Bijlage 1: Ontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024 - 2026 RUD Zuid-Limburg
Tekst van het document
Ontwerp-begroting 2023 Meerjarenraming 2024-2026
RUD Zuid-Limburg
9 maart 2022
Inhoud 1
Inleiding .......................................................................................................................................... 3 1.1 Begroting en koers in 2023 in één oogopslag .................................................................... 3 1.2 Opgaven RUD Zuid-Limburg ................................................................................................. 4 1.3 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving ................................................................................ 7 1.4 Focus 2023 ............................................................................................................................ 12
2
Beheer van de RUD Zuid-Limburg ............................................................................................. 14 2.1 Vergunningverlening ........................................................................................................... 14 2.2 Toezicht ................................................................................................................................. 16 2.3 Advisering en Onderzoek .................................................................................................... 18
3
Financieel...................................................................................................................................... 19 3.1 Lasten .................................................................................................................................... 20 3.2 Baten ..................................................................................................................................... 21
4
Verplichte paragrafen .................................................................................................................. 23 4.1 Lokale heffingen ................................................................................................................... 23 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................................... 23 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................. 25 4.4 Financiering .......................................................................................................................... 25 4.4.1 Algemene ontwikkelingen ............................................................................................... 25 4.4.2 Risicobeheer ................................................................................................................... 25 4.4.3 Renterisicobeheer .......................................................................................................... 26 4.4.4 Kasgeldlimiet .................................................................................................................. 26
5
Bedrijfsvoering & Overhead ....................................................................................................... 27 5.1 Personeel- en organisatiebeleid ......................................................................................... 27 5.2 Kwaliteitsbeleid .................................................................................................................... 28 5.3 Ondersteuning ...................................................................................................................... 28 5.4 Financieel kader voor 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026 .................................... 30 5.5 Overhead ............................................................................................................................... 31 5.6 Geprognoticeerde balans 2021-2024.................................................................................. 32 5.7 Geplande investeringen 2023-2026 .................................................................................... 33
6
Bijlagen ......................................................................................................................................... 34 6.1 Tarievenoverzicht ................................................................................................................. 34 6.2 Bijdrage per deelnemer ....................................................................................................... 35 6.3 Overzicht werkprogramma’s 2022 ...................................................................................... 36 6.4 Overzicht Inrichtingen en omzetting naar MBA ................................................................ 53 6.5 Lijst met afkortingen ............................................................................................................ 54
2
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
1 1.1
INLEIDING Begroting en koers in 2023 in één oogopslag
3
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
1.2 Opgaven RUD Zuid-Limburg De opgaven voor onze organisatie laten zich als volgt samenvatten: het zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwende en efficiënte omgevingsdienst, die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH1-keten op orde is. Commissie Van Aartsen De wereld staat niet stil en dat geldt ook voor de omgevingsdiensten. Eind 2021 is een kamerbrief verschenen, waarin door de toenmalige staatssecretaris voor Infrastructuur en Milieu de bouwstenen zijn aangereikt om het VTH-stelsel, waar omgevingsdiensten een fundament van zijn, te versterken. Aanleiding voor de in te zetten versterking is het rapport van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving c.q. de commissie Van Aartsen van 4 maart 2021 "Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur". Deze commissie heeft 10 aanbevelingen gedaan om te komen tot een effectief, slagvaardig en toekomstvast stelsel.
De gepresenteerde bouwstenen zijn tevens gebaseerd op de bevindingen van de Algemene Rekenkamer in de rapporten "Een onzichtbaar probleem" en "Handhaving in het duister" uit januari respectievelijk juni 2021 en het kwantitatieve onderzoek "Omgevingsdiensten in beeld" en het "Juridisch onderzoek aanbevelingen adviescommissie VTH" (beide van september 2021). Alle rapporten benadrukken de noodzaak tot herbezinning van het bestaande stelsel. Vernieuwingen in de hele keten, dus niet alleen bij omgevingsdiensten, zijn nodig. Het urgentiebesef en bestuurlijke betrokkenheid neemt bij alle partners toe. De adviezen van de commissie Van Aartsen en de aangekondigde vervolgacties, zoals het komen tot een interbestuurlijk programma voor de opvolging van de aanbevelingen, zien op het meer aandacht geven aan strafrechtelijke handhaving en vervolging en ook aan informatie-uitwisseling, kennisontwikkeling en kennisdeling. De uitvoering van de VTH-taken moeten omgevingsdiensten vanuit een onafhankelijke positie kunnen doen, zonder dat er afstand gaat ontstaan tussen de diensten en de bevoegde gezagen. De komende invoering van de Omgevingswet is ook een reden om meer aandacht te hebben voor het VTHstelsel Omgevingswet. De huidige wetgeving gaat nagenoeg beleidsneutraal over, maar de regelgeving zal wel anders zijn.
Ook de processen rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving worden aangepast. Daarnaast voorzien wij onze deelnemers van advies bij het opstellen van omgevingsplannen. Onze specialistische kennis op het gebied van milieuregelgeving, en zeker ook het behoud hiervan, kwalitatief en kwantitatief, vraagt om investeringen. Een randvoorwaarde voor een robuust VTH-stelsel zijn goed geëquipeerde omgevingsdiensten. Daar hoort ook een gezonde financiële positie bij, die invulling kan geven aan ambities, verwachtingen, slagvaardigheid en effectiviteit van handelen door de omgevingsdiensten. De inzet vanuit het kabinet is erop gericht om samen met provincies en gemeenten het instrumentarium voor de bekostiging van omgevingsdiensten te herzien door het opstellen van een algemene norm, die garandeert dat de opgedragen taken ook daadwerkelijk goed kunnen worden uitgevoerd. Wat de landelijke aanpassingen in het VTH-stelsel zullen worden, zal naar verwachting in 2022 duidelijk worden. In het regeerakkoord 2021 – 2025 is € 18 miljoen structureel gereserveerd voor de opvolging van het rapport van de commissie Van Aartsen en de aanpak van milieucriminaliteit. Het proces is gestart om de besteding van deze gelden in kaart te brengen en voor de zomer aan de Tweede Kamer te communiceren.
1
VTH = Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 4
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Toekomstagenda 2021- 2025 Al eerder, in 2020, hebben wij onderkend dat het nodig is om in te zetten op een doorontwikkeling (transformeren) van de RUD Zuid-Limburg. Eind 2020 heeft het algemeen bestuur daartoe het strategisch document voor de periode 2021 - 2025, de Toekomstagenda', vastgesteld. In 2021 zijn wij gestart met het gefaseerd oppakken van de zeven thema's uit de Toekomstagenda, zijnde: 1. Het voeren van een strategische discussie over koers: uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; 2. Een verkennende pilot verdergaande samenwerking gemeenten - RUD Zuid-Limburg starten, op voorwaarde van voldoende interesse; 3. Groeien naar partnerschap, met als instrumenten: a. een programma om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit te vergroten voor alle niveaus binnen de dienst; b. het inrichten en inbedden van een communicatiefunctie gericht op stakeholders, met als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en leden Provinciale Staten; c. het versterken van relatiemanagement; 4. Positionering/zichtbaarheid van de dienst; 5. Interne ontschotting, om de organisatie nog integraler, efficiënter en effectiever te maken, ook richting invoering van de Omgevingswet; 6. Het zijn van een aantrekkelijke werkgever; 7. RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum. In onderstaand overzicht is de stand van zaken ten tijde van het opstellen van deze begroting als volgt.
5
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
De geplande discussie over de koers van de RUD Zuid-Limburg zal zeker tot in het derde kwartaal van 2022 lopen. Onderdeel van deze discussie is de positionering en zichtbaarheid van de RUD Zuid-Limburg. De coronamaatregelen bemoeilijkten in december 2021 en januari 2022 een fysieke discussie in het algemeen bestuur. Deze discussie zal nu worden gepland in de nieuwe raadsperiode. In de te voeren discussie zullen de ontwikkelingen rondom de landelijke opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen worden betrokken. Een inventarisatie voor een eventuele 'Pilot verdergaande samenwerking' is begin 2022 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er nu geen behoefte is aan het opzetten en organiseren van een dergelijke pilot. Daarmee beschouwen we dit thema als afgehandeld, nu voldoende interesse als randvoorwaardelijk is opgenomen voor de uitwerking hiervan. De start van de uitwerking van het thema 'RUD als kenniscentrum' is gepland voor het eerste half jaar 2022. Het versterken van de kennisinfrastructuur, de -ontwikkeling en -deling van omgevingsdiensten is essentieel voor het toekomstproof maken van de omgevingsdiensten. Het voorstel vanuit de commissie Van Aartsen is om de kennisinstituten Omgevingsdienst NL (vereniging van directeuren van omgevingsdiensten) en BRZO+ (samenwerkingsverband overheidsinstanties m.b.t.
de uitvoering van het Besluit risico's zware ongevallen) te versterken. Als omgevingsdiensten beschikken wij over een 'interne' Opleidingsacademie, een landelijk werkend kennisnet en zijn we gestart met het vertalen van deskundigheidsgebieden uit de Kwaliteitscriteria 2.2 in een Branchekwalificatiestructuur (BKS). Voor omgevingsdiensten is een BKS een door de branche gevalideerde 6
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
standaard waarin activiteiten en verplichte opleidingen binnen de deskundigheidsgebieden zijn geconcretiseerd. Een BKS draagt ook bij om opleidingsvraagstukken slimmer te organiseren en kennis/expertise tussen de diensten te delen en om deze aantoonbaar te maken. De thema's 'Groeien naar partnerschap' en 'Interne ontschotting' bevinden zich in de implementatiefase. Het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap' staat gepland om einde eerste kwartaal 2023 te zijn geïmplementeerd. 1.3
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
De Omgevingswet De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is een aantal malen verschoven. Deze datum is nu, naar alle verwachting, 1 januari 2023. In de afgelopen periode is aanzienlijk veel werk gestoken in het klaarstomen van de organisatie voor de stelselherziening die de Omgevingswet met zich meebrengt. We verwachten warmgedraaid te zijn om in onze dagelijkse werkzaamheden om te gaan met de nieuwe wet- en regelgeving, nieuwe werkwijzen, en de nieuwe afspraken met onze opdrachtgevers. Duidelijk dat de Omgevingswet ook na inwerkingtredingsdatum gevolgen zal blijven hebben voor de inzet van onze organisatie, onze medewerkers en onze opdrachtgevers en ketenpartners. Een van de onderwerpen is onze ondersteuning bij het ontwikkelen van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Tot op heden hebben deze werkzaamheden zich geconcentreerd op het verder ontwikkelen van een bouwstenendocument t.b.v. omgevingsplannen en omgevingsplannen en het voeren van individuele gesprekken hierover met de opdrachtgevers. De opdrachtgevers hebben tot 2024 de tijd om hun omgevingsvisies vast te stellen, en zelfs tot 2029 voor de omgevingsplannen.
Wij verwachten daarom dat er tot aan die tijd beroep gedaan zal worden op de kennis die wij hebben in relatie tot de lokale regels en de Omgevingswet, waarmee we de opdrachtgevers kunnen bijstaan in het vormgeven van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Een volgende implementatie-activiteit die tot na inwerkingtreding en daarmee tot minstens in 2023 aandacht zal vereisen is de omzetting van het inrichtingenbestand. Waar onder de huidige wetgeving bedrijven worden gecategoriseerd als een bepaald type inrichting, wordt er onder de Omgevingswet gesproken van - losse milieubelastende activiteiten (mba's). Deze omzetting van inrichtingen naar mba's heeft als voornaamste doel om regels beter, en waar nodig minder, te kunnen toepassen. Een classificatie als inrichting brengt namelijk een set aan (eventueel onnodige) milieuregels met zich mee, wat met de invoering van de mba's kan worden losgelaten. Deze omzetting is intern in 2021 gestart door middel van een pilot waarbij kennis is opgedaan met de werkwijze van een omzetting, maar zal na inwerkingtreding van de wet, zolang als er inrichtingen in ons bestand zitten inzet vergen. Voor de begroting 2023 hebben wij berekend hoeveel uren gemoeid zijn met de omzetting van de inrichtingen die in ons inrichtingenbestand zijn opgenomen naar mba’s.
Hierbij hebben we gebruik gemaakt van landelijk gehanteerde normen voor omzetting per categorie inrichting. In totaal betreft het 3778 inrichtingen waarmee 10560 uren gemoeid zijn om de omzetting te realiseren (zie tabel in paragraaf 6.4) De omzetting is overigens niet van toepassing op complexe bedrijven (BRZO-/Seveso-inrichtingen), deze behouden hun classificatie onder Europese wetgeving maar in aantallen zijn dat veel minder inrichtingen. De omzetting van inrichtingen naar mba's heeft eveneens gevolgen voor de productcatalogus, zijn kengetallen, en voor de werkprogramma's. Aangezien de productcatalogus en de werkprogramma's beide berusten op de classificatie van inrichtingen, en de omzetting hiervan pas geruime tijd na inwerkingtreding kan worden afgerond, dient hier rekening gehouden te worden met een langere overgangsperiode. Met het opzetten van een nieuwe productencatalogus wordt in 2022 een aanvang gemaakt, met als doelstelling deze tijdig beschikbaar te hebben voor de werkprogramma's 2023. Aangezien we dan nog geen 7
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
interne ervaringscijfers hebben met het werken met de Omgevingswet en deze ook extern nog niet beschikbaar zijn zal er na invoering een beoordeling van de validiteit van de gehanteerde uitgangspunten moeten plaatsvinden aan de hand van interne en externe beschikbaar komende data. Onder de Omgevingswet wordt het na ruim 20 jaar afwezigheid van de wettelijke grondslag voor milieuleges, wederom mogelijk om leges te heffen voor het in behandeling nemen van omgevingsvergunningen. Dit betekent voor de bevoegd gezagen een mogelijke nieuwe inkomstenstroom. Als uitvoeringsdienst zijn wij in staat de vooraankondiging leges voor onze opdrachtgevers af te handelen, waarna de initiatiefnemer het verschuldigde bedrag aan hen doet toekomen. Momenteel verrichten wij deze handeling reeds voor de Provincie, in het kader van de bouwleges. Voor de milieuleges kunnen hierover in aanloop naar inwerkingtreding afspraken gemaakt te worden. Ten slotte is de verwachting dat als gevolg van de Omgevingswet minder activiteiten vergunningplichtig zullen zijn. Daar staat tegenover dat de wettelijke proceduretermijn voor complexe inrichtingen, die vóór inwerkingtreding van de wet nog 26 weken bestrijkt, naar 8 weken gaat, tenzij de wet aangeeft dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure dient te worden gevolgd. Dat vergt meer aandacht voor vooroverleg, waarin participatie een belangrijk onderdeel wordt.
