Bijlage 5 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Bijlage 5 Aanmeldnotitie MER
RAPPORT Aanmeldnotitie m.e.r. Bestemmingsplan Groevepark Silt Klant:
Zand- en Grindhandel Bruls B.V.
Referentie: BI1349-MI-RP-220121-1314 Status:
Definitief/02
Datum:
13 januari 2023
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Aanmeldnotitie m.e.r. Sub titel: Bestemmingsplan Groevepark Silt Referentie: BI1349-MI-RP-220121-1314 Status: 02/Definitief Datum: 13 januari 2023 Projectnaam: Gebiedsontwikkeling Groevepark Silt Projectnummer: BI1349 Auteur(s): M.B. & E.K.
Opgesteld door: M.B. Gecontroleerd door: H.K. Datum: Goedgekeurd door: R.B. Datum:
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Globale ligging en begrenzing plangebied
1
1.3
Waarom een m.e.r. beoordeling?
2
1.4
Mogelijke samenhang met andere ontwikkelingen
3
1.5
Leeswijzer
4
2
Plaats en huidige situatie van het project
5
2.1
Gebiedskenmerken Groevepark Silt
5
2.2
Gebiedskenmerken per milieuaspect
6
3
Kenmerken van het project
19
3.1
Transformatie Groevepark Silt
19
3.2
Voorgenomen activiteiten
20
4
Kenmerken van de mogelijke effecten
22
4.1
Bodem
22
4.2
Externe veiligheid
23
4.3
Verkeer
24
4.4
Luchtkwaliteit
25
4.5
Geluid
26
4.6
Waterparagraaf
28
4.7
Grondwater
29
4.8
Natuur
32
4.9
Cumulatie met andere projecten
35
5
Samenvatting en conclusie
36
5.1
Samenvatting
36
5.2
Conclusie
38
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
iii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het plangebied van Groevepark Schinnen-Spaubeek Silt, in het vervolg van dit document aangeduid met Groevepark Silt, ligt in de provincie Limburg. Het groevegebied in Schinnen en Spaubeek in de gemeente Beekdaelen is jarenlang gebruikt voor winning van zand en grind. Voor het groevegebied in Schinnen geldt dat de plateaurand door intensivering van landgebruik (verstedelijking, landbouw en industrie) niet meer overal herkenbaar is. Hierdoor is ook de verbinding tussen het groevegebied en de beekdalen verdwenen. Het terrein ten oosten van de Groeve Schinnen is jarenlang gebruikt als vuilstort. Het zandwinningsbedrijf ‘Zand-en Grindhandel Bruls B.V.’ is voornemens om Groeve Schinnen en de afgewerkte vuilstort te transformeren naar een plek waar de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen. Hiervoor is het Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek opgesteld. Omdat het huidige bestemmingsplan de realisatie van dit plan niet mogelijk maakt, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan nodig. Ten behoeve hiervan moeten alle relevante (milieu)thema’s worden onderzocht en worden getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving. De gemeente Beekdaelen is bereid om planologische medewerking te verlenen aan het voornemen.
1.2
Globale ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in de gemeente Beekdaelen, ten zuiden van de kern Schinnen. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1-1. Het totale groevegebied, waar het plangebied onderdeel van is, beslaat in totaal bijna 70 ha, waarvan 28 ha bestaat uit de voormalige vuilstort Schinnen (waaronder vuilstort I en II), 15 ha de groeve Schinnen en 26 ha de groeve Spaubeek. De groeve Spaubeek maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Het totale groevegebied is gelegen tussen de kernen Spaubeek en Nuth, in zowel de gemeente Beek als Beekdaelen.
Figuur 1-1 Ligging plangebied
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
1
Projectgerelateerd
1.3
Waarom een m.e.r. beoordeling?
Om het milieubelang volwaardig te kunnen meenemen in de besluitvorming over activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, moet in Nederland soms een milieueffectrapportage (m.e.r.) procedure worden doorlopen. In de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welke activiteiten dat geldt. De voorgenomen activiteit en het besluit zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie Tabel 1-1). Door Boels Anders Advocaten is de m.e.r.-plicht van het plan Groevepark Silt beoordeeld: • Indien het project kwalificeert als een landinrichtingsproject (D 9) dient voor deze activiteit een vormvrije m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. Het geval waar de activiteit betrekking op heeft valt namelijk onder de drempelwaarde van 125 hectare. • Het ontgrondingsproject valt beneden de drempelwaarde van onderdeel D 16.1. Het te vergraven deel binnen de groeve bedraagt minder dan 12 hectare 1. Voor deze activiteit geldt een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. In Figuur 1-2 is de ontgrondingscontour opgenomen. Tabel 1-1: Activiteiten Besluit m.e.r.
D16.1
D9
Activiteiten
1
Gevallen
Een landinrichtingsproject In gevallen waarin de dan wel een wijziging of activiteit betrekking heeft uitbreiding daarvan. op: 1) een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of 2) vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebi ed van 50 hectare of meer.
De ontginning dan wel In gevallen waarin de wijziging of uitbreiding van activiteit betrekking heeft de ontginning van op een terreinoppervlakte steengroeven of van 12,5 hectare of meer. dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2.
Plannen
Besluiten
De structuurvisie, bedoeld De vaststelling van het in de artikelen 2.1, 2.2 en inrichtingsplan, bedoeld in 2.3 van de Wet ruimtelijke artikel 17 van de Wet ordening, en de plannen, inrichting landelijk gebied bedoeld in de artikelen 3.1, dan wel een plan bedoeld eerste lid, 3.6, eerste lid, in artikel 18 van de onderdelen a en b, van die Reconstructiewet wet, de vaststelling van het concentratiegebieden dan inrichtingsplan, bedoeld in wel bij het ontbreken artikel 17 van de Wet daarvan het plan bedoeld inrichting landelijk gebied, in artikel 3.6, eerste lid, het plan, bedoeld in artikel onderdelen a en b, van de 11 van de Wet ruimtelijke ordening Reconstructiewet dan wel bij het ontbreken concentratiegebieden en daarvan van het plan, het plan bedoeld in artikel bedoeld in artikel 3.1, 18 van de eerste lid, van die wet. Reconstructiewet concentratiegebieden. De structuurvisie, bedoeld Het besluit, bedoeld in in de artikelen 2.1, 2.2, en artikel 3 van de 2.3 van de Wet ruimtelijke Ontgrondingenwet. ordening en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Zie Bijlage 2 van het Bestemmingsplan: Boels Zanders Advocaten (2021). Memo beoordeling groeve m.e.r.-plicht.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
2
Projectgerelateerd
Figuur 1-2: Ontgrondingscontour in Groevepark Silt
1.4
Mogelijke samenhang met andere ontwikkelingen
In de omgeving van het plangebied vinden verschillende ontwikkelingen plaats. In deze m.e.r.-beoordeling zijn deze ontwikkelingen in samenhang beschouwd met het voornemen Silt, om eventuele cumulatieve effecten onder de loep te nemen. Hieronder worden de ontwikkelingen rond het plangebied opgesomd. Voor een aantal van deze ontwikkelingen heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden. Infrastructurele ontwikkelingen: • Reconstructie viaduct Nagelbeek gemeente Beekdaelen • Geluidschermen MJPG Rijkswaterstaat • Aanpassing/doortrekken Vloedgraaf naar Nieuwe Nutherweg gemeente Beekdaelen • Vervangen Bruggen Daelderweg Rijkswaterstaat • Vervangen Brug Geleenbeek Stationsstraat Schinnen • Reconstructie kruispunt Stationstraat-Altaarstaat-Dorpsstraat gemeente Beekdaelen
