Bijlage 2/3: Toelichting BP Valkenburgerweg 69
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 4 1.1 Algemeen........................................................................................................................................ 4 1.2 Begrenzing plangebied ................................................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................................ 5 1.4 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 7 2 Wettelijk kader 9 2.1 Europees en Rijksbeleid.................................................................................................................. 9 2.2 Provinciaal en regionaal beleid .................................................................................................... 16 2.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 24 3 Beschrijving plangebied
26
4 Planbeschrijving 32 4.1 Algemeen...................................................................................................................................... 33 4.2 Bouwplan woonzorgcomplex ....................................................................................................... 33 4.3 Parkeren ....................................................................................................................................... 37 5 Milieuplanologische aspecten 39 5.1 Water ............................................................................................................................................ 39 5.2 Ecologie ........................................................................................................................................ 43 5.3 Geluid ........................................................................................................................................... 44 5.4 Bodem .......................................................................................................................................... 45 5.5 Externe veiligheid .........................................................................................................................
46 5.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 48 5.7 Archeologie................................................................................................................................... 49 5.9 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................................................... 50 5.10 Molenbiotoop ............................................................................................................................. 52 5.11 Overige milieuhinder .................................................................................................................. 53 5.12 Kabels en leidingen ..................................................................................................................... 53 6 Het bestemmingsplan 54 6.1 Feitelijke planopzet ...................................................................................................................... 54 6.2 Juridische planopzet ..................................................................................................................... 54 7 Financiële uitvoerbaarheid
57
8 Handhavingsparagraaf
58
9 Communicatieparagraaf 59 9.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro ........................................................................ 59 9.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro .......................................................................................................... 59 Bijlage 1 Nota van Zienswijzen ........................................................................................................... 60
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 2 -
Toelichting
Separate bijlagen: d 1) Infiltratieadvies Hoek Boschweg/Valkenburgerweg te Nuth, Geonius, rapportnummer GA211894.R01.V1.0; 2) AERIUS-berekening woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 te Nuth, Planologisch Advies, rapportnummer VPA 2021.77 AERIUS, d.d. 02.03.2023;
Vandewall
3) Akoestisch onderzoek locatie Holikiday Nuth, Bureau Geluid, rapportnummer 20214141, d.d. 05.11.2021; 4) Verkennend bodemonderzoek Valkenburgerweg 69 in Nuth, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA210848.R01.V1.0, d.d. 01.12.2021; 5) Onderzoek externe veiligheid Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 te Nuth (effect op het groepsrisico), WSP, rapportnummer SLM018082-R-1-1, versie 1, d.d. 29.09.2022; 6) Onderzoek molenbiotoop woonzorgcomplex Nuth, SPA-WNP Ingenieurs, rapportnummer 22100532.b01, d.d. 10.11.2021; 7) Document ‘Landschappelijke inpassing locatie Boschweg’; 8) Rapportage Quickscanonderzoek ecologische waarden projectlocatie Valkenburgerweg 69 te Nuth, Ecolybrium, rapportnummer 22-1280, d.d. 10.10.2022; 9) M.e.r.-beoordelingsnotitie, kenmerk VPA 2021.77-MER, d.d. 11.10.2022.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 3 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Algemeen Aanleiding Holikiday B.V. (hierna te noemen: de initiatiefnemer) is voornemens op het perceel aan de Valkenburgerweg 69 te Nuth (gronden kadastraal bekend als gemeente Nuth, sectie O, nummers 369, 371, 521 en 522) een woonzorgcomplex te ontwikkelen. In het nieuw te realiseren gebouw worden 23 zorgwoningen voor senioren met een zorgindicatie en een bedrijfs-/dienstwoning (appartement) voor de zorgverleners gerealiseerd. Op dit perceel bevond zich voorheen een tuincentrum. Deze functie is inmiddels beëindigd. De voormalige bedrijfswoning behorende bij het tuincentrum wordt bestemd tot een reguliere woning. Een voormalig bedrijfsgebouw (opslagloods) behorende bij het tuincentrum wordt gesloopt en hier wordt de bouw van een grondgebonden, levensloopbestendige woning mogelijk gemaakt. In het zuidelijke gedeelte van het plangebied bevindt zich een bestaande reguliere woning, welke in het voorliggende bestemmingsplan eveneens tot ‘Wonen’ wordt bestemd. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van 9.365 m². Het plangebied is in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ volledig bestemd tot ‘Gemengd’ en voorzien van de functieaanduiding ‘tuincentrum’. Op basis van deze bestemming en functieaanduiding is de realisering van het beoogde woonzorgcomplex niet mogelijk.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen heeft in haar vergadering van 3 augustus 2021 besloten onder voorwaarden principemedewerking te verlenen aan het initiatief. Om de ontwikkeling van het woonzorgcomplex mogelijk te maken dient derhalve een nieuw bestemmingsplan met een passende juridische regeling te worden opgesteld. Dit bestemmingsplan ligt thans voor. In dit bestemmingsplan worden de in het voorgaande genoemde (bestaande) woningen voorzien van de juiste bestemming (‘Wonen’). Structuur van het bestemmingsplan De structuur van bestemmingsplannen dient conform artikel 3.1.7 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (thans SVBP 2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1954.BPValkenburgerwg69-VA01); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven.
