrooiïngen bestaan met eventuele ondiepe sporen zoals haardplaatsen. Eventuele nederzettingsresten uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen zowel bestaan uit basisnederzettingen met een oppervlakte tussen 200 en 1.000 m² of van kleine tijdelijke kampementjes met zeer geringe afmetingen die nauwelijks meer zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp.
De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (met name vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal bestaande uit natuursteen, baksteen of verbrande leem en houtskool), als fundament- dan wel muurresten of als spoorvullingen van afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, e.d. direct onder de bouwvoor. Resten van off site fenomenen kunnen bestaan uit perceleringen, afvaldumps, wegen, enz. Diepteligging Mogelijke vindplaatsen kunnen aangetroffen worden in de top van het bodemprofiel (doorgaans ongeroerd direct onder de bouwvoor tot in de top van de C-horizont). Indien een afdekkende laag zoals colluvium of alluvium aanwezig is, kunnen archeologische resten ook in en direct onder deze afdekkende laag aangetroffen worden en dus in meerdere lagen aangetroffen worden. Bovenstaande geldt enkel voor vindplaatsen van het laat paleolithicum of jonger. Oudere resten kunnen zich in of onder het afgezette lössdek bevinden, soms wel op diverse meters diep, in oudere aanrijkingshorizonten zoals de Roccourt-bodem of in de top van een oudere bodem in de Pleistocene löss of in de Tertiaire ondergrond. Of ook zeer oude steendtijdresten aanwezig kunnen zijn, is op basis van het bureauonderzoek onduidelijk.
Het is immers niet duidelijk of een voldoende dik lössdek (sedimentval) aanwezig is, en in dit lössdek bodemhorizonten met archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Mogelijke verstoringen, gaafheid / conservering Door het historische gebruik als akker met de bijbehorende moderne bouwvoor en eventueel bodemerosie, kan in meer of mindere mate bodemverstoring in de top van de bodems zijn opgetreden waardoor archeologische resten (deels) verloren zijn gegaan of zijn aangetast. Dit geldt met name voor ondiepe vuursteenvindplaatsen uit het laatpaleolithicum en mesolithicum. De kans dat een intacte vuursteenvindplaats nog aanwezig is, wordt daarom klein geacht, tenzij deze diep in de lössondergrond ingebed is (zoals voor
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 31
vroeg- en midden-paleolithische vindplaatsen en vindplaatsen behorend tot het Magdalien mogelijk is. Voor sporenvindplaatsen vanaf neolithicum is de impact van het historische gebruik waarschijnlijk minder ingrijpend geweest. Naar verwachting zal het sporenniveau (in de top van de ongeroerde bodem) beter zijn beschermd door de bouwvoor die vanaf de middeleeuwen is ontstaan als gevolg van de grondbewerking voor het gebruik als boomgaard en weiland. Wel zal (een deel van) het vondstniveau in de onderzijde van de bouwvoor zijn opgenomen. Het agrarische gebruik, alsook de ontkalking van de löss zullen effect (gehad) hebben op de gaafheid en conserveringstoestand van eventuele archeologische resten. Met name ook de ligging in ontkalkte lössgronden heeft effect op de conserveringstoestand. Naar verwachting is gaafheid en conservering van eventuele resten matig (voor anorganische resten) tot laag (voor organische, onverkoolde resten). Gespecificeerde archeologische verwachting voor dit plangebied Indien binnen het plangebied sprake is van een intacte ongeroerde natuurlijke ondergrond kan op basis van de landschappelijke situering een middelhoge tot hoge archeologische verwachting uitgesproken worden voor archeologische resten uit alle perioden daterend vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Specifiek is deze verwachting dan: - hoog voor bewoning en/of begraving voor resten van agrarische gemeenschappen uit alle periodes vanaf het neolithicum tot en met volle middeleeuwen - hoog voor off site fenomenen vanaf het neolithicum. - middelhoog voor paleolithische en mesolithische resten van jagers-verzamelaars gemeenschappen
2.8 Onderzoeksstrategie (LS05) Doel van het inventariserend booronderzoek verkennende fase is om vast te stellen hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze nog intact is en of hierin behoudenswaardige archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn. Daarbij dient met name te worden nagegaan of de oorspronkelijke bodem bestaat uit een leembrikgrond, of deze nog aanwezig is en hoe dik de betreffende briklaag (Bt-horizont) nog is, in hoeverre eventuele archeologische niveaus vestoord zijn, met name binnen het noordelijke deel, en of er colluviale afzettingen aanwezig zijn, al dan niet met een onderliggende leembrikgrond. Uitgegaan wordt van een minimale boordichtheid van vijf boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet om de bodemopbouw doelmatig en betrouwbaar te karakteriseren en een eventuele grootschalige verstoring nader vast te stellen.
Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek zal worden aangegeven welk type bodems binnen het plangebied voorkomen, in hoeverre de bodem door (sub)recente grondwerkzaamheden zoals diepploegen, afgravingen en/of egalisaties is verstoord, hoe dik een colluviale afzetting binnen het noordwestelijke deel van het plangebied is, wordt het verwachtingsmodel eventueel aangepast en zal worden aangegeven in een hoeverre (karterend) vervolgonderzoek naar archeologische indicatoren, materiële resten en sporen wenselijk en zinvol is en welk type onderzoek hiervoor het meest geschikt is. Binnen het plangebied zijn vijf boorpunten regelmatig verdeeld. Hierdoor wordt binnen het 0,94 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van circa 5 boringen per hectare.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 32
Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN of een waterpas. De AHN-hoogtedata hebben in principe een nauwkeurigheid van 5 cm. De boorlocaties (RD-coördinaten) worden in het veld vastgesteld met behulp van een GPS. De boorprofielen worden beschreven op basis van de ASB 5.2. Indien mogelijk en effectief wordt een oppervlaktekartering verricht in raaien met een onderlinge afstand van maximaal 5 meter. Individuele vondsten of vondstconcentraties worde met behulp van GPS ingemeten.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 33
3 Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 21). Edelmanboor met diameter van 7 cm. 5 40 * 50 m 5 boringen per hectare 1,0 – 1,5 m –Mv GPS Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de vegetatieresten op de akker was geen effectieve oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in bijlage 6.
3.3 Resultaten en interpretatie booronderzoek
(VS03)
Uit de boorresultaten blijkt dat de oorspronkelijke bodem (C-horizont) binnen het plangebied uit een bruingele, pleistocene primaire (eolische), zwak zandige, kalkloze leem (löss) bestaat (formatie van Boxtel, laagpakket van Schimmert). In de top van de primaire leembodem heeft zich een reguliere leembrikgrond gevormd met een Ap-Bt-BC-C profielopbouw die kenmerkend is voor holocene bodems in lössleem. Vanwege het ontbreken van een E-horizont is formeel sprake van een bergbrikgrond. Onder de Ap-horizont bevindt zich de als gevolg van klei- en ijzeraanrijking de roodbruine, relatief stevige Bt-horizont met de onderliggende licht bruinrode, matig stevige BCovergangshorizont. De Bt-horizont heeft een maximale dikte variërend van 50 cm in de boringen 1, 2 en 5 tot slechts 20 cm in boring 3. De afwezigheid van een E- of EB-horizont toont aan dat de bodem enigermate is geërodeerd. Dit geldt met name voor het centrale deel van het plangebied ter plaatse van boring 3, samenhangend met de geleidelijke landschappelijke overgang van het vlakke plateaudeel naar de laagte binnen het noordwestelijke deel van het plangebied. Binnen het noordwestelijke deel van het plangebied (boringen 2 en 5) is boven de holocene leembrikgrond in primaire löss een colluviumlaag aangetroffen met een dikte van 50 tot 60 cm. Dit colluvium ligt direct op de Bt-horizont; een oorspronkelijk A-horizont ontbreekt.
Dit duidt er op dat de oorspronkelijke leembrikgrond voorafgaand aan de afzetting van het colluvium enigszins is geërodeerd. Het colluvium zelf wordt gekenmerkt door een relatief lage consistentie en zeer fijne sedimentaire gelaagdheid maar kan niet worden onderverdeel in subeenheden. Vanwege het ontbreken van antropogene bestanddelen in het opgeboorde bodemmateriaal is een datering niet mogelijk.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 34
Figuur 18: Foto van boring 1, uitgelegd per meter van linksboven naar rechtsonder
Figuur 19: Foto van boring 3, uitgelegd per meter van links naar rechts
Figuur 20: Foto van boring 5, uitgelegd per meter van linksboven naar rechtsonder
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 35
Figuur 21: Boorprofielen
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 36
Figuur 22: Plangebied met boorpunten op topografische ondergrond
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 37
Figuur 23: Plangebied met boorpunten op luchtfoto
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
4 Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 38
(VS07)
4.1. Conclusies In februari 2023 is door ArcheoPro een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een akkerterrein aan de Hagerweg te Oirsbeek naast de camping High Chaparrel, gemeente Beekdaelen. Het archeologisch vooronderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) middels verkennende boringen en een bureaustudie. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor bewoning en/of begraving voor resten van agrarische gemeenschappen uit alle periodes vanaf het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor laat-paleolithische en mesolithische resten van jagersverzamelaars gemeenschappen. Voor off site fenomenen uit alle perioden vanaf het neolihicum geldt een hoge verwachting.
Uit het booronderzoek blijkt dat de oorspronkelijke bodem binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied enkel uit primaire eolische lössleem bestaat met in de top de verwachte leembrikgrond met een nagenoeg nog intacte Bt-horizont. Binnen het lager gelegen noordwestelijke deel van het plangebied is eveneens een leembrikgrond in primaire lössleem aangetroffen, maar wordt deze afgedekt door een colluviumlaag met een dikte van 50 tot 60 cm. Een E-horizont is nergens vastgesteld. Centraal binnen het terrein is duidelijk sprake van een bergbrikgrond met een aangetaste B-horizont als gevolg van bodemerosie. Op basis van het verkennend booronderzoek dient de hoge archeologische verwachting met betrekking tot resten uit de periode neolithicum-volle middeleeuwen te worden behouden. Vanwege de aantasting van de oorspronkelijk bodem door een combinatie van ploegen en bodemerosie kan de verwachting met betrekking tot het aantreffen van behoudenswaardige vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum worden bijgesteld naar laag.
