CConstaterende datBeekdaelen
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJGESTELDE VERSIE d.d. 07092023 Nota van zienswijzen besttemmingsplan groevepark Silt te Schinnen (bijlage 22)

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving 14 september 2023, gemeente BeekdaelenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake: "Bestemmingsplan Groevepark Silt"18.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Versie: 070923

Brr BCENDAELIN

NOTA VAN ZIENSWIJZEN

Bestemmingsplan "Groevepark Silt te Schinnen"

Versie: 070923

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING 1.1 Procedure 1.2 Ingekomen zienswijze 1.3 Leeswijzer

2.

SAMENVATTING ZIENSWIJZEN & GEMEENTELIJK STANDPUNT

3.

WIJZIGINGEN VAST TE STELLEN BESTEMMINGSPLAN 3.1 Toelichting 3.2 Regels 3.3 Verbeelding 3.4 Bijlagen

4.

OVERZICHT INGEDIENDE ZIENSWIJZEN

Versie: 070923

1.

INLEIDING

De firma Bruis is voornemens om Groeve Schinnen en het afgedekte vuilstort en de groeve Schinnen te transformeren naar een plek waar de natuurontwikkeling en (recreatieve) gebruik samen komen. Bruis is eigenaar/exploitant van dit gebied. Binnen het plan worden verschillende natuurbiotopen in de groeve gerealiseerd waar natuurwaarden zich kunnen ontwikkelen. Aansluitend wordt een divers aanbod van een beperkt aantal eenheden voor verblijfsrecreatie ontwikkeld met bijbehorende het aangrenzende vuilstort Tenslotte worden op voorzieningen. zonneweiden/solarpark aangelegd op een zodanige manier dat ook natuurwaarden zich blijvend kunnen ontwikkelen. Omdat het huidige bestemmingsplan de realisatie van dit plan op onderdelen niet geheel mogelijk maakt, is een herziening van de vigerende bestemmingsplannen nodig. Ten behoeve hiervan zijn alle relevante (milieu)thema's onderzocht en getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving. Met het in procedure brengen van het ontwerp bestemmingsplan is daaraan voldaan. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun visie en standpunten ten aanzien van het bestemmingsplan met een zienswijze kenbaar te maken. In deze nota is bepaald of de zienswijzen ontvankelijk zijn en worden deze voorzien van een reactie namens het college B&W. De gegronde zienswijzen leiden uiteindelijk tot aanpassingen en/of wijzigingen t.a.v.

het vast te stellen bestemmingsplan. Deze nota maakt dan ook deel uit van de bijlagen behorende bij het raadsvoorstel en zal vervolgens integraal worden verwerkt in de documenten behorende bij het bestemmingsplan.

1.1 Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan Groevepark Silt te Schinnen heeft op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht vanaf 25 januari 2023 gedurende zes weken (tot en met 8 maart 2023) voor eenieder ter inzage gelegen; het bestemmingsplan was raadpleegbaar via ruimtelijkeplannen.nl en kon worden ingezien bij het gemeentekantoor, Deweverplein 1 te Nuth. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijke en/of mondelinge Daarnaast is het zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. termijn bij een aantal voorafgaand aan voornoemde ontwerpbestemmingsplan (overheids-)instanties, die een belang bij dit plan hebben, voorgelegd. Per zienswijze is aangegeven of deze binnen de daartoe voorgeschreven termijn zijn ontvangen door de gemeente en daarmee wel of niet ontvankelijk zijn. De ingediende zienswijzen hebben met name betrekking op de aspecten overlast (met name bij de fase van voorbereidende ontgronding), communicatie c.q. omgevingsdialoog, natuurwaarden, beoogd gebruik van de groeve en ook borging van risico's voor de nazorg van de stortlocatie.

3

Versie: 070923 1.2. Ingekomen zienswijzen In deze nota is een overzicht opgenomen van de schriftelijke zienswijzen ten aanzien van voorliggend ontwerp bestemmingsplan; ook is daarbij vermeld of de zienswijzen overgenomen wordt of niet.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden zienswijzen samengevat en wordt vervolgens het gemeentelijk standpunt weergegeven. De samenvattingen van de reacties en zienswijzen hebben overigens alleen tot doel de leesbaarheid van dit (zienswijzen)rapport te vergroten. Bij de beoordeling van de reacties en zienswijzen zijn de volledige brieven, zoals deze bij de gemeente zijn ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen. In hoofdstuk 3 is een overzicht opgenomen van de (ambtshalve) aanpassingen die in het bestemmingsplan worden doorgevoerd.

4

Versie: 070923 2. SAMENVATTING ZIENSWIJZEN & GEMEENTELIJK STANDPUNT

I. Ingekomen d.d. 8 maart 2023. 1. Indiener geeft aan dat de gehanteerde uitgangspunten voor het plan een mooie balans zijn tussen mens, omgeving en duurzaamheid en beschrijft hierbij de diverse plandelen van Silt. Het plan biedt voordelen: wandelen, fietsen recreëren in een mooi stukje natuur dat nu nog afgesloten is, voor de middenstand in Schinnen, werkgelegenheid, opwekking groene stroom. Het plan kent ook nadelen: auto's, wandelaars en fietsers die over de weg naar Hegge kunnen rijden. De voordelen wegen volgens indiener echter op tegen de nadelen. zienwijze indiener is positief ten aanzien van voorgestelde ontwikkeling. Standpunt gemeente: De gemeente onderschrijft de positieve zienswijze en verwijst voor wat betreft de verkeersontwikkeling naar het verkeersonderzoek waaruit blijkt dat de hoofdverkeersstromen vooral verlopen via Hettekensweg. Dit doordat dat de hoofdtoegangsweg is die aansluiting heeft op de Nieuwe Nutherweg- A76Buitenring Parkstad. Voor langzaam verkeer zal de fietsroute voornamelijk voor het plan Silt gelegd worden vanuit de Hettekensweg.

2. Indiener geeft aan via diverse kanalen door initiatiefnemer op de hoogte was van het plan en de voortgang en geeft hierbij aan ook op de hoogte te zijn van de klankbordgroep en dat hierbij klankborgroepdeelnemers in worden meegenomen en dat zaken vanuit klankbordgroep zijn overgenomen, zoals toegankelijkheid voor omwonenden, particratie zonnepanelenpark en rijtijden voor de vrachtauto's.

Standpunt gemeente: Hetgeen de zienswijze indiener aangeeft bevestigt de acties als vermeld in de bijlagen betreffende de participatie die initiatiefnemer heeft gevoerd.

II. Ingekomen d.d. 8 maart 2023 1) Indiener verwacht overlast als gevolg van transportbewegingen. Standpunt gemeente: Om de overlast zoveel mogelijk te voorkomen zijn met de bewoners van de woningen waar vrachtauto's (achter) langs percelen rijden afspraken gemaakt mede op basis- en naar aanleiding van de anterieure overeenkomst welke het college van B&W met de initiatiefnemer heeft gesloten. Ook zijn met de initiatiefnemer afspraken gemaakt over een veilige oversteek van de Grubbenweg 5

Versie: 070923 (zie ook het bijgevoegde participatie verslag- en tekening). Akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat als gevolg van het planvoornemen geen normen worden overschreden.

2) Indiener verwacht beschadiging van de openbare weg door transportbewegingen Standpunt gemeente: Met de initiatiefnemer zijn hierover afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst; voor eventuele beschadigingen bestaat herstelplicht bij initiatiefnemer.

3) Indiener verwacht dat leefbaarheid onder druk zal komen als gevolg van de ontwikkeling. Standpunt gemeente: Het project omvat juist veel maatschappelijke meerwaarde, waaronder verbetering van de leefbaarheid; zie notitie maatschappelijke meerwaarde.

6

Versie: 070923 4) Luister naar de omwonenden gelet op ervaringen met groeve Spaubeek. Standpunt gemeente: Er heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden met de omgeving, zie participatieverslag Er is gebruik gemaakt van ervaringen omtrent groeve Spaubeek.