De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1.000. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de zich daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels. Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 4 -
Toelichting
1.2 Begrenzing plangebied d Het plangebied heeft een oppervlakte van 9.365 m² en is gelegen in Nuth, aan de Valkenburgweg 69. De percelen zijn gesitueerd ten zuiden van de kruising Valkenburgerweg-Boschweg. De locatie bevindt zich in de gemeente Beekdaelen, aan de zuidwestzijde van de kern Nuth. De Valkenburgerweg (provinciale weg N298) vormt een belangrijke ontsluitingsweg tussen de ten zuiden van het plangebied gelegen kernen Hulsberg en Aalbeek en Nuth. Ten noordoosten van het plangebied, op een afstand van circa 1,4 kilometer bevindt zich de autosnelweg A76. Op het onderstaande topografische kaartje is het plangebied middels een rode kleur weergegeven:
Overzichtskaartje plangebied
1.3 Vigerend bestemmingsplan De grond waarop het in paragraaf 4.2 beschreven bouwplan wordt gerealiseerd is planologischjuridisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ (vastgesteld door de raad van de toenmalige gemeente Nuth d.d. 05.12.2009). De gemeente Nuth is thans overgegaan in de fusiegemeente Beekdaelen. Het volledige plangebied is bestemd tot ‘Gemengd’ en voorzien van de functieaanduiding ‘tuincentrum’. Tevens is he plangebied voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden:2’. Voorts zijn twee gebiedsaanduidingen op het volledige plangebied van toepassing, te weten: - ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen 2’; - ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Daarnaast is de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding 2’ van toepassing op het overgrote deel van het plangebied. De gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – LPG 2’ is van toepassing op het westelijke gedeelte van het plangebied.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 5 -
Toelichting
Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ weergegeven. De begrenzing van het plangebied is middels een d rode omlijning weergegeven:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’
In het navolgende wordt per bestemming en aanduiding kort toegelicht welke doeleinden zijn toegestaan. Enkelbestemming ‘Gemengd’ De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: - bestaande reeds ter plaatse gevestigde voorzieningen, zoals op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering; alsmede daarvoor in de plaats tredende: - kleinschalige maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen; - dienstverlening; - maatschappelijke doeleinden; - kleinschalige kantoren (met een bedrijfsvloeroppervlak van maximaal 150 m²); - consumentverzorgende en kleinschalige bedrijven; - wonen; - tuincentrum, ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’; - horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’; (*) - duurzaam bodem- en waterbeheer, tevens wateropvang/buffering en infiltratie. Zolang deze qua aard en afmeting passen binnen het benodigde voorzieningenniveau bij de omvang van de (kleine) kern. (*): deze aanduiding is niet van toepassing op het plangebied. Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen 2’ Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding leidt de aanwezigheid van transportassen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen tot inachtneming van een aandachtsgebied voor het groepsrisico in het Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 6 -
Toelichting
kader van de externe veiligheid. Binnen deze veiligheidszone (buiten de 200 meterzone vanuit de transportas, in het onderhavige geval de Valkenburgerweg), geldt een verantwoordingsplicht voor d het groepsrisico die uitsluitend de beschouwing en verantwoording van de gevolgen voor het voorgenomen besluit voor de mogelijkheden van rampenbestrijding en de zelfredzaamheden van de mensen omvat. Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding mogen geen bouwwerken worden opgericht die de windvang van de molen in onevenredige mate aantasten. Uitgangspunt hierbij is dat de optimale windvang tot maximaal 5% mag worden beperkt. In het onderhavige geval betreft het een molen die op circa 80 meter ten noordwesten van het plangebied is gesitueerd. De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met de aanwezigheid van deze molen is beschreven in paragraaf 5.10 van deze toelichting. Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding 1’ Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding 2’ Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding leidt de aanwezigheid van een buisleiding voor het vervoer van gevaarlijke stoffen tot inachtneming van een aandachtsgebied voor het groepsrisico in het kader van de externe veiligheid.
Binnen deze veiligheidszone geldt een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico die een berekening omvat. Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – LPG 2’ Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding leidt de aanwezigheid van een LPG-tankstation tot inachtneming van een aandachtsgebied voor het groepsrisico in het kader van de externe veiligheid. In het onderhavige geval betreft dit het LPG-tankstation aan de Valkenburgerweg 81, dat op circa 90 meter ten zuidwesten van het plangebied is gesitueerd. Ter plaatse van de gronden welke gelegen zijn binnen deze gebiedsaanduiding wordt geen bouw of vestiging van kwetsbare of beperkt objecten voorzien en daarnaast wordt door de hoogte van het groepsrisico de orïentatiewaarde niet overschreden. Hierdoor bestaat er vanuit het groepsrisico geen belemmering voor de ruimtelijke besluitvorming. De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met de bepalingen met betrekking tot externe veiligheid is beschreven in paragraaf 5.5 van deze toelichting. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De ontwikkeling van het beoogde woonzorgcentrum is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het plan voorziet in een maatschappelijke woonvorm, bestaande uit 23 zorgwoningen en een bedrijfswoning (appartement). Deze appartementen betreffen allemaal zelfstandige wooneenheden.
