Bijlage 9 Onderzoek externe veiligheid incl. advies veiligheidsregio
Tekst van het document
Bijlage 9 Externe veiligheid onderzoek Advies Veiligheidsregio
RAPPORT Externe veiligheid - Bestemmingsplan Groevepark Silt
Klant:
Zand- en grindhandel Bruls BV
Referentie: BI1349MIRP004D04 Status:
Definitief/00
Datum:
27 september 2022
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Externe veiligheid - Bestemmingsplan Groevepark Silt Referentie: BI1349MIRP004D04 Status: 00/Definitief Datum: 27 september 2022 Projectnaam: Ontwikkeling Groevepark Schinnen-Spaubeek SILT t Projectnummer: BI1349
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
i
Projectgerelateerd
Versiegeschiedenis Versie
Datum
Omschrijving
Opgesteld
Gecontroleerd
Goedgekeurd
Concept 01
07-02-2022
Bestemmingsplan Groevepark Silt
Frank Meijer
Roel Schaap
Eve Philips
Concept 02
12-05-2022
Bestemmingsplan Groevepark Silt
Frank Meijer
Roel Schaap
Marle Zeegers
Concept 03
15-06-2022
Bestemmingsplan Groevepark Silt
Frank Meijer
Roel Schaap
Marle Zeegers
Concept 04
27-09-2022
Bestemmingsplan Groevepark Silt
Frank Meijer
Roel Schaap
Marle Zeegers
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
ii
Projectgerelateerd
1
Inleiding en project omschrijving
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Planbeschrijving
1
2
Toetsingskader externe veiligheid
5
Wet- en regelgeving externe veiligheid
5
Plaatsgebonden risico en groepsrisico Verantwoordingsplicht groepsrisico
5 6
Omgevingswet
6
Inventarisatie planvoornemen en risicobronnen
7
Inleiding
7
Methodiek
7
Beschouwing
8
Inventarisatie planvoornemen Inventarisatie risicobronnen
8 9
Beoordeling relevante risicobronnen
10
Risicoberekening hogedruk aardgastransportleidingen
12
Inleiding
12
Onderzochte situaties
12
Invoerparameters rekenmodel
12
Resultaten
15
Plaatsgebonden risico Groepsrisico
15 17
Conclusie
23
Toetsing beleidskader
24
Elementen verantwoording groepsrisico
25
Inleiding
25
Groepsrisico en bevolkingsdichtheid
25
Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid
25
Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen Rampenbestrijding Zelfredzaamheid
25 26 28
Omgevingswet
31
2.1.1 2.1.2
3
3.3.1 3.3.2
4
4.4.1 4.4.2
5
5.3.1 5.3.2 5.3.3
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
iii
Projectgerelateerd
6
Conclusie
32
Bijlagen 1 2
Preadvies externe veiligheid Carola berekeningen
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
iv
Projectgerelateerd
1
Inleiding en project omschrijving
1.1
Aanleiding
Het groevegebied in Schinnen en Spaubeek in de gemeente Beekdaelen is jarenlang gebruikt voor winning van zand en grind. Voor het groevegebied in Schinnen geldt dat de plateaurand door intensivering van landgebruik (verstedelijking, landbouw en industrie) niet meer overal herkenbaar is. Hierdoor is ook de verbinding tussen het groevegebied en de beekdalen verdwenen. Het terrein ten oosten van de Groeve Schinnen is jaren lang gebruikt als vuilstort. Het zandwinningsbedrijf ‘Zand- en Grindhandel Bruls B.V.’ is voornemens het gebied te transformeren naar een plek waar de waarde van de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1-1. Omdat het huidige bestemmingsplan de realisatie van dit plan niet mogelijk maakt, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan nodig. Ten behoeve hiervan moeten alle relevante (milieu)thema’s worden onderzocht en worden getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving. De gemeente Beekdaelen is bereid om planologische medewerking te verlenen aan het voornemen. Ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan dient een externe veiligheidsonderzoek te worden verricht.
Figuur: 1-1: Ligging plangebied (Bron: Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek Silt d.d. 20210409. Heusschen Copier)
1.2
Planbeschrijving
Ten behoeve van het plan is het Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek opgesteld. Onderstaande omschrijving van het plan is gebaseerd op de beschrijving in het Masterplan. 27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
1
Projectgerelateerd
Het groevegebied beslaat in totaal bijna 70 ha waarvan 28 ha bestaat uit de voormalige vuilstort Schinnen, 15 ha de groeve Schinnen en 26 ha de groeve Spaubeek inclusief stort Spaubeek betreft. Het is gelegen tussen Spaubeek en Nuth, in de gemeente Beek en Beekdaelen. De groeve Schinnen wordt overgenomen door spontane vegetatie, waar bepaalde pionierssoorten al zichtbaar zijn. De voormalige vuilstorten zijn voorzien van een definitieve afdeklaag, waardoor het landschap min of meer in de oude staat van voor de zandwinning is teruggebracht. Het groevegebied ligt in het noorden van het Plateau van Schimmert. Dit bestaat uit een grillig gevormde helling van droogdalen, groeves, bos en kleine landschapselementen die het gebied een divers en kleinschalig karakter geven. Het groevepark zet in op bijzondere natuurontwikkeling en beleving, inspelend op het karakteristieke van het groevegebied. Het menselijk handelen in het gebied heeft geresulteerd in de mogelijkheid water een plek te geven, waardoor een nieuwe laag aan de natuur wordt toegevoegd. Dit biedt weer mogelijkheden voor nieuwe biotopen. Deze natuurontwikkeling biedt mogelijkheden voor bijzondere verblijfsrecreatieve concepten. Waar groeve Spaubeek groevenatuur, rust en stilte biedt, ligt het accent in groeve Schinnen meer op een combinatie van dag-, verblijf- en waterrecreatie.
Ook de voormalige vuilstorten zijn integraal onderdeel van het Groevepark en transformeren tot een eigentijds energielandschap van zonneweides, verspreid over het glooiende landschap. De beoogde transformatie is weergegeven in figuur 1-2.