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
3
Projectgerelateerd
Ontwikkelingen met betrekking tot waterhuishouding: • Regenwaterbuffer Heggen Waterschap Limburg • Water in Balans Hegge Waterschap Limburg Particuliere ontwikkelingen: • Ontwikkeling van voormalig USAG-terrein Schinnen • Ontwikkeling landgoed Kasteel Terborgh
1.5
Leeswijzer
De m.e.r.-beoordeling toetst of de functiewijziging van Groeve Schinnen en de afgewerkte vuilstort naar een plek waar de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen in lijn is met de inhoudelijke vereisten zoals beschreven in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hoofdstuk 2 geeft een nadere beschrijving van de ligging van het plangebied, de gebiedskenmerken per deelgebied en de gebiedskenmerken per milieuaspect. Hoofdstuk 3 beschrijft de voorgenomen activiteit waarin de kenmerken van het project zijn beschreven en gaat in op de projectomvang en de werkzaamheden per deelgebied. In hoofdstuk 4 zijn de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit beschouwd. Tot slot zijn de conclusies in hoofdstuk 5 beschreven.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
4
Projectgerelateerd
2
Plaats en huidige situatie van het project
2.1
Gebiedskenmerken Groevepark Silt
Het plangebied van Groevepark Schinnen-Spaubeek Silt, in het vervolg aangeduid met Groevepark Silt, ligt in de provincie Limburg. Het totale groevegebied dat is beschouwd beslaat in totaal bijna 70 ha, waarvan 28 ha bestaat uit de voormalige vuilstort Schinnen, 15 ha de groeve Schinnen en 26 ha de groeve Spaubeek. Het is gelegen tussen de kernen Spaubeek en Nuth, in zowel de gemeente Beek als Beekdaelen. Voorliggende toelichting heeft betrekking op een plangebied dat enkel de groeve Schinnen en de afgewerkte vuilstort behelst en beslaat ca. 45 ha. De afwerking van groeve Spaubeek is bijna voltooid. De groeve Spaubeek (26 ha) inclusief stort Spaubeek maakt daarom geen onderdeel uit van het op te stellen bestemmingsplan. Figuur 2-1 laat zien dat de groeves Schinnen en Spaubeek op de rand van het plateau liggen. Ze zijn duidelijk herkenbaar als diepere (groengekleurde) delen in het omringende (rood-oranje) landschap. Ook de droogdalen nabij de groeves zijn goed herkenbaar als insnijdingen in de plateaurand. Het plangebied van het bestemmingsplan bestaat uit: • 28 ha bestaat uit de voormalige vuilstort Schinnen, • 15 ha de groeve Schinnen
Figuur 2-1 Uitzicht plateaurand (Bron: Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek Silt d.d. 20210409. Heusschen Copier)
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
5
Projectgerelateerd
2.2
Gebiedskenmerken per milieuaspect
2.2.1
Bodem
Het Groevepark is gelegen op een helling met een plateau in het zuidwesten en een dal in het noordoosten. De huidige groeve snijdt diep in het landschap. De groeve is het diepste punt van de directe omgeving met een bodemhoogte van ongeveer 84,5 m +NAP. De hoogte van de vuilstort varieert tussen de 120 en 125 m +NAP. Op dit moment is er nog geen (nieuwe) bodemnota vastgesteld binnen gemeente Beekdaelen. Gezien de ligging van de locatie in het buitengebied van de gemeente is het de verwachting, dat de aanwezige danwel gewenste bodemkwaliteit moet voldoen aan de functie landbouw/natuur. Voor de stortplaats gelden de bodem(kwaliteits)eisen die volgen uit de vigerende milieuvergunning en/of het bijbehorende afwerkingsplan. Met uitzondering van de stortactiviteiten aan de oostzijde zijn er zover bekend in het verleden geen bodembedreigende activiteiten uitgevoerd die de locatie verdacht maken voor bodemverontreiniging. Calamiteiten zijn eveneens niet bekend. De grond die door de voormalige stortplaatsen is vervuild ligt tussen twee lagen schone grond in (onder en boven). Binnen de gemeente Beekdaelen is in juni 2020 de bodemkwaliteitskaart PFAS vastgesteld. Binnen deze bodemkwaliteitskaart is een ontgravingskaart opgenomen; hieruit blijkt dat, buiten de stortplaats, de bodemkwaliteit voor PFAS binnen de gemeente is bepaald op klasse landbouw/natuur.
Dat betekent dat de grond van onverdachte locaties overal toepasbaar is, volgens het Besluit bodemkwaliteit. Binnen het plangebied zijn geen activiteiten bekend die hebben kunnen leiden tot PFAS-verontreiniging in de bodem. Volgens het handelingskader2 is binnen geheel Nederland de toplaag van de bodem en geroerde grond door atmosferische depositie in verschillende mate belast met PFAS. Hierdoor is de toplaag van de bodem binnen het plangebied in de basis dus verdacht op de aanwezigheid van PFAS. Door de vele uitgravingen die in het gebied plaatsgevonden hebben, is het nog maar de vraag of hier sprake van is binnen het plangebied. Voor zover bekend hebben binnen het plangebied in het verleden geen toepassingen of activiteiten plaatsgevonden met asbesthoudend materiaal. Onbekend is of in de stortplaats restanten van asbest aanwezig zijn. Voor zover bekend hebben zich in het verleden geen calamiteiten (bv. brand of explosies) voorgedaan, waarbij asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. Conclusie/kern: Met uitzondering van de stortactiviteiten aan de oostzijde zijn er zover bekend in het verleden geen bodembedreigende activiteiten uitgevoerd die de locatie verdacht maken voor bodemverontreiniging/ PFAS-houdende grond of asbest.
2
Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Rijksoverheid, december 2021)
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
6
Projectgerelateerd
2.2.2
Externe veiligheid
In en om het plangebied zijn verschillende risicobronnen aanwezig in de huidige situatie. Figuur 2-2 geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer. Het betreft zes risicobronnen: vier ondergrondse hogedrukleidingen, de spoorlijn en de rijksweg A76.
Plangebied
Figuur 2-2: Ligging risicobronnen ten opzichte van het plangebied
Hogedruk aardasleidingen De ondergrondse buisleidingen (A-645, A-534, A-578 en A-520) liggen op minder dan 100 meter ten westen van het plangebied. Door deze buisleidingen wordt aardgas onder hoge druk getransporteerd. Twee van de buisleidingen hebben een 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour. Deze risicocontour valt in beide gevallen buiten het plangebied. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied brand van deze leidingen. Daarnaast geldt (op grond van het Bevb) voor buisleidingen een belemmeringenstrook van minimaal 5 meter aan weerszijden. Deze strook leidt tot beperkingen voor onder meer bouwwerken en voor graafwerkzaamheden. Het plangebied ligt hierbuiten. Voor de totale buisleidingenstraat heeft de gemeente Beekdaelen in het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het planvoornemen een zone opgenomen met (dubbelbestemming – leiding gas). In deze zone gelden beperkingen voor het oprichten van bouwwerken. In deze zone mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht. Voor het gebied geldt een wijzigingsbevoegdheid. Transport van toxische stoffen spoorlijn en Rijksweg Op meer dan 600 meter ten noorden van het plangebied liggen de spoorlijn Sittard-Herzogenrath en de A76. Over deze transportroutes worden volgens de regeling Basisnet gevaarlijke stoffen getransporteerd.
Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van toxische stoffen als gevolg van een gifwolk. Conclusie/kern: Rond het plangebied zijn zes risicobronnen gelegen; vier buisleidingen, de spoorweg en rijksweg. De gemeente Beekdaelen heeft in het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied een zone opgenomen met beperkingen voor het oprichten van bouwwerken. Voor het gebied geldt een wijzigingsbevoegdheid. Daarnaast valt het plangebied binnen het invloedsgebied voor brand en toxische stoffen.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
7
Projectgerelateerd
2.2.3
Verkeer
In de huidige situatie zijn er vanwege de groeve verkeersbewegingen van vrachtwagens en dumpers van en naar het plangebied. Deze voertuigen rijden over de Hettekensweg. De Hettekensweg mond uit op de (Nieuwe) Nutherweg. Hier vinden autonoom zo’n 4.000 à 5.000 verkeersbewegingen per etmaal plaats. Via de Nieuwe Nutherweg en een turborotonde bij de Nuth staat het plangebied in verbinding met de A76. Deze turborotonde heeft voldoende capaciteit. Het plangebied is daarom goed ontsloten. Conclusie/kern: Het plangebied is goed ontsloten via de rotonde bij de Nuth met de A76.
2.2.4
Luchtkwaliteit
Met de NSL-Monitoringstool 3 zijn de concentraties in een straal van 1 kilometer rond het plangebied verkregen. De maximale concentratiewaarden zijn, voor twee zichtjaren, in onderstaande Tabel 2-1 weergegeven. Tabel 2-1: Maximale concentratie waarden rond plangebied uit de NSL-Monitoringstool
Zichtjaar
Concentratie [µg/m3]
NO2
Concentratie [µg/m3]
PM10
Concentratie [µg/m3]
Grenswaarde
40
40
25
2020
20,7
15,5
8,8
2030
13,7
13,5
7,0
WHO-advieswaarde
10
15
5
PM2,5
Tabel 2-1 laat zien dat er rond het plangebied geen overschrijdingen van de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 zijn. Door strengere emissie-eisen aan wegverkeer, scheepvaart en industrie zullen de concentraties in de toekomst dalen. Voor PM10 wordt in 2030 voldaan aan de strengere WHO-advieswaarde van 15 µg/m3. Voor NO2 en PM2,5 liggen de concentraties in 2030 naar verwachting nog boven de WHO-advieswaarden. Voor NO2 wordt in 2030 wel voldaan aan interim target 3 (20 µg/m3). Voor PM2,5 wordt in 2030 voldaan aan interim target 4 (10 µg/m3)4. Conclusie/kern: Uit de NSL-Monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties in en rond het plangebied ruim onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties zullen, onder invloed van dalende achtergrondconcentraties en emissiefactoren, in de toekomst verder dalen.
3
In het kader van het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL) worden jaarlijks de concentraties van luchtverontreinigende stoffen langs de grotere wegen in Nederland berekend met de NSL-Monitoringstool. De berekeningen worden uitgevoerd voor het gepasseerde zichtjaar 2020 en prognosejaar 2030. De resultaten van de berekeningen voor het achterliggende jaar vormen de basis voor de jaarlijkse rapportage luchtkwaliteit aan de EU. De heersende concentraties zijn overgenomen uit de NSL-Monitoringstool. 4 De WHO benadrukt dat de advieswaarden haalbaar zijn, maar erkent dat het op veel plekken lastig zal zijn om dat op korte (of zelfs middellange) termijn te realiseren. Er zijn naast de advieswaarden daarom ‘interim targets’ geformuleerd die als tussentijdse doelen kunnen gelden. 13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
8
Projectgerelateerd
2.2.5
Geluid
Momenteel is de groeve Spaubeek in gebruik als zand- en grindwingebied. In de huidige situatie zijn er vanwege de groeve dus verkeersbewegingen van vrachtwagens en dumpers van en naar het plangebied. Deze transportbewegingen produceren geluid op de toegangsweg naar de groeve; Hettekensweg, en de aansluitende (Nieuwe) Nutherweg. Hier vinden autonoom zo’n 4.000 à 5.000 verkeersbewegingen per etmaal plaats. Het plangebied ligt op zo’n 600 meter afstand van de A76 en de spoorweg. Onderstaande kaart geeft de cumulatieve geluidbelasting in en rond het plangebied weer. Zoals te zien in Figuur 2-3 is de geluidbelasting hoog langs de A76. In het plangebied ligt de geluidbelasting rond de 46-50 dB wat beschouwd wordt als ‘goed’.
Plangebied
Figuur 2-3: Cumulatieve geluidbelasting (Lcum) in en rond het plangebied5
Conclusie/kern: In de huidige situatie zijn er vanwege de groeve dus verkeersbewegingen van vrachtwagens en dumpers van en naar het plangebied. Deze transportbewegingen produceren geluid op de toegangsweg naar de groeve. Het plangebied ligt op zo’n 600 meter afstand van de A76 en de spoorweg.
5
Atlas Leefomgeving (2017). Geluid in Nederland. https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
9
Projectgerelateerd
2.2.6
Waterparagraaf
Aan het Noordoosten van het plangebied grenst een A-watergang, zie Figuur 2-4. Deze watergang begint aan de grens van het projectgebied en watert in Noordoostelijke richting af naar de Geleenbeek. De vuilstort watert niet af op deze watergang. Het is bekend dat het benedenstrooms gelegen gebied (Schinnen) kwetsbaar is voor wateroverlast. In de groeve is geen riolering aanwezig. De dichtstbijzijnde riolering ligt bij de Noordoostelijke grens van het projectgebied, de bebouwde kom van Schinnen. In de directe omgeving van het plangebied ligging geen waterwingebieden, boringsvrije-zones en grote transportleidingen.
Plangebied
Figuur 2-4: Overzicht A-watergangen omliggend gebied.
Conclusie/kern: De vuilstort watert niet af op de watergang gelegen ten noorden van het plangebied. Het is bekend dat het benedenstrooms gelegen gebied (Schinnen) kwetsbaar is voor wateroverlast.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
10
Projectgerelateerd
2.2.7
Grondwater
In groeve Schinnen zijn recent vier peilbuizen geplaatst ter plaatse van de beoogde plas. Van de peilbuizen is meetdata beschikbaar voor de periode 11-09-2020 t/m 04-10-2021. In Figuur 2-5 is de ligging van de peilbuizen weergegeven.
Figuur 2-5: Locaties van peilbuizen 1, 2, 3 en 4 t.o.v. de geplande plas.
Het grondwater in de groeve stroomt grofweg van zuid/zuidwest naar noord/noordoost, richting het Geleenbeekdal. Op dit moment varieert de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) van 84.37 m van +NAP aan de zuidzijde (peilbuis 4) tot 82.53 m+NAP aan de noordzijde (peilbuis 1). De grondwaterstanden van de peilbuizen zijn weergegeven in Figuur 2-6.
Figuur 2-6: Gemeten grondwaterstanden in meter t.o.v. NAP.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
11
Projectgerelateerd
Ten noorden en oosten van de groeve liggen meerdere Natura 2000-gebieden en Natte Natuurparels. Een deel van deze natuurgebieden, plus andere natuur om het plangebied, is verdrogingsgevoelig. Dit houdt in dat deze natuurgebieden, en de flora en fauna die hier voorkomen, slecht tegen lage grondwaterstanden kunnen.
Plangebied
Figuur 2-7: Natura 2000-gebieden, Natte Natuurparels en verdrogingsgevoelige natuur rondom groeve Schinnen
Conclusie/kern: Het grondwater in de groeve stroomt van zuid/zuidwest naar noord/noordoost, richting het Geleenbeekdal. De GLG varieert van 84.37 m +NAP aan de zuidzijde tot 82.53 m +NAP aan de noordzijde. Rondom het plangebied liggen verschillende verdorgingsgevoelige natuurgebieden.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
12
Projectgerelateerd
2.2.8
Natuur en beschermde soorten
De bestaande natuurwaarden zijn in kaart gebracht in een quickscan Wet natuurbescherming Groevepark Spaubeek. De informatie in deze paragraaf is gebaseerd op dit onderzoek (Pahlplatz, R., 2021). Daarnaast is gebruik gemaakt van een inventarisatie beschermde soorten en effectbeoordeling Silt – Spaubeek 2021 (Pahlplatz, R., & Linders, C., 2021). De Quickscan is opgenomen als Bijlage 10 van het Bestemmingsplan en de inventarisatie soorten is opgenomen als Bijlage 11. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij zijnde Natura 2000-gebied is Habitatrichtlijn gebied Geleenbeekdal op een afstand van circa 860 meter (zie Figuur 2-8).