Op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn binnen het plangebied maximaal twee woningen toegestaan. Bovendien past de beoogde bebouwing niet binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak en de bouwregels behorende bij de bestemming ‘Gemengd’. Het beoogde bouwplan is derhalve niet uitvoerbaar op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’.
1.4 Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit negen hoofdstukken, waarvan de indeling heeft plaatsgevonden in dit hoofdstuk. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven en wordt afgewogen of de voorliggende ontwikkeling van het voorliggende bouwplan daarbinnen inpasbaar is. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 4 worden de Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 7 -
Toelichting
bebouwingsmogelijkheden die in het voorliggende bestemmingsplan zijn opgenomen kort uiteengezet. In hoofdstuk 5 komen de milieuplanologische aspecten aan de orde. Hoofdstuk 6 d handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komt de financiële uitvoerbaarheid aan de orde en hoofdstuk 8 bevat een handhavingsparagraaf. Deze toelichting wordt afgesloten met een communicatieparagraaf in hoofdstuk 9. Hier is aangegeven welk communicatietraject is doorlopen en wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierbinnen komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de eventueel ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 8 -
Toelichting
2 Wettelijk kader
d
2.1 Europees en Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1) De langere periodes van droogte die Nederland de afgelopen jaren meemaakt, maakt het urgent dat het watergebruik beter wordt afgestemd op het beschikbare water en dat water langer wordt vasthouden. De keuzes hiervoor dragen bij aan een klimaatbestendige inrichting in 2050, waarmee Nederland wordt voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging. Ook de energietransitie vraagt nu al keuzes waarbij rekening moet worden houden met effecten op de lange termijn. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe. Dan zijn veel meer aanpassingen aan de infrastructuur voor energie nodig. Ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij inpassing van de energie-infrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. 2) In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt gewerkt aan maatregelen om de gevolgen voor de economie zoveel mogelijk te beperken. De ambitie voor de langere termijn is het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.
Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. 3) Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied plaats, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte. Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 9 -
Toelichting
4) De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van de natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder d druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Let wel: het Rijk eigent zich geen centraliserende rol toe. Integendeel, de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen gezamenlijk. Onderhavig plan Voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan kent de Nationale Omgevingsvisie geen relevante bepalingen. Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG).
Deze richtlijnen hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke EU-lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura2000’. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet zijn de provincies het bevoegd gezag binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Onderhavig plan Soortenbescherming Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is een ecologische quickscan uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan zijn beschreven in paragraaf 5.2 van deze toelichting. Gebiedsbescherming Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde omringd door delen van het Natura2000gebied ‘Geleenbeekdal’. De kortst gemeten afstand tussen het plangebied en een gedeelte van dit Natura2000-gebied bedraagt circa 310 meter.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 10 -
Toelichting
Op de onderstaande afbeelding is het plangebied middels een rode stip aangeduid. De delen van het Natura2000-gebied ‘Geleenbeekdal’ zijn dmiddels een groene kleur weergegeven:
plangebied
Kaartje Natura2000
Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is in het kader van de gebiedsbescherming een AERIUS-stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De resultaten van de berekening zijn opgenomen in paragraaf 5.2 van deze toelichting. Europese Kaderrichtlijn Water (Waterwet) In het jaar 2000 is de nieuwe Europese Kaderrichtlijn water in werking getreden. Het doel van deze richtlijn is de vaststelling van een kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater in de Europese Gemeenschap. Uitgangspunten zijn: een gebiedsgerichte aanpak, waarbij wordt uitgegaan van een indeling in stroomgebieddistricten; het uitwerken van maatregelen, onder meer uitgaande van een gecombineerde aanpak door beperking van verontreiniging aan de bron door middel van emissiegrenswaarden en door het vastleggen van milieukwaliteitnormen; het bereiken van de milieukwaliteitdoelstellingen, namelijk de goede ecologische toestand voor het oppervlaktewater en de goede chemische toestand voor het grondwater; het behoeden van aquatische ecosystemen en de hiervan afhankelijke wetlands en terrestrische ecosystemen voor verdere achteruitgang; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; het leveren van een bijdrage aan de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte.
Verschillende doelstellingen uit de Kaderrichtlijn zijn opgenomen in het Nationaal Waterplan en verankerd in de Waterwet (2009) en het bijbehorende Waterbesluit. Onderhavig plan Voor het onderhavige plangebied zijn daardoor vanuit de Europese Kaderrichtlijn geen gevolgen te verwachten, die niet ook vanuit andere nationale wet- en regelgeving voortkomen.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 11 -
Toelichting
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (thans NOVI) vastgesteld dat d voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Onderhavig plan Er zijn ten behoeve van onderhavig bouwplan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking (Bro, artikel 3.6, lid 2) is per 1 oktober 2012 in het Bro opgenomen.
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen op basis van deze ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De motivering van de duurzame verstedelijking voor het onderhavig plan is onderstaand weergegeven. Ladder voor duurzame verstedelijking Bij ruimtebesluitvorming geldt een voor de praktijk belangrijke motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht omdat, indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd. Voor deze onderbouwing dient de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. Onderhavig plan Stedelijke ontwikkelingen De ladder van duurzame verstedelijking is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen die plaatsvinden buiten het bestaand stedelijk gebied van een gemeente. De definitie van een ‘stedelijke ontwikkeling’ is beschreven in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ staat in dit artikel als volgt omschreven: “Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.
