CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Beantwoording advies van Adviesorgaan Sociaal Domein Beekdaelen m.b.t. het Regionaal Beleidskader

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Voorstel inzake Regionaal Beleidskader Jeugdhulp 2024-2028 Zuid-Limburg12.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Ter info: vetgedrukte passages in de beantwoording zijn meegenomen in een aanpassing van het beleidskader Wie

Reactie

Beantwoording

ASD Beekdaele n

Wij geven, natuurlijk met een aantal opmerkingen en zorgen, die wij ook in dit advies zullen omschrijven, een positief advies over dit beleidskader 2024-2028.

Fijn dat de eerste stap in de richting naar een meer participatief traject goed is ontvangen. Wij willen de samenwerkende adviesorganen dan ook bedanken voor de constructieve inbreng!

Wij adviseren wel uitdrukkelijk om naast de adviesraden ook ouders en jeugd niet alleen te betrekken bij het tot stand komen van beleidskaders maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan.

Het participatief traject welke wij beogen betreft betrokkenheid van jeugdigen/ouders en adviesraden bij beleidsvorming tot aan hulpverlening zoals omschreven in hoofdstuk 4.

Terecht merkt u op, dat er prioriteiten moeten worden gesteld. Het plaatje op pagina 31 roept wel vraagtekens op. Het is de vraag of de kleurstelling correspondeert met de tekst.

De kleurstelling met de tekst.

In de nieuwste KidsRights-index is Nederland in een jaar van plek 4 naar plek 20 geduikeld.

De grootste achteruitgang van Nederland in de KidsRights Index is te verklaren door slechte scores in het domein gunstig klimaat creëren voor de rechten van het kind. Een andere reden voor de daling wordt veroorzaakt in het domein gezondheid door o.a. de wachtlijsten in jeugdzorg en jeugdbescherming. Wij streven naar geen wachttijden en daar waar een wachtlijst ontstaat deze direct inzichtelijk te maken zodat (andere) passende hulp geboden kan worden.

Door de ombudsman is erop gewezen, dat de positie van kinderen/jongeren die jeugdhulp moeten krijgen per gemeente kan verschillen en dat dit onaanvaardbaar is. Is er een basislijn op service- en zorgniveau waar het kind, de jongere en de ouders op kunnen rekenen?

De gemeenten onderschrijven dat dit onaanvaardbaar is. Jeugdigen moeten passende hulp ontvangen, dat is één van de hoofddoelen van dit beleidskader.

Het beroep op jeugdhulp is in ZuidLimburg al jaren hoger dan het

Het is lastig hier directe verklaringen voor aan te wijzen.

correspondeert

1

landelijk beroep (p16). U verklaart dat – naar onze mening terecht door objectieve bevolkingskenmerken, maar dat maakt het wel tot een weerbarstig probleem.

Mogelijk hebben sociaaleconomische factoren invloed op de zorgbehoefte van jeugdigen in onze regio.

De gemeenten moeten Xonar redden van een dreigend faillissement, maar onduidelijk is, wat de situatie bij Xonar (en de arbeidsmarkt) en het sluiten van de MKD’s zal doen met de kwaliteit en continuïteit van de zorg.

Het Herstelplan Xonar borgt de continuïteit en kwaliteit van zorg. De steun vanuit de 16 gemeenten zorgt ervoor dat XONAR de kans krijgt om weer naar een gezonde bedrijfsvoering toe te groeien. Hiermee zorgen we ervoor dat de jeugdhulp ook op langere termijn geborgd blijft. Meer stabiliteit binnen XONAR leidt ertoe dat er meer rust in het zorglandschap ontstaat en bijv. minder wisseling van vaste zorgverlener voor jeugdigen en gezinnen.

Steeds vaker wordt duidelijk, dat bestaanszekerheid van gezinnen de sleutel tot succes is. De recente rapportage over de achterstand van burgers op bijstandsen minimumniveau is zeer zorgwekkend.

Dat onderschrijven wij en is mede reden voor gemeente Beekdaelen om momenteel te onderzoeken hoe er toegewerkt kan worden naar meer integraal werken binnen het sociaal domein èn samen met onze omliggende partners.

De inhoud van het beleidskader is feitelijk een wijziging in het systeem en zal moeten leiden tot een andere opstelling van in ieder geval een deel van de jeugdhulpverleners. Dat is een niet te onderschatten noodzakelijke (systeem-) verandering. Daarmee is de verandering van het antwoord op de HOE-vraag en de implementatie hiervan essentieel voor het realiseren van het beleidskader.

Dit krijgt de aandacht in het Uitvoeringsplan dat gemaakt wordt. Binnen de projectstructuur van de ambulante jeugdhulp ontwikkelcontracten heeft dit ook nadrukkelijk de aandacht.

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn lang en het onderwijs klaagt erover dat daarmee de problematiek van jongeren niet of volstrekt onvoldoende opgepakt wordt. (uw doel: ik word gezien en gehoord en krijg de hulp, die aansluit bij mijn toekomstperspectief (p.25). Advies: Neem bij bijlage 2 (resultaten) op, dat de wachttijd afneemt voor

Wij streven naar geen wachttijden en daar waar een wachtlijst ontstaat deze direct inzichtelijk te maken zodat (andere) passende hulp geboden kan worden.

2

toegang tot de jeugdzorg en de jeugd GGZ. De arbeidsmarkt voor de zorg is krap en er is geen vooruitzicht dat dit op korte termijn zal verbeteren.

De krapte op de arbeidsmarkt is een herkenbaar probleem op alle gebieden. De nadruk van de gemeente ligt op doen wat nodig is, zodat de jeugdige tijdige passende hulp krijgt.

Ofschoon de trein wel al rijdt, zijn wij van mening, dat het formuleren van uitvoeringsbeleid naar onze mening vooraf dient te gaan aan de concrete uitvoering. De adviesraden zullen in het hiervoor beschreven participatieproces de uitvoering en de mate van realisatie stevig volgen. Terugkoppeling aan en evaluatie van de uitvoering met adviesraden, ouders jeugd en onderwijs achten wij noodzakelijk. Advies: Investeer met alle betrokken actoren in de beantwoording van de vraag ‘HOE GAAN WE DIT NU UITVOEREN?’

Er wordt een Uitvoeringsplan opgesteld. Zoals in hoofdstuk 4 te lezen is willen we participatief met actoren aan de slag om het vervolg verder vorm te geven.

Advies: Wij adviseren de colleges en de gemeenteraden na het vaststellen van het beleidskader ook veel aandacht te besteden aan het uitvoeringsbeleid en de periodieke verantwoording van de mate van realisatie van de in bijlage 2 genoemde resultaten (en de doelen van de uitvoeringsplannen per gemeente). verantwoording van de mate van realisatie van de in bijlage 2 genoemde resultaten (en de doelen van de uitvoeringsplannen per gemeente).

Er wordt een Uitvoeringsplan regionaal opgesteld. Het regionale uitvoeringsplan heeft voor alle gemeenten dezelfde doelen en prioriteiten. In het lokale plan kunnen accenten worden gelegd; in het Koersdocument Jeugd gemeente Beekdaelen zijn de doelen van het jeugdhulpbeleid in Beekdaelen geformuleerd en wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de transformatieopgave kan worden geoperationaliseerd.

Wij steunen dit van harte, maar wij willen wel erop wijzen, dat het doel om de instroom bij ambulante jeugdzorg te verminderen, de druk op het voorliggend veld wel stevig zal doen toenemen. Het voorliggend veld zal hiertoe geëquipeerd moeten zijn, c.q. moeten worden. Wij adviseren dit vooraf te regelen om problemen achteraf te voorkomen.

