Bijlage 15 Soorteninventarisatie
Tekst van het document
Bijlage 15 Inventarisatie soorten Groevepark
Inventarisatie beschermde soorten en effectbeoordeling Groeve Schinnen 2021
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Inventarisatie beschermde soorten en effectbeoordeling Groeve Schinnen 2021
Status: Definitief, 3 november 2021 Update Rugstreeppad, 11 januari 2022 In opdracht van:
Contactpersoon: C. van Daal
Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies
Ing. R.A.J. Pahlplatz & C.E. Linders Projectnummer: 20-074 Foto omslag: Zicht op plangebied.
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING................................................................................................................................................ 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 1 1.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 2
2.
AANPAK ................................................................................................................................................... 3 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 2.2. Data veldbezoeken ............................................................................................................................. 3 2.3 Methoden ............................................................................................................................................ 3
3.
RESULTATEN .......................................................................................................................................... 5 3.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 5 3.2 Flora ................................................................................................................................................... 5 3.3 Zoogdieren.......................................................................................................................................... 5 3.4 Vogels................................................................................................................................................. 6 3.5 Amfibieën en reptielen ......................................................................................................................... 7 3.6 Overige beschermde soorten ............................................................................................................... 7
4.
EFFECTBEOORDELING .......................................................................................................................... 9 4.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 9 4.2 Effectbeoordeling zoogdieren............................................................................................................. 10 4.3 Effectbeoordeling broedvogels ........................................................................................................... 13
5.
CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 15
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming ............................................................................................. 17 Bijlage 2 Soorten waargenomen tijdens de inventarisatie in 2021 ..................................................................... 24
Bureau Meervelt
1.
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
INLEIDING
1.1 Aanleiding In 2020 is door Bureau Meervelt een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het plangebied groeve Schinnen (de definitieve rapportage ‘Quickscan Wet natuurbescherming Groeve Schinnen 2020’ dateert 12 mei 2021). De ontwikkeling van het groevegebied heeft inmiddels verder vorm gekregen onder de naam ‘Silt’. Landschap- en natuurontwikkeling, recreatie en duurzaamheid zijn belangrijke pijlers in het concept. Op de aangrenzende voormalige vuilstort wordt mogelijk een zonnepark aangelegd. Econsultancy heeft in dat plangebied in het voorjaar van 2021 een quickscan uitgevoerd in opdracht van Attero (Quickscan Wet natuurbescherming Hettekensweg 6 te Schinnen, Econsultancy, 25 mei 2021). Het betreffende onderzoeksgebied overlapte gedeeltelijk het onderzoeksgebied uit de quickscan van Bureau Meervelt (de overlap betrof het zuidelijk deel van de voormalige vuilstort). Uit beide quickscans blijkt dat in en rond de groeve en de voormalige vuilstort natuurwaarden tot ontwikkeling zijn gekomen. Er zijn habitats ontstaan waar beschermde diersoorten zich gevestigd hebben. Zo zijn onder meer vaste rust- en verblijfplaatsen in het gebied bekend van Dassen. Dassen en hun verblijfplaatsen zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Uit de quickscans bleek ook dat enkele andere beschermde soorten aanwezig konden zijn in de groeve en de voormalige vuilstort.
Behalve dat het rekening houden met natuurwaarden besloten ligt in het concept van Silt, spelen beschermde natuurwaarden ook een rol in de ruimtelijke procedure om te komen tot een bestemmingsplan. Om een goed beeld te krijgen van het gebruik van het plangebied en de directe omgeving door Dassen en van eventueel andere aanwezige beschermde soorten, was nader onderzoek nodig. Dit onderzoek is uitgevoerd in 2021. De te onderzoeken soorten betroffen met name Das, Rugstreeppad, Alpenwatersalamander, Vroedmeesterpad, Veldparelmoervlinder, Grote leeuwenklauw en Ruw parelzaad. Ook alle andere waarnemingen van beschermde of bijzondere soorten zijn in het onderzoek meegenomen. In onderstaande afbeelding is de begrenzing (rode lijn) van het onderzoeksgebied weergegeven.
Figuur 1: Ligging van het plangebied (Heusschen*Copier, 2020).
1
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
In deze rapportage zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Daarnaast is een effectbeoordeling opgenomen. De mogelijk optredende effecten worden beoordeeld. Wat beoordeeld wordt zijn de plannen zoals weergegeven in Brochure ‘Silt, natuur dichtbij’ (HeusschenCopier, 22 april 2021). Het gaat hierbij niet om definitieve plannen. Aanpassingen zijn nog mogelijk en kunnen leiden tot een andere beoordeling.
1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt tussen Spaubeek en Nuth in de gemeente Beekdaelen. Aan de zuidzijde vormt de Karrenstraat de grens met het intensief gebruikte agrarisch gebied. De Grubbenweg loopt van zuid naar noord door het plangebied. De groeve wordt aan de noordwestzijde begrensd door een bijzonder mooie onverharde holle weg (Maastrichterweg) die in het noorden uitkomt op de Grubbenweg. Open water blijkt te ontbreken in het plangebied met uitzondering van een klein poeltje. Het gebied ten oosten van de Grubbenweg is een afgedekte stortplaats. De voormalige groeve is gevuld met huisvuil en (onder andere) afgewerkt met een grondlaag. De vegetatie bestaat uit kruidenrijk grasland. In dit deel staan enkele kleine bedrijfsgebouwen en is (infiltratie)riolering geplaatst. Ook is een systeem aangelegd waarmee vrijkomende gassen worden opgevangen en worden gebruikt in een kleine gasturbine. Het gebied ten westen van de Grubbenweg is de groeve waar de concessie voor is afgelopen, de noordelijke uitloper is in gebruik als agrarisch gebied. Plaatselijk was de groeve tot voor kort nog in (extensief) gebruik voor winning van zand, andere delen zijn inmiddels begroeid met een kruiden- en struiklaag. Op de hellingen groeien de eerste bomen. Onderstaande foto’s geven een indruk van het plangebied.
Figuur 2 en 3: Impressie van de groeve.
Figuur 4 en 5: Impressie van de omgeving. Links: agrarisch gebied direct ten noorden van de groeve. Rechts: Fraaie holle weg ten noordwesten van de groeve.
2
Bureau Meervelt
2.
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
AANPAK
2.1 Inleiding Bureauonderzoeken en oriënterende veldbezoeken door Econsultancy en Bureau Meervelt hebben plaatsgevonden in 2020 en 2021. Hierbij zijn de gegevens van de NDFF Quickscanhulp geraadpleegd en de gegevens van de provincie Limburg (flora en bijzondere en schaarse broedvogels). Deze zijn gebruikt om te bepalen voor welke soortengroepen en/of soorten nader onderzoek nodig is. In hoofdstuk 3 wordt per soortgroep een overzicht gegeven van de in het verleden waargenomen soorten. Daarna volgen de bevindingen die zijn gedaan tijdens het veldonderzoek. Op basis van de quickscans is het veldonderzoek primair gericht op het voorkomen van de volgende beschermde soorten in het plangebied: • Beschermde soorten planten en in het bijzonder Ruw parelzaad en Grote leeuwenklauw, • Das, • Broedvogels met jaarrond beschermde nesten, • Rugstreeppad en Vroedmeesterpad, • Veldparelmoer. Daarnaast is tijdens het veldonderzoek aandacht besteed aan het voorkomen van andere beschermde soorten zoogdieren, amfibieën en reptielen.