Plangebied
Figuur 2-8 Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000 gebied Geleenbeekdal (paars gearceerd). Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied.
Natuurnetwerk Nederland In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De begrenzing en bescherming van het NNN is in Limburg als Goudgroene natuurzone vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg, POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014. Uit onderstaande Figuur 2-9 blijkt dat het plangebied deels overlapt met de Goudgroene natuurzone, deels met de Zilvergroene natuurzone en deels met de Bronsgroene landschapszone.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
13
Projectgerelateerd
Beschermingszone natuur en landschap
Plangebied
Figuur 2-9 Ligging van het plangebied ten opzichte van de Goudgroene en Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone (Limburg Atlas, 2020).
Goudgroene natuurzone Voor de goudgroene natuurzone staan in het Provinciaal Natuurbeheerplan nagestreefde natuurdoeltypen vastgelegd op de ambitiekaart en de actuele situatie op de beheertypenkaart. De beheertypenkaart (Figuur 2-10) is hieronder weergegeven. Wezenlijke kenmerken en waarden in de Goudgroene natuurzone in het plangebied zijn het Dennen-, eiken- en beukenbos en Haagbeuken en essenbos (zie Figuur 2-10). De wezenlijke actuele en potentiële waarden van het gebied zijn in het licht van natuurdoelen en kwaliteit niet alleen de aanwezige flora en fauna maar bijvoorbeeld ook de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, openheid of juist geslotenheid van de landschapsstructuur.
Plangebied
Figuur 2-10 Beheertypenkaart N15.02 is donkergroen, N14.03 is lichtgroen weergegeven op de kaart (Limburg Atlas, 2020)
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
14
Projectgerelateerd
Zilvergroene natuurzone De bedoelde kernkwaliteiten van de Zilvergroene natuurzone zijn kruis, heg of haag, bomen, bos en dalbodem en cultuurhistorisch element (oud pad) (zie ook Figuur 2-11). In deze zone is de ontwikkeling van verblijfsrecreatie gepland
Plangebied
Figuur 2-11 Kernkwaliteiten groen karakter in het plangebied. Aangegeven zijn kernkwaliteiten kruis, heg of haag, bomen, bos en dalbodem en cultuurhistorisch element (oud pad) (Atlas Limburg 2020)
Bronsgroene landschapszone Het zuidelijke deel van het plangebied is aangemerkt als Bronsgroene landschapszone. In de huidige situatie is de groeve nog in gebruik en worden regelmatig werkzaamheden uitgevoerd. Binnen het gebied waar nog op actieve wijze werkzaamheden worden uitgevoerd ontbreken kernkwaliteiten. De randen van het gebied ontwikkelen zich wel al langere tijd op natuurlijke wijze. Een deel van de voorgenomen ontwikkelingen gaat plaats vinden in de Bronsgroene landschapszone onder meer de inrichting als natuur en de inrichting ten behoeve van het recreatief gebruik. Conclusie/kern: Het plangebied overlapt deels met de Goudgroene natuurzone, onderdeel van NNN, en de in de provinciale omgevingsverordening opgenomen natuurgebieden Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene natuurzone. Beschermde soorten Binnen het plangebied komen verschillende onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor. Hieronder wordt per soortgroep een korte conclusie gegeven. Flora Van Grote leeuwenklauw is een waarneming bekend uit 2018 (waarneming.nl), de groeiplaats werd aangetroffen op de al afgedekte stortplaats. Ruw parelzaad, een plant van akkers, op omgewerkte en braakliggende grond, blijkt voornamelijk bekend uit de berm van de westelijk gelegen Lindenweg. Tijdens de veldbezoeken werden geen beschermde soorten planten in het onderzoeksgebied aangetroffen.
Het voorkomen van beschermde soorten planten is hiermee uitgesloten.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
15
Projectgerelateerd
Zoogdieren Tijdens de
veldbezoeken
werden
veel
sporen
gevonden
van
de
Das
(zie
Figuur 2-12) in en rond de groeve. Daarnaast werden uitwerpselen van de Vos gevonden langs de Maastrichterweg (zandpad ten noorden van de groeve), prenten en wroetsporen van het Wild zwijn in de groeve en prenten van de Ree (aan de oostzijde van de groeve). Overige soorten zoogdieren of sporen daarvan werden niet aangetroffen. Verder zijn in de afgelopen vijf jaar tevens waarnemingen geweest van de volgende beschermde soorten zoogdieren: eekhoorn, egel, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, hermelijn en wezel.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
16
Projectgerelateerd
Figuur 2-12: Sporen Das
Vogels Van de broedvogelsoorten Bosuil, Buizerd, Spotvogel en Zomertortel is een territorium vastgesteld in 2008 tijdens de provinciale kartering in of rond het plangebied en zijn de nesten jaarrond beschermd of kunnen ze dit zijn bij ontbrekende alternatieve locaties in de directe omgeving. Deze gegevens zijn verouderd maar geven nog een indicatie van soorten die als broedvogel met een jaarrond beschermd nest kunnen voorkomen. Op de vuilstort werden territorium-indicerende waarnemingen (balts en zang) gedaan van Spotvogel. In de groeve werd een bezet Sperwernest (met jong) gevonden in een loofboom. Het voorkomen van overige (potentieel) jaarrond beschermde nesten in de groeve en de voormalige vuilstort kan op basis van de inventarisatie uitgesloten worden. Geschikt habitat voor vestiging ontbreekt. Nader onderzoek is niet nodig. Amfibieën en reptielen Uit alle geraadpleegde bronnen zijn, ondanks dat er veel waarnemingen van andere soorten in de omgeving zijn ingevoerd, geen waarnemingen bekend van amfibieën en reptielen. Tijdens het veldbezoek in juli werden langs de Grubbenweg de Bruine kikker (1 adult) gezien en in het langs de weg aanwezige poeltje twee Gewone padden gehoord. Het poeltje is sterk beschaduwd en voldoet niet aan de eisen van strikt beschermde soorten als Rugstreeppad of Vroedmeesterpad. Reptielen werden niet waargenomen.
Overige beschermde soorten In de voorgaande 5 jaar zijn in een straal van 1 kilometer rond het plangebied de volgende overige beschermde soorten waargenomen: Iepenpage, Veldparelmoervlinder, Vliegend Hert en Zeggekorfslak. Tijdens de veldbezoeken werden geen overige beschermde soorten aangetroffen. Voor Veldparelmoer was de meest geschikte inventarisatieperiode voorbij. Tijdens de inventarisatie kon worden geconstateerd dat het specifieke habitat (zon-beschenen helling met kruidenrijk droog en schraal grasland en een groot aandeel Smalle weegbree) zoals aanwezig in Zuid-Limburg waar de soort wel voorkomt, niet voorkomt in groeve Spaubeek. Overigens wordt de omgeving van groeve Spaubeek veel bezocht door waarnemers
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
17
Projectgerelateerd
vanwege de aanwezige populatie in een graslandje ten noorden van de naastgelegen groeve; waarnemingen uit het plangebied ontbreken desondanks. De aanwezigheid van een populatie is gezien bovenstaande zeer onwaarschijnlijk. Nader onderzoek naar deze soort in 2022 wordt daarom niet nodig geacht. Vermeldingswaardig is de aanwezigheid van Braamparelmoervlinder op 15 juni tijdens het veldonderzoek. Deze soort werd in 2011 voor het eerst waargenomen in Nederland en is in de daaropvolgende jaren jaarlijks in Zuid- Limburg in zeer lage aantallen gezien, inmiddels is ook voortplanting vastgesteld. Hoewel het een zeer zeldzame soort is in Nederland is deze niet beschermd op grond van de Wet Natuurbescherming. Waardplanten zijn braam, framboos en viooltjes. Met name bramen komen voor in het plangebied maar van een populatie is met het huidige lage aantal waarnemingen nog geen sprake.