De Intake- en Omgevingstafel worden derhalve als belangrijke instrumenten gezien om initiatieven in de regio te verkennen en begeleiden middels een proces waarin de ketenpartners samenwerken. We vermoeden dat dit een arbeidsintensief aspect van het proces gaat worden, afhankelijk van nog te maken keuzes door de gemeenten en de Provincie. De Omgevingswet dwingt tevens meer interbestuurlijke afstemming af, waardoor er voor en tijdens vergunningverlening meer afstemmingsmomenten plaatsvinden. Daarbij is de verwachting dat vanwege het vergunningsvrij worden van verschillende activiteiten er aanvullende inzet nodig zal zijn voor het afwikkelen van meldingen alsmede voor toezicht en handhaving. De precieze impact op het totaal van de verwachte inzet en de kosten is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de wijze waarop gemeenten om zullen gaan met de grotere afwegingsruimte en de invloed die dat heeft op het meer of minder uniform zijn van de werkprocessen. De vuistregel hierbij is: hoe meer maatwerk, hoe meer kosten. In de eerste jaren dat de Omgevingswet van kracht zal zijn, zal gemonitord worden welke factoren op welke wijze invloed hebben op de bedrijfsvoering en wat dit betekent voor de kosten.
De hierboven beschreven implementatiewerkzaamheden worden weliswaar op projectmatige wijze gecoördineerd, desalniettemin wordt het overgrote deel van het werk verzet door medewerkers voor wie dit niet de hoofdtaak betreft. Dit heeft als gevolg dat de betrokkenen een constante balans dienen te vinden tussen het werk waarvoor u als opdrachtgevers ons rechtstreeks betaald, en de bijzaken. De praktische uitvoering hiervan stelt ons voor constante uitdagingen. Tel hierbij op de cultuurverandering die de Omgevingswet van ons allen verlangt, en men zou kunnen stellen dat het echte werk pas begint na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bodemtaken onder de Omgevingswet Bodem is de discipline waar het meest voor gaat veranderen met de komst van de Omgevingswet. Niet alleen de provincie Limburg, gemeenten Heerlen en Maastricht, maar alle gemeenten worden onder het regiem van de Omgevingswet bevoegd gezag bodem. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze bevoegdheidswijziging komen alle taken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie. 8
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast, zoals voor PFAS. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld nog sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dient in het omgevingsplan plaats te vinden. Maatschappelijke opgaven zoals de klimaatadaptatie, de energietransitie, maar ook de achteruitgang in kwaliteit (organische stofgehalten, verdroging, vernatting en bodemleven) van de landbouwgronden in onze regio, kunnen voor inhoudelijke verschuivingen in de aanpak van bodembeheer door gemeenten zorgen. Dit vraagt om een andere benaderingswijze en specifieke kennis van de bodem en ondergrond, uitgaande van het natuurlijke bodem- en watersysteem, inclusief haar potenties en kwetsbaarheden. De Provincie heeft een proces in gang gezet om de bevoegd gezag-taken die nu onder de Wet bodembescherming (Wbb) en de provincie vallen door middel van een 'warme' overdracht over te dragen van provincie naar gemeenten. Het uitfaseren van de Wbb heeft tot gevolg dat de bodemwerkzaamheden op een andere wijze ingericht moeten gaan worden. Binnen de regio is nu de noodzakelijke bodemkennis aanwezig.
Het is belangrijk dat deze specifieke bodemkennis voor de regio behouden blijft en dat de toekomstige bodemwerkzaamheden op het juiste schaalniveau ingericht worden. Becijferd is dat de overdracht van bodemtaken 4 FTE met zich meebrengt. Als de bodemtaken naar de RUD Zuid-Limburg worden overgeheveld is de impact op de begroting: € 381.322. Met dit scenario is in de voorliggende begroting geen rekening gehouden, in afwachting van landelijke besluitvorming over middelen. Europees 'Fit for 55'-pakket Het Europese milieubeleid berust op de beginselen van voorzorg, preventie en bestrijding van verontreiniging bij de bron, alsook op het beginsel dat "de vervuiler betaalt'. De Europese Unie is bevoegd om op te treden op alle gebieden van het milieubeleid, zoals luchtverontreiniging en geluidshinder, afvalbeheer en klimaatverandering. In meerjarige milieuactieprogramma's is een kader vastgesteld voor toekomstige acties op alle gebieden van het milieubeleid. Het beleid heeft een centrale plaats gekregen in de beleidsvorming van de EU met de lancering door de Europese Commissie van de Europese Green Deal. De Europese Green Deal dateert van december 2019. De Europese Commissie heeft hierin de strategie uiteen gezet voorde verduurzaming van de Europese economie, met als doel om van Europa het eerste klimaat neutrale continent te maken.
De kern van de Green Deal vormt de Europese klimaatwet2, die op 21 juli 2021 in werking is getreden. Om de beoogde EU-klimaatneutraliteit voor 2050 te halen, is in de Europese klimaatwet een bindende EU-klimaatdoelstelling opgenomen voor 2030 van een binnenlandse reductie van de netto broeikasuitstoot (uitstoot na aftrek van compensatie) met ten minste 55% ten opzichte van het niveau van 1990. Met de Europese Green Deal voert de EU specifieke maatregelen in om deze klimaatambities en doelstellingen te bereiken. En milieuambities zoals laatstelijk voorgesteld in het achtste EUMilieuactieprogramma van oktober 2020, welk programma ook de doelstellingen van de Europese Green Deal ondersteunt. Om de doelstellingen van de Green Deal en de Europese Klimaatwet realiseren heeft de Europese Commissie diverse, samenhangende wetsvoorstellen gepresenteerd in het ‘Fit for 55’-pakket. Het eerste deel van het 'Fit for 55'-pakket dateert van juli 2021 en behelst uitgebreide en onderling samenhangende voorstellen voor herziening van diverse verordeningen en richtlijnen, almede bepaalde nieuwe wetgevingsvoorstellen op gebieden als milieu, energie, emissiereductie, vervoer en financiering (zoals een sociaal klimaatfonds). Het tweede deel van december 2021, bestaat uit nieuwe voorstellen op het gebied van
9
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
energie en klimaat. Ook presenteerde de Commissie voorstellen op het gebied van mobiliteit en milieucriminaliteit. De nieuwe of scherpere verplichtingen die in de voorstellen zijn geformuleerd betekent dat Nederland beleid zal moeten formuleren waarmee het aan deze verplichtingen kan voldoen. Fikse bindende opgaven voor Nederland volgen uit de extra reductieverplichting in 2030 van ongeveer 15 megaton in de gebouwde omgeving, de mobiliteit, de landbouw en de lichte industrie, een doel voor groen waterstofverbruik en doelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie. Bij het doorvoeren van de samenhangende voorstellen betekent dit een significante versnelling van de klimaattransitie in Europa ten opzichte van het bestaande beleid. In 2022 zijn de lidstaten en het Europees Parlement aan zet om hun visie op het pakket te formuleren. De verwachting is dat de uiteindelijke vaststelling van elk van de onderdelen mogelijk tot 2023 kan duren. Circulaire economie Naast de klimaatneutraliteit per 2050, wordt in Nederland ook gestreefd naar een circulaire economie, gerealiseerd per 2050. Hiervoor moet in 2030 50% minder primaire grondstoffen worden verbruikt. Ook op regionaal en lokaal niveau moet hieraan mede invulling worden gegeven. De circulaire economie of kringloopeconomie is een economisch systeem waarin zo min mogelijk afval ontstaat.