4.2. Selectieadvies Aanbevolen wordt om binnen het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek middels proefsleuven uit te voeren naar de aanwezigheid en behoudenswaardigheid van archeologische resten van sporennederzettingen uit de periode neolithicum-volle middeleeuwen. Een archeologische proefsleuvenonderzoek mag enkel worden uitgevoerd op basis van een vooraf door de gemeente Beekdaelen vooraf goedgekeurd programma van eisen (PvE). In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 39
worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11 en de gemeente Beekdaelen.
4.3 Selectiebesluit Bovenstaand advies is een selectieadvies. Het rapport zal eerst beoordeeld worden door de bevoegde overheid die hierover een selectiebesluit zal nemen en de benodigde vergunning(en) zal afgeven. Er is momenteel nog geen selectiebesluit genomen over dit rapport.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 40
5. Literatuur en bronnen Bronnen Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Limburg; 1894-1926 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 3.0 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Digitale bronnen http://archis.cultureelerfgoed.nl http://www.pdok.nl http://maps.google.nl http://www.omgevingswet.overheid.nl https://bagviewer.kadaster.nl http://www.topotijdreis.nl
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 41
Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 1997. Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 1997. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie, Assen. Berg, G. M.W. van den, 1996. Fluvial sequences of the Maas. A 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time scales. Wageningen Berkel, G. van & K. Samplonius, 2006. Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie. Utrecht. Bongers, T., A.M.I. van Waveren, K. Olaya, B. van Os, A.C. van de Venne, K. Grothe, J. de Moor, S. Rumping & T. Vanderhoeven, 2023. Aanleg Waterbuffer Hagendoornweg, Oirsbeek, gemeente Beekdaelen. Een archeologisch onderzoek door middel van een archeologische begeleiding protocol opgraven. EARTH Integrated Archaeology Rapporten 208 Bosch, J.H.A., 2005. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht. TNO-rapport, NITG 05-043-A. Bunnik, F.P.M., 1999. Vegetationsgeschichte der Lößbörden schwisssen Rhein und Maas von der Bronzezeit bis in die frühe Neuzeit. PhD-thesis universiteit Utrecht. Felder, W.M. en P.W. Bosch, 1988. Geologische oppervlaktekaart van Zuid-Limburg en omgeving. RGD Haarlem. Kuyl, O.S., 1980. Toelichting bij de Geologische kaart van Nederland 1: 50.000, blad Heerlen (62W oostelijke helft, 620 westelijke helft).
Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Mulder, E.F.J de e.a. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten Renes, J., 1988. De geschiedenis van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap, Maastricht. Verhoeven, M.P.F., 2007. Hoog, middelhoog en laag; een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten en de gemeente Nuth. RAAP-rapport 1483. Wijk, I. van & J. Orbons, 2009. Archeologische (verborgen) schatten/waarden van Valkenburg op de kaart gezet. Een archeologische beleidskaart voor de gemeente Valkenburg aan de Geul. Archol-rapport 121.
Versie: 24-10-2025
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 42
6. Bijlagen Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 24-10-2025
Datering 250.000
- 9000
9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 43
Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties Zaak nr: Coördinaat 2884179100 192900/329400
Periode Neoliticum
Vondsten Vuursteen
Complexen Onbekend
Bijlage 4: Overzicht archeologische monumenten
AMK nr: 16351
Coördinaat 191455/331020.4
Periode Complex Middeleeuwen, Nieuwe Nederzetting, Tijd onbepaald
16352
193063.2/329782.6 Middeleeuwen, Nieuwe Nederzetting, Tijd onbepaald
16363
192440.2/328475.8 Middeleeuwen, Nieuwe Nederzetting, Tijd onbepaald
Bijlage 5: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen Zaak nr:
Periode
Vondsten
Complexen
2203137100 191723.5/329082.4 Booronderzoek Oppervlak: 0.33336 ha.
Onbekend
Geen
Geen
2313110100 194248.5/322991.1 Oppervlak: 21128.33 ha.
Bureauonderzoek
Onbekend
Geen
Geen
2427598100 192044.2/329268.3 Oppervlak: 0.058204
Booronderzoek
Onbekend
Geen
Geen
Versie: 24-10-2025
Coördinaat
Onderzoek
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 44
ha. 4720675100 192650.9/329017.7 Oppervlak: 0.908585 ha.
Booronderzoek
4776858100 190045.6/365149.1 Onbekend Oppervlak: 100000 ha.
Versie: 24-10-2025
Onbekend
Geen
Geen
Onbekend
Geen
Geen
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek High Chaparral, Oirsbeek, Gemeente Schinnen.
ArcheoPro Rapport, 22059, Pagina 45
Bijlage 6: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever