Bijlage 5: Alle antwoorden incl. antwoordcode (def)
Tekst van het document
Q&A Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd en Middelen 2025-2028 Algemeen Code beantwoording A1
Antwoord moet volgende aandachtspunten bevatten Zijn en worden de genoemde partijen (De doelgroep, de wetenschappelijke instituten (UM en Zuyd Hogeschool), handhaving, de adviesraden, de GGZ, jeugdzorg, ervaringsdeskundigen, en het basis en voortgezet onderwijs) voldoende betrokken bij het opstellen van het beleidsplan preventie en handhaving en het uitvoeringsplan?
B1
In het beleidsplan preventie en handhaving worden de volgende aspecten gemist: Stimulerende medicijnen, multiproblematiek, gamen, gokken en mentale gezondheid.
C1
In het vorige beleidsplan preventie en handhaving zijn gezette doelen niet behaald. We missen hierin de verklaring.
Antwoordformulering GGZ (Mondriaan) en jeugdzorg (jeugdconsulten), welzijnswerk (jongerenwerk) en ervaringsdeskundigen zijn reeds betrokken bij totstandkoming van beleidsplan preventie en handhaving en zullen ook bij het uitvoeringsplan betrokken worden. Alle organisaties en mensen uitnodigen is onmogelijk. We hebben geprobeerd om alle relevante grote organisaties te betrekken om op die manier breed draagvlak te creëren en tegelijkertijd een werkbare situatie te houden. Betrokken organisaties hebben ook een informerende rol richting kleinere organisaties die ook relevant zijn maar niet direct betrokken. Naarmate je steeds meer richting uitvoering gaat zullen steeds meer organisaties en mensen betrokken worden. Basisonderwijs betrekken we niet bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan, omdat aandacht voor het thema bij deze leeftijd averechts werkt. Zie advies Trimbos. Het beleidsplan preventie en handhaving wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Uw advies om de doelgroep, wetenschappelijke instituten en adviesraden hierbij te betrekken wordt opgevolgd bij het opstellen van het uitvoeringsplan. Denk hierbij aan het meedenken van jongeren bij interventies. Het beleidsplan preventie en handhaving gaat over middelengebruik. Gamen en gokken heeft zeker verslavende gevolgen maar het zijn geen middelen. Wettelijk hoeven we slechts een beleidsplan voor alcohol te maken.
We breiden nu uit naar middelen, maar uitbreiding vraagt wel duidelijke afbakening. Overigens hebben onze onderwijs-, ggz- en welzijnspartners aandacht voor dit thema. Waar nodig verbinden we hier uiteraard mee. Stimulerende medicijnen behoren in dit beleidsplan preventie en handhaving tot de soorten drugs die benoemd staan in bijlage 1. Deze worden dus meegenomen in dit beleidsplan preventie en handhaving. In het beleidsplan preventie en handhaving staat dat vapen wordt meegenomen onder roken. We constateren dat de doelstellingen van het vorige beleidsplan preventie en handhaving niet gehaald zijn, mogelijke verklaringen hiervoor zijn: - Er was geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan, waardoor er een versnipperde inzet heeft plaatsgevonden.
Worden deze gegevens meegenomen in het opstellen van de nieuwe doelen voor het huidige beleidsplan preventie en handhaving?
- Er zijn grote landelijke ontwikkelingen geweest die buiten onze invloed als gemeente lag zoals, Corona, sociale mediagebruik, maatschappelijke problematiek (milieu/ woningtekort) etc., Dit maakt de jeugd ontvankelijker voor middelengebruik. - Verdiepende analyse van de resultaten van de monitorgegevens laten zien dat de omgeving van jongeren een belangrijke rol speelt in de verkrijgbaarheid van alcohol. Verkrijgbaarheid van alcohol via ouders (48%) vraagt om een lange termijnvisie omdat het veranderen van een norm en de-normalisatie tijd kost. Hier hebben wij geleerde lessen uitgehaald die wij in dit beleidsplan preventie en handhaving gaan verwerken: - We gaan werken vanuit een SWOT-analyse. Hierbij zal de nadruk leggen op Evidence Based interventies en een data gedreven aanpak. - We hebben een bredere groep samenwerkingspartners betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan preventie en handhaving en gaan dit ook doen bij het opstellen van het uitvoeringsplan. - Tot slot zal er een regionaal uitvoeringsplan komen, die zal aanzetten tot concrete acties om de problematiek aan te pakken. - We hebben het beleidsplan preventie en handhaving uitgebreid naar middelengebruik.
