Bijlage 2. Ruimtelijke onderbouwing nieuwe plan d.d. 29-01-2025
Tekst van het document
ontvangen 30 januari 2025
Ruimtelijke Onderbouwing Zorgboerderij Bronsgroener-Hof, Heringsbosch 7B Schinveld / Beekdaelen
Ontwerp Behoort bij ontwerpbesluit Behoortbij bij besluit besluit dd25/05/2022 07/06/2022 Behoort dd Z/22/174449 Z/22/174499 Z/23/185836 Z2023-00000186 Z2023-00000719 Z2023-00000760 Z2024-00000883 Z/22/052734 Z2024-00000454 Z2023-00000740 Z2024-00001265 Z2023-00000576 Burgemeester en wethouders van Beekdaelen, namens dezen,
H. (Harald) Meisen Afdeling Ruimte
Ruimtelijke Onderbouwing Zorgboerderij Bronsgroener-Hof, Heringsbosch 7B Schinveld
Datum Kenmerk
: 29 januari 2025 / 10 december 2018 : NL.IMRO.0881.OVBronsgroenerHof-ON01
Inhoudsopgave 1
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
2
4
Aanleiding en doel aanvraag omgevingsvergunning Ligging en begrenzing van het plan Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
GEBIEDSOMSCHRIJVING 2.1 2.2 2.3
3
5
Projectbeschrijving Locatiebeschrijving Beoogde situatie
RUIMTELIJK BELEID
5 6 6 7
8 8 8 10
12
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ladder duurzame verstedelijking Nationaal Landschap Externe veiligheid Nederlandse richtlijn bodembescherming Waterwet
12 12 12 13 13 14 15 16
3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5
Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg Klimaatadaptatie Provinciale omgevingsverordening 2014 Omgevingsverordening Limburg 2021 Cultuur Historische Waardenkaart Limburg
16 16 17 18 23 24
3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3
Regionaal beleid Intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) Sociaal Economische Structuurversterking
25 25 26 26
3.4 3.4.1 3.4.2
Gemeentelijk beleid Beleidsdocument 'Ons Beekdaelen maken we samen' Nota Ruimtelijke Kwaliteit
27 27 27
Randvoorwaarden / Onderzoeken
28
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6
Milieu Start activiteiten Bodem Luchtkwaliteit Geluid Geurhinder Bedrijven en milieuzonering
28 28 28 28 29 32 33
4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
Waterparagraaf Europees beleid Provinciaal waterplan Limburg Watertoets Toekomstige waterhuishoudkundige situatie
34 34 34 35 35
4.3 4.4 4.4.1 4.4.2
Externe veiligheid Cultuurhistorie en Archeologie Cultuurhistorie Archeologie
36 37 37 39
5
4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3
Flora en Fauna Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie
40 41 41 43
4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
Landschappelijke inpassing Kabels en leidingen Verkeer en infrastructuur Duurzaam bouwen Algehele conclusie
43 43 44 44 44
UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE 5.3 5.4 5.5 5.6
Afweging belangen Omgevingsdialoog Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid
Bijlagen 1. Bodemonderzoek 2. Landschappelijke inpassing nieuwbouw, 26-06-2024 3. Ontwerptekening project Zorgboerderij Bronsgroener-Hof 13-12-2024 4. Motie raad gemeente Beekdaelen, 20-09-2020 5. Principe-uitspraak gemeente Onderbanken, 15-06-2017 6. Aerius aanlegfase 7. Aerius gebruiksfase 8. Quick scan Flora en fauna 9. Akoestisch onderzoek 10. Klimaat-adaptatie
45 45 45 45 46
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel aanvraag omgevingsvergunning
Op de locatie Heringsbosch 7B te Schinveld wordt een Zorgboerderij opgericht onder de naam Bronsgroener-Hof. Centraal binnen de Bronsgroener-Hof staat de helende werking van natuur op de mens. Initiatiefnemer wil op deze locatie een plek realiseren waar de groene omgeving het herstel van mensen bevordert en waar men voldoende energie kan opdoen om goed te kunnen functioneren in de hedendaagse maatschappij. De volgende activiteiten wil initiatiefnemer binnen zorgboerderij Bronsgroener-Hof gaan uitvoeren: ▪ een passende dagbesteding voor max. 5 personen met een licht mentale- of lichamelijke beperking; ▪ coaching van psychisch beschadigde cliënten met bijv. burn-out klachten, overspannenheid en/of een depressie, waarbij zij middels therapie en de rust van de locatie kunnen werken aan hun herstel; ▪ er wordt één respijtkamer gerealiseerd en speciaal ingericht t.b.v. gehandicapten en hun mantelzorgers. Voorop hierin staan het verstrekken van betekenisvolle zorg en gastvrijheid, kleinschaligheid en met respect voor de omgeving. Voorgaande wil men bereiken door boerderij gerelateerde activiteiten en invullingen. Er is een hoogstamboomgaard met een grote verscheidenheid aan rassen en een grote moestuin met o.a. vergeten groenten, zacht fruit en druiven. De productiewijze zal volledig biologisch zijn en ter ondersteuning is ook een tunnelkas gebouwd.
De producten worden volledig binnen Bronsgroener-Hof gebruikt en verwerkt. De ondersteunende keuken is alleen bedoeld voor de dagbesteders, bezoekers van de respijtkamer en cliënten van de praktijk van de initiatiefnemer. De bedrijfskeuken is dus ondersteunend aan de hoofdfunctie. Op deze wijze fungeert zorgboerderij Bronsgroener-Hof als een oase van rust voor cliënten te midden van een rustige, groene omgeving. Initiatiefnemer heeft aansluitend aan zorgboerderij BronsgroenerHof een bosperceel (groot ca. 0.92 ha) in eigendom, dat onderdeel uitmaakt van de Schinveldse bossen. Het doel is om de biodiversiteit binnen dit bosperceel te bevorderen het is echter geen onderdeel van het project . De zorgboerderij is geopend van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.00 uur. De respijtkamer kent een inchecktijd van 15.00 tot 17.00 uur en een uitchecktijd van 8.00 tot 11.00 uur. Gezien de hoedanigheid van zorgklanten en mantelzorgers is rust en stilte na 22.00 uur een voorwaarde voor een bezoek aan Bronsgroener-Hof. Rust en stilte is immers het USP (unique selling point) van Bronsgroener-Hof. De openingstijden van de zorgboerderij sluiten dan ook perfect aan bij de openingstijden van de Schinveldse bossen. Bij de bouw van zorgboerderij Bronsgroener-Hof zal veel aandacht worden besteed aan een goede integratie van het plan binnen het landschap.