III.

Provincie Limburg

Ingekomen proforma zienswijze d.d. 7 maart 2023; inhoudelijke aanvulling van de zienswijze d.d. 14 maart 2023. Vooroverleg (1) Het overleg over het planvoornemen op grond van artikel 3.1.1 Bro, heeft geleid tot opmerkingen onzerzijds. In onze vooroverlegreactie verzonden op 4 september 2022 hebben wij onze eerste opmerkingen op het concept bestemmingsplan gedeeld. Daarin constateerden we dat het concept plan verre van compleet was. In de periode daaropvolgend heeft bij de verdere uitwerking van het plan geen overleg meer met ons plaatsgevonden, terwijl er vele provinciale belangen met het plan gemoeid zijn. Bij de publicatie van het ontwerpplan constateren wij dan ook dat onze opmerkingen niet (volledig) in het plan zijn meegenomen. Voor diverse onderwerpen is de onderbouwing in de toelichting ontoereikend en onvolledig. Met het plan zoals het nu voorligt kunnen wij dan ook niet instemmen. Wij zien daarom aanleiding om ten aanzien van het plan de volgende zienswijze in te dienen. (2) Wij verzoeken om vooralsnog af te zien van vaststelling van het plan en allereerst nader ambtelijk overleg te voeren over de volgende onderwerpen. De opmerkingen van tekstuele aard kunnen wij in dit overleg dan eveneens delen. Standpunt gemeente 1) Sinds 2020 zijn wij in gesprek c.q. overleg met provincie over voorliggende ontwikkeling.

Het plan is op het gebied van publiekrechtelijke toestemmingen te typeren als een complex geheel binnen het proces van de voorgestelde gebiedsontwikkeling, waarbij meerdere overheden bevoegd gezag zijn over onderdelen en zelfs er verschillende rollen zijn weggelegd voor de provincie. Als het gaat om het initiatief van deze ontwikkeling is er sprake dat ook de provincie voor een deel (zon pv op stortlocatie) als mede initiator aan te merken is voor het onderdeel stortlocatie. De provincie heeft de gemeente in 2020 aan de gemeente gevraagd of zij positief staat in de voorgestelde ontwikkeling rondom zon PV op de stortlocatie. De gemeente heeft dit bevestigd en participeert in de werkgroep Zon PV op stortlocatie Schinnen, waarvan de provincie de trekker is. Verder is de locatie als zoeklocatie opgenomen in de Regionale Energie Strategie (RES). Overeenkomstig de opgave, waaronder de provinciale motie Zon-PV op stortlocaties, heeft de gemeente een bestemmingsplan voorbereid en in procedure gebracht. Met voorliggend integraal bestemmingsplan voor het groevepark Silt ligt dit nu ook voor. De doorlooptijd voor de voorbereiding van het bestemmingsplan was relatief kort, maar er is wel sprake geweest van vooroverleg. Opmerkingen van (voor-) 7

Versie: 070923 overleggen zijn ontvangen en daar waar aan de orde verwerkt en ook benodigde adviezen zijn tijdig ingewonnen alvorens het ontwerp ter inzage gelegd is. 2) Dat er nu een zienswijze ligt van Provincie in deze fasen die nog aandachtspunten met zich mee brengen maakt dat het plan er alleen maar beter op wordt, maar ook dat een stap gemaakt kan worden. De ingediende zienswijzen van de provincie vormen voor de gemeente geen aanleiding om voorliggend bestemmingsplan niet voor te leggen aan de gemeenteraad ter vaststelling. Dit uiteraard met in achtneming van wijzigingen als gevolg van ons standpunt op de aangedragen onderdelen van de zienswijze. Omgevingsverordening (3) In de plantoelichting staat in onderdeel 3.2.2. dat de provinciale Omgevingsverordening 2021 nog niet is vastgesteld. De Omgevingsverordening Limburg (2021) is echter in december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Deze verordening, die conform de Omgevingswet is opgesteld, treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. In de plantoelichting wordt uitgegaan van de Omgevingsverordening 2014. Hiervan zijn de regels inmiddels geactualiseerd met de vaststelling van een wijzigingsverordening op 16 december 2022. Deze is inmiddels in werking getreden. Deze wijzigingsverordening is inmiddels verwerkt en gepubliceerd in de geconsolideerde versie GC10.

Daarvan wordt in de toelichting van voorliggend bestemmingsplan geen melding gemaakt. Het onderdeel 3.2.2. van de toelichting dient dus geactualiseerd te worden, waarbij wij vragen om ook een doorkijk te geven naar de wijze waarop het plan binnen de nieuwe Omgevingsverordening op basis van de Omgevingswet past. Standpunt gemeente: 3) Onderdeel 3.2.2 van de toelichting wordt geactualiseerd en aangevuld met de verwijzing naar de laatste wijziging van de omgevingsverordening Limburg 2014. De toetsing aan de verordening t.a.v. de regels over stortplaatsen, klimaatadaptatie en zonneparken is aangevuld. Zonneweide (4) De stortlocatie Schinnen staat in de Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg (RES-ZL) expliciet opgenomen als zoekgebied voor een zonnepark. Wij hebben een positieve grondhouding ten aanzien van een zonnepark op deze locatie, welke met alle betrokkenen partijen (gemeente, Bruis BV en Attero) instemmend is besproken. (5) Hoewel bestaande natuurgebieden in onze Omgevingsverordening in beginsel worden uitgesloten voor ontwikkeling tot zonneweide, is in de wijzigingsverordening een uitzondering opgenomen voor de stortplaats in Schinnen. Hier wordt in het plan niet naar verwezen. We missen een toelichting op hoe deze zonneweide passend is binnen de instructieregels zonneparken uit artikel 2.17.2 van de geconsolideerde versie Omgevingsverordening 2014.

(6) In het plan ontbreekt bijvoorbeeld een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. (7) In de verbeelding van het plan zijn binnen de enkelbestemming Natuur met een functieaanduiding de contouren van de zonneweide opgenomen. Over de daadwerkelijke inrichting van het terrein inclusief de opstelling van de zonnepanelen blijven we in het vergunningenspoor graag in afstemming. (8) Dit 8

Versie: 070923 in relatie tot het beschermen van landschappelijke kernkwaliteiten en het stimuleren van de natuurwaarden, zoals de opgenomen natuurbestemming ook impliceert. Standpunt gemeente: 4) Het is goed nogmaals bevestigd te krijgen dat de provincie een positieve grondhouding heeft ten aanzien van het initiatief en dat door de provincie instemmend gesproken is over de ontwikkeling van zon pv op locatie met de partijen die betrokken zijn bij de huidige en toekomstige exploitatie van de stortlocatie. Attero heeft in dit kader zelf ook recent bevestigd een positieve grondhouding te hebben ten aanzien van deze ontwikkeling. 5) De toelichting is aangevuld met een toetsing van het plan aan de instructieregels uit artikel 2.17.2. Hierbij zal ook worden verwezen naar de uitzondering van stortplaats Schinnen op het verbod op zonneparken in bestaande natuurgebieden aangewezen als `Bronsgroene landschapszone'. 6) De instructieregel tot verplichting tot verwijdering van het zonnepark na beëindiging van de activiteit is toegevoegd in de planregels, De verwijzing naar de Omgevingsverordening zal worden opgenomen alsmede een passage de toelichting op hoe deze zonneweide passend is binnen de instructieregels zonneparken uit artikel 2.17.2 van de geconsolideerde versie Omgevingsverordening 2014.