2.2. Data veldbezoeken De veldbezoeken zijn in voorjaar en zomer van 2021 gebracht. Tijdens alle veldbezoeken was het weer rustig (zonnig, geen neerslag, weinig wind). Tabel 1: Overzicht van de gebrachte veldbezoeken in 2021. Datum
Begin- en eindtijd
Gericht op soort/soortgroep
Aantal personen
3 juni 2021
9.00 - 11.00
Alle
1
15 juni 2021
9.15 - 15.30
Alle
2
12 juli 2021
9.45 - 14.15
Alle
2
2.3 Methoden Planten De veldbezoeken in juni en juli zijn gericht op het vinden van groeiplaatsen van beschermde soorten planten. Het plangebied is daartoe doorkruist, waarbij zoveel mogelijk locaties met van elkaar verschillende abiotische omstandigheden bezocht zijn. Naast beschermde soorten worden ook bijzondere soorten genoteerd. Das De veldbezoeken in juni en juli zijn specifiek gericht op bewonings- en gebruikssporen van Das (beschermingsregime ‘Andere soorten’). Voor Das is het hele plangebied en de directe omgeving daarvan doorkruist. Burchten, dassenpijpen, wissels, mestputjes etc. werden in kaart gebracht. Op deze manier werd een goed beeld gekregen van de wijze waarop het gebied gebruikt wordt en van de mogelijke effecten voor deze soort als gevolg van de geplande ontwikkelingen. Broedvogels Voor veel soorten viel de start van de inventarisatie laat in het broedseizoen waardoor een territoriumkartering niet kon worden uitgevoerd. Een algemene territoriumkartering werd ook niet nodig geacht omdat voor de meeste broedvogels geldt dat nesten alleen beschermd zijn gedurende de periode dat deze in gebruik zijn. Door verstorende werkzaamheden buiten deze periode uit te voeren vindt geen overtreding plaats van verbodsbepalingen. 3
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
Daarentegen is in de groeve wel uitdrukkelijk aandacht besteed aan het voorkomen van jaarrond beschermde nesten omdat mogelijk nog een enkele boom gekapt moeten worden. Voor de mogelijk voorkomende soorten met jaarrond beschermde nesten waren de veldbezoeken die gebracht zijn in juni en juli voldoende. Als ingrepen plaatsvinden in de delen met opgaand bos en de holle wegen, dient vooraf duidelijkheid verkregen te worden over aanwezige jaarrond beschermde nesten en de kans op verstoring daarvan. Ingrepen in deze delen is in de huidige plannen niet voorzien. Een broedvogelinventarisatie is dan nodig. Rugstreeppad en Vroedmeesterpad Rugstreeppad en Vroedmeesterpad zijn strikt beschermde soorten (beschermingsregime habitatrichtlijnsoorten). Voor Rugstreeppad was het plan om het onderzoek voor zover nog mogelijk uit te voeren op basis van een onderzoeksprotocol (het eerste bezoek had bij voorkeur in april moeten plaatsvinden). Het onderzoeksprotocol schrijft minimaal drie avondbezoeken voor, verspreid over het seizoen. Bij het eerste bezoek bleek echter dat de groeve in de huidige staat niet jaarrond waterhoudend is. Voortplanting in de groeve kan dus op voorhand uitgesloten worden. Het aanwezige poeltje is alleen geschikt als voortplantingswater voor algemene soorten door de beschaduwde ligging. Andere soorten stellen meer eisen aan hun voortplantingswater.
Veldparelmoervlinder Inventarisatie van Veldparelmoer (beschermingsregime Andere soort) had in mei plaats moeten vinden. Gezien het late voorjaar was het niet uit te sluiten dat exemplaren wellicht nog in juni aanwezig zouden zijn. Waarneming.nl maakt melding van waarnemingen van deze soort tot minimaal 19 juni in 2021. Voor deze soort kan aanvullend onderzoek in 2022 nodig zijn als veel waardplanten worden aangetroffen. Overige soorten Hoewel reptielen ontbreken in de omgeving is ter controle steekproefsgewijs aandacht besteed aan het voorkomen van reptielen door geschikte locaties te controleren op zonnende individuen en attent te zijn op ‘ritsels’ bij het doorkruisen van het gebied voor de planteninventarisatie.
Alle waarnemingen zijn ingevoerd in waarneming.nl en worden opgenomen in de NDFF. In bijlage 2 zijn de inventarisatiegegevens weergegeven.
4
Bureau Meervelt
3.
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
RESULTATEN
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden per soortgroep eerst de resultaten van het bureauonderzoek weergegeven, daarna volgen de resultaten van het veldonderzoek in 2021.
3.2 Flora In onderstaande tabel 2 zijn de waarnemingen van beschermde soorten planten opgenomen rond het plangebied uit de laatste vijf jaar. Tabel 2: Overzicht waargenomen beschermde soorten planten in een straal van 1 kilometer rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp, 6 juli 2020). Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
Andere soorten
0 - 1 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
Andere soorten
0 - 1 km
Van Grote leeuwenklauw is een waarneming bekend uit 2018 (waarneming.nl), de groeiplaats werd aangetroffen op de al afgedekte stortplaats. Ruw parelzaad, een plant van akkers, op omgewerkte en braakliggende grond, blijkt voornamelijk bekend uit de berm van de westelijk gelegen Lindenweg. Resultaten inventarisatie: Tijdens de veldbezoeken werden geen beschermde soorten planten in het onderzoeksgebied aangetroffen.
3.3 Zoogdieren In onderstaande tabel 3 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten zoogdieren rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 3: Overzicht waargenomen beschermde soorten zoogdieren rond het plangebied (bron: NDFF, 6 juli 2020). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Das
Zoogdieren
Andere soorten
0 - 1 km
Eekhoorn*
Zoogdieren
Andere soorten
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
Andere soorten
0 - 1 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Hermelijn
Zoogdieren
Andere soorten
0 - 1 km
Wezel
Zoogdieren
Andere soorten
0 - 1 km
Wild zwijn
Zoogdieren
Andere soorten
0 - 1 km
*Vrijstelling geldt voor de maanden maart, april en juli t/m november.