D1
E1
F1
G1
De titel 'Data-analyse' dekt niet de lading. Verzoek om deze aan te passen en om te schrijven naar een nieuwe/veranderende aanpak. Verzoek om de ambities steviger en evalueer-baar te maken (SMART). Is er in het regionale uitvoeringsplan ruimte overgelaten voor lokale inzet? Ons lijkt het 6 – wekelijks bespreken van beleidsplan preventie en handhaving te
De titel 'Data-analyse' is inmiddels aangepast naar 'Trends & ontwikkelingen’.
We hebben de ambities steviger neergezet. Verder zijn de ambities en doelen gekoppeld aan de kritieke prestatie indicatoren, dit zorgt ervoor dat ze beter te evalueren zijn. Het uitvoeringsplan zal regionaal worden opgesteld, er zal echter wel ruimte blijven voor lokale inzet. Tevens zal er in het uitvoeringsplan rekening gehouden worden met de reeds ingekochte diensten bij verschillende samenwerkingspartners per gemeente. Het beleidsplan preventie en handhaving zal halfjaarlijks- of jaarlijks met samenwerkende partners besproken worden. De 6-wekelijkse bespreking zal bedoeld zijn voor evaluatie en monitoring van het beleidsplan preventie en handhaving met de regionale werkgroep Jeugd & Middelen.
H1
I1
J1
K1
ambitieus, kunnen jullie beschrijven wat er dan besproken wordt. Het is bekend dat middelengebruik kan leiden tot crimineelgedrag. Op welke wijze gaan jullie hier aandacht aan besteden en worden hiervoor dan de juiste mensen betrokken? Bijvoorbeeld beleidsmensen van openbare orde en veiligheid. Kunnen jullie de link tussen alcohol en drugspreventie nader toelichten Wat is de rol van drankreclame en media in dit beleidsplan preventie en handhaving? Op welke wijze wordt in het beleidsplan preventie en handhaving de ondersteuning voor het OM en de politie beschreven? Is er ook aandacht voor de manier waarop we wijkagenten laagdrempelig kunnen inzetten?
Bij het opstellen van het uitvoeringsplan zullen wij, net als bij de opstelling van dit beleidsplan preventie en handhaving, onder andere beleidsmensen van openbare orde en veiligheid betrekken.
De combinatie alcohol- en drugs komt inderdaad steeds vaker voor en is nog schadelijker voor de gezondheid. Dit onderbouwt dan ook onze focusverbreding naar middelgebruik zoals beschreven in het beleidsplan preventie en handhaving De rol die media en commerciële partijen (lees ook reclamebureaus) kunnen vervullen bij de preventie van middelengebruik wordt nader onderzocht bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan. Dit zullen we hierin meenemen. Er zijn diverse vragen/opmerkingen binnengekomen over de samenwerking tussen gemeente en politie. Deze vragen/opmerkingen zijn voorgelegd en beantwoord door een operationeel specialist van de politie-eenheid Limburg. Vanuit de politie wordt beschreven dat drugspreventie een rol is voor de gemeente, waar handhaven en opsporen een politietaak is. Wat betreft de overige taken van de politie wordt door de politie aangegeven dat de politie zich de laatste jaren steeds meer is gaan focussen op de primaire politietaak. Ze geven hierbij aan in tegenstelling tot veel andere ketenpartners 24/7 bereikbaar en inzetbaar te zijn. Vanuit rolzuiverheid is het dan ook belangrijk dat iedere ketenpartner zijn eigen verantwoordelijkheid neemt op de verschillende onderwerpen, thema’s, aanpakken enzovoort.
De politie geeft aan dat dit niet betekent dat de politie niet wil of kan inzetten op preventie, maar hierbij samenwerken essentieel is om te komen tot een goed resultaat.