Aan artikel 5.2.2 Zonneweide wordt lid f toegevoegd: "de zonnepanelen met bijbehorende installaties en bekabeling worden na beëindiging van de exploitatie van de zonnepanelen verwijderd" Aan artikel 5.2.3 Inkoopstation wordt lid c toegevoegd: "de gebouwen en bouwwerken met bijbehorende installaties en bekabeling worden na beëindiging van de exploitatie van de zonnepanelen verwijderd." 7) Uiteraard blijft ook de gemeente in het vergunningenspoor graag in afstemming. 8) Zoals de gemeente samen met provincie in het vooroverleg al geconcludeerd hebben heeft de stortlocatie in het verleden de vigerende bestemming natuur gekregen hetgeen niet geheel sluitend is met het de huidige functie als stortplaats. Om die reden wordt dat in voorliggend bestemmingsplan gerepareerd met een gebiedsaanduiding milieuzone - stortplaats' aldaar. Dat iets de bestemming natuur heeft wil inderdaad nog niet zeggen dat het dat (al) is. Dit beaamt provincie als toekomstig ontvanger, na sluiting van het stort, ook. Voorgestelde ontwikkeling voorziet in een doorontwikkeling en bundeling van opgaven op locatie. Dit laat onverlet dat de verschillende belangen in ogenschouw genomen moeten worden en de nodige (waar-) borgen ingeregeld moeten worden. Voor wat betreft het deel waar de gemeente bevoegd gezag is, wordt dit ook geregeld met voorliggend bestemmingsplan en de daarbij behorende anterieure overeenkomst.

Functies op stortplaats/ bodem (9) Het beoogde project vindt plaats binnen de aan Attero/Deponie vergunde milieu-inrichting. Juridisch gezien is er sprake van een stortplaats met een 9

Versie: 070923 vigerende omgevingsvergunning, weliswaar afgewerkt maar niet gesloten en dus nog steeds een inrichting. Alle activiteiten op het afgewerkte stortlichaam zijn in meer of mindere mate van invloed op de staat van onderhoud en de levensduur van de bovenafdichting. Zolang de stortplaats operationeel is (en dat is het geval totdat deze formeel gesloten is) is Attero verantwoordelijk hiervoor. Na sluiting is provincie Limburg hiervoor verantwoordelijk, ook financieel. Gedeputeerde Staten hebben niet alleen een rol als bevoegd gezag in verband met de Wabovergunning maar ook in de hoedanigheid van toekomstige nazorgbeheerder van de stortplaats. De provincie heeft daarom de taak om niet alleen naar de lay-out te kijken maar ook om te beoordelen of de constructie die beoogd is niet leidt tot aantasting van de integriteit van de bovenafdichting en de folie, nu en op lange termijn. (10) Op de verbeelding wordt de aanduiding milieuzone - stortplaats' aangebracht en in de regels de beperking/verbod opgenomen ten aanzien van activiteiten (bouwen/aanleggen) ter bescherming van integriteit van bovenafdichting. Er zullen geen activiteitenplaats vinden die de afdichting aantasten. Een beoordeling door bureau Geonius laat zien dat dit (de bedoelde activiteiten die in het bestemmingsplan zijn voorzien) ook te voorkomen is (zie bijlage).

Aan deze bepaling vindt toetsing plaats via de omgevingsvergunningaanvraag 'bouwen'bij oprichting van het zonnepark. Aan deze vergunning kunnen nadere voorschriften worden verboden over de situering en technische aspecten van de opstelling. (11) Eveneens ontbreekt een verbodsbepaling voor bodem-verstorende werkzaamheden zoals het indrijven van voorwerpen, aanbrengen van funderingen en egaliseren. Zolang de stortplaats niet is gesloten, is deze ook niet vrij toegankelijk. Het sluiten van de stortplaats is voor zover bekend niet voorzien op de korte termijn. In het bestemmingsplan zou daarom geborgd moeten worden dat alle werkzaamheden die nodig zijn voor de huidige exploitatie en alle werkzaamheden die nodig zijn voor de toekomstige nazorgfase mogelijk zijn. De toekomstige nazorg van deze stortplaats zou naar onze mening hoe dan ook in het bestemmingsplan benoemd moeten zijn. (12) In onze reactie van 4 september 2022 is daarom aangegeven dat provincie een beleidsbesluit dient te nemen over het wel of niet toestaan van een mountainbike-route en parkeerplaatsen op de stortplaats c.q. tussen de zonnepanelen. Dit beleidsbesluit is nog niet genomen. (13) Op dit moment is het nog onduidelijk in hoeverre de genoemde functies de leeflaag van de stortplaats (kunnen) aantasten.

Vanuit beheerdersoogpunt is mountainbiken op de stortplaats niet wenselijk en alleen mogelijk als er additionele maatregelen (technisch en financieel) worden getroffen. (14) Uit de stukken blijkt niet wie wanneer zorgdraagt voor de instandhouding van de leeflaagconstructie en de controle op dit aspect. (15) Ook heeft de RUD Zuid-Limburg in een reactie van 29 juli 2022 gewezen op het intensieve karakter van deze vorm van recreatie en de mogelijke strijdigheid met de specifieke gebruiksregels voor de op de stortplaats opgenomen bestemming Natuur. Een duiding hiervan ontbreekt vooralsnog. (16) Ten aanzien van het bodemaspect is ook het generieke kader van Besluit bodemkwaliteit relevant. Uitgangspunt hierbij is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie van de bodem én dat de lokale bodemkwaliteit niet mag verslechteren, bezien op klasseniveau. Bij het generieke kader moet de toepassing van grond en baggerspecie worden getoetst aan de functie én aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. 10

Versie: 070923 De strengste van deze twee eisen geldt. Dit aspect is niet inzichtelijk gemaakt in het plan. (17) Specifiek ten aanzien van deellocatie 5 is de sterke bodemverontreiniging met PAK boring 4 niet ingekaderd. Onduidelijk is of sprake is van ernstige bodemverontreiniging. De financiële consequenties zijn niet inzichtelijk en hiermee is de haalbaarheid van het plan ook niet inzichtelijk.

Standpunt gemeente Stortplaats: 9) De gemeente is er zich van bewust dat de Provincie meerdere rollen heeft. Het is vaker in overleg aan de orde gekomen. Ook in het kader van uw toekomstige opgave dienen zaken goed geregeld te zijn voor de stortlocatie. Zo ook in voorliggend bestemmingsplan. Dat de locatie op dit moment nog een WM-inrichting is weten de bij deze ontwikkeling betrokken partijen. In dat kader zal Attero en initiatiefnemer in een overeenkomst afspraken vastleggen omtrent de voorgenomen ontwikkeling. Deze overeenkomst is in concept gereed. Attero/Deponie Zuid heeft bevestigd een positieve grondhouding te hebben ten aanzien van Silt en deze overeenkomst zal begin september voorgelegd worden ter tekenen aan hun directie. 10) Op de verbeelding wordt de aanduiding milieuzone - stortplaats' aangebracht en in de regels de beperking/verbod opgenomen ten aanzien van activiteiten (bouwen/aanleggen) ter bescherming van integriteit van bovenafdichting. Er zullen geen activiteitenplaats vinden die de afdichting aantasten. Een beoordeling door bureau Geonius laat zien dat dit (de bedoelde activiteiten die in het bestemmingsplan zijn voorzien) ook te voorkomen is (zie bijlage). Aan deze bepaling vindt toetsing plaats via de omgevingsvergunningaanvraag bouwen' bij oprichting van het zonnepark.

Aan deze vergunning kunnen nadere voorschriften worden verboden over de situering en technische aspecten van de opstelling. Voorgaande richt zich op artikel 18.1, waarbij slechts is verwezen naar bepalingen uit de verordening over gesloten stortplaatsen, waarbij voor de nog niet gesloten stortplaats in casu niet de gevraagde beperkingen (geen activiteiten die de afdichting kunnen aantasten) opgelegd. Onder 18.1.c. wordt de uitvoering van werkzaamheden met bijbehorende voorzieningen en bouwwerken juist expliciet toegestaan. 11) In overleg met provincie is afgesproken dat artikel 18.1 van de regels wordt vervangen door de volgende regels: a.

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - stortplaats' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de nazorgvoorzieningen van de stortplaats Schinnen, waaronder de instandhouding van de leeflaag van 1,0 meter.

b.