Tevens zullen er voorzieningen worden aangelegd voor een energie-neutrale exploitatie middels zonne-energie. Op het gebied van water zullen de nieuwste innovatieve technieken worden ingezet voor een gedeelte van het water, Het afvalwater afkomstig van de toiletten zal op het riool geloosd worden. Bronsgroener-Hof zal derhalve voor een gedeelte van het water een eigen hoogwaardige waterzuivering gaan toepassen en het hergebruikte water wordt ingezet als grijs water en voor de irrigatie. Waar mogelijk zal gebruik worden gemaakt makkelijk te recyclen bouwmaterialen en grondstoffen als ook gebruikte duurzame materialen. Het gebouw zal prefab worden geproduceerd en op locatie worden geassembleerd. In bijlage 2 is een brochure landschappelijke inpassing van Zorgboerderij Bronsgroener-Hof opgenomen waarin bovenstaande nader wordt uitgebeeld en toegelicht. Doel van deze aanvraag is om de boven beschreven activiteiten ter plaatse mogelijk te maken. Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 5
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
1.2
Ligging en begrenzing van het plan
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de voormalige gemeente Onderbanken, opgegaan in de gemeente Beekdaelen, ten oosten van de kern Schinveld nabij de Nederlands-Duitse grens, plaatselijk bekend als Heringsbosch 7B te Schinveld, kadastraal bekend als de percelen gemeente Schinveld sectie B nummers 4490 en 3114 (ged). De initiatiefnemer is eigenaar van deze percelen. Het aangrenzende bosgedeelte wordt geen onderdeel van de zorgboerderij en haar activiteiten.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het overige gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.5. Vigerend bestemmingsplan De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, van de voormalige gemeente Onderbanken, opgegaan in de gemeente Beekdaelen. Dit plan is vastgesteld bij raadsbesluit van d.d. 13 juli 2006. Het plan is onherroepelijk en in werking getreden.
Afbeelding 1, Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron Ruimtelijke Plannen)
Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming “Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden”. Aan de zuid- en westzijde van het plangebied wordt het begrensd door percelen met de bestemming “natuur” en aan de noordzijde door de bestemming “wonen” zoals in bovenstaande uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan blijkt. De voorgenomen activiteiten zoals beschreven onder paragraaf 1.1 zullen plaatsvinden binnen het “agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden”. Deze gronden zijn dubbel bestemd tot ‘ecologische structuur’ en ‘erosie’. Aan de straatzijde is het perceel deels ook dubbel bestemd tot ‘recreatieve ontsluitingsstructuur’ en aan de westzijde deels tot ‘stiltegebied’. Binnen het aangrenzende ”natuurgebied” zullen geen wijzigingen plaatsvinden. Toetsing Het vigerend bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden tot het verlenen van een vrijstelling. Een nieuw bestemmingsplan of uitgebreide omgevingsvergunning is noodzakelijk om het voorliggende plan mogelijk te maken. In overleg met de gemeente is voor een omgevingsvergunning gekozen, deze ligt nu voor.
6
1.4
Leeswijzer
Het onderhavige wijzigingsplan voorziet in de benodigde motivering van het planvoornemen in de vorm van een ruimtelijke onderbouwing. Aan bod komen de volgende aspecten: ▪ project- en gebiedsbeschrijving, hoofdstuk 2; ▪ het actuele beleid met betrekking tot de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening met toetsing aan het ruimtelijke beleid, hoofdstuk 3; ▪ toetsing aan milieuwetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het plangebied (bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, waterparagraaf, aanwezige leidingen, archeologische waarden en natuurlijke en landschappelijke aspecten) en conclusie, hoofdstuk 4; ▪ uitvoerbaarheid, hoofdstuk 5.
Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 7
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
2 GEBIEDSOMSCHRIJVING 2.1
Projectbeschrijving
Voor de realisatie van zorgboerderij Bronsgroener-Hof, hetgeen uitgebreid beschreven is in paragraaf 1.1, zijn de volgende wijzigingen noodzakelijk: - nieuwbouw van een 1-laags gebouw (totaal groot ca 156,0 m²) met een verblijfsruimte, een kantoor/bespreekruimte, een bedrijfskeuken, 1 respijtkamer met badkamer voor 2 personen. Verder zijn er bij ruimten zoals, kleedruimte, toiletten, stallingen/bergruimte en technische ruimte - stalling/berging links van hoofdgebouw, groot 11,8 m² - aanleg van een in- en afrit, een gesloten verharding voor 5 parkeerplaatsen, waarvan 1 voor invaliden, als ook voor rolstoelgebruik rondom het gebouw. Parkeren vindt geheel op het eigen terrein plaats. Het rijpad en de overige voet- werkpaden worden semi-verhard met grind (ondergrond kunststofmatten), totale oppervlakte 793 m². - Aanleg van 1 (bio)vijver (30 m²) voor de hemelwateropslag; - Het overige deel van het terrein is ingericht met een hoogstamboomgaard (ca. 0,15 ha) een bloemenweide (ca. 0,3 ha) en een grote moestuin (ca. 0,16 ha) voor de teelt van groente, druiven en zacht fruit. Aan de oostzijde (straatzijde Heringsbosch) wordt de halfstamboomgaard omzoomd met een meidoornhaag. Aan de noordzijde blijft de bestaande afscheiding. Aan de west- en zuidzijde van het plangebied is bos gelegen (bestemming ‘Natuurgebied’). Het dak van het gebouw wordt uitgevoerd met zonnepanelen en lichtkoepels.