De 'beweging naar de voorkant', die overigens niet alleen vanuit Jeugd maar vanuit het hele sociaal domein gemaakt moet worden, zal verantwoord moeten gebeuren. In de samenwerking met het omliggend veld is hier continue aandacht voor. Recent heeft er een aanbesteding van de maatschappelijke dienstverlening in Beekdaelen plaatsgevonden. Per 1-1-2024 zal het CMWW als hoofdaannemer

3

met Mik-PIW als onderaannemer uitvoering geven aan de opdracht in het voorliggend veld, gericht op de volgende segmenten: - maatschappelijk werk (zowel volwassenen als jeugd- & gezinswerk) - welzijnswerk en - onafhankelijke clientondersteuning. In de opdracht zijn de transformatiedoelen en de ‘beweging naar de voorkant’ als ontwikkelopdracht meegenomen. Met deze ontwikkelopdracht benadrukken wij dat wij van de opdrachtnemer verwachten dat deze samen met de gemeente en omliggende partners in ontwikkeling blijft op de transformatiedoelen.

Wij zien hier parallellen met de belasting van de eerstelijnsgezondheidszorg (met name de huisartsen). Daarbij is een deel van het voorliggend veld – sociaal cultureel werk, buurthuizen en sportverenigingen – een veel minder grote rol voor kinderen en jongeren gaan spelen. Nu de NPOmiddelen eindigen, die onder meer hebben gezorgd voor een impuls van het welzijnswerk, blijft het van belang om te investeren in de capaciteit van het voorliggend veld, maar daarnaast ook te bezinnen op de positionering van het voorliggend veld. Ligt de kracht van het voorliggend veld op het terrein van preventie of schuift dit steeds verder op naar de curatieve zorg, om uiteindelijk de oorspronkelijke rol van de zorgaanbieders over te nemen. Dit laatste is naar de mening van de ASD onwenselijk.

Onzes inziens ligt de kracht van het omliggend veld op het terrein van preventie (voorkomen van), ouders en jongeren in hun eigen kracht zetten en het versterken van de sociale basis/ netwerk. Naast de aanbesteding maatschappelijke dienstverlening waarmee we een groot deel van ons voorliggend veld op die wijze positioneren worden verschillende programma's al ingezet met overige partners in het voorliggend veld, zoals: Trendbreuk/Kansrijke start, Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), etc.

Wij adviseren bij beleidsontwikkelingen op deze terreinen (Jeugdzorg, Participatie, WMO en veiligheid) een toets op de gevolgen voor kinderen en jongeren verplicht te stellen (kind en jongeren-paragraaf)

Dit is een goede suggestie, wij nemen deze mee in het Uitvoeringsplan en in de borging van de clienten jongerenparticipatie.

4

Ons advies is om in ieder geval te vermijden dat er dubbelingen (bij triage) ontstaan en dat de extra inspanningen om de consortia op te tuigen leiden tot extra indirecte uren en administratieve lasten. In dat kader dringen wij er ook op aan, dat er een uniforme verantwoordingssystematiek bij alle gemeenten wordt gehanteerd. Immers een verantwoordingssystematiek per gemeente verhoogt de indirecte kosten aanzienlijk.

Administratieve lasten vermindering is een doel welke wij ook nastreven. Door de regionale samenwerking (inkoop Jeugd ZL) wordt er één uniforme verantwoordingssystematiek gehanteerd door alle ZuidLimburgse gemeenten.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie GGD ZuidLimburg

Reactie

Beantwoording

Als GGD delen we de visie "Wij verbeteren de gezondheid van de Zuid-Limburgers en verkleinen de gezondheidsverschillen in onze regio zodat iedereen, van jong tot oud, kan deelnemen aan onze samenleving.” Daarom kunnen we ons helemaal vinden in de ambitie van het concept beleidskader jeugdhulp – alle jeugdigen groeien gezond, veilig en kansrijk op -, de missie (ik ben wie ik wil zijn en waar ik wil zijn) en de visie (het label eraf; niet meer denken in hokjes, maar in plaats daarvan de jeugdige centraal stellen, bekijken wat hij /zij nodig en waar hij/zij naar toe wil werken).

Goed om te horen dat de visie, missie en ambitie gedeeld worden.

Veilig Thuis, JGZ en programma Trendbreuk onderschrijven het belang van het centraal stellen van het gehele gezinssysteem en de integrale aanpak (regiobreed). Het is echter verwarrend dat dit document spreekt over brede opgaven van de gemeenten voor 'alle jeugdigen' maar daarna over de hervormingsagenda en eigenlijk alle onderdelen van het document alleen gaan over jeugdigen die al jeugdhulp en jeugdzorg ontvangen, niet 'alle jeugdigen' waar we ook nog veel te voorkomen hebben.

De brede opgaven die wij hebben geformuleerd zijn de uitdagingen die wij zien. De jeugdhulpregio richt zich echter vooral op het proces wanneer ouders/jeugdigen met een hulpvraag bij de gemeenten komen. De individuele gemeenten zullen in samenwerking met hun partners en het voorliggend veld vooral een rol hebben in de preventie.

5

In het algemeen worden alleen verbeteringen/hervormingen van het cliëntsysteem beschreven en missen we het stuk preventie en de ‘ritssluiting tussen JGZ en jeugdzorg (waaronder jeugdhulp)’. Merendeel van de onderdelen van de JGZ vallen onder de wet publieke gezondheid (tot 18 jaar), maar een aantal (preventieve) JGZ interventies vallen net als voor jeugdzorg onder de Jeugdwet (uitloop tot 24 jaar). De uitvoering van deze beide wetten zouden in een integrale aanpak naadloos op elkaar moeten aansluiten in het belang van de jeugdige en het gezin. Dat wordt in dit beleidskader niet genoemd.

Het is zeker de bedoeling dat de samenwerking tussen jeugdhulp en JGZ (en andere partijen wordt verbeterd en op elkaar aansluit). Vandaar dat bij het hoofdstuk integraliteit één van de prioriteiten is de verbinding leggen met trendbreuk, onderwijs en de volwassen GGZ.

Sluit ook aan bij de aanpak van GIA. Waar het bij een cliëntsysteem om een onveilige thuissituatie gaat staat Veilig Thuis voor een stevige en duurzame organisatie op de aanpak van GIA (0-100 jaar). Veiligheidsafspraken zijn niet onderhandelbaar en hulpverlening is gericht op alle leden van het cliëntsysteem (slachtoffers en pléger) en kan gericht zijn op meerdere domeinen.

Goede input, we zullen in het beleidskader meenemen dat de inschatting van de veiligheid met samenwerkingspartners zoals de GGD wordt opgepakt. We hebben dit aangepast op pagina 27 Onder kopje 3.1.3 Risico inschatting.

JGZ biedt naast signalering, vraagverheldering en (lichte) ondersteuning ook ‘onderzoek’ op gezondheidsaspecten. Dat onderzoek door JGZ is zeer essentieel in onze rol als (beleids)adviseur richting gemeenten en andere ketenpartners. Dit komt niet terug in dit beleidskader.

Goed om te weten dat jullie meer bieden dan naar voren is gekomen in het document. Dit is iets dat vooral in de subregionale afstemming met de GGD meegenomen zal worden.

Het is opvallend hoe duidelijk onderwijs als een partner beschreven wordt en alle anderen, ook JGZ, in het vage ‘voorveld’ samengevat worden. Suggereert mede alsof ‘het goede gesprek’ pas begint als de jeugdige aanklopt voor jeugdhulp en jeugdzorg (zie tweede punt hierboven).

De spiegelparagraaf met onderwijs en het betrekken van onderwijs is een wettelijke verplichting voor het beleidskader. Daarnaast vinden we andere partners zeker even waardevol en hebben we ook veel verwezen naar bijvoorbeeld trendbreuk, voorliggend veld en eigen kracht (nog voor preventie). Vooral in het hoofdstuk rondom integraliteit is dit specifiek terug te lezen.

6

Op verschillende punten is het concept beleidskader nog niet concreet, dat moet vanaf januari 2024 vorm gaan krijgen. Zouden jullie met ons een inschatting kunnen delen van de verwachte inzet van de GGD (JGZ, veilig thuis, Trendbreuk) om de beschreven integrale samenwerking te concretiseren? Bijvoorbeeld deelname aan werkgroepen regionaal of subregionaal? Of onderdeel van ontwikkelingen binnen GALA en IZA?