Figuur 1-2: Inrichting plangebied (Bron: Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek Silt d.d. 20210409. Heusschen Copier)
Natuurontwikkeling Met de beoogde ontwikkeling wordt er een breed aanbod van biotopen gerealiseerd die aansluiten op de intrinsieke waarden van zowel het plangebied als de omliggende natuurgebieden. De juiste samenhang, plaatsing en afwisseling van deze structuren is erg waardevol om gebruik van mens, dier en plant harmonieus samen te laten gaan. Hierdoor worden namelijk kansen gecreëerd voor reeds voorkomende én nieuwe of verdwenen planten- en diersoorten.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
2
Projectgerelateerd
Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van de ecologische structuur tussen beekdal en plateau. Deze versterking levert o.a. verbetering voor beschermde soorten. Entreegebied Het gebied is te bereiken via de Hettekensweg. De bestaande weg anders worden ingericht, zodat deze meer gericht is op de voetganger en de fietser. Ter hoogte van de bestaande weegbrug opent de ruimte zich. Deze plek vormt in potentie de herkenbare poort tot het Groevepark. Op korte afstand is de ‘Outdoor shop’ gelegen. De ‘Outdoor shop’ vormt de entree van het ‘bike-park’ op de voormalige vuilstort. De verblijfsrecreatie in het woonhuis heeft een eigen parkeervoorziening. Voorbij de ‘Outdoor shop’ ligt een bestaande boogloods. Deze zal worden getransformeerd tot verblijfseenheden. Van hieruit leidt de Hettekensweg verder het Groevepark in, in de richting van de grote parkeerplaats nabij het hoofdgebouw. Informatie-/educatiepunt met Outdoorshop en koffiecorner, boogloodsen en woonhuis Voorbij het entreegebied ligt een ensemble van gebouwen rondom een voorplein. De Outdoor shop combineert een informatie- en educatiepunt met een koffiecorner. Het bestaande loodsgebouw wordt getransformeerd tot een eigentijds, duurzaam gebouw. Naast dit gebouw staan een tweetal boogloodsen met elk twee verblijfseenheden.
Het achterliggende bestaande woonhuis wordt getransformeerd naar een gebouw voor groepsaccomodatie voor maximaal 16 personen. Hoofdgebouw Het hoofdgebouw ligt in de noordoostelijke hoek van de groeve, nabij de huidige entree. In het hoofdgebouw dient als horeca, lobby, wellness faciliteit en uitkijkpunt. De wellness faciliteit inclusief zwembad zijn uitsluitend voor verblijfsgasten geopend. De horeca en natuureducatie faciliteiten zijn open voor andere bezoekers. Verblijfsmogelijkheden Over het park verspreidt liggen verschillende clusters die aansluiten op de verblijfsdomeinen van de diersoorten die in dit gebied leven (de buizerd, de das en de bever). De verblijfseenheden in het gebied sluiten aan bij deze domeinen. In totaal zijn 60 verblijfseenheden voorzien, uiteenlopend van grootte tussen de 35m2 en 150m2. Voor de natuurontwikkeling en -beleving is het van groot belang dat de verblijfsrecreatieve activiteiten deze niet overstemt. Daarom is ingezet op een beperkt aantal zeer uitgesproken en locatiespecifieke verblijfstypologiën die als het ware opgaan in de natuur en de bezoeker daardoor een bijzondere beleving bieden. Waternatuur en -beleving In het zuidwestelijke deel van het plangebied is een ‘waterbiotoop’ voorzien. Om de waterbiotoop te realiseren wordt ca 500.000m3 weggegraven waardoor er een plasontstaan bestaande uit grondwater.
Om deze waterbiotoop heen wordt een ‘beleefpad’ gerealiseerd waar de bezoekers over en langs het water kunnen lopen. Hierdoor zijn er uiteenlopende sferen en belevingen in het gebied. Het beleefpad staat in verbinding met een gestileerd, cirkelvormig element. Zwemmen is alleen binnen dit element toegestaan en daarmee veilig. Binnen deze cirkel is tevens een kleinschalig zandstrand gelegen. Zonneweide met Bike-Park Met de beoogde ontwikkeling wordt ter plaatse van vuilstort 1 en vuilstort 2 meerdere geclusterde zonneweides in combinatie met een bike-park gerealiseerd. De zonnevelden worden op een zorgvuldige manier ingepast zodat deze zich niet onnodig opdringt aan het omliggende landschap.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
3
Projectgerelateerd
In het ontwerp van de zonneweide is ruimte tussen de velden gehouden waardoor er een positief effect kan optreden op de biodiversiteit. De ‘bike-route’ slingert als het ware door deze zonnevelden door en biedt naast een uitdagend parcours, tevens fraaie vergezichten op het omliggend landschap. Fasering De ontwikkeling wordt gerealiseerd in drie fasen: • Fase 1 bestaat uit realisatie entreegebied, zonnevelden in combi met mountainbike parcours, horecagebouw, verblijfsrecreatie domein van de das en het ontgraven ten behoeve van natuurontwikkeling en het creëren van water als belevingswaarde voor de verblijfsgasten. Deze eerste fase zal aanvangen nadat het bestemmingsplan vigerend is en neemt ongeveer 5 jaar in beslag. • Fase 2 bestaat uit een uitbreiding van de verblijfseenheden door het realiseren van het domein van de bever. Deze tweede fase zal bij succes opeenvolgend zijn op fase 1 en zal een periode van 2 jaar in beslag nemen voor planvorming en bouwrealisatie. • Fase 3 bestaat uit de laatste uitbreiding van de verblijfseenheden door het realiseren van het domein van de buizerd. Tevens zal uitbreiding van de wellnessvoorzieningen en upgrading van de horeca plaatsvinden en wordt de overige wandelinfra aangelegd. Deze derde fase zal bij succes opeenvolgend zijn op fase 2 en zal een periode van 2 jaar in beslag nemen voor de planvorming en bouwrealisatie.
Indien het resultaat en de markt zich in dusdanige positieve lijn ontwikkeld is het denkbaar dat fase 2 en 3 gecombineerd worden
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
4
Projectgerelateerd
2
Toetsingskader externe veiligheid
Een ruimtelijk plan wordt voor het milieuaspect externe veiligheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk beschrijft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.
Wet- en regelgeving externe veiligheid ◼ Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi) 1 . In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. ◼ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater. ◼ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.
2.1.1
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de PR10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de PR10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de PR10-5 en de PR10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).
1
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
5
Projectgerelateerd
2.1.2
Verantwoordingsplicht groepsrisico
De verantwoordingsplicht groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.
Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal ook het externe veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het groepsrisicobeleid grotendeels komt te vervallen. Hiermee vervalt ook de verantwoordingsplicht groepsrisico. Het groepsrisico zal in specifieke situaties nog berekend worden. Het plaatsgebonden risico blijft wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoording worden er aandachtsgebieden rond risicobronnen berekend. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de betreffende risico’s. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt daarnaast dat er voorschriftengebieden gelden. Binnen deze voorschriftengebieden worden voorschriften opgelegd voor de bouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties (zie bijlage VI, Bkl voor de definities).
De gemeente heeft vervolgens de mogelijkheid om de precieze invulling voor deze voorschriften te bepalen zolang deze gelijkwaardig zijn aan de in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) genoemde voorschriften. De Omgevingswet treedt naar verwachting in werking eind 2022 begin 2023. Daarom is in dit onderzoek conform de vigerende wetgeving getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is invulling gegeven aan de elementen voor de verantwoordingsplicht groepsrisico. De komst van de Omgevingswet en de daarmee gepaard gaande wijzigingen zijn in het licht van de verantwoording genoemd in het advies. Het doel hiervan is dat het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht rekening kan houden met de komst van de Omgevingswet en consequenties die dit heeft voor het plan.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
6
Projectgerelateerd
3
Inventarisatie planvoornemen en risicobronnen Inleiding
Dit hoofdstuk inventariseert de externe veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt en of dit relevant is voor de externe veiligheid. Tevens is geïnventariseerd welke risicobronnen in de omgeving beschouwd moeten worden.
Methodiek Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen. Voor de beschouwing van de externe veiligheid in het kader van het bestemmingsplan is behalve het planvoornemen ook de rest van het plangebied relevant. 1. Maakt het planvoornemen risicobron(nen) mogelijk? En/of; 2. Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? 1 Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of: ◼ De risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of: ◼ De invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen.
Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of: ◼ Binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of ◼ In de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen. ◼ De risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of: ◼ De invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
7
Projectgerelateerd
Beschouwing 3.3.1 ◼ ◼
◼
Inventarisatie planvoornemen
Antwoord vraag 1: Het planvoornemen maakt geen nieuwe risicobronnen mogelijk. Antwoord vraag 2: Het planvoornemen maakt de volgende (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk: • Entrée gebouw o Receptie (incl. detailhandel) • Informatiepunt: o Outdoorshop o (kleinschalige) horeca o Vakantie-eenheden (3) • Hoofdgebouw: o Wellness centre (750 m2) o Horeca (500 m2) • Vakantie-eenheden de das (24) max. 6 personen per eenheid • Vakantieenheden de Buizerd (23) max 6 personen per eenheid • Vakantieenheden de Bever (13) max 6 personen per eenheid • Een horeca voorziening nabij het strand / zwemplas (enkel afhaal) Conform artikel 1 van het Bevi zijn de bovengenoemde objecten te kwalificeren als (beperkt) kwetsbare objecten. Om deze reden is het planvoornemen relevant voor externe veiligheid.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
8
Projectgerelateerd
3.3.2
Inventarisatie risicobronnen
Op basis van de signaleringskaart4 is onderzocht welke bestaande risicobronnen in, en in de omgeving van, het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande figuur geeft de ligging van de relevante risicobronnen ten opzichte van het plangebied (blauwe kader) weer.
2 3
1 (a t/m d)
PR 10-6 contouren:
Plangebied
Figuur 3-1 Relevante risicobronnen nabij het plangebied (Bron: fragment signaleringskaart-EV)
Tabel 3-1 Overzicht risicobronnen (de relevante risicobronnen zijn vetgedrukt en onderstreept opgenomen) Tabel 3-1 geeft aan onder welke wetgeving de risicobron valt en of deze relevant is voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de veiligheidsafstand (deels) over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of veiligheidsafstand groter is dan de kortste afstand tussen de risicobron en het plangebied.
4
Signaleringskaart, (nl.ev-signaleringskaart.nl) geraadpleegd op 21 april 2021.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
9
Projectgerelateerd
Tabel 3-1 Overzicht risicobronnen (de relevante risicobronnen zijn vetgedrukt en onderstreept opgenomen)
Risicobron
Afstand tot plangebie d
Plaatsgebo nden risico contour / plafond (PR10-6)
100% letaliteitsafstand
Invloedsgebied/ Veiligheidsafsta nd
Wet- en regelgeving
Relevant ?
Max 160 meter
175 meter
430 meter
Bevb
ja
1 a
Hogedruk aardgastransportleiding A645
<100 meter
1 b
Hogedruk aardgastransportleiding A534
<100 meter
175 meter
430 meter
1 c
Hogedruk aardgastransportleiding A578
<100 meter
175 meter
430 meter
1 d
Hogedruk aardgastransportleiding A520
<100 meter
Max 190 m
135 meter
320 meter
2
Spoorlijn: Route 380, Sittard aansl. – Herzogenrath (D)
~ 370 meter
0 meter
200 meter / *4 kilometer
Regeling basisnet / Bevt
Nee*
3
Rijksweg A76: wegvak L39
~ 620 meter
6 meter
200 meter / *4 kilometer
Regeling basisnet / Bevt
Nee*
Bevb Ja Bevb Ja Bevb Ja
Conform het HART (Handleiding Risicoanalyse Transport) bedraagt het invloedsgebied van een toxische stof meer dan 4 kilometer. Een verantwoording ten aanzien van het transport van deze stoffen is derhalve verplicht. Een groepsrisicoberekening is niet noodzakelijk.
*
In aanvulling op de bovenstaande risicobronnen zijn de risicovolle inrichtingen geinventariseerd in de omgeving van het plangebied. Er reiken geen PR 10-6 per jaar contouren of invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen over het plangebied. Als zodanig vormen risicovolle inrichtingen geen belemmering voor het plangebied. Deze bronnen zijn verder buiten beschouwing gehouden.