Conclusie/kern: • Het voorkomen van beschermde soorten planten is uitgesloten. • Het plangebied (de groeve) herbergt één hoofdburcht en meerdere losse (vlucht)pijpen. Verder werden sporen van Vos, Wild zwijn en Ree gevonden. Naar verwachting komen enkele andere algemeen voorkomende soorten voor waarvoor, net als voor Vos, een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen. • Spotvogel met territoriaal gedrag werd waargenomen op de vuilstort. In de groeve werd een in gebruik zijnde nest gevonden van Sperwer (met jong). • Bruine kikker en Gewone padden werden waargenomen in het plangebied. Verder werd geconstateerd dat het plangebied in de huidige situatie geen leefgebied vormt voor strik beschermde soorten als Rugstreeppad en Vroedmeesterpad (geschikt voortplantingswater ontbreekt). • Overige beschermde soorten werden niet waargenomen, geschikt leefgebied voor overig beschermde soorten is in de huidige situatie niet aanwezig.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
18
Projectgerelateerd
3
Kenmerken van het project
3.1
Transformatie Groevepark Silt
Ten behoeve van het plan is het Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek opgesteld. Onderstaande omschrijving van het plan is gebaseerd op de beschrijving in het Masterplan. De groeve Schinnen wordt overgenomen door spontane vegetatie, waar bepaalde pionierssoorten al zichtbaar zijn. De voormalige vuilstorten zijn voorzien van een definitieve afdeklaag, waardoor het landschap min of meer in de oude staat van voor de zandwinning is teruggebracht. Het groevegebied ligt in het noorden van het Plateau van Schimmert. Dit bestaat uit een grillig gevormde helling van droogdalen, groeves, bos en kleine landschapselementen die het gebied een divers en kleinschalig karakter geven. Het groevepark zet in op bijzondere natuurontwikkeling en beleving, inspelend op het karakteristieke van het groevegebied. Het menselijk handelen in het gebied heeft geresulteerd in de mogelijkheid water een plek te geven, waardoor een nieuwe laag aan de natuur wordt toegevoegd. Dit biedt weer mogelijkheden voor nieuwe biotopen. Deze natuurontwikkeling biedt mogelijkheden voor bijzondere verblijfsrecreatieve concepten. Waar groeve Spaubeek groevenatuur, rust en stilte biedt, ligt het accent in groeve Schinnen meer op een combinatie van dag-, verblijf- en waterrecreatie.
Ook de voormalige vuilstorten zijn integraal onderdeel van het Groevepark en transformeren tot een eigentijds energielandschap van zonneweides, verspreid over het glooiende landschap. De beoogde transformatie is weergegeven in Figuur 3-1.
Figuur 3-1: Inrichting plangebied (Bron: Masterplan Groevepark Schinnen-Spaubeek Silt d.d. 20210409. Heusschen Copier)
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
19
Projectgerelateerd
3.2
Voorgenomen activiteiten
Natuurontwikkeling Met de beoogde ontwikkeling wordt er een breed aanbod van biotopen gerealiseerd die aansluiten op de intrinsieke waarden van zowel het plangebied als de omliggende (natuur)gebieden. De juiste samenhang, plaatsing en afwisseling van deze structuren is erg waardevol om gebruik van mens, dier en plant harmonieus samen te laten gaan. Hierdoor worden namelijk kansen gecreëerd voor reeds voorkomende én nieuwe of verdwenen planten- en diersoorten. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van de ecologische structuur tussen (Geleen)beekdal en plateau. Entreegebied Het gebied is te bereiken via de Hettekensweg. De bestaande weg wordt anders ingericht, zodat deze meer gericht is op de voetganger en de fietser. Ter hoogte van de bestaande weegbrug opent de ruimte zich. Deze plek vormt in potentie de herkenbare poort tot Groevepark Silt. Informatie-/educatiepunt met Outdoorshop en koffiecorner, boogloodsen en woonhuis Voorbij het entreegebied ligt een ensemble van gebouwen rondom een voorplein. Het bestaande loodsgebouw wordt getransformeerd tot een eigentijds, duurzaam gebouw; de ‘Outdoor shop’ De ‘Outdoor shop’ vormt de entree van het ‘bike-park’ op de voormalige vuilstort en mogelijk knooppunt in een groter recreatief routenetwerk. De Outdoor shop combineert een informatie- en educatiepunt met een koffiecorner.
Naast dit gebouw staan een tweetal boogloodsen inpandig ingericht als recreatieve verblijven (3 st.) en als beheerderswoning (1 st.). Parkeren is aan de overzijde van de weg georganiseerd. Het achterliggende bestaande woonhuis wordt getransformeerd naar een gebouw voor groepsaccomodatie voor maximaal 16 personen. De verblijfsrecreatie in het woonhuis heeft een eigen parkeervoorziening. Vanaf het entreegebied leidt de Hettekensweg verder het Groevepark Silt in, in de richting van de grote parkeerplaats nabij het hoofdgebouw. Hoofdgebouw Het hoofdgebouw ligt in de noordoostelijke hoek van de groeve. Het hoofdgebouw heeft een programma dat bestaat uit horeca (restaurant en terras), lobby, wellness faciliteit, uitkijkpunt en experience (natuureducatie). De wellness faciliteit inclusief zwembad zijn uitsluitend voor verblijfsgasten geopend. De horeca en experience faciliteiten zijn ook open voor andere bezoekers. Verblijfsmogelijkheden Over het park verspreidt liggen verschillende clusters die aansluiten op de verblijfsdomeinen van de diersoorten die in dit Groevepark Silt resp. de omgeving leven (Buizerd, Das en Bever). De verblijfseenheden in het gebied sluiten aan bij deze domeinen. In totaal zijn 60 verblijfseenheden voorzien, uiteenlopend van grootte tussen de 35m2 en 150m2.
Voor de natuurontwikkeling en -beleving is het van groot belang dat de verblijfsrecreatieve activiteiten deze niet overstemt. Daarom is ingezet op een beperkt aantal zeer uitgesproken en locatie-specifieke verblijfstypologiën die als het ware opgaan in de natuur en de bezoeker daardoor een bijzondere beleving bieden. Waternatuur en -beleving In het zuidwestelijke deel van het plangebied is een ‘waterbiotoop’ voorzien. Om de waterbiotoop te realiseren wordt ca 450.000 m3 weggegraven waardoor er een plas ontstaat die helemaal bestaat uit grondwater. Om deze waterbiotoop heen wordt een lange natuurvriendelijke oever gerealiseerd in combinatie met een ‘beleefpad’ waar de bezoekers over en langs het water kunnen lopen. Hierdoor zijn er uiteenlopende sferen en belevingen in het gebied. Het beleefpad staat in verbinding met een gestileerd, cirkelvormig element. Zwemmen is alleen binnen dit element toegestaan en daarmee veilig. Binnen deze cirkel is tevens een kleinschalig zandstrand gelegen. Zonneweide met Bike-Park Met de beoogde ontwikkeling wordt ter plaatse van vuilstort 1 en vuilstort 2 meerdere geclusterde zonneweides in combinatie met een bike-park gerealiseerd. De zonnevelden worden op een zorgvuldige 13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
20
Projectgerelateerd
manier ingepast zodat deze zich niet onnodig opdringt aan het omliggende landschap. In het ontwerp van de zonneweide is ruimte tussen de velden gehouden waardoor er een positief effect kan optreden op de biodiversiteit. De ‘bike-route’ slingert als het ware door deze zonnevelden door en biedt naast een uitdagend parcours, tevens fraaie vergezichten op het omliggend landschap. Fasering De verschillende onderdelen komen gefaseerd tot ontwikkeling: • Start ontgronding t.b.v. het creëren van de waterplas is voorzien in 2022 en neemt 5 jaar in beslag. • De aanleg van zonneweiden in combinatie met het mountainbike parcours is voorzien in 2022-2023. • Het hoofdgebouw, het entreegebied en het verblijfsrecreatieve domein van de Das wordt gerealiseerd tussen 2023 en 2025. • Het domein van de Buizerd staat geprogrammeerd in de jaren 2026 t/m 2028. Realisatie van het domein van de Bever is voorzien in 2029-2030. In tegenstelling tot de afgesloten terreinen van de Groeve Schinnen en vuilstorten wordt het Groevepark Silt een openbaar toegankelijk gebied waarin verblijfsrecreatie, recreatief medegebruik en natuurbeleving/educatie naast de opwekking van duurzame energie de belangrijkste speerpunten zijn.