Voor de gevelbekleding wordt gebrand/gebeitst lariks-douglas toegepast, een duurzame en Europese naaldhoutsoort. Het hoofdgebouw wordt ca. 17 m. uit de voorgrens gesitueerd en 7,0 m. uit de eigendoms- c.q. erfgrens met Heringsbosch 8, De afstand ten opzichte van de dichtstbijzijnde gevel van Heringsbosch 8 bedraagt 12 m. (afstand gevel – gevel). In bijlage 3 zijn de plattegrond, alle zijaanzichten, een doorsnede en 3D illustraties van het project weergegeven. Kenmerkend voor zorgboerderij Bronsgroener-Hof is haar kleinschaligheid, de rust en groene omgeving.
2.2
Locatiebeschrijving
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de voormalige gemeente Onderbanken, opgegaan in de gemeente Beekdaelen, ten oosten van de kern Schinveld, plaatselijk bekend als Heringsbosch te Schinveld. De locatie wordt (op enige afstand) omgeven door agrarische bedrijven (Duitsland) , bosgebieden en burgerwoningen en ligt in de directe nabijheid van de Nederlands-Duitse grens, op korte afstand van buurtschap Niederbusch (Gangelt - Duitsland). Heringsbosch resp. Neutrale Strasse ontsluit de locatie in noord-zuidelijke richting. De locatie is per auto bereikbaar via de N274 en Duitsland (Gangelt) en via Brunssum. Er is geen openbaar vervoer naar de Heringsbosch en er zijn verschillende mogelijkheden om te voet of op de fiets de kern Schinveld te bereiken.
8
Locatie
Afbeelding 2, Topografische kaart
Afbeelding 3, Luchtfoto
Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 9
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
2.3
Beoogde situatie
Afbeelding 4, Uitsnede situatietekening, zie ook bijlage 3
Initiatiefnemer is voornemens een zorgboerderij op te richten onder de naam Bronsgroener-Hof. Centraal binnen de Bronsgroener-Hof staat de helende werking van natuur op de mens. Initiatiefnemer wil op deze locatie een plek realiseren waar de groene omgeving het herstel van mensen bevordert en waar men voldoende energie kan opdoen om goed te kunnen functioneren in de hedendaagse maatschappij en de activiteiten zoals uiteengezet in paragraaf 1.1 uitvoeren. Het betreft een permanent project. In bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing is een inpassingsplan opgenomen waarvan een uitsnede in bovenstaande afbeelding is weergegeven. Voor de leesbaarheid wordt verwezen naar bijlage 2. Ook zijn er diverse plattegronden en schetsen beschikbaar. Deze zijn als bijlage 3 aan de voorliggende ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De twee navolgende uitsneden zijn uit deze bijlage afkomstig. Ook hier wordt voor de leesbaarheid naar de genoemde bijlage verwezen.
10
Afbeelding 5, Uitsnede plattegrond, zie ook bijlage 3
Afbeelding 6, Uitsnede aanzichten, zie ook bijlage 3
Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 11
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
3 RUIMTELIJK BELEID 3.1 3.1.1
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij deze nationale belangen. Het plan voldoet daarmee aan het rijksbeleid zoals dit is vastgelegd in de omgevingsvisie. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de Structuurvisie kent de Rijksoverheid ook het ‘Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2011’. De eerste tranche van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en op 30 december 2011 in werking getreden. Dit Barro is ontstaan bij het ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk heeft hierin vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, dit is immers een bevoegdheid van het Rijk. Het gaat hierbij om het beschermen van de nationale belangen. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
12
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is de EHS vastgelegd in de Goudgroene natuurzone. In paragraaf 5 van de omgevingsverordening Limburg 2014 wordt de begrenzing van de Goudgroene natuurzone bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’. In het plangebied werken geen regels vanuit het Barro rechtstreeks door en hoeft hiermee dan ook geen rekening te worden gehouden. 3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient een ruimtelijke onderbouwing welke een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens vaste rechtspraak dat, in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.
Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Onderhavige plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Beekdaelen, ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in […] een gebouw met een bruto vloeroppervlakte kleiner dan 500 m 2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (uitspraak van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1442). In onderhavig planvoornemen is sprake van een bruto vloeroppervlak welke kleiner is dan 500 m2, hieruit blijkt dat de ontwikkeling niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking is derhalve niet aan de orde. 3.1.4
Nationaal Landschap
Het Rijk heeft in het verleden een selectie gemaakt van twintig Nationale landschappen. Deze landschappen weerspiegelen tezamen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het beleid ten aanzien van landschap is niet langer een rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies.
Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 13
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
Afbeelding 7, Uitsnede kaart Nationale landschappen)
Het plangebied is gelegen in/bij een nationaal landschap. Dit betekent dat de provincie bij haar beleid rekening dient te houden met het nationale beleid inzake de te beschermen waarden in dit gebied. Voor Zuid-Limburg zijn deze bijzondere waarden; • Schaalcontrast open - besloten • Groen karakter • Reliëf en ondergrond • Cultuurhistorisch erfgoed De provincie vertaalt dit beleid in het provinciaal omgevingsplan Limburg, zie paragraaf 3.2.1. Conclusie Vanwege de aard van voorliggende planontwikkeling, alsmede de afstand ten opzichte van de EHS en Natura2000-gebied, kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet strijdig is met het natuurbeleid. Voorts worden de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg niet aangetast ten gevolge van voorliggende planontwikkeling. 3.1.5
Externe veiligheid
Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is in 2004 in werking getreden. Hiermee zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. In 2004 is ook de Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen (REVI) in werking getreden. Deze regeling strekt tot uitvoering van het BEVI. Het BEVI heeft als doel zowel individuele als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Plaatsgebonden risico Men kan de kans berekenen, dat zich op een bepaalde plaats over een periode van één jaar een dodelijk ongeluk voordoet, als direct gevolg van een incident op een bedrijf indien zich op die plaats iemand bevindt. Hierbij is het niet van belang of op die plaats daadwerkelijk een persoon aanwezig is. Concreet: de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een bedrijfs- of transportongeval. Dit risico, wordt het plaatsgebonden risico genoemd. Groepsrisico: Bij het berekenen van het risico is het – in plaats van uit te gaan van een denkbeeldig persoon – ook mogelijk om te kijken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rondom een bedrijf.