Resultaten inventarisatie: Tijdens de veldbezoeken werden veel sporen gevonden van Das (zie figuur 6) in en rond de groeve. Daarnaast werden uitwerpselen van Vos gevonden langs de Maastrichterweg (zandpad ten noorden van de groeve), prenten en wroetsporen van Wild zwijn in de groeve en prenten van Ree (aan de oostzijde van de groeve). Overige soorten zoogdieren of sporen daarvan werden niet aangetroffen.
5
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
Figuur 6: Sporen Das.
3.4 Vogels In onderstaande tabel 4 worden de broedvogelsoorten weergegeven waarvan een territorium is vastgesteld in 2008 tijdens de provinciale kartering in of rond het plangebied en waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn of kunnen zijn bij ontbrekende alternatieve locaties in de directe omgeving. Deze gegevens zijn verouderd maar geven nog een indicatie van soorten die als broedvogel met een jaarrond beschermd nest kunnen voorkomen. Tabel 4: Overzicht van territoria in 2008 (broedvogelkartering Provincie Limburg) in de omgeving van het plangebied van soorten met een jaarrond beschermd nest. Het overzicht is weergegeven om een indicatie te geven van mogelijk aanwezige soorten (Bron: www.natuurgegevensprovincielimburg.nl). Soort Bosuil
Jaarrond beschermd nest
Nest jaarrond beschermd bij ontbreken alternatieven
X
Buizerd
X
Spotvogel
X
Zomertortel
X
Resultaten inventarisatie: Op de vuilstort werden territorium-indicerende waarnemingen (balts en zang) gedaan van Spotvogel. In de groeve werd een bezet Sperwernest (met jong) gevonden in een loofboom. Het voorkomen van overige (potentieel) jaarrond beschermde nesten in de groeve en de voormalige vuilstort kan op basis van de inventarisatie uitgesloten worden. Geschikt habitat voor vestiging ontbreekt. Nader onderzoek is niet nodig.
6
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
3.5 Amfibieën en reptielen Uit alle geraadpleegde bronnen zijn, ondanks dat er veel waarnemingen van andere soorten in de omgeving zijn ingevoerd, geen waarnemingen bekend van amfibieën en reptielen. Resultaten inventarisatie: Tijdens het veldbezoek in juli werden langs de Grubbenweg Bruine kikker (1 adult) gezien en in het langs de weg aanwezige poeltje twee Gewone padden gehoord. Het poeltje is sterk beschaduwd en voldoet niet aan de eisen van strikt beschermde soorten als Rugstreeppad of Vroedmeesterpad. Reptielen werden niet waargenomen. Aanvulling Rugstreeppad (11 januari 2022). Uit een laatste raadpleging van de Nationale Databank Flora en Fauna bleek in de zomer van 2021 een waarneming bekend te zijn van Rugstreeppad in de groeve. Een ‘screenprint’ van de waarneming is opgenomen in figuur 7.
Figuur 7: Waarneming van Rugstreeppad (NDFF, 2022).
3.6 Overige beschermde soorten In onderstaande tabel zijn waarnemingen opgenomen van overige soorten rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 5: Overzicht van waargenomen overige beschermde soorten in een straal van 1 kilometer rond het plangebied (bron: NDFF Quickscanhulp, 6 juli 2020). Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Iepenpage
Dagvlinders
Andere soorten
0 - 1 km
Veldparelmoervlinder
Dagvlinders
Andere soorten
0 - 1 km
Vliegend hert
Kevers
Andere soorten
0 - 1 km
Zeggekorfslak
Slakken
Habitatrichtlijn
0 - 1 km
Resultaten inventarisatie: Tijdens de veldbezoeken werden geen overige beschermde soorten aangetroffen. Voor Veldparelmoer was de meest geschikte inventarisatieperiode voorbij. Tijdens de inventarisatie kon worden geconstateerd dat het specifieke habitat (zonbeschenen helling met kruidenrijk droog en schraal grasland en een groot aandeel Smalle weegbree) zoals aanwezig in Zuid-Limburg waar de soort wel voorkomt, niet voorkomt in 7
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
groeve Schinnen. Overigens wordt de omgeving van groeve Schinnen veel bezocht door waarnemers vanwege de aanwezige populatie in een graslandje ten noorden van de naastgelegen groeve; waarnemingen uit het plangebied ontbreken desondanks. De aanwezigheid van een populatie is gezien bovenstaande zeer onwaarschijnlijk. Nader onderzoek naar deze soort in 2022 wordt daarom niet nodig geacht. Vermeldingswaardig is de aanwezigheid van Braamparelmoervlinder op 15 juni tijdens het veldonderzoek. Deze soort werd in 2011 voor het eerst waargenomen in Nederland en is in de daaropvolgende jaren jaarlijks in ZuidLimburg in zeer lage aantallen gezien, inmiddels is ook voortplanting vastgesteld. Hoewel het een zeer zeldzame soort is in Nederland is deze niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Waardplanten zijn braam, framboos en viooltjes. Met name bramen komen voor in het plangebied maar van een populatie is met het huidige lage aantal waarnemingen nog geen sprake.
8
Bureau Meervelt
4.
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
EFFECTBEOORDELING
4.1 Inleiding In het plangebied komen diverse beschermde soorten voor. De mogelijke effecten op deze soorten (of soortgroepen) door de voorgenomen ontwikkelingen worden in dit hoofdstuk beschreven. Ook wordt aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn. Voor de voorgenomen ontwikkelingen wordt in deze rapportage uitgegaan van de ontwikkelingen zoals die beschreven zijn in de brochure ‘Silt’: In onderstaande figuur wordt een impressie gegeven van de toekomstige inrichting van het gebied met langs de oostzijde van de groeve verblijfsaccommodaties en bijbehorende infrastructuur die na de aanlegfase worden afgesloten voor autoverkeer. Op de nu afgedekte vuilstort is het plan zonnepanelen te plaatsen met een ruime opzet waardoor ruimte blijft voor recreatief medegebruik en ontwikkeling van natuurwaarden.
Figuur 7: Impressie van de toekomstige inrichting van Silt (Bron: Brochure Silt: https://beleefsilt.nl/#Toekomst). Speerpunten in de planvorming zijn: • de groeve omvormen tot een toeristisch-recreatief aantrekkelijk gebied, • het ontwikkelen van een combinatie van dag-, verblijf- en waterrecreatie, • het ontwikkelen van natuurwaarden, • het aanleggen van zonnepanelen en parkeerplaats op de voormalige vuilstort met daarbinnen een ‘bike-park’ parcours, • toegang toestaan met fiets of te voet.
9
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
4.2 Effectbeoordeling zoogdieren Das Bewoningssporen van Das zijn gevonden in het deel waar de bouw van de vakantiewoningen is gepland (zie figuur 8). Het zwaartepunt van bewoning ligt langs de Maastrichterweg (holle weg) die ten noorden van het plangebied loopt; hier zijn minimaal drie bewoonde burchten aanwezig. Een bewoonde burcht en enkele pijpen zijn aanwezig in het talud van de voormalige de groeve. Of het in de groeve om een zelfstandig kraamburcht gaat is niet vastgesteld (er is geen nestmateriaal gezien en er heeft nog geen cameraonderzoek plaatsgevonden). Gezien het aantal wissels en de gebruikerssporen rond de burcht is wel aannemelijk dat het hier gaat om een zelfstandige kraamburcht.