De GGD is nauw betrokken bij de subregionale ontwikkelingen rondom de ontwikkelopgaven. Zo zijn er het afgelopen jaar heel wat sessies geweest en begint nu de structuur subregionaal vorm te krijgen, waarbij de GGD in de werkgroep en/of projectgroepen wordt betrokken. IZA en GALA zijn aangelegenheden die op een ander niveau worden opgepakt.

Naast de opmerkingen in de e-mail, hebben jullie ook in het document opmerkingen geplaatst. Een aantal opmerkingen zullen meegenomen worden en verwerkt (opmerking pagina 33 en 35). Verder zijn hier vooral opmerkingen gemaakt die verwijzen naar de rol van preventie (zie antwoord 5).

Op pagina 33 onderaan is de zin gewijzigd in "Door versterking van de integrale samenwerking van deze partijen, waarbij de gemeenten inderdaad sturend op kunnen treden, zou de toegang tot de jeugdzorg effectiever voorkomen moeten kunnen worden". Op pagina 35 Kopje 3.3.2 is toegevoegd JGZ, maatschappelijke organisatie.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie Raad voor Kinderbescherming

de

Reactie

Beantwoording

Het is een mooi document waarin een mooie visie voor de jeugd wordt weergegeven voor de komende jaren.

Goed om te lezen dat de visie onderschreven wordt.

Allereerst wordt gesproken over een brede systeeminvestering als het gaat om de inzet op jeugdhulp. Wat ik hierin mis is de koppeling tussen civiele- en strafcasussen. Maar ook de aanpak van jeugdcriminaliteit en bijvoorbeeld overlast gevende groepen. Als we alle domeinen samennemen en hierbij ook de jeugd die te maken krijgt met justitie betrekken, is er sprake van een meer compleet beeld.

Daar waar het gaat om regionale investeringen en ketenpartners zullen we dit meenemen in de uitvoering van het regionale beleidskader. De aanpak van overlastgevende groepen betreft met name de lokale aanpak.

7

Er wordt gesproken over resultaatgerichte sturing, hierin zou het mogelijk helpend kunnen zijn wanneer indicaties via 1 systeem voor de hele regio gesteld kunnen worden. Wanneer wordt gestreefd naar zo min mogelijk diversiteit in systemen is dat zowel voor cliënt als voor ketenpartners overzichtelijker en toegankelijker.

De gemeenten hebben gekozen voor een lokale uitvoering van de toegang en daarmee is de indicatiestelling ook lokaal, zij gebruiken allen wel hetzelfde uitgangspunt 1Gezin1Plan1regisseur en het gezinsplan. Bij eerder juiste hulp is wel meegenomen dat er een goede vraagverheldering is, daar willen we als regio gezamenlijk in optrekken. Dat levert ook een bijdrage aan het meer uniformeren van de indicatiestelling.

Ten aanzien van het huidige jeugdzorgsysteem en dan specifiek gericht op jeugd- en geinsbescherming is de visie van de regio weinig uitdagend of ambitieus te noemen. Een visie ten aanzien van het toekomstscenario is er nauwelijks terwijl het noodzakelijk is om de bottleneck in het huidige jeugdzorgsysteem in kaart te gaan brengen en vanuit deze analyse tot verbeteringen van het huidige jeugdbeschermingssysteem te komen. Als Raad voor de Kinderbescherming zijn we bereid om hier verder over in gesprek te gaan en te kijken hoe we hierin stappen kunnen zetten.

Het toekomstscenario is één van de punten die wij komende periode willen onderzoeken. We nemen uw uitnodiging tot gesprek graag aan om dat verder vorm te geven in de uitvoering samen met de ketenpartners.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Initiatief Jeugdhulp ZuidLimburg

In zijn algemeenheid stellen we vast dat het beleidskader vooral het “wat” beschrijft, waarin we ons goed herkennen. Belangrijk blijft echter hoe er uitvoering aan het “hoe” wordt gegeven.

Goed om te lezen dat IJZ zich herkent in hetgeen we willen bereiken. Het "hoe" wordt komende periode gezamenlijk verder vormgegeven.

8

Het definiëren en invullen van passende zorg, het nadenken over het perspectief van de jeugdige en de benodigde inzet om dit perspectief te bereiken.

Dit maakt onderdeel uit van de nadere uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven.

De zoektocht naar ‘wat is jeugdzorg en voor wie?’ en het geven van invulling aan de basisbegrippen in de transformatieopgave. Dit kan enkel een samenspel zijn tussen gemeenten én aanbieders, zoals reeds blijkt uit lopende initiatieven. Het vormgeven en invullen van het GIK-J aanbod is hier een voorbeeld van; een proces waarbij gebleken is dat wederzijdse kennis veel oplevert.

Dit maakt onderdeel uit van de nadere uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven.

Het vertalen van de ambitie ‘alle jeugdigen in onze regio groeien gezond, veilig en kansrijk op’ naar resultaten, meetbaar in KPI’s. Uitstroom moet geen doel op zichzelf zijn, maar goede, passende en betaalbare zorg.

Uitstroom is een van de meetbare indicatoren waarmee goede, passende, betaalbare zorg kan worden gemeten. Immers uitstroom is alleen mogelijk wanneer de hulp kwalitatief is en passend bij de hulpvraag.

Vanuit IJZ bepleiten we een continue dialoog tussen jeugdigen, verwanten, professionals, omliggend veld en verwijzers om van casus tot casus te komen tot een afgewogen invulling van dit uitgangspunt "Ik ben wie ik wil zijn en waar ik wil zijn!”

Dit onderschrijven de gemeenten. Daarom is er gekozen voor de participatieve aanpak voor de komende beleidsperiode om o.a. daaraan invulling te geven.

“Het liefst zonder medische ‘labels’. We willen af van denken in hokjes”. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat aanpalende wetten zoals de Wzd en Wvggz ook deze lijn volgen? IJZ bepleit een transdiagnostische aanpak, waarin de vraag naar een handelingsperspectief voor gezin en professional belangrijker is dan een label/diagnose, bijvoorbeeld vanuit een verklarende analyse. Daarmee is ook een stevige basis voor een onderbouwde inzet van onvrijwillige zorg geborgd

Dat is een gezamenlijk doel van ons allen en bespreken we ook in VNG en andere landelijke verbanden.

9

De leefwereld van de jeugdige en zijn ouder(s) is leidend in al ons handelen”. Ook hierbij geldt dat je het hier onmogelijk niet mee eens kunt zijn. De vraag is echter hoe de gemeenten hierop gaan sturen. Regelmatig merken we dat verwijzers (zowel gemeentelijke toegangen als gecertificeerde instellingen) jeugdigen niet laten aansluiten bij gesprekken. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de aanpalende beleidsterreinen beter aansluiten bij de leefwereld van de jeugdigen? IJZ opteert voor een aanpak waarin de verantwoordelijkheid voor het voeren van deze dialoog op casusniveau zo veel en zo snel als mogelijk bij de uitvoerende partijen (ic IJZ) wordt neergelegd, om te voorkomen dat gezinnen last hebben van verschil van opvatting tussen verwijzer en uitvoerder. Uiteraard volgt en stuurt de gemeente het halen van deze ambitie wel scherp op een meer geaggregeerd niveau.

Dit maakt onderdeel uit van de nadere uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven.

Hoe zorgt de gemeente voor de samenwerking over de verschillende segmenten heen? Het IJZ, dat bestaat uit diverse organisaties binnen de jeugdhulp over de verschillende segmenten heen, wil hierin graag het voortouw nemen/krijgen. Door ons brede spectrum aan jeugdhulp kan iteratief op- en afgeschaald worden vanuit een gezamenlijke visie en in nauwe verbinding met het omliggende veld.

De uitwerking van hoe de gemeenten de contractering vormgeeft en de samenwerking tussen de segmenten en gemeenten staat beschreven in de regiovisie op de governance. De nieuwe versie volgt eind dit jaar.