Beoordeling relevante risicobronnen Uit Tabel 4-2 blijkt dat voor het planvoornemen de onderstaande risicobronnen relevant zijn in het kader van externe veiligheid: ◼ Hogedruk aardgastransportleiding A-645 (Gasunie); ◼ Hogedruk aardgastransportleiding A-534 (Gasunie); ◼ Hogedruk aardgastransportleiding A-578 (Gasunie); ◼ Hogedruk aardgastransportleiding A-520 (Gasunie); ◼ Transport van toxische stoffen over de spoorlijn route 380 en de Rijksweg A76 Hogedruk aardgastransportleiding A-645, A-534, A-578 en A-520 De ondergrondse buisleidingen A-645, A-534, A-578 en A-520 liggen op minder dan 100 meter ten westen van het plangebied. Door deze buisleidingen wordt aardgas onder hoge druk getransporteerd. Het planvoornemen valt binnen het invloedsgebied van beide leidingen, waardoor beide relevant zijn in het kader van de externe veiligheid van het planvoornemen. Aardgastransportleidingen met een druk hoger dan 16 bar vallen onder de werkingssfeer van het Bevb. Conform het Bevb dient er in het kader van externe veiligheid toetsing uitgevoerd te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Deze toetsing is opgenomen in hoofdstuk 4. Het bevoegd gezag dient daarnaast te voldoen aan de verantwoordingsplicht groepsrisico. Hoofdstuk 6 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. 27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
10
Projectgerelateerd
Daarnaast geldt op grond van het Bevb voor buisleidingen een belemmeringenstrook van minimaal 5 meter (gemeten vanuit het hart van de buisleiding) aan weerszijden. Deze strook leidt tot beperkingen voor onder meer bouwwerken (niet gerelateerd aan de buisleiding) en voor graafwerkzaamheden. Het plangebied ligt hier buiten. Voor de totale buisleidingenstraat heeft de gemeente Beekdaelen in het bestaande bestemmingsplan ter hoogte van het planvoornemen een zone opgenomen met (dubbelbestemming – leiding gas). In deze zone gelden conform het vigerende bestemmingplan beperkingen voor het oprichten van bouwwerken. In het kader van externe veiligheid mogen hierbinnen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht. Voor het gebied geldt een wijzigingsbevoegdheid. Transport van toxische stoffen spoorlijn en Rijksweg Op meer dan 600 meter ten noorden van het plangebied liggen de spoorlijn Sittard-Herzogenrath en de A76. Over deze transportroutes worden conform regeling Basisnet gevaarlijke stoffen getransporteerd en vallen onder de werkingssfeer van het Bevt. Conform het Bevt hoeft er voor deze bronnen geen groepsrisicoberekening te worden uitgevoerd omdat de ontwikkeling op een grotere afstand is gelegen dan 200 meter. Een incident waarbij toxische stoffen vrijkomen waarna een gifwolk ontstaat heeft echter een groter invloedsgebied (>4000 meter).
Een gifwolk scenario is relevant voor zowel het spoor als de weg. Daarmee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van deze toxische stoffen. Omdat een gifwolk scenario voor zowel de weg als het spoor identiek aan elkaar zijn, wordt in hoofdstuk 5 het scenario ‘toxische wolk’ eenmalig verder verantwoord.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
11
Projectgerelateerd
4
Risicoberekening hogedruk aardgastransportleidingen Inleiding
Het planvoornemen maakt in totaal 60 vakantie-eenheden en bijbehorende additionele voorzieningen (wellness, zwembad en restaurant/bar) mogelijk in de nabijheid van de hogedruk aardgastransportleidingen. Hierdoor verandert de externe veiligheidssituatie. Dit hoofdstuk maakt het PR en de veranderingen van het GR van de hogedruk aardgastransportleidingen A-520, A-578, A-534 en A-645 inzichtelijk. Hiermee is voldaan aan de toetsingsvoorwaarden conform het Bevb.
Onderzochte situaties Tabel 4-1 overzicht getoetste situaties buisleidingen Berekende situaties
Buisleidingen
Bevolking
Huidige situatie (2021)
Buisleidinggegevens, Gasunie (december 2021)
Vigerende bestemmingsplannen: gerealiseerd conform BAGPopulator + niet ingevulde bestemmingsplancapaciteit
Toekomstige situatie (2031)
Buisleidinggegevens, Gasunie (december 2021)
Vigerende bestemmingsplannen: gerealiseerd conform BAGPopulator + niet ingevulde bestemmingsplancapaciteit + planvoornemen
Invoerparameters rekenmodel De risicoberekening voor de huidige en toekomstige situatie is uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. CAROLA is de wettelijk voorgeschreven rekenmethodiek voor buisleidingen van de Gasunie. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. Interessegebied Het interessegebied is het gebied wat in het rekenbestand wordt aangewezen als onderzoeksgebied. Binnen het interessegebied worden de aanwezige buisleidingen en de aanwezige bevolking geïnventariseerd. Het groepsrisico van een buisleiding wordt bepaald per buisleidingkilometer. Vandaar dat het interessegebied in een straal van een kilometer rond het plangebied ligt. De maatgevende kilometer van de buisleiding (kilometer leiding met hoogste groepsrisico) ligt direct rond het plangebied en wordt bepaald door de populatiedichtheid binnen het invloedsgebied. Buisleidinggegevens Tabel 4-2 Buisleidinggegevens Gasunie januari 2022 Diameter
Invloedsgebied (1% letaal)
Buisleiding
Druk
Invloedsgebied (100% letaal)
1
Buisleiding A-520 (Gasunie)
66,2 bar
24 inch
320 meter
135 meter
2
Buisleiding A-578 (Gasunie)
66,2 bar
36 inch
430 meter
175 meter
3
Buisleiding A-534 (Gasunie)
66,2 bar
36 inch
430 meter
175 meter
4
Buisleiding A-645 (Gasunie)
66,2 bar
36 inch
430 meter
175 meter
Bevolkingsgegevens Huidige situatie: Voor de bevolkingsgegevens is uitgegaan van de BAG-populatieservice5 selectiebasis 202107. De opgevraagde gegevens zijn gecontroleerd en ingevoerd in het rekenbestand.
5
BAG populatieservice, 2021: https://populatieservice.demis.nl/#/,
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
12
Projectgerelateerd
Toekomstige situatie:
Figuur 4-1 Ligging ingevoerde bevolkingsvlak.
In het rekenmodel is binnen de grenzen van het plangebied 1 bevolkingspolygoon bijgevoegd voor de toekomstige situatie. Binnen dit bevolkingspolygoon bevinden zich 240 personen, gedurende de dag en de nacht. Deze 240 personen zijn opgebouwd conform de weergave in Tabel 4-3 in overeenstemming met de verbeelding van het planvoornemen zoals weergegeven in Figuur 4-1 Ligging ingevoerde bevolkingsvlak. Dit bevolkingsvlak is een toevoeging op de aanwezige bevolking in de huidige situatie. Het bevolkingsvlak ligt aan de zuidwestzijde van het plangebied net buiten de 10 -6 per jaar PR-contour van buisleiding A-520 (zie Figuur 4-3).