Het is verboden in, op, onder of boven de gronden aangeduid als 'milieuzone stortplaats': 1. werken of werkzaamheden uit te voeren, anders dan de werken of werkzaamheden die dienen voor de bescherming en instandhouding van de nazorgvoorzieningen van de stortplaats Schinnen, als ze nadelige gevolgen kunnen hebben voor de nazorgvoorzieningen van de stortplaats, en 11

Versie: 070923 2. werken of werkzaamheden na te laten indien ten gevolge daarvan de instandhouding van de nazorgvoorzieningen belemmerd kan worden, dan wel de aanwezige nazorgvoorzieningen beschadigd kunnen worden c.

De verboden in lid b zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden waarvoor door Gedeputeerde Staten met een vergunning of ontheffing toestemming is verleend, mits de aan deze vergunning of ontheffing verbonden voorschriften in acht worden genomen.

d.

Voor zover voor de stortplaats Schinnen door gedeputeerde staten nog geen sluitingsverklaring is afgegeven, geldt in afwijking van de bepalingen in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels en de verboden in lid b dat de uitvoering van werken of werkzaamheden die betrekking hebben op het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting voor zover deze is vergund krachtens artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met artikel 3.4 van het Besluit omgevingsrecht niet in strijd zijn met dit plan.

Ook zal in artikel 1 van de regels (de definities) de volgende definitie worden toegevoegd:

"1.89 Stortplaats Een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47 van de Wet milieubeheer met bijbehorende voorzieningen ter bescherming van het milieu tegen mogelijk nadelige gevolgen vanwege de stortplaats, zoals een bovenafdichting.

12) Aangezien de gemeente in overeenstemming met provincie de planregels in het bestemmingsplan heeft aangescherpt om de integriteit van de afdeklaag te beschermen, wordt tegemoet komen aan de motie van Provinciale Staten (zon-PV op stortlocaties) om middels een bestemmingsplanwijzing zon-pv op het stort mogelijk te maken, invulling te geven aan de Regionale Energie Strategie (RES) alsmede aandacht te hebben voor opgaven in het landelijke gebied met voor deze specifieke locatie aandacht voor hetgeen in de IPO notitie staat beschreven. De gemeente gaat er vanuit de positieve grondhouding van de provincie omgezet wordt in instemming voor de volgende stap in de ontwikkeling. 13) Met aanvulling die onder punt 11 opgenomen wijziging/toevoeging wordt voorzien in de beheersbaarheid in de fase na bestemmingsplanvaststelling. 14) De instandhouding van de afschermende constructie en inspectie daarvan, is afhankelijk van de vergunde situatie. Zolang stortplaats Schinnen geen gesloten stortplaats betreft, ligt deze verantwoordelijkheid bij de vergunninghouder Attero. Op het moment dat gedeputeerde staten een sluitingsverklaring hebben afgegeven, is de gedeputeerde staten verantwoordelijk voor de instandhouding en inspectie van de afschermende constructie.

De exploitant van het zonnepark is verantwoordelijk voor de naleving van de vergunningvoorschriften, die ofwel bij ontheffing (indien de stortplaats is gesloten) worden gesteld door Gedeputeerde Staten ofwel die via de milieuvergunning worden geborgd; daarbij zal Attero afspraken moeten maken met de exploitant i.v.m. het drijven van een gezamenlijke inrichting Wm. In overleg met provincie zal het volgende in de planregels worden opgenomen: 12

Versie: 070923 X.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing; d. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen; e. de fundering, belastingen en constructie van de bebouwing. X.3.2 Toepassingscriteria De onder artikel X.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de landschappelijke inpassing; c. de milieusituatie; d. verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; f. instandhouding van omliggende waarden g. bescherming en instandhouding van de stortplaats Schinnen met bijbehorende nazorgvoorzieningen. 18.1 milieuzone-stortplaats: a. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - stortplaats' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de nazorgvoorzieningen van de stortplaats Schinnen, waaronder de instandhouding van de leeflaag van 1,0 meter. b. Het is verboden in, op, onder of boven de gronden aangeduid als 'milieuzone stortplaats': 1.

werken of werkzaamheden uit te voeren, anders dan de werken of werkzaamheden die dienen voor de bescherming en instandhouding van de nazorgvoorzieningen van de stortplaats Schinnen, als ze nadelige gevolgen kunnen hebben voor de nazorgvoorzieningen van de stortplaats, en 2. werken of werkzaamheden na te laten indien ten gevolge daarvan de instandhouding van de nazorgvoorzieningen belemmerd kan worden, dan wel de aanwezige nazorgvoorzieningen beschadigd kunnen worden c. De verboden in lid b zijn niet van toepassing op werken of werkzaamheden waarvoor door Gedeputeerde Staten middels een vergunning of ontheffing toestemming is verleend, mits de aan deze vergunning of ontheffing verbonden voorschriften in acht worden genomen. d. Voor zover voor de stortplaats Schinnen door gedeputeerde staten nog geen sluitingsverklaring is afgegeven, geldt in afwijking van de bepalingen in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels en de verboden in lid b dat de uitvoering van werken of werkzaamheden die die plaatsvinden in het kader van de voor de stortplaats Schinnen krachtens artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleende omgevingsvergunning milieu niet in strijd zijn met dit plan. Artikel 6.2.9 lid d is gewijzigd naar: d.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - zonneweide' mogen zonnepanelen in de vorm van een overkapping worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter met een fundering niet dieper dan 0,50 m 13

Versie: 070923 boven de bovenafdichting en niet dieper dan 0,30 m boven de drainagelaag van de aanwezige stortplaats Schinnen. 15) In overleg met provincie is afgesproken dat in de planregels behorende bij de bestemming Natuur' in artikel 5.5.1. (strijdig gebruik) de volgende bepaling wordt toegevoegd in de opsomming van het in strijd met de bestemming gebruiken van gronden voor: "voor het racen of crossen met mountainbikes voor zover dit buiten de daarvoor aangegeven mountainbike routes plaatsvindt". 16) Deze zienswijze gaat kennelijk uit van het toepassen van grond en baggerspecie. In geval van toepassing zal de grond en baggerspecie moeten voldoen aan de eisen Besluit Bodemkwaliteit. Op het moment dat grond van elders in het gebied zal worden toegepast dient aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit te worden voldaan, evenals in dat kader te verrichten onderzoek. 17) Dit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. in de buurt van de bedrijfswoning is in één boring (003) inderdaad PAK interventiewaarde gevonden. De verontreiniging met PAK is in het kader van voorliggend ruimtelijk plan niet nader ingekaderd. De verontreiniging zal voorafgaand aan de omgevingsvergunningaanvraag 'bouwen'zowel horizontaal als verticaal worden ingekaderd middels een nader onderzoek conform NTA5755.

Indien het een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft zal hiervan melding worden gemaakt. Aan paragraaf 5.8 Bodemkwaliteit wordt toegevoegd: Deze verontreiniging zal ingekaderd worden middels een nader onderzoek conform de NTA5755. Indien de verontreiniging een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft zal hiervan melding worden gemaakt en de noodzakelijke maatregelen worden getroffen. Dit onderzoek en eventuele te treffen maatregelen zullen bij de aanvraag bij de omgevingsvergunning 'bouwen' voor de bedrijfswoning (bodemgevoelige functie) worden overlegd. Natuur (18) Ten aanzien van de ecologische onderzoeken in relatie tot de onderbouwing van het natuuraspect constateren we open eindes. Voor wat betreft soortenbescherming is al een ontheffing Wet natuurbescherming met voorwaarden verleend voor de Rugstreeppad en de Das. Er bestaat echter ook voor andere soorten noodzaak aan aanvullende onderbouwing/onderzoek. In de toelichting is onder `5.10 Ecologie' opgenomen dat voor onder meer Wild zwijn, Vleermuizen en Vliegend hert ook nader onderzoek nodig is of kan zijn. (19) Ook in relatie tot houtopstanden en gebiedsbescherming is de impact van het plan niet duidelijk. Gesteld wordt dat in de kap van bomen niet is voorzien en dat er geen werkzaamheden zijn voorzien in de Grubbenweg.