Hoe gaat de gemeente deze dialoog organiseren/ faciliteren? We missen op dit moment inhoudelijke dialoogsessies. De gesprekken gaan vooral over de overeenkomsten.

De uitwerking van hoe de gemeenten de contractering vormgeeft en de samenwerking tussen de segmenten en gemeenten staat beschreven in de regiovisie op de governance. De nieuwe versie volgt eind dit jaar.

10

Tabel segmenten”: De aantallen kunnen we niet herleiden. En wat is het verschil tussen recidive en hernieuwde instroom? Daarnaast herkennen we deze benamingen niet vanuit de KPI’s en daardoor lastig om naast onze eigen gegevens te leggen.

De gehanteerde definities uit het regionaal beleidskader zijn dezelfde definities die gehanteerd worden bij de basis KPI's van de contracten. In de definitielijst staat het verschil opgenomen tussen recidive en hernieuwde instroom.

Het is niet mogelijk om op dit moment een vergelijking te maken tussen de ontvangen middelen per gemeente en de uitgaven op het niveau van ZuidLimburg omdat elke gemeente beleidsvrijheid heeft inzake de besteding van de middelen. In 2024 zal een nieuw objectief verdeelmodel jeugd opgesteld worden”. Elke gemeente dient in de gemeentelijke begroting dit weer te geven. Dat er verschillen zijn in de uitgaven en daardoor niet met elkaar te vergelijken, dat kunnen we begrijpen. Dat betekent echter niet dat hier geen weergave van gegeven kan worden hoe de middelen verdeeld worden over het voorliggend veld, ambulant, specialistische zorg en administratie. Zo moet bijvoorbeeld GIK-J een openboekhouding aanleveren en is er een ontwikkelagenda voor segment 3/4 gestart. Binnen het IJZ zijn partners bereid hun gegevens op gelijke noemer te brengen en zo transparant en vergelijkbaar te maken. Het IJZ pleit ervoor dat ook gemeenten deze inspanning op zich nemen.

De begrotingen en jaarrekeningen van de gemeenten zijn openbaar en te raadplegen via de lokale gemeentelijke websites.

Er is echter een ondergrens aan wat mogelijk is bij ambulantisering. Daarnaast zien we een toenemende vraag voor psychiatrie, waarbij maatschappelijke ontwikkelingen aan ten grondslag liggen maar nader onderzoek is noodzakelijk. In de evaluatie van GIK-J zijn een aantal zaken naar voren gekomen, zo helpt ambulante inzet tegelijkertijd met een opname de opnameduur te verkorten. Ook het direct starten

Dit maakt onderdeel uit van de doelstelling integraal.

11

van een systemische aanpak met opname draagt bij aan het verkorten van de opnameduur. Wij pleiten ervoor dat de gemeenten dit soort zaken faciliteren.

We missen kleinschalige woonvoorzieningen (max 3 tot 4 jeugdigen) in de regio.

Deze opmerking nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven.

Als GIK-J onderschrijven we dat een jeugdige zo kort mogelijk op een crisisplek moet verblijven. In onze beleving is dat in de huidig CHJ-aanpak al in hoge mate het geval. De ambitie om deze verblijfsduur nog verder ‘aanmerkelijk te verkorten’ komt ons vreemd voor. Daarbij constateren wij dat er soms wat meer tijd nodig is om te bepalen hoe een passend vervolg eruitziet. En dat gemeenten (en in voorkomende gevallen andere verwijzers) er niet altijd in slagen om snel genoeg te zorgen voor passende indicaties. het IJZ wil de verantwoordelijkheid voor de hele keten van crisis én vervolg nemen. We pleiten ervoor dat de gemeenten deze segment overstijgende verantwoordelijkheid faciliteren

Er is geen ambitie om deze duur nog verder te verkorten.

“In onze contractering hebben we de positie van deze vertrouwenspersoon/mentor geborgd: elke jeugdige heeft recht op deze persoon die een gelijkwaardige positie inneemt in het ronde tafel overleg”. In onze praktijk zien we echter dat de jeugdige die vaak niet heeft. Eigenlijk zou elke jeugdige als die in aanraking komt met jeugdhulp, dit vanaf het begin geïnitieerd moeten worden.

Deze opmerking nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven.

De uitwerking van hoe de gemeenten de contractering vormgeeft en de samenwerking tussen de segmenten en gemeenten staat beschreven in de regiovisie op de governance. De nieuwe versie volgt eind dit jaar.

12

De lokale toegangen en andere verwijzers bieden we de mogelijkheid om kennis te verwerven op welke manier je kunt stoppen met inzetten van jeugdzorg als geen ontwikkelingsbedreiging voor de jeugdige (meer) speelt”. Graag vragen we aandacht dat bij bepaalde life-events er toch tijdelijk ondersteuning nodig kan zijn. Daarmee zeggen we niet dat de zorg continue moet doorlopen maar organiseer een vinger aan de pols contact bij bepaalde momenten. Een voorbeeld is de overstap van de lagere naar de middelbare school. Sommige jeugdigen (en ouders) dreigen dan het geleerde te verliezen.

Deze opmerking nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven.

“We gaan met elkaar in gesprek over wat tot een normale ontwikkeling en tot normale uitdagingen in het leven behoort. Hierbij zoeken we ondersteuning van de VNG.” Hierin missen we de rol van de aanbieders, die vanuit hun inhoudelijke deskundigheid hierin een cruciale inbreng hebben.

Dit betreft de ondersteuning die de VNG kan bieden bij het voeren van de dialoog over normaliseren. Daar worden conform de hervormingsagenda acties voor uitgezet. Daarnaast spreken we vanuit het participatieve proces met al onze partners, ook aanbieders over de doelstellingen.

Als inzet van zorg nodig is, willen we meteen de goede zorg inzetten. Onze professionals in de toegang, bij de GI’s en de praktijkondersteuner huisartsen (POH) Jeugd zijn toegerust om deze afwegingen te maken.” Vanuit IJZ zien we dat er verbeterstappen nodig zijn want niet elke toegangsmedewerker is uitgerust om de juiste afweging te kunnen maken. En ook hier missen we de rol van de aanbieders. In de Jeugdhervormingsagenda staat te lezen: ‘een professional uit de specialistische jeugdhulp kijkt mee aan de voorkant, is in te zetten ter consultatie en om samen met het lokale team een goede brede analyse te doen. Om zo beter te bepalen wat nodig is.’ (p8) Ook in deze afwegingen

Deze opmerking nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vormgegeven. Waarbij de invulling van de stevige lokale teams een lokale verantwoordelijkheid is.

13

willen we als aanbieders inhoudelijk kunnen meedenken.

Het doel ‘eerder juiste hulp op maat, op de juiste plek”. In relatie met deze quote zien we dat we regelmatig jeugdigen in zorg krijgen waarvan de ouders ook jeugdhulp hebben ontvangen. Wat doen we aan de intergenerationele overdracht? Het IJZ ziet voor gemeenten een verantwoordelijk-heid om te zorgen dat waar nodig ook ouders ondersteund kunnen worden.

Deze opmerking nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vorm-gegeven. Niet alle ondersteuning die ouders nodig hebben valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De gemeenten willen wel steeds meer de verbindende rol hierin gaan opnemen.

In de praktijk merken we dat er nog steeds verschillen zijn in de definitie regisseur en de uitvoering van deze functie. Vanuit IJZ vinden we dat regie bij de jeugdige en zijn systeem zelf ligt.

Deze opmerking is herkenbaar en nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vormgegeven.

In deze contracten zijn (beleids)doelstellingen geformuleerd, waarop gestuurd wordt door middel van (kritieke) prestatie-indicatoren”. Vanuit IJZ missen we de samenhang tussen de contracten. Om dus goed te sturen op resultaten dient ook in doorlopende zorglijnen gedacht te worden.

Met de doelstelling integraal willen de gemeenten hierop gaan sturen.