Tot slot, met betrekking tot de rol van de wijkagent wordt door de politie geen onderscheid gemaakt t.a.v. (grens) gemeenten. De context van het werkgebied vraagt om maatwerk. In een grensgemeente met drugsoverlast vraagt dit dus bijvoorbeeld weer wat anders in het werk als in gemeente met een horecagebied. In het kader van uniformiteit wordt door de politie de toelichting gebruikt, zoals die op de website van de politie staat.
L1
De sociale cohesie is de samenhang in de maatschappij. Deze veranderd, hoe wordt hierop ingespeeld? Worden nieuwe stoffen (NPS) ook meegenomen in het beleidsplan preventie en handhaving en uitvoeringsplan?
“De wijkagent is een ervaren politieagent. Samen met zijn collega’s van het basisteam, zoals surveillanten en rechercheurs werkt hij aan een veilige wijk door handhaving en opsporing. Vaak is de wijkagent een eerste aanspreekpunt in de wijk en een bekend gezicht. Hij kent veel inwoners en ondernemers en spreekt regelmatig met hen. Door al die contacten weet hij wat er speelt in de wijk en kan hij in een vroeg stadium problemen oplossen en liever nog, voorkomen. Veel wijkagenten zoeken actief contact met de inwoners van hun wijk en hebben bijvoorbeeld een spreekuur of werken regelmatig op een centrale plek in de wijk. De samenleving digitaliseert en vraagt om een politie die waakzaam en dienstbaar is in de fysieke wereld en de digitale wereld. Veel wijkagenten zijn daarom actief op sociale media en kunnen via deze platforms zien wat er speelt, hebben er contact met inwoners en geven inzicht in hun werk. Sommige problemen kan een wijkagent zelf oplossen door met inwoners of ondernemers in gesprek te gaan. Maar soms gaat het om iets dat niet (alleen) voor de politie, maar voor de gemeente of bijvoorbeeld een woningbouwvereniging is. De wijkagent kan dan doorverwijzen naar hulpverlening of organisaties zoals buurtbemiddeling. De wijkagent zit regelmatig met de gemeente, woningbouwverenigingen en andere instanties om de tafel. Zo weten alle partijen wat er aan de hand is.
Samen met u zorgen zij voor de veiligheid in uw wijk of buurt.” Wij begrijpen uw reactie. Daarom gaan we met experts in op de laatste stand van zaken, trends en ontwikkelingen die wij zien. Wij laten ons in het huidige beleidsplan preventie en handhaving en in het nog te ontwikkelen uitvoeringsplan door experts adviseren en werken risico gestuurd daar waar de nood het hoogst is. De trends en ontwikkelingen in de maatschappij en de sociale cohesie worden meegenomen in het uitvoeringsplan door samen te werken met experts en de doelgroep.
M1
Waarom is er gekozen voor deze doelgroep en bijvoorbeeld niet voor ouderen of senioren? Wat wordt er bedoelt met de eigen regie van de jongeren? Is dit realistisch? Hoe hangt dit samen met de zelfredzaamheid? Verzoek om de grens van 18 jaar nog eens kritisch te bekijken.
N1
De cijfers vanuit Bureau HALT en de GGD zijn verontrustend. Is er sprake van een 0-meting of is dit een mogelijkheid om dit opnieuw te doen?
Met betrekking tot het aanbod nieuwe drugs (onder andere Nieuwe Psychoactieve Stoffen, hierna NPS, realiseren wij ons dat dit zich in een rap tempo ontwikkeld. Dit maakt het onmogelijk om in dit beleidsplan preventie en handhaving een totaaloverzicht te schetsen van alle middelen op de markt. Binnen het huidige beleidsplan preventie en handhaving en het nog te ontwikkelen uitvoeringsplan zijn we ons hier bewust van. Zodoende betreft bijlage 1 een aanpasbaar overzicht van soorten middelen die zijn aangeleverd door het Trimbos Instituut. Dit overzicht geeft weer wat we momenteel weten, maar de situatie veranderd voortdurend naarmate nieuwe middelen op de markt komen en gebruikspatronen verschuiven. Hier houden wij in het uitvoeringsplan rekening mee. In het huidige beleidsplan preventie en handhaving focussen we ons op leeftijdgrens 18 jaar, omdat dit onze wettelijke verplichting betreft. Echter weten we vanuit onderzoek dat de hersenen van de jeugd t/m 23 jaar nog volop in ontwikkeling zijn en dat vroegtijdig alcohol- en middelengebruik hier schade ten gevolge kan hebben. Op termijn overwegen we om de leeftijdsgrens van ons middelenbeleid uit te breiden tot aan 23 jaar. Dit zou dan vooral betrekking hebben op voorlichting, aangezien gebruikers vanaf 18 jaar volwassen zijn.