Evenwel is in het plan de aanleg van een voetgangersbrug van parkeerplaats naar wellness voorzien welke de Goudgroene natuurzone c.q. het Natuurnetwerk Limburg doorkruist. Ook wordt een verkeers-aantrekkende werking veronderstelt. (20) In de planstukken is op kaarten een openbare route, recreatie' opgenomen, welke ook op en over de Grubbenweg loopt. Onduidelijk is welk deel van deze route als bike-park is beoogd en in hoeverre dat qua inrichting en gebruik verschilt van andere delen van de openbare route. Van dit alles moet de impact in beeld gebracht worden op de beplanting en mogelijk aanwezige beschermde soorten zoals het Vliegend hert. Nader 14

Versie: 070923 onderzoek is noodzakelijk. De verleende ontheffing is te beperkt voor het uitvoeren van alle werkzaamheden en zal dus aangevuld moeten worden. Standpunt gemeente: 18) Er heeft overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en provincie Limburg. Dit heeft tot meer duidelijkheid en een set van afspraken geleid. De afspraak is gemaakt dat een terrein inmeting de standplaats van bomen langs de Grubbenweg in beeld brengt en i.c.m. het ontwerp van de loopbrug eventuele raakvlakken in beeld worden gebracht. Als onverhoopt bomen moeten worden gekapt zal er een vergunning bij het bevoegd gezag worden aangevraagd. Ook wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd en in beeld gebracht wat de effecten zijn van de loopbrug op de Goudgroene natuurzone en eventueel beschermde plant- en diersoorten. Er wordt geen bike-park aangelegd, slechts een mountainbike pad en dit ligt niet aan/op de Grubbenweg. De Grubbenweg is en blijft een gemeentelijke weg die op de wegenlegger staat. In het plangebied is de Grubbenweg alleen toegankelijk voor ongemotoriseerd verkeer. De toename aan verkeersintensiteit wordt verwacht op de Hettekensweg.

Zoals in het bestemmingsplan vermeld zal sprake zijn van een brede zoneringsaanduiding zodat altijd voldaan kan worden aan het voorgaande 19) Bij een eventuele melding bij kap van een bestaande opstand, wordt beoordeeld bij de noodzaak voor een eventuele kapvergunning. 20) Uit bijlage 15 inventarisatie soorten blijkt dat er geen sprake is van vaste verblijfplaatsen en functioneel leefgebied voor Wild zwijn. Daarmee vindt geen overtreding van de verbodsbepalingen plaats voor het Wild Zwijn. Omdat niet wordt voorzien in de kap van bomen is er geen aanleiding te veronderstellen dat hierdoor vliegroutes of verblijfsplaatsen voor Vleermuizen worden aangetast. Ten aanzien van het Vliegend hert zal nader onderzoek worden opgestart en in relatie tot de beoogde wandelbrug in beeld worden gebracht of dit een aantasting betekent voor de soort. Dit is in een volgende fase pas aan de orde als de definitieve locatie van de brug bepaald gaat worden. Stikstof (21) Voor wat betreft de aanlegfase wordt ten behoeve van de tijdelijke depositie in de bijlage bij de toelichting verwezen naar de vrijstelling en de 'Wet stikstofreductie en natuurverbetering'.

Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak echter geoordeeld dat de bouwvrijstelling uit de Wet natuurbescherming niet voldoet aan het Europees natuurbeschermingsrecht en derhalve niet gebruikt mag worden (202107079/1/R4, ECLI:NL:RVS:2022:3159). Deze bouwvrijstelling hield in dat voor de tijdelijke stikstofuitstoot die tijdens de bouw ontstaat, geen natuurvergunning nodig is. Volgens de Afdeling is dit echter niet juist, omdat het niet uit te sluiten is dat de natuur in Natura 2000-gebieden hierdoor schade oploopt. Het betreft hier een tussenuitspraak en deze betekent ook niet dat er een algehele bouwstop geldt. De uitspraak brengt met zich dat per project bekeken moet worden of er in de aanlegfase stikstofeffecten zijn en zo nodig een natuurvergunning moet worden aangevraagd. Gezien voornoemde uitspraak en ter voorkoming van onnodige vertraging in het vervolg van de planprocedure, verzoeken wij u alsnog een stikstofberekening te maken en daarbij ook de bouwfase in beeld te brengen. Voor wat betreft de gebruiksfase wordt op dit moment in de toelichting op het bestemmingsplan verwezen naar het stikstofdepositie-onderzoek dat is 15

Versie: 070923 uitgevoerd en waar de mogelijke effecten van het nieuwe bestemmingsplan vergeleken zijn met het oude bestemmingsplan. Voor elk plan moeten op grond van de Wet Natuurbescherming de maximale effecten als gevolg van dat plan op Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht. De effecten van een plan horen in beeld gebracht te worden door een vergelijking te maken van de maximale planologische effecten met de referentiesituatie. Onder referentiesituatie wordt conform jurisprudentie de feitelijk, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan. Daarbij dient opgemerkt te worden dat gebruik dat onder het overgangsrecht beschermd is niet wordt aangemerkt als planologisch legaal gebruik. (22) Ons is niet duidelijk in hoeverre in het stikstofonderzoek aansluiting is gezocht bij of in overeenstemming met deze jurisprudentie. Zo hebben wij met name bedenkingen over het feitelijk, planologisch en legaal gebruik aangezien er momenteel geen ontgrondingsactiviteiten (en dus feitelijke stikstofdepositie ten gevolge hiervan) plaatsvinden. Dit klemt des te meer omdat de ontgrondingsvergunning inmiddels is geëxpireerd.

Standpunt gemeente: 21) De bij het ontwerp bestemmingsplan behorende Aerius-berekening was reeds vóór 2 november 2022 voltooid en kon dus niet meer worden aangepast aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak inzake Porthos (vervallen bouwvrijstelling). Inmiddels heeft Cauberg Huygen in opdracht van initiatiefnemer een nieuwe Aerius-berekening uitgevoerd. Hierin is zowel de bouw-/aanlegfase van het project Silt meegenomen alsook rekening gehouden met de laatste versie van Aerius Calculator van januari 2023 (v2022). De Aerius-berekening maakt onderdeel uit van de Notitie 'Groevepark Silt te Schinnen - Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming' van 12 juni 2023. Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie in de toekomstige situatie niet hoger is dan in de referentiesituatie. Hieruit volgt dat de Wet Natuurbescherming niet in de weg staat van vaststelling van het bestemmingsplan. 22) Verwezen zij naar de in onderdeel 3.12 genoemde notie van Cauberg-Huygen. Daaruit volgt dat de stikstofdepositie vanwege de maximale planologische mogelijkheden van het nieuwe bestemmingsplan is vergeleken met die van de bestaande planologische legale situatie. Conclusie is dat de stikstofdepositie vanwege het bestemmingsplan niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Hierdoor zijn significante effecten op Natura-2000 gebieden op voorhand uit te sluiten.