Bepaald wordt dan hoe groot de kans is op één, tien of meer slachtoffers tegelijk
14
onder die bevolking. Deze kans op een ramp van een bepaalde omvang heet het groepsrisico. Welke kans acceptabel geacht wordt, is onder andere afhankelijk van de omvang van de ramp en de mate waarin hulpverleners op de bestrijding ervan zijn voorbereid. Zie paragraaf 4.3 voor de toetsing aan het BEVI. Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft op 19 maart 2014 de regeling gepubliceerd over de vaststelling van de ligging van de risicoplafonds langs transportroutes en regels voor ruimtelijke ontwikkelingen langs transportroutes in verband met externe veiligheid (Regeling basisnet) Om duidelijkheid te verschaffen in de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen is het Basisnet ontwikkeld. Het Basisnet geeft de verhouding aan tussen ruimtelijke ordening en de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorwegen. Zo wordt beschreven welke ruimtelijke ontwikkelingen al dan niet zijn toegestaan in het gebied tot 200 meter vanaf de infrastructuur. Het Basisnet beperkt zich tot de rijksinfrastructuur. Binnen het BEVT krijgen provincies de mogelijkheid om voor provinciale wegen een provinciaal Basisnet vast te stellen.
Voor Limburg zijn in 2009 en 2010 tellingen verricht en berekeningen uitgevoerd om inzicht te krijgen op de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen via de provinciale wegen. Hieruit blijkt dat in Limburg, nu en in de toekomst (tot 2020) geen knelpunten te verwachten zijn. Slechts op één locatie was sprake van een plaatsgebonden risicocontour die buiten de weg valt (bij Roermond). Daarbinnen mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden ontwikkeld. Doordat zich geen knelpunten voordoen wordt momenteel bezien of het vaststellen van een provinciaal Basisnet voor Limburg meerwaarde heeft. Zie paragraaf 4.3 voor de toetsing. 3.1.6
Nederlandse richtlijn bodembescherming
De Wet bodembescherming is op 3 juli 1986 inwerking getreden en bevat het wettelijk kader voor het bodembeleid. Op 1 januari 2006 is de Wet Bodembescherming gewijzigd (artikel 46 Besluit financiële bepalingen bodemsanering). De grote hoeveelheid verontreinigde locaties maakte dit noodzakelijk. Met de voortzetting van het toenmalige beleid zou het nog zeker honderd jaar duren voordat de Nederlandse bodem `schoon’ is. De nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat de bodemverontreinigingsproblematiek in circa vijfentwintig jaar wordt beheerst. Dit door bodemsaneringen beter aan te laten sluiten bij de maatschappelijke dynamiek. Het doel is zo te komen tot een effectiever bodembeleid. De Wet bodembescherming (Wbb) bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft alleen betrekking op landbodems. De belangrijkste basis vormt de 'zorgplicht', artikel 13.
Ieder die op of in de bodem handelingen verricht en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen. Vrijwel alle gebruiksvormen kennen in meerdere of mindere mate interactie met de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Daarmee is het aspect bodemkwaliteit ook van invloed op de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijziging. Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 15
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
Volgens de modelverordening van de VNG is er een bodemonderzoek noodzakelijk indien er op de locatie mensen langer dan 2 uur in de gebouwen verblijven. In de onderhavige situatie is dit het geval. Zie paragraaf 4.1.2 voor de toetsing. 3.1.7
Waterwet
Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Een achttal wetten is samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan de vermindering van regels, vergunningenstelsels en administratieve lasten. Zie paragraaf 4.2 voor de toetsing.
3.2 3.2.1
Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Omgevingsvisie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 2030-2050 geschetst. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk.
Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren.
Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling
16
3.
die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.
De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De wijze waarop in het voorliggende plan wordt omgegaan met de landschappelijke kenmerken is beschreven in paragraaf 4.10 alsmede de bijgevoegde landschappelijke inpassing. Onderhavig plan voorziet in de volgende activiteiten: ▪ een passende dagbesteding voor max. 5 personen met een licht mentale- of lichamelijke beperking; ▪ coaching van psychisch beschadigde cliënten met bijv. burn-out klachten, overspannenheid en/of een depressie, waarbij zij middels therapie en de rust van de locatie kunnen werken aan hun herstel; ▪ er wordt één respijtkamer gerealiseerd en speciaal ingericht t.b.v. gehandicapten en hun mantelzorgers. In het beleid is geen aandacht besteed aan het ontwikkelen van een respijtkamer. In onderhavig planvoornemen is sprake van het bouwen van een bouwwerk. Hierbij moet rekening gehouden worden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. Het initiatief is dusdanig kleinschalig en wordt op een dusdanige manier gerealiseerd dat na-ijlende effecten van de steenkoolwinning in dit gebied niet te verwachten zijn.
Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de Provinciale Omgevingsvisie.
3.2.2
Klimaatadaptatie
Klimaatverandering vergroot de kans op onder andere overstromingen, wateroverlast en langdurige perioden van droogte. Alle overheden hebben in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie afgesproken klimaatadaptief te handelen en ernaar te streven de inrichting van Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te laten zijn.
Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 17
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
Onderhavig planvoornemen voorziet in een klein bebouwingsoppervlak binnen een groter groen perceel. Uit de kaarten van de Klimaateffectatlas blijkt dat de locatie vrijwel geen overstromingsgevaar is en dat ook wateroverlast op de locatie vrijwel uitgesloten is. De groene inrichting en de ligging in het groen zorgen er ook voor dat water op de locatie zeer goed kan infiltreren en daarmee de kans op wateroverlast verkleind wordt. Daarnaast zorgt de groene inrichting en omgeving voor een situatie waarin water goed in de bodem vastgehouden kan worden. Uit de kaarten van de Klimaateffectatlas blijkt ook dat het risico op droogtestress op de locatie laag is. Initiatiefnemer heeft desalniettemin een plan opgesteld over de wijze waarop hij op de onderhavige locatie invulling wenst te geven aan het thema klimaatadaptie. De oprichting van Zorgboerderij Bronsgroener-Hof vraagt om een ontwikkeling die niet alleen duurzaam is, maar ook toekomstbestendig. De locatie, gelegen op een weiland aan de rand van een natuurgebied, brengt unieke kansen en uitdagingen met zich mee. Klimaatverandering leidt wereldwijd tot meer extremen, zoals hevige regenval, langere periodes van droogte, en toenemende hittestress. Deze ontwikkelingen vragen om een ontwerp en inrichting die veerkrachtig zijn tegen deze veranderende omstandigheden en tegelijkertijd de omliggende natuur versterken.