Het toegankelijk maken van delen van het Groevepark Silt zorgt ervoor dat de intrinsieke waarden van het gebied door bezoekers kunnen worden beleefd en tevens wordt de “witte vlek” in het recreatieve routenetwerk weggehaald waardoor allerlei routes verbeterd kunnen worden. Het toevoegen van unieke verblijfsrecreatie mogelijkheden zorgt voor (in)directe werkgelegenheid en inkomsten waardoor de beoogde (natuur)kwaliteit van groevepark Silt duurzaam in stand kan worden gehouden.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
21
Projectgerelateerd
4
Kenmerken van de mogelijke effecten
In dit hoofdstuk zijn de mogelijke effecten per (milieu)aspect in kaart gebracht. Hierbij is gekeken wat het effect is van het planvoornemen ten opzichte van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen (referentiesituatie). De effecten zijn bepaald voor de aanlegfase 2022-2026 en de permanente fase, na 2026.
4.1
Bodem
Voor de effectbepaling is uitgegaan van het uitgevoerde vooronderzoek (NEN5725) (Royal HaskoningDHV, 2022) en een verkennend bodem- (NEN5740) en asbestonderzoek (NEN5707) (Geonius, 2022).Het vooronderzoek is opgenomen als Bijlage 8 van het Bestemmingsplan, het verkennend onderzoek is opgenomen in bijlage 11. Voor de voorgenomen activiteiten zal grondverzet plaatsvinden. De meeste grond is vrij-toepasbaar en kan binnen en buiten het plangebied worden gebruikt. Op de voormalige stortplaatsen is mogelijk sprake van bodemverontreiniging. Omdat hier naar verwachting geen groot grondverzet zal plaatsvinden is de kans klein dat mogelijk vervuilde grond verplaatst zal worden. De mogelijk vervuilde grondlaag dient wel in acht genomen te worden bij de werkzaamheden in het plangebied. Met het verkennend bodem- en asbestonderzoek is onderzocht of de bodemkwaliteit van de nieuwe bestemming geschikt is voor het beoogde gebruik. Dit is gedaan door op 10 verschillende locaties boringen uit te voeren en de grond te analyseren. Op basis van het dit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit op 5 locaties voldoet aan de gestelde achtergrondwaarde. Op de overige 5 locaties worden de achtergrondwaarden overschreden.
Het gaat om de volgende locaties: • Locatie 1: Bestaande en toekomstige boogloods • Locatie 5: te bouwen bedrijfswoning • Locatie 6: te bouwen verblijfsmogelijkheid ‘Das’ • Locatie 7: te bouwen verblijfsmogelijkheid ‘Buizerd’ • Locatie 9: hoofdgebouw Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er voor de locaties 1, 6, 7 en 9 geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor het huidige en voorziene gebruik van de locatie. Op locatie 5 is een sterke PAK-verontreiniging aangetoond. Dit zal mogelijk verwijderd moeten worden voordat de bedrijfswoning gebouwd kan worden. Voorafgaand moet aanvullend onderzoek uitgevoerd worden naar de omvang en aard van de vervuiling. Afhankelijk daarvan blijkt of er wel of niet gesaneerd moet worden onder milieukundige begeleiding. Conclusie/kern: De meeste grond is vrij-toepasbaar en kan binnen en buiten het plangebied worden gebruikt. Uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek blijkt dat er op 1 locatie sprake is van een verontreiniging, deze moet mogelijk verwijderd worden. Er moet aanvullend bodemonderzoek plaatsvinden om te bepalen of er sprake is van sanering onder milieukundige begeleiding of niet. De verwachting is dat door te saneren de bodem weer voldoet aan de gestelde achtergrondwaarden. Er is daarom geen sprake van risico op significante negatieve effecten.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
22
Projectgerelateerd
4.2
Externe veiligheid
Voor de effectbepaling is uitgegaan van het onderzoek externe veiligheid (Royal HaskoningDHV, 2022). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 6 van het Bestemmingsplan. Het planvoornemen maakt in totaal 60 vakantie-eenheden en bijbehorende additionele voorzieningen (wellness, zwembad en restaurant/bar) mogelijk. Deze objecten zijn (beperkt) kwetsbaar. Het plangebied maakt geen nieuwe risicobronnen mogelijk. Het plangebied valt buiten de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van de aanwezige buisleidingen. Het plaatsgebonden risico vormt dus geen beperking voor de planontwikkeling. Omdat het planvoornemen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maakt in de nabijheid van hogedruk aardgastransportleidingen, veranderd de externe veiligheidssituatie. Het groepsrisico van de buisleidingen (Bevb) dient beperkt te worden verantwoord. Er is sprake van een zeer laag risico. Er dient invulling te worden gegeven aan voorzieningen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Een breuk van een hogedruk aardgasleiding kan een fakkelbrand veroorzaken. Ook dit scenario dient verantwoord te worden. Het bevoegd gezag dient formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Conclusie/kern: Het planvoornemen maakt in totaal 60 vakantie-eenheden en bijbehorende additionele voorzieningen mogelijk.
Deze objecten zijn (beperkt) kwetsbaar. Het zeer lage groepsrisico van de buisleidingen (Bevb) dient beperkt te worden verantwoord. Er dient invulling te worden gegeven aan voorzieningen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Er is geen risico op significante negatieve effecten.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
23
Projectgerelateerd
4.3
Verkeer
Voor de effectbepaling is uitgegaan van het verkeersonderzoek (Royal HaskoningDHV, 2022). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 3 van het Bestemmingsplan. Parkeren Bij het hanteren van de (gemiddelde) CROW-normen zijn er in totaal 185 autoparkeerplaatsen nodig. Vanwege het karakter van het plan (met duidelijke seizoenspieken) is een marge aangehouden van 25% boven op het berekende aantallen parkeerplaatsen. Dit resulteert in een totaal van 231 parkeerplaatsen. Het plan voorziet (in de laatste schetsen) over een totaal van 247 parkeerplaatsen. Het plan voldoet hiermee ruim aan de parkeernormen. Naast autoparkeren dient er ook aandacht te zijn voor het fietsparkeren. Dit geldt zowel voor het entreegebouw, de boogloods/outdoorshop als bij de huisjes. Vanwege de diversiteit aan functies zal een norm op basis van landelijke fietsparkeernormen geen recht doen aan de situatie. Verkeersgeneratie Uit verkeersberekeningen blijkt dat het plan een verkeerproductie heeft van 373,1 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is uitgedrukt in een marge van circa 350-400 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betreft ritten van en naar de groeve. Het verkeer van de groeve komt uit op de Nutherweg. De Nutherweg heeft een intensiteit van tussen de 4.000 en 5.000 motorvoertuigen per etmaal (schatting op basis van verkeersmodel door gemeente Beekdaelen).