De notitie is met provincie besproken en zal als bijlage worden toegevoegd. Vrijetijdseconomie (23) De beschrijving van het initiatief in de toelichting is summier. Hierdoor is uit de toelichting geen goed beeld te krijgen wat het verblijfsrecreatief concept inhoudt en welke keuzes zijn gemaakt, bijvoorbeeld ten aanzien van het kwaliteitsniveau en de doelgroep. Er wordt verwezen naar bijlagen, waarvan de beschrijving in bepaalde bijlagen achterhaald is en het onderling niet overeenkomt. (24) Het rapport van Leisurebrains in Bijlage 20 is bijvoorbeeld een advies. Niet duidelijk is welke onderdelen van het advies worden opgevolgd. Voorliggende documenten bieden daardoor geen goed zicht op het feitelijk te realiseren plan. In de toelichting dient een duidelijke beschrijving te worden opgenomen. 16

Versie: 070923 (25) Het advies van de themagroep Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg wordt genoemd maar is niet integraal opgenomen bij de stukken. De weergave van het advies in de toelichting is gekleurd en onvolledig. (26) Niet duidelijk is wat met de aanbevelingen uit het advies is gedaan. (27) Het advies is ouder dan een jaar dus formeel is een nieuw advies nodig. (28) Voor wat betreft exploitatie en eigendom is in het vooroverleg veel aandacht besteed aan het voorkénnen van eventuele ongewenste ontwikkelingen in de toekomst. Alle recreatieverblijven dienen honderd procent toeristisch-recreatief geëxploiteerd te worden. In de anterieure overeenkomst die ons in het kader van de ontgrondingenvergunning is aangeleverd is slechts vastgelegd dat de toeristisch-recreatieve exploitatie in één hand wordt gehouden. Dat is niet hetzelfde. Bovendien vervalt de anterieure overeenkomst op enig moment. Door de ondernemer is aangegeven dat zowel de grond als de recreatieverblijven altijd als geheel in één hand zullen blijven. Dat is wenselijk om verkoop aan individuele eigenaren (uitponding) en het onttrekken aan de recreatief-toeristische verhuur te voorkomen. Ook kan eigenaar hierdoor het hoge kwaliteitsniveau zelf in stand houden en is hij niet afhankelijk van individuele eigenaren.

In het voortraject is toegezegd deze uitgangspunten goed vast te leggen en te borgen via privaatrechtelijke overeenkomsten inclusief kettingbeding ingeval van verkoop van het gehele complex. Dit alles is niet terug te vinden in de voorliggende stukken. Daarmee is het risico op het ontstaan van een toekomstig probleem (een niet-vitaal vakantiepark met een complexe eigendomssituatie) groot en kan niet worden ingestemd met voorliggend plan. (29) Ten aanzien van de samenloop van de toeristisch-recreatieve exploitatie gelijktijdig met de ontgrondingsactiviteiten is in het voortraject meerdere malen besproken dat dit onwenselijk is. Ook in het advies van Leisurebrains (bijlage 20) wordt hierop ingegaan. Uit de toelichting valt op te maken dat er toch in de eerste fase een samenloop is van recreatief gebruik met ontgrondingsactiviteiten. Gezien de beoogde doelgroep die op hoogwaardige afwerking, luxe en rust is gesteld, verzoeken wij u deze samenloop te heroverwegen. Niet duidelijk is hoe in de eerste fase aan de wensen van deze doelgroep voldaan worden. Ervaren teleurstellingen en negatieve recensies kunnen grote gevolgen hebben voor de realisering van het gehele project.

Standpunt gemeente 23) Het kwaliteitsniveau is voldoende beschreven in het bestemmingsplan en de bijlagen; het masterplan, de voorschriften alsmede het beeldkwaliteitsplan en de bij het plan behorende verbeeldingen. 24) Het rapport LeisureBrains toont de economische haalbaarheid, hetgeen van belang is voor het bestemmingsplan en geeft daarbij aanvullend initiatiefnemer advies mee voor de toekomstige ontwikkeling. Daar waar nodig zijn deze fase van het proces zaken overgenomen in ofwel het bestemmingsplan ofwel de overeenkomst. Daarnaast zijn er waardevolle adviezen met betrekking tot bijvoorbeeld fasering, kostenverdeling en communicatie tijdens de uitvoering meegegeven. Initiatiefnemer heeft aangegeven deze ter harte te nemen. Uiteraard zijn daarbij in de uitvoering nog diverse keuzes te maken door de initiatiefnemer/exploitant, maar dat moge duidelijk zijn.

17

Versie: 070923 25) De gemeente heeft invulling gegeven aan het advies van de regionale werkgroep VTE, dat als bijlage is toegevoegd aan het bestemmingsplan. Dit evenals wat er met het advies gedaan is. 26) Het per 2 juni 2023 uitgebrachte hernieuwde advies van de Themagroep Vrijetijdseconomie is toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting. De toelichting is aangevuld met een samenvatting van het volledige advies en de wijze waarop de aandachtspunten uit het advies zijn uitgewerkt in het plan 27) Het klopt dat het advies ouder is dan een jaar. Dat heeft ook te maken met de doorlooptijd van bestemmingsplanprocedures. Het advies is opnieuw voorgelegd aan de themagroep VTE. Deze heeft per 2 juni 2023 een hernieuwd advies uitgebracht; dit luidt als volgt: de themagroep houdt onverkort vast aan de eerdere advisering ten aanzien van het juridisch borgen van voornoemde aspecten. Hiermee is ook de termijn verlengd. 28) Via het bestemmingsplan (gebruiksregels en begripsbepaling) is voldoende geborgd dat er niet permanent en ook niet te lang tijdelijk gewoond kan worden. Dit om eventuele ongewenste ontwikkeling in te perken. De begripsbepaling "recreatiewoning" is aangepast naar": "een gebouw dat periodiek dient als verblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben en waar permanente bewoning of tijdelijke bewoning (short-stay) door hetzelfde huishouden niet is toegestaan.

Van permanente bewoning is sprake indien hetzelfde huishouden de woonruimte meer dan 180 dagen aaneengesloten periode van 360 dagen bewoont. Van tijdelijke bewoning is sprake als hetzelfde huishouden de woonruimte voor een periode van minimaal 6 weken en maximaal een half jaar aaneengesloten bewoont." De begripsbepaling "tijdelijke bewoning (short-stay)" is toegevoegd met de definitie: "bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als tijdelijk hoofdverblijf voor een periode van minimaal 6 weken en maximaal een half jaar". Aan de specifieke gebruiksregels van de bestemming Recreatie Verblijfsrecreatie" is aan artikel 6.5.2 (Strijdig gebruik) toegevoegd dat ook sprake is van strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken voor "tijdelijke bewoning (short-stay)". Het de gemeente die vervolgens toeziet op handhaving van het bestemmingsplan en de daarin bedoelde functies. In de Anterieure Overeenkomst (AO) is geborgd dat de exploitatie van de recreatiewoningen in één hand moet blijven ter borging van de hoogwaardige uitstraling. Hetgeen ook via een kettingbeding is vastgelegd. Verder is geregeld dat de gemeente in alle gevallen partij blijft. Hierbij is sprake van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Als het gaat om het verzekeren van kwaliteit, zal door de vaststelling van het beeldkwaliteitsplan, als bijlage bij van het bestemmingsplan, dit aspect geborgd zijn. Dit aangevuld met bepalingen in de OA is voldoende om sturing te geven aan de ontwikkeling. In de AO is aanvullend opgenomen dat indien van individuele verkoop sprake zal zijn van vervreemding, in voorkomend geval ook voldaan moet worden aan de kwaliteit. 18

Versie: 070923

Voor de volledigheid heeft de provincie van de gemeente addendum 1 en 2 op de anterieure overeenkomst toegezonden gekregen. Dit om uw dossier ten behoeve van ontgronden te completeren. 29) De opmerking van de provincie ten aanzien van samenloop van activiteiten staat de vaststelling van een bestemmingsplan niet in de weg. Overigens heeft de gemeente, maar ook de omgeving verzocht om activiteiten zo veel mogelijk parallel te laten lopen en om een fasering aan te brengen. Dit om enerzijds verwachtingen helderder te kunnen managen en meer sturing te hebben op de ontwikkeling. Dit heeft initiatiefnemer ook gedaan. Hierbij heeft deze de balans gezocht tussen, zo veel mogelijk overlast voor omgeving voorkomen en het beleefbaar maken van het plan, ook in de ontwikkelfase, met oog voor het mogelijke afbreukrisico voor de toekomstige exploitatie (w.o. borging kwaliteit van het aanbod). Daarbij uiteraard ook de veiligheid in acht nemende. In dat kader zijn op specifieke locaties waar het plan grenst aan de openbare ruimte bij AO nadere afspraken gemaakt. Specifiek gaat het hier om de oversteek Grubbenweg en de toegang Hettekensweg. De transparantie over de samenloop laat ook zien dat de ondernemer niet alleen het een doet en het ander na laat. Ook op het gebeid van na te streven kwaliteit.