Figuur 8: Overlay voorgenomen ontwikkelingen en aanwezige beschermde natuurwaarden. Effecten op het foerageergebied: Op basis van de aangetroffen wissels wordt geconcludeerd dat het agrarisch gebied binnen het plangebied en de voormalige vuilstort deel uitmaken van het foerageergebied van de populatie die aanwezig is rond en in de groeve. Ook het omliggende agrarisch gebied maakt deel uit van het foerageergebied. De zandige bodem van de groeve zelf is vrijwel ongeschikt als foerageergebied omdat weinig prooidieren aanwezig zijn; prooidieren als regenwormen ontbreken hier door de structuurarme en voedselarme bodem en de (voormalige) regelmatige grondbewerkingen. De vegetatie op de taluds in de groeve is spaarzaam waardoor ook overige prooidieren maar zeer schaars aanwezig zijn in de groeve. Door de voorgenomen ontwikkelingen in de groeve gaat geen foerageergebied verloren. Door de ontwikkeling van verblijfsaccommodatie in het aangrenzende agrarisch 10
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
gebied gaat wel foerageergebied verloren. Het gaat om een perceel van 3,1 ha (in gebruik als akker). In de directe omgeving van de groeve is veel foerageergebied aanwezig in de vorm van akkers, grasland en bosjes. In onderstaande figuur 9 is een straal van 1 kilometer weergegeven rond de burcht; de oppervlakte van deze cirkel is 3141 ha en deze oppervlakte bestaat bijna geheel uit veilig toegankelijk foerageergebied. De oppervlakte die verloren gaat (3,1 ha) is 0,1% en kan als verwaarloosbaar worden beschouwd.
Figuur 9: Ter indicatie is een straal van 1 kilometer rond de dassenburcht weergegeven. Binnen deze straal is primair foerageergebied (graslanden en loofbos) en secundair foerageergebied (akkers) in ruime mate aanwezig. Primair foerageergebied staat voor foerageergebied waar jaarrond voedsel te vinden is, secundair foerageergebied staat voor foerageergebied waar slechts een deel van het jaar voedsel te vinden is.
Effecten op de burcht: In de huidige planvorming zijn heel dicht bij de locatie van de burcht in de groeve (binnen een straal van 20 meter van de burcht) vakantiewoningen op palen gepland. Ook loopt een toegangspad langs/over de burcht (zie figuur 8). Optredende storingsfactoren tijdens de aanlegfase zijn naar verwachting fors en vrij langdurig aanwezig (verstoring door mens en materieel maar ook mechanische effecten waarbij de burcht geraakt kan worden). In de gebruiksfase blijft in de huidige plannen dicht bij de burchtlocatie (binnen een straal van 20 meter) sprake van verstoringsfactoren door de verblijfsrecreatie. Bij handhaving van de huidige plannen kan de burcht niet behouden blijven of wordt deze op dusdanige wijze verstoord in de aanlegfase dat de burcht onbewoond zal raken. Noodzaak ontheffing: Vaste voortplantings- en rustplaatsen van Das zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. In de huidige plannen is vernietiging of ernstige verstoring van de burcht onvermijdelijk. De overige pijpen kunnen bij de huidige plannen behouden blijven mits de steilranden van de groeve niet betrokken worden in de werkzaamheden. Voor vernietiging of dusdanige verstoring van de burcht dat deze verlaten wordt, is een ontheffing nodig op grond van de Wet natuurbescherming. In dat geval dienen compenserende maatregelen genomen worden in de vorm van de aanleg van een kunstburcht.
11
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
Wanneer is een ontheffing niet nodig? Nagegaan kan worden in hoeverre de burcht ingepast kan worden in de ruimtelijke plannen en of door het nemen van mitigerende maatregelen een overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen kan worden. Van groot belang hiervoor is dat de rust rond de burchtlocatie kan worden geborgd in de aanlegfase en de gebruiksfase, zodat de functionaliteit van de burcht niet wordt aangetast. Het Kennisdocument Das geeft richtlijnen voor de afstanden waarbinnen effecten kunnen plaatsvinden: • Voor activiteiten overdag: Activiteiten die binnen 50 meter van de meest nabijgelegen toegang tot de dassenburcht tussen zonsopgang en zonsondergang (of later dan 19.00 uur als de zon later onder gaat) plaatsvinden kunnen effect hebben op de functionaliteit van de burcht. • Voor activiteiten in de avond en nacht: Activiteiten die binnen 200 meter van de meest nabijgelegen toegang tot de dassenburcht tussen zonsondergang (of later dan 19.00 uur als de zon later onder gaat) en zonsopgang plaatsvinden kunnen effect hebben op de functionaliteit van de burcht. Of effecten optreden is afhankelijk van tal van factoren waaronder de acceptatie van menselijke aanwezigheid door Dassen en de optredende storingsfactoren. Welke afstand en welke storingsfactoren voor Das acceptabel zijn, kan leiden tot veel discussie en/of rechtszaken.
In de Limburgse praktijk blijkt uit ervaring dat Dassen en recreatieve activiteiten vaak samengaan. Rust rondom de burchtlocatie en een voldoende voedselaanbod zijn daarbij belangrijke voorwaarden. Op grond van het Kennisdocument Das wordt als richtlijn geadviseerd: voor de minimale afstand tussen de dassenburcht en de geplande verblijfsaccommodatie 50 meter aan te houden met als voorwaarden dat toegangspaden ook op een afstand van 50 meter blijven en de burcht ingepast wordt door begroeiing. Daarnaast kan een impuls gegeven worden aan het vergroten van het voedselaanbod in het plangebied door waar mogelijk inheemse vruchtdragende struiken en bomen aan te planten of door de aanleg of onderhoud van kort bemest/begraasd grasland. Ook andere maatregelen kunnen rust in de actieve periode van Dassen waarborgen zoals het beperkt openstellen van de groeve voor dagrecreatie in de avonduren. De exacte invulling van de mitigerende maatregelen behoeft nadere uitwerking. Opgemerkt dient te worden dat gezien de beschikbare ruimte in de groeve de kans groot is dat de plannen niet zodanig aangepast kunnen worden dat een ontheffing niet nodig is. Het uitvoeren van werkzaamheden binnen een straal van 50 meter rond de burcht of het plaatsen van verblijfsaccommodatie binnen deze straal leidt zeker niet per definitie tot een wezenlijke verstoring.
Er kan dan echter niet vooraf met zekerheid worden uitgesloten dat een verbodsbepaling overtreden wordt.
Figuur 10: Aangetroffen dassenpijpen met verse uitworp in de groevewand. 12
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
Hoe verder?: Als behoud van (de functionaliteit van) de burcht onzeker is (bij werkzaamheden en plaatsing van verblijfaccommodaties binnen een straal van 50 meter), wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen voor vernietiging van de burcht en/of voor activiteiten die een zodanige verstoring kunnen veroorzaken dat de burcht (al dan niet tijdelijk) verlaten gaat worden. Ten aanzien van de planvorming wordt geadviseerd de ruimtelijke ontwikkelingen minimaal op 20 meter afstand van de burcht uit te voeren. Bij een dergelijke afstand is er gerede kans dat de burcht na verstoring opnieuw in gebruik genomen wordt of gewoon bewoond blijft. Verder wordt geadviseerd nader onderzoek uit te voeren naar Das in het voorjaar van 2022, met monitoringsrondes en cameraonderzoek om beter te kunnen beoordelen welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Overige zoogdieren Tijdens de inventarisatie werden sporen van Vos en Wild zwijn waargenomen. Vaste voortplantings- en rustplaatsen van deze soorten zijn niet aangetroffen. De voormalig vuilstort maakt voor beide soorten deel uit van een veel groter foerageergebied. De groeve heeft een zeer marginale betekenis als foerageergebied voor deze soorten omdat prooidieren en begroeiing schaars zijn. Het verlies van oppervlak van leefgebied door de voorgenomen plaatsing van zonnepanelen is verwaarloosbaar.
Beide soorten kunnen makkelijk kilometers afstanden afleggen tijdens zoektochten naar voedsel.
4.3 Effectbeoordeling broedvogels Uit de quickscan is al duidelijk dat in en in de omgeving van het plangebied tal van kleine zangvogels kunnen broeden. Bij ruimtelijke ingrepen gelden de beschreven maatregelen om verstoring of vernietiging van in gebruik zijnde nesten te voorkomen. Tijdens de inventarisatie werden territorium-indicerende waarnemingen gedaan van Spotvogel en werd een nest van Sperwer gevonden. Voor deze soorten geldt op grond van de Beleidsregel ten behoeve van de passieve soortenbescherming in Limburg dat de nesten jaarrond beschermd zijn als in de omgeving onvoldoende alternatieve mogelijkheden zijn om tot broeden te komen. In geval van Sperwer wordt hier vooral bescherming van het broedhabitat bedoeld omdat Sperwer doorgaans jaarlijks een nieuw nest bouwt. Door de voorgenomen ontwikkeling verdwijnt waarschijnlijk de huidige nestlocatie en/of treedt door de ontwikkeling een zodanige verstoring op in het bosje dat deze leidt tot het verlaten van de huidige nestlocatie. Het aangetroffen nest was aanwezig in een loofboom. De vestiging in loofhout is vrij opmerkelijk, Sperwers gebruiken bij voorkeur naaldhout om in te broeden. Naaldbomen die geschikt zijn als broedlocatie ontbreken op de betreffende helling, en ook in de omgeving van de groeve zijn weinig naaldbomen aanwezig.
Sperwers kunnen in dergelijke situaties uitwijken naar het maken van nesten in loofhout of dichte struiken zoals Meidoorn en Sleedoorn. Dit type broedhabitat is in de directe omgeving van de huidige nestlocatie aanwezig waardoor aangenomen mag worden dat het aanwezige Sperwerpaar makkelijk een alternatieve locatie kan vinden voor nestbouw. Met het verdwijnen van de huidige nestlocatie door de voorgenomen ontwikkeling is daarom geen effect te verwachten op het territorium als zodanig: uitwijk is immers mogelijk in de directe omgeving. In de voedselsituatie (veelal kleine zangvogels) treden door de voorgenomen ontwikkelingen geen grote veranderingen op. Voor het aantasten van de huidige nestomgeving gelden dezelfde mitigerende maatregelen als voor overige broedvogels. Bij voorkeur wordt in het najaar maar uiterlijk eind februari gestart met de werkzaamheden om de plaatsing van de vakantiewoningen en de infrastructuur mogelijk te maken. Broedvogels zijn op dat moment niet aanwezig, verstoring van functioneel in gebruik zijnde nesten treedt dan niet op. De gunstige staat van instandhouding van de populatie van Sperwer wordt door de voorgenomen ontwikkeling op lokaal, regionaal of provinciaal niveau niet aangetast. Van Spotvogel werden territorium-indicerende waarnemingen gedaan op de voormalige vuilstort. Spotvogel broedt in singels en bosranden met veel struweel.
In de planvorming worden op de voormalige vuilstort zonnepanelen geplaatst met ruimte voor natuur waardoor op delen van het gebied natuurbehoud- en ontwikkeling mogelijk blijft. Bij de voorgestelde opzet kan het territorium van Spotvogel behouden blijven; de singels langs de wegen worden door de ontwikkeling niet aangetast en insecten blijven beschikbaar. Mogelijk is er in de natuurdelen ruimte voor aanplant van nieuwe singels. Voor Spotvogel geldt net als voor Sperwer dat het habitat jaarrond beschermd is als 13
Bureau Meervelt
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
geen alternatieven voorhanden zijn. Omdat deze vooralsnog voorhanden blijven kan het territorium gehandhaafd blijven en is een ontheffing niet nodig. Mochten de plannen dusdanig gewijzigd worden dat de hele voormalige vuilstort vol gelegd wordt met zonnepanelen dan kan een ontheffing nodig zijn.
4.2 Effectbeoordeling Rugstreeppad Populaties van Rugstreeppad zijn al geruime tijd bekend uit de omgeving van het plangebied. Hoewel geen waarnemingen werden gedaan tijdens de inventarisatie is toch een waarneming bekend uit 2021. In 2021 is vastgesteld ook dat het gebied grote delen van het voorjaar, zomer en najaar geheel droog staat. De soort is als pioniersoort snel in staat nieuw geschikte leefgebieden te koloniseren. Mogelijk is water ontstaan na een periode van neerslag en is dit water als (tijdelijke) verblijfplaats of mogelijk als voortplantingslocatie in gebruik genomen. Het betreft overigens de enige bekende waarneming in het plangebied uit de periode 2017 - 2021 (vijf jaar). Uit informatie van de eigenaar van de groeve is gebleken dat water wel in de winterperiode in de groeve aanwezig is, maar de bodem van de groeve in de zomerperiode vrijwel geheel droog staat. Ondiepe plassen na perioden van grote neerslag zijn wel tijdelijk aanwezig in deze periode. Door de goede doorlatendheid van de bodem zijn deze plassen veelal slechts korte periode aanwezig. Bewezen voortplanting van Rugstreeppad is niet bekend uit het gebied. Op grond van de bekende waarneming uit de zomer van 2021 wordt voor Rugstreeppad op voorhand een ontheffing aangevraagd: door de nieuwe activiteiten in de groeve ontstaan hier naar verwachting geschikte wateren waar voortplanting mogelijk is.