Met klimaatadaptatie als integraal onderdeel van het plan wordt niet alleen een duurzame en biodiverse omgeving gerealiseerd, maar wordt ook bijgedragen aan de robuustheid van het landschap en het welzijn van de gebruikers van de zorgboerderij. Door maatregelen zoals watermanagement, biodiversiteitsbevordering, en het verminderen van hittestress, wordt Bronsgroener-Hof een voorbeeldproject dat natuur en mens op harmonieuze wijze verbindt. De verdere uitwerking van dit onderdeel is weergegeven in bijlage 10. Klimaatadaptatie vormt hiermee geen belemmering voor de realisatie van dit plan.
3.2.3
Provinciale omgevingsverordening 2014
Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg in werking getreden. In deze verordening is het provinciaal beleid nader uitgewerkt in regelgeving. Het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening 2014 zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. In het POL 2014 is een toelichting gegeven op de gemaakte keuzes voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. De ruimteverordening richt zich tot de gemeentebesturen. De instructies die in dit hoofdstuk staan moeten door de gemeentebesturen in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen en beheer verordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. De ruimteverordening heeft dus geen rechtstreekse werking naar burgers en bedrijven, zoals dat voor de meeste andere hoofdstukken van de Omgevingsverordening 2014 wel het geval is. Omdat het hoofdstuk ruimte geen rechtstreekse doorwerking heeft is dit opgenomen onder het provinciaal beleid.
18
Locatie
Afbeelding 8, uitsnede provinciaal omgevingsplan met aandachtsgebieden.
Er zijn onderdelen uit de provinciale omgevingsverordening van belang voor de gevraagde ontwikkeling. Het betreffen de het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg en Stiltegebieden.
Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Het Nationaal landschap Zuid-Limburg (NLZL) benadrukt het unieke karakter van het typische heuvellandschap en de relatie tussen stad en land; een landschap waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Het unieke karakter van dit landschap met plateaus, hellingen en dalen is samen te vatten in vier landschappelijke kernkwaliteiten: reliëf, groen karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het contrast tussen open en besloten. Deze vier kernkwaliteiten bepalen samen het landschappelijk beeld van het nationaal landschap Zuid-Limburg. Dal van de Roode beek Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied dal van de Roode Beek. Het dal van de Roode Beek is een licht glooiend gebied dat gevormd is door een beek afkomstig vanaf de hooggelegen, zandige Brunssummerheide met kenmerkend roodgekleurd ijzerrijk water. Na Schinveld stroomt de grensbeek in een brede en platte dalbodem, via een omweg door Duitsland, naar de uitmonding in de Geleenbeek. De bovenloop van de Roode Beek loopt door sterk bebost en droog gebied waar de waterloop in een venig, moerassig en ecologisch waardevol brongebied ligt. De lagergelegen vennen, voorbij het ontkluiste gedeelte in Schinveld, zijn recent weer aanzienlijk vernat door de aanleg van poelen en de hermeandering van de waterloop.
Bijzonder in dit gebied zijn de vele kwelgebieden waar door de druk van de hoger gelegen plateau’s het grondwater omhoog komt. Cultuurhistorisch gezien is de invloed van het grensgebied groot. Zo boden schansbergen in het verleden een veilige schuilplaats in het moeras tegen plunderende vijandige troepen. Restanten van deze schansen zijn nog altijd te herkennen in het huidige landschap. Door het grote bosareaal en stedelijk oppervlak kent de bovenloop een besloten karakter terwijl richting de Duitse grens het zicht aanzienlijk breder wordt, al dan niet begrenst door lijnvormige beplanting. Bijzonder op dit plateau is het lokaal dagzomen en de winning van de harde Kunradersteen die veelvuldig als bouwsteen in de lokale historische architectuur terug te vinden is. Vanaf het geologisch monument ‘De Vrouwenheide’, gemarkeerd door de eveneens monumentale windmolen, zijn brede vergezichten mogelijk. Dit zowel in de richting van het Heuvelland en België als tot ver in de Duitse Eifel.
Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 19
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
Afbeelding 9, Deelgebied Dal van de Roode Beek
Om te komen tot behoud, beheer en ontwikkeling van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en een vergroting van de belevingsmogelijkheden dienen onderstaande 10 kernwaarden van de regiovisie Zuid-Limburg en bestaande landschappelijke studies als uitgangspunt. De tien kernwaarden bestaan uit de vier landschappelijke kernkwaliteiten aangevuld met zes sociaaleconomische waarden. Kernkwaliteiten landschap 1. Reliëf De diversiteit van het aardoppervlak waarop mens, plant en dier zich vestigden en de hieraan gekoppelde plantaardige, dierlijke en menselijke kwaliteiten. De diversiteit is in eerste instantie ontstaan door de insnijding van talrijke waterlopen zoals Maas, Jeker, Voer, Geul, Gulp, Geleenbeek, Worm en Roode Beek. Hierdoor werd reliëf gevormd in een overwegend vlak en droog gebied, trad het grondwater uit in allerlei bronnen en kwamen grondstoffen, zoals vuursteen, kalksteen, zand en grind bloot te liggen. Deze werden in verschillende tijden door de mens gebruikt, zoals bijvoorbeeld bij de wereldberoemde vuursteenmijnen, de onderaardse kalksteengroeven en de Romeinse wegen. Het voorkomen van talrijke zeldzame en alleen hier voorkomende soorten zijn vaak het rechtstreeks het gevolg van de vele gradiënten in dit gebied (overgangen in reliëf, microklimaat en ondergrond). Daarnaast biedt het reliëf een inkijk in de ontstaansgeschiedenis van dit gebied.