Aangezien we dit beleidsplan preventie en handhaving al uitbreiden van alcohol naar middelengebruik, willen we een verdere uitbreiding in leeftijd pas in een later beleidsplan preventie en handhaving overwegen, om nu niet te veel hooi op onze vork te nemen. Het is belangrijk dat jongeren goede en verantwoorde keuzes kunnen maken ten aanzien van middelengebruik. Vandaar dat we inzetten op dat jongeren hun eigen regie kunnen voeren. Daarnaast zijn er opmerkingen gemaakt over de onduidelijk van deze leeftijdsgrens in het gehele beleidsplan preventie en handhaving Deze onduidelijkheden zijn in het nieuwe beleidsplan tekstueel verduidelijkt. Tot slot worden de suggesties om nadrukkelijk te focussen op de (thuis)omgeving van deze doelgroep meegenomen in het uitvoeringsplan. Er zijn opmerkingen geplaatst over de verontrustende cijfers. Deze opmerkingen hebben wij voorgelegd aan GGD Zuid Limburg en stichting Halt. Zij formuleren het volgende antwoord: Een kanttekening die we willen plaatsen bij deze opmerking is dat het aantal Halt-verwijzingen afhankelijk is van verschillende factoren, waardoor nooit direct de conclusie kan worden getrokken dat alcohol-/middelengebruik afneemt of toeneemt;
Zou die enorme toename een gevolg kunnen zijn van een andere manier van registreren van die alcohol geregistreerde excessen? Of is dit echt een toename? Indien dit laatste dan bevestigt dit de noodzaak tot actie. Geadviseerd wordt dit nader te duiden.
Om een voorbeeld te noemen: het aantal Halt-verwijzingen is afhankelijk van de inzet en capaciteit van onze verwijzers; Daar waar er minder wordt ingezet op toezicht en handhaving van alcohol-/middelengebruik onder jongeren, bijvoorbeeld vanwege onderbezetting of omdat prioriteiten elders liggen, worden er uiteraard ook minder jongeren naar Halt verwezen; Maar het aantal Halt-verwijzingen is ook afhankelijk van een hoop andere factoren. Bijvoorbeeld of er wel of geen Halt-loket gefinancierd wordt (dit wordt namelijk lang niet altijd ingezet), de timing, het weer, etc. Kortom, enkel uit het aantal Halt verwijzingen valt niet direct op te maken of alcohol – en middelengebruik ook daadwerkelijk is toegenomen.
O1
Waarom is er niet voor gekozen om het uitvoeringsplan gelijktijdig aan te bieden met beleidsplan preventie en handhaving?
P1
Hoe ziet de samenwerking met Stichting Mondriaan en andere partners eruit? Kunnen jullie nader en beter toelichten hoe we de verbinding tussen beleid en uitvoering gaan vormgeven?
Q1
Een Integrale gebiedsgerichte aanpak duidt tevens op de risico gestuurd werken. Hoe wordt dit vormgegeven?
De beleidsperiode van dit beleidsplan preventie en handhaving loopt van 2025 tot 2028. Wij streven ernaar om het beleidsplan preventie en handhaving daarom voor 2025 door alle gemeenteraden vast te stellen, aangezien dit een wettelijke taak is. Na vaststelling in de verschillende gemeenteraden, kan er gestart worden met het opstellen van het uitvoeringsplan. Dit beleidsplan preventie en handhaving dient als grondlegger voor het uitvoeringsplan. Het doel is om na vaststelling van het beleidsplan preventie en handhaving het uitvoeringsplan zo spoedig mogelijk op te stellen en te laten vaststellen door de verschillende colleges. In de opstelling van dit beleidsplan preventie en handhaving is nauw samengewerkt met verschillende partners, waaronder Mondriaan. De input gekregen van deze partners is meegenomen in dit beleidsplan preventie en handhaving. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan, waarin ook concrete acties komen, zal wederom de samenwerking met deze partners centraal staan. Hun kennis en expertise zullen dan leiden tot concrete acties. Het uitvoeringsplan, met daarin onze ambities en doelen, dient als grondlegger voor het uitvoeringsplan en zorgt ervoor dat er een concrete verbinding, door middel van acties naar het uitvoeringsplan gemaakt kan worden.