Hierdoor kan vestiging aan de orde zijn en bestaat de kans dat slachtoffers vallen door de uitvoering van de werkzaamheden. Bij vastgestelde aanwezigheid is op dat moment een uitbreiding nodig van de verleende ontheffing. Door de ontheffing op voorhand met deze soort uit te breiden worden eventuele vertragingen tijdens de uitvoering voorkomen en is helder welke maatregelen genomen kunnen en/of moeten worden om slachtoffers te voorkomen en werkzaamheden zo optimaal mogelijk te zoneren in ruimte en tijd.
14
Bureau Meervelt
5.
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
CONCLUSIES
De inventarisatierondes in juni en juli 2020 leiden tot de volgende conclusies: 1. Ten aanzien van de volledigheid van het onderzoek: • Voor planten is het onderzoek voldoende. De hoofdbloei van Ruw parelzaad en Grote leeuwenklauw vindt onder meer in de maand juni plaats. De voormalige groeiplaats van Grote leeuwenklauw uit 2018 op de afgedekte vuilstort werd niet meer teruggevonden. Waarschijnlijk zijn de omstandigheden door de voortgaande successie niet meer geschikt voor deze soort. Nader onderzoek is niet nodig. • Voor zoogdieren is het onderzoek grondig uitgevoerd. Ondanks de aanwezige begroeiing kon een goed beeld verkregen worden van vaste verblijfplaatsen. Als verplaatsing van de burcht wordt overwogen of er sprake is van kans op wezenlijke verstoring, is het raadzaam met wildcamera’s te onderzoeken door hoeveel Dassen de burcht wordt gebruikt zodat bij het uitvoeren van mitigatie of compensatie daarmee rekening gehouden kan worden. Voor overige soorten zoogdieren is nader onderzoek is niet nodig. • Voor jaarrond beschermde nesten is het onderzoek voldoende. Hoewel de rondes pas laat in het broedseizoen gemaakt werden was de situatie in de groeve en op de voormalige vuilstort overzichtelijk genoeg om het voorkomen van jaarrond beschermde nesten te registreren.
Onderzoek naar voorkomen van overige broedvogels wordt niet nodig geacht omdat op veel locaties potentiële vestigingslocaties aanwezig zijn (elke struik, struweel of boom in het plangebied is potentieel geschikt om te broeden). Om die reden zijn verstorende werkzaamheden niet toegestaan in het broedseizoen óf dienen buiten het broedseizoen maatregelen genomen te worden om te voorkomen dat vestiging van broedgevallen niet mogelijk is op de locaties waar gewerkt gaat worden. Nader onderzoek is niet nodig. • In de huidige situatie is het onderzoek naar amfibieën en reptielen voldoende omdat er geen jaarrond open water aanwezig is met uitzondering van de (beschaduwde) poel. Als deze situatie op termijn verandert ten gevolge van meer regenval en/of diepere graafwerkzaamheden waardoor geschikte voortplantingswateren ontstaan is monitoring nodig om mogelijke vestiging van Rugstreeppad te signaleren. • Voor overige beschermde soorten is het uitgevoerde onderzoek voldoende. Voor Veldparelmoervlinder (die in de nabijheid van het plangebied een populatie heeft) geldt dat de inventarisatie werd uitgevoerd op het einde van de vliegperiode. Tijdens de veldbezoeken werd echter geconstateerd dat geschikt leefgebied voor deze soort binnen het plangebied vooralsnog ontbreekt. Nader onderzoek is niet nodig. 2.
Ten aanzien van de voorkomende soorten in het plangebied: • Het voorkomen van beschermde soorten planten werd uitgesloten. • Het plangebied (de groeve) herbergt één hoofdburcht en meerdere losse (vlucht)pijpen. Verder werden sporen van Vos, Wild zwijn en Ree gevonden. Naar verwachting komen enkele andere algemeen voorkomende soorten voor waarvoor, net als voor Vos, een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen. • Spotvogel met territoriaal gedrag werd waargenomen op de vuilstort. In de groeve werd een in gebruik zijnde nest gevonden van Sperwer (met jong). • Bruine kikker en Gewone padden zijn bekend uit en werden waargenomen in het plangebied. Verder werd geconstateerd dat het plangebied in de huidige situatie geen leefgebied vormt voor strik beschermde Vroedmeesterpad. Wel is het gebied potentieel geschikt als voortplantings- en leefgebied van Rugstreeppad. • Overige beschermde soorten werden niet waargenomen, geschikt leefgebied voor overig beschermde soorten is in de huidige situatie niet aanwezig. 3. Ten aanzien van de effecten: • Bij uitvoering van de huidige plannen treden waarschijnlijk dusdanige storingsfactoren op tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase, dat de bewoonde burcht verlaten gaat worden en is kans aanwezig op schade dan wel vernietiging van de burcht in de aanlegfase.
Overige (vlucht)pijpen kunnen behouden blijven en gebruikt worden door Dassen tijdens aanlegfase en in de gebruiksfase. De groeve heeft een marginale functie als foerageergebied door het voedselarme karakter van de ondergrond (zand) en het ontbreken van een dikke humuslaag. Door vestiging van recreatiewoningen in een klein deel van het agrarisch gebied en door plaatsing van zonnepanelen op de voormalige vuilstort, verdwijnt een klein deel van het aanwezige 15
Bureau Meervelt
•
•
Inventarisatie soorten groeve Schinnen
foerageergebied. Gezien de aanwezigheid van de omringende agrarische gronden die ook in de huidige situatie al deel uitmaken van het foerageergebied kan ervan uitgegaan worden dat het oppervlakte aan foerageergebied dat verdwijnt door de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de groeve verwaarloosbaar is en dat er voldoende foerageergebied van voldoende kwaliteit aanwezig om de aanwezige Dassenfamilies te voorzien van voedsel. Geadviseerd wordt dit wel nader te onderbouwen in het activiteitenplan ten behoeve van een eventuele juridische procedure. Los daarvan kan bij de inrichting aandacht besteed worden aan het opwaarderen van delen van het plangebied waardoor het verlies aan foerageergebied gemitigeerd wordt. Nestlocaties van Spotvogel en Sperwer kunnen door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen verdwijnen of dusdanig verstoord worden dat deze soorten uitwijken. Binnen het plangebied én binnen de ruimere omgeving van het plangebied zijn tal van mogelijkheden tot vestiging aanwezig. De huidige territoria kunnen daardoor in het gebied behouden blijven. Het (deels) verwijderen van broedhabitat dient buiten het broedseizoen te gebeuren. Rugstreeppad is bekend ut de groeve (waarneming uit 2021) en door de nieuwe activiteiten in de groeve ontstaan hier naar verwachting geschikte wateren waar voortplanting mogelijk is.
Hierdoor kan vestiging aan de orde zijn en bestaat de kans dat slachtoffers vallen door de uitvoering van de werkzaamheden.