Niet alleen het verbeteren maar ook het behouden van de kwaliteit van zorg is een belangrijk onderwerp. Als het doel is om bepaalde zorg in de regio beschikbaar te houden en daarnaast opnames verder wil afbouwen dan kom je op een punt dat het ten koste van de kwaliteit

Deze opmerking is herkenbaar en nemen we mee bij de uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk verder vormgegeven.

14

gaat. Het IJZ denkt graag mee over waar dit punt ligt.

IJZ wordt graag uitgenodigd voor de gezamenlijke ontwikkelagenda’s, ook conform de ontwikkelopdracht waarin het partnership voorop staat.

De ontwikkelagenda's maken onderdeel uit van de contracten, daarover vindt periodiek met de contractpartijen, zoals IJZ, gesprekken plaats.

Met grote regelmaat zien we dat een jeugdige geen onderwijs volgt omdat onderwijs vindt dat zorg voorliggend is. Juist het volgen van onderwijs zorgt voor een positief effect op de behandeling. Het is echter een enorme opgave voor de ouders/voogden om een passende onderwijsplek te vinden. Wij zien hierin een grotere rol voor gemeenten, die we daarin graag inhoudelijk adviseren (op casusen beleidsniveau).

Dit is een van de redenen waarom de inzet van verbinding met het onderwijs is geprioriteerd.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

JENS

Herkenbaar stuk.

Beantwoording

De tabel op pagina 18 is lastig te lezen. Wat zeggen de getallen?

De definities staan uitgelegd in de bijlage.

Vanaf pagina 44 wordt gesproken over transformatie als participatief proces. Ik denk dat dit een goede ontwikkeling is maar ik zou willen meegegeven dat je dit participatief proces wel binnen kaders moet sturen.

De kaders zijn de gestelde 4 hoofddoelen.

15

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

SWV Passend Onderwijs VO

Wij geven een positief advies op het concept beleidskader en spreken de hoop uit samen de jeugd de mogelijkheden te geven zich te ontwikkelen. Waarbij deze samenwerking tussen gemeenten en onderwijs zichtbaar is in de uitspraken die we gezamenlijk doen in de spiegelparagraaf.

Bedankt voor het positief advies.

U spreekt over ‘Het label eraf!’. Dat zou voor veel jongeren fijn zijn, geen label meer. Maar we moeten wel voorkomen dat daarmee het risico bestaat dat ze ook niet de juiste hulp ontvangen. Met elkaar moet duidelijk zijn afgesproken op basis waarvan hulp wordt toegekend indien dit nodig is, ook zonder label.

De gemeenten onderschrijven dit. Jeugdigen moeten passende hulp ontvangen, dat is een van de hoofddoelen van dit beleidskader.

Tijdig handelen is zo van belang! Maar tegelijkertijd constateren we in de scholen dat dit vaak in de praktijk ontbreekt door allerlei oorzaken die buiten de jongere om liggen. Scholen ervaren steeds vaker belemmeringen bij het verzorgen van onderwijs doordat problematiek van jongeren niet of onvoldoende wordt opgepakt. We hopen dat in de komende periode wordt doorbroken en jongere sneller krijgen wat ze nodig hebben

De gemeenten onderschrijven dit. Jeugdigen moeten tijdige hulp ontvangen, dat is een van de hoofddoelen van dit beleidskader. We werken graag samen met u om hierin de komende periode stappen te kunnen zetten.

We gaan ervan uit dat het beheersbare en financieel houdbare systeem niet leidt tot langere wachtlijsten waarvan we in de vorige bullet constateerden dat dit zeer onwenselijk is.

Voorop staat dat jeugdige tijdig passende jeugdhulp krijgen.

Wij spreken de verwachting uit dat deze doelgroep arrangementen de komende beleidsperiode blijven bestaan

De doelgroeparrangementen gaan deel uitmaken van het ontwikkeltraject ambulant, daar wordt vervolgens onderzocht of en

16

en dat de aanvraagprocedure efficiënt wordt ingericht.

hoe de doelgroeparrangementen vorm gaan krijgen.

Echter de uitspraak ‘Er zijn stevige lokale teams’ wordt nog niet door iedere VO-school ervaren. Hier moeten we de komende jaren samen in door ontwikkelen. U mag hierin van de scholen openheid en inzet verwachten waarmee we graag samen inzetten op het vormen van deze lokale teams.

De stevige lokale teams is een van de actiepunten uit de hervormingsagenda. Het is een doel waar de 16 gemeenten achterstaan om in de komende periode aan te gaan werken.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Sociaal Domein Brunssum

Het beleidskader Jeugd 2024-2028 bevat wat ons betreft vele goede intenties en voornemens over samenwerking en aanpak waar je niet tegen kan zijn. Dit leidt welhaast vanzelfsprekend tot de vraag hoe dit in de praktijk gestalte krijgt. Uitspraken als: “we gaan het gesprek aan met een open houding” “we staan naast de jeugdige en de ouders” “we hebben een luisterende houding” wekken de indruk dat de algemene basisvaardigheden in de hulpverlening opnieuw ontdekt zijn en gepraktiseerd gaan worden.

Goed om te lezen dat de intenties en voornemens omarmd worden.

(lokale paragraaf)

Er zijn vele vragen die betrekking hebben op het lokaal gemeentelijk niveau zoals bijvoorbeeld: Hoe monitort de gemeente de kracht van de “civil society” rondom de hulpvragende jongere om in te schatten of een

Dit maakt onderdeel uit van de nadere uitwerking van het "hoe". Dit wordt komende periode gezamenlijk met betrokken partijen verder vormgegeven.

Dit is een lokale aangelegenheid en zal lokaal worden teruggekoppeld.

17

professioneel nodig is.

hulpaanbod

Hoe is de samenwerking met het onderwijs concreet?

Welke schoolarrangementen en doelgroeparrangementen zijn er? Welke kpi`s zijn er afgesproken met zorgaanbieders?

Zijn er laagdrempelige lokale teams en wie zitten daarin? In bijlage 2 staan de te verwachten resultaten van de "normaliserende" aanpak genoemd. Hier is kennelijk een dashboard voor ontwikkeld. Is hier ook een 0-meting verricht? Er wordt gesproken over de participatie van de jeugdige en de ouders bij de verdere ontwikkeling van het beleid. Hoe gaat dit vorm krijgen? Uitgangspunten intenties akkoord. vragen bij uitvoeringspraktijk?

en Veel de

Het beleidskader geeft vooral de richting aan waarheen we willen gaan en wat we willen bereiken. Hoe de gemeenten concreet er vorm aangeeft wordt vervat in een uitvoeringsplan. Dit wordt komende periode gezamenlijk met betrokken partijen verder vormgegeven. Dit is een lokale aangelegenheid en zal lokaal worden teruggekoppeld. De basis KPI's betreffen de indicatoren zoals benoemd in bijlage 2, de streefwaarden en de specifieke KPI's worden momenteel uitgewerkt in samenspraak met de zorgaanbieders Dit is een lokale aangelegenheid en zal lokaal worden teruggekoppeld. De 0-meting staat in de tabel op pagina 16.

Dit wordt op dit moment in samenspraak met de betrokken partijen uitgewerkt.

Het beleidskader geeft vooral de richting aan waarheen we willen gaan en wat we willen bereiken. Hoe de gemeenten concreet er vorm aangeeft wordt vervat in een uitvoeringsplan. Dit wordt komende periode gezamenlijk met betrokken partijen verder vormgegeven.

18

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Sociaal Domein EijsdenMargraten

Dit nieuwe beleidskader waarin kind en ouder centraal staan - is tot stand gekomen in een participatief proces tussen de opstellers van het beleidskader en jeugdigen, ouders en vertegenwoordigers van respectieve Adviesraden Social Domein in ZuidLimburg. Aldus is een breed draagvlak gecreëerd voor de te volgen koers in Zuid-Limburg. Ook bij het vervolg, i.e. de uitvoering én de evaluatiemomenten is het belangrijk deze partijen te betrekken en tevens op lokaal niveau laagdrempelig, hulp- en ondersteuningsvragen (ook die uit het voorliggend veld) te adresseren.