Voorvraag: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Alvorens het onderhavige bouwplan te toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dient eerst de voorvraag te worden beantwoord: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO)? Een NSO is een ruimtelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens jurisprudentie is de Ladder van toepassing op functieveranderingen en nieuwbouw van een ‘zekere omvang’. Het onderhavige plan voorziet in de realisering van een woonzorgcomplex met 23 zelfstandige zorgwoningen en een bedrijfs-/dienstwoning voor de zorgverleners. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de volgende ontwikkelingen niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren: enkele gebouwen voor verblijfsrecreatie, de aanleg van een weg, een windpark met 35 windturbines, een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van maximaal 400 m² en 11 woningen. Op basis van deze casuïstiek mag worden aangenomen dat Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 12 -
Toelichting
het realiseren van het voornoemde zorgcomplex moet worden gezien als een NSO. De ladder voor duurzame verstedelijking dient derhalve te dworden doorlopen. Volgens artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Behoefte Het plan voorziet in 23 zelfstandige zorgwoningen en een bedrijfs-/dienstwoning voor de zorgondernemer die het woonzorgcomplex exploiteert. De zelfstandige zorgwoningen zijn expliciet bedoeld voor mensen met een zorgindicatie. Eén van de grootste opgaven vanuit de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL, zie tevens paragraaf 2.2) is een gevolg van de ontwikkelingen in (het scheiden van) wonen en zorg. De vergrijzing in Zuid-Limburg heeft het effect dat er steeds meer ouderen afhankelijk worden van zorg. De organisatie en financiering van de zorgsector is sinds 2015 drastisch veranderd door de decentralisatie van de zorgsector. Dit heeft tot gevolg dat mensen met een zorgvraag deze zelfstandig moeten regelen.
In de praktijk betekent dit dat mensen genoodzaakt worden thuis te blijven wonen of zelf naar geschikte huisvesting op zoek moeten gaan. Dit houdt in dat de betrokken doelgroepen minder kunnen doorstromen naar een intramurale voorziening. Vanwege de vergrijzende bevolking in Limburg zal het aantal zorgbehoevenden toenemen en zal de vraag naar zorggeschikte huisvesting stijgen. Gemeenten dienen op deze ontwikkeling tijdig te anticiperen om aan de verwachte woonbehoefte voor deze doelgroep te kunnen voldoen. Daarnaast wordt verwacht dat ook mensen die vanwege hun medische indicatie in aanmerking komen voor intramurale zorg, deze niet direct kunnen krijgen. Vanwege het Rijksbeleid zijn diverse zorginstellingen gesloten, waardoor het aanbod is gedaald. Daarnaast worden bewoners van intramurale instellingen gemiddeld ouder, waardoor de doorstroming ook vertraagt. De druk om de resterende instellingen voor zware zorg te behouden zal hierdoor toenemen. Vanuit de SVWZL betekent dit concreet dat de volgende woon-zorgalternatieven nodig zijn: 1. er dienen kwalitatief voldoende woningen te zijn om mensen met een lichte zorgvraag te kunnen huisvesten (ZZP (Zorg Zwaarte Pakket) 1 en 2); 2.
er dienen kwalitatief voldoende zorggeschikte woningen te zijn om mensen effectief langer thuis te laten wonen met een zwaardere zorgvraag (met een op basis van de huidige indicatietoewijzing vanaf ZZP3 dan wel een zorgprofiel dat hiermee overeenstemt); 3. er dient voldoende (kwantitatief) aanbod zorgwoningen te zijn voor de categorie extramurale zorgvragers met een op basis van de huidige indicatietoewijzing vanaf ZZP3 dan wel een zorgprofiel dat hiermee overeenstemt (verzorgd geclusterd wonen); 4. er dient ook voldoende aanbod aan intramurale zorglocaties te zijn voor mensen met een zwaardere zorgindicatie (ZZP5 en hoger). Hoewel de bezetting van zorgvastgoed als gevolg van de extramuralisering tijdelijk daalt, zal deze bezetting in de toekomst toenemen vanwege de vergrijzing en de vergroting van het aantal huishoudens met een grote zorgvraag, en; 5. de vraag naar zorggeschikte woningen zal ook gevolgen hebben voor de (stijgende) vraag naar huurwoningen. In het voorliggende plan worden woningen gerealiseerd voor mensen vanaf ZZP4; dit betreft dus de zwaarder geïndiceerden zoals bedoeld onder de punten 3 en 4. De op basis van het voorliggende bouwplan te realiseren zorgwoningen voorzien derhalve, op basis van de intergemeentelijke SVWZL, in een duidelijke behoefte. Het Andere Wonen Het in dit plan beoogde woonzorgcomplex zal geëxploiteerd worden door Het Andere Wonen.