Het streven is om producten aan het einde van hun levensduurte hergebruiken of te recyclen i.p.v. ze weg te gooien. In een circulaire economie zijn kringlopen gesloten waarin grondstoffen en producten hun waarde zo weinig mogelijk verliezen en waardoor er geen sprake meer is van afval. Een gezonde circulaire economie is het verdienmodel van duurzaamheid. Incidentele investeringen op de korte termijn betalen zich op de lange termijn terug met economische en maatschappelijke winst. De afgelopen jaren is de aandacht voor circulaire economie fors toegenomen. Ook de internationale erkenning van de circulaire economie is gegroeid: het heeft een plaats in de Greendeal en in het EU Actieplannen Circulaire Economie uit 2015 en 2020. Het zwaartepunt van het eerste Actieplan lag bij het wijzigen van de bestaande richtlijnen betreffende afvalstoffen. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in onze nationale wet- en regelgeving, en onze organisatie past deze bijvoorbeeld toe bij Wabo-vergunningen. Het tweede actieplan omvat initiatieven om de hele levenscyclus van producten te verduurzamen: initiatieven om bijvoorbeeld zowel het productieontwerp van producten, als ook het samenstellen, het (her)gebruiken en het recyclen van producten en grondstoffen te vergroenen. Ook ligt er een nadruk op het voorkomen, verminderen en recyclen van afval.
Einde 2021 is een Verkenning naar kansen en belemmeringen in het VTH-instrumentarium om te sturen op circulaire bedrijfsvoering en het stimuleren daarvan, in opdracht van het IPO door Omgevingsdienst NL uitgevoerd. Deze verkenning heeft waardevolle inzichten geleverd die het bevoegd gezag Gedeputeerde Staten kunnen meenemen in de verdere uitwerking van de gezamenlijke ambities en inzet van de provincies op Circulaire Economie. Het lijkt erop dat er nog veel maatwerk nodig is, vanwege de complexe en soms rigide (Europese) wetgeving om vanuit VTH echt te kunnen bijdragen. Gezien het overkoepelende en integrale karakter van circulaire economie zijn er altijd meerdere organisaties nodig om het geheel aan mogelijkheden in beeld te brengen. Een grondige analyse van de kansen voor de circulaire economie kan dus alleen uitgevoerd worden in samenwerking met andere partijen; zowel overheidals marktpartijen. Knelpunten in wet- en regelgeving kunnen mogelijk ook samen worden gesignaleerd en geanalyseerd. Voor deze knelpunten kunnen we samen met onze deelnemers oplossingen initiëren en uitwerken, zoals ruimte voor experimenten en snellere vergunningverlening bij circulaire initiatieven.
10
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Per 1 juli 2022 zal een wetswijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van kracht worden. Met deze wetswijziging wordt de politieke verantwoording over gemeentelijke en provinciale samenwerking versterkt en verbeterd. Een aantal aanpassingen van c.q. aanvullingen op bestaande instrumenten zijn geïntroduceerd die de volksvertegenwoordiging kan gebruiken om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te vullen om de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten. Daarbij gaat het om diverse maatregelen ter versterking van de toerusting en ondersteuning van raads-/statenleden op het gebied van regionale samenwerking. En door meer ruimte te geven voor keuzes over de werking van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld het gebruik van zienswijzen door gemeenteraden. Gemeenteraden en provinciale staten komen bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling meer op afstand te staan. Dat is inherent aan het huidige kader van verlengd lokaal bestuur. Dit uitgangspunt achter de Wgr blijft. Wel krijgen gemeenteraden en provinciale staten op een aantal punten een betere informatiepositie zodat zij hun kaderstellende en controlerende rol beter kunnen invullen. De wijzigingen zijn grofweg in te delen in drie categorieën: 1.
Versterken van de positie van gemeenteraden/provinciale staten bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen (verruiming zienswijzen, introductie gemeenschappelijke adviescommissie, introductie vergoeding lidmaatschap gemeenschappelijke adviescommissies en adviseurs). 2. Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden/provinciale staten (introductie gemeenschappelijk onderzoeksrecht, verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling). 3. Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling (afspraken over evaluatie, aanscherping afspraken uittreding, betere aansluiting begrotingscyclus gemeenschappelijke regeling op gemeentelijke cyclus). Het deel van de wijzigingswet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers gaat per 1 juli 2022 meteen in. Voor het andere deel (verplichtingen om bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen) geeft de wet een implementatieperiode van 2 jaar. Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) vervangt de Wet openbaarheid van bestuur en treedt op 1 mei 2022 in werking. De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend.
De Woo kent daarom de verplichting voor overheden om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Om actieve openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren is het tevens van belang dat de informatiehuishouding van overheden op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. Ook bepaalt de Woo dat er in de begroting en in de jaarlijkse verantwoording van elk bestuursorgaan een openbaarheidsparagraaf moet worden opgenomen. Bestuursorganen zullen per 1 mei 2022 over 11
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
tenminste één contactpersoon moeten beschikken ter beantwoording van vragen van het publiek over de beschikbaarheid van informatie. Het inwerking treden van de Wet open overheid heeft gevolgen voor de organisatie. Met name aan de actieve openbaarmaking zal extra aandacht besteed moeten worden. Er zal duidelijk moeten worden welke documenten wel en welke documenten juist niet uit eigen beweging openbaar gemaakt moeten worden. Het is belangrijk om werkproces(sen) in te richten om documenten te ontdoen van persoonsgegevens en/of andere informatie die niet voor openbaarmaking in aanmerking komt. Zo wordt efficiënt te werk gegaan en kan openbaarmaking sneller geschieden. Verder is het van belang dat de organisatie één of meer contactpersonen aanwijst. Tot slot dient er stil te worden gestaan bij het (rijks)meerjarenplan voor de uitvoering van de wet. Het plan zal langetermijndoelen bevatten ter verbetering van de wijze waarop digitale documenten worden vervaardigd, geordend, bewaard, vernietigd en ontsloten en de stappen die daartoe op korte(re) termijn zullen worden gezet. Uit het meerjarenplan zal blijken welke maatregelen de organisatie precies kan en moet treffen om digitale documenten toegankelijk te maken.