Het participatief traject welke wij beogen betreft betrokkenheid van jeugdigen/ ouders en adviesraden bij beleidsvorming tot aan hulpverlening zoals omschreven in hoofdstuk 4, daarmee willen we een breed draagvlak voor de koers blijvend creëren.

Duidelijk moet worden op welke wijze de noodzakelijke expertise bij de gemeentelijke toegang zal worden gerealiseerd, met andere woorden welke maatregelen heeft de gemeente genomen, dan wel is voornemens te nemen, om het sociaal team op de verzwaring van hun taken voor te bereiden.

Dit is een lokale aangelegenheid en zal lokaal worden teruggekoppeld.

De Adviesraad constateert dat de samenwerkingspartners (de consortia) elk een triageteam aan het inrichten zijn. Vermeden dient echter te worden dat een cliënt op verschillende plaatsen zijn verhaal moet doen alvorens deze op de juiste plaat terechtkomt. In dat verband is het van belang de mogelijkheid te behouden tot rechtstreekse verwijzing naar de passende aanbieder, ook als dit een onderaannemer betreft. Dit vraagt om verdere visievorming over de positie

Het principe van 1Gezin1Plan1Regisseur, waar de gemeenten zich aan gecommitteerd hebben, onderschrijft dat jeugdigen/ ouders niet iedere keer weer hun verhaal opnieuw moeten doen. Daarnaast is het inherent aan de wijze waarop de contractering is vormgegeven met minder aanbieders, dat de verwijzingsprocessen zijn veranderd. De positievorming van de lokale toegang is vervolgens aan iedere

19

van de toegang van team jeugd versus het triageteam van een samenwerkingsverband - en last but not least - de verhouding met het voorliggend veld.

gemeente zelf om deze in te richten.

De inhoud van het beleidskader is feitelijk een niet te onderschatten noodzakelijke "systeemwijziging" om te komen tot een inschatting van wat normaal is. Dit lijkt een kansloze missie, immers wat de ene professional met de hand op zijn harte en op grond van zijn professionele standaarden ziet als ernstige angststoornis, zal een ander willen oplossen met een lampje op de gang. Dit zit ingebakken in het systeem van een sociaal team als voordeur met achterliggende gespecialiseerde voorzieningen. Ook bij het beleggen van mee regie bij de jeugdige en ouders wordt niet duidelijk gemaakt welke aanpak zal worden gevolgd indien betrokkenen dat niet kunnen of wanneer het inhoudelijk beter is als zij dat niet doen. Hebben bijvoorbeeld ouders helder wat hun rechten zijn, ook gelet op de privacywetgeving? De Jeugdwet zegt immers ook dat niet alle informatie gedeeld hoef te worden met de gemeente. Normaliseren klink derhalve als wensdenken. Daarmee zijn verandering van het antwoord op de HOE-vraag en de implementatie daarvan essentieel voor het realiseren van het beleidskader.

Er wordt daarvoor een uitvoeringsplan opgesteld.

20

(toetsvraag regionaal)

ook

Het beleidskader onderkent het cruciale belang van integraal (samen)werken tussen onderwijs, jeugdzorg en het voorliggend veld, alsmede de gemeentelijke interne samenwerking c.q. de integrale samenwerking binnen het sociaal domein, maar ook met andere domeinen. In dit verband moet wel worden gewezen op de verschillende relevante en mogelijk zelfs conflicterende wetgeving binnen jeugdhulp en het belang van bijvoorbeeld medische geheimhoudingsplicht, de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) en het professioneel Statuur GGz. De Adviesraad adviseert u dan ook bij de beleidsontwikkelingen een toets op de gevolgen voor kinderen en jongeren verplicht te stellen (kind en jongerenparagraaf). Bovendien, adviseert de Adviesraad u, waar mogelijk te voorkomen dat dubbelingen ontstaan bij de extra inspanningen de consortia op te tuigen, hetgeen kan leiden tot extra indirecte uren en toename van administratieve lasten, hetgeen voor de hulpverlenende instanties en gezinnen onwenselijk is In dat kader dringen wij aan In dat kader dringen wij er ook op aan, dat er een uniforme verantwoordings-systematiek bij alle gemeenten wordt gehanteerd. Immers een verantwoordingssystematiek per gemeente verhoogt de indirecte kosten aanzienlijk.

Dit is een goede suggestie, wij nemen deze mee in het uitvoeringsplan en in de borging van de client- en jongerenparticipatie.

Bij de Adviesraad bestaan grote zorgen over het realiteitsgehalte van de ambities in het beleidskader. Niettemin adviseert de Adviesraad u het beleidskader vast te stellen, met de proviso dat de hiervoor in cursief weergegeven onderdelen

Deze vragen zijn puntgewijs bovenstaand beantwoord en zullen grotendeels in het uitvoeringsplan worden meegenomen.

Administratieve lasten vermindering is een doel welke wij ook nastreven. Door de regionale samenwerking (inkoop jeugd ZL) wordt er één uniforme verantwoordingssystematiek gehanteerd door alle Zuid-Limburgse gemeenten.

21

moeten terugkomen in een uitvoeringsplan/plan van aanpak. Kort samengevat gaat het daarbij om:

1. De bereikbaarheid van het zorgaanbod. 2. De kwaliteit van het sociaal team en positionering van dit team binnen de eerste lijn en voorliggend veld. 3. Goede afspraken met tweede lijn over doelen en tijdslijn van de te bereiken doelen. 4. Een uniforme terugkoppeling binnen de regio om onnodige administratieve lasten te voorkomen. 5. Een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen door het voorliggend veld daadwerkelijk te versterken; structurele afspraken met scholen/AMW/ sportverenigingen te maken etc. 6. Betrokkenheid bij de uitvoering, periodieke evaluatie en verantwoording.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Sociaal Domein GulpenWittem

Het doet de ASD GulpenWittem deugd u hierover positief te kunnen adviseren, evenwel met een aantal opmerkingen en zorgen. Het is vooral ook een compliment op zijn plaats voor het gevolgde proces van het voorbereidingstraject. Een compliment ook voor de brede en ambtelijke inzet. Onzes inziens zeker een geslaagde proeve voor de toekomst!

Fijn dat de eerst stap in de richting naar een meer participatief traject goed is ontvangen. Wij willen de samenwerkende adviesorganen dan ook bedanken voor de constructieve inbreng!

22

De AS Gulpen-Wittem hecht eraan te benadrukken dat voorliggend beleidskader geen document op zichzelf mag zijn of blijven, maar met kracht en daad vanuit het hart ter uitvoering opgepakt zal moeten worden, in samenspraak met direct betrokken belang-hebbenden, t.w. jeugdigen, oudersverzorgers, voor de doelgroep belangrijke mensen om hen heen, en de lokale Expertgroep Jeugd. Deze participatieve aanpak zal de nodige aandacht en inspanningen vragen, maar is uitermate van belang voor de toekomst en het welzijn van onze jeugd hun (gezins)omgeving!

Dat onderschrijven wij.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Sociaal Domein Heerlen

Wij geven als Adviesraad MO Heerlen, zoals ook de gezamenlijke Adviesraden, met een aantal opmerkingen en zorgen (zie hierna), een positief advies over dit beleidskader 2024-2028. In de tekst is daarom ook de gezamenlijke reactie aan de opstellers van het Beleidskader te herkennen.

Fijn dat de eerst stap in de richting naar een meer participatief traject goed is ontvangen. Wij willen de samenwerkende adviesorganen dan ook bedanken voor de constructieve inbreng!

Wij adviseren wel uitdrukkelijk om naast de adviesraden ook ouders en jeugd niet alleen te betrekken bij het tot stand komen van beleidskaders maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan.

Het participatief traject welke wij beogen betreft betrokkenheid van jeugdigen/ouders en adviesraden bij beleidsvorming tot aan hulpverlening zoals omschreven in hoofdstuk 4.

Terecht merkt u op, dat er prioriteiten moeten worden gesteld. Het plaatje op pagina 31 roept wel vraagtekens op. Het is de vraag of de kleurstelling correspondeert met de tekst.