Het Andere Wonen is een zorg-franchiseformule, die zich richt op kleinschalige projecten in de vorm van geclusterd wonen voor mensen met dementie of een andersoortige zorgvraag. Deze formule voorziet in een woonvorm voor mensen die niet langer zelfstandig thuis kunnen wonen, maar die Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 13 -
Toelichting
niet terecht kunnen in een bejaarden-/ouderentehuis, zoals dit voorheen het geval was. Deze formule is toekomstbestendig, waarbij persoonlijke aandacht, zorg en een veilige en familiaire d sfeer de belangrijkste pijlers zijn. Ook de vorm van wonen is uniek. Iedere bewoner woont in een volwaardig appartement met eigen voordeur, woonkamer met keuken, slaapkamer en badkamer. De woonzorgcomplexen van Het Andere Wonen worden gerund door een ondernemersechtpaar dat op de locatie woont en de benodigde zorg aan de bewoners verstrekt en/of organiseert. Eén van de criteria waar een ondernemersechtpaar aan moet voldoen is dat minimaal één van hen ervaring moet hebben in de zorg. De eerste vestiging van Het Andere Wonen werd geopend in ’s-Hertogenbosch. Er is veel belangstelling voor deze franchiseformule. Niet alleen op het gebied van bewoners is er veel interesse, ook vanuit ontwikkelaars en ondernemers voor nieuwe vestigingen is er volop belangstelling. Op dit moment worden door Het Andere Wonen door heel Nederland diverse locaties onderzocht of het vestigen van een nieuwe vestiging mogelijk is.
Voor iedereen een betaalbare, passende woonvorm met zorg op maat De franchiseformule Het Andere Wonen is ontwikkeld op basis van drie vragen: - hoe ziet de ouderenzorg er over tien jaar uit ? - hoe brengen we de focus in de zorg weer terug naar de bewoner? - hoe zouden wij zelf onze laatste dagen door willen brengen? Het antwoord op de bovenstaande vragen is het fundament van het woonzorgconcept Het Andere Wonen: - voor ouderen die zo lang mogelijk zelfstandig willen wonen; - een voor iedereen betaalbaar, volwaardig appartement met mogelijkheid om 24/7 zorg te ontvangen; - behoud van eigen regie, zodat het welzijn van de bewoners binnen de franchiseformule van Het Andere Wonen verbetert. Hoe werkt de franchiseformule? De franchiseformule bestaat uit enerzijds de franchisegever, Het Andere Wonen en anderzijds de franchisenemer, het ondernemersechtpaar. Het ondernemersechtpaar runt de vestiging van Het Andere Wonen als een zelfstandige onderneming. Zij neemt de dagelijkse zorg van de vestiging op zich en woont samen met de bewoners in het wooncluster. Daarnaast zorgt het ondernemersechtpaar voor de bedrijfsvoering en organiseert zij het juiste team. Op deze manier borgen zij de continuïteit, herkenbaarheid, kwaliteit en veiligheid van de bewoners binnen het woonzorgconcept.
Zij regelen, volgens de wensen van de bewoners, hun zorg, activiteiten of andere diensten die zij nodig hebben. Zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen We worden steeds ouder en willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen en zelf regie voeren over ons eigen leven. In onze samenleving zijn de zorginstellingen door alle bezuinigingen en grootschaligheid steeds onpersoonlijker geworden. Medewerkers van dergelijke instellingen zijn meer bezig met het invullen van papierwerk en het navolgen van protocollen dan de werkelijke zorg voor de bewoners. Bij Het Andere Wonen wil men terug naar de basis. Zorg gaat volgens Het Andere Wonen namelijk niet om bezuinigingen en kostenbesparingen, maar om de persoonlijke zorg en welzijn van de mens. Het Andere Wonen is kleinschalig en in de wijk Alles dat bij Het Andere Wonen wordt gedaan dient het doel om het welzijn van de bewoners te bevorderen. Het Andere Wonen zet daarom in op kleinschalige woonclusters. Een cluster bestaat uit 16-25 volwaardige appartementen en één of twee gemeenschappelijke ruimtes voor activiteiten en ontmoetingen. Elke vestiging wordt middels – zoals reeds aangegeven – gerund door een ondernemersechtpaar, dat ook in de vestiging woont. Het ondernemersechtpaar is Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 14 -
Toelichting
daardoor 24/7 aanwezig in het cluster en leeft echt samen met de bewoners. Hiermee wordt persoonlijke aandacht en zorg op maat gewaarborgd voor de bewoners. d Bewoners kunnen met of zonder partner in de vestiging komen wonen. Verder kunnen bewoners en hun familieleden met het ondernemersechtpaar afspraken maken over hun behoefte aan zorg, activiteiten en andere diensten en services die men naar eigen behoefte kan afnemen. Het persoonlijke welzijn, veiligheid en kwaliteit van zorg staan bij Het Andere Wonen altijd centraal. Sociale huursector De appartementen van Het Andere Wonen zijn voor iedereen betaalbaar. Het Andere Wonen ontwikkelt woonclusters met een combinatie van appartementen in de sociale huursector en (lage) middenhuur. In dit segment is de vraag groot, maar het aanbod klein. Daar wil Het Andere Wonen op inspelen. Bestaand stedelijk gebied Het voorliggende bouwplan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Beekdaelen, aan de rand van kern Nuth. Op deze locatie was voorheen een tuincentrum gevestigd. In het ter plaatse vigerende bestemmingsplan zijn de gronden derhalve voorzien van de bestemming ‘Gemengd’ en de functieaanduiding ‘tuincentrum’. Zowel het woonzorgcomplex als de benodigde parkeerplaatsen worden op deze gronden gerealiseerd.