1.4 Focus 2023 Ook in 2023 ligt onze focus op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en onze specialistische taken rondom omgevingsveiligheid, bodem, lucht, geluid, energie, asbest en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderde omgeving en wensen vanuit de samenleving. Wij willen het effect van onze inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk de taken voor onze deelnemers uitvoeren. Uit de Benchmark RUD Zuid-Limburg d.d. oktober 2021, uitgevoerd door TwynstraGudde blijkt dat wij een efficiënte uitvoeringsdienst zijn. De conclusie van de onderzoekers is in deze: “Zowel de gehanteerde kentallen op de producten als de productiviteitsnorm, overhead% en het inhuur% zijn op zijn minst marktconform en op een aantal punten presteert de RUD Zuid-Limburg aantoonbaar beter dan het gemiddelde. De dienst is financieel in control.” Wel kunnen wij nog stappen zetten op het vlak van strafrecht. Ontwikkelmogelijkheden zijn er op het gebied van programmeren, de financieringsmethodiek, het professionaliseren van het informatie- en datamanagement en doorontwikkeling van business control.
Ten aanzien van de VTH-taakuitvoering zetten wij in op: • Steeds meer risicogerichte en resultaatgerichte toezicht en handhaving. Daarvoor zijn data onmisbaar, evenals goed een functionerend(e) VTH-applicatie, Digitaal Stelsel Omgevingswet en Inspectieview Milieu. Een en ander past geheel in de modernisering van het VTH-instrumentarium, zoals branche- en gedragsgericht toezicht. • Meer en meer organiseren rondom maatschappelijke thema's en risico's in de leefomgeving, zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen en energie, ketens van asbest, grond en afstromen vanuit de omgevingswaarden van een gebied. • Goede invulling van een rol in het vooroverleg met een vergunningaanvrager, samen met het bevoegd gezag en andere stakeholders. En daarmee het leveren van (VTH-)expertise aan de voorkant van een aanvraag. • Een adviserende rol in de (regionale) beleidsvorming van omgevingsvisies en -plannen. Onze inzet richt zich op de uitvoerbaarheid van onze VTH-taken en inbreng van onze VTH-expertise. Maar ook het belang van regionale afstemming van omgevingsplannen om onder andere wildgroei en versnippering van verschillende regels voor geluid en lucht tegen te gaan. Daarmee voorkomen we complexere en 12
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
•
•
duurdere uitvoering van VTH. Versterken van het samenspel in de Big Eight. De Big Eight is een visuele weergave van de procescriteria die wettelijk zijn vastgelegd. Deze procescriteria gelden voor alle bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor beleid- en uitvoering van VTH-taken. Meer focus op monitoring van data van omgevingskwaliteit om de kwaliteit in de leefomgeving te kunnen volgen en maatregelen te kunnen beoordelen.
Richting de toekomst betekent dit dat het informatie gestuurd werken de basis zal moeten vormen voor ons handelen in de breedste zin van het woord. Hierbij gaat het om een het gerichte proces van dataontwikkeling tot informatie en het ontsluiten van deze data zodat deze kan worden toegepast in besluitvormingsprocessen. Energie en bedrijven Volgens het regeerakkoord 2021 – 2025 wordt de klimaatverandering gezien als een van de grootste uitdagingen voor onze generatie. Een en ander betekent dat een goed klimaatbeleid kansen biedt om een duurzame en sterke economie op te bouwen. Onderdeel daarvan is met behulp van bepaalde toekomstplannen de industrie in de toekomst te laten draaien op zo weinig mogelijk schone energie en op zogenaamde biogrondstoffen. Om deze aanpak te doen slagen is afstemming tussen overheden, bedrijfsleven en samenleving noodzakelijk. Niet alleen op basis van vrijblijvendheid, maar ook op basis van bepaalde maatwerkafspraken zullen we ervoor moeten zorgen dat de Nederlandse industrie hierbij bepaalde duurzame normen stelt. Daarmee versterken we niet alleen het vestigingsklimaat, maar trachten we ook de duurzame werkgelegenheid voor Nederland te behouden.
Een van de consequenties van deze industrietaakstelling is dat we er rekening mee moeten houden dat de landelijke energieaanpak bij alle bedrijven in de nabije toekomst meer aandacht moet gaan krijgen en daarmee ook zal leidden tot een toename van inzet op dit milieuaspect. Inmiddels is ook aangekondigd dat hiervoor op termijn extra middelen ter beschikking zullen komen en zal rekening gehouden moeten worden met een toename van uitvoering van dit soort werkzaamheden door ons in 2023 en volgende jaren. Voorbeelden van specifieke aandachtsgebieden daarbij zijn o.a. de informatie- en energiebesparingsplicht o.b.v. het Activiteitenbesluit, het verduurzamen van het MKB en de label C-verplichting voor kantoren.
13
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
2
BEHEER VAN DE RUD ZUID-LIMBURG
Taken De taken van de RUD Zuid-Limburg zijn het in opdracht van gemeenten en Provincie, individueel en collectief, uitvoeren van wettelijke taken en adviestaken op het terrein van milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De RUD Zuid-Limburg heeft daartoe werknemers in dienst en verwerft op contractbasis personele capaciteit en/of specifieke kwaliteit van extern personeel. Activiteiten RUD Zuid-Limburg-breed Op dienstniveau worden afspraken gemaakt met de opdrachtgevers over inhoudelijke en financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds communiceren met de opdrachtgevers een belangrijk aspect. De activiteiten worden opgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat besproken en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna door hen het werkprogramma wordt vastgesteld. Van de dienst kunnen de opdrachtgevers verwachten dat de taakuitvoering conform de vastgestelde kwaliteitscriteria is. Speerpunt Proactief informeren van opdrachtgever
Periodiek overleg opdrachtgever
Uitvoeringskwaliteit op landelijk niveau
Prestatie indicator 2 maal per jaar voortgangsrapportage en 1 eindrapportage conform planning in werkprogramma Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers) Werken conform de kwaliteitscriteria
VTH-taken De RUD Zuid-Limburg voert voor ca. 3.800 inrichtingen, waarvan ruim 1.300 basistaak-inrichtingen, verschillende (vuurwerk)evenementen en het buitengebied de volgende werkzaamheden uit: • Behandeling van jaarlijks circa 600 vergunningaanvragen (inclusief vooroverleg) • Beoordeling van circa 1.500 meldingen (Activiteitenbesluit, bodemmeldingen en overige). • Behandeling en afhandeling van circa 1.550 klachten en incidentmeldingen • Uitvoering van circa 2.100 controles (o.a. milieucontroles, bouw- en bodemtoezicht) Uit bovenstaande zaken ontstaan ook vaker bezwaar- en beroepsprocedures, zienswijzen, bestuursrechtelijke handhavingszaken (circa 150). 2.1
Vergunningverlening
Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. Beide procedures moeten geïntegreerd worden behandeld in het kader van de Omgevingswet, waarbij aansluiting moet zijn met de gemeentelijke loketten. De door de burgers en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en kunnen bij volledigheid en juistheid leiden tot een vergunning die door het betreffende bevoegd gezag wordt verstrekt. 14
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Speerpunt Tijdige vergunningen
Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag
Kwaliteit
Actualiteit
Prestatie indicator 95% van de vergunningen, voorbereid met de uitgebreide procedure, dient binnen de wettelijke behandeld te zijn tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding. 95% van de vergunningen voorbereid met de reguliere procedure, dient binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn. 95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dient binnen de afgesproken termijn gegeven te zijn tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging Vergunningen c.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaarschriften mag maximaal 15% gegrond worden verklaard. Vergunningen worden binnen de daarvoor geldende termijnen aangepast aan BBTconclusies/BREF’s.
Informatievoorziening/meten VTH-applicatie op basis van aanvraag- én besluitdatum Communicatie middels voortgangsrapportages
VTH-applicatie op basis van adviesaanvraag én adviesdatum
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State Communicatie middels voortgangsrapportages
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State in relatie tot toezichts- en handhavingsacties
Ook in 2023 zullen een aantal ervaren vergunningverleners via natuurlijk verloop (o.a. (pre-)pensioen) de organisatie gaan verlaten. Aanvulling vanuit de arbeidsmarkt van milieuvergunningverleners met minimaal 3 jaar ervaring is gelet op de openstaande vacatures uit de voorgaande jaren niet te verwachten. De druk op het reguliere vergunningenwerk is daardoor groot, is een aandachtspunt en vormt tevens een risico. Mede door de Omgevingswet en de daardoor toegenomen werkdruk, komen ook de actualisering en overige vergunningprojecten hierdoor verder onder druk te staan. Wij blijven in 2023 investeren in het opleiden van trainees en schoolverlaters met een geschikte vooropleiding. Het kost echter minimaal 3 tot 5 jaar om te kunnen spreken van een dusdanig kennisniveau om de vergunningaanvragen van de complexe tot zeer complexe bedrijven zelfstandig te kunnen afhandelen. Daarnaast komt de begeleiding van deze groep medewerkers bij het steeds kleiner wordende team ervaren vergunningverleners te liggen.
15
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
2.2
Toezicht
De RUD Zuid-Limburg houdt toezicht in overeenstemming met de vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten en werkprogramma's van de partners, en (landelijke) kaders/afspraken die voor toezicht gelden. Het uitoefenen van toezicht bij de BRZO- en RIE-4-bedrijven wordt eveneens landelijk afgestemd met de collega BRZO-omgevingsdiensten en via BRZO+ met veiligheidsregio's, de Nederlandse Arbeidsinspectie, het Openbaar Ministerie en het Rijk. De uitvoering van het toezicht zal steeds meer gericht zijn op (duurzaamheids)thema's zoals emissies van stoffen naar de lucht, het terugdringen van CO2 uitstoot, maar ook het terugdringen van emissies van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daarnaast zal de analyse van data een steeds belangrijkere rol gaan innemen bij het uitvoeren/prioriteren van het toezicht, waarbij ook gedragsbeïnvloeding en communicatie een belangrijke thema's blijven. In 2022 wordt door onze partners een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid vastgesteld voor de basistaken. Onderdeel van dit beleid is onder andere een risicogerichte(re) benadering van het toezicht, waarbij de focus steeds meer komt te liggen op die aspecten/activiteiten waar de risico's het grootst zijn en het naleefgedrag laag is. Op basis van de risico's vindt een inschatting plaats hoe vaak en intensief we inspecties uitvoeren.
Als we daar aanleiding toe zien, houden we ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht. In voorkomende gevallen wordt hierbij ook gekozen voor onaangekondigde inspecties. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om overtredingen te beëindigen. Hierbij is de door onze partners vastgestelde Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) leidend. Onze beschikbare toezichtcapaciteit zetten wij met name in voor het uitvoeren van reguliere milieu-inspecties, de afhandeling van klachten en incidenten. Tevens wordt er ingezet op inspecteren van vuurwerkopslagen, vuurwerkevenementen, alsmede het inzetten op regionale en landelijke projecten. Daarnaast houden wij toezicht met betrekking tot bodem, bouwconstructies, brandveiligheid en asbest belegd. Met een overspannen arbeidsmarkt en vergrijzend personeelsbestand staat onze beschikbare toezichtcapaciteit meer en meer onder druk. Wij sluiten niet uit dat dit consequenties zal hebben voor de uitvoering van de werkprogramma’s. Dan zullen we hierover ook het gesprek voeren met de opdrachtgevers. Medewerkers zullen ook in 2023 opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving. Bij toezicht wordt informatie verzameld over het feit of een activiteit voldoet aan de in de vergunning en/of algemene regels gestelde eisen.
Waarna over de verzamelde informatie een oordeel wordt gevormd. Onder handhaving wordt verstaan: het overgaan tot het opleggen van (herstel)sancties indien uit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan.
16
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Speerpunt Kwaliteit
Tijdigheid Uniformiteit
Prestatie indicator Toezichtrapporten voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving en het beleid van de opdrachtgever. 95% van de handhavingsbesluiten worden genomen binnen de daarvoor afgesproken termijn. Uitvoering werkprogramma opdrachtgever zoals onderling afgesproken Hanteren van vastgesteld handhavingsbeleid opdrachtgever
Informatievoorziening/meten Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State VTH applicatie op basis van (verzoek- én) besluitdatum Voortgangsrapportages Voortgangsrapportages
De juridische advisering en procesvoering van de toezichts- en handhavingstaken vraagt veel capaciteit. De vraag naar juridische capaciteit voor toezicht en handhaving overschrijdt al meerdere jaren de omvang van de formatie. Het verschil is aangevuld met inhuur. Aangezien deze vraag naar juridisch advies op het gebied van handhaving structureel blijkt te zijn is in deze begroting voorgesteld deze capaciteit structureel in laten groeien via de begroting 2023. Hiermee wordt ook recht gedaan aan de uitkomsten van de recent uitgevoerde benchmark door TwynstraGudde waarin wordt voorgesteld de juridische producten te voorzien van eigen kentallen en deze mee te nemen in de werkprogramma's, en deze niet ex post op declaratiebasis als meerwerk te factureren. Een van de aanbevelingen uit het rapport van de commissie Van Aartsen behelst het meer inzetten op strafrechtelijke handhaving en vervolging. In de gehele keten dient hieraan meer prioriteit toegekend te worden met de daarbij behorende capaciteit en inzet. Voor de omgevingsdiensten betekent dit concreet het aanstellen van BOA's, zogenaamde buitengewone opsporingsambtenaren. In 2020 is een pilot gestart binnen onze organisatie, bestaand uit een 0,5 FTE aan BOA-capaciteit. De pilot wordt afgerond op 1 juli 2023, dan hebben wij ervaringscijfers over de inzet van BOA's bij de RUD ZuidLimburg.