Voor de verkeersdoorstroming zijn daarom geen problemen voorzien (expert judgement), maar wel ten aanzien van verkeersveiligheid. De kruising (Nieuwe) Nutherweg-Hettekensweg vormt in potentie een risico voor de verkeersveiligheid. De kruising is in de huidige situatie onoverzichtelijk. Momenteel is de Hettekensweg een doodlopende weg, welke alleen wordt gebruikt voor verkeer van en naar de groeve, en voor de achterontsluiting van enkele woningen. Als deze weg in de toekomst drukker wordt (o.a. met fietsers en voetgangers), kan de onduidelijke verkeerssituatie voor onveilige situaties zorgen. Dit kan opgelost worden door het kruispunt aan te passen. Daarnaast is er geen verlichting aanwezig langs de Hettekensweg. Door begroeiing is het een onoverzichtelijke weg en zeker bij duisternis is dit minder veilig. Wanneer er meer wandelaars en fietsers gebruik gaan maken van de weg door de realisatie van het planvoornemen, kan dit resulteren in onveilige situaties. Dit kan opgelost worden door de toevoeging van verlichting en/of een wandelpad langs de weg. Conclusie/kern: Het plan voorziet over een totaal van 247 parkeerplaatsen en voldoet hiermee aan de behoefte van 231. Het plan levert een totale verkeerproductie van maximaal 400 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de verkeersdoorstroming zijn geen problemen voorzien, maar wel ten aanzien van verkeersveiligheid.
De kruising (Nieuwe) Nutherweg-Hettekensweg vormt in potentie een risico voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is er geen verlichting aanwezig langs de Hettekensweg, wat kan resulteren in onveilige situaties. Wanneer deze kwesties verholpen worden met (kleine) aanpassingen zal er geen sprake zijn van een risico op significante negatieve effecten.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
24
Projectgerelateerd
4.4
Luchtkwaliteit
Voor de effectbepaling is uitgegaan van het onderzoek Luchtkwaliteit (Royal HaskoningDHV, 2022). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 4 van het Bestemmingsplan. Volgens de Wet milieubeheer (Wm) zijn er verschillende manier, waarop onderbouwd kan worden dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: 1. Het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (art. 5.16 lid 1 sub a); 2. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub c); 3. Er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van het project is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 1); 4. Er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van een door het project optredend effect of een met het plan samenhangende maatregel is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 2); 5. Het project is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of is in elk geval niet strijdig met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub d).
De realisatie van onder andere verblijfsaccommodaties, horeca, zwemgelegenheid en natuurrecreatie zorgt voor een blijvende toename in verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase. In totaal wordt, als gevolg van het plan, een verkeersaantrekkende werking van maximaal 4006 verkeersbewegingen door personenauto’s verwacht. De bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling in het plangebied is bepaald op basis van worst case uitgangspunten. Er is veel ruimte tussen de heersende concentraties (gebiedskenmerken – luchtkwaliteit) en de grenswaarden uit de Wm. De berekende worst case toenames van de concentraties, als gevolg van de herontwikkeling van de groeves van Schinnen en Spaubeek, zullen niet leiden tot een benadering of overschrijding van de grenswaarden. Voor NO2 is een toename van 0,28 µp/m3 berekend en voor PM10 een toename van 0,06 µp/m3 ten gevolge van het planvoornemen. Hierdoor is het aannemelijk dat het plan voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Conclusie/kern: Voor NO2 is een toename van 0,28 µp/m3 berekend en voor PM10 een toename van 0,06 µp/m3 ten gevolge van het planvoornemen. Het is aannemelijk dat het plan voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Hierdoor is geen sprake van risico op significante negatieve effecten.
6
Worst case, maximaal aantal verkeersbewegingen per etmaal is gehanteerd op basis van het verkeersonderzoek (Royal HaskoningDHV, 2022) 13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
25
Projectgerelateerd
4.5
Geluid
Voor de effectbepaling is uitgegaan van het Akoestisch onderzoek (Royal HaskoningDHV, 2022). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 5 van het Bestemmingsplan. Recreatiewoningen vormen, volgens de Wet geluidhinder, geen geluidsgevoelige bestemming. Er gelden hiervoor geen geluidsnormen. Ontgronding/aanlegfase Geluidbelasting op omliggende woningen Voor de waterplas in het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt ca 450.000 m 3 grond weggegraven. Deze ontgronding duurt 5 jaar, waarvan 200 dagen vrachtwagens rijden. Het gaat om maximaal 60 vrachtwagenbewegingen per dag (30 heen en 30 terug). Vanwege mogelijke overlast voor de omgeving mogen deze alleen in de dagperiode rijden (tussen 7 en 19 uur). Op basis van deze informatie en aannames over de rijsnelheid (zie het akoestisch onderzoek) zijn de equivalente geluidsniveaus in de dagperiode vanwege de verkeersbewegingen in de bouwfase berekend. Uit de berekening blijkt dat bij de woningen nergens een geluidsbelasting optreedt hoger dan 50 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) uit de Circulaire Indirecte Hinder. Geluidbelasting op recreatiewoningen Er is een aanname gedaan dat de groeven Schinnen en Spaubeek niet langer in werking zijn, na realisatie van de recreatiewoningen. Door deze groeven worden daarom geen relevante geluidsniveaus verwacht.
Mogelijk is er wel een beperkte overlap tussen de realisatie van de verblijfsrecreatie en de noodzakelijke ontgronding: • De ontgronding t.b.v. het creëren van de waterplas is voorzien van 2022 tot 2026. • Het verblijfsrecreatieve domein van de Das wordt gerealiseerd tussen 2023 en 2025. De publicatie Bedrijven en milieuzonering geeft voor zandwinning een richtcontour voor geluid van 200 m. Deze richtcontour valt beperkt over het plangebied, namelijk over het domein van verblijfseenheid de Das. Naar verwachting zal de daadwerkelijke overlast door geluid beperkt zijn, omdat de zandwinning zich over een groter gebied verspreidt. Daarnaast lopen de twee activiteiten deels langs elkaar heen: de ontgrondingswerkzaamheden vinden met name plaats op werkdagen in de dagperiode, de verblijfsrecreatie met name in het weekend en gedurende vakanties. Verkeerlawaai Als gevolg van het planvoornemen worden 373 7 verkeersbewegingen per etmaal verwacht. De meeste verkeersbewegingen betreffen personenauto’s, die rijden in de dagperiode, deze rijden op de Hettekensweg. Geluidbelasting op omliggende woningen De 373 verkeersbewegingen per etmaal kunnen worden beschouwd als beperkt, deze zullen ter plaatse van woningen buiten het plangebied niet leiden tot een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.
In de huidige situatie maken vrachtwagens/dumpers gebruik van de toegangswegen. Omdat deze door het planvoornemen ingeruild worden voor personenauto’s is de verwachting dat de toekomstige geluidbelasting lager ligt dan de huidige geluidbelasting op omliggende woningen. Geluidbelasting op recreatiewoningen Vanwege het relatief geringe aantal extra verkeersbewegingen zal op de gevels van de recreatiewoningen een geluidsbelasting optreden beneden de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (48 dB).