De voormalige functie en de aan de gronden toegekende bestemming getuigen duidelijk van een ligging in het bestaand stedelijk gebied. Bovendien is de onderhavige locatie een zeer geschikte locatie voor de vestiging van het beoogde woonzorgcomplex. Uit ervaring van de reeds ontwikkelde locaties van Het Andere Wonen komt naar voren dat de kwetsbare ouderen met een WLZ-indicatie in een straal van circa 700 meter wonen en bereid zijn te verhuizen naar de kleinschalige geclusterde woon-zorglocatie van Het Andere Wonen. Dit biedt veel perspectief voor de doorstroming van huur- en seniorenwoningen in de kernen en wijken. Wonen Limburg is de belegger van de locatie in de kern Nuth en heeft in het aangrenzende gebied veel huurwoningen en met name aan de Boschweg voor senioren. Voor hun biedt dit perspectief in de doorstroming van de seniorenwoningen naar de woonzorglocatie om vervolgens doorstroming te bieden aan bewoners van een huurwoning die naar een seniorenwoning willen verhuizen. Met als perspectief dat toekomstige bewoners naar een vrijgekomen huurwoning kunnen verhuizen. In de kern Nuth kunnen kwetsbare ouderen met een kleine beurs met een WLZ-indicatie kiezen om enerzijds te verhuizen naar het verpleeghuis of naar de kleinschalig geclusterde woon-zorglocatie, waar ze toch zelfstandig kunnen blijven wonen en voorzien worden van de noodzakelijke zorg.
Kortom: het plan voorziet in een duidelijke behoefte (betaalbare zorgwoningen in de wijk) en is tevens gelegen in het bestaand stedelijk gebied. Het plan is hiermee in overeenstemming met de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Erfgoedwet Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 15 -
Toelichting
Cultuurhistorie en archeologie In het onderhavige plangebied is geen sprake van cultuurhistorische waarde, maar enkel van d archeologische waarde. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Onderhavig plan De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit plan is verwoord in paragraaf 5.7 van deze toelichting. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling.
Dit project kan worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavig plan Het voorliggende plan voorziet in een stedelijk ontwikkelingsproject met een oppervlakte van 9.365 m² (circa 0,94 hectare) en 25 woningen of kamers (23 zelfstandige zorgwoningen, één bedrijfs-/dienstwoning en de nieuwe woning ter plaatse van de voormalige bedrijfsloods). Hiermee wordt de drempelwaarde zoals vastgelegd onder categorie 11.2 van de D-lijst niet overschreden. Aangezien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst blijft dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Initiatiefnemer dient hiervoor een m.e.r.-beoordelingsnotitie (ook wel aanmeldnotitie genoemd) op te stellen. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Beekdaelen, moet vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk is.
Voor het onderhavige plan is een m.e.r.beoordelingsnotitie opgesteld. Deze notitie is als separate bijlage 9 bij deze toelichting opgenomen.
2.2 Provinciaal en regionaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) In het kader van de toekomstige Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg d.d. 01.10.2021 de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst.
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 16 -
Toelichting
De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije d tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. In onze afwegingen worden naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu beschouwd. Er wordt gestreefd naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies.
Groenblauwe mantel Het onderhavige plangebied is conform de kaart ‘Limburgse principes’ behorende bij de POVI gelegen binnen de ‘Groenblauwe mantel’. Op de onderstaande uitsnede van deze kaart is de situering van het plangebied middels een rode kleur weergegeven:
Uitsnede kaart ‘Limburgse principes’ POVI
Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen – voorheen de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone – vormen samen de circa 36.000 hectaren grote groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar goede combinatiemogelijkheden zijn voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door het gebruik van reeds aanwezige en beeldbepalende gebouwen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. Er worden mogelijkheden geboden voor Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 17 -
Toelichting
agrarisch natuur- en landschapsbeheer dat bijdraagt aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. De focus dligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en de Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. De bebouwde gebieden maken geen deel uit van de Groenblauwe mantel, maar staan er wel mee in verband. Onderhavig plan Het plangebied is conform de kaart ‘Limburgse principes’ gelegen binnen de zone ‘Groenblauwe mantel’. Binnen deze zone is het behoud en – waar mogelijk – versterking van het landschap een belangrijk uitgangspunt. Ter voorbereiding op de beoogde ontwikkeling is derhalve studie verricht naar hoe om te gaan met de landschappelijke kenmerken van de locatie. Uit deze studie blijkt dat de locatie zich niet leent voor het aanplanten van grote hoeveelheden nieuwe beplanting. Wel is getracht om zoveel mogelijk bestaand groen te behouden, voor zover dit mogelijk is in verband met de nieuwe bebouwing en inrichting van het terrein. De wijze waarop in het voorliggende plan wordt omgegaan met de landschappelijke kenmerken van de locatie en de ligging in de directe nabijheid van het Geleenbeekdal is beschreven in het document ‘Landschappelijke inpassing locatie Boschweg’.