Er wordt geadviseerd om op buurt- en wijkniveau te werken gekoppeld aan integraal gebiedsgericht werken en wijkaanpak, passende en gerichte initiatieven, interventies en acties met oog op het realiseren van de doelstellingen. De ambitie risico gestuurd werken omvat dit advies. In het uitvoeringsplan zal hier verder vorm aan gegeven worden.
R1
S1
T1
U1
Het is belangrijk om te focussen op de doelen waarop we als gemeente invloed hebben. Kan er uitgelegd worden wat de meerwaarde is van dit beleidsplan preventie en handhaving als er in het GALA al zoveel overeenkomsten zijn.
Op welke manier wordt expertise ingezet als het gaat om communicatie, preventie, voorlichting en bewustwording bij scholen, ouders en andere betrokkenen? Op welke manier wordt dit nader toelichting in het uitvoeringsplan Kunnen jullie duidelijk benoemen dat sportverenigingen een beleid moeten opstellen en dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de vergunningverlening en handhaving. Is het mogelijk dat er specifiek aandacht komt voor de problematieken van jeugdigen in Vaals en Valkenburg?
Dit beleidsplan preventie en handhaving is een wettelijke verplichting. Dit valt onder de alcoholwet, conform artikel 43a. Het beleidsplan preventie en handhaving bevat de hoofdzaken van het beleid betreffende de preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren, en de handhaving van de wet. Het is essentieel dat de naleving van de Alcoholwet, Opiumwet en Tabaks- en rookwarenwet strikter wordt nageleefd en gehandhaafd. Het beleidsplan preventie en handhaving is een wettelijk document waarbij iedere 4 jaar een nieuw beleidsplan preventie en handhaving opgesteld moet worden. GALA is een incidentele impuls die de verschillende aspecten van gezondheid op verschillende manieren ondersteunt. Expertise vanuit samenwerkingspartners op het gebied van communicatie, voorlichting en bewustwording bij scholen, ouders en andere betrokken, komt in het uitvoeringsplan terug. Er wordt gezamenlijk onderzocht welke workshops/acties/ interventies effectief en passend zijn en waar en bij wie we dit moeten inzetten.
In het uitvoeringsplan gaan we aan de slag met de focusvraag: Hoe kunnen we sport- en jeugdverenigingen stimuleren en faciliteren om middelengebruik onder de 18 jaar te voorkomen?
Dit beleidsplan preventie en handhaving is een beleidsplan op Zuid-Limburg niveau. Dit beleidsplan preventie en handhaving geldt voor alle 16 gemeenten. Het uitvoeringsplan zal ook op dit niveau zijn. Eventuele lokale plannen, en aandachtspunten mogen altijd naast dit beleidsplan preventie en handhaving opgezet en geïmplementeerd worden. Iedere gemeente mag dit zelf bepalen.
V1
Valkenburg vraagt nadere uitleg over de SWOT-analyse.
Met een SWOT-analyse sommen we de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen voor het nieuwe beleidsplan preventie en handhaving op. Op die manier kunnen we bepalen op welke aspecten we een goede invloed hebben en welke punten nog meer aandacht verdienen. In een SWOT-analyse presenteer je de interne analyse: Sterktes (Strengths): Waar wij als gemeenten goed in zijn. Zwaktes (Weaknesses): Dingen waar wij als gemeenten minder goed in zijn. En de externe analyse: Kansen (Opportunities): Hier zien we mogelijkheden. Bedreigingen (Threats): Wat kan je belemmeren in het beleid.