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
13
Projectgerelateerd
Figuur 4-2 PR 10-6 contouren geprojecteerd over het plangebied
Tabel 4-3 verwijst naar een nummer binnen figuur 1-2. Onderdeel 1 en 2 zijn hierin niet opgenomen omdat deze functies buiten het invloedsgebied zijn gelegen van de aanwezige buisleidingen. Daarmee zijn deze functies niet relevant ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Tabel 4-3 Invulling bevolkingsvlak planvoornemen toekomstige situatie Nr. verbeelding Beschrijving Kental* planvoornemen (Figuur 1-2) 3 Bijbehorende voorzieningen (wellness, zwembad restaurant/bar)6 4 Vakantie-eenheden 10 tweepersoonsDomein van de Das eenheden 40 vierpersoons5 Vakantie-eenheden eenheden Domein van de Buizerd 10 zespersoons6 Vakantie-eenheden eenheden Domein van de Bever Totaal
-
Aanwezig overdag
Aanwezig in de nacht
-
-
100% = 240 personen
100% = 240 personen
240 personen
240 personen
6
De personen die zich in de bijbehorende voorzieningen bevinden, zijn dezelfde personen die in de vakantie eenheden verblijven. Daarom zijn er geen additionele aanwezigen voor deze functie bijgeteld. 27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
14
Projectgerelateerd
Resultaten 4.4.1
Plaatsgebonden risico
Figuur 4-3 toont voor leiding A-520 de contouren van PR 10-6 (groene lijn om het gele vlak), PR 10-7 (blauwe lijn om het groene vlak) en de PR10-8 (buitenste paarse lijn). Deze geldt voor de huidige en de toekomstige situatie.
Figuur 4-3 Plaatsgebonden risicocontouren buisleiding A-520 ter hoogte van plangebied
Buisleiding A-578 heeft geen PR 10-6 per jaar contour buiten het leidingtracé. Figuur 4-4 toont de contouren van PR 10-7 (blauwe lijn om het groene vlak) en de PR 10-8 (buitenste paarse lijn). Deze geldt voor de huidige en de toekomstige situatie.
Figuur 4-4 Plaatsgebonden risicocontouren buisleiding A-578 ter hoogte van plangebied
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
15
Projectgerelateerd
Buisleiding A-534 heeft geen PR10-6 per jaar contour buiten het leidingtracé. Figuur 4-5 toont de contouren van PR 10-7 (blauwe lijn om het groene vlak) en de PR10-8 (buitenste paarse lijn). Deze geldt voor de huidige en de toekomstige situatie.
Figuur 4-5 Plaatsgebonden risicocontouren buisleiding A-534 ter hoogte van plangebied
Figuur 4-6 toont voor leiding A-645 de contouren van PR 10-6 (blauwe lijn om het groene vlak), PR 10-7 (blauwe lijn om het groene vlak) en de PR10-8 (buitenste paarse lijn). Deze geldt voor de huidige en de toekomstige situatie.
Figuur 4-6 Plaatsgebonden risicocontouren buisleiding A-645 ter hoogte van plangebied
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
16
Projectgerelateerd
4.4.2
Groepsrisico
Het groepsrisico van de buisleidingen wordt bepaald op basis van de aanwezige bevolking binnen het invloedsgebied. Figuur 4-8 tot en met Figuur 4-11 laten zien dat het plangebied deels binnen de 100%- en nagenoeg geheel binnen de 1% letaliteitscontouren van beide leidingen liggen. De 1%- en 100%- letaliteitscontouren voor leiding A-520 liggen op respectievelijk 320 meter en 135 meter. Voor leidingen A-578, A-534 en A-645 liggen de 1%- en 100%- letaliteitscontouren op respectievelijk 430 meter en 175 meter.
Figuur 4-7 100% letaliteitsgrens geprojecteerd over het plangebied
De geprojecteerde vakantie-eenheden liggen allen buiten de 100%-letaliteitscontour van leidingen en vrijwel geheel binnen de 1%-letaliteitscontour van de leidingen.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
17
Projectgerelateerd
Figuur 4-8 Ligging 1%-(zwart) en 100%- (donkerrood) letaliteitscontouren buisleiding A-520 ter hoogte van plangebied
Figuur 4-9 Ligging 1%- (zwart) en 100%- (donkerrood) letaliteitscontouren buisleiding A-578 ter hoogte van plangebied
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
18
Projectgerelateerd
Figuur 4-10 Ligging 1%- (zwart) en 100%- (donkerrood) letaliteitscontouren buisleiding A-534 ter hoogte van plangebied
Figuur 4-11 Ligging 1%- (zwart) en 100%- (donkerrood) letaliteitscontouren buisleiding A-645 ter hoogte van plangebied
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
19
Projectgerelateerd
Groepsrisico buisleiding A-520 huidige en toekomstige situatie Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied (midden plangebied rond stationing 4030) is in zowel de huidige als toekomstige situatie nihil. Het GR van leiding A-520 wijzigt als gevolg van het planvoornemen in het geheel niet. De kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico (0.0065 maal de oriëntatiewaarde) ligt tussen de meetpunten; stationing 2030 en stationing 3030 (groen gedeelte van de leiding in Figuur 4-12). De maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden bij 27 slachtoffers en een frequentie van 9,12*10 -8.