Afbeelding 10, Reliëf ter plaatse van het plangebied
De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op het aanwezige reliëf, deze kwaliteit blijft op de locatie onveranderd behouden. Het perceel wordt opgehoogd (aan de voorzijde) en geëgaliseerd om het plan te kunnen verwezenlijken.
20
2. Cultuurhistorisch erfgoed Door de diverse waterlopen, vitale grondstoffen, het reliëf, de vruchtbare bodem en de vlakkere delen is dit gebied van oudsher vrijwel onafgebroken bewoond door de mens: van (pre)Neanderthalers, de eerste Bandkeramiek boeren, de Kelten, Romeinen, Merovingers en Karolingers via de Middeleeuwen tot nu toe. Zuid-Limburg kent daarmee een oud en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed met veel archeologische en cultuurhistorische objecten en elementen. De bewaard gebleven landschapselementen zijn met name kenmerkend voor het Zuid-Limburgse kleinschalige lösslandschap en komen elders in ons land weinig voor. De voorliggende ontwikkeling zorgt qua inpassing voor een positief effect op het cultuurhistorisch erfgoed. Niet alleen worden de bewaard gebleven landschappelijke waarden behouden, ook worden deze door aanplant van een meidoornhaag en hoogstamfruitbomen met een grote verscheidenheid aan rassen versterkt en gegarandeerd. 3. Groen karakter In samenhang met de ondergrond, reliëf, bodemgebruik en klimaat heeft Zuid-Limburg nationaal uniek voorkomende planten en diersoorten en leefgemeenschappen die bijdragen aan het groene karakter, zoals o.a. bronbossen, hellingbossen, kalkgraslanden, heischrale graslanden, moerassen en nat schraalgrasland in kwelzones, bronnen met kalkrijke kwel en akkercomplexen met typisch Zuid-Limburgse akkerfauna.
Er vinden ontwikkelingen plaats ter plaatse van het huidige perceel landbouwgrond (grasland). De kans dat hier natuurwaarden verdwijnen is nihil zeer gering, aangezien de locatie jarenlang gereguleerd is door de mens. Door de aanplant van hoogstambomen en overig fruit, struiken en hagen en de inrichting van een bloemenweide, wordt het groene karakter uitgebreid en versterkt. Ook wordt er kleinschalig kippen en konijnen gehouden van oude Limburgse rassen en bijen voor natuurlijke honing en de bevruchting van het fruit. Er is bijzondere aandacht voor oude rassen en soorten. Voorts wordt de biodiversiteit van het bos in nauwe samenwerking met de plaatselijke IVN-vereniging en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten bevorderd, waardoor een oerbos wordt ontwikkeld. 4. Open-besloten Een karakteristieke visueel-landschappelijke waarde voor Zuid-Limburg is de openheid van de plateaus versus de beslotenheid van dorpen en dalen. Op de open plateaus liggen de woonkernen in een schil van heggen en hoogstamboomgaarden. De (droog)dalen en de daarbij horende hellingen hebben door de begroeiing, de talrijke kleine landschapselementen en het cultuurhistorisch erfgoed een sterk besloten karakter. Dit vergroot de diversiteit en aantrekkelijkheid van het gebied. De voorliggende ontwikkeling zorgt qua inpassing voor een onveranderd effect op de kwaliteit open-besloten.
De aanwezige landschappelijke waarden blijven behouden, ook worden deze door aanplant en ontwikkeling verder versterkt. Dit geeft de locatie eenzelfde soort besloten karakter als in de vigerende situatie het geval is. Kernwaarden sociaal-economisch 5. Bereikbaarheid De bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied via water, spoor, lucht, weg, openbaar vervoer, fietsen en wandelen (over boerenland). De verkeer aantrekkende werking van het project bestaat hoofdzakelijk uit verkeer dat op de locatie moet zijn. Autoverkeer komt via de N274 en Duitsland (Gangelt) of via Brunssum over de Heringsbosch naar het project. Langzaam verkeer (fietsers en wandelaars) kan via de kern Schinveld, de Schinveldse bossen en Heringsbosch het project bereiken. Het project leidt tot een zeer beperkte toename van verkeersbewegingen. Zie verder paragraaf 4.8(Verkeer en infrastructuur). De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 21
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
bereikbaarheid. Cliënten / dagbesteders zullen met een bus (personenvervoer) naar de locatie vervoert en retour gebracht worden. 6. Grondgebonden landbouw Karakteristiek voor de regio is de aanwezigheid van een grondgebonden land- en tuinbouwsector, met vnl. akkerbouw, melkveehouderij en fruitteelt, maar ook de productie van streekproducten, zoals wijn, stroop, kaas, fruit, bier, vlaai en vlees. De voorliggende ontwikkeling heeft een positief effect op de grondgebonden landbouw. Zorgboerderij Bronsgroener-Hof maakt gebruik van grondgebonden land- en tuinbouwactiviteiten op kleinschalig niveau, waarbij alle producten op de projectlocatie worden geconsumeerd, verwerkt of rechtstreeks aan de streekproducten Retail worden afgezet. 7. Metropolitane binnentuin De ligging van een oud niet-verstedelijkt cultuurlandschap te midden van een sterk verstedelijkte stedenring. Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is gelegen binnen de (Euregionale) metropool Luik-Eupen-Aken-Parkstad-Sittard-Genk-Hasselt-Maastricht en is onderdeel van het grensoverschrijdende Drielandenpark. Voor toeristen, bewoners en bezoekers is de afwisseling tussen natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten in zowel het stedelijk als het landelijk gebied erg aantrekkelijk. De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de metropolitane binnentuin.