De gemeente is blij dat de ondernemer de handschoen serieus oppakt en hier maximaal invulling aan wil geven. Ook de omgeving het proces in de praktijk blijven volgen. Los van het ondernemersrisico waar de provincie op doelt bij een ontwikkeling als deze is een voortzetting van de klankbordgroep net zo relevant. Dit om tijdig elkaar over en weer te kunnen informeren en zo nodig bij te kunnen sturen. De ondernemer zal de samenloop in de bedrijfsvoering altijd zorgvuldig bezien in het voordeel van de (toekomstige-) exploitatie.

IV. Ingekomen d.d. 7 maart 2023 1)

Onjuiste weergave wijze van participatie en meningsvorm beschreven in ontwerp bestemmingsplan. Ontwikkeling lijkt groter dan in eerder stadium voorgespiegeld aan omwonenden. Omwonenden hebben daardoor de impact niet op voorhand kunnen inschatten. Ontwikkeling anders voorgespiegeld naar bewoners dan het geval is, waardoor mensen zich niet bewust zijn van de gevolgen.

Standpunt gemeente: De planscope en planbegrenzing van het project Silt is vanaf de idee fase tot op heden niet verruimd. Het bestemmingsplan en de daarbij horende uitwerkingen (waaronder het beeldkwaliteitsplan) zijn nadere uitwerkingen van het Masterplan. De nadruk ligt en heeft steeds gelegen op versterking van de biodiversiteit, natuurontwikkeling en wandel/fiets genot. Het plangebied betreft een terrein van ca. 70 ha. dat nu nog onttrokken is aan het zicht voor het publiek en dat in de toekomst een aanvulling wordt voor grotendeels openbare natuurontwikkeling- en

19

Versie: 070923 beleving. Daarnaast is het aantal recreatieverblijven van meet af aan beperkt en kleinschalig gehouden (0,8 verblijven per ha).

2)

Er is geen draagvlak voor deze ontwikkeling (voorwaarde POL), waardoor het strijdig is met Rijksbeleid.

Standpunt gemeente: In de toelichting staat in 3.2.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI, vigerend sinds 25.10.2021) in de conclusie dat Silt past binnen het provinciaal beleid. Zo is onder meer het zonnepark als zodanig aangewezen in de POVI. Dat niet iedereen elk plan kan onderschrijven, wil niet zeggen dat er geen groot draagvlak is. Wat voor een buurt als negatief wordt ervaren is voor een andere buurt in de omgeving juist positief. Het gaat steeds om een weging van veel belangen en ervaringen. Draagvlak strekt zich overigens uit over de gehele regio, rekening houdende met wensen- en inbreng uit de directe omgeving van een plan zoals ook uit het participatieverslag Silt blijkt. Daarnaast past de ontwikkeling in de gemeentelijke visie, het Programma Nationaal Landschap Zuid- Limburg en het advies van de Themagroep Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg.

14)

Zorgen over overlast door werkzaamheden (stof, geluidsoverlast, transportbewegingen) parallel aan ervaringen bij groeve Spaubeek.

Standpunt gemeente: Initiatiefnemer heeft de ervaringen in Spaubeek als leidraad genomen; derhalve zijn op dit punt concrete afspraken gemaakt en vastgelegd in een overeenkomst met de betrokken omwonenden, welke gemeente heeft overgenomen in de anterieure overeenkomst.

15)

Plannen die druk op de omgeving veroorzaken dienen gemeden worden volgens de Nationale omgevingsvisie (Novi), hetgeen voor voorliggend plan dan ook zou moeten gelden. Daarmee is het voorliggende strijdig met Rijksbeleid.

Standpunt gemeente: In paragraaf 3.1 van de toelichting wordt uitvoerig gemotiveerd dat het initiatief Silt past binnen het NOVI-beleid; Zuid-Limburg is bovendien aangewezen als experimenteerregio, gezien de vervlechting van meerdere fysieke opgaven in het gebied.

16)

Het beoogde recreatieve (nacht-)verblijf verstoord de aanwezige natuur (plant en dier). Er zullen plant- en diersoorten op locatie verdwijnen. Betwijfeld wordt of de te realiseren waterplas zal zorgen voor een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de natuur. Het plan is daarmee strijdig met soortenbescherming Wet Natuurbeheer. 20

Versie: 070923 Standpunt gemeente: Vermeld dient te worden dat met voorliggend bestemmingsplan vooral een ontwikkeling gefaciliteerd wordt waar vooral (verblijfs)recreanten tot rust komen. Dit in tegenstelling tot grootschalige accommodaties. Wat dat betreft zullen er ook huisregels gelden zoals vastgelegd in de met de gemeente gesloten anterieure overeenkomst (art.5.6 overeenkomst). Tevens is door het bevoegd gezag een ontheffing i.h.k.v. de Natuurbeschermingswet verleend. Onderzoek heeft aangetoond dat er geen beschermde soorten verdwijnen. Het is algemeen bekend dat gradiëntrijke situaties (hoog-laag, nat-droog zorgen voor ecologisch interessante overgangen en in de regel leiden tot verhoging van de biodiversiteit.)

17)

Er zijn in maart 2023 door fa. Bruis bomen gekapt. Dit nog voordat de Raad heeft kunnen oordelen of voorliggend plan milieuschade zal toebrengen.

Standpunt gemeente: Het is de gemeente niet bekend dat er bomen zijn gekapt; wel heeft er regulier onderhoud van de tuin plaatsgevonden.

18)

Waardevolle natuur dient behouden te blijven volgens het Provinciale Omgevingsplan (POVI). Natuur moet sterk verankerd zijn in de samenleving en kort bij de woonomgeving van jong en oud. Dit plan voorziet hier niet in en is daarmee strijdig met Provinciaal beleid.

Standpunt gemeente: In de toelichting wordt in 3.2.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI, vigerend sinds 25.10.2021) geconcludeerd dat het project Silt past binnen het provinciaal beleid. 19)

In het plan wordt aangegeven dat met deze ontwikkeling de kernwaarden van het Nationaal Landschap Zuid Limburg niet in het gedrang komen. Dit rijmt niet met de aanleg van een waterplas, die pas na ontgronding van 450.000 kub mogelijk gemaakt kan worden en de realisatie van 60 vakantiewoningen en de 100.000 bezoekers per jaar welke het gebied zullen aandoen. De kernwaarden zijn in het gedrang. Het plan is daarmee strijdig met Provinciaal beleid.

Standpunt gemeente: In bijlage 3 Analyse landschappelijke kwaliteiten wordt aangetoond dat Silt niet strijdig is met de kernkwaliteiten in het landschap van Zuid-Limburg. Overigens betreft het aantal bezoekers per jaar een lager aantal dan vergelijkbare (natuur)gebieden in de omgeving van Beekdaelen.

20)

De ontgronding die vereist is om de waterplas te realiseren heeft geen enkele meerwaarde voor de natuur en het landschap. De natuur boet alleen maar in op volume en kwaliteit, waarbij het nog maar de vraag is of de beoogde zwemwaterkwaliteit bereikt en geborgd kan worden voor de 21

Versie: 070923 verblijfsrecreanten. De beoogde ontgronding is daarmee strijdig met de provinciale beleidsnota ontgronding. Standpunt gemeente: Het bevoegd gezag voor de beoordeling of Silt strijdig is met de beleidsnota ontgronding is de Provincie Limburg. De waterplas wordt gerealiseerd op een kale zandbodem zonder natuurwaarden. Als de waterplas gerealiseerd is, ontstaat een gevarieerde (natte) biodiversiteit. 21)

Het plan is een inbreuk op hetgeen gesteld wordt in het landschapskader van de gemeente Beekdaelen. Het draagt niet bij aan het tegengaan van verrommeling, verdroging op de plateau's en tegengaan van versnippering van natuurgebieden. Daarmee is het plan strijdig met het gemeentelijk landschapskader.