De kleurstelling correspondeert met de tekst.

23

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn lang en het onderwijs klaagt erover dat daarmee de problematiek van jongeren niet of volstrekt onvoldoende opgepakt wordt. (uw doel: ik word gezien en gehoord en krijg de hulp, die aansluit bij mijn toekomstperspectief – p.25). Advies: Neem bij bijlage 2 (resultaten) op, dat de wachttijd afneemt voor toegang tot de jeugdzorg en de jeugd GGZ.

Wij streven naar geen wachttijden en daar waar een wachtlijst ontstaat deze dicht inzichtelijk te maken zodat (andere) passende hulp geboden kan worden.

Investeer met alle betrokken actoren in de beantwoording van de vraag ‘HOE GAAN WE DIT NU UITVOEREN?’

Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld (regionaal en/of lokaal).

Wij adviseren de colleges en de gemeenteraden na het vaststellen van het beleidskader ook veel aandacht te besteden aan het uitvoeringsbeleid en de periodieke verantwoording van de mate van realisatie van de in bijlage 2 genoemd resultaten (en de doelen van de uitvoeringsplannen per gemeente).

Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld (regionaal en/of lokaal).

Wij steunen dit van harte, maar wij willen wel erop wijzen, dat het doel om de instroom bij ambulante jeugdzorg te verminderen, de druk op het voorliggend veld wel stevig zal doen toenemen. Het voorliggend veld zal hiertoe geëquipeerd moeten zijn, c.q. moeten worden. Wij adviseren dit vooraf te regelen om problemen achteraf te voorkomen. Wij vernemen graag hoe dit voor de gemeente Heerlen wordt voorkomen en/of maatregelen neemt om het voorliggend veld waar nodig te faciliteren. De samenwerking tussen alle betrokken organisaties vraagt nog steeds aandacht en de vraag is hoe dit verder kan worden geoptimaliseerd.

Dit is een lokale aangelegenheid en zal lokaal worden teruggekoppeld.

24

Wij zien hier parallellen met de belasting van de eerstelijnsgezondheidszorg (met name de huisartsen). Daarbij is een deel van het voorliggend veld – sociaal cultureel werk, buurthuizen en sport-verenigingen – een veel minder grote rol voor kinderen en jongeren gaan spelen. Nu de NPO-middelen eindigen, die onder meer hebben gezorgd voor een impuls van het welzijnswerk, blijft het van belang om te investeren in de capaciteit van het voorliggend veld, maar daarnaast ook te bezinnen op de positionering van het voorliggend veld. Ligt de kracht van het voorliggend veld op het terrein van preventie of schuift dit steeds verder op naar de curatieve zorg, om uiteindelijk de oorspronkelijke rol van de zorgaanbieders over te nemen. Dit laatste is naar de mening van de ASD onwenselijk. Wij vernemen graag hoe u dit gaat voorkomen en/of faciliteren.

Onzes inziens ligt de kracht van het omliggend veld op het terrein van preventie (voorkomen van), ouders en jongeren in hun eigen kracht zetten en het versterken van de sociale basis/ netwerk. Hiervoor worden verschillende programma's al ingezet als Trendbreuk/Kansrijke start, Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), etc.

Wij adviseren bij beleidsontwikkelingen op deze terreinen (Jeugdzorg, Participatie, WMO en veiligheid) een toets op de gevolgen voor kinderen en jongeren verplicht te stellen (kind en jongerenparagraaf)

Dit is een goede suggestie, wij nemen deze mee in het uitvoeringsplan en in de borging van de clienten jongerenparticipatie.

Ons advies is om in ieder geval te vermijden dat er dubbelingen (bij triage) ontstaan en dat de extra inspanningen om de consortia op te tuigen leiden tot extra indirecte uren en administratieve lasten. In dat kader dringen wij er ook op aan, dat er een uniforme verantwoordingssystematiek bij alle gemeenten wordt gehanteerd. Immers een verantwoordingssystematiek per gemeente verhoogt de indirecte kosten aanzienlijk.

Administratieve lasten vermindering is een doel welke wij ook nastreven. Door de regionale samenwerking (inkoop jeugd ZL) wordt er één uniforme verantwoordingssystematiek gehanteerd door alle ZuidLimburgse gemeenten.

25

Voor Heerlen zijn wij als Adviesraad op de hoogte van hoofdlijnen van de beoogde verdere samenwerking tussen Stand-By en JENS. Wij zijn benieuwd naar de uiteindelijke aanpak en effecten. De beleidsnota ademt toch een sfeer van “op weg naar minder”. Dat stelt ons niet gerust en dit punt is in de voorbereidingen op ons advies en ook in het overleg met de gemeente Heerlen vaker aan de orde geweest. We blijven dit punt volgen en daarom vraagt dit beleid om goede afspraken over de evaluatie met alle betrokkenen en de dimensie waarbinnen dit gaat gebeuren.

Met het participatief traject beogen we deze betrokkenheid goed vorm te gaan geven.

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Sociaal Domein Kerkrade

Wij geven, natuurlijk met een aantal opmerkingen en zorgen, die wij ook in dit advies zullen omschrijven, een positief advies over dit beleidskader 20242028

Fijn dat de eerst stap in de richting naar een meer participatief traject goed is ontvangen. Wij willen de samenwerkende adviesorganen dan ook bedanken voor de constructieve inbreng!

Wij adviseren wel uitdrukkelijk om naast de adviesraden ook ouders en jeugd niet alleen te betrekken bij het tot stand komen van beleidskaders maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan.

Het participatief traject welke wij beogen betreft betrokkenheid van jeugdigen/ouders en adviesraden bij beleidsvorming tot aan hulpverlening zoals omschreven in hoofdstuk 4

Terecht merkt u op, dat er prioriteiten moeten worden gesteld. Het plaatje op pagina 31 roept wel vraagtekens op. Het is de vraag of de kleurstelling correspondeert met de tekst.

De kleurstelling correspondeert met de tekst.

26

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn lang en het onderwijs klaagt erover dat daarmee de problematiek van jongeren niet of volstrekt onvoldoende opgepakt wordt. (uw doel: ik word gezien en gehoord en krijg de hulp, die aansluit bij mijn toekomstperspectief – p.25). Advies: Neem bij bijlage 2 (resultaten) op, dat de wachttijd afneemt voor toegang tot de jeugdzorg en de jeugd GGZ

Wij streven naar geen wachttijden en daar waar een wachtlijst ontstaat deze dicht inzichtelijk te maken zodat (andere) passende hulp geboden kan worden.

Investeer met alle betrokken actoren in de beantwoording van de vraag ‘HOE GAAN WE DIT NU UITVOEREN?’

Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld (regionaal en/of lokaal)

Wij adviseren de colleges en de gemeenteraden na het vaststellen van het beleidskader ook veel aandacht te besteden aan het uitvoeringsbeleid en de periodieke verantwoording van de mate van realisatie van de in bijlage 2 genoemd resultaten (en de doelen van de uitvoeringsplannen per gemeente).

Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld (regionaal en/of lokaal)

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Sociaal Domein Meerssen

Wij willen de opstellers van dit beleidskader dan ook bedanken voor deze werkwijze, die als voorbeeld kan dienen voor de (vele) regionale beleidskaders die nog zullen volgen.

Fijn dat de eerst stap in de richting naar een meer participatief traject goed is ontvangen. Wij willen de samenwerkende adviesorganen dan ook bedanken voor de constructieve inbreng!

Wij adviseren wel uitdrukkelijk om naast de adviesraden ook ouders en jeugd niet alleen te betrekken bij het tot stand komen van beleidskaders maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan.

Het participatief traject welke wij beogen betreft betrokkenheid van jeugdigen/ouders en adviesraden bij beleidsvorming tot aan hulpverlening zoals omschreven in hoofdstuk 4.

27

Terecht merkt u op, dat er prioriteiten moeten worden gesteld. Het plaatje op pagina 31 roept wel vraagtekens op. Het is de vraag of de kleurstelling correspondeert met de tekst.