De afwisseling tussen natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten blijft behouden en wordt zelfs versterkt door de aanplant, ontwikkeling en gegarandeerd behoud van het groen alsmede de landschappelijke inpassing van het project. 8. Beleving Bijzonder zijn de binnen korte afstanden aanwezige complementaire voorzieningen, zoals winkelen, museumbezoek, stadsbezoeken, grootschalige verblijfs- en dagrecreatie in de steden alsook rust, wandelen, fietsen, Leisure, adventure, digitale beleving en kleinschalige verblijfsrecreatie en dagrecreatie op het platteland. De voorliggende ontwikkeling heeft een positieve invloed op de beleving door de aanwezige mogelijkheden voor rust en herstel voor cliënten, die kunnen recreëren in het groen. Verder zijn er binnen de regio ruime mogelijkheden aanwezig voor dagrecreatieve activiteiten. 9. Cultureel aanbod In het gebied komen op korte afstand verschillende (internationale) culturen voor met in ieder gebied authentieke gebruiken en tradities. De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op het cultureel aanbod. Deze kwaliteit blijft op de locatie onveranderd behouden. 10. Leefbaarheid De regio wordt gekenmerkt door levendige kernen met een authentiek, gastvrij en bourgondisch karakter, waar het goed vertoeven en aantrekkelijk wonen is.
Voor een beschrijving van de kernkwaliteiten en een globale ruimtelijke duiding wordt verwezen naar de Omgevingsverordening. Het beschermingsgebied binnen het Nationaal Landschap is het gebied waar behoud, beheer en ontwikkeling van de kernkwaliteiten aan de orde is. Voor de begrenzing is gekozen voor die delen van Zuid-Limburg waar de kernkwaliteiten in een logische landschappelijke eenheid in de hoogste dichtheden voorkomen (Heuvelland) en de begrenzing niet te laten overlappen met andere gebieden waar specifieke gebiedsprogramma’s en duidingen gelden (Grensmaas). De voorliggende ontwikkeling heeft een positieve invloed op de leefbaarheid. De locatie wordt een plek met een gastvrij karakter, waar mensen komen voor herstel dan wel het opdoen van nieuwe levensenergie in een overwegend groene omgeving.
22
Stiltegebieden Op de locatie waar het stiltegebied gelegen is, het meest westelijke deel van het projectgebied, is een deel van het aanwezige bos gelegen als een deel van de tuin behorende bij de zorgboerderij. Binnen het bosgebied worden geen nieuwe ontwikkelingen gemaakt. Het westelijk deel van de tuin wordt ingericht als bloemenweide, hoogstamboomgaard en fruittuin (o.a. zacht fruit en druiven). Deze activiteiten hebben geen negatieve invloed op het stiltegebied, omdat rust en stilte een hoofdthema vormt voor de exploitatie van zorgboerderij Bronsgroener-Hof. De openingstijden van de zorgboerderij met betrekking tot de dagbesteding en de in- en uitchecktijden van de respijtkamer vallen ruim binnen de openingstijden van de Schinveldse bossen, zoals vastgelegd in de APV van de gemeente Onderbanken, opgegaan in de gemeente Beekdaelen. In de APV (artikel 2:45A lid 1) is vastgelegd dat het verboden is het aangewezen gebied van de Schinveldse bossen te betreden van 22.00 uur tot 06.00 uur gedurende de zomertijd en van 20.00 uur tot 06.00 uur gedurende de wintertijd. De waarde ‘stiltegebied’ blijft onverminderd op de locatie liggen. Vrijetijdseconomie Na de vaststelling van POL2014 zijn de gemeenten in regionaal verband aan de slag gegaan met de uitwerking van acht thema’s, waaronder het thema vrijetijdseconomie.
In de regio Zuid-Limburg heeft dit geresulteerd in regionale bestuursafspraken. Die afspraken zijn een belangrijke mijlpaal op weg naar het realiseren van ambities uit POL 2014 en het gezamenlijk aanpakken van de grote maatschappelijke opgaven waar Limburg voor staat. De afspraken gaan vooral over regionale afstemming van initiatieven. In de regio Zuid-Limburg is de themagroep vrijetijdseconomie (VTE) opgericht. Deze themagroep beoordeelt initiatieven en geeft een advies vanuit het perspectief van een goed functionerende recreatief-toeristische sector en de daarbij behorende randvoorwaarden. In artikel 2.4.6, derde lid, van de Omgevingsverordening Limburg is de volgende regeling met betrekking tot vrijetijdseconomie opgenomen: Een ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.4 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 3.
De beoogde zorgboerderij met respijtkamer betreft een uniek concept, waarbij de respijtkamer primair niet wordt ingezet voor de recreatieve sector, maar voor de zorgsector. Het betreft een aanvulling op de zorg en de belangrijkste doelgroepen zijn gehandicapten en mantelzorgers. Voorts is voor de oprichting van een respijtkamer op basis van de gemaakte bestuursafspraken een melding vereist, doch geen afstemming. Het unieke karakter en de kleinschaligheid van het project als ”recreatief” zorgverblijf, zorgt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten voor vrijteijdseconomie. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de 10 kernwaarden van de regiovisie Zuid-Limburg en in het bijzonder de vier kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Het initiatief past goed binnen deze regiovisie. 3.2.4
Omgevingsverordening Limburg 2021
De provincie Limburg heeft de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld op 16 december 2021. Dit vormt een belangrijke stap om te komen tot de herziening van de nu nog geldende verordening. Met deze Omgevingsverordening wordt aangesloten bij de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De inhoud van de Omgevingsverordening (2021) verschilt inhoudelijk niet veel van de Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 23
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
huidige Omgevingsverordening (2014). Het betreft, zoals de provincie zelf ook aangeeft, een grotendeels beleidsneutrale omzetting van de huidige omgevingsverordening. 3.2.5
Cultuur Historische Waardenkaart Limburg
De inventarisatie gegevens van de Cultuur Historische Waardenkaart hebben een informatieve en signaleringsfunctie en maken de informatie zichtbaar die momenteel voorhanden is over de Limburgse cultuurhistorie. Ze vormen zo de startdocumenten om te komen tot een integrale cultuurhistorische waardenkaart voor de provincie Limburg. Zij kunnen ertoe bijdragen om de cultuurhistorische dimensie te betrekken bij ruimtelijke, toeristische en culturele ontwikkelingen en voornemens. De Cultuur Historische Waardenkaart bestaat uit de volgende onderwerpen: ▪ Archeologie ▪ Bouwkunde ▪ Historische geografie Bouwkunde De bouwkundige gegevens zijn onderverdeeld in: kapellen, kruisen, beelden, beschermde dorpsgezichten, monumenten, rijksmonumenten en monumenten inventarisatie project. De gegevens over het bouwkundige erfgoed zijn in de Cultuur Historische Waardenkaart aangegeven. voor zover bekend. Het betreft hier de beschermende indicators als jaargang, typologie, architectuurstijl, karakteristiek, authentiek en plaatselijke kenmerken. Historische geografie Het betreft hier de volgende gegevens: cultuurhistorische elementen, cultuurhistorisch landschap, grenzen brede stroken, gemeenten 1860, groeves en nederzettingen.