Dit document is als separate bijlage 7 bij deze toelichting opgenomen. Met inachtneming van de uitgangspunten die in dit document zijn beschreven vormt de ligging van het plangebied binnen de zonering ‘Groenblauwe mantel’ geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SWVZL, 2016) De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 (inmiddels na herstructurering 16) Zuid-Limburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die ZuidLimburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijke belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. Het doel van deze regionale woonvisie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus.
Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt gebruik gemaakt van de transformatieopgave per gemeente. De Geactualiseerde Envelop 20202025/2030 bevat de kwantitatieve opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning.. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw-of sloopopgave. Aan de structuurvisie liggen diverse onderzoeken ten grondslag. Deze onderzoeken hebben geleid tot de volgende algemene inzichten:
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 18 -
Toelichting
Woonmilieus - er zijn drie milieus in deze woonregio:dstedelijk, suburbaan en landelijk; - in stedelijk milieu: meer vraag dan aanbod, opletten voor gevolgen rest van gemeente/regio; - in suburbaan milieu: meer aanbod dan vraag, sterk verdunnen (men name in de particuliere voorraad) inzetten op kwaliteit en transformatie; - in landelijk: in evenwicht, maar leegstand op de loer, inzetten op verbetering/vernieuwing. Kansen - kansen liggen in goedkope huur (onder liberalisatiegrens) en middeldure huur (€700 - € 900); - kansen in extramuralisering/wonen met zorg; - kansen voor bijzondere exclusieve woonvormen, zoals wonen op het water, collectief particulier opdrachtgeverschap en wonen in een kerk of kasteel. Het risico op ontwrichting van de reguliere woningmarkt is hier relatief klein; - kansen in studentenhuisvesting.
Afspraken In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1) slopen; 2) financiële compensatieregeling; 3) gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4) schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen Zorggerelateerde woningen Eén van de grootste opgaven is een gevolg van de ontwikkelingen in (het scheiden van) wonen en zorg. De vergrijzing in Zuid-Limburg heeft het effect dat er steeds meer ouderen afhankelijk worden van zorg. De organisatie en financiering van de zorgsector is sinds 1 januari 2015 drastisch veranderd door de decentralisatie van de zorgsector. Dit heeft tot gevolg dat mensen met een zorgvraag deze zelfstandig moeten regelen. Het aantal medisch geïndiceerden, dat voorheen in aanmerking kwam voor intramurale zorg, is drastisch verkleind. Dit betekent niet dat deze mensen geen zorg meer behoeven. Hun medische situatie blijft ongewijzigd. Zij zullen nu zelf deze zorg moeten organiseren. Van deze groep zorgbehoevenden, waarvoor vroeg of laat aangepaste huisvesting noodzakelijk wordt, bestaat ruim 80% uit ouderen.
Vanwege een vergrijzende bevolking, waar iedere Zuid-Limburgse gemeente mee te maken krijgt, zal het aantal zorgbehoevenden toenemen en zal de vraag naar zorggeschikte huisvesting stijgen. Gemeenten dienen op deze ontwikkeling tijdig te anticiperen om aan de verwachte woonbehoefte voor deze doelgroep te kunnen voldoen. Vanwege het Rijksbeleid zijn diverse zorginstellingen gesloten, waardoor het aanbod is gedaald. Daarnaast worden bewoners van intramurale instellingen gemiddeld ouder, waardoor de doorstroming ook vertraagt. De druk om de resterende instellingen voor zware zorg te behouden zal hierdoor toenemen. Opgaven voor zorggeschikt wonen Voor het domein wonen betekent het voorgaande concreet dat de onderstaande nieuwe woonzorgalternatieven noodzakelijk zijn: 1. er dienen kwalitatief voldoende woningen te zijn om mensen met een lichte zorgvraag te kunnen huisvesten (ZZP (Zorg Zwaarte Pakket) 1 en 2);
Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 19 -
Toelichting
2. er dienen kwalitatief voldoende zorggeschikte woningen te zijn om mensen effectief langer thuis te laten wonen met een zwaardere zorgvraag (met een op basis van de huidige d indicatietoewijzing vanaf ZZP 3 dan wel een zorgprofiel dat hiermee overeenstemt); 3. er dient voldoende (kwantitatief) aanbod zorgwoningen te zijn voor de categorie extramurale zorgvragers met een op basis van de huidige indicatietoewijzing vanaf ZZP3 dan wel een zorgprofiel dat hiermee overeenstemt (verzorgd geclusterd wonen); 4. er dient ook voldoende aanbod aan intramurale zorglocaties te zijn voor mensen met een zwaardere zorgindicatie (ZZP 5 en hoger). Hoewel de bezetting van zorgvastgoed als gevolg van de extramuralisering tijdelijk daalt, zal deze bezetting in de toekomst toenemen vanwege de vergrijzing en de vergroting van het aantal huishoudens met een grote zorgvraag, en; 5. de vraag naar zorggeschikte woningen zal ook gevolgen hebben voor de (stijgende) vraag naar huurwoningen. Uitwerkingsnotitie beleidsafspraak IX inzake zorgwoningen (d.d. 01.02.2019) Ten aanzien van zorgwoningen geldt binnen het kader van de SVWZL specifiek beleid. De realisering van zorgwoningen is uitgezonderd van de compensatieplicht. Echter om binnen de definitie van ‘zorgwoning’ te kunnen vallen dient de woning aan een aantal eisen te voldoen. Deze zijn beschreven in beleidsafspraak IX.