De kleurstelling correspondeert met de tekst.

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn lang en het onderwijs klaagt erover dat daarmee de problematiek van jongeren niet of volstrekt onvoldoende opgepakt wordt. (uw doel: ik word gezien en gehoord en krijg de hulp, die aansluit bij mijn toekomstperspectief – p.25). Advies: Neem bij bijlage 2 (resultaten) op, dat de wachttijd afneemt voor toegang tot de jeugdzorg en de jeugd GGZ

Wij streven naar geen wachttijden en daar waar een wachtlijst ontstaat deze dicht inzichtelijk te maken zodat (andere) passende hulp geboden kan worden.

Investeer met alle betrokken actoren in de beantwoording van de vraag ‘HOE GAAN WE DIT NU UITVOEREN?’

Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld (regionaal en/of lokaal).

Wij adviseren de colleges en de gemeenteraden na het vaststellen van het beleidskader ook veel aandacht te besteden aan het uitvoeringsbeleid en de periodieke verantwoording van de mate van realisatie van de in bijlage 2 genoemd resultaten (en de doelen van de uitvoeringsplannen per gemeente).

Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld (regionaal en/of lokaal).

Wij steunen dit van harte, maar wij willen wel erop wijzen, dat het doel om de instroom bij ambulante jeugdzorg te verminderen, de druk op het voorliggend veld wel stevig zal doen toenemen. Het voorliggend veld zal hiertoe geëquipeerd moeten zijn, c.q. moeten worden. Wij adviseren dit vooraf te regelen om problemen achteraf te voorkomen.

De 'beweging naar voren', die overigens niet alleen vanuit jeugd maar vanuit het hele sociaal domein gemaakt moet worden, zal verantwoord moeten gebeuren. In de samenwerking met het omliggend veld is hier continue aandacht voor.

28

Wij zien hier parallellen met de belasting van de eerstelijnsgezondheidszorg (met name de huisartsen). Daarbij is een deel van het voorliggend veld – sociaal cultureel werk, buurthuizen en sport-verenigingen – een veel minder grote rol voor kinderen en jongeren gaan spelen. Nu de NPO-middelen eindigen, die onder meer hebben gezorgd voor een impuls van het welzijnswerk, blijft het van belang om te investeren in de capaciteit van het voorliggend veld, maar daarnaast ook te bezinnen op de positionering van het voorliggend veld. Ligt de kracht van het voorliggend veld op het terrein van preventie of schuift dit steeds verder op naar de curatieve zorg, om uiteindelijk de oorspronkelijke rol van de zorgaanbieders over te nemen. Dit laatste is naar de mening van de ASD onwenselijk. Wij vernemen graag hoe u dit gaat voorkomen en/of faciliteren.

Onzes inziens ligt de kracht van het omliggend veld op het terrein van preventie (voorkomen van), ouders en jongeren in hun eigen kracht zetten en het versterken van de sociale basis/ netwerk. Hiervoor worden verschillende programma's al ingezet als Trendbreuk/Kansrijke start, Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), etc.

Wij adviseren bij beleidsontwikkelingen op deze terreinen (Jeugdzorg, Participatie, WMO en veiligheid) een toets op de gevolgen voor kinderen en jongeren verplicht te stellen (kind en jongerenparagraaf)

Dit is een goede suggestie, wij nemen deze mee in het uitvoeringsplan en in de borging van de clienten jongerenparticipatie.

Ons advies is om in ieder geval te vermijden dat er dubbelingen (bij triage) ontstaan en dat de extra inspanningen om de consortia op te tuigen leiden tot extra indirecte uren en administratieve lasten. In dat kader dringen wij er ook op aan, dat er een uniforme verantwoordingssystematiek bij alle gemeenten wordt gehanteerd. Immers een verantwoordingssystematiek per gemeente verhoogt de indirecte kosten aanzienlijk.

Administratieve lasten vermindering is een doel welke wij ook nastreven. Door de regionale samenwerking (inkoop jeugd ZL) wordt er één uniforme verantwoordingssystematiek gehanteerd door alle ZuidLimburgse gemeenten.

29

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

Reactie

Beantwoording

Adviesraad Wmo & Jeugd Landgraaf

ln het algemeen kan de Adviesraad zich verenigen met het concept Beleidskader. Het beleidskader sluit aan op de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, en andere landelijke ontwikkelingen. Werd in het vorige Beleidskader nadruk gelegd op integraliteit binnen de jeugdzorg, nu wordt de focus verbreed naar integraliteit binnen het Sociaal Domein. lntegraal samenwerken staat voorop. Een aantal zaken willen wij onder uw aandacht brengen'

Fijn dat de eerst stap in de richting naar een meer participatief traject goed is ontvangen. Wij willen de samenwerkende adviesorganen dan ook bedanken voor de constructieve inbreng!

1. Jeugdzorgregio's in cijfers Ook in de periode 2077-2022 blijft het aantal jeugdigen met jeugdzorg stijgen ondanks afname van het aantal jeugdigen in onze provincie. ln de meeste gemeenten ligt dit aantal zelfs op 15% of meer (landelijk 5%). Welke oorzaken heeft dit, naast objectieve bevolkingskenmerken? 2. Betrekken van cliënten en hun naaste omgeving. De cliënt staat centraal en aanbieders en toegangen worden gestimuleerd in het werken met persoonlijke vertrouwenspersonen van jeugdigen. ls stimuleren niet te zwak uitgedrukt en dient het niet juist een voorwaarde/ uitgangspunt te zijn van een meer succesvolle aanpak? Cliëntparticipatie en ervaringsdeskundigheid spelen ene belangrijke rollen worden zo onderdeel van een participatief traject.

Het is lastig hier directe verklaringen voor aan te wijzen. Mogelijke hebben sociaaleconomische factoren invloed op de zorgbehoefte van jeugdigen in onze regio.

Dit punt kunnen de gemeenten onderschrijven.

30

3. lntegraal samenwerken ln de afgelopen jaren is reeds veel samengewerkt met voorliggende voorzieningen en het onderwijs. 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur werd gehanteerd, een integrale aanpak nagestreefd. Integrale samenwerking wordt gepositioneerd op 3 niveau's t.w. Civil Society, Basis en voorliggende voorzieningen en gemeentelijk intern. Waarin onderscheidt zich onderhavig concept van het vorige Beleidskader, met andere woorden waarin ligt het vernieuwende (naast uitbreiding integraliteit binnen het Sociaal Domein), waarin zit het extra?

Het verschil met het vorige beleidskader zit inderdaad in het verder doortrekken van de integrale samenwerking. In het oude beleidskader lag de focus op integrale samenwerking binnen het jeugddomein. In het nieuwe beleidskader wordt integrale samenwerking uitgebreid naar de andere domeinen binnen het Sociaal Domein.

4. Sturen op gewenste resultaat en kwaliteit. Bij het sturen op het gewenste resultaat hebben drie partijen belang; de jeugdige, de aanbieders en de gemeenten. ln hoeverre spelen wachttijden en wachtlijsten een rol bij het sturen op het gewenste resultaat voor de jeugdige?

Wij streven naar geen wachttijden en daar waar een wachtlijst ontstaat deze dicht inzichtelijk te maken zodat (andere) passende hulp geboden kan worden.

5. Participatie Er wordt gesproken van een transformatie als een participatief proces. Gezamenlijk worden hoofdlijnen opgesteld hoe zo'n participatief traject eruitziet. Op basis daarvan worden jaarplannen cliëntenparticipatie opgesteld. ls hierbij ook een tijdstraject aan te geven? Want de bedoeling is ook dat er experimenteerruimte aanwezig is en dat men van elkaar kan leren. Dan is het belangrijk daar ook in tijd de ruimte voor te krijgen.

Dit is een goede suggestie, wij nemen deze mee in de borging van de clienten jongerenparticipatie.

31

Inspraakreacties Beleidskader jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 Wie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=b3006861-b44b-43e7-8eb0-d8209c96ad0e