Figuur 4-12 Groepsrisico buisleiding A-520 huidige en toekomstige situatie (maatgevende kilometer)
Groepsrisico buisleiding A-578 huidige en toekomstige situatie Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied (midden plangebied rond stationing 4050) is in zowel de huidige als toekomstige situatie nihil. Het GR van leiding A-578 wijzigt als gevolg van het planvoornemen in het geheel niet. De kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico (0.008994 maal de oriëntatiewaarde) ligt tussen de meetpunten; stationing 5530 en stationing 6530 (groen gedeelte van de leiding in Figuur 4-13). De maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden bij 42 slachtoffers en een frequentie van 5,10*10 -8.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
20
Projectgerelateerd
Figuur 4-13 Groepsrisico buisleiding A-578 huidige en toekomstige situatie (maatgevende kilometer)
Groepsrisico buisleiding A-534 huidige en toekomstige situatie Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied (midden plangebied rond stationing 1420) is in zowel de huidige als toekomstige situatie nihil. Het GR van leiding A-534 wijzigt als gevolg van het planvoornemen in het geheel niet. De kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico (0.0004228 maal de oriëntatiewaarde) ligt tussen de meetpunten; stationing 0 en stationing 1000 (groen gedeelte van de leiding in Figuur 4-14). De maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden bij 26 slachtoffers en een frequentie van 6,25*10 -9.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
21
Projectgerelateerd
Figuur 4-14 Groepsrisico buisleiding A-534 huidige en toekomstige situatie (maatgevende kilometer)
Groepsrisico buisleiding A-645 huidige en toekomstige situatie Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied (midden plangebied rond stationing 1280) is in zowel de huidige als toekomstige situatie nihil. Het GR van leiding A-645 wijzigt als gevolg van het planvoornemen in het geheel niet. De kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico (0.018 maal de oriëntatiewaarde) ligt tussen de meetpunten; stationing 3110 en stationing 4110 (groen gedeelte van de leiding in Figuur 4-15). De maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden bij 42 slachtoffers en een frequentie van 9.97*10-8.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
22
Projectgerelateerd
Figuur 4-15 Groepsrisico buisleiding A-645 huidige en toekomstige situatie (maatgevende kilometer)
Conclusie De geprojecteerde vakantie eenheden en bijbehorende additionele voorzieningen van het plangebied liggen buiten de 100%- en deels binnen de 1%- letaliteitscontour van de buisleidingen. Alleen buisleidingen A-520 en A-645 hebben een 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour. In beide gevallen geldt dat de geprojecteerde vakantie eenheden en bijbehorende additionele voorzieningen buiten deze 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour liggen. Het groepsrisico ten gevolge van de buisleiding ter hoogte van het plangebied is voor alle leidingen nihil (huidig en toekomstig). Het groepsrisico van de leiding (maatgevende kilometer) verandert dan ook in het geheel niet voor alle vier de buisleidingen, ten gevolge van het planvoornemen. In alle gevallen geldt dat het groepsrisico van de buisleidingen kleiner is dan 0.02 maal de oriëntatiewaarde.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
23
Projectgerelateerd
Toetsing beleidskader De externe veiligheidsrisico’s als gevolg van de hogedruk aardgastransportleidingen A-520, A-578, A-534 en A-645 zijn getoetst aan het Bevb: ▪ Plaatsgebonden risico o Alleen buisleidingen A-520 en A-645 hebben een 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour. In beide gevallen geldt dat de geprojecteerde vakantie eenheden en bijbehorende additionele voorzieningen buiten deze 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour liggen. Dit geldt voor de huidige en voor de toekomstige situatie. Het plaatsgebonden risico vormt geen beperking voor de planontwikkeling. ▪ Groepsrisico o Het groepsrisico ten gevolge van de buisleiding ter hoogte van het plangebied is voor alle leidingen nihil (huidig en toekomstig) Het groepsrisico van de leiding (maatgevende kilometer) verandert dan ook in het geheel niet voor alle vier de buisleidingen, ten gevolge van het planvoornemen. In alle gevallen geldt dat het groepsrisico van de buisleidingen kleiner is dan 0.02 maal de oriëntatiewaarde. ▪ Verantwoording Groepsrisico o Gezien het gegeven dat het groepsrisico van de betreffende leidingen niet toeneemt en het niet aanwezig zijn van een GR ter hoogte van het planvoornemen voor alle leidingen, dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden.
o Het bevoegd gezag dient formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
24
Projectgerelateerd
5
Elementen verantwoording groepsrisico Inleiding
Dit hoofdstuk werkt de elementen van de verantwoording groepsrisico (VGR) uit voor de aanwezige buisleidingen en voor het vervoer van toxische stoffen over de weg en het spoor. Op basis van de uitwerking van dit hoofdstuk kan het bevoegd gezag advies vragen aan de veiligheidsregio in het kader van de verantwoording groepsrisico. In bijlage 2 is het pre-advies van de veiligheidsregio Zuid-Limburg opgenomen. In onderstaande tabel zijn de elementen van de verantwoording groepsrisico per risicobron opgenomen. De elementen zijn in de hierna volgende paragrafen behandeld. Tabel 5-1 elementen verantwoording groepsrisico Volledige VGR
Beperkte VGR
Elementen verantwoording groepsrisico InterChem
Buisleidingen
Bevolkingsdichtheid: Personendichtheid binnen het invloedsgebied
x
x
Groepsrisico: Hoogte van het groepsrisico (per kilometer)
x
x
Maatregelen ter reductie van het groepsrisico: bronmaatregelen en ruimtelijke maatregelen
x
Alternatieve locaties: Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen ervan (alternatieve locaties)
x
Bestrijdbaarheid: Mogelijkheden voor het voorkomen, beperken en bestrijden van het incidenten (bestrijdbaarheid)
x
x
Zelfredzaamheid: Mogelijkheden voor de zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied
x
x
Groepsrisico en bevolkingsdichtheid Het groepsrisico ten gevolge van de buisleiding ter hoogte van het plangebied is voor alle leidingen nihil (huidig en toekomstig) Het groepsrisico van de leiding (maatgevende kilometer) verandert dan ook in het geheel niet voor alle vier de buisleidingen, ten gevolge van het planvoornemen. In alle gevallen geldt dat het groepsrisico van de buisleidingen kleiner is dan 0.02 maal de oriëntatiewaarde.
Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid 5.3.1
Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen
Inzicht in de ongevalsscenario’s is essentieel om de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid te analyseren. Tabel 5-2 geeft per risicobron de maatgevende scenario’s. Daarnaast zijn de bijbehorende gevaren (brand, explosie, gifwolk) ten gevolge van de risicobron weergegeven. Een scenario is relevant afhankelijk van: ◼ De aard van de gevaarlijke stoffen. ◼ De ligging van de effectafstand (1% letaal) van het betreffende scenario, ten opzichte van het plangebied.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
25
Projectgerelateerd
Tabel 5-2 overzicht relevante scenario’s per risicobron Maatgevende scenario’s
Plasbrand
Koude Bleve
Warme Bleve
Wolkbrandexplosie
Fakkelbrand
Buisleiding
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Spoorlijn: Route 380, Sittard aansl. – Herzogenrath (D)
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Rijksweg A76: wegvak L39
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toxische wolk
Gevaren
x
N.v.t.