In de bijlage waar de SWOT-analyse wordt weergegeven geldt dat de linker kolom de stelling/het gegeven weergeeft en de rechter kolom verdere uitleg over deze stelling geeft. De rechter kolom is dus een verdere uitwerking van de linker kolom. Deze opmerking/dit advies wordt meegenomen in het uitvoeringsplan. Monitoring, evaluatie en uitvoering van dit beleidsplan preventie en handhaving worden hierin toegelicht. Tekstuele aanpassingen zijn doorgevoerd en voor de gebruikelijke taal is een communicatieafdeling van een grote gemeente inzet en een communicatiebureau. Definitiebepaling toegevoegd
X1 Y1 Z1
Beleidscontext en uitgangspunten A2
Terecht ligt het accent op effectieve interventies maar dan moet er wel een relatie gelegd worden tussen de oorzaken van de tegenvallende resultaten van
We constateren dat de doelstellingen van het vorige beleidsplan preventie en handhaving niet gehaald zijn, mogelijke verklaringen hiervoor zijn: - Er was geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan, waardoor er een versnipperde inzet heeft plaatsgevonden.
het vorige beleidsplan preventie en handhaving en de nu gekozen interventies. Dit wordt niet duidelijk in dit beleidsplan preventie en handhaving.
- Er zijn grote landelijke ontwikkelingen geweest die buiten onze invloed als gemeente lag zoals, Corona, sociale mediagebruik, maatschappelijke problematiek (milieu/ woningtekort) etc., Dit maakt de jeugd ontvankelijker voor middelengebruik. - Verdiepende analyse van de resultaten van de monitorgegevens laten zien dat de omgeving van jongeren een belangrijke rol speelt in de verkrijgbaarheid van alcohol. Verkrijgbaarheid van alcohol via ouders (48%) vraagt om een lange termijnvisie omdat het veranderen van een norm en de-normalisatie tijd kost. Hier hebben wij geleerde lessen uitgehaald die wij in dit beleidsplan preventie en handhaving gaan verwerken: - We gaan werken vanuit een SWOT-analyse. Hierbij zal de nadruk leggen op Evidence Based interventies en een data gedreven aanpak. - We hebben een bredere groep samenwerkingspartners betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan preventie en handhaving en gaan dit ook doen bij het opstellen van het uitvoeringsplan. - Tot slot zal er een regionaal uitvoeringsplan komen, die zal aanzetten tot concrete acties om de problematiek aan te pakken. - We hebben het beleidsplan preventie en handhaving uitgebreid naar middelengebruik.
B2
Wij vinden dat programma’s (Trimbos) op scholen moeten worden geïntegreerd in het curriculum. Verder moet het aanbod van de IVZ-instellingen in Zuid-Limburg uitgebreid worden.
Dit is een goede suggestie. We kunnen deze wens vanuit onze regio Zuid-Limburg bij het Trimbos aandragen, zodat zij kunnen kijken wat hierin mogelijk is. Uitbreiding van de IVZ-instellingen gaat buiten de gemeente om.
Samenwerking en integraliteit A3
Wij zijn van mening dat om effectief te zijn we de inspanningen moeten uitgebreide naar de Euregio om synergiën te benutten. Er moet
Idealiter zou het wenselijk zijn, om onze inspanningen uit te breiden naar de Euregio. Praktisch gezien blijkt dit erg weerbarstig, omdat Duitsland en België hun eigen regels en beleid op dit gebied hebben en blijkt het nagenoeg onmogelijk om hier Euregionaal zaken in af te stemmen.
B3
meer gedaan worden om de doelgroep te betrekken bij de beleidsvorming. Bijvoorbeeld de oprichting van een centraal steunpunt waar alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn, dit kan de samenwerking en effectiviteit van de uitvoering aanzienlijk verbeteren.
Tijdens de brainstormbijeenkomsten was een ervaringsdeskundige aanwezig, die meegedacht heeft en input geleverd heeft aan het beleidsplan preventie en handhaving.
Pag. 9, 4.6 belangrijke partners: Wij zouden graag zien dat ook hier welzijnsorganisaties worden toegevoegd. Nu worden Politie, Bureau Halt en Mondriaan verslavingspreventie genoemd. Wij denken dat de welzijnsorganisaties hier genoemd moeten worden omdat we vooral op preventie willen inzetten en zij juist hiervoor van grote waarde zijn. Met name met hun jongerenwerkers, schoolmaatschappelijk werkers en opbouwwerkers hebben een belangrijke signalerende rol. Zij kennen de doelgroep.