Om daadwerkelijk invulling te kunnen geven aan voornoemde aanbeveling van de commissie Van Aartsen zal gelet op de omvang van het totale takenpakket naar schatting 3 FTE benodigd zijn aan BOAcapaciteit. Nu zijn twee medewerkers opgeleid tot BOA en zullen zij in het kader van de pilot elk 0,25 FTE besteden aan BOA-taken. Voor een structurele invulling is op basis van de kwaliteitscriteria vereist, dat minimaal 3 medewerkers tot BOA zijn opgeleid. Vooruitlopend op de uitkomsten van de evaluatie van de pilot is in deze begroting de bekostiging voor 1 FTE aan BOA-capaciteit opgenomen vanaf 1 juli 2023. Afhankelijk van de evaluatie van de pilot worden de consequenties voor de begrotingen vanaf 2024 bepaald.
17
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
2.3
Advisering en Onderzoek
De organisatie toetst, controleert, adviseert, voert onderzoeken/metingen uit dan wel voert beheersmaatregelen uit over de onderwerpen energie, geluid, lucht, bodem en omgevingsveiligheid. Daarnaast participeren de medewerkers in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op deze taakvelden en houden zij rekening met eventuele innovaties bij de uitvoering van de geleverde producten en gevolgde werkwijzen. Speerpunt Kwaliteit
Tijdigheid
Prestatie indicator De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen 95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden
Informatievoorziening/meten Tevredenheid opdrachtgever
Voortgangsrapportages
Adviestaken Specialistische adviezen buiten het werkprogramma om worden op basis van een kostenraming achteraf gefactureerd.
18
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
3
FINANCIEEL
Voor de RUD Zuid-Limburg is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing. Conform het BBV zijn wij verplicht de baten en lasten uit te splitsen in taakvelden. Aangezien wij voor zowel de Provincie Limburg als voor de Zuid-Limburgse gemeenten werken dienen wij hierbij onze baten en lasten te splitsen volgens de gemeentelijke indeling. Volgens deze gemeentelijke indeling werken wij voor onze primaire taakuitvoering uitsluitend in één taakveld, namelijk het taakveld "Milieubeheer". Het taakveld Overhead is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze begroting. Algemeen Zie het financieel overzicht in paragraaf 5.4 voor de totale begroting en bijlage 6.2 voor de bijdrage per deelnemer. Aanpassingen De belangrijkste wijzigingen in 2023 ten opzichte van de begroting 2022 zijn: Toename begrote kosten x € 1.000,Loonindex inclusief herijking Index materiële kosten Toename juridische capaciteit vergunningen Toename juridische capaciteit toezicht BOA 2023 (periode juli t/m december) Data-analist Ondersteuning HR Communicatie Kosten licenties en databronnen Kosten omzetting inrichtingen naar mba Overige (risico opslag) Totaal mutatie begroting 2023 t.o.v. 2022
215 30 91 273 46 91 22 50 23 352 17 1.210
Toename personeel. Er is een toename van juridische capaciteit in de begroting opgenomen. De juristen werken al jaren onder hoge druk. Dat geldt met name bij handhaving maar ook, zij het in mindere mate, bij vergunningen. Dit heeft ertoe geleid dat er extra is ingehuurd op juridische capaciteit. Aangezien deze inhuur structureel is wordt deze nu geformaliseerd in de formatie. Dit betekent een toename van 1 FTE vergunningsjurist en 3 FTE handhavingsjuristen. De totale financiële impact van deze toename in de begroting is € 364.000. Bij HR is behoefte aan ondersteuning van 0,4 FTE. Deze ondersteuning kost € 22.000. Het gebruik van data als informatiebron en als element van sturing en duiding van ontwikkelingen wordt steeds belangrijker. Op dit moment hebben wij deze expertise niet in huis. Uit de hiervoor genoemde benchmark blijkt dat we daarin achterlopen. Daarom hebben wij in de begroting 2023 een data analist opgenomen om ons op dat vlak te versterken. De kosten van deze data analist bedragen € 91.000. Voor BOA-capaciteit is vanaf 1 juli 2023 een FTE opgenomen, zoals hiervoor al beschreven staat onder paragraaf 2.3. Verder is er € 50.000 opgenomen om de communicatie te versterken, ten behoeve van de blijvende aandacht voor het thema ‘Groeien naar partnerschap’ uit de Toekomstagenda. 19
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Voor een periode van 3 jaren (2023, 2024 en 2025) is rekening gehouden met inhuur personeel ten behoeve van omzetting inrichtingenbestand naar mba voor een bedrag van € 352.000 per jaar. De prijsindex 2023 In de begroting van de RUD Zuid-Limburg wordt dezelfde indexering gehanteerd als bij de Veiligheidsregio Zuid-Limburg gebaseerd op CPB-indexcijfers. Deze bedraagt voor 2023 1,5% voor materiële kosten. Voor de jaren erna geldt eveneens 1,5% per jaar. Voor de lonen is de prijsindex voor 2023 2,3%. Voor 2024, 2025 en 2026 is thans een loonstijging voorzien van resp. 2,1%, 2,4% en 2,4%. Deze cijfers liggen ver van de inflatiecijfers, zoals we deze ten tijde van het opstellen van deze begroting kennen en vormen derhalve een reëel risico. Volgens onze werkgeversvereniging zullen per 15 september 2022 de onderhandelingen over een nieuwe cao SGO voor de periode na 2022 starten. Indien de salarisonderhandelingen daartoe aanleiding geven zullen wij het bestuur daarover informeren en vervolgstappen bespreken.
3.1
Lasten
Personeelskosten De personeelskosten van de RUD Zuid-Limburg zijn in 2023 gebaseerd op een formatie omvang van de RUD Zuid-Limburg van 122,75 FTE, waarvan 110 FTE direct. Deze formatie wordt niet volledig ingevuld met vast personeel, maar er wordt gewerkt met een flexibele schil om pieken en dalen op te vangen. De flexibele schil is in personen gerekend bij het opstellen van deze begroting 15,3%, in FTE gerekend is het ongeveer 10%. De arbeidsmarkt voor VTH-professionals is ook in 2021 weer krapper geworden en we verwachten dat dit in de periode waarop deze begroting betrekking heeft niet zal veranderen. Vacatures zijn heel moeilijk in te vullen. Mocht er al het alternatief bestaan om iemand op inhuurbasis te krijgen, dan moeten wij anno nu ook fors meer betalen. In de vorige begroting is aangegeven dat wij inzetten op een flexibele schil van 10%. Dit streven moeten wij bijstellen naar 15%. Op het moment van het opmaken van deze begroting is een traject van herijking van functies al gestart. Op basis van de gegevens die thans beschikbaar zijn, is de inschatting dat er een stijging van de personeelskosten zal plaatsvinden als gevolg van deze herijking. De totale impact wordt ingeschat op ca. € 100.000, echter dit kan ook hoger uitvallen. Daarnaast is in deze begroting rekening gehouden met omzetting van inrichtingen naar mba in het kader van invoering van de omgevingswet.