4. Ten aanzien van de vervolgstappen: • Geadviseerd wordt om te bezien of aanpassing van de ruimtelijke ontwikkeling in de nabijheid van de dassenburcht mogelijk is, waardoor de kans op behoud en voortgezet gebruik mogelijk is. • Als behoud van (de functionaliteit van) de burcht onzeker is (richtlijn: bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een straal van 50 meter) wordt geadviseerd een ontheffing aan te vragen en nader onderzoek uit te voeren naar Das in het voorjaar van 2022, met monitoringsrondes en cameraonderzoek. • Op grond van de bekende waarneming uit de zomer van 2021 wordt voor Rugstreeppad op voorhand een ontheffing aangevraagd: door de nieuwe activiteiten in de groeve ontstaan hier naar verwachting geschikte wateren waar voortplanting mogelijk is. Hierdoor kan vestiging aan de orde zijn en bestaat de kans dat slachtoffers vallen door de uitvoering van de werkzaamheden. • Voor de overige soorten zijn, met uitzondering van de genoemde mitigerende maatregelen en maatregelen op grond van de zorgplicht, geen vervolgstappen nodig.
16
Bijlage 1 Achtergronden Wet natuurbescherming
In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.
Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •
Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.
•
Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.
•
Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier
projecten. •
Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.
•
Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).
•
Gastransportnetwerk
•
Activiteiten van of door een lid van het Koninklijk Huis
•
Valkeniersaktes
Voor alle andere ontheffingen en vergunningen is de provincie verantwoordelijk.
In deze bijlage worden kort de kaders van de wet geschetst voor de gebiedsbescherming (Natura 2000), de soortbescherming en de houtopstanden.
•
Natura 2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Natura 2000 vormt de component gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden (www.synbiosys.alterra.nl).
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Voor de habitattypen en (vogel)soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden worden aangewezen, zijn door de overheid instandhoudingsdoelen opgesteld. Toetsing vindt altijd plaats in het licht van deze instandhoudingsdoelen. Ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden als zekerheid verkregen is omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Er is sprake van significante gevolgen als de instandhoudingsdoelstellingen door menselijk handelen (mogelijk) niet gehaald worden. Een vergunning kan alleen verleend worden als zeker is dat het plan of project niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Met andere woorden: er mogen best activiteiten ontplooid worden in of bij een Natura 2000-gebied, zolang een activiteit maar niet leidt tot significante gevolgen.
Voor alle Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld. Daarin staan de instandhoudingsdoelen, hoe deze doelen bereikt kunnen worden en voorbeelden van welke activiteiten zijn toegestaan en welke vergunningplichtig zijn. Natura 2000 heeft een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, die negatieve gevolgen kunnen hebben voor het Natura 2000-gebied, getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming (denk bijvoorbeeld aan verdroging van een natuurgebied als gevolg van grootschalige wateronttrekking enkele kilometers verder).
In de quickscan wordt, als dat nodig is, een paragraaf opgenomen waarin de kans op significante negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld. Deze paragraaf kan gezien worden als een voortoets op grond waarvan overleg gevoerd kan worden met bevoegd gezag over de noodzaak van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Als significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is in veel gevallen een passende beoordeling en een vergunning nodig.
•
Soortbescherming
Onafhankelijk van gebieden worden ook soorten beschermd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van soorten gelden drie beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes komen gedeeltelijk overeen met elkaar, in detail verschillen ze echter. De groepen waarvoor de verschillende beschermingsregimes in het leven zijn geroepen worden hieronder weergegeven met de belangrijkste verbodsbepalingen. In de daaropvolgende lijsten worden de afzonderlijke beschermde soorten weergegeven.
1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen, eieren te rapen of onder zich te hebben en vogels zodanig te storen dat deze storing van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
2. Soorten van de Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het is verboden deze dieren opzettelijk te doden of te vangen, te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en het is verboden planten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
3. Nationaal aangewezen (overige soorten). Dit zijn soorten genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de bescherming van in nationaal opzicht te beschermen soorten, die zijn genoemd op de Vogel- of Habitatrichtlijn (art. 3.10 3.11 Wet natuurbescherming). Reden voor de bescherming is de maatschappelijke overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. Andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen of vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De wet voorziet in mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen. Deze vrijstellingen dienen steeds bij verordening door provinciale staten te worden verleend. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van een ontheffing. Aan Gedeputeerde staten van de provincies is in de Wet natuurbescherming beleidsvrijheid toegekend. De provincie Limburg heeft ter invulling van deze beleidsvrijheid ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ vastgesteld. Doel is om ruimte voor (ruimtelijke) ontwikkelingen in Limburg te bieden, soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. In deze beleidsregels worden verbodsbepalingen nader uitgelegd, worden indieningsvereisten voor een ontheffingsaanvraag uiteengezet, de eisen die aan onderzoek gesteld worden en wordt ingegaan op de ontheffing. Waar nodig worden in deze quickscan de beleidsregels betrokken. In onderstaande tabel zijn de soorten van de habitatrichtlijn en de andere soorten opgenomen. Tabellen met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn opgenomen in de quickscan. Na deze tabel volgt een tabel met soorten waarvoor een vrijstelling is opgenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud.