Na vaststelling van de SVWZL is de regelgeving op het gebied van zorg en wonen drastisch gewijzigd. Inmiddels is sprake van scheiden van wonen en zorg (extramuralisatie) voor de in de SVWZL genoemde zorgdoelgroepen. De intramurale ZZP-indicaties worden niet meer afgegeven. De mensen blijven thuis wonen dan wel verhuizen naar een geclusterd complex en ontvangen daar de noodzakelijke extramurale zorg. Er is dus sprake van zorg in de eigen woonomgeving in plaats van zorg in een instelling. Het is hierdoor noodzakelijk de omschrijving van zorgwoningen in de SVWZL aan te passen. Er moet worden voorkomen dat oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingsregel (zijnde de vrijstelling van de compensatieplicht). Daar waar het niet gaat om zorgwoningen als vervanger voor intramuraal verblijf is compensatie wel aan de orde. Het betreft dan immers een reguliere woning. De nieuwe afspraak luidt: Zorggeschikte woningen worden gerealiseerd voor de volgende zorgbehoevenden: a. mensen die langdurig zorg ontvangen vanuit de Zorgverzekeringswet, of: b. burgers met een WLZ-indicatie (Wet Langdurige Zorg, de voormalige AWBZ) met verblijf, maar waarbij verzilvering plaatsvindt middels een VPT (Volledig Pakket Thuis)/MPT (Modulair Pakket Thuis) of: c. burgers met een Wmo-indicatie Beschermd wonen. Om de doelgroepen onder a. en b.
ook zelfstandig te kunnen laten wonen (in plaats van in een instelling) dient aan de volgende randvoorwaarden te worden voldaan: - fysieke eisen aan de woning voor ouderen: o er is sprake van clustering van bij voorkeur 5 eenheden of meer; o in beginsel is sprake van huurwoningen (in specifieke omstandigheden is koop ook mogelijk); o de woning is rolstoeltoe- en doorgankelijk. -
zorggarantie zorgaanbieders moeten bereid worden gevonden om oproepbaar/in de nabijheid te zijn voor 24/7 (on)planbare zorg. De zorgverlening/garantie moet bij de aanvraag van een initiatief contractueel zijn vastgelegd.
Zorgwoningen en de hieraan ondergeschikte bedrijfs-/dienstwoning De zorgwoningen die als gevolg van deze procedure in dit nieuwe woonzorgcomplex ontwikkeld worden alsmede de hieraan ondergeschikte bedrijfs-/dienstwoning voldoen aan de nieuwe definitie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat voor de 23 zorgwoningen en de hieraan ondergeschikte bedrijfs-/dienstwoning geen compensatie plaats hoeft te vinden. Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Valkenburgerweg 69 Nuth Gemeente Beekdaelen
- pagina 20 -
Toelichting
Overige woningen binnen het plangebied Voormalige bedrijfswoning behorende bij tuincentrum (Valkenburgerweg 69) d Naast de 23 zorgappartementen en de bedrijfs-/dienstwoning die in het woonzorgcomplex worden gerealiseerd, is in het onderhavige plangebied van nog drie andere woningen. De bedrijfswoning behorende bij het voormalige tuincentrum wordt tot een burgerwoning woning bestemd. Deze woning heeft in de toekomstige situatie immers geen binding meer met een bedrijf. Het betreft echter een bestaande woning, waardoor voor deze herbestemming tot reguliere burgerwoning geen compensatie hoeft plaats te vinden. Bestaande burgerwoning (Boschweg 51) In het zuidelijke gedeelte van het plangebied bevindt zich een bestaande burgerwoning (Boschweg 51). Deze woning is in het vigerende bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ weliswaar bestemd tot ‘Gemengd’ en voorzien van de functieaanduiding ‘Tuincentrum’, echter, deze woning heeft nooit enige planologische binding gehad met het voormalige tuincentrum en heeft altijd als zelfstandige burgerwoning gefungeerd. In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze woning en de bijbehorende gronden bestemd tot ‘Wonen’, waarmee het bestaande gebruik wordt voortgezet. Nieuw te bouwen woning ter plaatse van de bedrijfsloods De huidige bedrijfsloods behorende bij het tuincentrum wordt gesloopt.
Op deze gronden wordt de realisering van een nieuwe burgerwoning mogelijk gemaakt. De gronden worden bestemd tot ‘Wonen’ en voorzien van een bouwvlak en de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – nieuwe woning’. Omdat sprake is van de toevoeging van een nieuwe woning, dient deze woning te worden getoetst aan de bij de SVWZL behorende beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’. Deze toetsing is in het navolgende beschreven. Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ De Zuid-Limburgse gemeenten hebben gezamenlijk de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ opgesteld. Elke gemeente heeft deze beleidsregel separaat vastgesteld. De beleidsregel komt in de plaats van de beleidsregel ‘Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ (dit was een tijdelijke regeling uit 2019 ter versoepeling van de compensatie-eisen uit de SVWZL, die vanwege het feit dat deze inmiddels is verlopen hier niet meer wordt besproken). De strekking van deze beleidsregel is dat ‘goede woningbouwplannen’ niet meer hoeven te worden gecompenseerd.