Brand
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
Risicobronnen
Tabel 5-3 licht op basis van het scenarioboek externe veiligheid 7 de ongevalscenario’s van Tabel 5-2 toe. In de volgende paragrafen is per maatgevend scenario de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid beoordeeld. Tabel 5-3 overzicht relevante scenario’s conform het scenarioboek externe veiligheid Fakkelbrand ◼
Buisleidingen
Een fakkelbrand (volledige breuk van de aardgastransportleiding) bij een buisleiding kan optreden als gevolg van een (ernstige) beschadiging. Bijvoorbeeld als gevolg van graafwerkzaamheden, uitgevoerd door derden in de directe omgeving van de aardgastransportleiding. Indien de aardgastransportleiding ineens breekt, komt een grote hoeveelheid aardgas vrij. Dit aardgas zal in de meeste gevallen direct ontsteken, wat een (verticale) fakkel tot gevolg heeft. De fakkel kan afhankelijk van de eigenschappen van de aardgastransportleiding tot een hoogte van enkele honderden meters reiken. Binnen een afstand de 1% letaliteitsafstand kan een fakkelbrand leiden tot slachtoffers, schade en brand in de omgeving van de buisleiding. Binnen de 100% letaliteitsafstand van de buisleiding is er een grote kans op overlijden.
Gevaar:
Brand
◼
Effectafstand buisleiding (66,2 bar, 36 inch):
◼ ◼
175 meter 430 meter
◼ ◼
100% letaliteit 1% letaliteit
◼
Effectafstand buisleiding (66,2 bar, 24 inch):
◼ ◼
135 meter 320 meter
◼ ◼
100% letaliteit 1% letaliteit
Toxische wolk
Spoorlijn en rijksweg
Toxische stoffen kunnen vrijkomen als gevolg van bijvoorbeeld een incident bij de installatie. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Bij het vrijkomen van een toxisch gas zal al het gas direct verdampen en leiden tot een toxische wolk. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven of in andere richtingen. Gevaar
Toxische wolk
◼
◼
Effectafstand
5.3.2
4000 meter
Rampenbestrijding
Algemeen Voorbereiding hulpdiensten Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s in de omgeving als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. De veiligheidsregio kan het beschikbare materieel hierop afstemmen. De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen.
7
Website scenarioboek externe veiligheid, geraadpleegd op 18 februari 2021.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
26
Projectgerelateerd
Alarmering, opkomsttijd en communicatie naar en tussen hulpverleners Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Een snelle alarmering en opkomsttijd zijn bij een fakkelbrand van een buisleiding waarin onder hoge druk aardgas wordt getransporteerd, minder relevant omdat het scenario zich snel voltrekt en langdurig is. Het duurt enige tijd voordat de leiding wordt afgesloten. Daarnaast treden de hulpdiensten niet op in het invloedsgebied vanwege de hoge hittestraling. Inzet vindt met name plaats nadat de fakkel is uitgedoofd. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Bereikbaarheid Tweezijdige bereikbaarheid van zowel de locatie van het incident als het effectgebied kan de bestrijdbaarheid en de hulpverlening versnellen. Daarbij is ook de aanwezigheid van opstelplaatsen aan meerdere zijden belangrijk. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in het document Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Fakkelbrand De fakkelbrand heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding.
De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Toxische wolk ◼ Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water. ◼ ◼
De volgende voorzieningen hebben een positieve invloed hebben op de rampenbestrijding:
Tabel 5-4 overzicht mogelijke voorzieningen
Rampenbestrijding 1. Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; 2. Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten. 3. Opkomsttijd brandweer en alarmering
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
27
Projectgerelateerd
5.3.3
Zelfredzaamheid
Algemeen Adequate vluchtroutes Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten. Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. In de vrije ruimte kan rekening worden gehouden met de positie en compositie van gebouwen. Gebouwen zelf moeten beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk. Waarschuwingsmiddelen NL-Alert: Doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Afstemming handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor mensen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten. Deze inzet moet aansluiten op dit handelingsperspectief. Risicocommunicatie vooraf Communicatie over de risico’s als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie.
Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied. De aanwezigen zijn zelfredzaam, maar in geval van een breuk van de buisleiding hebben de aanwezigen een beperkt handelingsperspectief. Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn. Fakkelbrand Personen zijn na het ontstaan van een fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Tabel 5-5 en Figuur 5-1 geven een overzicht van het handelingsperspectief bij een fakkelbrand. Tabel 5-5 overzicht handelingsperspectief fakkelbrand Handelingsperspectief –Fakkelbrand ◼
Voor personen buiten is vluchten het advies (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
◼
Als er schuilmogelijkheden zijn, is het advies dekking te zoeken of een schuilplaats binnen te gaan. Bij schuilen gelden aanvullend de volgende maatregelen: Schuilen in de van het gevaar afgekeerde zijde van het gebouw Sluiten van gordijnen; Verwijderd blijven van ramen; Voorkomen van ontstekingsbronnen (licht niet aan doen, uitschakelen verwarming etc.) Openen van ramen om schade door de drukgolf te vermijden (behalve bij een gecombineerd gevaar met brand of gifwolk).
◼
Voor personen binnen is binnenblijven het advies.
◼
Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van het incident.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
28
Projectgerelateerd
Figuur 5-1 handelingsperspectief fakkelbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Toxische wolk Personen zijn na het ontstaan van een toxische wolk op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. 0. Voor personen buiten is advies om te vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling).8 1. Indien vluchten niet mogelijk is, wordt geadviseerd om binnen te schuilen. 2. Voor personen binnen wordt binnen blijven geadviseerd en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond te gaan. Hierbij ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Tabel 5-6 en Figuur 5-2 geven een overzicht van het handelingsperspectief bij een toxische wolk
8
Gebruik maken van een natte doek is afhankelijk van het type gevaarlijke stof)
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
29
Projectgerelateerd
Figuur 5-2 handelingsperspectief gifwolk (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Tabel 5-6 overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een toxische wolk
Gifwolk ◼ ◼ ◼ ◼
Schuilmogelijkheden binnenshuis Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen die haaks op de wind staan. Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een gifwolk). Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
30
Projectgerelateerd
Omgevingswet De nieuwe wetgeving geeft een andere invulling aan de uitwerking van het groepsrisico. Er wordt gewerkt met aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk. Deze paragraaf schetst wat dit betekent voor het planvoornemen. Onder de Omgevingswet maakt het planvoornemen zogenoemde kwetsbare gebouwen mogelijk binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleidingen. Het brandaandachtsgebied is ruimtelijk vergelijkbaar met het bestaande invloedsgebied. Binnen een brandaandachtsgebied dient door het bevoegd gezag een afweging te worden gemaakt om al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen. Binnen een voorschriftengebied kunnen aanvullende maatregelen verplicht worden gesteld. Figuur 5-3 laat de ligging van dit brandaandachtsgebied zien ten opzichte van het plangebied. Voor het spoor en de weg dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van een gifwolkaandachtsgebied (vergelijkbaar met het bestaande invloedsgebied). Binnen een gifwolkaandachtsgebied worden geen aanvullende eisen gesteld.