7
Aantal verkeersbewegingen per etmaal is gehanteerd op basis van het verkeersonderzoek (Royal HaskoningDHV, 2022)
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
26
Projectgerelateerd
Conclusie/kern: Voor de waterplas in het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt ca 450.000 m3 grond weggegraven. Om deze ontgronding mogelijk te maken zullen er vrachtwagens rijden. Uit geluidsberekening blijkt dat bij de omliggende woningen nergens een geluidsbelasting optreedt hoger dan 50 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) uit de Circulaire Indirecte Hinder. Mogelijk is er een beperkte overlap tussen de realisatie van de verblijfsrecreatie en de noodzakelijke ontgronding. Naar verwachting zal de geluidoverlast als gevolg van de ontgronding bij de nieuwe vakantiewoningen in deze periode beperkt zijn. De 373 verkeersbewegingen per etmaal als resultaat van het planvoornemen kunnen worden beschouwd als beperkt. Deze zullen ter plaatse van vakantiewoningen binnen het plangebied en woningen buiten het plangebied niet leiden tot een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Er is dus geen sprake van risico op significante negatieve effecten.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
27
Projectgerelateerd
4.6
Waterparagraaf
Voor de effectbepaling is uitgegaan van de watertoets (Royal HaskoningDHV, 2022). De watertoets is opgenomen als Bijlage 9 van het Bestemmingsplan. In het plangebied wordt het afkoppelbeleid van waterschap Limburg gevolgd. Hierbij wordt de voorkeursvolgorde van gescheiden regenwater hergebruiken, vasthouden, bergen en afvoeren gevolgd. Het waterschap hanteert daarnaast het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) voor hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak om het risico op wateroverlast in de toekomst met de verwachte klimaatsverandering te voorkomen. Conform de beleidsregels van de keur betekent dit concreet dat er 80mm aan bergings-/infiltratievoorzieningen aangebracht dient te worden per m 2 extra aangebracht verhard oppervlak. Uitgaande van een toekomstig verhard oppervlak van 10995 m2 betekend dat de minimaal benodigde waterberging 639,6 m3 is. Enkele programmadelen liggen vrij ver uit elkaar. Het is daarom belangrijk om de waterberging per programmaonderdeel te beschouwen. De mate waarin dit gedaan wordt kan bepalend zijn voor eventueel toekomstige hemelwateroverlast. Omdat de plas een recreatieve bestemming krijgt is een goede waterkwaliteit van belang. Het direct lozen van hemelwater kan de oppervlaktewaterkwaliteit verslechteren.
Dit kan verholpen worden door de aanleg van bergingen of wadi’s die het hemelwater op de helling infiltreren, waarna het water via de bodem naar het oppervlaktewater kan stromen. Conclusie/kern: Vanwege een toevoeging van verharding in het plangebied is extra waterberging noodzakelijk. Dit dient per programmadeel ingevuld te worden. Het direct lozen van hemelwater kan de oppervlaktewaterkwaliteit verslechteren. Dit kan verholpen worden door de aanleg van bergingen of wadi’s. Met deze maatregelen zullen geen significant negatieve effecten plaatsvinden.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
28
Projectgerelateerd
4.7
Grondwater
Voor de effectbepaling is uitgegaan van het onderzoek Geohydrologie (Royal HaskoningDHV, 2022) en de voortoets tijdelijke grondwaterdaling Silt (Bureau Meervelt, 2022). Het geohydrologisch onderzoek is opgenomen als Bijlage 13 van het Bestemmingsplan en de voortoets is opgenomen als Bijlage 12. Het graven van de recreatievijver in combinatie met de “onttrekking” door zandwinning zorgt voor een grondwaterstandsverlaging in een groot deel van de groeve en omliggend gebied. Alleen in het noordoostelijk deel van de groeve is een kleine grondwaterstandsverhoging. Richting het noorden, noordoosten en westen straalt het effect zo’n 1 – 1.5 km uit, naar het zuiden en zuidwesten is dit 2 – 2.5 km. De grondwaterstandsverlaging treedt ook op in Natura 2000-gebieden ten zuidoosten van de groeve en in een verdrogingsgevoelig gebied ten noordwesten van de groeve. De effecten van deze verdroging (en vernatting) op natuur zijn toegelicht in het volgende hoofdstuk. Het effect van de winning is berekend gedurende een periode van 5 jaar met een retourbemaling van 316 m3/dag. In Figuur 4-1 is de situatie met de grootste berekende grondwaterstandsverlaging weergegeven, direct na het stoppen van de winning/onttrekking na 5 jaar. In de jaren daarvoor is sprake van een geleidelijke grondwaterdaling waarbij de daling het eerst optreedt rond de groeve en daarna in een steeds groter omliggend gebied.
Na 5 jaar stijgen de berekende grondwaterstanden weer tot een stationaire eindsituatie wordt bereikt.
Plangebied
Figuur 4-1: Verandering in grondwaterstand als gevolg van onttrekking, retourbemaling en aanleg recreatievijver (niet-stationair)
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
29
Projectgerelateerd
In de eindsituatie is de plas aangelegd en vindt geen onttrekking meer plaats. In dit eindstadium ontstaat opnieuw een stabiele situatie waarbij aan de noordkant van de plas vernatting optreedt. Aan de zuidelijke zijde en onder de vuilstort blijft een verschil in de berekende grondwaterstand aanwezig met de huidige situatie. Hier vindt een permanente grondwaterstanddaling plaats van 50 cm tot 20 cm, in het gebied tussen de groeve en het Natura 2000-gebied kan een permanente grondwaterstanddaling tot 1 cm optreden. Er is in het eindstadium geen overlap meer tussen het gebied waar een permanente grondwaterdaling optreedt en met het Natura 2000-gebied.
Plangebied
Figuur 4-2: Verandering in grondwaterstand als gevolg van aanleg recreatievijver (eindsituatie zonder onttrekking)
Door de winning van zand stroomt grondwater naar de groeve. Hierdoor is het in theorie mogelijk dat een in het grondwater opgeloste verontreiniging van onder de vuilstort naar de recreatieplas stroomt. Om dit risico te toetsen zijn stroombaanberekeningen uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat verplaatsing van verontreiniging uitgesloten is.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
30
Projectgerelateerd
Conclusie/kern: Het graven van de recreatievijver in combinatie met de “onttrekking” door zandwinning zorgt voor een grondwaterstandsverlaging in een groot deel van de groeve en omliggend gebied. In het eindstadium na afronding van de zandwinning en aanleg van de plas ontstaat opnieuw een stabiele situatie waarbij aan de noordkant van de plas vernatting optreedt. Aan de zuidelijke zijde en onder de vuilstort vindt een permanente grondwaterstanddaling plaats. Er is in het eindstadium geen overlap meer tussen het gebied waar een permanente grondwaterdaling optreedt en met het Natura 2000-gebied. Uit een stroombaanberekening blijkt dat de verplaatsing van (grondwater)verontreiniging van onder de vuilstort uitgesloten is.
13 januari 2023
BI1349-MI-RP-220121-1314
31
Projectgerelateerd
4.8
Natuur
Voor de effectbepaling is uitgegaan van de Quickscan ecologie (Pahlplatz, R., 2021), inventarisatie soorten Groevepark Spaubeek (Pahlplatz, R., & Linders, C., 2021) en de voortoets tijdelijke grondwaterdaling Silt (Bureau Meervelt, 2022). De Quickscan is opgenomen als Bijlage 10 van het Bestemmingsplan, de inventarisatie soorten is opgenomen als Bijlage 11 en de voortoets is opgenomen als Bijlage 12. Ook is er een AERIUS-berekening uitgevoerd om de effecten van stikstof te bepalen. De AERIUS-berekening en de bijbehorende memo (HeusschenCopier Landschapskracht, 2022) zijn opgenomen in bijlage 14. Natura 2000- gebieden Verstoringsfactoren Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij zijnde Natura 2000-gebied is Geleenbeekdal op een afstand van circa 860 meter (dichtstbijzijnde deelgebied). Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van significante gevolgen door een plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid en optische verstoring. Met het oog op de huidige voorziene ontwikkelingen (in hoofdlijnen) vindt geen uitstraling van storingseffecten tot in het Natura 2000-gebied plaats, met uitzondering van mogelijk stikstofdepositie.