Het gaat hier om de nog aanwezige historische elementen in het landschap zoals oude wegen, oude verkavelingpatronen en oude akkergrenzen, bouwwerken zoals vestingwerken, groeves, watermolens, kastelen of resten van kastelen. Aangaande de regio Zuidlimburg is actualisatie op onderdelen noodzakelijk en de gegevens hiervan zijn gebaseerd op een onderzoek uit 1988. Het onderzoek betreffende de regio Noord en Midden Limburg is van recentere datum (dr. J. Renes, Landschappen van Maas en Peel uit 1999). De historische landschappen geven een overzicht van de omvang van de steden en dorpen in de periode 1806-1840 en geeft tevens aan welke gebieden toen ontgonnen en in gebruik genomen waren. Ook is aangegeven welke gebieden in de periode 1840-1890 ontgonnen zijn en welke gebieden na 1890 ontgonnen zijn: oude en jonge cultuurlandschappen. Archeologische waarden Uitgangspunt is het archeologisch erfgoed in situ (op de oorspronkelijke vindplaats) te beschermen. Op Europees niveau is daarvoor door het Rijk het Verdrag van Malta ondertekend en zijn verplichtingen aangegaan. Voor archeologisch waardevolle terreinen, zoals aangegeven op de Archeologische monumentenkaart Limburg en voor gebieden met een (middel)hoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, moeten bij voorgenomen ruimtelijke activiteiten de archeologische waarden door middel van vooronderzoek in kaart worden gebracht.
De gegevens over de archeologie zijn onderverdeeld in: ▪ Archeologische monumenten Deze bevatten de rijksmonumenten en de te beschermen archeologische monumenten en terreinen, die van hoge archeologische waarde of betekenis zijn. ▪ Grens Via Belgica Deze grens geeft globaal de breedte aan waar het tracé van deze Romeinse weg is aangelegd. ▪ Historische dorpskernen Dit bevat de beschermende dorpsgezichten en historische buitenplaatsen. ▪ IKAW (indicatieve archeologische waarden) Deze zogenaamde archeologische verwachtingskaart geeft een gebiedsindeling in drie
24
categorieën op basis van de verwachting van archeologische vondsten (gebieden met een lage, midden, danwel een hoge archeologische verwachting). Zie paragraaf 4.4 voor de toetsing.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg De intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg 'Ruimte voor park & stad' beoogt de missie van Parkstad Limburg te verwezenlijken, namelijk: het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. De intergemeentelijke structuurvisie biedt hiervoor een inspiratiebron, maar ook een ruimtelijk planologisch kader waarbinnen ontwikkelingen plaats kunnen vinden. De doelstelling komt tot uitdrukking in twee lijnen die als rode draad door de visie lopen: de ontwikkelingslijn en de beheer- en sturingslijn. Beide lijnen hebben een gezamenlijk startpunt in pijlers en de daarop gebaseerde 'Visie 2030'. Daarna splitsen deze lijnen zich in de ontwikkelingskaart en de beheer- en sturingskaart. De ontwikkelingslijn bevat strategieën, ambities en ontwikkelafspraken om onder de vlag van de regio tot ruimtelijke-economische ontwikkelingen te komen. Ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de groei en ontplooiing van de regio als één geheel. De ontwikkelingslijn is gericht op het realiseren van projecten en programma's op een aangewezen plaats: de wie-, wat- en waar-vragen.
De beheer- en sturingslijn bevat de ruimtelijke planologische kaders die de basiskwaliteiten van Parkstad Limburg moeten beschermen, die bovengenoemde ontwikkelingen ondersteunen en daarvoor de ruimtelijke spelregels geeft. De beheer- en sturingslijn biedt de kaders en voorwaarden voor de ontwikkelingslijn: de hoe-vragen en onder welke voorwaarden. Op de ontwikkelingskaart maakt de voormalige gemeente Onderbanken, opgegaan in de gemeente Beekdaelen, onderdeel uit van de Noordflank en Oostflank.
Afbeelding 11, uitsnede intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg
Toetsing Het planvoornemen voorziet in het oprichten van het Bronsgroener-Hof op de locatie Heringsbosch (7B) te Beekdaelen. Het plan zal de lokaliteit versterken door planologisch maatwerk met aandacht Ruimtelijke onderbouwing Kenmerk Datum10 december 2018 25
: :
Bronsgroener-Hof, Zorgboerderij NL.IMRO.1954.OVBronsgroenerHof-ON01
voor natuur- en landschapswaarden. Gesteld kan worden dat het voorliggende plan een bijdrage levert aan de kwaliteit van de leefomgeving, zie ook paragraaf 4.6. er is sprake van een van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling welke uitstekend in het landschap wordt ingepast. Het planvoornemen is niet in strijd met dit regionale beleid. 3.3.2
Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL)
De Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg is door de Raad van de gemeente Onderbanken, opgegaan in de gemeente Beekdaelen, vastgesteld op 7 december 2017. Deze gezamenlijke visie van 18 Zuid-Limburgse gemeenten heeft tot doel om te komen tot een toekomstbestendige ruimtelijke structuur voor winkels, kantoren en bedrijventerreinen. Het project behoort niet tot deze doelgroepen. Het is gelegen in het buitengebied en heeft een kleinschalig van karakter. 3.3.3