Conform het Bkl is het verplicht om af te wegen of er een voorschriftengebied moet worden vastgesteld in het omgevingsplan (opvolger bestemmingsplan) vanwege de realisatie van het planvoornemen binnen het brandaandachtsgebied. In een voorschriftengebied dient voldaan te worden aan de bouwkundige eisen die het Bbl stelt. Voor een gifwolkaandachtsgebied is het vaststellen van een voorschriftengebied niet nodig. De voorzieningen die getroffen kunnen worden ten aanzien van een gifwolk zijn reeds voorzien in het bouwbesluit/ Bbl ten behoeve van nieuwe bebouwing in zijn algemeen.
Plangebied (globaal)
Vanuit de gedachte van een goede ruimtelijke ordening is het aan te bevelen om in het proces van de verantwoordingsplicht groepsrisico voor te sorteren op de komst van de aandachtsgebieden onder de Omgevingswet. In dit proces is het van belang om keuzes te maken of er al dan niet een voorschriftengebied met bijbehorende ruimtelijke/bouwkundige maatregelen moet worden vastgesteld. Mede omdat het onder de huidige wetgeving niet mogelijk is om bouwkundige maatregelen in het bestemmingsplan op te nemen is het verstandig hier wel over na te denken zodat dit tot de komst van de Omgevingswet (indien nodig) kan worden vastgelegd in een convenant. Deze voorbereiding bevordert de overgang van bestemmingsplan naar omgevingsplan. Figuur 5-3 ligging brandaandachtsgebied (BAG) buisleidingen ten opzichte van het planvoornemen (bron: signaleringskaart-ev)
Binnen een brandaandachtsgebied dient de gemeente een afweging te maken om al dan niet een zogenoemd voorschriftengebied vast te stellen. Het vaststellen van een voorschriften gebied is verplicht wanneer er zeer kwetsbare gebouwen mogelijk gemaakt worden binnen een aandachtsgebied. Binnen een voorschriftengebied gelden extra bouwkundige maatregelen. Gezien het planvoornemen verspreid liggende kwetsbare gebouwen (geen zeer kwetsbare gebouwen) mogelijk maakt is het advies aan de gemeente om geen voorschriftengebied vast te stellen. Wel kan er rekening worden gehouden met de zogenoemde house burning distance van respectievelijk 144 meter (24 inch leiding) en 205 meter (36 inch leiding) 9. Het advies is om ter voorbereiding van het omgevingsplan deze afweging te maken en dit voor te bereiden in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico.
9
Aviv 2019: Maatregelen binnen aandachtsgebied hogedruk aardgastransportleidingen, 8 november 2019.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
31
Projectgerelateerd
6
Conclusie
Het zandwinningsbedrijf ‘Zand- en Grindhandel Bruls B.V.’ is voornemens om Groeve Schinnen en het afgewerkte vuilstort te transformeren naar een plek waar de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen. In het kader voor de planologische procedure is dit externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd. Externe veiligheid is een milieudiscipline en dient in het kader van een bestemmingsplan te worden beschouwd. Het onderzoek dient als onderbouwing in de toelichting van het bestemmingsplan. Externe veiligheid gaat over de risico’s voor de omgeving ten gevolge van het transport, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen. De wet- en regelgeving bestaat uit verschillende besluiten waaraan dient te worden getoetst. In het kader van externe veiligheid zijn de woningen kwetsbare objecten (artikel 1 Bevi). Daarom zijn de risicobronnen in de omgeving van het planvoornemen beschouwd en is getoetst of er wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid. Beoordeling risicobronnen De risicobronnen in de omgeving van het plangebied zijn beoordeeld voor externe veiligheid. Er zijn geen Bevi-inrichtingen met een invloedsgebied over het planvoornemen, wel ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Sittard-Herzogenrath (Route 380) en de Rijksweg A76 (wegvak L39).
Vanwege de ligging ten opzichte van het plangebied is toetsing aan het plaatsgebonden risico en groepsrisico niet nodig. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling zijn de hogedruk aardgastransportleidingen A-645, A-534, A-578 en A-521 conform het Bevb getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. ◼
Hogedruk aardgastransportleiding A-520 (Gasunie); Leiding ligt op ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied. Leiding heeft een plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar. Er worden geen (beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt binnen deze contour. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling Het groepsrisico van leiding A-520 is in de huidige- en toekomstige situatie zeer laag en verandert door het planvoornemen in het geheel niet.
◼
Hogedruk aardgastransportleiding A-578 (Gasunie); Leiding ligt op ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied. Leiding heeft geen plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling Het groepsrisico van leiding A-520 is in de huidige- en toekomstige situatie zeer laag en verandert door het planvoornemen in het geheel niet.
◼
Hogedruk aardgastransportleiding A-534 (Gasunie); Leiding ligt op ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied. Leiding heeft geen plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling Het groepsrisico van leiding A-520 is in de huidige- en toekomstige situatie zeer laag en verandert door het planvoornemen in het geheel niet.
◼
Hogedruk aardgastransportleiding A-645 (Gasunie); Leiding ligt op ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied.
27 september 2022
BESTEMMINGSPLAN GROEVEPARK SILT
BI1349MIRP004D04
32
Projectgerelateerd
Leiding heeft een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Er worden geen (beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt binnen deze contour. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling Het groepsrisico van leiding A-520 is in de huidige- en toekomstige situatie zeer laag en verandert door het planvoornemen in het geheel niet.