Standpunt gemeente:

In de toelichting 3.3.5 Landschapskader Beekdaelen is een samenvatting opgenomen. De conclusie ontbreekt echter. Conclusie: Silt past binnen het Landschapskader Beekdalen vanwege de wijze waarop landschap als basis is gebruikt voor het ontwikkelen van een bijzondere vorm van verblijfsrecreatie, natuurontwikkeling, herstel van kleine landschapselementen en een impuls levert aan de energietransitie

22)

Het voorliggende plan is strijdig met de concept woonvisie welke momenteel ter inzage ligt. Het realiseren van een exclusief recreatiepark past niet in de doelstellingen.

Standpunt gemeente: In voorliggende ontwikkeling- en het bestemmingsplan bestaat er geen relatie met de Woonvisie.

23)

De huidige coalitie is geen voorstander van bouwen aan de randen van kernen. Dit plan is met deze uitspraak strijdig.

Standpunt gemeente: Enige nuance is hier op zijn plaats; het voorliggende plan betreft een afwerking/beëindiging van een bedrijfsmatige activiteit en een toekomstige invulling van een afgedekte stortplaats en groeve. Een gebiedsontwikkeling waarmee niet slechts wordt gebouwd aan de randen van de kernen, maar waarbij voor bedrijfsmatig gebruikte gronden in een duurzame invulling wordt voorzien. De ontwikkeling Silt moet gezien worden als een totaalconcept vanuit samenhang

22

Versie: 070923 waardoor er meerwaarde in het gebied ontstaat. Dat maakt het plan uniek en betreft niet enkel een optelsom van individuele activiteiten.

24)

Het beoogde plan draagt niks bij aan de eigen gemeenschap, alleen aan welgestelde mensen van buiten de gemeente. Het vakantiepark is niet openbaar toegankelijk en van dagrecreatie wordt afgezien ondanks eerdere toezeggingen aan de omgeving. Het heeft daarmee geen maatschappelijke meerwaarde voor de omgeving of de inwoners van Beekdaelen.

Standpunt gemeente: Er wordt wel degelijk een bijdrage geleverd aan de samenleving, zie memo maatschappelijke meerwaarde. Daarnaast is eenieder vrij om gebruik te maken van de openbaar toegankelijke onderdelen van het initiatief. Ook zal Silt een bijdrage leveren aan de lokale economie (waaronder werkgelegenheid).

25)

Betwijfeld wordt of het voorliggende plan wel realistisch haalbaar is in exploitatie. Dit gelet op de doelgroep waar men zich op richt alsmede de hoge investeringen die vereist zijn om het plan te kunnen realiseren en de mate van expertise die vereist is om een dergelijk plan te kunnen exploiteren.

Standpunt gemeente: In paragraaf 7.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is de Economische uitvoerbaarheid aangegeven. De opbrengst van (onder meer) de te ontwikkelen waterplas zal direct terugvloeien in de realisatie van Silt.

26)

Het voorliggende plan biedt de mogelijkheid om ca. 180 dagen per jaar evenementen te houden op locatie. Dit veroorzaakt ongewenste verstoring in de publiek ruimte en de natuur.

Standpunt gemeente: Ons college is het eens met de gemaakte opmerking Overigens is deze regel overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. De initiatiefnemer is echter niet van plan evenementen met deze omvang toe te laten. Artikel 7.5.1 zal dan ook geschrapt worden. De APV kent immers regels waaraan voldaan moet worden. De initiatiefnemer heeft aangegeven alleen beperkt en alleen voor zover passend bij de functie c.q. een directe relatie hebben met de doelstellingen van Silt te voorzien.

27)

Met 100.000 bezoekers per jaar in het gebied zal de vervuiling toenemen in het gebied en daaromheen. Vervuiling in de omgeving is nu al aan de orde en zal dus ongewenst meer gaan worden.

Standpunt gemeente:

23

Versie: 070923 Het getal 100.000 is een schatting uit het rapport van Leisure Brains over de haalbaarheid van Silt. Het getal is vergelijkbaar met wandelaars en fietsers die gebruik maken van soortgelijke gebieden in de omgeving. Omgerekend naar een gemiddelde zomerdag is dat ca. 40 bewegingen per uur, hetgeen niet veel is gelet op de omvang van het plangebied (70 ha.)

28)

De verkeersgevolgen van voorliggend plan in realisatiefase en beheerfase zijn onvoldoende onderzocht c.q. onderbouwd, waardoor de echte impact niet in te schatten is. Verder worden alternatieve toegangswegen worden geduid als 'onbeduidend' hetgeen niet terecht is. Dit wordt onderschat.

Standpunt gemeente: In bijlage 6 Verkeersonderzoek zijn de kwantitatieve (beperkte ten opzichte van huidige belasting) aantallen en meest logische aanrijroute beschreven: rotonde Buitenring, kruispunt (nieuwe) Nutherweg-Hettekensweg en vervolgens via Hettekensweg naar Silt. Het is correct dat er te weinig geschreven is over Vloedsgraaf. Nagelbeek, Hegge en Hegge en Nieuwe Nutherweg zijn vergelijkbare wegen en hebben beiden geen capaciteitsproblemen volgens het gemeentelijke verkeersmodel. Omdat de enige toegang voor gemotoriseerd verkeer is voorzien via de Hettekensweg, is het niet aannemelijk dat voertuigen de doodlopende weg Nagelbeek inrijden. Ook het gebruik via Vloedsgraaf ligt niet voor de hand.

29)

Er is al veel aanbod in Zuid-Limburg. Upgraden van het bestaande aanbod is beter dan toevoegen van nieuw aanbod, dat ten koste gaat van de natuur.

Standpunt gemeente: Zie 3.2.4.2 Advies regionale uitwerking POL Zuid-Limburg Themagroep vrijetijdseconomie (VTE). Zij stellen in hun advies dat Silt zeer onderscheidend is, zonder vergelijkbaar initiatief in Zuid-Limburg en het concept biedt een impuls voor het toerisme in de gehele sub regio en draagt daarmee bij aan spreiding van het toerisme in Zuid-Limburg, zoals opgenomen in de visie Vrijetijdseconomie 2030. Het college kan dit advies onderschrijven, met als toevoeging dat natuurontwikkeling in dit project juist wordt bevorderd. Immers de in het vigerende bestemmingsplan opgenomen aanduiding natuur is zeker binnen het plangebied Silt nog niet overal feitelijk ontwikkeld. Door initiatiefnemer wordt daar nu invulling aan gegeven.

30)

Indien niet overgegaan wordt tot vaststelling van voorliggend plan dan kan na afwerking van het gebied (eis huidige ontgrondingsvergunning) het gebied opengesteld worden voor publiek.

Standpunt gemeente: Er bestaat geen verplichting tot afwerking en/of openstelling van de groeve Schinnen (dit in tegenstelling tot de voormalige groeve Spaubeek). Het blijft daarmee een 24

Versie: 070923 privaat terrein dat (mede ook gezien de aanwezige gevaren en het risico op ongewenste activiteiten) niet opengesteld zal worden.

31)

De natuurontwikkeling in het plangebied is het best gebaat als er niet gebouwd wordt in de groeve. Groeve Spaubeek is hierbij een goed voorbeeld.

Standpunt gemeente: De kleinschalige exploitatie van Silt draagt bij aan de aanleg en duurzame instandhouding van natuur alsmede het versterken van recreatieve mogelijkheden in het gebied. Omdat het plan in balans en met respect voor haar omgeving wordt gerealiseerd zijn er hierdoor juist ook gunstige voorwaarden voor de natuurontwikkeling. Daarmee past de ontwikkeling in combinatie met groeve Spaubeek prima in het door de regio in 2009 onderschreven onderzoek en advies (Groeven en Graven) dat is uitgevoerd door de Universiteit van Wageningen in samenspraak met Hogeschool Van Hall Larenstein.

V.

Deponie Zuid bv — Attero Ingekomen d.d. 6 maart 2023 1) Betreft een proforma zienswijze. Standpunt gemeente:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beekdaelen&id=3c7e9ee2-aff2-4fe1-8416-9cfa3892969e