Zie A1
Het beleidsplan preventie en handhaving moet niet alleen focussen op verbod en beperking, maar ook op het
Deze omschrijving hebben we aangepast/aangevuld bij de JOGG-aanpak in het beleidsplan preventie en handhaving.
De JONGK (Jongerenraad Westelijke Mijnstreek, 4 gemeenten) heeft actief meegelezen en feedback gegeven op het conceptbeleidsplan preventie en handhaving. De oprichting van een centraal steunpunt is lastiger als het lijkt. Vaak zijn bij de uitvoering van het beleidsplan preventie en handhaving in iedere gemeente namelijk weer andere partners betrokken (bv andere scholen, welzijnsorganisatie etc.). De suggestie zullen we gaan onderzoeken.
Ambities A4
benadrukken en aanbieden van gezonde alternatieven voor jongeren. B4
Wat een probleem is onder jongeren wordt al geformuleerd. Mogelijk kan educatie bij niet gebruikers interesse wekken om te gaan gebruiken. Echter, als je alleen de gebruikers gaat informeren dan kan dat juist stimulerend werken bij de niet gebruikers. Immers, de gebruikers komen in een “Uitzonderingspositie”. Dit kan ertoe leiden dat de niet gebruikers gaan gebruiken om ook deel te nemen aan de gebruikersgroep. De gebruikers zijn, heel kort door de bocht, vaak de wat populairdere jongeren waar anderen zich aan willen verbinden. Waarom niet omdraaien. Informeer de niet gebruikers over de gevolgen en zet hun in een uitzonderingspositie. Maak deze bijeenkomsten dan ook belonend. Doe dit tijdens een reguliere les waarbij de gebruikers de reguliere les wel moeten volgen.
TRIMBOS reactie: Weet dat merendeel van de bevolking, en ook merendeel van de jongeren, geen drugs gebruikt. Een boodschap over het voorkomen van drugsgebruik is voor deze doelgroep niet nodig, want zij laten al het wenselijke gedrag zien. Het uitzonderen van deze groep is dan ook niet aan te bevelen. Het belonen van hun gedrag zal waarschijnlijk in de praktijk ook lastig uit te voeren worden, omdat dan alle jongeren zullen aangeven dat ze niet gebruiken. Ook als dat wel het geval is. Bovendien kan extra nadruk leggen op een thema zoals middelengebruik bij jongeren die hier niet mee bezig zijn zorgen voor nieuwsgierigheid. Dat komt doordat er door deze nadruk een bepaalde norm gezet wordt. ‘Blijkbaar komt dit gedrag heel veel voor als er zoveel nadruk op gelegd wordt’. Dat kan voor nietgebruikers juist de drempel verlagen om te gaan experimenteren. In de International Standards on Drug Use Prevention van het UNODC zijn verschillende bronnen te vinden die aangeven dat het simpelweg bieden van informatie over (risico’s van) specifieke middelen niet effectief is in het voorkomen/terugdringen van gebruik. Het kan zelfs negatieve effecten hebben.
Het is een logische gedachte om in het beleidsplan preventie en handhaving ook het voorkomen van gebruik aandacht te geven. Dat doe je echter niet (alleen) door de groep niet-gebruikers voor te lichten over risico’s van drugs en alcohol maar door vooral je te richten op hun sociale en fysieke omgeving (zie ook vorige antwoord). Dat is het meest effectief. Als ouders en andere opvoeders jeugdbegeleiders (en verstrekkers van alcohol) die norm van niet gebruik voorleven en ondersteunen, als alcohol en drugs niet verkrijgbaar of zichtbaar zijn in de omgeving van jongeren, dan versterk je de impliciete norm dat niet gebruiken normaal is. Het maakt het gewenste gedrag makkelijk en beïnvloedt de maatschappelijk norm. Er bestaan genoeg preventieve aanpakken om hier invulling aan te geven.