Dit betreft een traject van 3 jaren en wordt ingevuld met tijdelijk personeel en betekent een verhoging van de flexibele schil over die periode met 3%. Opleidingskosten personeel Het bedrag dat is opgenomen in de begroting als opleidingskosten betreft het onder meer op peil houden van de kennis van volledig voor de taakuitoefening toegerust personeel om aan de landelijke kwaliteitscriteria te voldoen. Eveneens valt onder deze post de opleidingskosten om medewerkers zich verder te laten ontwikkelen maar ook om nieuwe jonge medewerkers in de vorm van een traineeship aan te trekken. Het belang van opleiding(en) voor eigen medewerkers manifesteert zich meer en meer. Men mag van onze dienst verwachten dat wij inzetten op behoud en uitbouw van kennis, ook op het vlak van digitalisering. Zeker in een toekomstige, krimpende arbeidsmarkt.
20
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Kosten van ICT Met de implementatie van het VTH-pakket Squit 20/20 is door ons gestart en de gefaseerde overgang van alle processen naar Squit 20/20 loopt. Op het moment van opmaken van deze begroting is nog onduidelijk wat de uiteindelijke implementatiekosten van de applicatie zal zijn. Aangezien we niet over nadere gegevens beschikken op dit moment gaan we er bij het opmaken van deze begroting van uit dat de bestemmingsreserve voor de afronding van implementatie adequaat is. We zullen hierop uiteraard afzonderlijk ingaan bij het opmaken van de jaarrekening volgend op de afronding van de implementatie. Nieuw is de inschatting dat er € 7.500 per jaar aan licentiekosten hiervoor gemaakt moet worden alsmede €.15.000 per jaar voor afname extra databronnen. Kapitaallasten De opgenomen kapitaallasten zijn gebaseerd op het afschrijvings- en vervangingsplan dat is afgestemd met de provincie, aangezien nagenoeg alle kapitaalgoederen worden gebruikt voor de taakuitvoering van de meetdiensttaken ten behoeve van de Provincie Limburg. Deze kosten worden rechtstreeks doorbelast en zijn niet in de uurtarieven opgenomen.
3.2
Baten
Hoofdinkomsten De inkomsten van de RUD Zuid-Limburg bestaan nagenoeg volledig uit bijdragen van de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling RUD Zuid-Limburg. Deze bijdragen zijn gebaseerd op het afgesproken werkprogramma, waarin per deelnemer de uit te voeren taken en daarmee gemoeide uren zijn beschreven, alsmede overige te verlenen diensten. Bij de start van de RUD Zuid-Limburg is afgesproken dat er vanaf 2017 wordt gewerkt met outputfinanciering. De uitgangspunten voorde outputfinanciering zijn samen te vatten als volgt: • Er worden prijzen gehanteerd per product uit de productencatalogus; • Aan de tarieven liggen normatieve uren per product en tarieven die afhankelijk zijn van de complexiteit van de taak; • Indien de uitvoering sterk afwijkt (meer dan 100%) van de norm, dan worden er afzonderlijk maatwerkafspraken gemaakt; • Er zijn 4 complexiteitsniveaus met elk een tarief; • Elk tarief is gebaseerd op integrale uurkosten van de directe personeelsleden belast met de uitvoering; Alle kosten gemoeid met afschrijving, exploitatie en huisvesting van de overgebrachte taken van de meetdienst lucht en geluid worden afzonderlijk doorbelast naar de Provincie Limburg. De uurtarieven voor 2023 zijn voor de 4 complexiteitsniveaus als volgt: zeer complex complex gemiddeld eenvoudig
€ € € €
111,00 100,00 90,00 79,00 21
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
Dit betreft tarieven exclusief gebruik materieel. De tarieven waren sinds 2020 niet gewijzigd maar stijgen in 2023 met name wegens de effecten van inflatie en loonindexering. De inflatie in Nederland loopt sterk op en bedroeg in januari 2022 meer dan 6% ten opzichte van januari 2021 en de Nederlandse Bank houdt rekening met een voortzetting van deze hoge inflatie ook in 2023. Hiermee is in de CPB-cijfers nog geen rekening gehouden, die zijn in september 2021 gepubliceerd. Bij het voorstel tot verhoging is rekening gehouden met prijsstijgingen sinds de laatste prijswijziging van onze tarieven in 2020, gezien de inflatie van de afgelopen jaren (zie tabel hierna) en de huidige hoge inflatie die nog niet in de CPB cijfers tot uitdrukking komt is een verhoging van de tarieven noodzakelijk. De CPB-cijfers voor inflatie en loonontwikkelingen bedroegen in de jaren 2021, 2022 en 2023: Tabel indexcijfers CPB jaar Index materiële overheidsconsumptie Index CAO
2021 1,9
2022 1,2
2023 1,5
Weging 2,5/ 14,5 = 17,25%
Prijsstijging 2021-2023 105,77
1,4
2,2
2,3
12/ 14,5 = 82,75%
De stijging over 2021 en 2022 en de prognose over 2023 bedragen als gecombineerd effect, waarbij rekening is gehouden met de verhouding in de begroting 2023 van materiele kosten en loongerelateerde kosten, 5,77%. Dit percentage is toegepast op de prijzen en vervolgens zijn deze afgerond op hele euro’s. Adviestaken Specialistische adviezen buiten het werkprogramma om worden op basis van een kostenraming achteraf gefactureerd. Materieel budget Provincie en huisvesting locatie Sittard De Provincie stelt een specifiek materieel budget beschikbaar voor de uitvoering van de provinciale wettelijke taken. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de exploitatiekosten en de afschrijvingskosten en rentekosten van de specifiek voor de Provincie bestemde voertuigen en meetinstrumenten. Hiervoor is in de begroting opgenomen € 404.241. Dit betreft de door de Provincie ingebrachte taken lucht en geluid. Dit bedrag zal in zijn geheel in rekening worden gebracht aan de Provincie zodat er geen financiële gevolgen ontstaan, conform eerder geaccordeerde begrotingen, voor de overige deelnemers. Hetzelfde geldt voor de huisvesting op locatie Sittard die met deze taken gemoeid is. Dit betreft een bedrag van € 29.965. Exploitatiesaldo Er wordt bij het opstellen van de begroting ervan uitgegaan dat er geen exploitatiesaldo is.
De begroting wordt geacht precies kostendekkend te zijn en zo doorgerekend aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.
22
Begroting RUD Zuid-Limburg 2023
4
VERPLICHTE PARAGRAFEN
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven dat in de Programmabegroting ten minste de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen en 7. Grondbeleid. De paragrafen "lokale heffingen", "verbonden partijen" en "grondbeleid" zijn niet op de RUD Zuid-Limburg van toepassing, omdat de RUD Zuid-Limburg niet wordt gefinancierd door heffingen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. De overige paragrafen zijn hieronder toegelicht.