HABITATRICHTLIJN Zoogdieren Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Kleine hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Bechstein’s vleermuis
Myotis bechsteinnii
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Bever
Castor fiber
Lynx
Lynx lynx
Bosvleermuis
Nyctalus leisleri
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Brandt’s vleermuis
Myotis brandtii
Mopsvleermuis
Barbastella barbastellus
Bruinvis
Phocoena phocoena
Nathusius’ vleermuis
Pipistrellus nathusii
Euraziatische lynx
Lynx lynx
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus
Franjestaart
Myotis nattereri
Otter
Lutra lutra
Gewone dolfijn
Delphinus delphis
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Tuimelaar
Tursiops truncatus
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus
Hazelmuis
Muscardinus avellanarius
Vale vleermuis
Myotis myotis
Ingekorven vleermuis
Myotis emarginatus
Wilde kat
Felis silvestris
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Wolf
Canus lupus
Boomkikker
Hyla arborea
Muurhagedis
Podarcis muralis
Geelbuikvuurpad
Bombina variegata
Poelkikker
Rana lessonae
Gladde slang
Coronella austriacus
Rugstreeppad
Bufo calamita
Heikikker
Rana arvalis
Vroedmeesterpad
Alytes obstreticans
Kamsalamander
Triturus cristatus
Zandhagedis
Lacerta agilis
Knoflookpad
Pelobates fuscus
Reptielen en amfibieën
Dagvlinders Donker pimpernelblauwtje
Maculinea nausithous
Tijmblauwtje
Maculinea arion
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar
Zilverstreephooibeestje
Coenonympha hero
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
Libellen Bronslibel
Oxygastra curtisii
Noordse winterjuffer
Sympecma paedisca
Gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Rivierrombout
Stylurus flavipes
Groene glazenmaker
Aeshna viridis
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Conegonus oxyrrhynchus
Steur
Acipenser sturio
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Groenknolorchis
Liparis loeselii
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Brede geelrandwaterroofkever
Dytiscus latissimus
Heldenbok
Cerambyx cerdo
Gestreepte waterroofkever
Graphoderus bilineatus
Juchtleerkever
Osmoderma eremita
Vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
Unio crassus
Platte schijfhoren
Anisus vorticulus
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Groensteel
Asplenium viride
Kluwenklokje
Campanula glomerata
Schubvaren
Ceterach officinarum
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Korensla
Arnoseris minima
Akkerogentroost
Odontites vernus
Kranskarwij
Carum verticillatum
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana
Kruiptijm
Thymus praecox
Berggamander
Teucrium montanum
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Bergnachtorchis
Platanthera montana
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis
Moerasgamander
Teucrium scordium
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bosboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Bosdravik
Bromopsis ramosa
Naaldenkervel
Scandix pecten-veneris
Brave hendrik
Chenopodium bonus-henricus
Pijlscheefkelk
Arabis hirsuta
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Roggelelie
Lilium bulbiferum
Breed wollegras
Eriophorum latifolium
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Rozenkransje
Antennaria dioica
Dennenorchis
Goodyera repens
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Dreps
Bromus secalinus
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Echte gamander
Teucrium chamaedrys
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Smalle raai
Galeopsis angustifolia
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata
Steenbraam
Rubus saxatilis
Getande veldsla
Valerianella dentata
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Vissen Houting Vaatplanten
Kevers
Weekdieren Bataafse stroommossel
NATIONAAL Planten
Gladde zegge
Carex laevigata
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Trosgamander
Teucrium botrys
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Honingorchis
Herminium monorchis
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthemos
Wilde averuit
Artemisia campestris
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Wilde weit
Melampyrum arvense
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Wolfskers
Atropa bella-donna
Karwijsalie
Selinum carvifolia
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Kleine ereprijs
Veronica verna
Zinkviooltje
Viola lutea subsp. calaminaria
Kleine schorseneer
Scorzonera humilis
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Kevers Viegend hert
Lucanus cervus
Libellen Beekrombout
Gomphus vulgatissimus
Gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii
Bosbeekjuffer
Calopteryx virgo
Hoogveenglanslibel
Somatochlora arctica
Donkere waterjuffer
Coenagrion armatum
Kempense heidelibel
Sympetrum depressiusculum
Gevlekte glanslibel
Somatochlora flavomaculata
Speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum
Aardbeivlinder
Pyrgus malvae
Kleine heivlinder
Hipparchia statilinus
Bosparelmoervlinder
Melitaea athalia
Kleine ijsvogelvlinder
Limenitis camilla
Bruin dikkopje
Erynnis tages
Kommavlinder
Hesperia comma
Bruine eikenpage
Satyrium ilicis
Sleedoornpage
Thecla betulae
Duinparelmoervlinder
Argynnis niobe
Spiegeldikkopje
Heteropterus morpheus
Gentiaanblauwtje
Maculinea alcon
Veenbesblauwtje
Plebejus optilete
Grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja
Veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris
Grote vos
Nymphalis polychloros
Veenhooibeestje
Coenonympha tullia
Grote weerschijnvlinder
Apatura iris)
Veldparelmoervlinder
Melitaea cinxia
Iepenpage
Satyrium w-album
Zilveren maan
Boloria selene
Dagvlinders
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Astacus astacus
Vissen Beekdonderpad
Cottus rhenanus
Gestippelde alver
Alburnoides bipunctatus
Beekprik
Lampetra planeri
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Elrits
Phoxinus phoxinus
Kwabaal
Lota lota
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Meerkikker
Rana ridibunda
Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
Gewone pad
Bufo bufo
Vinpootsalamander
Lissotriton helveticus
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Adder
Vipera berus ssp. berus
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Hazelworm
Anguis fragilis
Ringslang
Natrix natrix
Amfibieën
Reptielen
Zoogdieren Aardmuis
Microtus agrestis
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Boommarter
Martes martes
Molmuis
Arvicola scherman
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Bunzing
Mustela putorius
Ree
Capreolus capreolus
Damhert
Dama dama
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Das
Meles meles
Steenmarter
Martes foina
Dwergmuis
Micromys minutus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Veldmuis
Microtus arvalis
Edelhert
Cervus elaphus
Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Vos
Vulpes vulpes
Egel
Erinaceus europeus
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Eikelmuis
Eliomys quercinus
Wezel
Mustela nivalis
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Wild zwijn
Sus scrofa
Grote bosmuis
Apodemus flavicollis
Woelrat
Arvicola terrestris
Haas
Lepus europeus
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Hermelijn
Mustela erminea
Grijze zeehond
Halichoerus grypus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
VRIJSTELLING RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN 3.8 LIMBURG (bijlage II zorgplicht, gehele jaar of vrijstelling in de maanden die genoemd zijn) Nederlandse naam
Periode
Nederlandse naam
Periode
Bruine kikker
Gehele jaar
Haas
Gehele jaar
Gewone pad
Gehele jaar
Hermelijn
Gehele jaar
Kleine watersalamander
Gehele jaar
Huisspitsmuis
Gehele jaar
Meerkikker
Gehele jaar
Konijn
Gehele jaar
Middelste groene kikker
Gehele jaar
Ondergrondse woelmuis
Gehele jaar
Hazelworm
juli, augustus en september
Molmuis
Gehele jaar
Levendbarende hagedis
15 aug t/m 15 oktober
Ree
Gehele jaar
Aardmuis
Gehele jaar
Rosse woelmuis
Gehele jaar
Bosmuis
Gehele jaar
Steenmarter
15 aug t/m februari
Bunzing
Gehele jaar
Tweekleurige bosspitsmuis
Gehele jaar
Dwergmuis
Gehele jaar
Veldmuis
Gehele jaar
Dwergspitsmuis
Gehele jaar
Vos
Gehele jaar
Eekhoorn
maart, april en juli t/m nov
Wezel
Gehele jaar
Egel
Gehele jaar
Woelrat
Gehele jaar
Gewone bosspitsmuis
Gehele jaar
GECONSOLIDEERDE VERSIE (GC03) VAN DE OMGEVINGSVERORDENING LIMBURG 2014
Artikel 3.8.3 Vrijstelling ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud 1.
In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, van de Wet natuurbescherming is het aan eenieder toegestaan om de in bijlage II bij dit artikel aangewezen soorten te vangen en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
2.
De soorten bedoeld in het eerste lid mogen worden gevangen met behulp van schepnetten, schermen, vangemmers, vangkooien en kastvallen.
3.
Het vangen van dieren, bedoeld in het eerste lid, is slechts toegestaan wanneer het niet redelijkerwijs mogelijk is om de dieren te verdrijven van de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden
4.
De in het eerste lid genoemde vrijstellingen gelden ten behoeve van de volgende belangen:
a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 5.