Het spreken over gebruikers versus niet-gebruikers is vooral iets wat voortkomt vanuit de leesbaarheid van een document. Eigenlijk gaat onze voorkeur uit naar spreken over mensen die middelen gebruiken ipv gebruikers, maar dat is vaak onhaalbaar voor de leesbaarheid. Het onderscheid tussen gebruikers/niet-gebruikers is in deze definities niet zo zwart wit. In onze onderzoeken maken we het volgende onderscheid: • Mensen die een middel niet gebruiken (niet-gebruikers)
De definiëring “gebruikers van middelengebruik” is niet duidelijk. Niet-gebruikers kunnen eventueel getriggerd worden door voorlichting om toch te gaan gebruiken. Echter dient ook aandacht aan niet-gebruikers besteed te worden om te voorkomen dat zij alsnog gaan gebruiken. Derhalve dienen ook zij bereikt te worden in de voorlichting. Geef voorlichting aan alle jongeren, gebruikers en nietgebruikers zodat echt iedereen bewust wordt van de gevaren ervan. De adviesraad heeft niet de kennis in welke levensfase dit gestart zou moeten worden. Maar zodanig dat het preventieve effect het grootst is. Advies: een suggestie is om hier in eerste instantie ervaringsdeskundigen in te zetten. Geen ambtenaren, professionals. Die kunnen later, alsnog, bij behoefte of noodzaak, ingeschakeld worden. We wijzen graag op de succesvolle gesprekken in de gemeente Vaals met ervaringsdeskundigen
• Mensen die een middel ooit hebben gebruikt • Mensen die een middel het afgelopen jaar hebben gebruikt • Mensen die een middel in de afgelopen maand hebben gebruikt De vraag is of het noodzakelijk is om dit zo te specificeren. Tegelijkertijd zou iemand die op zijn 16e ooit een joint heeft gerookt en daarna nooit meer iets heeft aangeraakt gedefinieerd worden als ‘gebruiker’.
C4
op het gebied van psychische kwetsbaarheid. Deze hebben we vanuit de adviesraad geïnitieerd. Deze aanpak is voor inwoners, uitvoerende professionals en beleidsmakers helpend om tot effectieve aanpakken te komen vanuit het perspectief van de inwoner. Uit de stukken meent de adviesraad op te maken dat dat (standaard) voorlichting van ouders effectiever zal zijn dan deze standaard voorlichting aan de kinderen zelf! Advies: formeer met alle gemeentes samen een team dat in alle gemeentes, een of meerdere malen, op veel plaatselijke locaties (schoolaula, gemeentehuis, zaaltje), goede voorlichting geeft. Niet te lang, 90 minuten, koffie, discussie, napraten, vragen beantwoorden, afsluiten. Nb!! geef folder mee met belangrijke contactmogelijkheden voor verdere vragen, advies en directe hulp. Zie p.13 beleidsplan preventie en handhaving.
Inderdaad verstaan we ook opa's en oma, buren, ooms en tantes, sportcoaches, partners etc. tot het sociale systeem. Deze beschrijving zullen we inderdaad nog wat verder uitwerken, om dit duidelijk te maken. Om niemand uit te sluiten hebben we etc. erbij vermeld. Vroegsignalering en goed
voorbeeldgedrag (NIX-18) door deze mensen is erg belangrijk. In het uitvoeringsplan moeten we bekijken hoe we deze mensen uit het sociale systeem hierover kunnen informeren. In de praktijk blijkt dat zij zich hier vaak nog niet van hun belangrijke rol hierin bewust te zijn.
E4
Het document benadrukt het belang van vroegsignalering door verschillende sociale omgevingen, Wat essentieel is voor het voorkomen van zwaardere zorg. Dit gaat in de tekst echter niet verder dan het gezin, de georganiseerde vrije tijd, instanties, etc. Maar hoe zit het met opa’s en oma’s, vrienden en vriendinnen, een partner? Ook zij behoren tot het sociale systeem. Hoe kunnen zij hierin worden meegenomen? De betrokkenheid van diverse professionals en het inzetten op eigen regie vinden wij heel goed. Repressie bij slecht naleven.
F4
Opnemen van kanttekeningen
Dit wordt opgenomen in het verwachtingsmanagement
We begrijpen deze opmerking, het woord is uit de tekst gehaald.
Belangrijk dat we iedere gemeente vragen om goed te toetsen of de antwoorden op de vragen per adviesraad beantwoord zijn.